Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 - Algemene oriëntatie

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

 

RAAD VABrussel, 21 november 2011 (24.11)

(OR. en)

DE EUROPESE U IE

17043/11

Interinstitutioneel dossier: 2010/0380 (COD)

SOC 1007 CODEC 2067

VERSLAG

van:

de Groep sociale vraagstukken

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

nr. Comv.: 5063/11 SOC 7 CODEC 8

Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004

  • Algemene oriëntatie

I. I LEIDI G

Verordening (EG) nr. 987/2009 (de toepassingsverordening) aan te passen aan de

wijzigingen in de nationale socialezekerheidswetgeving van de lidstaten, en de

veranderingen in de sociale realiteit die van invloed zijn op de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels te blijven volgen, is op 20 december 2010 door de Commissie

ingediend. Het omvat voorts voorstellen van de Administratieve Commissie voor de

coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, om het acquis inzake sociale zekerheid te

verbeteren en te moderniseren, in overeenstemming met artikel 72, punt f), van

Verordening (EG) nr. 883/2004.

  • 2. 
    Het voorstel is gebaseerd op artikel 48 VWEU (gekwalificeerde meerderheid en gewone

wetgevingsprocedure).

  • 3. 
    Het Europees Parlement heeft nog geen standpunt in eerste lezing geformuleerd.
  • 4. 
    De voorgestelde handeling is van belang voor de Europese Economische Ruimte en

Zwitserland en moet derhalve ook voor de Europese Economische Ruimte en

Zwitserland gelden.

  • 5. 
    Op initiatief van het Hongaarse voorzitterschap is de Groep sociale vraagstukken in

januari 2011 met de bespreking van het voorstel begonnen. De Groep had een ruime

mate van overeenstemming bereikt over de tekst van de ontwerp-verordening (zie doc.

10641/11 ADD 1), zij het dat er nog een aantal voorbehouden bleef staan (zie doc.

10641/11). Op basis van het verslag van de Groep besloot het Comité van permanente

vertegenwoordigers om een voortgangsverslag (doc. 11077/11), vergezeld van het

algehele compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap, voor te leggen aan de

Raad (Epsco) van 17 juni.

  • 6. 
    Omdat spoed geboden is, heeft het Poolse voorzitterschap de besprekingen in de Groep

voortgezet op basis van de reeds door het Hongaarse voorzitterschap geboekte

resultaten, met het oog op vaststelling van een algemene oriëntatie in de zitting van de

Raad (Epsco) op 1 december 2011. Er is vooral aandacht besteed aan de voornaamste

knelpunten, zijnde de bijzondere bepalingen voor volledig werkloze zelfstandigen en

het gebruik van het criterium "thuisbasis" om te bepalen welke wetgeving van

toepassing is op luchtvaartbemanningsleden.

  • 7. 
    Het Poolse voorzitterschap heeft een vragenlijst rondgestuurd om de personele

werkingssfeer van de voorgestelde bepalingen inzake werkloosheidsuitkeringen

uitvoerig te analyseren (doc. 13343/11). De antwoorden van de delegaties

(doc. 13685/11) vormden het uitgangspunt voor het eerste tekstvoorstel van het

voorzitterschap (doc. 13690/11). Vervolgens werd getracht met compromisvoorstellen

en toelichtingen tegemoet te komen aan de bezwaren die de delegaties in de vijf

vergaderingen van de Groep sociale vraagstukken naar voren brachten (doc. 14394/11,

15809/11, 16008/11, 17013/1/11 REV 1, 14377/11, 16140/11, 16611/11).

  • 8. 
    Het Poolse voorzitterschap voerde ook intensief bilateraal overleg met een aantal

delegaties om deze te polsen omtrent een akkoord dat voor zo veel mogelijk delegaties

aanvaardbaar zou zijn.

  • 9. 
    De Groep heeft op 18 november 2011 een ruime mate van overeenstemming bereikt

over de op het algehele compromisvoorstel van het voorzitterschap gebaseerde tekst van

de ontwerp-verordening in doc. 17043/11 ADD 1; ten aanzien van die tekst bestaat nog

een aantal voorbehouden, die hierna worden toegelicht.

  • 9. 
    DK en SI handhaven een voorbehoud voor parlementaire behandeling.
  • 10. 
    De Commissie houdt haar standpunt, in afwachting van het standpunt in eerste lezing

van het Europees Parlement, nog in beraad, maar was over het algemeen positief over

de door het voorzitterschap voorgelegde tekst van de ontwerp-verordening.

  • 11. 
    Alle delegaties handhaven taalvoorbehouden zolang zij niet beschikken over de tekst in

hun eigen taal.

II. K ELPU TE

A. Bijzondere bepalingen voor volledig werkloze zelfstandigen (artikel 1, lid 8, van

het voorstel, tot invoeging van een nieuw artikel 65 bis in Verordening 883/2004:

  • a) 
    Doel van het Commissievoorstel:

Krachtens artikel 65 van Verordening (EG) nr. 883/2004 krijgen volledig werk-

lozen een werkloosheidsuitkering van de lidstaat van de woonplaats op grond van

de wetgeving van die lidstaat indien zij in die lidstaat woonden, zijn blijven

wonen of ernaar terugkeren.

Volgens deze bepalingen krijgen zelfstandigen die een werkloosheidsverzekering

hebben in een lidstaat die werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent, doch

in een lidstaat wonen die geen werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent,

geen werkloosheidsuitkering indíen zij volledig werkloos worden.

Geen toegang geven tot werkloosheidsuitkeringen zou een beperking van het recht

van vrij verkeer betekenen die in strijd is met de basisbeginselen van het sociale-

zekerheidsrecht en niet strookt met de jurisprudentie van het Europees Hof voor

de rechten van de mens.

In dit verband wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 65 van Verordening

883/2004 bepaald dat wanneer de lidstaat van de woonplaats geen werkloosheids-

verzekering voor zelfstandigen kent, de lidstaat waar de werkloze het laatst

werkzaamheden heeft verricht een werkloosheidsuitkering moet verstrekken,

terwijl de werkloze in de eerste plaats ingeschreven en beschikbaar moet zijn in de

lidstaat van de woonplaats.

De redenering achter dit wijzigingsvoorstel is dat aangezien werkloze

zelfstandigen de meeste kans hebben te re-integreren in de arbeidsmarkt van de

lidstaat van de woonplaats, vanwege hun nauwe banden aldaar, hun recht op

sociale uitkeringen niet mag worden ingeperkt, met name niet wanneer deze

uitkeringen de tegenprestatie vormen voor door hen betaalde bijdragen.

  • b) 
    Voorstel van het Poolse voorzitterschap

Op grond van antwoorden op de vragenlijst en de gevoerde besprekingen heeft

het voorzitterschap een algeheel compromisvoorstel opgesteld volgens hetwelk

artikel 65 bis alleen van toepassing zou zijn op werklozen die hun woonplaats

hebben in een lidstaat waarvan de wetgeving niet voorziet in gedwongen of

vrijwillige betaling van bijdragen voor de werkloosheidsverzekering door enige

categorie zelfstandigen.

Het voorzitterschap heeft in dit verband voorgesteld de formulering van

artikel 65 bis in de door het Hongaarse voorzitterschap voorgestelde versie

(doc. 11077/11 ADD 1) te wijzigen om te benadrukken dat die bepaling qua

werkingssfeer een zeer uitzonderlijk karakter heeft. Volgens het voorstel van het

voorzitterschap zou artikel 65 bis alleen van toepassing zijn wanneer

zelfstandigen in hun lidstaat van woonplaats in het geheel geen werkloosheids-

verzekering kunnen afsluiten, en de organen van die lidstaat bijgevolg geen

werkloosheidsuitkering kunnen toekennen aan eender welke werkloze - voorheen

zelfstandige - grensarbeider.

Het voorzitterschap lichtte toe met het voorstel te willen voorzien in regels op

basis van het in de basisverordening verankerde woonstaatbeginsel. De aldus

geformuleerde bepaling zou een uniforme uitlegging mogelijk maken, toepassing

door de organen vergemakkelijken en de burger transparantie bieden.

Het voorzitterschap beklemtoonde dat zijn compromisvoorstel rechtszekerheid

biedt, aangezien er in een gegeven situatie in een bepaalde lidstaat slechts één

regel geldt (hetzij de lidstaat waar het laatst werkzaamheden zijn verricht, hetzij

de lidstaat van de woonplaats is bevoegd voor het betalen van de werkloosheids-

uitkering).

Daarnaast heeft het voorzitterschap voorgesteld in artikel 87 bis, lid 2, een

evaluatiebepaling op te nemen.

  • c) 
    Standpunten van de delegaties

AT, BG, CZ, DE, DK, ES, HU, LU, LV, RO, SE en SK steunen het compromis-

voorstel van het voorzitterschap, vanwege de noodzaak een oplossing te vinden

voor de situatie van een kleine groep zelfstandigen die bijdragen voor de

werkloosheidsverzekering betalen maar geen werkloosheidsuitkering ontvangen

indíen zij volledig werkloos worden. Deze delegaties zijn van oordeel dat de

personen in kwestie het niet zonder sociale bescherming behoeven te stellen

wanneer zij hun recht op vrij verkeer uitoefenen.

Een andere groep delegaties (BE, CY, EL, EE, LT, SI en UK) heeft weliswaar

twijfels bij sommige aspecten van het voorstel van het voorzitterschap, vooral bij

het beperken van de werkingssfeer van artikel 65 bis tot grensarbeiders, maar is

niettemin bereid het voorstel van het voorzitterschap uit compromisbereidheid te

aanvaarden. LT en UK gaven uiting aan hun voorkeur voor alternatieve

voorstellen (zoals het compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap of de

voorstellen die in de loop van de besprekingen zijn ingediend door FR, IE, UK

en MT, maar toonden zich bereid de tekst van het voorzitterschap te aanvaarden

omdat die alternatieve voorstellen onvoldoende steun bleken te genieten. BE, CY,

EL en LT toonden zich bereid nadere wijzigingsvoorstellen van het voorzitter-

schap in overweging te nemen als daarmee een ruimere meerderheid van

delegaties voor een akkoord te winnen zou zijn.

FI trekt de behoefte aan artikel 65 bis om principiële redenen in twijfel en

handhaaft een studievoorbehoud bij de algehele compromistekst van

het voorzitterschap.

FR, IE, IT, MT, NL en PT onderkennen dat er behoefte is aan een oplossing voor

de betrokken categorie zelfstandigen, maar kunnen niet instemmen met het

voorstel van het voorzitterschap, dat huns inziens verder gaat dan coördinatie en

niet strookt met de algemene voorschriften van Verordening 883/2004. Zij geven

daarom de voorkeur aan een andere aanpak.

In de loop van de besprekingen zijn door IE, UK, FR en MT voorstellen

ingediend. Daarbij werd uitgegaan van een zogenoemde sectorale benadering,

namelijk dat de lidstaat van de woonplaats alleen verplicht zou zijn een

werkloosheidsuitkering te betalen aan die categorieën zelfstandige grensarbeiders

die onder zijn stelsel inzake werkloosheidsuitkeringen zouden zijn gevallen.

Die sectorale benadering was onaanvaardbaar voor AT, CZ, DE, DK, EE, ES, FI,

LU, RO, SE en SI, omdat hierdoor in een bepaalde lidstaat twee regels zouden

gelden (de lidstaat waar het laatst werkzaamheden zijn verricht of de lidstaat van

de woonplaats is bevoegd), afhankelijk van de zelfstandigencategorie waartoe de

werkloze in een andere lidstaat zou behoren. Die oplossing zou een zekere mate

van rechtsonzekerheid met zich meebrengen, vooral in die zin dat de burger

problemen zou ondervinden bij het beoordelen of hij als zelfstandige onder een

van de categorieën valt die in de lidstaat van zijn woonplaats voor een werkloos-

heidsuitkering in aanmerking komen, bij gebreke van gemeenschappelijke, in alle

lidstaten toepasselijke categorieën beroepen. Bovendien zijn er in bepaalde

lidstaten zeer beperkte stelsels inzake werkloosheidsuitkeringen voor zelf-

standigen, die niet op het door de betrokkene uitgeoefende beroep maar op andere

factoren berusten.

De Commissie beklemtoont dat artikel 65 bis beoogt te voorkomen dat een

zelfstandige die in de lidstaat waar hij het laatst werkzaamheden heeft verricht

onder de werkloosheidsverzekering viel, in de lidstaat van zijn woonplaats geen

enkel recht op een werkloosheidsuitkering kan laten gelden, en voor die situatie

een oplossing te vinden die strookt met artikel 48 VWEU en met de jurisprudentie

van het Europees Hof voor de rechten van de mens. Zij onderstreept dat de

uiteindelijke oplossing tegemoet moet komen aan het met het hoofdstuk werkloos-

heidsuitkeringen nagestreefde doel, namelijk werklozen in de arbeidsmarkt te re-

integreren en te garanderen dat werkloze zelfstandigen de uitkering waar zij recht

op hebben, tot het einde van het tijdvak waarvoor het recht geldt, kunnen

ontvangen. De Commissie herinnerde aan de verklaring waarin zij wijst op de

noodzaak de lacune in de socialezekerheidsbescherming voor de bewuste groep

personen te dichten (doc. 15898/11).

B. Gebruik van het "thuisbasis"-criterium voor het bepalen van de wetgeving die

toepasselijk is op bemanningsleden van luchtvaartuigen (artikel 2, punt 3, van het

voorstel, dat ertoe strekt aan artikel 14 van Verordening nr. 987/2009 een nieuw

lid 5 bis toe te voegen)

  • a) 
    Doel van het Commissievoorstel:

Doel van het wijzigingsvoorstel is het begrip "zetel of domicilie" als "thuisbasis"

voor het vliegend personeel te verduidelijken. Het begrip "thuisbasis" wordt

gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 3922/91 inzake de harmonisatie van

technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de

burgerluchtvaart. De thuisbasis is de plaats van waaruit het bemanningslid van

luchtvaartuigen ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst gewoonlijk zijn arbeid

verricht. Naar de mening van de Commissie sluit dit begrip nauwer aan bij de

eigenlijke werkplek van de betrokkene en is het geschikter om te bepalen welke

wetgeving van toepassing is dan "de zetel of het domicilie" van de werkgever of

de onderneming.

  • b) 
    Voorstel van het voorzitterschap betreffende de "thuisbasis"

Het compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap strekte ertoe aan

artikel 11 van Verordening 987/2009 een nieuw lid 5 toe te voegen waarin als

hoofdregel geldt dat werkzaamheden van bemanningsleden van luchtvaartuigen

worden beschouwd als werkzaamheden verricht in de lidstaat waar de "thuisbasis"

in de zin van bijlage III van Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad

gevestigd is. In uitzonderlijke gevallen, waar er sprake is van twee of meer

thuisbases, kunnen de regels van artikel 13 van overeenkomstige toepassing zijn,

in combinatie met een verduidelijking in de vorm van een nieuw lid 5 bis in

artikel 14 van Verordening 987/2009, inhoudende dat voor de toepassing van

artikel 13, lid 1, voor bemanningsleden van luchtvaartuigen onder "zetel of

domicilie" de thuisbasis wordt verstaan. Ook zou als overweging 18 ter in

Verordening 883/2004 een nieuwe overweging worden ingevoegd, waarin deze

wijziging wordt gemotiveerd.

Op basis van een voorstel van de Franse delegatie heeft het Poolse voorzitterschap

voorgesteld om in artikel 14, lid 5 bis, als weergegeven in doc. 11077/11 ADD 1,

de tweede alinea te vervangen om de onderlinge coherentie te verzekeren van de

bepalingen betreffende bemanningsleden van luchtvaartuigen in artikel 11, lid 5,

van de basisverordening en in artikel 14, lid 5 bis, van de toepassingsverordening.

Doel is alle luchtvaartpersoneel op passende wijze in de werkingssfeer te

betrekken. Voorts is naar aanleiding van de besprekingen de definitie van

"thuisbasis" in overweging 18 ter opgenomen.

Een overgrote meerderheid van delegaties kan het voorstel van het voorzitterschap

aanvaarden.

IE handhaaft een inhoudelijk voorbehoud bij het voorstel van het voorzitterschap

en FR een voorstel voor nadere bestudering bij de flankerende overweging 18 ter.

IE is tegen het aanwenden van de "thuisbasis" als criterium om te bepalen welke

wetgeving op de bemanningsleden van luchtvaartuigen van toepassing is. Volgens

IE is dat criterium strijdig met de belangen van luchtvaartpersoneel, aangezien

telkens een andere wetgeving van toepassing zou zijn, wat tot een sterk ver-

snipperd premieverleden zou leiden en dus de zaken zou bemoeilijken wanneer

iemand aanspraak maakt op een uitkering. Volgens deze delegatie zou de

invoering van het begrip "thuisbasis" werkgevers voor meer administratieve

rompslomp en hogere kosten plaatsen.

FR handhaaft een studievoorbehoud bij de flankerende overweging 18 ter;

volgens deze delegatie zou een andere definitie van het begrip "thuisbasis", terwijl

het begrip in Verordening 883/2004 ongewijzigd blijft, een verordening tot

wijziging van die laatste verordening vergen. Dat zou nadelig zijn voor de

bemanningsleden en de betrokken organen, en de zaken ingewikkelder maken.

C. Rechtsgrondslag

De voorgestelde rechtsgrondslag is artikel 48 VWEU, op grond waarvan de Raad

maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid kan vaststellen die noodzakelijk zijn

voor de totstandkoming van het vrije verkeer van al dan niet in loondienst werkzame

personen.

NL handhaaft een inhoudelijk voorbehoud; deze delegatie is van mening dat er nog een

binnen de personele werkingssfeer van Verordening 883/2004 vallende categorie

personen overblijft die niet onder artikel 48 VWEU valt en dat het daarom noodzakelijk

zou kunnen zijn artikel 21, lid 3, VWEU, als rechtsgrondslag in te roepen.

D. Stemprocedure van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels (voorstel tot wijziging van artikel 71, lid 2, van

Verordening 883/2004):

Het voorstel beoogt artikel 71, lid 2, van Verordening 883/2004 te wijzigen om de

stemprocedure van de Administratieve Commissie te verduidelijken in het licht van de

nieuwe ontwikkelingen ingevolge het Verdrag van Lissabon, met name artikel 48

VWEU.

Naar aanleiding van het advies van de Juridische dienst van de Raad (doc. 6143/11)

kunnen de meeste delegaties de voorgestelde wijziging aanvaarden. BG en MT

handhaven evenwel een inhoudelijk voorbehoud. IE en NL handhaven een studie-

voorbehoud.

Verreweg de meeste delegaties kunnen instemmen met de volgende verklaring voor de

Raadsnotulen, die is voorgesteld door de Italiaanse delegatie, en tijdens de vergadering

van het Comité van permanente vertegenwoordigers van 9 juni door de Britse delegatie

is gewijzigd:

"De Raad is van oordeel dat er een consensus moet worden bereikt in de Administra-

tieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, met name voor

maatregelen die de uniforme toepassing van het recht van de Europese Unie moeten

vergemakkelijken. "

IE handhaaft een studievoorbehoud.

III. CO CLUSIE

Het Comité van permanente vertegenwoordigers wordt verzocht zich op de resterende

vraagstukken te beraden, zodat de Raad (Epsco) in zijn zitting op 1 december 2011 tot een

algemene oriëntatie over de tekst van deze ontwerp-verordening kan komen.

_____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie