Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 - Algemene oriëntatie

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

 

RAAD VABrussel, 25 november 2011 (28.11)

(OR. en)

DE EUROPESE U IE,

17421/1/11 REV 1

Interinstitutioneel dossier: 2010/0380 (COD)

SOC 1030 CODEC 2166

VERSLAG

van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

aan: de Raad (Epsco)

nr. Comv.: 5063/11 SOC 7 CODEC 8

Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004

-

Algemene oriëntatie

I. I LEIDI G

Verordening (EG) nr. 987/2009 (de toepassingsverordening) aan te passen aan de

wijzigingen in de nationale socialezekerheidswetgeving van de lidstaten, en de

veranderingen in de sociale realiteit die van invloed zijn op de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels te blijven volgen, is op 20 december 2010 door de Commissie

ingediend. Het omvat voorts voorstellen van de Administratieve Commissie voor de

coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, om het acquis inzake sociale zekerheid te

verbeteren en te moderniseren, in overeenstemming met artikel 72, punt f), van

Verordening (EG) nr. 883/2004.

  • 2. 
    Het voorstel is gebaseerd op artikel 48 VWEU (gekwalificeerde meerderheid en gewone

wetgevingsprocedure).

  • 3. 
    Het Europees Parlement heeft nog geen standpunt in eerste lezing geformuleerd.
  • 4. 
    De voorgestelde handeling is van belang voor de Europese Economische Ruimte en

Zwitserland en moet derhalve ook voor de Europese Economische Ruimte en

Zwitserland gelden.

  • 5. 
    Op initiatief van het Hongaarse voorzitterschap is de Groep sociale vraagstukken in

januari 2011 met de bespreking van het voorstel begonnen. De Groep had een ruime

mate van overeenstemming bereikt over de tekst van de ontwerp-verordening

(zie doc. 10641/11 ADD 1), zij het dat er nog een aantal voorbehouden bleef staan

(zie doc. 10641/11). Op basis van het verslag van de Groep besloot het Comité van

permanente vertegenwoordigers om een voortgangsverslag (doc. 11077/11), vergezeld

van het algehele compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap, voor te leggen

aan de Raad (Epsco) van 17 juni.

  • 6. 
    Omdat spoed geboden is, heeft het Poolse voorzitterschap de besprekingen in de Groep

voortgezet op basis van de reeds door het Hongaarse voorzitterschap geboekte

resultaten, met het oog op vaststelling van een algemene oriëntatie in de zitting van de

Raad (Epsco) op 1 december 2011. Er is vooral aandacht besteed aan de voornaamste

knelpunten, zijnde de bijzondere bepalingen voor volledig werkloze zelfstandigen en

het gebruik van het criterium "thuisbasis" om te bepalen welke wetgeving van

toepassing is op luchtvaartbemanningsleden.

  • 7. 
    Het Poolse voorzitterschap heeft een vragenlijst rondgestuurd om de personele

werkingssfeer van de voorgestelde bepalingen inzake werkloosheidsuitkeringen

uitvoerig te analyseren (doc. 13343/11). De antwoorden van de delegaties

(doc. 13685/11) vormden het uitgangspunt voor het eerste tekstvoorstel van het

voorzitterschap (doc. 13690/11). Vervolgens werd getracht met compromisvoorstellen

en toelichtingen tegemoet te komen aan de bezwaren die de delegaties in de vijf

vergaderingen van de Groep sociale vraagstukken naar voren brachten (doc. 14394/11,

15809/11, 16008/11, 17013/1/11 REV 1, 14377/11, 16140/11, 16611/11).

  • 8. 
    Het Poolse voorzitterschap voerde ook intensief bilateraal overleg met een aantal

delegaties om deze te polsen omtrent een akkoord dat voor zoveel mogelijk delegaties

aanvaardbaar zou zijn.

  • 9. 
    De Groep heeft op 18 november 2011 een ruime mate van overeenstemming bereikt

over de op het algehele compromisvoorstel van het voorzitterschap gebaseerde tekst van

de ontwerp-verordening in document 17043/11 ADD 1; ten aanzien van die tekst bestaat

nog een aantal voorbehouden, die hierna worden toegelicht.

