Europeaan van de week: Roel Robbertsen

Robbertsen, R.C.

In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Roel Robbertsen, commissaris van de Koningin in Utrecht.

Wat deed u hiervoor?

Voordat ik commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht werd, was ik burgemeester van de gemeente Ede (2002-2007), gedeputeerde (1995-2002) en Statenlid (1991-2002) voor de provincie Utrecht. Daarvoor was ik raadslid, wethouder en loco-burgemeester in Renswoude (1978-1991). Tot 2002 had ik daarnaast een agrarisch bedrijf.

Vindt u dat de Nederlandse provincies voldoende inbreng hebben op de vorming van beleid in Brussel?

Ja en nee. Om Europees beleid te beïnvloeden moeten de provincies in Brussel en Den Haag zijn. De Europese Commissie staat open voor input vanuit de regio's op haar initiatieven, maar de stroom aan informatie die de Commissie krijgt is soms gigantisch. We moeten daarom goed samenwerken om in Brussel gehoord te worden. Dat doen de provincies gelukkig steeds beter.

In Den Haag is het beeld verschillend. Het ene ministerie staat open voor onze inbreng op Europese dossiers, het andere wat minder. Zelf ben ik betrokken bij de uitvoering van het EFRO-programma Kansen voor West (2007-2013). Ik constateer tot mijn tevredenheid dat er nauw met betrokken ministeries als Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt samengewerkt aan de nieuwe structuurfondsenprogramma's voor de periode 2014-2020.

In welk opzicht is de Europese Unie van belang voor de Nederlandse provincies?

Europa biedt de provincies kansen en verplichtingen. Veel nationale wetgeving op voor de provincies belangrijke beleidsvelden vindt zijn oorsprong in Brussel. Bijvoorbeeld op het gebied van milieu, water, natuur en plattelandsontwikkeling. Die wetgeving moeten de provincies omzetten in provinciaal beleid en handhaven.

Maar de EU biedt door fondsen mooie kansen voor de provincies om hun eigen regio te versterken. Zo wordt met EU-geld geïnvesteerd in een science park en een incubatorcenter op de Uithof in Utrecht. Hiermee wordt kennisvalorisatie in Utrecht versterkt, wat uiteindelijk tot meer ondernemerschap in de regio leidt. Met hulp van Europa bevorderen we dus innovatie en ondernemerschap in de eigen regio.

Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?

Als voorzitter van het EFRO-programma Kansen voor West hoop ik dat we na 2013 met dit programma kunnen doorgaan. Ik hoop daarom weer structuurfondsen voor de regio binnen te halen. Ook werken wij als provincie samen met de gemeente Utrecht om in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa te worden. Het besluit hierover vindt overigens plaats in 2013, dus het worden spannende jaren.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?

Ik denk dat de regio’s alleen maar belangrijker worden voor Europa. Ik geloof niet dat uiteindelijk de landsgrenzen vervagen en we echt een Europa van de regio’s krijgen, maar het belang van de regio zal wel toenemen. En dat is goed. Utrecht is onlangs uitgeroepen tot meest concurrerende regio van Europa. Dat betekent overigens niet dat we alleen maar moeten concurreren in Europa. Via de Europese structuurfondsen werken we ook samen met andere regio’s. Dat helpt Utrecht èn Europa vooruit.

Wat ziet u als grootste bedreiging?

De huidige teneur is: Europa is te groot en te machtig. De schuld van de economische crisis wordt grotendeels in de schoenen geschoven van Europa. Ten onrechte. In een geglobaliseerde wereld moeten landen wel samenwerken en bovendien staan we in de wereld ook echt veel sterker als één Europa. Het is tegenwoordig modieuzer om je af te zetten tegen Europa dan om de voordelen te benoemen. Met als gevolg dat we misschien afbreken wat we in al die jaren hebben opgebouwd.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week