Europeaan van de week: Alexander Rinnooy Kan

Alexander Rinnooy Kan

In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal Economische Raad.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Wat deed u hiervoor?

In 2006 werd ik voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). Daarvoor was ik onder meer lid van de raad van bestuur van bank/verzekeraar ING en voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW.

2.

Wat is uw betrokkenheid bij de Europese Unie?

Ik voel mij Nederlander en Europaan. Ik ben lid van de naoorlogse generatie die de totstandkoming van de Europese Unie bewust heeft meegemaakt. De Europese Unie vind ik een van onze voornaamste verworvenheden. Mijn generatie voelt in dat opzicht een uitgesproken idealisme, iets wat ik bij de jongere generatie niet vaak tegenkom.

De Europese Unie is niet alleen in economisch opzicht een gemeenschap. We delen in Europa ook gemeenschappelijke normen en waarden. Europa is voor mij een bron van inspiratie.

3.

In welke opzichten is de Europese Unie van belang voor de Sociaal-Economische Raad?

De SER heeft onlangs een brief naar het kabinet gestuurd waarin we benadrukken dat duurzame groei en werkgelegenheid alleen door Europese samenwerking zijn veilig te stellen. Dat kan niet zonder verbeterde concurrentiekracht en versterkt innovatievermogen van alle landen van Europa. Daarom ondersteunt de SER het beleid om de zwakke Europese landen – onder strenge voorwaarden – te helpen er weer bovenop te komen. Doortastende Europese politieke besluitvorming kan niet langer op zich laten wachten. De economie is inmiddels stilgevallen, het vertrouwen van consumenten en ondernemers is gezonken naar diepterecords. Elke dag dat daadkrachtige politieke besluitvorming uitblijft brengt verdere schade toe aan de echte economie van ondernemers en werknemers. Wij dragen verantwoordelijkheid voor het welvaren van ondernemend en werkend Nederland, maar het is bij uitstek het politieke leiderschap van Europa dat de sleutel voor de oplossingen in handen heeft. De tijd werkt nu eens niet in ons voordeel.

Europa moet economisch sterk én sociaal zijn: om de uitdagingen van de snel veranderende wereldeconomie aan te kunnen en om haar inwoners te beschermen tegen grillen van de internationale kapitaalmarkten. De sociale dimensie van Europa moet en kan gelijktijdig met de economische dimensie worden versterkt. Versterking van de concurrentiekracht zal gepaard moeten gaan met blijvend evenwichtige sociale grond- en werknemersrechten.

4.

Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?

De huidige eurocrisis laten we hopelijk gauw achter ons. Ik hoop dat we de ontwikkeling doorzetten in de richting van de Europese Unie die welvaart en veiligheid bevordert en haar rol in de wereld met overtuiging speelt.

5.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?

Europa zal misschien nog iets groter zijn dan nu. Inwoners van Europa voelen zich nauwer betrokken bij Europa. Naast Nederlander, Belg, Duitser enzovoorts, voelen zij zich deel van een groter geheel. Europa is meer geïntegreerd en welvarender dan nu. Er is een gemeenschappelijke kennisruimte gecreëerd. Ook is er meer samenwerking, bijvoorbeeld in het energiebeleid, buitenlands beleid en defensie. Europa is over 25 jaar een grote, economische eenheid die haar kracht ook ontleent aan blijvende diversiteit.

6.

Wat ziet u als de grootste bedreiging?

Het laten domineren van korte termijn nationale eigenbelangen is een groot gevaar voor de Europese Unie. Ook vind ik het heel zorgwekkend als Europa als instituut (‘Brussel’) zich vervreemdt van Europese burgers. Het overbruggen van die kloof beschouw ik als een grote uitdaging voor de Europese Unie en haar lidstaten.

7.

Meer informatie

8.

Eerdere Europeanen van de week