  • 10. 
    Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft op 23 november 2011 de

resterende vraagstukken als weergegeven in document 17043/11 en 17043/11 COR 1

behandeld, om de weg vrij te maken voor de vaststelling van een algemene oriëntatie

betreffende de tekst van de ontwerp-verordening in de zitting van de Raad (Epsco) op

1 december 2011.

  • 11. 
    DK en SI handhaven een voorbehoud voor parlementaire behandeling.
  • 12. 
    De Commissie houdt haar standpunt, in afwachting van het standpunt in eerste lezing

van het Europees Parlement, nog in beraad, maar was over het algemeen positief over

de door het voorzitterschap voorgelegde tekst van de ontwerp-verordening.

  • 13. 
    Alle delegaties handhaven taalvoorbehouden zolang zij niet beschikken over de tekst in

hun eigen taal.

II. RESTERE DE VRAAGSTUKKE

A. Bijzondere bepalingen voor volledig werkloze zelfstandigen (artikel 1, lid 8, van

het voorstel, tot invoeging van een nieuw artikel 65 bis in Verordening

nr. 883/2004:

  • a) 
    Doel van het Commissievoorstel:

Krachtens artikel 65 van Verordening (EG) nr. 883/2004 krijgen volledig

werklozen een werkloosheidsuitkering van de lidstaat van de woonplaats op grond

van de wetgeving van die lidstaat indien zij in die lidstaat woonden, zijn blijven

wonen of ernaar terugkeren.

Volgens deze bepalingen krijgen zelfstandigen die een werkloosheidsverzekering

hebben in een lidstaat die werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent, doch

in een lidstaat wonen die geen werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent,

geen werkloosheidsuitkering indíen zij volledig werkloos worden.

Geen toegang geven tot werkloosheidsuitkeringen zou een beperking van het recht

van vrij verkeer betekenen die in strijd is met de basisbeginselen van het

socialezekerheidsrecht en niet strookt met de jurisprudentie van het Europees Hof

voor de rechten van de mens.

In dit verband wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 65 van Verordening

nr. 883/2004 bepaald dat wanneer de lidstaat van de woonplaats geen

werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent, de lidstaat waar de werkloze

het laatst werkzaamheden heeft verricht een werkloosheidsuitkering moet

verstrekken, terwijl de werkloze in de eerste plaats ingeschreven en beschikbaar

moet zijn in de lidstaat van de woonplaats.

De redenering achter dit wijzigingsvoorstel is dat aangezien werkloze

zelfstandigen de meeste kans hebben te re-integreren in de arbeidsmarkt van de

lidstaat van de woonplaats, vanwege hun nauwe banden aldaar, hun recht op

sociale uitkeringen niet mag worden ingeperkt, met name niet wanneer deze

uitkeringen de tegenprestatie vormen voor door hen betaalde bijdragen.

  • b) 
    Voorstel van het Poolse voorzitterschap

Op grond van antwoorden op de vragenlijst en de gevoerde besprekingen heeft

het voorzitterschap een algeheel compromisvoorstel opgesteld volgens hetwelk

artikel 65 bis alleen van toepassing zou zijn op werklozen die hun woonplaats

hebben in een lidstaat waarvan de wetgeving niet voorziet in gedwongen of

vrijwillige betaling van bijdragen voor de werkloosheidsverzekering door enige

categorie zelfstandigen.

Het voorzitterschap heeft in dit verband voorgesteld de formulering van

artikel 65 bis in de door het Hongaarse voorzitterschap voorgestelde versie

(doc. 11077/11 ADD 1) te wijzigen om te benadrukken dat die bepaling qua

werkingssfeer een zeer uitzonderlijk karakter heeft. Volgens het voorstel van het

voorzitterschap zou artikel 65 bis alleen van toepassing zijn wanneer

zelfstandigen in hun lidstaat van woonplaats in het geheel geen werkloosheids-

verzekering kunnen afsluiten, en de organen van die lidstaat bijgevolg geen

werkloosheidsuitkering kunnen toekennen aan eender welke werkloze - voorheen

zelfstandige - grensarbeider.

Het voorzitterschap lichtte toe met het voorstel te willen voorzien in regels op

basis van het in de basisverordening verankerde woonstaatbeginsel. De aldus

geformuleerde bepaling zou een uniforme uitlegging mogelijk maken, toepassing

door de organen vergemakkelijken en de burger transparantie bieden.

Het voorzitterschap beklemtoonde dat zijn compromisvoorstel rechtszekerheid

biedt, aangezien er in een gegeven situatie in een bepaalde lidstaat slechts één

regel geldt (hetzij de lidstaat waar het laatst werkzaamheden zijn verricht, hetzij

de lidstaat van de woonplaats is bevoegd voor het betalen van de werkloosheids-

uitkering).

Daarnaast heeft het voorzitterschap voorgesteld in artikel 87 bis, lid 2, een

evaluatiebepaling op te nemen.

  • c) 
    Standpunten van de delegaties

AT, BG, CY, CZ, DE, DK, ES, LU, LV, RO, SE, SK en UK steunen het

compromisvoorstel van het voorzitterschap, gezien de noodzaak een oplossing te

vinden voor de situatie van een kleine groep zelfstandigen die, hoewel zij

werkloosheidsverzekeringsbijdragen betalen, geen werkloosheidsuitkering

ontvangen indien zij volledig werkloos worden. Deze delegaties zijn van oordeel

dat de personen in kwestie het niet zonder sociale bescherming behoeven te

stellen wanneer zij hun recht op vrij verkeer uitoefenen.

Een andere groep delegaties (BE, EL, EE, HU, LT en SI) heeft weliswaar twijfels

bij sommige aspecten van het voorstel van het voorzitterschap, vooral bij het

beperken van de werkingssfeer van artikel 65 bis tot grensarbeiders, maar is

niettemin bereid het voorstel van het voorzitterschap bij wijze van compromis te

aanvaarden. Hoewel de voorkeur van LT uitgaat naar alternatieve voorstellen

(zoals het compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap of de voorstellen

die in de loop van de besprekingen zijn ingediend door FR, IE, UK en MT, is

zij bereid de tekst van het voorzitterschap te aanvaarden omdat die alternatieven

onvoldoende steun genieten.

FR, IE, IT, MT, NL en PT onderkennen dat er behoefte is aan een oplossing voor

de betrokken categorie zelfstandigen, maar kunnen niet instemmen met het

voorstel van het voorzitterschap, dat huns inziens verder gaat dan coördinatie en

niet strookt met de algemene voorschriften van Verordening nr. 883/2004. Zij

geven daarom de voorkeur aan een andere aanpak.

FI, die het compromisvoorstel van het voorzitterschap om principiële redenen

afwijst, handhaaft een fundamenteel voorbehoud.

In de loop van de besprekingen zijn door IE, UK, FR en MT voorstellen

ingediend. Daarbij werd uitgegaan van een zogenoemde sectorale benadering,

namelijk dat de lidstaat van de woonplaats alleen verplicht zou zijn een

werkloosheidsuitkering te betalen aan die categorieën zelfstandige grensarbeiders

die onder zijn stelsel inzake werkloosheidsuitkeringen zouden zijn gevallen.

FR heeft haar voorstel in de vergadering van het Comité van permanente

vertegenwoordigers van 23 november 2011 opnieuw ingediend en kreeg daarvoor

de steun van IE, IT, MT, NL en PT. BE, EL en LT verklaarden zich bereid het

voorstel van FR te steunen, mocht een algeheel compromis daardoor dichterbij

komen.

De voorgestelde sectorale benadering is onaanvaardbaar voor AT, CZ, DE, DK,

EE, ES, FI, HU, LU, RO, SE, SK en SI, omdat hierdoor in één lidstaat twee regels

zouden gelden (de lidstaat waar het laatst werkzaamheden zijn verricht of de

lidstaat van de woonplaats is bevoegd), naargelang de zelfstandigencategorie

waartoe de werkloze in een andere lidstaat zou behoren. Die oplossing zou een

zekere mate van rechtsonzekerheid met zich meebrengen, vooral in die zin dat de

burger problemen zou ondervinden bij het beoordelen of hij als zelfstandige onder

een van de categorieën valt die in de lidstaat van zijn woonplaats voor een

werkloosheidsuitkering in aanmerking komen, bij gebreke van gemeen-

schappelijke, in alle lidstaten toepasselijke categorieën beroepen. Bovendien zijn

er in bepaalde lidstaten zeer beperkte stelsels inzake werkloosheidsuitkeringen

voor zelfstandigen, die niet op het door de betrokkene uitgeoefende beroep maar

op andere factoren berusten.

De Commissie beklemtoont dat artikel 65 bis beoogt te voorkomen dat een

zelfstandige die in de lidstaat waar hij het laatst werkzaamheden heeft verricht

onder de werkloosheidsverzekering viel, in de lidstaat van zijn woonplaats geen

enkel recht op een werkloosheidsuitkering kan laten gelden, en voor die situatie

een oplossing te vinden die strookt met artikel 48 VWEU en met de jurisprudentie

van het Europees Hof voor de rechten van de mens. Zij onderstreept dat de

uiteindelijke oplossing tegemoet moet komen aan het met het hoofdstuk

werkloosheidsuitkeringen nagestreefde doel, namelijk werklozen in de arbeids-

markt te re-integreren en te garanderen dat werkloze zelfstandigen de uitkering

waar zij recht op hebben, tot het einde van het tijdvak waarvoor het recht geldt,

kunnen ontvangen. De Commissie herinnerde aan de verklaring waarin zij wijst

op de noodzaak de lacune in de socialezekerheidsbescherming voor de bewuste

groep personen te dichten (doc. 15898/11) en verklaarde zich bereid een bredere

discussie over de vigerende bepalingen inzake werkloosheid te openen naar

aanleiding van de evaluatie van artikel 65 bis, die op grond van artikel 87 bis,

lid 2, moet plaatsvinden.

B. Gebruik van het "thuisbasis"-criterium voor het bepalen van de wetgeving die

toepasselijk is op bemanningsleden van luchtvaartuigen (artikel 2, punt 3, van het

voorstel, dat ertoe strekt aan artikel 14 van Verordening nr. 987/2009 een nieuw

lid 5 bis toe te voegen)

  • a) 
    Doel van het Commissievoorstel:

Doel van het wijzigingsvoorstel is het begrip "zetel of domicilie" als "thuisbasis"

voor het vliegend personeel te verduidelijken. Het begrip "thuisbasis" wordt

gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 3922/91 inzake de harmonisatie van

technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de

burgerluchtvaart. De thuisbasis is de plaats van waaruit het bemanningslid van

luchtvaartuigen ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst gewoonlijk zijn arbeid

verricht. Naar de mening van de Commissie sluit dit begrip nauwer aan bij de

eigenlijke werkplek van de betrokkene en is het geschikter om te bepalen welke

wetgeving van toepassing is dan "de zetel of het domicilie" van de werkgever of

de onderneming.

  • b) 
    Voorstel van het voorzitterschap betreffende de "thuisbasis"

Het compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap strekte ertoe aan

artikel 11 van Verordening nr. 987/2009 een nieuw lid 5 toe te voegen waarin als

hoofdregel geldt dat werkzaamheden van bemanningsleden van luchtvaartuigen

worden beschouwd als werkzaamheden verricht in de lidstaat waar de "thuisbasis"

in de zin van bijlage III van Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad

gevestigd is. In uitzonderlijke gevallen, waar er sprake is van twee of meer

thuisbases, kunnen de regels van artikel 13 van overeenkomstige toepassing zijn,

in combinatie met een verduidelijking in de vorm van een nieuw lid 5 bis in

artikel 14 van Verordening nr. 987/2009, inhoudende dat voor de toepassing van

artikel 13, lid 1, voor bemanningsleden van luchtvaartuigen onder "zetel of

domicilie" de thuisbasis wordt verstaan. Ook zou als overweging 18 ter in

Verordening nr. 883/2004 een nieuwe overweging worden ingevoegd, waarin

deze wijziging wordt gemotiveerd.

Op basis van een voorstel van de Franse delegatie heeft het Poolse voorzitterschap

voorgesteld om in artikel 14, lid 5 bis, als weergegeven in document 11077/11

ADD 1, de tweede alinea te vervangen om de onderlinge coherentie te verzekeren

van de bepalingen betreffende bemanningsleden van luchtvaartuigen in artikel 11,

lid 5, van de basisverordening en in artikel 14, lid 5 bis, van de toepassings-

verordening. Doel is alle luchtvaartpersoneel op passende wijze in de werkings-

sfeer te betrekken. Voorts is naar aanleiding van de besprekingen de definitie van

"thuisbasis" in overweging 18 ter opgenomen.

Een overgrote meerderheid van delegaties kan het voorstel van het voorzitterschap

aanvaarden.

IE handhaaft een inhoudelijk voorbehoud bij het voorstel van het voorzitterschap

en FR een voorstel voor nadere bestudering bij de flankerende overweging 18 ter.

IE is tegen het aanwenden van de "thuisbasis" als criterium om te bepalen welke

wetgeving op de bemanningsleden van luchtvaartuigen van toepassing is. Volgens

IE is dat criterium strijdig met de belangen van luchtvaartpersoneel, aangezien

telkens een andere wetgeving van toepassing zou zijn, wat tot een sterk

versnipperd premieverleden zou leiden en dus de zaken zou bemoeilijken wanneer

iemand aanspraak maakt op een uitkering. Volgens deze delegatie zou de

invoering van het begrip "thuisbasis" werkgevers voor meer administratieve

rompslomp en hogere kosten plaatsen.

FR handhaaft een studievoorbehoud bij de flankerende overweging 18 ter;

volgens deze delegatie zou een andere definitie van het begrip "thuisbasis", terwijl

het begrip in Verordening nr. 883/2004 ongewijzigd blijft, een verordening tot

wijziging van die laatste verordening vergen. Dat zou nadelig zijn voor de

bemanningsleden en de betrokken organen, en de zaken ingewikkelder maken.

C. Rechtsgrondslag

De voorgestelde rechtsgrondslag is artikel 48 VWEU, op grond waarvan de Raad

maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid kan vaststellen die noodzakelijk zijn

voor de totstandkoming van het vrije verkeer van al dan niet in loondienst werkzame

personen.

NL handhaaft een inhoudelijk voorbehoud; deze delegatie is van mening dat er nog een

binnen de personele werkingssfeer van Verordening nr. 883/2004 vallende categorie

personen overblijft die niet onder artikel 48 VWEU valt en dat het daarom noodzakelijk

zou kunnen zijn artikel 21, lid 3, VWEU, als rechtsgrondslag in te roepen. NL heeft zich

in de vergadering van het Comité van permanente vertegenwoordigers van

23 november 2011 bereid verklaard haar voorbehoud in te trekken mocht de vaststelling

van de algemene oriëntatie door de Raad mogelijk worden. MT handhaaft een studie-

voorbehoud ten aanzien van de rechtsgrondslag.

D. Stemprocedure van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels (voorstel tot wijziging van artikel 71, lid 2, van

Verordening nr. 883/2004):

Het voorstel beoogt artikel 71, lid 2, van Verordening nr. 883/2004 te wijzigen om de

stemprocedure van de Administratieve Commissie te verduidelijken in het licht van de

nieuwe ontwikkelingen ingevolge het Verdrag van Lissabon, met name

artikel 48 VWEU.

Naar aanleiding van het advies van de Juridische Dienst van de Raad (doc. 6143/11)

kunnen de meeste delegaties de voorgestelde wijziging aanvaarden. BG en MT

handhaven evenwel een inhoudelijk voorbehoud. NL handhaaft een studievoorbehoud.

Alle delegaties kunnen instemmen met de volgende verklaring voor de Raadsnotulen,

die is voorgesteld door de Italiaanse delegatie, en tijdens de vergadering van het Comité

van permanente vertegenwoordigers van 9 juni door de Britse delegatie is gewijzigd:

"De Raad is van oordeel dat er een consensus moet worden bereikt in de

Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, met

name voor maatregelen die de uniforme toepassing van het recht van de Europese Unie

moeten vergemakkelijken."

III. CO CLUSIE

Na de bespreking in het Comité van permanente vertegenwoordigers worden er ten aanzien

van artikel 65 bis nog steeds twee uiteenlopende standpunten ingenomen.

De Raad (Epsco) wordt verzocht in zijn zitting op 1 december 2011 op basis van het voorstel

van het voorzitterschap (doc. 17421/11 ADD 1) een algemene oriëntatie over de tekst van de

ontwerp-verordening vast te stellen.

_____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie