Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Tekst

RAAD VAN Brussel, 18 oktober 2011 (19.10)

DE EUROPESE UNIE (OR. en)

15426/11

Interinstitutioneel dossier: 2011/0288 (COD)

AGRI 684 AGRISTR 58 AGRIORG 181 AGRIFIN 92 CODEC 1666

VOORSTEL

van: de Europese Commissie

d.d.: 17 oktober 2011

Nr. Comdoc.: COM(2011) 628 definitief

Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het

gemeenschappelijk landbouwbeleid

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi

AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, is toegezonden.

Bijlage: COM(2011) 628 definitief

15426/11 vv

DG B II NL

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 12.10.2011 COM(2011) 628 definitief

2011/0288 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk

landbouwbeleid

{SEC(2011) 1153}

{SEC(2011) 1154}

NL NL

TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

In haar voorstel inzake het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 1 zet de

Commissie het begrotingskader en de voornaamste leidraden voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) uiteen. Op basis daarvan komt zij met een reeks verordeningen tot vaststelling van het wetgevingskader voor het GLB voor de periode 2014-2020, en met een beoordeling van de effecten van alternatieve scenario's voor de ontwikkeling van het beleid.

De huidige hervormingsvoorstellen zijn gebaseerd op de mededeling over het GLB tot 2020 2 .

Daarin geeft Commissie aan welke globale beleidsopties een antwoord moeten bieden op de uitdagingen waarmee de landbouw en de plattelandsgebieden zullen worden geconfronteerd, en moeten leiden tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het GLB, namelijk 1) een rendabele voedselproductie, 2) een duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie, en 3) een evenwichtige territoriale ontwikkeling. Zowel tijdens de

interinstitutionele besprekingen 3 als gedurende het overleg met de belanghebbende partijen in

het kader van de effectbeoordeling bleek een breed draagvlak te bestaan voor de leidraden in de mededeling die richting moeten geven aan de hervorming.

Gedurende het proces bleken alle partijen het erover eens te zijn dat het efficiënte gebruik van de hulpbronnen moet worden bevorderd om, overeenkomstig de Europa 2020-strategie, te komen tot een slimme, duurzame en inclusieve groei van de landbouw en de plattelandsgebieden in de EU, en bleken zij tevens de mening te delen dat hiervoor moet worden uitgegaan van de bestaande structurering van het GLB rond twee pijlers die aan de hand van op elkaar aansluitende instrumenten dezelfde doelstellingen nastreven. De eerste pijler omvat enerzijds de rechtstreekse betalingen en de marktmaatregelen die de landbouwers in de EU moeten verzekeren van een jaarlijks basisbedrag ter ondersteuning van hun inkomen, en anderzijds de steun bij specifieke marktverstoringen. De tweede pijler heeft betrekking op maatregelen voor plattelandsontwikkeling in het kader waarvan de lidstaten met inachtneming van een gemeenschappelijk kader meerjarenprogramma's opstellen en

cofinancieren 4 .

De opeenvolgende hervormingen van het GLB hebben ertoe geleid dat de producenten van inkomenssteun worden voorzien en de landbouw tegelijkertijd marktgerichter is geworden, dat de milieuvereisten beter in het beleid zijn geïntegreerd en dat meer steun wordt verleend voor plattelandsontwikkeling als geïntegreerd beleidsinstrument voor de ontwikkeling van

1 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en

Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Een begroting voor Europa 2020" , COM(2011) 500 definitief van 29.6.2011.

2 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en

Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten" , COM(2010)

672 definitief van 18.11.2010.

3 Zie met name de resolutie van het Europees Parlement van 23 juni 2011, 2011/2015(INI) en de

conclusies van de voorzitterschap van 18.3.2011.

4 Het huidige wetgevingskader bestaat uit Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (rechtstreekse

betalingen), Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (marktinstrumenten), Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (plattelandsontwikkeling) en Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad

(financiering).

plattelandsgebieden in de hele EU. Naar aanleiding van hetzelfde hervormingsproces gaan echter steeds meer stemmen voor een betere verdeling van de steun over en binnen de lidstaten en voor doelgerichtere maatregelen voor het aanpakken van milieuproblemen en van de marktvolatiliteit.

De hervormingen uit het verleden hadden vooral tot doel te reageren op endogene problemen gaande van enorme overschotten tot voedselveiligheidscrises, en hebben hun nut voor de EU, zowel op intern als op internationaal niveau, zeker bewezen. Dit neemt echter niet weg dat het merendeel van de uitdagingen die zich nu voordoen, wordt veroorzaakt door factoren die buiten de landbouw liggen en dus een breder opgezette beleidsaanpak vergen.

Het inkomen van landbouwers zal naar verwachting onder druk blijven staan als gevolg van het toenemende aantal risico's, de afnemende productiviteit en de krappere marges als gevolg van de duurder wordende productiemiddelen. Daarom is het noodzakelijk de inkomenssteun te handhaven en de instrumenten te verbeteren om de risico's beter te kunnen beheren en het hoofd te kunnen bieden aan crisissituaties. Het is voor de levensmiddelensector en de mondiale voedselzekerheid van vitaal belang dat de landbouwsector stevig op zijn poten staat.

Tegelijkertijd wordt van de landbouwsector en van de plattelandsgebieden verwacht dat zij zich harder inspannen om de in de Europa 2020-agenda ingebedde ambitieuze klimaat- en energiedoelstellingen en biodiversiteitstrategie waar te maken. De landbouwers – samen met de bosbouwers de voornaamste grondbeheerders – zullen steun nodig hebben bij het invoeren en in stand houden van landbouwsystemen en -praktijken die met name bijdragen tot de verwezenlijking van doelstellingen op het gebied van milieu en klimaat. Marktprijzen alleen volstaan namelijk niet om hen ertoe aan te zetten dergelijke collectieve goederen te leveren. Om de inclusieve groei en cohesie te bevorderen, is het tevens van essentieel belang de diverse mogelijkheden die inherent zijn aan de plattelandsgebieden, optimaal te benutten.

Het toekomstige GLB wordt dus geen beleid dat uitsluitend is afgestemd op een klein, weliswaar wezenlijk, segment van de economie van de Unie, maar wél een beleid van strategisch belang voor de voedselzekerheid en het ecologische en territoriale evenwicht. Precies hierin ligt de toegevoegde waarde van een echt gemeenschappelijk EU-beleid. Met een dergelijk beleid worden de beperkte begrotingsmiddelen immers zo efficiënt mogelijk gebruikt wanneer het erop aankomt in de hele EU een duurzame landbouw te handhaven, grensoverschrijdende problemen zoals de klimaatverandering aan te pakken, de solidariteit tussen de lidstaten te verstevigen en tegelijkertijd voldoende flexibiliteit bij de beleidstenuitvoerlegging in te bouwen om tegemoet te komen aan lokale behoeften.

Overeenkomstig het raamwerk in het voorstel voor een meerjarig financieel kader moet het GLB zijn tweepijlerstructuur behouden, met dien verstande dat de nominale begroting voor elke pijler op het niveau van 2013 blijft en duidelijk de nadruk wordt gelegd op de verwezenlijking van de essentiële EU-prioriteiten. De toewijzing van 30 % van de rechtstreekse betalingen voor verplichte maatregelen ten bate van klimaat en milieu, moet de duurzame productie stimuleren. De betalingsniveaus moeten geleidelijk naar elkaar toegroeien en de betalingen aan grote begunstigden moeten progressief worden afgetopt. Plattelandsontwikkeling moet samen met andere EU-fondsen die gedeeld worden beheerd, worden opgenomen in een gemeenschappelijk strategisch kader dat sterker op resultaten is gericht en slechts in werking treedt wanneer vooraf aan duidelijkere en verbeterde voorwaarden is voldaan. Tot slot moet de GLB-financiering voor marktmaatregelen worden versterkt met twee instrumenten die buiten het meerjarig financieel kader vallen: 1) een noodreserve voor crisissituaties, en 2) een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, met een ruimere werkingssfeer.

De voornaamste componenten van het wetgevingskader van het GLB voor de periode 2014- 2020 zijn vastgesteld in de volgende verordeningen:

– Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (verordening rechtstreekse betalingen);

– Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten ("Integrale GMO verordening");

– Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (verordening plattelandsontwikkeling);

– Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (horizontale verordening);

– Voorstel voor een verordening van de Raad houdende maatregelen tot vaststelling van bepaalde soorten steun en restituties betreffende de gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten;

– Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, wat de toepassing van de regeling rechtstreekse betalingen op landbouwers voor 2013 betreft;

– Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007, wat de bedrijfstoeslagregeling en de steunregeling voor wijnbouwers betreft.

De verordening plattelandsontwikkeling is gebaseerd op het op 6 oktober 2011 door de Commissie ingediende voorstel tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor

alle fondsen die onder een gemeenschappelijk strategisch kader vallen 5 . Bovendien zal een

verordening inzake de verstrekking van levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden in de Unie worden voorgesteld; de financiering voor deze regeling wordt van nu af aan onder een andere post van het meerjarig financieel kader ondergebracht. Voorts wordt momenteel in het licht van de bezwaren van het Hof van Justitie van de Europese Unie gewerkt aan nieuwe voorschriften voor het bekendmaken van informatie over begunstigden. Met name wordt nagegaan hoe het recht van de begunstigden op bescherming van hun persoonsgegevens het best kan worden verzoend met het beginsel van de transparantie.

5 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke

bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, die onder het gemeenschappelijk strategisch kader vallen, en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het

Cohesiefonds, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006, COM(2011) 615 van 6.10.2011.

2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Op basis van een evaluatie van het huidige beleidskader en een analyse van de toekomstige uitdagingen en behoeften, wordt in de effectbeoordeling de impact van drie alternatieve scenario's beoordeeld en vergeleken. Dit is het resultaat van een lang proces dat in april 2010 van start is gegaan onder leiding van een uit vertegenwoordigers van verschillende diensten samengestelde groep die uitvoerige kwantitatieve en kwalitatieve analyses heeft onderzocht en onder meer een basissituatie heeft samengesteld in de vorm van middellangetermijnprojecties voor de landbouwmarkten en de landbouwinkomens tot 2020, en een modellering heeft opgesteld van de impact van de verschillende beleidsscenario's op de economische variabelen van de sector.

De drie scenario's die in de effectbeoordeling zijn uitgewerkt, worden hieronder toegelicht. 1) Een aanpassingsscenario: het huidige beleidskader wordt voortgezet, met weliswaar een aantal correcties van de voornaamste tekortkomingen, zoals de verdeling van de rechtstreekse betalingen. 2) Een integratiescenario: het beleid wordt ingrijpend gewijzigd door de rechtstreekse betalingen doelgerichter en "groener" te maken, door het plattelandsontwikkelingsbeleid strategischer toe te passen en beter te coördineren met andere beleidsgebieden van de EU en door de rechtsgrondslag te verruimen met het oog op meer samenwerking tussen de producenten. 3) Een heroriënteringsscenario: het beleid wordt uitsluitend op het milieu gericht en de rechtstreekse betalingen worden geleidelijk uitgefaseerd aangezien ervan wordt uitgegaan dat de productiecapaciteit ook zonder steun op peil blijft en dat de sociaaleconomische behoeften van de plattelandsgebieden in het kader van andere beleidsgebieden kunnen worden ingevuld.

De drie scenario's zijn opgesteld tegen de achtergrond van de economische crisis en de druk op de overheidsfinanciën (waarop de EU heeft gereageerd met de Europa 2020-strategie en het voorstel voor het meerjarig financieel kader) en kennen elk een ander gewicht toe aan de drie beleidsdoelstellingen van het toekomstige GLB dat tot doel heeft een concurrerende en duurzame landbouw in vitale plattelandsgebieden tot stand te brengen. Met het oog op een betere afstemming op de Europa 2020-strategie, met name wat het efficiënte gebruik van hulpbronnen betreft, wordt het van steeds essentiëler belang de productiviteit van de landbouw te verbeteren via onderzoek, kennisoverdracht en het stimuleren van samenwerking en innovatie (onder meer in het kader van het Europese partnerschap voor innovatie “Productiviteit en duurzaamheid van de landbouw”). Hoewel het GLB het handelsverstorende beleidskader inmiddels achter zich heeft gelaten, wordt verwacht dat de landbouwsector in de EU verder onder druk zal komen staan van de liberalisering, met name in het kader van de ontwikkelingsagenda van Doha en de vrijhandelsovereenkomst met de Mercosur.

Bij het opstellen van de drie beleidsscenario's is rekening gehouden met de voorkeuren die naar voren zijn gekomen tijdens het overleg in het kader van de effectbeoordeling. De belanghebbende partijen konden van 23.11.2010 tot 25.1.2011 hun bijdragen indienen en op 12.1.2011 is een bijeenkomst van een adviescomité gehouden. De voornaamste punten

worden hieronder samengevat 6 .

NL 5 NL

– De belanghebbende partijen zijn het er grotendeels over eens dat een sterk, op twee pijlers gebaseerd GLB nodig is om de uitdagingen (voedselzekerheid, duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en territoriale ontwikkeling) aan te gaan.

– De meeste respondenten vinden dat het GLB een rol moet spelen bij het stabiliseren van markten en prijzen.

– De belanghebbende partijen hebben uiteenlopende meningen over de gerichtheid van de steun (met name de herverdeling van de rechtstreekse betalingen en het aftoppen van de betalingen).

– Men is het erover eens dat beide pijlers in belangrijke mate kunnen bijdragen tot het intensiveren van klimaatgerelateerde maatregelen en van de milieuprestatie ten bate van de samenleving in de EU. Het brede publiek pleit ervoor dat de betalingen in het kader van de eerste pijler doelgerichter worden gebruikt; veel landbouwers vinden dat dat nu al gebeurt.

– De respondenten willen dat alle delen van de EU, ook de probleemgebieden, delen in de toekomstige groei en ontwikkeling.

– Een groot aantal respondenten legt de nadruk op de integratie van het GLB en andere beleidsgebieden, zoals milieu, gezondheid, handel en ontwikkeling.

– Het GLB kan in overeenstemming met de Europa 2020-strategie worden gebracht aan de hand van innovatie, ontwikkeling van concurrerende ondernemingen en de levering van collectieve goederen aan de EU-burger.

De vergelijking van de drie alternatieve beleidsscenario's in het kader van de effectbeoordeling heeft de volgende resultaten opgeleverd.

Het heroriënteringsscenario zou leiden tot een versnelde structurele aanpassing in de landbouwsector dankzij een verschuiving van de productie naar de meest kostenefficiënte gebieden en rendabele sectoren. Met dit scenario zouden aanzienlijk meer financiële middelen naar milieu gaan, maar zou de sector aan de andere kant worden blootgesteld aan grotere risico's omdat er maar beperkte ruimte bestaat voor interventie op de markt. Bovendien zou zowel de samenleving als het milieu zware klappen krijgen, aangezien de minst concurrerende gebieden hun inkomens en natuurlijke omgeving danig achteruit zouden zien gaan omdat het hefboomeffect van de combinatie rechtstreekse betalingen - randvoorwaarden verloren zou gaan.

Aan de andere kant van het spectrum zou het aanpassingsscenario de beste kansen op continuïteit van het beleid bieden, plus de mogelijkheid om weliswaar beperkte, maar tastbare verbeteringen in te voeren op het gebied van concurrentievermogen en milieuprestatie. Er bestaan echter ernstige twijfels over de vraag of dit scenario een adequaat antwoord kan bieden op de belangrijke klimaat- en milieuproblemen van de toekomst die mee zullen bepalen of de duurzaamheid van de landbouw op lange termijn kan worden gewaarborgd.

Met het integratiescenario – en de daarmee gepaard gaande doelgerichtere en "groenere" rechtstreekse betalingen – worden nieuwe paden ingeslagen. Volgens de analyse is "vergroening" tegen een redelijke kostprijs voor de landbouwers een haalbare kaart. Nadeel is evenwel dat dit onvermijdelijk een grotere administratieve belasting met zich zal brengen. Ook is het mogelijk de plattelandsontwikkeling een nieuw elan te geven op voorwaarde dat de lidstaten en de regio's de nieuwe mogelijkheden efficiënt benutten en het gemeenschappelijk strategisch kader (met daarin ook de andere EU-fondsen) de synergie met de eerste pijler niet tenietdoet en de kenmerkende sterke punten van de plattelandsontwikkeling niet verzwakt. Als men erin slaagt het juiste evenwicht te bereiken, zou langetermijnduurzaamheid van de landbouw en de plattelandgebieden het meest gebaat zijn bij dit scenario.

Op basis van het voorgaande wordt in de effectbeoordeling geconcludeerd dat het integratiescenario er op de meest evenwichtige manier in slaagt het GLB geleidelijk af te stemmen op de strategische doelstellingen van de EU. Hetzelfde evenwicht is trouwens terug te vinden bij de tenuitvoerlegging van de verschillende componenten in de wetgevingsvoorstellen. Eveneens van essentieel belang is dat een evaluatiekader wordt ontwikkeld om de prestatie van het GLB te meten aan de hand van een gemeenschappelijke reeks aan beleidsdoelstellingen gekoppelde indicatoren.

Vereenvoudiging was een belangrijke bekommernis in het hele proces en moet op diverse manieren haar beslag krijgen, bijvoorbeeld bij het stroomlijnen van de randvoorwaarden en van de marktinstrumenten en bij het ontwerpen van de regeling voor kleine landbouwers. Bovendien moet het "vergroenen" van de rechtstreekse betalingen zo worden vormgegeven dat de administratieve belasting, onder meer op het gebied van controlekosten, tot een minimum wordt beperkt.

3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Voorgesteld wordt de bestaande tweepijlerstructuur van het GLB te handhaven, met verplichte algemeen toepasselijke jaarlijkse maatregelen onder de eerste pijler, aangevuld met optionele, beter op de specifieke nationale en de regionale kenmerken toegesneden maatregelen in het kader van de meerjarige programmeringsaanpak onder de tweede pijler. Met de nieuwe vormgeving van de rechtstreekse betalingen wordt beoogd de synergieën met de tweede pijler beter te benutten en de tweede pijler onder te brengen in een gemeenschappelijk strategisch kader dat een betere coördinatie mogelijk maakt met andere EU-fondsen die gedeeld worden beheerd.

Op deze basis wordt de bestaande structuur van de vier basisrechtsinstrumenten behouden, weliswaar met dien verstande dat de werkingssfeer van de financieringsverordening wordt uitgebreid om de gemeenschappelijke bepalingen te bundelen in wat nu de horizontale verordening wordt genoemd.

De voorstellen zijn in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Het GLB is een echt gemeenschappelijk beleid. De bevoegdheid ervoor wordt gedeeld tussen de EU en de lidstaten. Het beleid wordt op EU-niveau aangestuurd met als doel een duurzame en diverse landbouw in de hele EU te handhaven en in het kader daarvan belangrijke grensoverschrijdende problemen zoals de klimaatverandering aan te pakken en de solidariteit tussen de lidstaten te verstevigen. Gezien het belang van de toekomstige uitdagingen (voedselzekerheid, milieu en territoriaal evenwicht) blijft het GLB een beleid dat van strategisch belang is, wil men ervoor zorgen dat de beleidsuitdagingen op de meest doeltreffende manier worden benaderd en de begrotingsmiddelen op de meest efficiënte manier worden gebruikt. Bovendien wordt voorgesteld de bestaande onderverdeling van de instrumenten in twee pijlers te behouden. Dit biedt de lidstaten meer ruimte voor het vinden van op hun specifieke lokale omstandigheden toegesneden oplossingen en voor het cofinancieren van de tweede pijler. Het nieuwe partnerschap voor innovatie en de toolkit voor risicobeheer worden eveneens onder de tweede pijler ondergebracht. Tegelijkertijd wordt het beleid beter afgestemd op de Europa 2020-strategie (inclusief een gemeenschappelijk kader waaronder ook de andere EU-fondsen zullen vallen) en wordt een aantal verbeteringen en vereenvoudigingen ingevoerd. Tot slot blijkt uit de in het kader van de effectbeoordeling verrichte analyse duidelijk dat niet-optreden kosten met zich zou brengen in de vorm van negatieve economische, ecologische en sociale gevolgen.

De horizontale verordening bevat naast financieringsbepalingen voorschriften die voor alle instrumenten van belang zijn, zoals de bepalingen inzake de randvoorwaarden, de controles en de sancties. Concreet heeft de verordening betrekking op de financiering van het landbouwbeleid, op het bedrijfsadviseringssysteem, op de beheers- en controlesystemen, op de na te leven randvoorwaarden en op de goedkeuring van de rekeningen.

Daarbij is het de bedoeling geweest om de financieringsvoorschriften op basis van de tot dusver opgedane ervaring aan te passen, de randvoorwaarden te stroomlijnen en aan te scherpen en het bedrijfsadviseringssysteem uit te breiden.

Met name de huidige randvoorwaarden zijn herzien: ze zijn vereenvoudigd, er is in de GLMC een sterkere nadruk komen te liggen op de klimaatdimensie en er is gezorgd voor samenhang met de vergroeningsvoorschriften en de desbetreffende milieumaatregelen in het kader van de plattelandsontwikkeling.

Tot slot biedt de verordening de grondslag voor een gemeenschappelijk monitoring- en evaluatiekader voor de meting van de resultaten van het GLB in de volgende periode.

De verordening bevat diverse vereenvoudigingen. Ten eerste zijn alle randvoorwaarden ondergebracht in één wetgevingshandeling, hetgeen de overzichtelijkheid ten goede komt.

Voorts wordt het aantal betaalorganen beperkt en wordt de rol van de coördinerende instantie versterkt. Daardoor wordt het systeem transparanter en brengt het minder rompslomp mee voor zowel de nationale overheden als de diensten van de Commissie. Op nationaal niveau zullen er minder erkenningen en borgingsverklaringen nodig zijn. Ook kan het aantal audits van de Commissie worden beperkt.

Met het oog op de rechtszekerheid en op de harmonisering van de procedures worden de voorschriften voor het beheer en de controles voor de twee GLB-pijlers zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Voorts mag de Commissie toestaan dat het aantal controles ter plaatse in lidstaten met goed werkende controlesystemen en met lage foutenpercentages wordt beperkt. Daardoor worden de administratieve lasten voor zowel de landbouwers als de nationale overheden teruggedrongen.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Krachtens het voorstel inzake het meerjarig financieel kader zou landbouw – per slot van rekening een gemeenschappelijk beleid van strategisch belang – zoals voorheen een aanzienlijk deel van de EU-begroting toegewezen krijgen. Dit komt erop neer dat voor de verwezenlijking van de kerndoelstellingen van het landbouwbeleid in de periode 2014-2020 317,2 miljard euro wordt uitgetrokken voor de eerste pijler en 101,2 miljard euro voor de tweede pijler (cijfers uitgedrukt in lopende prijzen).

Bovenop de hierboven genoemde financiële middelen voor de eerste en de tweede pijler wordt nog een extra bedrag van 17,1 miljard euro geoormerkt voor onderzoek en innovatie (5,1 miljard euro), voedselveiligheid (2,5 miljard euro), voedselverstrekking voor de meest hulpbehoevenden in het kader van andere posten van het meerjarig financieel kader (2,8 miljard euro), een nieuwe reserve voor crises in de landbouwsector (3,9 miljard euro) en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (maximaal 2,8 miljard euro). Dit alles samen brengt de totale begroting voor het GLB in de periode 2014-2020 op 435,6 miljard euro.

Wat de verdeling van de steun over de lidstaten betreft, wordt voorgesteld dat indien lidstaten op het gebied van rechtstreekse betalingen minder dan 90 % van het EU-gemiddelde ontvangen, het verschil tussen het niveau van hun rechtstreekse betalingen en dat niveau van 90 % met een derde wordt verkleind. De nationale maxima in de verordening over de rechtstreekse betalingen worden op die grondslag berekend.

De steun voor plattelandsontwikkeling wordt met inachtneming van de huidige verdeling verdeeld aan de hand van objectieve criteria die gekoppeld zijn aan de beleidsdoelstellingen. Minder ontwikkelde gebieden moeten, zoals nu ook het geval is, kunnen profiteren van hogere cofinancieringsniveaus die tevens zullen worden toegepast op maatregelen inzake, onder meer, kennisoverdracht, producentengroeperingen, samenwerking en Leader.

Er is een mogelijkheid tot flexibiliteit ingevoerd wat de overdracht tussen de pijlers betreft (tot 5 % van de rechtstreekse betalingen). Dit houdt in dat lidstaten die hun plattelandsontwikkelingsbeleid willen versterken, overdrachten van de eerste naar de tweede pijler kunnen doen en dat lidstaten met een percentage rechtstreekse betalingen onder 90 % van het EU-gemiddelde overdrachten kunnen doen van de tweede naar de eerste pijler.

In het financieel memorandum dat bij de voorstellen is gevoegd, wordt nader ingegaan op de financiële gevolgen van de voorstellen inzake de hervorming van het GLB.

2011/0288 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk

landbouwbeleid

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie 7 ,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 8 ,

Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 9 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke

hulpbronnen en territoriale evenwichten" 10 worden de uitdagingen en doelstellingen

voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in de periode na 2013 uiteengezet en wordt aangegeven welke richting het GLB in die periode zal uitgaan. Gezien de besprekingen over deze mededeling moet de hervorming van het GLB met ingang van 1 januari 2014 in werking treden. De hervorming moet betrekking hebben op alle belangrijke instrumenten van het GLB, inclusief Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk

landbouwbeleid 11 , als gewijzigd bij Verordening van het Europees Parlement en de Raad [COM(2010)…(aanpassing aan "Lissabon") ] 12 . Uit de ervaring die is opgedaan

bij de tenuitvoerlegging van die verordening, blijkt dat bepaalde elementen van het

7 PB [ …] van […], blz. […].

8 PB [ …] van […], blz. […].

9 PB [ …] van […], blz. […].

10 COM(2010) 672 definitief van 18.11.2010.

11 PB L [ …] van […], blz. […].

12 PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

financierings- en monitoringmechanisme moeten worden aangepast. Gezien de reikwijdte van de hervorming moet Verordening (EG) nr. 1290/2005 worden ingetrokken en worden vervangen door een nieuwe tekst. Voorts moeten de bepalingen in het kader van de hervorming zoveel mogelijk worden geharmoniseerd,

gestroomlijnd en vereenvoudigd.

(2) Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt wegens de samenhang ervan met de overige instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en wegens de beperkte financiële middelen van de lidstaten in een uitgebreide Unie, en deze doelstellingen derhalve beter op EU-niveau kunnen worden verwezenlijkt dankzij de meerjarige garantie van EU-financiering en door de concentratie van die financiering op de EU- prioriteiten, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel dat is neergelegd in artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in artikel 5, lid 4, van dat Verdrag neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(3) Om bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de erkenning van de betaalorganen en coördinerende instanties, inzake de taken van het bedrijfsadviseringssysteem, inzake de uit de EU-begroting te financieren maatregelen in het kader van de openbare interventie en inzake de waardering van de verrichtingen in verband met de openbare interventie, inzake de verlagingen en schorsing van de vergoedingen aan de lidstaten, inzake de verrekening tussen uitgaven en ontvangsten in het kader van de fondsen, inzake de terugvordering van schulden, inzake de sancties die begunstigden bij niet-inachtneming van de subsidiabiliteitsvoorwaarden opgelegd moeten krijgen, inzake de zekerheden, inzake de werking van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, inzake de maatregelen waarvoor de voorschriften voor de controle van verrichtingen niet gelden, inzake de sancties die in het kader van de randvoorwaarden worden toegepast, inzake de instandhouding van blijvend grasland, inzake de ontstaansfeiten en de wisselkoersen die gehanteerd moeten worden door de lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, en inzake het gemeenschappelijk evaluatiekader voor de maatregelen die in het kader van het GLB zijn vastgesteld. Bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen moet de Commissie ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(4) Het GLB omvat een reeks maatregelen, onder meer voor plattelandsontwikkeling. Het is van belang dat de financiering van die maatregelen wordt gewaarborgd om bij te dragen tot de verwezenlijking van de GLB-doelen. Aangezien die maatregelen bepaalde elementen gemeen hebben, maar toch in verscheidene opzichten van elkaar verschillen, is het dienstig voor de financiering ervan te werken met dezelfde reeks bepalingen die in voorkomend geval een verschillende behandeling mogelijk maakt. Bij Verordening (EG) nr. 1290/2005 zijn twee Europese landbouwfondsen opgericht, en wel het Europees Landbouwgarantiefonds (hierna "ELGF" genoemd) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (hierna "ELFPO" genoemd). Deze twee fondsen moeten blijven bestaan.

(5) Verordening (EU) nr. [FR]/xxx van het Europees Parlement en de Raad van [...] tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de jaarlijkse begroting van de

Unie 13 en de bepalingen die uit hoofde van die verordening worden vastgesteld,

moeten van toepassing zijn op de maatregelen van de onderhavige verordening. Met name bevat de verordening bepalingen inzake het tussen de lidstaten en de Gemeenschap gedeelde beheer op basis van de beginselen van een gezond financieel beheer, transparantie en non-discriminatie, alsmede bepalingen inzake de werking van erkende instanties, de begrotingsbeginselen, bepalingen die in het kader van de onderhavige verordening moeten worden nageleefd.

(6) De GLB-uitgaven, met inbegrip van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling, moeten via beide fondsen uit de EU-begroting worden gefinancierd, hetzij op rechtstreekse wijze hetzij in het kader van een tussen de lidstaten en de Unie gedeeld beheer. Er moet een lijst worden vastgesteld van de maatregelen die uit deze fondsen kunnen worden gefinancierd.

(7) Er moeten voorschriften worden vastgesteld voor de erkenning van de betaalorganen door de lidstaten, voor de instelling van procedures die het mogelijk maken de nodige beheersverklaringen af te geven, en voor de certificering van de beheers- en controlesystemen en de jaarrekeningen door onafhankelijke organisaties. Met het oog op de transparantie van de nationale controles, vooral wat de autorisatie-, valideringsen betalingsprocedures betreft, en met het oog op een vermindering van de administratieve en de auditdruk voor de diensten van de Commissie en voor de lidstaten wanneer elk afzonderlijk betaalorgaan moet worden erkend, is het voorts dienstig om het aantal diensten en instanties waaraan die taken worden gedelegeerd, te beperken, zulks met inachtneming van de grondwettelijke bepalingen van elke lidstaat.

(8) Een lidstaat die meer dan één betaalorgaan erkent, moet een enkele coördinerende instantie aanwijzen die ermee wordt belast de samenhang in het beheer van de geldmiddelen te waarborgen, als schakel tussen de Commissie en de verschillende erkende betaalorganen te fungeren en ervoor te zorgen dat de door de Commissie gevraagde gegevens over de activiteiten van de verschillende betaalorganen haar snel worden verstrekt. De coördinerende instantie moet er daarnaast voor zorgen dat corrigerende actie wordt ondernomen en de Commissie op de hoogte wordt gehouden van de verdere ontwikkelingen en dat de gemeenschappelijke voorschriften en normen op homogene wijze worden toegepast.

(9) Alleen de door de lidstaten erkende betaalorganen bieden een redelijke zekerheid dat vóór de toekenning van de EU-steun aan de begunstigden de nodige controles zijn uitgevoerd. Daarom moet uitdrukkelijk worden vastgelegd dat alleen uitgaven van erkende betaalorganen vergoed mogen worden uit de EU-begroting.

(10) Om ervoor te zorgen dat begunstigden zich meer bewust worden van de relatie tussen landbouwpraktijken en het beheer van bedrijven enerzijds en normen op het gebied van milieu, klimaatverandering, een goede landbouwconditie van grond, voedselveiligheid, volksgezondheid, de gezondheid van dieren en planten en dierenwelzijn anderzijds is het noodzakelijk dat de lidstaten een uitgebreid systeem van advisering ten behoeve van de begunstigden opzetten. Dit

NL 12 NL

bedrijfsadviseringssysteem mag op geen enkele wijze afdoen aan de verplichting en verantwoordelijkheid van de begunstigden om deze normen in acht te nemen. Ook

moeten de lidstaten zorgen voor een duidelijke scheiding tussen advies en controle.

(11) Het bedrijfsadviseringssysteem moet ten minste betrekking hebben op de eisen en normen op het gebied van de randvoorwaarden. Ook moet het systeem betrekking hebben op de eisen waaraan moet worden voldaan in het kader van de klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken en de daaraan gekoppelde rechtstreekse betalingen en op de instandhouding van het landbouwareaal in het kader van Verordening (EU) nr. RB/xxx van het Europees Parlement en de Raad van xxx tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het

kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid 14 . Tot slot

moet dit systeem betrekking hebben op bepaalde elementen die verband houden met de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, op de melding van dieren plantenziekten en op de duurzame ontwikkeling van de economische activiteiten

van kleine landbouwbedrijven.

(12) Begunstigden moeten de mogelijkheid hebben zich vrijwillig aan te sluiten bij het bedrijfsadviseringssysteem. Het moet alle begunstigden, dus ook degenen die geen steun ontvangen in het kader van het GLB, worden toegestaan om deel te nemen aan het systeem. Dit neemt niet weg dat de lidstaten een rangorde mogen opstellen. Gezien de aard van het systeem moet de tijdens de adviseringsactiviteit verkregen informatie als vertrouwelijk worden behandeld tenzij ernstige inbreuken op het nationale of het EU-recht worden geconstateerd. Om de efficiëntie van het systeem te waarborgen, moeten de adviseurs voldoende gekwalificeerd zijn en regelmatig worden bijgeschoold.

(13) De Commissie moet de kredieten ter dekking van de uitgaven van de erkende betaalorganen ten laste van het ELGF aan de lidstaten beschikbaar stellen in de vorm van vergoedingen op basis van de boeking van de door deze betaalorganen verrichte uitgaven. In afwachting van de vergoedingen in de vorm van maandelijkse betalingen moeten de lidstaten de nodige middelen verschaffen naargelang van de behoeften van hun erkende betaalorganen. De personeels- en administratieve kosten die de lidstaten en de bij de uitvoering van het GLB betrokken begunstigden maken, zijn voor hun rekening.

(14) De gebruikmaking van het agrometeorologische systeem en de verwerving en verbetering van satellietbeelden moeten de Commissie de middelen verschaffen om de landbouwmarkten te beheren en de monitoring van de landbouwuitgaven te bevorderen.

(15) In het kader van de begrotingsdiscipline moet het jaarlijkse maximum voor de door het ELGF gefinancierde uitgaven worden bepaald door uit te gaan van de maximumbedragen die voor dit fonds zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. xxx/xxx van […] van de Raad tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor

2014-2020 15 [MFK] .

14 PB L [ …] van […], blz. […].

15 PB L [ …] van […], blz. […].

(16) Voor de begrotingsdiscipline is het tevens noodzakelijk dat het jaarlijkse maximum voor de door het ELGF gefinancierde uitgaven onder alle omstandigheden en in alle stadia van de begrotingsprocedure en van de uitvoering van de begroting in acht wordt genomen. Daartoe moet het nationale maximum voor de rechtstreekse betalingen per lidstaat, als bedoeld in Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB], als financieel maximum voor deze betalingen voor de betrokken lidstaat worden beschouwd en mogen de vergoedingen voor deze betalingen dit maximum niet overschrijden. Voorts vereist de begrotingsdiscipline dat alle door de Commissie voorgestelde of door de wetgever of de Commissie aangenomen handelingen op GLB-gebied die door het ELGF worden gefinancierd, binnen het jaarlijkse maximum voor de door dit fonds gefinancierde uitgaven blijven.

(17) Om te voorkomen dat de bedragen ter financiering van het GLB de jaarlijkse maxima overschrijden, moet worden vastgehouden aan het financieel mechanisme als bedoeld in Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot

intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 16 , dat voorziet in aanpassing van de

rechtstreekse steun. Tevens moet de Commissie worden gemachtigd deze aanpassingen vast te stellen wanneer de Raad dit niet doet vóór 30 juni van het

kalenderjaar waarvoor deze aanpassingen gelden.

(18) De maatregelen voor de berekening van de financiële maxima die worden genomen om de financiële bijdragen uit het ELGF en het ELFPO te bepalen, mogen geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de door het Verdrag aangewezen begrotingsautoriteit. Deze maatregelen moeten daarom berusten op de referentiebedragen die zijn vastgesteld overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van […] tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende

samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 17 en overeenkomstig

Verordening (EU) nr. xxx/xxx [MFK] .

(19) De begrotingsdiscipline vergt ook een voortdurend onderzoek van de begrotingssituatie op middellange termijn. Daarom moet de Commissie bij de indiening van het ontwerp van begroting voor een bepaald jaar haar ramingen en analysen aan het Europees Parlement en de Raad voorleggen en zo nodig passende maatregelen voorstellen aan de wetgever. Bovendien is het noodzakelijk dat de Commissie op elk moment haar beheersbevoegdheden volledig gebruikt om de inachtneming van het jaarlijkse maximum te waarborgen en dat zij het Europees Parlement en de Raad of alleen de Raad zo nodig passende maatregelen voorstelt om de begrotingssituatie te corrigeren. Wanneer aan het einde van een begrotingsjaar het jaarlijkse maximum als gevolg van de door de lidstaten ingediende vergoedingsaanvragen niet in acht kan worden genomen, moet de Commissie maatregelen kunnen vaststellen die het mogelijk maken om de beschikbare begrotingsmiddelen voorlopig over de lidstaten te verdelen naar evenredigheid van hun nog hangende vergoedingsaanvragen, en het voor het betrokken jaar vastgestelde

16 PB L 30 van 31.1.2009, blz. 16.

17 PB L [ …] van […], blz. […].

maximum in acht te nemen. De betalingen voor het betrokken jaar moeten dan in het volgende begrotingsjaar verder worden afgewikkeld, waarbij het totaalbedrag van de EU-financiering per lidstaat definitief moet worden vastgesteld en verrekeningen tussen lidstaten moeten plaatsvinden om de aldus vastgestelde bedragen alsnog in acht

te nemen.

(20) Bij de uitvoering van de begroting moet de Commissie een alarmsysteem toepassen waarbij de landbouwuitgaven per maand worden gevolgd, zodat de Commissie bij een dreigende overschrijding van het jaarlijkse maximum zo snel mogelijk kan reageren door passende maatregelen vast te stellen in het kader van haar eigen beheersbevoegdheden en, mochten deze maatregelen ontoereikend blijken, andere maatregelen voor te stellen. Het is dienstig dat de Commissie periodiek bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indient waarin de ontwikkeling van de tot dusver gedane uitgaven wordt getoetst aan de profielen en waarin de voor de rest van het begrotingsjaar te verwachten uitvoering van de begroting wordt beoordeeld.

(21) De wisselkoers die de Commissie hanteert bij de opstelling van de begrotingsdocumenten, moet berusten op de meest recente informatie die beschikbaar is, mede gezien de tijd tussen de opstelling en de indiening ervan.

(22) In Verordening (EU) nr. GV/xxx van het Europees Parlement en de Raad van […] houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor Maritieme zaken en Visserij, die onder het gemeenschappelijk strategisch kader vallen, en houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van

Verordening (EG) nr. 1083/2006 18 zijn voorschriften vastgesteld die van toepassing

zijn op de financiële steun die uit de onder die verordening vallende fondsen, waaronder het ELFPO, wordt verleend. Deze voorschriften hebben onder meer betrekking op de subsidiabiliteit van uitgaven, het financiële beheer en de beheers- en controlesystemen. Wat het financiële beheer van het ELFPO betreft, moet omwille van de juridische duidelijkheid en de coherentie tussen de landbouwfondsen worden verwezen naar de ter zake relevante bepalingen over vastleggingen, betalingstermijnen

en doorhalingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. GV/xxx.

(23) De financiële bijdrage uit de EU-begroting voor de programma's voor plattelandsontwikkeling wordt verleend op basis van vastleggingen in jaartranches. Zodra deze programma's ten uitvoer worden gelegd, moeten de lidstaten over financiële EU-middelen kunnen beschikken. Daarom moet binnen bepaalde grenzen een voorfinancieringssysteem worden ingevoerd dat het mogelijk maakt te zorgen voor een regelmatige geldstroom om de betalingen aan de begunstigden in het kader van de programma's tijdig te verrichten.

(24) Wat de betalingen betreft die de Commissie na de voorfinanciering aan de erkende betaalorganen doet, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen verschillende soorten betalingen. Zo moeten tussentijdse betalingen en de saldobetaling van elkaar worden onderscheiden en moeten voorschriften voor de uitbetaling ervan worden

18 PB L [...] van [...], blz [...].

vastgesteld. De regel inzake het ambtshalve doorhalen van vastleggingen moet bijdragen tot een snellere uitvoering van de programma's en tot een goed financieel

beheer.

(25) Het is belangrijk dat de EU-steun tijdig aan de begunstigden wordt betaald opdat zij er een doeltreffend gebruik van kunnen maken. Als de lidstaten de in de EU-wetgeving bepaalde betalingstermijnen niet in acht nemen, kunnen de begunstigden ernstige problemen ondervinden en kan de jaarlijkse opstelling van de EU-begroting in gevaar komen. Daarom is het gerechtvaardigd de na het verstrijken van de betalingstermijnen verrichte uitgaven uit te sluiten van EU-financiering. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel moet de Commissie in uitzonderingen op deze algemene regel kunnen voorzien. Dit uitgangspunt van Verordening (EG) nr. 1290/2005 moet behouden blijven en voor zowel het ELGF als het ELFPO gelden. Als een lidstaat te laat betaalt, moet hij aan de begunstigden een rentevergoeding geven die bovenop de hoofdsom komt. Zo'n bepaling kan de lidstaten aansporen om de betalingstermijnen beter in acht te nemen en kan de begunstigden meer zekerheid bieden dat zij op tijd betaald worden of in elk geval een vergoeding ontvangen bij een te late betaling.

(26) Verordening (EG) nr. 1290/2005 voorziet met betrekking tot het ELGF en het ELFPO in verlagingen en schorsingen van maandelijkse of tussentijdse betalingen. Ondanks de vrij ruime formulering van deze bepalingen is geconstateerd dat ze in de praktijk vooral worden gebruikt om betalingen te verlagen bij de niet-inachtneming van betalingstermijnen en maxima en bij soortgelijke "boekhoudkundige problemen" die gemakkelijk kunnen worden ontdekt in de uitgavendeclaraties. Deze bepalingen bieden ook de mogelijkheid om bij ernstige en hardnekkige tekortkomingen in de nationale controlesystemen verlagingen en schorsingen toe te passen, waarvoor evenwel vrij restrictieve inhoudelijke voorwaarden gelden en een speciale tweestappen-procedure moet worden gevolgd. De begrotingsautoriteit heeft de Commissie herhaaldelijk verzocht om de betalingen aan de lidstaten die niet aan de regels voldoen, te schorsen. Al met al is het noodzakelijk om meer duidelijkheid te verschaffen over het systeem waarin Verordening (EG) nr. 1290/2005 voorziet, en om de voorschriften voor verlagingen en schorsingen voor zowel het ELGF als het ELFPO samen te voegen in één artikel. Het systeem van verlagingen bij "boekhoudkundige problemen" moet gehandhaafd worden, zij het in duidelijkere bewoordingen die aansluiten bij de bestaande administratieve praktijk. De mogelijkheid om betalingen bij duidelijke en hardnekkige tekortkomingen in de nationale controlesystemen te verlagen of te schorsen, moet voortaan ook gelden voor nalatigheden bij de terugvordering van onregelmatige betalingen, waarbij evenwel de twee-stappenprocedure voor dergelijke verlagingen of schorsingen wordt gehandhaafd.

(27) Krachtens sectorale landbouwwetgeving moeten de lidstaten binnen bepaalde termijnen informatie over het aantal verrichte controles en de resultaten ervan aan de Commissie toezenden. Deze controlestatistieken worden gebruikt om het foutenpercentage op lidstaatniveau te bepalen en, meer in het algemeen, om het beheer van het ELGF en het ELFPO te controleren. Ze vormen voor de Commissie een belangrijke bron van informatie die zij gebruikt om zich ervan te gewissen dat de middelen op correcte wijze worden beheerd, en zijn voor de jaarlijkse borgingsverklaring van essentieel belang. Gezien het vitale karakter van deze statistische informatie en om ervoor te zorgen dat de lidstaten zich houden aan hun verplichting om deze op tijd te versturen, moet worden voorzien in een middel om een te late indiening van de gegevens te ontmoedigen op een wijze die evenredig is aan de hoeveelheid gegevens die ontbreekt. Daarom moeten bepalingen worden ingevoerd op grond waarvan de Commissie dat deel van de maandelijkse of de tussentijdse betalingen kan opschorten waarvoor de desbetreffende statistische informatie niet op tijd is ingediend.

(28) Om ELGF- en ELFPO-middelen opnieuw te kunnen gebruiken, zijn er voorschriften nodig voor de bestemming van de betrokken middelen. Wat de uitgaven uit het ELGF betreft, moet de lijst in Verordening (EG) nr. 1290/2005 worden aangevuld met de bedragen die verband houden met te late betalingen en met de goedkeuring van de rekeningen. Voorts bevat Verordening (EEG) nr. 352/78 van de Raad van 20 februari 1978 inzake de toewijzing van in het kader van het gemeenschappelijk

landbouwbeleid gestelde en verbeurde waarborgen, borgsommen of garanties 19

voorschriften voor de bestemming van de middelen die voortvloeien uit verbeurde zekerheden. Deze bepalingen moeten worden geharmoniseerd en samengevoegd met de bestaande bepalingen inzake bestemmingsontvangsten. Verordening (EEG) nr.

352/78 moet derhalve worden ingetrokken.

(29) De GLB-voorlichtingsmaatregelen die in het kader van artikel 5, onder c), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 kunnen worden gefinancierd, zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 814/2000 van de Raad van 17 april 2000 betreffende

voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid 20 en de

uitvoeringsbepalingen ervan. Verordening (EG) nr. 814/2000 bevat een overzicht van deze maatregelen en de doelstellingen ervan, alsmede de voorschriften voor de financiering ervan en de uitvoering van de desbetreffende projecten. Na de vaststelling van die verordening zijn in Verordening (EU) nr. xxx/xxx [FV] voorschriften opgenomen voor subsidies en het plaatsen van overheidsopdrachten. Deze voorschriften moeten ook gelden voor de voorlichtingsmaatregelen in het kader van het GLB. Omwille van de eenvoud en de coherentie moet Verordening (EG) nr. 814/2000 worden ingetrokken, maar de specifieke bepalingen inzake de soorten en doelstellingen van de te financieren maatregelen moeten worden gehandhaafd. In het kader van deze maatregelen moet ook rekening worden gehouden met de behoefte aan meer efficiency in de communicatie met het brede publiek, aan een sterkere synergie tussen de op initiatief van de Commissie ondernomen communicatieactiviteiten en aan een doeltreffende communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie. Daarom moeten de hier bedoelde bepalingen tevens van toepassing zijn op voorlichtingsmaatregelen over het GLB die worden overgebracht via bedrijfscommunicatie als bedoeld in de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economische en Sociaal Comité en het

Comité van de Regio's: Een begroting voor Europa 2020 – Deel II: Beleidsfiches 21 .

(30) De voor het GLB vereiste maatregelen en werkzaamheden worden gedeeltelijk in het kader van het gedeelde beheer gefinancierd. De Commissie moet nagaan of de met de betalingen belaste instanties van de lidstaten zorg dragen voor een goed financieel beheer van de EU-geldmiddelen. Het is dienstig de aard van de door de Commissie te verrichten controles te bepalen, de voorwaarden te scheppen om het de Commissie

19 PB L 50 van 22.2.1978, blz. 1.

20 PB L 100 van 20.4.2000, blz. 7.

21 COM(2011) 500 definitief, blz. 7.

mogelijk te maken haar taken op het gebied van de uitvoering van de begroting te vervullen en de door de lidstaten na te komen verplichtingen inzake samenwerking te

verduidelijken.

(31) Om ervoor te zorgen dat de Commissie kan voldoen aan haar verplichting zich te vergewissen van het bestaan en de goede werking in de lidstaten van systemen voor het beheer en de controle de EU-uitgaven dient, onverminderd de door de lidstaten zelf verrichte inspecties, te worden voorzien in controles door personen die door de Commissie zijn gemachtigd, en in de mogelijkheid voor de Commissie de lidstaten om bijstand te verzoeken bij hun werkzaamheden.

(32) Voor de samenstelling van de aan de Commissie te verstrekken informatie moet een zo ruim mogelijk gebruik van informatietechnologie worden gemaakt. Bij de controles moet de Commissie volledig en onmiddellijk toegang hebben tot de op papier en in computerbestanden vastgelegde informatie over de uitgaven.

(33) Omwille van heldere financiële betrekkingen tussen de erkende betaalorganen en de EU-begroting moet de Commissie jaarlijks de rekeningen van die betaalorganen goedkeuren. Het betrokken besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet de vraag betreffen of de ingediende rekeningen volledig, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn, en niet de vraag of de uitgaven in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving.

(34) De Commissie, die op grond van artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie toeziet op de goede toepassing van het EU-recht, moet uitmaken of de door de lidstaten verrichte uitgaven in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving. De lidstaten moeten het recht hebben hun besluiten tot betaling te verantwoorden en een beroep te doen op bemiddeling als zij het niet met de Commissie eens kunnen worden. Om de lidstaten juridische en financiële garanties te bieden ten aanzien van de in het verleden verrichte uitgaven dient een maximumperiode te worden vastgesteld waarbinnen de Commissie moet beslissen welke financiële gevolgen moeten worden verbonden aan de niet-naleving van voorschriften. De procedure voor de conformiteitsgoedkeuring moet, wat het ELFPO betreft, in overeenstemming zijn met de bepalingen inzake door de Commissie vast te stellen financiële correcties als vastgesteld in deel 2 van Verordening (EU) nr. GV/xxx.

(35) Wanneer door het ELGF betaalde bedragen worden teruggevorderd, moeten deze bedragen in het fonds terugvloeien, aangezien zij betrekking hadden op uitgaven die niet in overeenstemming waren met de EU-wetgeving en de begunstigde er geen recht op had. Een regeling inzake financiële aansprakelijkheid moet worden ingesteld voor gevallen waarin niet het totale bedrag van de onrechtmatig verkregen middelen is terugbetaald. Daartoe dient te worden voorzien in een procedure die het de Commissie mogelijk maakt de belangen van de EU-begroting te beschermen door te besluiten dat de betrokken lidstaat de bedragen die wegens onregelmatigheden niet verschuldigd waren en niet binnen een redelijke termijn zijn terugbetaald, voor zijn rekening moet nemen. Deze voorschriften moeten van toepassing zijn op alle bedragen die bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet zijn terugbetaald. In sommige gevallen van nalatigheid van de betrokken lidstaat is het ook gerechtvaardigd die lidstaat het totale bedrag in rekening te brengen. Voor het ELFPO moeten dezelfde voorschriften gelden, waarbij echter moet worden vastgehouden aan het specifieke voorschrift dat de in verband met onregelmatigheden teruggekregen of geannuleerde bedragen beschikbaar moeten blijven voor de goedgekeurde programma's voor plattelandsontwikkeling in de betrokken lidstaat, aangezien die bedragen aan die lidstaat zijn toegewezen. Voorts moeten bepalingen over de verplichte rapportage door de lidstaten worden vastgesteld.

(36) De door de lidstaten ingeleide terugvorderingsprocedures kunnen jaren vergen zonder enige zekerheid dat inning daadwerkelijk plaatsvindt. Ook is het mogelijk dat de kosten van deze procedures in geen verhouding staan tot de geïnde of te innen bedragen. Daarom moet het de lidstaten worden toegestaan de terugvorderingsprocedures in bepaalde gevallen stop te zetten.

(37) Ter bescherming van de financiële belangen van de EU-begroting moeten de lidstaten maatregelen nemen om zich ervan te vergewissen dat de door het ELGF en het ELFPO gefinancierde verrichtingen daadwerkelijk plaatsvinden en correct worden uitgevoerd. Ook moeten de lidstaten het nodige doen om onregelmatigheden of niet-naleving van verplichtingen door begunstigden te voorkomen, op te sporen en doeltreffend aan te pakken. In dit verband is Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de

Europese Gemeenschappen 22 van toepassing.

(38) Diverse sectorale landbouwverordeningen bevatten bepalingen die betrekking hebben op de algemene beginselen inzake controles, intrekkingen, verlagingen of uitsluitingen van betalingen en op het opleggen van sancties. Deze voorschriften moeten worden verzameld in één horizontaal rechtskader. Ze moeten betrekking hebben op de verplichtingen van de lidstaten op het gebied van administratieve controles en controles ter plaatse en op de voorschriften voor de terugvordering, verlaging en uitsluiting van steun. Ook moeten voorschriften worden vastgesteld voor de controles op de naleving van verplichtingen die niet noodzakelijkerwijs gekoppeld zijn aan de betaling van steun.

(39) Krachtens diverse bepalingen in de sectorale landbouwwetgeving moet een zekerheid worden gesteld die waarborgt dat een verschuldigd bedrag wordt betaald als een verplichting niet wordt nagekomen. Ter versterking van het kader voor zekerheden moet voor al deze bepalingen één horizontaal voorschrift gelden.

(40) De lidstaten moeten een geïntegreerd beheers- en controlesysteem toepassen voor bepaalde betalingen waarin is voorzien in Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] en in Verordening (EU) nr. PO/xxx van het Europees Parlement en de Raad van Xxx inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor

Plattelandsontwikkeling (ELFPO) 23 . Om de EU-steun doeltreffender te maken en

beter te monitoren, moet het de lidstaten worden toegestaan om dit geïntegreerd

systeem ook te gebruiken voor andere EU-steunregelingen.

(41) De voornaamste bestanddelen van dit geïntegreerd systeem moeten worden gehandhaafd, met name de bepalingen inzake een geautomatiseerde gegevensbank, een systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen, steunaanvragen of betalingsaanvragen, en een systeem voor de identificatie en registratie van de betalingsrechten.

22 PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

23 PB L […] van […], blz.[…].

(42) De bevoegde nationale autoriteiten moeten betalingen in het kader van EU-steunregelingen die onder het geïntegreerd systeem vallen, binnen een voorgeschreven termijn volledig aan de begunstigden uitkeren onder voorbehoud van de verlagingen waarin deze verordening voorziet. Met het oog op een flexibeler beheer van de rechtstreekse betalingen moet het de lidstaten worden toegestaan om betalingen die onder het geïntegreerd systeem vallen, in maximaal twee tranches per jaar te verrichten.

(43) De controle van de handelsdocumenten van ondernemingen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, kan een zeer doeltreffend middel zijn ter controle van de verrichtingen in het kader van het systeem van financiering door het ELGF. De bepalingen inzake de controle van de handelsdocumenten zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 485/2008 van de Raad van 26 mei 2008 inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de

financieringsregeling van het Europees Landbouwgarantiefonds 24 . Deze controle

vormt een aanvulling op de andere door de lidstaten al verrichte controles. Die verordening laat voorts de nationale controlevoorschriften die verder gaan dan de

daarin opgenomen bepalingen onverlet.

(44) Krachtens Verordening (EG) nr. 485/2008 moeten de lidstaten de nodige maatregelen treffen om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de EU- begroting te waarborgen, en met name om zich te vergewissen van de realiteit en de regelmatigheid van de door het ELGF gefinancierde verrichtingen. Omwille van de duidelijkheid en rationaliteit moeten de desbetreffende bepalingen worden opgenomen in één besluit. Derhalve moet Verordening (EG) nr. 485/2008 worden ingetrokken.

(45) De documenten aan de hand waarvan deze controle wordt verricht, moeten zo worden gekozen dat een volledige controle kan plaatsvinden. Bij de keuze van de te controleren ondernemingen moet met name rekening worden gehouden met de aard van de verrichtingen die onder de verantwoordelijkheid van deze ondernemingen plaatsvinden, en met de verdeling per sector van de ondernemingen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, naargelang van hun financiële betekenis in het systeem van financiering door het ELGF.

(46) De bevoegdheden van de met controle belaste functionarissen moeten worden vastgesteld, alsmede de plicht van de ondernemingen om de handelsdocumenten gedurende een bepaalde periode ter beschikking van deze functionarissen te houden en hun de gevraagde informatie te verstrekken. Er moet worden bepaald dat handelsdocumenten in sommige gevallen in beslag kunnen worden genomen.

(47) In verband met de internationale structuur van het handelsverkeer van landbouwproducten en in het belang van de werking van de interne markt moet de samenwerking tussen de lidstaten worden georganiseerd. Het is ook noodzakelijk om op EU-niveau de informatie over in derde landen gevestigde ondernemingen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, op een centrale plaats te verzamelen.

(48) Hoewel de controleprogramma’s in de eerste plaats door de lidstaten moeten worden vastgesteld, moeten deze aan de Commissie worden voorgelegd, zodat deze haar

24 PB L 143 van 3.6.2008, blz. 1.

toezichthoudende coördinerende rol kan vervullen, ten einde ervoor te zorgen dat deze programma’s op basis van passende criteria worden vastgesteld, en te waarborgen dat de controles worden toegespitst op sectoren of ondernemingen met een hoog

frauderisico.

(49) Het is van essentieel belang dat elke lidstaat over een specifieke dienst beschikt die belast is met de monitoring van de controle van handelsdocumenten in het kader van deze verordening of die belast is met de coördinatie van deze controle. Deze specifieke diensten moeten organisatorisch losstaan van de diensten die controles uitoefenen vóór betaling van de bedragen. De in het kader van deze controles verkregen informatie moet onder het beroepsgeheim vallen.

(50) In Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr.

1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 25 , die later

is vervangen door Verordening (EG) nr. 73/2009, is het beginsel vastgelegd dat de volledige betaling aan begunstigden van sommige steunbedragen in het kader van het GLB gekoppeld moet zijn aan de naleving van voorschriften voor het grondbeheer, de landbouwproductie en de landbouwactiviteiten. Dit beginsel was later terug te vinden in Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor

Plattelandsontwikkeling (ELFPO) 26 en in Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de

Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten

("Integrale-GMO-verordening") 27 . In dit systeem van zogeheten randvoorwaarden

moeten de lidstaten sancties opleggen in de vorm van een volledige of gedeeltelijke verlaging of uitsluiting van de steun die in het kader van het GLB is ontvangen.

(51) Het randvoorwaardensysteem integreert in het GLB basisnormen voor het milieu, de klimaatverandering, een goede landbouw- en milieuconditie van de grond, de gezondheid van mensen, dieren en planten, en het dierenwelzijn. De bedoeling ervan is de ontwikkeling van duurzame landbouw te bevorderen door de begunstigden beter bewust te maken van de noodzaak om deze basisnormen in acht te nemen. Ook is het de bedoeling van dit systeem ervoor te zorgen dat het GLB nauwer aansluit bij de verwachtingen van de maatschappij door de samenhang van dit beleid met het beleid op het gebied van het milieu, de gezondheid van mensen, dieren en planten, en dierenwelzijn te verbeteren.

(52) Dit randvoorwaardensysteem maakt integraal deel uit van het GLB en moet daarom worden behouden. Het toepassingsgebied ervan, dat tot dusver bestaat uit aparte lijsten van uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond, moet evenwel zodanig worden

25 PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1.

26 PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1.

27 PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

gestroomlijnd dat de consistentie ervan gewaarborgd is en beter zichtbaar wordt. Daartoe moeten de eisen en normen in één lijst worden samengebracht en in gebieden en aspecten worden gecategoriseerd. Ook is gebleken dat een aantal randvoorwaardeneisen onvoldoende betrekking heeft op landbouwactiviteiten of op het areaal van het bedrijf, of veeleer de nationale autoriteiten dan de begunstigden aangaat. Daarom moet dit toepassingsgebied op deze punten worden aangepast. Bovendien moet worden voorzien in het instandhouding van blijvend grasland in 2014

en 2015.

(53) De lidstaten moeten de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen onverkort ten uitvoer leggen om ervoor te zorgen dat deze op bedrijfsniveau operationeel worden en de vereiste gelijke behandeling van alle landbouwers garanderen.

(54) Wat betreft Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen

betreffende het waterbeleid 28 worden de bepalingen pas operationeel in het kader van

de randvoorwaarden wanneer alle lidstaten deze volledig ten uitvoer hebben gelegd en met name in dit verband duidelijke verplichtingen voor landbouwers hebben vastgesteld. Overeenkomstig de richtlijn worden de vereisten op

landbouwbedrijfsniveau uiterlijk op 1 januari 2013 toegepast.

(55) Wat betreft Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter

verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden 29 worden de bepalingen pas

operationeel in het kader van de randvoorwaarden wanneer alle lidstaten deze volledig ten uitvoer hebben gelegd en met name in dit verband duidelijke verplichtingen voor landbouwers hebben vastgesteld. Overeenkomstig de richtlijn worden de vereisten op landbouwbedrijfsniveau geleidelijk volgens een tijdsschema toegepast en worden de algemene beginselen van geïntegreerde gewasbescherming uiterlijk op 1 januari 2014

toegepast.

(56) Krachtens artikel 22 van Richtlijn 2000/60/EG wordt Richtlijn 80/68/EEG van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van het grondwater tegen

verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen 30 , op

23 december 2013 ingetrokken. Om ervoor te zorgen dat in het kader van de randvoorwaarden de voorschriften over de bescherming van het grondwater gehandhaafd worden, moet, in afwachting van de opname van Richtlijn 2000/60/EG in de randvoorwaarden, het toepassingsgebied van de randvoorwaarden worden aangepast en moet een norm voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond worden gedefinieerd waarin de vereisten van de artikelen 4 en 5 van Richtlijn

80/68/EEG verwerkt zijn.

(57) Het randvoorwaardensysteem brengt voor zowel de begunstigden als de nationale overheden bepaalde administratieve lasten mee, aangezien gegevens moeten worden bijgehouden, controles moeten worden verricht en eventueel sancties moeten worden toegepast. Deze sancties moeten evenredig, objectief en afschrikkend zijn. Ze mogen

28 PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.

29 PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71.

30 PB L 20 van 26.1.1980, blz. 43.

niet afdoen aan andere sancties die krachtens andere bepalingen van het nationale of het EU-recht worden opgelegd. Omwille van de consistentie moeten de desbetreffende EU-bepalingen in één rechtsinstrument worden ondergebracht. Wat betreft de landbouwers die deelnemen aan de in titel V van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] bedoelde regeling voor kleine landbouwers, mag worden aangenomen dat de inspanningen die in het kader van het randvoorwaardensysteem nodig zijn als deze landbouwers in dit systeem worden gehouden, zwaarder wegen dan de voordelen ervan. Daarom moeten deze landbouwers omwille van de eenvoud worden vrijgesteld van toepassing van de randvoorwaarden, en met name van het daaraan gekoppelde controlesysteem, en van de kans op een sanctie bij niet-naleving van de randvoorwaarden. Deze vrijstelling mag echter geen afbreuk doen aan de verplichting om de toepasselijke sectorale wetgeving in acht te nemen, noch aan de mogelijkheid om aan controles te worden onderworpen en een sanctie opgelegd te krijgen op grond

van die wetgeving.

(58) Bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 is een kader van normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond vastgesteld waarbinnen de lidstaten nationale normen moeten vaststellen welke rekening houden met de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, met inbegrip van de bodem- en de klimaatgesteldheid, de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, en landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. Deze normen inzake een goede landbouw- en milieuconditie van de grond zijn bedoeld als instrument om bodemerosie te voorkomen, organisch bodemmateriaal en de bodemstructuur op peil te houden, te zorgen voor een minimaal onderhoud, een achteruitgang van habitats voorkomen en water te beschermen en te beheren. Het randvoorwaardensysteem zoals vastgesteld in deze verordening, moet dus in bredere zin een kader bevatten waarbinnen de lidstaten nationale normen voor een goede landbouw- en milieuconditie moeten vaststellen. Het EU-kader moet daarnaast voorschriften bevatten die gericht zijn op een betere aanpak van de problematiek op het gebied van water, bodem, koolstofvoorraden, biodiversiteit en landschap.

(59) Begunstigden moeten duidelijk weten waaraan zij in het kader van de randvoorwaarden moeten voldoen. Daartoe moeten alle eisen en normen die deel uitmaken van deze randvoorwaarden, volledig, op begrijpelijke wijze en met uitleg naar de lidstaten worden gecommuniceerd, indien mogelijk ook langs elektronische weg.

(60) Voor een effectieve toepassing van de randvoorwaarden is het nodig dat op het niveau van de begunstigden wordt geverifieerd of de verplichtingen worden nagekomen. Wanneer een lidstaat besluit gebruik te maken van de mogelijkheid om geen verlaging of uitsluiting toe te passen op bedragen van minder dan 100 euro moet de bevoegde controleautoriteit in het daaropvolgende jaar voor een steekproef van begunstigden nagaan of de geconstateerde niet-naleving in kwestie is gecorrigeerd.

(61) Om voor een harmonische samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten op het gebied van de financiering van de GLB-uitgaven te zorgen, en meer in het bijzonder om het de Commissie mogelijk te maken het financiële beheer van de lidstaten te monitoren en de rekeningen van de erkende betaalorganen goed te keuren, is het noodzakelijk dat de lidstaten bepaalde informatie verstrekken aan of ter beschikking houden van de Commissie.

(62) Om ervoor te zorgen dat de aan de Commissie toe te zenden gegevens kunnen worden samengesteld en de Commissie volledig en onmiddellijk toegang kan hebben tot de gegevens over de uitgaven, niet alleen op papier maar ook in elektronische vorm, moeten voorschriften worden vastgesteld voor de presentatie en indiening van gegevens, waaronder voorschriften voor de uiterste data daarvoor.

(63) Aangezien de toepassing van de nationale controlesystemen en van de conformiteitsgoedkeuring de melding van persoonlijke gegevens of bedrijfsgeheimen met zich kan meebrengen, moeten de lidstaten en de Commissie de vertrouwelijkheid van de in deze context verkregen informatie waarborgen.

(64) Voor een goed financieel beheer van de EU-begroting waarbij de beginselen van billijkheid zowel op het niveau van de lidstaten als op dat van de begunstigden in acht worden genomen, moeten voorschriften voor het gebruik van de euro worden vastgesteld.

(65) De wisselkoers voor de omrekening van de euro in nationale valuta kan variëren in de periode waarin een transactie wordt uitgevoerd. Daarom moet de voor de betrokken bedragen toe te passen koers worden bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met het feit waardoor het economisch doel van de betrokken transactie wordt bereikt. De wisselkoers moet worden gehanteerd die geldt op de dag waarop dat feit zich heeft voorgedaan. Het is nodig dit ontstaansfeit te preciseren of ervan af te wijken, met inachtneming van bepaalde criteria, en met name de snelheid waarmee de monetaire schommelingen zich doen gelden. Deze voorschriften zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het

agromonetaire stelsel voor de euro 31 en ze vervolledigen soortgelijke bepalingen van

Verordening (EG) nr. 1290/2005. Omwille van de duidelijkheid en rationaliteit moeten de desbetreffende bepalingen worden opgenomen in één wetsbesluit. Derhalve moet

Verordening (EG) nr. 2799/98 worden ingetrokken.

(66) Er moeten bijzondere bepalingen worden vastgesteld om het hoofd te kunnen bieden aan uitzonderlijke monetaire situaties die zich zowel binnen de Unie als op de wereldmarkt kunnen voordoen en waarop onmiddellijk moet worden gereageerd met het oog op het goed functioneren van de in het kader van het GLB vastgestelde regelingen.

(67) De lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, moet de mogelijkheid worden geboden betalingen voor uitgaven die verband houden met de GLB-wetgeving, niet in nationale valuta, maar in euro te verrichten. Er zijn specifieke voorschriften nodig die ervoor zorgen dat deze mogelijkheid geen ongerechtvaardigd voordeel verschaft aan betalingsplichtigen of begunstigden.

(68) Elke GLB-maatregel moet worden gemonitord en geëvalueerd om de kwaliteit ervan te verbeteren en de resultaten ervan aan te tonen. In dit verband moet een lijst van indicatoren worden vastgesteld en moet het effect van het GLB-beleid door de Commissie worden getoetst aan specifieke doelstellingen. De Commissie moet een kader voor een gemeenschappelijke monitoring en evaluatie opzetten dat er onder meer voor zorgt dat de desbetreffende gegevens, onder meer afkomstig van de

31 PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1.

lidstaten, tijdig beschikbaar zijn. De Commissie houdt daarbij rekening met de gegevensbehoeften en de synergieën tussen potentiële gegevensbronnen. Bovendien staat in de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Een begroting voor Europa 2020 - Deel II dat het aandeel van de klimaatgerelateerde uitgaven in de totale EU-begroting tot ten minste 20 % moet oplopen en dat verschillende beleidsgebieden hiertoe moeten bijdragen. Tegen deze achtergrond moet de Commissie kunnen beoordelen welk effect de in het kader van het GLB verleende

EU-steun heeft op de klimaatdoelstellingen.

(69) De EU-wetgeving betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens is van toepassing, met name Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer

van die gegevens 32 en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en

de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire

instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens 33 .

(70) In zijn arrest in de gevoegde zaken C-92/09 en 93/09 34 heeft het Europees Hof van

Justitie van de Europese Unie de bepalingen in Verordening (EG) nr. 1290/2005 die betrekking hebben op de verplichting van de lidstaten om informatie te publiceren over natuurlijke personen die steun uit de Europese landbouwfondsen ontvangen, ongeldig verklaard. Aangezien natuurlijke personen belang hebben bij de bescherming van hun persoonsgegevens en om te voldoen aan de verschillende doelstellingen van de verplichte bekendmaking van informatie over de begunstigden van financiële middelen, zoals vastgelegd bij Verordening (EG) nr. 259/2008 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de bekendmaking van informatie over de begunstigden van financiële middelen uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees

Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) 35 , is deze verordening

gewijzigd en is daarin uitdrukkelijk bepaald dat deze verplichting niet van toepassing is op natuurlijke personen. Voordat het Europees Parlement en de Raad nieuwe voorschriften vaststellen waarin rekening wordt gehouden met de bezwaren van het Hof, moet eerst diepgaand worden geanalyseerd en beoordeeld hoe het recht van de begunstigden op bescherming van hun persoonsgegevens het best kan worden verzoend met de behoefte aan transparantie. In afwachting van de resultaten van deze analyse en beoordeling moeten de huidige bepalingen inzake de bekendmaking van informatie over de begunstigden van de Europese landbouwfondsen worden

gehandhaafd.

(71) Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU)

32 PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

33 PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

34 Arrest in gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09, Volker und Markus Schecke GbR en Hartmut

Eifert/Land Hessen [2010] Jurisprudentie I-0000.

35 PB L 76 van 19.3.2008, blz. 28.

nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de

Commissie controleren 36 .

(72) Voor de aanneming van bepaalde uitvoeringshandelingen moet de raadplegingsprocedure worden gevolgd. Wat de uitvoeringshandelingen inzake de door de Commissie te berekenen bedragen betreft, kan de Commissie haar volle verantwoordelijkheid voor het beheer van de begroting nemen dankzij de raadplegingsprocedure, die bedoeld is om, met inachtneming van de termijnen en de begrotingsprocedures, de efficiëntie, voorspelbaarheid en snelheid te verhogen. Wat de uitvoeringshandelingen in het kader van de betalingen aan de lidstaten en de werking van de procedure voor de goedkeuring van de rekeningen betreft, kan de Commissie dankzij de raadplegingsprocedure haar volle verantwoordelijkheid nemen voor het beheer van de begroting en voor de verificatie van de jaarrekeningen van de nationale betaalorganen met het oog op de aanvaarding van deze rekeningen of, wanneer de uitgaven niet overeenkomstig de EU-voorschriften zijn verricht, de onttrekking van dergelijke uitgaven aan EU-financiering. In andere gevallen moeten uitvoeringshandelingen middels de onderzoeksprocedure worden vastgesteld.

(73) De Commissie moet tevens worden gemachtigd bepaalde administratieve of beheerstaken uit te voeren, met name met betrekking tot de vaststelling van het nettosaldo dat voor de uitgaven uit het ELGF beschikbaar is. Op dergelijke machtigingen dient Verordening (EU) nr. 182/2011 niet van toepassing te zijn.

(74) De overgang van de bepalingen van de bij de onderhavige verordening ingetrokken verordeningen naar de bepalingen van de onderhavige verordening kan leiden tot enige specifieke praktische problemen. Om deze mogelijke problemen te ondervangen, moet de Commissie de nodige, naar behoren gemotiveerde maatregelen kunnen vaststellen.

(75) Aangezien de programmeringsperiode voor de plattelandsontwikkelingsprogramma's die op grond van deze verordening worden gefinancierd, op 1 januari 2014 van start gaat, dient deze verordening met ingang van die datum van toepassing te zijn. Sommige bepalingen, met name over het financiële beheer van de geldmiddelen, moeten echter van toepassing worden op een eerdere datum die samenvalt met het begin van het begrotingsjaar,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

36 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

INHOUDSOPGAVE

TOELICHTING ......................................................................................................................... 2

  • 1. 
    ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL ............................................................... 2
  • 2. 
    RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN

EFFECTBEOORDELING........................................................................................... 5

  • 3. 
    JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL.............................................. 7
  • 4. 
    GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING ..................................................................... 8

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid......... 10

TITEL I TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES ............................................................. 29

TITEL II ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE DE LANDBOUWFONDSEN ................. 30

Hoofdstuk I Landbouwfondsen ................................................................................................ 30

Hoofdstuk II Betaalorganen en andere instanties..................................................................... 32

TITEL III BEDRIJFSADVISERINGSSYSTEEM .................................................................. 36

TITEL IV FINANCIEEL BEHEER VAN DE FONDSEN ..................................................... 38

Hoofdstuk I ELGF.................................................................................................................... 38

Afdeling 1 Financiering van de uitgaven ................................................................................. 38

Afdeling 2 Begrotingsdiscipline............................................................................................... 41

Hoofdstuk II ELFPO ................................................................................................................ 44

Afdeling 1 Algemene bepalingen inzake het ELFPO .............................................................. 44

Afdeling 2 Financiering van programma's voor plattelandsontwikkeling ............................... 44

Afdeling 3 Financiële bijdrage aan plattelandsontwikkelingprogramma's .............................. 45

Afdeling 4 Financiering van de prijs voor innovatieve plaatselijke samenwerking ................ 48

Hoofdstuk III Gemeenschappelijke bepalingen ....................................................................... 49

Hoofdstuk IV Goedkeuring van de rekeningen........................................................................ 55

Afdeling I Algemene bepalingen ............................................................................................. 55 Afdeling II Goedkeuring .......................................................................................................... 57

Afdeling III Onregelmatigheden .............................................................................................. 59

TITEL V CONTROLESYSTEMEN EN SANCTIES ............................................................. 62

Hoofdstuk I Algemene voorschriften ....................................................................................... 62

Hoofdstuk II Geïntegreerd beheers- en controlesysteem ......................................................... 67

Hoofdstuk III Controle van verrichtingen ................................................................................ 73

Hoofdstuk IV Overige bepalingen inzake controles ................................................................ 79

TITEL VI RANDVOORWAARDEN ..................................................................................... 81

Hoofdstuk I Toepassingsgebied ............................................................................................... 81

Hoofdstuk II Controlesysteem en sancties met betrekking tot de randvoorwaarden ............... 83

TITEL VII GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN ........................................................ 87

Hoofdstuk I Communicatie ...................................................................................................... 87

HOOFDSTUK II Gebruik van de euro .................................................................................... 89

HOOFDSTUK III Rapportage en evaluatie ............................................................................. 92

TITEL VIII SLOTBEPALINGEN........................................................................................... 94

BIJLAGE I ............................................................................................................................... 96

BIJLAGE II .............................................................................................................................. 99

BIJLAGE III........................................................................................................................... 102

FINANCIEEL MEMORANDUM ......................................................................................... 107

TITEL I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1 Toepassingsgebied

Deze verordening bevat voorschriften voor:

  • a) 
    de financiering van de uitgaven in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met inbegrip van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling;
  • b) 
    het bedrijfsadviseringssysteem;
  • c) 
    de door de lidstaten op te zetten beheers- en controlesystemen;
  • d) 
    het randvoorwaardensysteem;
  • e) 
    de goedkeuring van de rekeningen.

    Artikel 2 In deze verordening gebruikte termen

  • 1. 
    De definities van "landbouwer", "landbouwactiviteiten", "landbouwareaal" en "bedrijf" in artikel 4 van Verordening (EU) xxx/xxx [RB] zijn ook in het kader van de onderhavige verordening van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

    De term "rechtstreekse betalingen" in artikel 1 van Verordening (EU) xxx/xxx [RB]

    is ook in het kader van de onderhavige verordening van toepassing.

  • 2. 
    Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden, zoals gebruikt in deze verordening met betrekking tot Verordening (EU) xxx/xxx [RB], Verordening (EU) xxx/xxx [iGMO] en Verordening (EU) xxx/xxx [PO], kunnen met name worden erkend in de volgende gevallen:
    • a) 
      de begunstigde is overleden;
    • b) 
      de begunstigde is langdurig arbeidsongeschikt geworden;
    • c) 
      het bedrijf is zwaar getroffen door een ernstige natuurramp;
    • d) 
      de veehouderijgebouwen van het bedrijf zijn door een ongeluk verloren gegaan;
    • e) 
      de gehele veestapel van de begunstigde of een deel ervan is getroffen door een epizoötie;
  • f) 
    een groot deel van het bedrijf is onteigend, indien deze onteigening op de dag

    van indiening van de aanvraag niet was te voorzien. TITEL II

    ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE DE

    LANDBOUWFONDSEN

    Hoofdstuk I

    Landbouwfondsen

    Artikel 3 Fondsen voor de financiering van de landbouwuitgaven

  • 1. 
    Om de in het Verdrag omschreven doelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te bereiken, worden de verschillende maatregelen in het kader van dat beleid, met inbegrip van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling, gefinancierd uit:
    • a) 
      het Europees Landbouwgarantiefonds, hierna "ELGF" genoemd;
    • b) 
      het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, hierna "ELFPO" genoemd.
  • 2. 
    Het ELGF en het ELFPO zijn onderdelen van de algemene begroting van de Europese Unie.

    Artikel 4 Uitgaven uit het ELGF

  • 1. 
    Het ELGF functioneert op basis van een tussen de lidstaten en de EU gedeeld beheer en financiert de volgende overeenkomstig de EU-wetgeving gedane uitgaven:
    • a) 
      uitgaven in het kader van maatregelen ter regulering of ondersteuning van landbouwmarkten;
    • b) 
      rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
    • c) 
      de financiële bijdrage van de EU aan voorlichtingsen afzetbevorderingsmaatregelen voor landbouwproducten op de interne markt van de EU en in derde landen die door de lidstaten worden uitgevoerd op basis van door de Commissie geselecteerde programma's, behalve de in artikel 5 bedoelde programma's;
    • d) 
      de financiële bijdrage van de EU aan de schoolfruitregeling van de EU en aan de maatregelen in verband met dierziekten en verlies van vertrouwen bij de consument, als bedoeld in respectievelijk artikel 21 en artikel 155 van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO].
    • 2. 
      Het ELGF financiert op rechtstreekse wijze de volgende overeenkomstig de EU- wetgeving gedane uitgaven:
      • a) 
        de rechtstreeks door de Commissie of door tussenkomst van internationale organisaties ondernomen afzetbevordering voor landbouwproducten;
      • b) 
        de overeenkomstig de EU-wetgeving vastgestelde maatregelen voor de instandhouding, de karakterisering, de verzameling en het gebruik van genetische hulpbronnen in de landbouw;
      • c) 
        de totstandbrenging en het onderhoud van de informatiesystemen inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen;
      • d) 
        de stelsels van landbouwenquêtes, waaronder de enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven.

        Artikel 5 Uitgaven uit het ELFPO

    Het ELFPO functioneert op basis van een tussen de lidstaten en de EU gedeeld beheer en financiert de financiële bijdrage van de EU aan programma's voor plattelandsontwikkeling die worden uitgevoerd overeenkomstig de EU-wetgeving inzake steun voor plattelandsontwikkeling, alsmede de uitgaven voor de prijs voor innovatieve plaatselijke samenwerking als bedoeld in titel III, hoofdstuk IV, van Verordening (EU) nr. PO/xxx.

    Artikel 6 Andere uitgaven, waaronder de uitgaven voor technische ondersteuning

    Het ELGF en het ELFPO kunnen elk voor zich op rechtstreekse wijze op initiatief van en/of namens de Commissie de maatregelen op het gebied van de voorbereiding, monitoring, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, audit en inspectie financieren die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Deze maatregelen omvatten met name:

    (a) de maatregelen die nodig zijn om het gemeenschappelijk landbouwbeleid te analyseren, te beheren, te monitoren, er informatie over uit te wisselen en ten uitvoer te leggen, alsmede de maatregelen inzake de tenuitvoerlegging van de controlesystemen en de technische en administratieve ondersteuning;

    (b) de in artikel 21 bedoelde verwerving door de Commissie van de satellietbeelden die nodig zijn voor de controles;

    (c) de maatregelen die de Commissie neemt met behulp van teledetectietoepassingen voor de in artikel 22 bedoelde monitoring van agrarische hulpbronnen;

    (d) de maatregelen die nodig zijn voor de instandhouding en de ontwikkeling van de methoden en technische middelen op het gebied van de informatie, de onderlinge koppeling, de monitoring en de controle met betrekking tot het financiële beheer van de middelen die gebruikt worden voor de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

    (e) de in artikel 47 bedoelde voorlichting over het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

    (f) de studies over het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de evaluatie van de door het ELGF en het ELFPO gefinancierde maatregelen, met inbegrip van de verbetering van de evaluatiemethoden en de uitwisseling van informatie over de betrokken werkwijzen;

    (g) in voorkomend geval, de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de

    Raad 37 opgerichte uitvoerende agentschappen die optreden in het kader van het

    gemeenschappelijk landbouwbeleid;

    (h) de in het kader van de plattelandsontwikkeling uitgevoerde maatregelen op het gebied van de verspreiding van informatie, de bewustmaking, de bevordering van samenwerking en de uitwisseling van ervaringen op EU-niveau, met inbegrip van de vorming van netwerken van de betrokken partijen;

    (i) de maatregelen die nodig zijn voor de ontwikkeling, registratie en bescherming van logo's in het kader van het kwaliteitsbeleid van de EU en voor de bescherming van de daaraan verbonden intellectuele-eigendomsrechten, alsmede de nodige ontwikkeling van informatietechnologie (IT).

    Hoofdstuk II

    Betaalorganen en andere instanties

    Artikel 7 Erkenning en intrekking van de erkenning van de betaalorganen en de coördinerende

    instanties

    • 1. 
      De betaalorganen zijn nationale gespecialiseerde diensten of instanties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en de controle van de in artikel 4, lid 1, en artikel 5 bedoelde uitgaven.

    Behoudens betalingen kan de uitvoering van deze taken worden gedelegeerd.

    • 2. 
      Als betaalorgaan erkennen de lidstaten de diensten of instanties die voldoen aan de erkenningscriteria die de Commissie uit hoofde van artikel 8, onder a), heeft vastgesteld.

    Elke lidstaat beperkt, met inachtneming van zijn grondwettelijke bepalingen, het aantal van zijn erkende betaalorganen tot één per lidstaat of, indien van toepassing, één per regio. Wanneer betaalorganen op regionaal niveau worden opgezet, erkent een lidstaat daarnaast echter een betaalorgaan op nationaal niveau voor steunregelingen die vanwege de aard ervan op nationaal niveau moeten worden

    beheerd.

    • 3. 
      De voor het erkende betaalorgaan verantwoordelijke persoon stelt uiterlijk op [1 februari] van het jaar dat volgt op het betrokken begrotingsjaar het volgende op:

    37 PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1.

    • a) 
      de jaarrekeningen voor de uitgaven die gedaan zijn bij de uitvoering van de aan de erkende betaalorganen toevertrouwde taken, vergezeld van de informatie die vereist is voor de goedkeuring ervan overeenkomstig artikel 53;
    • b) 
      een beheersverklaring betreffende de volledigheid, nauwkeurigheid en waarachtigheid van de rekeningen, de goede werking van de internecontrolesystemen, de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen en de naleving van het beginsel van een goed financieel beheer;
    • c) 
      een samenvatting van de resultaten van alle beschikbare verrichte audits en controles, waaronder een analyse van de vastgestelde tekortkomingen met een systematisch of repetitief karakter en met de voorgenomen of reeds genomen corrigerende maatregelen.
    • 4. 
      Wanneer meer dan een betaalorgaan wordt erkend, wijst de lidstaat een instantie aan, hierna de "coördinerende instantie" genoemd, die hij met de volgende taken belast:
      • a) 
        zij verzamelt de ter beschikking van de Commissie te stellen informatie en zendt deze informatie aan de Commissie toe;
      • b) 
        zij stelt een syntheseverslag op met een nationaal overzicht van alle in lid 3, onder b), bedoelde beheersverklaringen en de in artikel 9 bedoelde auditoordelen daarover;
      • c) 
        zij zorgt ervoor dat corrigerende actie wordt ondernomen ten aanzien van tekortkomingen van gemeenschappelijke aard en dat de Commissie op de hoogte wordt gehouden van de verdere ontwikkelingen;
      • d) 
        zij bevordert en waarborgt een geharmoniseerde toepassing van de EU- regelgeving.

    De coördinerende instantie is het voorwerp van een specifieke erkenning door de lidstaat ten aanzien van de verwerking van de in de eerste alinea, onder a), bedoelde

    financiële informatie.

    • 5. 
      Wanneer een erkend betaalorgaan niet of niet meer aan een of meer van de in lid 2 bedoelde erkenningscriteria voldoet, trekt de lidstaat de erkenning ervan in tenzij het betaalorgaan binnen een naargelang van de ernst van het probleem vast te stellen termijn de nodige aanpassingen verricht.
    • 6. 
      De betaalorganen zorgen voor het beheer en de controle van de verrichtingen in verband met de openbare interventie waarvoor zij verantwoordelijk zijn, en blijven eindverantwoordelijk op dit gebied.

      Artikel 8 Bevoegdheden van de Commissie

    • 1. 
      Om een goede werking van het bij artikel 7 vastgestelde systeem te waarborgen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:
      • a) 
        de minimumvoorwaarden voor de erkenning van betaalorganen met betrekking tot de interne omgeving, controleactiviteiten, informatie en communicatie en monitoring, alsook de procedure voor de toekenning en intrekking van de erkenning;
      • b) 
        het toezicht op en de procedure voor de herziening van de erkenning van de betaalorganen;
      • c) 
        de minimumvoorwaarden voor de erkenning van de coördinerende instanties, alsook de procedure voor de toekenning en intrekking van de erkenning.

    2 De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor:

    • a) 
      de verplichtingen van de betaalorganen wat betreft openbare interventie, alsmede de inhoud van hun verantwoordelijkheden op het gebied van beheer en controle;
    • b) 
      de werking van de coördinerende instantie en de melding van de in artikel 7, lid 4, bedoelde informatie aan de Commissie.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen

    overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    Artikel 9 Certificerende instanties

    • 1. 
      De certificerende instantie is een door de lidstaat aangewezen publieke of particuliere auditorganisatie die een oordeel geeft over de beheersverklaring betreffende de volledigheid, nauwkeurigheid en waarachtigheid van de jaarrekeningen van het betaalorgaan, over de goede werking van het internecontrolesysteem ervan, over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, en over de naleving van het beginsel van een goed financieel beheer.

      Zij is operationeel onafhankelijk van zowel het betrokken betaalorgaan als de

      autoriteit die dit orgaan heeft erkend.

    • 2. 
      De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor de status van de certificerende instanties, voor de specifieke taken, waaronder de controles die zij moeten verrichten, en voor de door deze instanties op te stellen certificaten en rapporten, samen met de begeleidende documenten. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

      Artikel 10 Ontvankelijkheid van de door de betaalorganen verrichte betalingen

    EU-financiering van de in artikel 4, lid 1, en in artikel 5 bedoelde uitgaven is slechts mogelijk indien deze uitgaven zijn gedaan door erkende betaalorganen.

    Artikel 11 Volledige uitkering van betalingen aan de begunstigden

    Tenzij in de EU-wetgeving uitdrukkelijk anders is bepaald, worden betalingen die verband houden met de financiering in het kader van deze verordening, volledig aan de begunstigden uitgekeerd.

    TITEL III

    BEDRIJFSADVISERINGSSYSTEEM

    Artikel 12 Principe en toepassingsgebied

    • 1. 
      De lidstaten zetten een systeem op voor de advisering van de begunstigden over grond- en bedrijfsbeheer (hierna het "bedrijfsadviseringssysteem" genoemd), dat wordt beheerd door een of meer aangewezen instanties. De aangewezen instanties mogen publieke of particuliere organisaties zijn.
    • 2. 
      Het bedrijfsadviseringssysteem heeft ten minste betrekking op:
      • a) 
        de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond, zoals vastgesteld in titel VI, hoofdstuk I,
      • b) 
        de klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken, zoals vastgesteld in titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB], en de instandhouding van het landbouwareaal als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder c), van die verordening;
      • c) 
        de eisen of acties inzake de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, de biodiversiteit, de bescherming van water, de melding van dier- of plantenziekten, en innovatie, waaronder in elk geval de in bijlage I bij deze verordening genoemde eisen en acties;
      • d) 
        de duurzame ontwikkeling van de economische activiteiten van de kleine landbouwbedrijven als omschreven door de lidstaten, en in elk geval van de bedrijven die deelnemen aan de in titel V van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] bedoelde regeling voor kleine landbouwers.
    • 3. 
      Het bedrijfsadviseringssysteem kan met name ook betrekking hebben op:
      • a) 
        de duurzame ontwikkeling van de economische activiteiten van andere bedrijven dan die welke worden bedoeld in lid 2, onder d);
      • b) 
        de in de nationale wetgeving vastgestelde minimumeisen als bedoeld in artikel 29, lid 3, en artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO].

        Artikel 13 Specifieke eisen inzake het bedrijfsadviseringssysteem

    • 1. 
      De lidstaten zorgen ervoor dat de adviseurs in het bedrijfsadviseringssysteem voldoende gekwalificeerd zijn en regelmatig worden bijgeschoold.
    • 2. 
      De lidstaten zorgen voor een scheiding tussen advies en controle. In dit verband zorgen de lidstaten er, onverminderd de nationale wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten, voor dat de in artikel 12 bedoelde aangewezen instanties geen persoonlijke of individuele informatie en gegevens die zij bij hun adviseringsactiviteiten hebben verkregen, verstrekken aan andere personen dan de begunstigde die het betrokken bedrijf beheert, met uitzondering van onregelmatigheden of inbreuken die bij hun activiteiten zijn geconstateerd en die vallen onder een in nationaal of in EU-recht vastgelegde verplichting om een overheidsinstantie te informeren, in het bijzonder in het geval van strafbare feiten.
    • 3. 
      De bevoegde nationale autoriteit doet de begunstigde, zo mogelijk langs elektronische weg, een passende lijst van aangewezen instanties toekomen.

      Artikel 14 Toegang tot het bedrijfsadviseringssysteem

    De begunstigden kunnen op vrijwillige basis gebruikmaken van het bedrijfsadviseringssysteem, ongeacht of zij in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met inbegrip van de plattelandsontwikkeling, steun ontvangen.

    De lidstaten kunnen evenwel op basis van objectieve criteria bepalen welke categorieën begunstigden in welke rangorde toegang tot het bedrijfsadviseringssysteem krijgen. De lidstaten zorgen er evenwel voor dat landbouwers met de meest beperkte toegang tot een ander adviseringssysteem dan het bedrijfsadviseringssysteem voorrang krijgen.

    Het bedrijfsadviseringssysteem zorgt ervoor dat begunstigden advies kunnen krijgen dat afgestemd is op de specifieke situatie van hun bedrijf.

    Artikel 15 Bevoegdheden van de Commissie

    • 1. 
      Om een goede werking van het bedrijfsadviseringssysteem te waarborgen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen die gericht zijn op het volledig operationeel maken van dit systeem. De desbetreffende bepalingen kunnen onder meer betrekking hebben op de toegangscriteria voor landbouwers.
    • 2. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor een uniforme toepassing van het bedrijfsadviseringssysteem. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    TITEL IV

    FINANCIEEL BEHEER VAN DE FONDSEN

    Hoofdstuk I

    ELGF

    A FDELING 1 F INANCIERING VAN DE UITGAVEN

    Artikel 16 Begrotingsmaximum

    • 1. 
      Het jaarlijkse maximum voor de uitgaven uit het ELGF wordt gevormd door de maximumbedragen die voor dit fonds zijn vastgesteld op grond van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [MFK] .
    • 2. 
      Ingeval bij EU-wetgeving is bepaald dat het in lid 1 bedoelde bedrag moet worden verlaagd, dan stelt de Commissie middels uitvoeringshandelingen het nettosaldo dat voor de uitgaven uit het ELGF beschikbaar is, vast op basis van de in die wetgeving genoemde gegevens.

      Artikel 17 Maandelijkse betalingen

    • 1. 
      De Commissie stelt de kredieten die nodig zijn voor de financiering van de in artikel 4, lid 1, bedoelde uitgaven, in de vorm van maandelijkse betalingen ter beschikking van de lidstaten op basis van de uitgaven die de erkende betaalorganen in een referentieperiode hebben gedaan.
    • 2. 
      Totdat de maandelijkse betalingen door de Commissie worden uitgekeerd, verschaffen de lidstaten de voor de uitgaven benodigde middelen naargelang van de behoeften van hun erkende betaalorganen.

      Artikel 18 Procedure voor de maandelijkse betalingen

    • 1. 
      Onverminderd de in de artikelen 53 en 54 bedoelde uitvoeringshandelingen verricht de Commissie maandelijkse betalingen voor de uitgaven die de erkende betaalorganen in de referentiemaand hebben gedaan.
    • 2. 
      De maandelijkse betalingen worden aan een lidstaat verricht uiterlijk op de derde werkdag van de tweede maand na de maand waarin de uitgaven zijn gedaan.

    De uitgaven van de lidstaten in de periode van 1 tot en met 15 oktober worden beschouwd als uitgaven die in de maand oktober zijn gedaan. De uitgaven in de periode van 16 tot en met 31 oktober worden beschouwd als uitgaven die in de

    maand november zijn gedaan.

    • 3. 
      De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen haar maandelijkse betalingen vast op basis van een uitgavendeclaratie van de lidstaten en de overeenkomstig artikel 102, lid 1, geleverde informatie en met inachtneming van de op grond van artikel 43 toegepaste verlagingen of schorsingen of van andere correcties. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
    • 4. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen besluiten aanvullende betalingen te verrichten of bedragen in mindering te brengen. In dergelijke gevallen wordt het in artikel 112, lid 1, bedoelde comité in zijn volgende vergadering daarvan in kennis gesteld.

      Artikel 19 Administratieve en personeelskosten

    De administratieve en personeelskosten van de lidstaten en van de begunstigden van steun uit het ELGF worden niet door het ELGF gefinancierd.

    Artikel 20 Uitgaven aan openbare interventie

    • 1. 
      Wanneer voor een openbare interventie geen bedrag per eenheid wordt vastgesteld in het kader van de gemeenschappelijke marktordening, financiert het ELGF de betrokken maatregel op basis van voor de gehele EU geldende forfaitaire bedragen, met name voor de van de lidstaten afkomstige middelen die worden gebruikt voor de aankoop van producten, voor materiële verrichtingen in verband met de opslag van interventieproducten en, in voorkomend geval, voor de verwerking van dergelijke producten.
    • 2. 
      Om de financiering door het ELGF van de uitgaven aan openbare interventie te waarborgen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:
      • a) 
        de voor EU-financiering in aanmerking komende maatregelen en de voorwaarden voor de vergoeding ervan;
      • b) 
        de subsidiabiliteitsvoorwaarden en de berekeningswijze op basis van de daadwerkelijk door de betaalorganen geconstateerde elementen, op basis van door de Commissie vastgestelde forfaitaire bedragen of op basis van forfaitaire of niet-forfaitaire bedragen die bij sectorale landbouwwetgeving zijn vastgesteld.
    • 3. 
      De Commissie stelt de in lid 1 bedoelde bedragen middels uitvoeringshandelingen vast. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

      Artikel 21 Verwerving van satellietbeelden

    De Commissie en de lidstaten komen de lijst van de voor controles benodigde satellietbeelden overeen op basis van de door elke lidstaat opgestelde specificaties.

    De Commissie stelt deze satellietbeelden gratis ter beschikking aan de controle-instanties of aan leveranciers van diensten die van deze instanties toestemming hebben gekregen om hen te vertegenwoordigen.

    De Commissie blijft de eigenaar van de beelden en vraagt deze terug na voltooiing van de werkzaamheden. Zij kan ook bepalen dat werkzaamheden moeten worden verricht om de technieken en werkmethoden voor de inspectie van landbouwarealen door middel van teledetectie te verbeteren.

    Artikel 22 Monitoring van agrarische hulpbronnen

    De uit hoofde van artikel 6, onder c), gefinancierde maatregelen zijn bedoeld om de Commissie de middelen te bieden om de EU-landbouwmarkten in een mondiale context te beheren, om te zorgen voor een agro-economische monitoring van landbouwgrond en van de toestand van de gewassen zodat ramingen van met name de opbrengsten en de landbouwproductie kunnen worden gemaakt, om de toegang tot dergelijke ramingen te delen in een internationale context, zoals initiatieven die gecoördineerd worden door afdelingen van de Verenigde Naties of andere internationale organisaties, om de transparantie van de wereldmarkten te bevorderen en om te zorgen voor een technologische follow-up van het agrometeorologische systeem.

    De uit hoofde van artikel 6, onder c), gefinancierde maatregelen hebben betrekking op de verzameling of aankoop van gegevens die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waaronder satellietgegevens en meteorologische gegevens, op de ontwikkeling van een infrastructuur voor ruimtelijke gegevens en van een website, op de uitvoering van specifieke studies over klimaatomstandigheden en op de actualisering van agrometeorologische en econometrische modellen. Zo nodig worden deze maatregelen in samenwerking met nationale laboratoria en instanties uitgevoerd.

    Artikel 23 Uitvoeringsbevoegdheden

    De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor de financiering uit hoofde van artikel 6, onder b) en c), voor de procedure op basis waarvan de in de artikelen 21 en 22 bedoelde maatregelen moeten worden uitgevoerd om de gestelde doelen te bereiken, voor het kader voor de verwerving, de verbetering en het gebruik van satellietbeelden en meteorologische gegevens, en voor de toepasselijke termijnen. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    A FDELING 2 B EGROTINGSDISCIPLINE

    Artikel 24 Inachtneming van het maximum

    • 1. 
      Bij de begrotingsprocedure en de uitvoering van de begroting mogen de kredieten voor de uitgaven uit het ELGF het in artikel 16 bedoelde bedrag niet overschrijden.

    Bij alle door de Commissie voorgestelde en door het Europees Parlement en de Raad, de Raad of de Commissie goedgekeurde wetgevingsinstrumenten die gevolgen hebben voor de ELGF-begroting, wordt het in artikel 16 bedoelde bedrag in acht

    genomen.

    • 2. 
      Wanneer bij EU-wetgeving voor een lidstaat een financieel maximum voor landbouwuitgaven is vastgesteld in euro, worden de desbetreffende uitgaven binnen de grenzen van dat in euro vastgestelde maximum vergoed, waarbij die uitgaven zo nodig worden aangepast naargelang van de gevolgen van de toepassing van artikel 43.
    • 3. 
      De in artikel 7 van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] bedoelde nationale maxima voor rechtstreekse betalingen, gecorrigeerd voor de aanpassingen op grond van artikel 25 van deze verordening, worden beschouwd als financiële maxima in euro.

      Artikel 25 Financiële discipline

    • 1. 
      Om ervoor te zorgen dat de in Verordening (EU) nr. xxx/xxx [MFK] vermelde jaarlijkse maxima ter financiering van de marktgerelateerde uitgaven en de rechtstreekse betalingen in acht worden genomen, wordt een aanpassingscoëfficient voor de rechtstreekse betalingen vastgesteld wanneer de ramingen voor de financiering van de maatregelen die in het kader van dit submaximum voor een bepaald begrotingsjaar worden gefinancierd, erop wijzen dat de toepasselijke jaarlijkse maxima zullen worden overschreden.
    • 2. 
      Op basis van een voorstel dat de Commissie uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar waarop de in lid 1 bedoelde aanpassing van toepassing is indient, stelt de Raad de aanpassing uiterlijk op 30 juni van hetzelfde kalenderjaar vast.
    • 3. 
      Indien de aanpassingscoëfficient op 30 juni van een jaar nog niet is vastgesteld, stelt de Commissie deze middels een uitvoeringshandeling vast en stelt zij de Raad daar onmiddellijk van in kennis. Een dergelijke uitvoeringshandeling wordt aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
    • 4. 
      Uiterlijk op 1 december kan de Raad, op voorstel van de Commissie, op basis van nieuwe informatie waarover zij beschikt, de overeenkomstig lid 2 of lid 3 vastgestelde aanpassingscoëfficiënt voor de rechtstreekse betalingen aanpassen.
    • 5. 
      De Commissie kan middels een uitvoeringshandeling de voorwaarden vaststellen voor de kredieten die overeenkomstig artikel [149, lid 3,] van Verordening (EU) nr. FR/xxx worden overgedragen ter financiering van de in artikel 4, lid 1, onder b), van de onderhavige verordening bedoelde uitgaven. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
    • 6. 
      Vóór de toepassing van dit artikel wordt eerst rekening gehouden met het door de begrotingsautoriteit goedgekeurde bedrag voor de reserve voor crisissituaties in de landbouwsector als bedoeld in punt 14 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.

      Artikel 26 Procedure inzake de begrotingsdiscipline

    • 1. 
      De Commissie dient tegelijk met het ontwerp van begroting voor begrotingsjaar N haar ramingen voor de begrotingsjaren N - 1, N en N + 1 in bij het Europees Parlement en de Raad.
    • 2. 
      Indien bij de opstelling van het ontwerp van begroting voor begrotingsjaar N blijkt dat het in artikel 16 bedoelde bedrag voor begrotingsjaar N dreigt te worden overschreden, stelt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad of alleen aan de Raad de maatregelen voor die nodig zijn om dit bedrag alsnog in acht te nemen.
    • 3. 
      Op elk moment stelt de Commissie, indien zij van oordeel is dat het in artikel 16 bedoelde bedrag dreigt te worden overschreden en dat het haar in het kader van haar bevoegdheden niet mogelijk is de nodige maatregelen te nemen om de situatie te corrigeren, andere maatregelen voor die ervoor zorgen dat dit bedrag alsnog in acht wordt genomen. Deze maatregelen worden door de Raad op basis van artikel 43, lid 3, van het Verdrag of door het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 43, lid 2, van het Verdrag aangenomen.
    • 4. 
      Indien aan het einde van begrotingsjaar N de vergoedingsaanvragen van de lidstaten het in artikel 16 bedoelde bedrag overschrijden of waarschijnlijk zullen overschrijden, handelt de Commissie als volgt:
      • a) 
        zij neemt de door de lidstaten ingediende aanvragen naar evenredigheid daarvan en binnen de grenzen van de beschikbare begroting in aanmerking en stelt het bedrag van de betalingen voor de betrokken maand voorlopig vast middels uitvoeringshandelingen;
      • b) 
        zij bepaalt uiterlijk op 28 februari van het daaropvolgende jaar voor alle lidstaten hun situatie met betrekking tot de EU-financiering voor het voorgaande begrotingsjaar;
      • c) 
        zij stelt middels uitvoeringshandelingen het totaalbedrag van de EU- financiering, verdeeld over de lidstaten, vast op basis van een uniform percentage van EU-financiering en binnen de grenzen van de begroting die voor de maandelijkse betalingen beschikbaar was;
      • d) 
        zij voert uiterlijk bij de maandelijkse betalingen voor de maand maart van jaar N + 1 de verrekeningen uit die eventueel tussen de lidstaten moeten plaatsvinden.

    De uitvoeringshandelingen waarin de punten a) en c) van de eerste alinea voorzien, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde

    raadplegingsprocedure.

    Artikel 27 Alarmsysteem

    Om te voorkomen dat het in artikel 16 bedoelde begrotingsmaximum wordt overschreden, past de Commissie een alarmsysteem toe waarmee de uitgaven uit het ELGF per maand worden gevolgd.

    Vóór het begin van elk begrotingsjaar bepaalt de Commissie daartoe profielen van de maandelijkse uitgaven, waarbij zij zich, voor zover dienstig, baseert op het gemiddelde van de maandelijkse uitgaven in de voorgaande drie jaren.

    De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad periodiek een verslag in waarin de ontwikkeling van de gedane uitgaven wordt getoetst aan de profielen en waarin de voor het lopende begrotingsjaar te verwachten uitvoering van de begroting wordt beoordeeld.

    Artikel 28 Referentiewisselkoers

    • 1. 
      Wanneer de Commissie het ontwerp van begroting of een op de landbouwuitgaven betrekking hebbende nota van wijzigingen bij het ontwerp van begroting aanneemt, gebruikt zij voor de opstelling van de ramingen voor de begroting van het ELGF de wisselkoers van de euro ten opzichte van de dollar van de Verenigde Staten die gemiddeld op de markt is geconstateerd in het meest recente kwartaal dat ten minste twintig dagen vóór de aanneming van het begrotingsdocument door de Commissie is geëindigd.
    • 2. 
      Wanneer de Commissie een ontwerp van gewijzigde en aanvullende begroting of een nota van wijzigingen bij een dergelijk ontwerp aanneemt, gebruikt zij, voor zover deze documenten betrekking hebben op de kredieten voor de in artikel 4, lid 1, onder a), bedoelde uitgaven:
      • a) 
        enerzijds, de wisselkoers van de euro ten opzichte van de dollar van de Verenigde Staten die daadwerkelijk gemiddeld op de markt is geconstateerd in de periode vanaf 1 augustus van het voorgaande begrotingsjaar tot het einde van het meest recente kwartaal dat ten minste twintig dagen vóór de aanneming van het begrotingsdocument door de Commissie is geëindigd, en uiterlijk tot en met 31 juli van het lopende begrotingsjaar;
      • b) 
        anderzijds, bij wijze van raming voor de rest van het begrotingsjaar, de voornoemde wisselkoers die daadwerkelijk gemiddeld is geconstateerd in het meest recente kwartaal dat ten minste twintig dagen vóór de aanneming van het begrotingsdocument door de Commissie is geëindigd.

    Hoofdstuk II

    ELFPO

    A FDELING 1 A LGEMENE BEPALINGEN INZAKE HET ELFPO

    Artikel 29 Geen dubbele financiering

    Onverminderd het recht op steun op grond van artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) nr. PO/xxx wordt voor de uit het ELFPO gefinancierde uitgaven geen andere financiering uit de EU-begroting verleend.

    Artikel 30 Gemeenschappelijke bepalingen inzake de betalingen

    • 1. 
      Overeenkomstig artikel 67, lid 1, van Verordening (EU) nr. GV/xxx is de door de Commissie te betalen ELFPO-bijdrage als bedoeld in artikel 5 niet hoger dan het bedrag aan vastleggingen.

      De desbetreffende betalingen worden afgeboekt op de oudste openstaande

      vastlegging.

    • 2. 
      Artikel [81] van Verordening (EU) nr. FR/xxx is van toepassing.

      A FDELING 2 F INANCIERING VAN PROGRAMMA ' S VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING

      Artikel 31 Financiële bijdrage uit het ELFPO

    De financiële bijdrage uit het ELFPO in de uitgaven voor programma's voor plattelandsontwikkeling wordt voor elk programma bepaald binnen de grenzen van de maxima die zijn vastgesteld in de EU-wetgeving inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het ELFPO.

    Artikel 32 Vastleggingen

    Artikel 66 van Verordening (EU) nr. GV/xxx is op de EU-vastleggingen voor plattelandsontwikkelingsprogramma's van toepassing.

    A FDELING 3 F INANCIËLE BIJDRAGE AAN PLATTELANDSONTWIKKELINGPROGRAMMA ' S

    Artikel 33

    Bepalingen inzake betalingen voor plattelandsontwikkelingsprogramma's

    • 1. 
      De kredieten die nodig zijn voor de financiering van de in artikel 5 bedoelde uitgaven, worden aan de lidstaten ter beschikking gesteld in de vorm van voorfinanciering, tussentijdse betalingen en een saldobetaling, zoals beschreven in deze afdeling.
    • 2. 
      Het gecumuleerde totaal van de voorfinanciering en de tussentijdse betalingen bedraagt ten hoogste 95 % van de bijdrage uit het ELFPO voor elk programma voor plattelandsontwikkeling.

    Overeenkomstig artikel 70, lid 2, van Verordening (EU) nr. GV/xxx blijven de lidstaten, wanneer het maximum van 95 % is bereikt, betalingsverzoeken bij de

    Commissie indienen.

    Artikel 34 Voorfinanciering

    • 1. 
      Na het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het programma keert de Commissie een eerste voorfinanciering voor de gehele programmaperiode uit. Deze eerste voorfinanciering bedraagt 4 % van de bijdrage uit het ELFPO voor het betrokken programma. Zij kan over ten hoogste drie tranches worden gespreid, afhankelijk van de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen. De eerste tranche bedraagt 2 % van de bijdrage uit het ELFPO voor het betrokken programma.
    • 2. 
      Het totaalbedrag dat als voorfinanciering is uitgekeerd, wordt aan de Commissie terugbetaald indien geen uitgaven zijn gedaan en geen uitgavendeclaratie voor het programma voor plattelandsontwikkeling is toegezonden binnen een termijn van 24 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Commissie het eerste gedeelte van de voorfinanciering heeft uitgekeerd.
    • 3. 
      De renteopbrengsten van de voorfinanciering worden voor het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling bestemd en in mindering gebracht op het bedrag aan overheidsuitgaven dat in de einddeclaratie van de uitgaven is vermeld.
    • 4. 
      Het totale als voorfinanciering uitgekeerde bedrag wordt vóór de afsluiting van het programma voor plattelandsontwikkeling behandeld in het kader van de goedkeuring van de rekeningen overeenkomstig de in artikel 53 bedoelde procedure.

      Artikel 35 Tussentijdse betalingen

    • 1. 
      Tussentijdse betalingen worden verricht op het niveau van elk programma voor plattelandsontwikkeling. Ze worden berekend door het medefinancieringspercentage voor elke maatregel toe te passen op de voor deze maatregel gedane overheidsuitgaven.
    • 2. 
      Afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen verricht de Commissie tussentijdse betalingen ter vergoeding van de uitgaven die de erkende betaalorganen hebben gedaan voor de tenuitvoerlegging van de programma's.
    • 3. 
      Een tussentijdse betaling wordt verricht wanneer aan de volgende eisen is voldaan:
      • a) 
        een door het erkende betaalorgaan ondertekende uitgavendeclaratie is overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder c), bij de Commissie ingediend;
      • b) 
        er heeft geen overschrijding plaatsgevonden van de totale bijdrage uit het ELFPO die voor elk van de maatregelen voor de gehele looptijd van het betrokken programma is toegekend;
      • c) 
        het jongste jaarverslag over de voortgang van het programma voor plattelandsontwikkeling is ingediend bij de Commissie.
    • 4. 
      Indien niet is voldaan aan een van de in lid 3 genoemde eisen, deelt de Commissie dit onmiddellijk mee aan het erkende betaalorgaan of, in het geval dat een coördinerende instantie is aangewezen, aan deze instantie. Indien niet is voldaan aan lid 3, onder a), of aan lid 3, onder c), is de uitgavendeclaratie niet ontvankelijk.
    • 5. 
      De Commissie verricht een tussentijdse betaling binnen 45 dagen te rekenen vanaf de registratie van een uitgavendeclaratie die voldoet aan de in lid 3 genoemde eisen, zulks onverminderd artikel 39 en de in de artikelen 53 en 54 bedoelde uitvoeringshandelingen.
    • 6. 
      De erkende betaalorganen stellen de tussentijdse uitgavendeclaraties voor de programma's voor plattelandsontwikkeling op en doen deze via de coördinerende instantie dan wel rechtstreeks, als deze instantie niet is aangewezen, aan de Commissie toekomen binnen de termijnen die de Commissie middels uitvoeringshandelingen heeft aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    Deze uitgavendeclaraties hebben betrekking op de uitgaven die de betaalorganen in elk van de betrokken tijdvakken hebben gedaan. Wanneer de in artikel 55, lid 7, van Verordening (EU) nr. GV/xxx bedoelde uitgaven niet in het betrokken tijdvak bij de Commissie kunnen worden gedeclareerd omdat de programmawijziging nog op goedkeuring van de Commissie wacht, mogen ze echter in een daaropvolgend tijdvak

    worden gedeclareerd.

    De tussentijdse uitgavendeclaraties voor de op of na 16 oktober gedane uitgaven

    worden ten laste van de begroting van het volgende jaar gebracht.

    • 7. 
      Artikel 74 van Verordening (EU) nr. GV/xxx is van toepassing.

      Artikel 36 Saldobetaling en afsluiting van het programma

    • 1. 
      Na ontvangst van het laatste jaarverslag over de voortgang van het programma voor plattelandsontwikkeling verricht de Commissie onder voorbehoud van de beschikbaarheid van middelen de saldobetaling op basis van het vigerende financieringsplan, de jaarrekeningen voor het laatste jaar van tenuitvoerlegging van het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling, en het betrokken goedkeuringsbesluit. Deze rekeningen worden uiterlijk zes maanden na de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven als bedoeld in artikel 55, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [GV], ingediend bij de Commissie en hebben betrekking op de uitgaven die het betaalorgaan tot en met de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven heeft gedaan.
    • 2. 
      De saldobetaling vindt plaats uiterlijk zes maanden nadat de in lid 1 genoemde informatie en documenten door de Commissie ontvankelijk zijn bevonden en de laatste jaarrekening is goedgekeurd. Onverminderd artikel 37, lid 5, worden de na de saldobetaling resterende vastleggingen uiterlijk binnen zes maanden door de Commissie doorgehaald.
    • 3. 
      Indien het laatste jaarlijkse voortgangsverslag en de documenten die nodig zijn voor de goedkeuring van de rekeningen over het laatste jaar van tenuitvoerlegging van het programma, niet binnen de in lid 1 vastgestelde termijn aan de Commissie zijn toegezonden, wordt het saldo overeenkomstig artikel 37 ambtshalve doorgehaald.

      Artikel 37 Ambtshalve doorhalen van vastleggingen voor plattelandsontwikkelingsprogramma's

    • 1. 
      Het gedeelte van een vastlegging voor een programma voor plattelandsontwikkeling dat uiterlijk op 31 december van het tweede jaar na het jaar van de vastlegging niet is gebruikt voor de voorfinanciering of voor tussentijdse betalingen of waarvoor uiterlijk op deze datum geen uitgavendeclaratie bij haar is ingediend die voldoet aan de in artikel 35, lid 3, genoemde eisen, wordt door de Commissie ambtshalve doorgehaald.
    • 2. 
      Het gedeelte van de vastleggingen dat nog openstond op de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven als bedoeld in artikel 55, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [GV], en waarvoor binnen zes maanden na deze datum geen uitgavendeclaratie is ingediend, wordt ambtshalve doorgehaald.
    • 3. 
      In geval van een gerechtelijke procedure of een administratief beroep met schorsende werking wordt de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn waarna ambtshalve wordt doorgehaald, gedurende die procedure of dat administratief beroep geschorst voor het bedrag van de betrokken concrete acties, mits de Commissie uiterlijk op 31 december van jaar N + 2 een met redenen omklede melding ontvangt van de lidstaat.
    • 4. 
      Bij de berekening van de ambtshalve door te halen bedragen worden niet meegerekend:
      • a) 
        het gedeelte van de vastleggingen waarvoor uiterlijk op 31 december van jaar N + 2 al wel een uitgavendeclaratie is ingediend, maar waarvan de Commissie de vergoeding heeft verlaagd of geschorst;
      • b) 
        het gedeelte van de vastleggingen waarvoor het betaalorgaan door overmacht geen betaling heeft kunnen verrichten, in het geval dat deze situatie ernstige repercussies heeft voor de tenuitvoerlegging van het programma voor plattelandsontwikkeling. De nationale autoriteiten die zich op overmacht beroepen, moeten de rechtstreekse gevolgen van de overmachtsituatie voor de tenuitvoerlegging van het programma als geheel of van een deel daarvan aantonen.

    De lidstaat zendt de Commissie uiterlijk op 31 januari informatie toe over de in de eerste alinea genoemde uitzonderingen met betrekking tot het bedrag dat uiterlijk aan

    het eind van het voorgaande jaar gedeclareerd had moeten zijn.

    • 5. 
      De Commissie brengt de lidstaat tijdig op de hoogte wanneer er gevaar voor ambtshalve doorhalen bestaat. Zij stelt hem in kennis van het bedrag dat volgens haar informatie ambtshalve moet worden doorgehaald. De lidstaat beschikt over een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst van deze kennisgeving om akkoord te gaan met het betrokken bedrag of zijn opmerkingen kenbaar te maken. De Commissie gaat over tot het ambtshalve doorhalen uiterlijk negen maanden na de laatste uiterste data die voortvloeien uit de toepassing van de leden 1, 2 en 3.
    • 6. 
      Ingeval een bedrag ambtshalve wordt doorgehaald, wordt de bijdrage uit het ELFPO voor het desbetreffende programma voor plattelandsontwikkeling voor het betrokken jaar met dit bedrag verlaagd. De lidstaat legt een herzien financieringsplan waarin de verlaging van de steun over de maatregelen is verdeeld, ter goedkeuring over aan de Commissie. Bij ontstentenis daarvan verlaagt de Commissie de voor de onderscheiden maatregelen toegewezen bedragen verhoudingsgewijs.

      A FDELING 4 F INANCIERING VAN DE PRIJS VOOR INNOVATIEVE PLAATSELIJKE

    SAMENWERKING

    Artikel 38

    Vastleggingen

    Het in artikel 58, lid 4, van Verordening (EU) nr. PO/xxx bedoelde besluit van de Commissie tot vaststelling van de lijst van projecten waaraan de prijs voor innovatieve plaatselijke samenwerking wordt toegekend, vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel [75, lid 2,] van Verordening (EU) nr. FR/xxx.

    Na de vaststelling van het in de eerste alinea bedoelde besluit verricht de Commissie binnen de in artikel 51, lid 2, van Verordening (EU) nr. PO/xxx genoemde limiet een vastlegging per lidstaat voor het totale bedrag aan prijzen dat aan de projecten in deze lidstaat is toegekend.

    Artikel 39

    Betalingen aan de lidstaten

    • 1. 
      De Commissie verricht, in het kader van de in artikel 35 bedoelde tussentijdse betalingen en binnen de grenzen van de voor de betrokken lidstaten beschikbare vastleggingen, de betalingen ter vergoeding van de uitgaven die de erkende betaalorganen hebben gedaan in verband met de toekenning van de in deze afdeling bedoelde prijzen.
    • 2. 
      Elke betaling wordt pas verricht nadat overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder c), een door het erkende betaalorgaan ondertekende uitgavendeclaratie is ingediend bij de Commissie.
    • 3. 
      De erkende betaalorganen stellen de uitgavendeclaraties voor de prijs voor innovatieve plaatselijke samenwerking op en doen deze via de coördinerende instantie dan wel rechtstreeks, als deze instantie niet is aangewezen, aan de Commissie toekomen binnen de termijnen die de Commissie middels uitvoeringshandelingen heeft aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

      Deze uitgavendeclaraties hebben betrekking op de uitgaven die de betaalorganen in

      elk van de betrokken tijdvakken hebben gedaan.

    Artikel 40

    Ambtshalve doorhalen van de vastleggingen voor de prijs voor innovatieve plaatselijke

    samenwerking

    De Commissie haalt de in artikel 38, tweede alinea, bedoelde bedragen ambtshalve door die uiterlijk op 31 december van het tweede jaar na het jaar van de vastlegging niet zijn gebruikt voor de vergoeding van de uitgaven van de lidstaten op grond van artikel 39 of waarvoor uiterlijk op die datum geen uitgavendeclaratie bij haar is ingediend die voldoet aan de voorwaarden van dat artikel.

    Artikel 37, leden 3, 4 en 5, is van overeenkomstige toepassing.

    Hoofdstuk III

    Gemeenschappelijke bepalingen

    Artikel 41 Landbouwbegrotingsjaar

    Onverminderd de bijzondere bepalingen inzake de declaraties van uitgaven en ontvangsten in verband met de openbare interventie die de Commissie uit hoofde van artikel 48, lid 7, onder a), heeft vastgesteld, omvat het landbouwbegrotingsjaar de gedane uitgaven en de geïnde ontvangsten die het betaalorgaan voor begrotingsjaar "N", dat begint op 16 oktober van jaar "N-1" en eindigt op 15 oktober van jaar "N", heeft opgenomen in de rekeningen van de begroting van het ELGF en het ELFPO.

    Artikel 42 Inachtneming van de betalingstermijnen

    • 1. 
      Wanneer in de EU-wetgeving betalingstermijnen zijn vastgesteld, komt een betaling van een betaalorgaan aan de begunstigden vóór de vroegst mogelijke datum van betaling of na de laatst mogelijke datum van betaling niet voor EU-financiering in aanmerking, behalve in de gevallen, onder de voorwaarden en binnen de grenzen die naar evenredigheid moeten worden bepaald.

    Om ervoor te zorgen dat de financiële gevolgen evenredig zijn aan de geconstateerde overschrijding van de betalingstermijn, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de

    verlaging van de betalingen bij niet-inachtneming van de betalingstermijn.

    • 2. 
      Wanneer de lidstaten de laatst mogelijke datum van betaling niet in acht nemen, betalen zij de begunstigden achterstandsrente, die uit de nationale begroting wordt gefinancierd.

      Artikel 43 Verlaging en schorsing van de maandelijkse en de tussentijdse betalingen

    • 1. 
      Wanneer de Commissie uit de uitgavendeclaraties of de informatie als bedoeld in artikel 102 kan opmaken dat uitgaven zijn gedaan door andere instanties dan erkende betaalorganen, dat bij EU-wetgeving vastgestelde betalingstermijnen of financiële maxima niet in acht zijn genomen of dat uitgaven anderszins niet overeenkomstig de EU-regelgeving zijn gedaan, kan zij de maandelijkse of de tussentijdse betalingen aan de betrokken lidstaat verlagen of schorsen in het kader van het in artikel 18, lid 3, bedoelde besluit inzake de maandelijkse betalingen of in het kader van de in artikel 35 bedoelde tussentijdse betalingen, na de lidstaat in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen kenbaar te maken.

    Wanneer de Commissie uit de uitgavendeclaraties of de informatie als bedoeld in artikel 102 niet kan opmaken dat de uitgaven overeenkomstig de EU-regelgeving zijn gedaan, verzoekt zij de betrokken lidstaat aanvullende informatie te verstrekken en zijn opmerkingen kenbaar te maken binnen een termijn van ten minste dertig dagen. Indien de lidstaat het verzoek van de Commissie niet binnen de vastgestelde termijn beantwoordt of indien het antwoord ontoereikend wordt geacht of daaruit blijkt dat de uitgaven niet overeenkomstig de EU-regelgeving zijn gedaan, kan de Commissie de maandelijkse of de tussentijdse betalingen aan de betrokken lidstaat verlagen of schorsen in het kader van het in artikel 18, lid 3, bedoelde besluit inzake de maandelijkse betalingen of in het kader van de in artikel 35 bedoelde tussentijdse

    betalingen.

    • 2. 
      De Commissie kan de maandelijkse of de tussentijdse betalingen aan een lidstaat middels uitvoeringshandelingen verlagen of schorsen indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
      • a) 
        een of meer essentiële onderdelen van het betrokken nationale controlesysteem bestaan niet of zijn niet doeltreffend door de ernstige of hardnekkige aard van de geconstateerde tekortkomingen, of onregelmatige betalingen worden niet met de nodige zorgvuldigheid teruggevorderd;
      • b) 
        de onder a) bedoelde tekortkomingen zijn van aanhoudende aard en hebben aanleiding gegeven tot ten minste twee uitvoeringshandelingen uit hoofde van artikel 54, waarbij is besloten om uitgaven van de betrokken lidstaat aan EU- financiering te onttrekken; en
      • c) 
        de Commissie komt tot de slotsom dat de betrokken lidstaat niet in staat is om de nodige maatregelen ten uitvoer te leggen om de situatie in de onmiddellijke toekomst recht te zetten.

      De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen

      overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

    De verlaging of schorsing is van toepassing op de desbetreffende uitgaven van het betaalorgaan waar de tekortkomingen bestaan, en wel gedurende een periode die wordt bepaald in de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen en die niet meer dan twaalf maanden bedraagt, maar telkens met maximaal twaalf maanden kan worden verlengd indien nog steeds aan de voorwaarden voor verlaging of schorsing wordt voldaan. De verlaging of schorsing wordt niet gehandhaafd wanneer niet meer

    aan deze voorwaarden wordt voldaan.

    Voordat de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen worden aangenomen, stelt de Commissie de betrokken lidstaat van haar voornemen in kennis en verzoekt

    zij hem te reageren binnen een termijn van ten minste dertig dagen.

    In de besluiten inzake de in artikel 18, lid 3, bedoelde maandelijkse betalingen of inzake de in artikel 35 bedoelde tussentijdse betalingen wordt rekening gehouden

    met de uitvoeringshandelingen die op grond van dit lid zijn aangenomen.

    • 3. 
      Verlagingen en schorsingen op grond van dit artikel worden naar evenredigheid toegepast en laten de in de artikelen 53 en 54 bedoelde uitvoeringshandelingen onverlet.
    • 4. 
      Verlagingen en schorsingen op grond van dit artikel laten de artikelen 17, 20 en 21 van Verordening (EU) nr. GV/xxx onverlet.

    Voor de toepassing van de in de artikelen 17 en 20 van Verordening (EU) nr. GV/xxx bedoelde schorsingen wordt de procedure van lid 2 van het onderhavige

    artikel gevolgd.

    Artikel 44 Schorsing van betalingen bij te late indiening van informatie

    Indien de lidstaten krachtens sectorale landbouwwetgeving binnen een bepaalde termijn informatie over het aantal verrichte controles en de resultaten ervan moeten indienen en de lidstaten deze termijn overschrijden, kan de Commissie overgaan tot schorsing van de in artikel 18 bedoelde maandelijkse betalingen of de in artikel 35 bedoelde tussentijdse betalingen waarvoor de desbetreffende statistische informatie niet op tijd is verzonden.

    Artikel 45 Bestemming van ontvangsten

    • 1. 
      Als bestemmingsontvangsten in de zin van artikel [18] van Verordening (EU) nr. FR/xxx worden beschouwd:
      • a) 
        de bedragen die op grond van artikel 42, artikel 53 wat de uitgaven uit het ELGF betreft, artikel 54 en artikel 56 aan de EU-begroting moeten worden overgemaakt, met inbegrip van de rente daarop;
    • b) 
      de bedragen die op grond van deel II, titel I, hoofdstuk III, van

    Verordening (EU) nr. iGMO 38 aanpassen /xxx van het Europees Parlement en

    de Raad worden geïnd;

    • c) 
      de bedragen die als gevolg van sancties overeenkomstig de specifieke voorschriften van de sectorale landbouwwetgeving zijn geïnd, tenzij in die wetgeving uitdrukkelijk is bepaald dat de lidstaten deze bedragen mogen houden;
    • d) 
      de bedragen van de sancties die zijn toegepast in het kader van de bij titel VI, hoofdstuk II, vastgestelde randvoorwaarden, wat de uitgaven uit het ELGF betreft;
    • e) 
      verbeurdverklaarde zekerheden, borgsommen en garanties die zijn ingebracht uit hoofde van EU-wetgeving die is vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met uitzondering van plattelandsontwikkeling. De lidstaten mogen evenwel verbeurde zekerheden die gesteld zijn bij de afgifte van uitvoer- of invoercertificaten of in het kader van een inschrijving waarbij het uitsluitend de bedoeling is geweest ervoor te zorgen dat een inschrijver een serieuze inschrijving indient, zelf houden.
    • 2. 
      De in lid 1 bedoelde bedragen worden aan de EU-begroting overgemaakt en worden in geval van hergebruik uitsluitend gebruikt om uitgaven uit het ELGF of het ELFPO te financieren.
    • 3. 
      Deze verordening is van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde bestemmingsontvangsten.
    • 4. 
      Wat het ELGF betreft, zijn de artikelen [150 en 151] van Verordening (EU) nr. FR/xxx van overeenkomstige toepassing op de boeking van de in de onderhavige verordening bedoelde bestemmingsontvangsten.

    38 PB L […] van […], blz. […].

    Artikel 46 Bijhouden van afzonderlijke rekeningen

    Elk betaalorgaan houdt afzonderlijke rekeningen bij voor de kredieten welke voor het ELGF en die welke voor het ELFPO zijn opgenomen in de EU-begroting.

    Artikel 47 Financiering van voorlichtingsmaatregelen

    • 1. 
      De voorlichting die uit hoofde van artikel 6, onder e), wordt gefinancierd, is met name gericht op de verduidelijking, uitvoering en ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en op de bewustmaking van het publiek van de inhoud en doelstellingen van dit beleid, op het herstel van het consumentenvertrouwen na een crisis via voorlichtingscampagnes, op de verstrekking van informatie aan landbouwers en andere plattelandsactoren en op het propageren van het Europese landbouwmodel en de bevordering van het inzicht in dit model.

      Zowel binnen als buiten de EU wordt een coherente, objectieve en uitgebreide

      voorlichting gegeven die erop gericht is een breed beeld van dit beleid te schetsen.

    • 2. 
      Onder lid 1 kunnen vallen:
      • a) 
        jaarlijkse werkprogramma's of andere specifieke maatregelen die door derden worden voorgesteld;
      • b) 
        alle op initiatief van de Commissie opgezette activiteiten.

      Wettelijk verplichte maatregelen en maatregelen die al in het kader van een andere

      EU-actie worden gefinancierd, vallen er niet onder.

      Bij het opzetten van de onder b) bedoelde activiteiten kan de Commissie een beroep

      doen op externe deskundigen.

    De in de eerste alinea bedoelde maatregelen dragen ook bij aan de communicatie over de politieke prioriteiten van de EU mits deze verband houden met de algemene

    doelstellingen van deze verordening.

    • 3. 
      De Commissie publiceert elk jaar uiterlijk op 31 oktober een oproep tot het indienen van voorstellen die aan de voorwaarden van Verordening (EU) nr. FR/xxx voldoet.
    • 4. 
      Het in artikel 112, lid 1, bedoelde comité wordt in kennis gesteld van de uit hoofde van dit artikel te nemen en genomen maatregelen.
    • 5. 
      De Commissie brengt om de twee jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging van dit artikel.

      Artikel 48 Bevoegdheden van de Commissie

    • 1. 
      Om bij de betalingen op basis van de uitgavendeclaraties van de lidstaten rekening te houden met de ontvangsten die door de betaalorganen voor de EU-begroting worden geïnd, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de voorwaarden waaronder bepaalde soorten uitgaven en ontvangsten in het kader van het ELGF en het ELFPO onderling moeten worden verrekend.
    • 2. 
      Om te zorgen voor een goed beheer van de kredieten die voor het ELGF en het ELFPO zijn opgenomen in de EU-begroting, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de waardering van de verrichtingen in verband met openbare interventie en inzake de te nemen maatregelen bij verlies of waardevermindering van de producten die in het kader van de openbare interventie zijn opgeslagen, en inzake de vaststelling van de te financieren bedragen.
    • 3. 
      Om een billijke verdeling van de beschikbare kredieten over de lidstaten mogelijk te maken, wordt de Commissie, indien de EU-begroting aan het begin van het begrotingsjaar niet is vastgesteld of indien het totaalbedrag van de geprogrammeerde vastleggingen de in [artikel 150, lid 3,] van Verordening (EU) nr. FR/xxx vastgestelde drempel overschrijdt, gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 van deze verordening gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de voor de vastleggingen en de betaling van de bedragen toe te passen methode.
    • 4. 
      Om de consistentie van de gegevens die de lidstaten met betrekking tot de uitgaven melden, en van andere krachtens deze verordening vereiste informatie te verifiëren en om ervoor te zorgen dat de meldingsverplichting uit hoofde van artikel 102 wordt nagekomen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de voorwaarden voor de verlaging of schorsing van betalingen aan lidstaten wat de uitgaven uit het ELGF en het ELFPO betreft.
    • 5. 
      Om ervoor te zorgen dat het evenredigheidsbeginsel bij de toepassing van artikel 44 in acht wordt genomen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:
      • a) 
        de lijst van maatregelen die onder artikel 44 vallen;
      • b) 
        het toe te passen percentage en de termijn van de in dat artikel bedoelde schorsing van de betalingen;
      • c) 
        de voorwaarden waaronder de schorsing wordt opgeheven.
    • 6. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen een nadere invulling aan de verplichting van artikel 46 geven en de specifieke voorwaarden vaststellen voor de gegevens die in de rekeningen van de betaalorganen moeten worden geboekt. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
    • 7. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor:
      • a) 
        de financiering en boekhoudkundige verantwoording van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag en andere door het ELGF en het ELFPO gefinancierde uitgaven;
      • b) 
        de voorwaarden voor de uitvoering van de procedure voor het ambtshalve doorhalen van vastleggingen;
      • c) 
        de door de lidstaten aan de begunstigden te betalen achterstandsrente als bedoeld in artikel 42, lid 2.

      De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen

      overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    Hoofdstuk IV

    Goedkeuring van de rekeningen

    A FDELING I A LGEMENE BEPALINGEN

    Artikel 49 Controles ter plaatse door de Commissie

    • 1. 
      Onverminderd de controles die de lidstaten verrichten op grond van hun nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of artikel 287 van het Verdrag, en onverminderd controles die op grond van artikel 322 van het Verdrag of op basis van

    Verordening (EG) nr. 2185/96 van de Raad 39 worden georganiseerd, kan de

    Commissie controles ter plaatse in de lidstaten organiseren om met name na te gaan:

    • a) 
      of de administratieve werkwijzen in overeenstemming zijn met de EU- regelgeving;
    • b) 
      of de nodige bewijsstukken voorhanden zijn en of deze corresponderen met de door het ELGF of het ELFPO gefinancierde verrichtingen;
    • c) 
      hoe de door het ELGF of het ELFPO gefinancierde verrichtingen zijn uitgevoerd en gecontroleerd.

    De personen die de Commissie voor de controles ter plaatse heeft gemachtigd, of de personeelsleden van de Commissie die handelen in het kader van de hun verleende bevoegdheden, hebben toegang tot de boeken en alle andere documenten, met inbegrip van de op een elektronische informatiedrager opgestelde of ontvangen en bewaarde documenten en metagegevens die betrekking hebben op de door het ELGF

    of het ELFPO gefinancierde uitgaven.

    39 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

    De bevoegdheden om controles ter plaatse te verrichten, doen niet af aan de toepassing van nationale bepalingen op grond waarvan bepaalde handelingen alleen mogen worden verricht door ambtenaren die daartoe specifiek door de nationale wetgeving zijn aangewezen. Onverminderd de specifieke bepalingen van

    Verordening (EG) nr. 1073/1999 40 en Verordening (EG) nr. 2185/96 nemen de door

    de Commissie gemachtigde personen onder meer niet deel aan bezoeken thuis of aan formele ondervragingen van personen op basis van de wetgeving van de betrokken

    lidstaat. Wel hebben zij toegang tot de aldus verkregen informatie.

    • 2. 
      Vóór een controle ter plaatse stelt de Commissie de betrokken lidstaat of de lidstaat op wiens grondgebied de controle moet plaatsvinden, tijdig daarvan in kennis. Ambtenaren van de betrokken lidstaat kunnen aan deze controle deelnemen.

    Op verzoek van de Commissie en met instemming van de lidstaat voeren de bevoegde instanties van deze lidstaat aanvullende controles uit van of onderzoeken naar de verrichtingen die onder deze verordening vallen. Personeelsleden van de

    Commissie of door haar gemachtigde personen kunnen daaraan deelnemen.

    Ter verbetering van de controles kan de Commissie met instemming van de betrokken lidstaten overheidsdiensten van deze lidstaten bij bepaalde controles of

    onderzoeken betrekken.

    Artikel 50 Toegang tot informatie

    • 1. 
      De lidstaten houden alle informatie die voor een soepel functioneren van het ELGF en het ELFPO nodig is, ter beschikking van de Commissie en nemen alle maatregelen ter vergemakkelijking van de controles die de Commissie in het kader van het beheer van de EU-financiering nuttig acht, met inbegrip van controles ter plaatse.
    • 2. 
      Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen mee die zij voor de toepassing van de EU-handelingen inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben vastgesteld, voor zover deze handelingen financiële gevolgen hebben voor het ELGF of het ELFPO.
    • 3. 
      De lidstaten houden alle informatie ter beschikking van de Commissie welke betrekking heeft op geconstateerde onregelmatigheden en gevallen waarin mogelijk sprake is van fraude, en op de stappen die zijn gezet om onverschuldigde betalingen die verband houden met deze onregelmatigheden en fraudegevallen, terug te vorderen uit hoofde van afdeling III van dit hoofdstuk.

    40 PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

    Artikel 51 Toegang tot documenten

    De erkende betaalorganen bewaren de bewijsstukken betreffende de verrichte betalingen en de stukken over de uitvoering van de bij de EU-wetgeving voorgeschreven administratieve en fysieke controles en stellen deze stukken en informatie ter beschikking van de Commissie.

    Wanneer deze stukken worden bewaard door een in opdracht van een betaalorgaan handelende instantie die belast is met de autorisatie van de uitgaven, dient deze instantie bij het erkende betaalorgaan verslagen in over het aantal verrichte controles, over de inhoud ervan en over de in het licht van de resultaten ervan genomen maatregelen.

    Artikel 52 Uitvoeringsbevoegdheden

    De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor:

    • a) 
      de specifieke verplichtingen waaraan de lidstaten moeten voldoen met betrekking tot de controles waarin dit hoofdstuk voorziet;
    • b) 
      de samenwerkingsverplichtingen waaraan de lidstaten moeten voldoen met het oog op de toepassing van de artikelen 49 en 50.
    • c) 
      de rapportageverplichting als bedoeld in artikel 50, lid 3.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    A FDELING II G OEDKEURING

    Artikel 53 Goedkeuring van de rekeningen

    • 1. 
      Vóór 30 april van het jaar na het betrokken begrotingsjaar en op basis van de overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder c), verstrekte informatie besluit de Commissie middels uitvoeringshandelingen over de goedkeuring van de rekeningen van de erkende betaalorganen. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
    • 2. 
      Het in lid 1 bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen heeft betrekking op de volledigheid, nauwkeurigheid en waarachtigheid van de ingediende jaarrekeningen. Het besluit wordt vastgesteld onverminderd de besluiten die later uit hoofde van artikel 54 worden vastgesteld.

      Artikel 54 Conformiteitsgoedkeuring

    • 1. 
      De Commissie besluit middels uitvoeringshandelingen over de aan EU-financiering te onttrekken bedragen wanneer zij constateert dat de in artikel 4, lid 1, en artikel 5 bedoelde uitgaven niet zijn gedaan overeenkomstig de EU-wetgeving en, voor het ELFPO, overeenkomstig het toepasselijke EU-recht en nationale recht als bedoeld in artikel 77 van Verordening (EU) nr. GV/xxx. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
    • 2. 
      De Commissie bepaalt de aan financiering te onttrekken bedragen met name in het licht van het belang van de geconstateerde niet-conformiteit. Zij houdt rekening met de aard en de ernst van de inbreuk en met de financiële schade voor de EU.
    • 3. 
      Voordat een besluit tot weigering van financiering wordt vastgesteld, doet de Commissie schriftelijk melding van de resultaten van haar inspectie, en de betrokken lidstaat van zijn antwoorden daarop, waarna beide partijen pogen overeenstemming te bereiken over de te ondernemen actie.

    Wordt geen overeenstemming bereikt, dan kan de lidstaat verzoeken om opening van een procedure die tot doel heeft de standpunten van beide partijen binnen een termijn van vier maanden tot elkaar te brengen. De resultaten daarvan worden vermeld in een verslag dat aan de Commissie wordt gegeven en door haar wordt onderzocht voordat

    zij een besluit neemt over een eventuele weigering van financiering.

    • 4. 
      Financiering kan niet worden geweigerd voor:
      • a) 
        uitgaven zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, die zijn gedaan meer dan vierentwintig maanden voordat de Commissie de resultaten van haar inspectie schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft gemeld;
      • b) 
        uitgaven voor meerjarenmaatregelen die onder artikel 4, lid 1, of binnen de werkingssfeer van de in artikel 5 bedoelde programma's vallen, en waarvoor de meest recente verplichting die aan de begunstigde is opgelegd, dateert van meer dan vierentwintig maanden voordat de Commissie de resultaten van haar inspectie schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft gemeld;
      • c) 
        uitgaven voor andere maatregelen in het kader van de in artikel 5 bedoelde programma's dan de onder b) bedoelde maatregelen, waarvoor de betaling of, in voorkomend geval, de saldobetaling door het betaalorgaan is verricht meer dan vierentwintig maanden voordat de Commissie de resultaten van haar inspectie schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft gemeld.
    • 5. 
      Lid 4 geldt niet voor:
      • a) 
        onregelmatigheden die onder afdeling III van dit hoofdstuk vallen;
      • b) 
        nationale steun of inbreuken waarvoor de procedure van respectievelijk artikel 108 en artikel 258 van het Verdrag is ingeleid;
      • c) 
        inbreuken van de lidstaten op hun verplichtingen op grond van titel V, hoofdstuk III, mits de Commissie de resultaten van haar inspectie schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft gemeld binnen twaalf maanden na ontvangst van het verslag van de lidstaat over de resultaten van zijn controles van de betrokken uitgaven.

        Artikel 55 Uitvoeringsbevoegdheden

    De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor:

    • a) 
      de in artikel 53 bedoelde goedkeuring van de rekeningen, wat betreft de maatregelen die moeten worden genomen in verband met de vaststelling van het besluit en de uitvoering ervan, waaronder de uitwisseling van informatie tussen de Commissie en de lidstaten en de in acht te nemen termijnen;
    • b) 
      de in artikel 54 bedoelde conformiteitsgoedkeuring, wat betreft de maatregelen die moeten worden genomen in verband met de vaststelling van het besluit en de uitvoering ervan, waaronder de uitwisseling van informatie tussen de Commissie en de lidstaten en de in acht te nemen termijnen, en de bemiddelingsprocedure waarin dat artikel voorziet, inclusief de oprichting, de taken, de samenstelling en de werkwijze van het bemiddelingsorgaan.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    A FDELING III O NREGELMATIGHEDEN

    Artikel 56 Gemeenschappelijke bepalingen

    • 1. 
      De lidstaten vorderen onverschuldigde betalingen die verband houden met onregelmatigheden of nalatigheden, binnen een jaar na de eerste indicatie dat zo'n onregelmatigheid of nalatigheid heeft plaatsgevonden, terug van de begunstigde en nemen de desbetreffende bedragen op in het debiteurenboek van het betaalorgaan.
    • 2. 
      Indien geen inning heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het verzoek tot terugbetaling of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning door de betrokken lidstaat gedragen, zulks onverminderd de eis dat de betrokken lidstaat de terugvorderingsprocedures overeenkomstig artikel 60 moet voortzetten.

    Indien in het kader van de terugvorderingsprocedure in een administratief of gerechtelijk besluit met een definitief karakter wordt geconstateerd dat er geen sprake is van een onregelmatigheid, declareert de betrokken lidstaat de financiële last die hij op grond van de eerste alinea heeft gedragen, aan het ELGF of het ELFPO als

    uitgave.

    • 3. 
      In naar behoren gemotiveerde gevallen kan een lidstaat besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen in de volgende gevallen worden genomen:
      • a) 
        het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten is hoger dan het te innen bedrag;
      • b) 
        de inning blijkt onmogelijk als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.

      Wanneer het in de eerste alinea bedoelde besluit wordt genomen voordat lid 2 van

      toepassing is op het uitstaande bedrag, worden de financiële gevolgen van de nietinning

      gedragen door de EU-begroting.

    • 4. 
      De lidstaten nemen de bedragen die zij op grond van lid 2 zelf moeten dragen, op in de jaarrekeningen die zij op grond van artikel 102, lid 1, onder c), punt iv), bij de Commissie moeten indienen. De Commissie gaat na of dit is gebeurd, en verricht eventueel de nodige aanpassingen in het kader van de in artikel 53, lid 1, bedoelde uitvoeringshandeling.
    • 5. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen besluiten om ten laste van de EU-begroting gebrachte bedragen in de volgende gevallen aan EU-financiering te onttrekken:
    • a) 
      de lidstaat heeft de in lid 1 genoemde termijnen niet in acht genomen;
      • b) 
        zij is van oordeel dat het door een lidstaat uit hoofde van lid 3 genomen besluit om de terugvordering niet voort te zetten, ongegrond is;
      • c) 
        zij is van oordeel dat de onregelmatigheid of de niet-inning het gevolg is van onregelmatigheden of nalatigheden die te wijten zijn aan de overheidsdiensten of een andere officiële instantie van de betrokken lidstaat.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. Voordat dergelijke uitvoeringshandelingen worden aangenomen, is de procedure van

    artikel 54, lid 3, van toepassing.

    Artikel 57 Specifieke bepalingen voor het ELGF

    De in verband met onregelmatigheden of nalatigheden geïnde bedragen en de rente daarop worden overgemaakt aan de betaalorganen en door hen geboekt als bestemmingsontvangsten van het ELGF voor de maand waarin zij daadwerkelijk zijn ontvangen.

    Bij de overmaking aan de EU-begroting van de geïnde bedragen mag de lidstaat daarvan 10 % inhouden als forfaitaire vergoeding voor de terugvorderingskosten, tenzij de onregelmatigheden of nalatigheden te wijten zijn aan de overheidsdiensten of een andere officiële instantie van de betrokken lidstaat.

    Artikel 58 Specifieke bepalingen voor het ELFPO

    De lidstaten verrichten de financiële correcties die voortvloeien uit de onregelmatigheden en nalatigheden die ten aanzien van de concrete acties of de programma's voor plattelandsontwikkeling zijn geconstateerd, door de betrokken EU-financiering volledig of gedeeltelijk in te trekken. De lidstaten houden rekening met de aard en de ernst van de geconstateerde onregelmatigheden en met de omvang van het financiële verlies voor het ELFPO.

    De ingetrokken bedragen aan EU-financiering uit het ELFPO en de teruggekregen bedragen, met de rente daarop, worden opnieuw toegewezen aan het betrokken programma. De lidstaten kunnen de ingetrokken of teruggekregen EU-geldmiddelen echter alleen gebruiken voor een concrete actie in het kader van hetzelfde programma voor plattelandsontwikkeling, met dien verstande dat deze geldmiddelen niet opnieuw mogen worden bestemd voor concrete acties waarvoor een financiële correctie heeft plaatsgevonden. De lidstaten betalen de bedragen die na de afsluiting van een programma voor plattelandsontwikkeling nog worden teruggekregen, terug aan de EU-begroting.

    Artikel 59 Gedelegeerde bevoegdheden

    Om een correcte en efficiënte toepassing van de terugvorderingsbepalingen van deze afdeling te waarborgen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de specifieke verplichtingen waaraan de lidstaten moeten voldoen.

    TITEL V

    CONTROLESYSTEMEN EN SANCTIES

    Hoofdstuk I

    Algemene voorschriften

    Artikel 60 Bescherming van de financiële belangen van de Unie

    • 1. 
      De lidstaten stellen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en alle andere maatregelen vast die nodig zijn om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie te waarborgen, en met name om:
      • a) 
        zich te vergewissen van de wettigheid en regelmatigheid van de door het ELGF en het ELFPO gefinancierde verrichtingen;
      • b) 
        een doeltreffende fraudepreventie te bieden, met name op de gebieden met een hoger risiconiveau, die zorgt voor een afschrikkende werking en waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en baten en met de evenredigheid van de maatregelen;
      • c) 
        onregelmatigheden en fraude te voorkomen, op te sporen en te corrigeren;
      • d) 
        overeenkomstig EU-wetgeving of, bij ontstentenis daarvan, nationaal recht sancties op te leggen die doeltreffend, afschrikkend en evenredig zijn, en daartoe gerechtelijke procedures in te leiden indien nodig;
      • e) 
        onverschuldigde betalingen met rente terug te vorderen en daartoe gerechtelijke procedures in te leiden indien nodig.
    • 2. 
      De lidstaten zetten efficiënte beheers- en controlesystemen op die ervoor zorgen dat de wetgeving inzake EU-steunregelingen in acht wordt genomen.
    • 3. 
      De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de bepalingen en maatregelen die op grond van de leden 1 en 2 zijn vastgesteld.

    Bij eventuele voorwaarden die de lidstaten zelf vaststellen naast de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EU-regelgeving voor de verlening van steun uit het ELGF of

    het ELFPO, moet kunnen worden nagegaan of deze worden nageleefd.

    • 4. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen die gericht zijn op een uniforme toepassing van de leden 1 en 2.

      Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112,

      lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

      Artikel 61 Algemene controlebeginselen

    • 1. 
      Tenzij anders is bepaald, voorziet het systeem dat de lidstaten overeenkomstig artikel 60, lid 2, hebben opgezet, in systematische administratieve controles van alle steunaanvragen, aangevuld met controles ter plaatse.
    • 2. 
      Wat de controles ter plaatse betreft, trekt de verantwoordelijke autoriteit haar steekproef voor controles uit de gehele populatie van aanvragers en bestaat de steekproef, waar dat dienstig is, uit een aselect gedeelte en een op een risicoanalyse gebaseerd gedeelte teneinde een representatief foutenpercentage te verkrijgen en de controles ook toe te spitsen op het hoogste foutenrisico.
    • 3. 
      De verantwoordelijke autoriteit stelt over elke controle ter plaatse een verslag op.
    • 4. 
      Waar dat dienstig is, worden de controles ter plaatse in het kader van de EU- regelgeving inzake landbouwsubsidies en inzake steun voor plattelandsontwikkeling tegelijkertijd verricht.

      Artikel 62 Omzeilingsclausule

    Onverminderd specifieke bepalingen wordt geen van de voordelen waarin de sectorale landbouwwetgeving voorziet, toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is komen vast te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om voor dergelijke voordelen in aanmerking te komen en dus een voordeel zouden genieten dat niet in overeenstemming is met de doelstellingen van die wetgeving.

    Artikel 63 Compatibiliteit van steunregelingen ten aanzien van de controles

    In het kader van de toepassing van de steunregelingen in de wijnsector als bedoeld in Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO], zorgen de lidstaten ervoor dat de voor die regelingen geldende beheers- en controleprocedures op de volgende onderdelen compatibel zijn met het in hoofdstuk II van deze titel bedoelde geïntegreerd systeem:

    • a) 
      de geautomatiseerde gegevensbank;
    • b) 
      de systemen voor de identificatie van de landbouwpercelen;
    • c) 
      de administratieve controles.

    De procedures mogen de gewone werking van en de uitwisseling van gegevens met het geïntegreerd systeem niet verstoren.

    Artikel 64 Bevoegdheden van de Commissie op controlegebied

    • 1. 
      Om ervoor te zorgen dat de controles correct en efficiënt worden toegepast en dat de verificatie of aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden is voldaan, op een zodanig efficiënte, coherente en niet-discriminerende wijze wordt uitgevoerd dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de situaties waarin begunstigden of hun vertegenwoordigers controles verhinderen.
    • 2. 
      De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen de voorschriften vast die nodig zijn voor een uniforme toepassing van dit hoofdstuk in de Unie. Deze voorschriften kunnen met name betrekking hebben op:
      • a) 
        de administratieve controles en controles ter plaatse die de lidstaten moeten verrichten om na te gaan of voldaan wordt aan de verplichtingen, verbintenissen en subsidiabiliteitscriteria die uit de toepassing van de EU- wetgeving voortvloeien;
      • b) 
        de minimumomvang van de controles ter plaatse die voor een effectief beheer van de risico's nodig zijn, en de omstandigheden waaronder de lidstaten dergelijke controles moeten opvoeren of, wanneer de beheers- en controlesystemen goed functioneren en de foutenpercentages op een aanvaardbaar niveau liggen, deze juist mogen verminderen;
      • c) 
        de rapportage over de verrichte controles en verificaties en de resultaten daarvan;
      • d) 
        de instanties die voor het verrichten van de nalevingscontroles verantwoordelijk zijn, en de inhoud, de frequentie en het afzetstadium waarop deze controles van toepassing zijn;
      • e) 
        de invoering van aanvullende vereisten met betrekking tot de douaneprocedures, met name zoals vastgesteld in Verordening (EG)

    nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad 41 , wanneer dat op grond

    van specifieke behoeften voor het beheer van de regeling vereist is;

    • f) 
      de specifieke controlemaatregelen en methoden voor de bepaling van de gehalten aan tetrahydrocannabinol in het geval van hennep als bedoeld in artikel 38 van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB];
    • g) 
      een controlesysteem voor de erkende brancheorganisaties in het geval van katoen als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB];
    • h) 
      de meting van oppervlakten, de controles en de specifieke financiële procedures voor de verbetering van controles in geval van wijn als bedoeld in Verordening (EU) nr. iGMO/xxx;

    41 PB L 145 van 4.6.2008, blz. 1.

    • i) 
      de tests en methoden om vast te stellen of producten in aanmerking komen voor openbare interventie en particuliere opslag, alsmede het gebruik van openbare inschrijvingen, zowel voor openbare interventie als voor particuliere opslag.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, of in het overeenkomstige artikel van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB], Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] of

    Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] bedoelde onderzoeksprocedure.

    Artikel 65 Intrekking, verlaging en uitsluiting van steun

    • 1. 
      Wanneer een begunstigde niet blijkt te voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria of de verbintenissen die verbonden zijn aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun waarin de sectorale landbouwwetgeving voorziet, dan wordt de steun geheel of gedeeltelijk ingetrokken.
    • 2. 
      In de in het EU-recht voorgeschreven gevallen leggen de lidstaten ook een sanctie op in de vorm van een verlaging of uitsluiting van de toegekende of toe te kennen betaling of gedeeltelijke betaling ten aanzien waarvan aan de subsidiabiliteitscriteria is voldaan of de verbintenissen zijn nagekomen.

    Het bedrag van de steunverlaging staat in verhouding tot de ernst, de omvang, de duur en de herhaling van de geconstateerde niet-naleving en kan oplopen tot een volledige uitsluiting van een of meer steunregelingen of steunmaatregelen voor een

    of meer kalenderjaren.

    • 3. 
      De bedragen die overeenkomstig lid 1 zijn ingetrokken en die welke overeenkomstig lid 2 als sanctie zijn opgelegd, worden volledig teruggevorderd.

      Artikel 66 Bevoegdheden van de Commissie ten aanzien van sancties

    • 1. 
      Met het oog op een evenwicht tussen enerzijds het afschrikkende effect van heffingen en sancties die moeten worden opgelegd vanwege niet-naleving van de uit de toepassing van de sectorale landbouwwetgeving voortvloeiende verplichtingen, en anderzijds een flexibele toepassing van het systeem wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:
      • a) 
        de schorsing van het recht om aan een steunregeling deel te nemen, de uitsluiting en de schorsing van betalingen, de vaststelling van een op steun, betalingen of restituties toe te passen verlagingspercentage, en andere sancties, met name wanneer de termijnen niet in acht zijn genomen, wanneer het product, het volume of de hoeveelheid niet overeenstemt met de aanvraag, wanneer geen evaluatie van een regeling heeft plaatsgevonden of wanneer informatie niet of niet tijdig is gemeld of onjuist is;
      • b) 
        de verlaging van de betaling aan de lidstaten in verband met hun landbouwuitgaven, wanneer de termijnen voor de inning van de bijdrage in de betaling van een overschotheffing niet in acht zijn genomen, alsmede de schorsing van maandelijkse betalingen wanneer de lidstaten de vereiste informatie niet of niet tijdig verstrekken of onjuiste informatie bij de Commissie indienen;
      • c) 
        de aanvullende bedragen, heffingen of rentevoeten die moeten worden toegepast bij fraude, onregelmatigheden, gebrek aan bewijs dat een verplichting is nagekomen, of te laat ingediende aangiften;
      • d) 
        de voorwaarden voor het stellen, vrijgeven en verbeuren van zekerheden, alsmede het verlagingspercentage dat bij het vrijgeven van zekerheden voor restituties, certificaten, offertes, inschrijvingen of specifieke aanvragen moet worden toegepast wanneer een aan deze zekerheid verbonden verplichting niet of slechts ten dele in acht is genomen;
      • e) 
        de inhouding door de lidstaten op de geïnde sanctiebedragen;
      • f) 
        de uitsluiting van een marktdeelnemer of een aanvrager uit de regelingen voor openbare interventie en voor particuliere opslag, voor het aanvragen van certificaten en voor deelneming aan tariefcontingenten wanneer fraude plaatsvindt of onjuiste informatie wordt verstrekt;
      • g) 
        de intrekking of de schorsing van een erkenning, met name wanneer een marktdeelnemer, een producentenorganisatie, een unie van producentenorganisaties, een producentengroepering of een brancheorganisatie niet meer voldoet aan de gestelde eisen, onder meer door geen informatie te melden;
      • h) 
        de toepassing van adequate nationale sancties op marktdeelnemers die boven het quotum produceren;
      • i) 
        kennelijke fouten, overmacht en uitzonderlijke omstandigheden.
    • 2. 
      De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen het volgende vast:
      • a) 
        de procedures en de technische criteria met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen en sancties die moeten worden toegepast wanneer wordt geconstateerd dat een uit de toepassing van de desbetreffende wetgeving voortvloeiende verplichting niet wordt nageleefd;
      • b) 
        de voorschriften en procedures voor de terugvordering van onverschuldigde betalingen in verband met de toepassing van de desbetreffende wetgeving.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, of in het overeenkomstige artikel van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB], Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] of

    Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] bedoelde onderzoeksprocedure.

    Artikel 67 Zekerheden

    • 1. 
      In de in de sectorale landbouwwetgeving voorgeschreven gevallen eisen de lidstaten dat een zekerheid wordt gesteld als garantie dat een verplichting in het kader van sectorale landbouwwetgeving wordt nagekomen.
    • 2. 
      Behalve in geval van overmacht wordt deze zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd wanneer een bepaalde verplichting niet of slechts ten dele wordt nagekomen.
    • 3. 
      Om ervoor te zorgen dat er bij het stellen van een zekerheid sprake is van een nietdiscriminerende behandeling, billijkheid en evenredigheid, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:
      • a) 
        de betekenis van bepaalde termen voor de toepassing van de leden 1 en 2;
    • b) 
      de aansprakelijke partij ingeval een verplichting niet wordt nagekomen;
      • c) 
        specifieke situaties waarin de bevoegde autoriteit mag afzien van de eis dat een zekerheid wordt gesteld;
      • d) 
        de voorwaarden die verbonden zijn aan de te stellen zekerheid en de borg;
      • e) 
        specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan de zekerheid die in het kader van betalingen van voorschotten wordt gesteld;
      • f) 
        de primaire, secundaire en ondergeschikte eisen met betrekking tot zekerheden, alsmede de gevolgen van de niet-naleving van deze eisen.
    • 4. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor:
      • a) 
        de vorm van de te stellen zekerheid en de procedure voor het stellen van de zekerheid, voor de aanvaarding ervan en voor de vervanging van de oorspronkelijke zekerheid;
      • b) 
        de procedures voor het vrijgeven van een zekerheid;
      • c) 
        de meldingen die moeten worden gedaan door de lidstaten en de Commissie.

    De in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, of in het overeenkomstige artikel van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB], Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] of

    Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] bedoelde onderzoeksprocedure.

    Hoofdstuk II

    Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

    Artikel 68 Toepassingsgebied

    • 1. 
      Elke lidstaat zet een geïntegreerd beheers- en controlesysteem op (hierna het "geïntegreerd systeem" genoemd).
    • 2. 
      Het geïntegreerd systeem is van toepassing op de steunregelingen die in bijlage I bij Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] worden vermeld, en op de steun die overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder a) en b), de artikelen 29 tot en met 32 en de artikelen 34 en 35 van Verordening xxx [PO] en, voor zover van toepassing, artikel 28, lid 1, onder b), van Verordening (EU) GV/xxx wordt verleend.

    Dit hoofdstuk geldt echter niet voor de in artikel 29, lid 9, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] bedoelde maatregelen en evenmin voor de in artikel 22, lid 1, onder a) en b), van die verordening bedoelde maatregelen voor zover het de aanlegkosten

    betreft.

    • 3. 
      Voor zover nodig, is het geïntegreerd systeem ook van toepassing op de controle op de naleving van de randvoorwaarden zoals vastgesteld in titel VI.

    Artikel 69

    Onderdelen van het geïntegreerd systeem

    • 1. 
      Het geïntegreerd systeem omvat de volgende onderdelen:
      • a) 
        een geautomatiseerde gegevensbank;
      • b) 
        een systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen;
    • c) 
      een systeem voor de identificatie en de registratie van betalingsrechten;
      • d) 
        steunaanvragen;
      • e) 
        een geïntegreerd controlesysteem;
      • f) 
        één enkel systeem om de identiteit te registreren van alle begunstigden van de in artikel 68, lid 2, bedoelde steun die een steunaanvraag of een betalingsaanvraag indienen.
    • 2. 
      Voor zover van toepassing, omvat het geïntegreerd systeem een systeem voor de identificatie en de registratie van dieren dat is opgezet overeenkomstig

      Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad 42 en

      Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad 43 .

    • 3. 
      Onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de invoering en toepassing van het geïntegreerd systeem, kan de Commissie de hulp van gespecialiseerde instanties of personen inroepen om het opzetten, de monitoring en het gebruik van het geïntegreerd systeem te vergemakkelijken, en met name om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten desgewenst technische adviezen te verstrekken.

      Artikel 70 Geautomatiseerde gegevensbank

    • 1. 
      In de geautomatiseerde gegevensbank worden voor elke begunstigde van de in artikel 68, lid 2, bedoelde steun de gegevens uit de steunaanvragen en de betalingsaanvragen opgenomen.

    Deze gegevensbank biedt met name de mogelijkheid om via de bevoegde autoriteit van de lidstaat de gegevens over de kalenderjaren en/of verkoopseizoenen vanaf 2000 te raadplegen. De gegevensbank biedt ook de mogelijkheid om de gegevens over ten minste de laatste vijf opeenvolgende kalenderjaren rechtstreeks en

    onmiddellijk te raadplegen.

    • 2. 
      De lidstaten kunnen gedecentraliseerde gegevensbanken opzetten mits deze gegevensbanken en de administratieve procedures om de gegevens vast te leggen en te raadplegen, op het gehele grondgebied van de lidstaat homogeen van opzet zijn en onderling compatibel zijn om kruiscontroles mogelijk te maken.

      Artikel 71 Systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen

    Het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen wordt opgezet op basis van kaarten of kadastrale documenten of andere cartografische gegevens. Daarbij wordt gebruikgemaakt van technieken op basis van een geautomatiseerd geografisch informatiesysteem, inclusief orthobeelden van lucht- of satellietopnamen, met een homogene norm die een precisie waarborgt die ten minste overeenkomt met die van kaarten op schaal 1:5000.

    Artikel 72 Systeem voor de identificatie en de registratie van betalingsrechten

    • 1. 
      Het systeem voor de identificatie en de registratie van betalingsrechten maakt een verificatie van de betalingsrechten, alsmede kruiscontroles door vergelijking met de steunaanvragen en door vergelijking met het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen mogelijk.

    42 PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1.

    43 PB L 5 van 9.1.2004, blz. 8.

    • 2. 
      Het in lid 1 bedoelde systeem biedt de mogelijkheid om via de bevoegde autoriteit van de lidstaat de gegevens over ten minste de laatste vier opeenvolgende kalenderjaren rechtstreeks en onmiddellijk te raadplegen.

      Artikel 73 Steunaanvragen en betalingsaanvragen

    • 1. 
      Een begunstigde van de in artikel 68, lid 2, bedoelde steun dient elk jaar een aanvraag voor rechtstreekse betalingen of een betalingsaanvraag in voor respectievelijk het desbetreffende areaal en de diergebonden maatregelen voor plattelandsontwikkeling, waarin voor zover van toepassing worden aangegeven:
      • a) 
        alle landbouwpercelen op het bedrijf, alsmede het niet-landbouwareaal waarvoor de in artikel 68, lid 2, bedoelde steun wordt aangevraagd;
      • b) 
        de ter activering aangegeven betalingsrechten;
      • c) 
        andere informatie waarin deze verordening voorziet of die vereist is met het oog op de uitvoering van de desbetreffende sectorale landbouwwetgeving of die verlangd wordt door de betrokken lidstaat.

    Wat de areaalgebonden betalingen betreft, bepaalt elke lidstaat de minimumoppervlakte van de landbouwpercelen waarvoor een aanvraag kan worden

    gedaan. De minimumoppervlakte mag echter niet groter zijn dan 0,3 ha.

    In afwijking van punt a) kunnen de lidstaten besluiten dat een landbouwer die geen areaalgebonden rechtstreekse betaling aanvraagt, zijn landbouwpercelen niet hoeft aan te geven ingeval het volledige areaal niet meer bedraagt dan één hectare. Wel vermeldt deze landbouwer in zijn aanvraag dat hij over landbouwpercelen beschikt,

    en geeft hij op verzoek van de bevoegde autoriteiten aan waar deze zich bevinden.

    • 2. 
      De lidstaten verstrekken, onder meer met gebruikmaking van elektronische middelen, vooraf opgestelde formulieren die zijn gebaseerd op de in het voorgaande jaar geconstateerde arealen, en grafisch materiaal dat de ligging van de desbetreffende percelen aangeeft. Een lidstaat kan besluiten dat in de steunaanvraag alleen de veranderingen ten opzichte van de steunaanvraag van het voorgaande jaar hoeven te worden opgegeven. Wat betreft de regeling voor kleine landbouwers waarin titel V van Verordening (EU) nr. RB/xxx voorziet, wordt deze mogelijkheid echter sowieso aan alle betrokken landbouwers geboden.
    • 3. 
      Een lidstaat kan besluiten dat één en dezelfde aanvraag betrekking heeft op meer dan één of zelfs alle in artikel 68 bedoelde steunregelingen en -maatregelen en andere steunregelingen en -maatregelen.

      Artikel 74 Systeem voor de identificatie van begunstigden

    Het enkele systeem om de identiteit van alle begunstigden van de in artikel 68, lid 2, bedoelde steun te registreren, waarborgt dat alle steunaanvragen en betalingsaanvragen die door een en dezelfde begunstigde worden ingediend, als zodanig kunnen worden geïdentificeerd.

    Artikel 75 Controles om na te gaan of aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden is voldaan, en eventuele

    verlagingen

    • 1. 
      Overeenkomstig artikel 61 voeren de lidstaten via de betaalorganen of de door deze organen gemachtigde instanties administratieve controles van de steunaanvragen uit om na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden om voor steun in aanmerking te komen. Deze controles worden aangevuld met controles ter plaatse.
    • 2. 
      De lidstaten stellen in het kader van de controles ter plaatse een steekproefplan op voor de landbouwbedrijven en/of de begunstigden.
    • 3. 
      De lidstaten kunnen gebruikmaken van teledetectietechnieken en GNSS-technieken (Global Navigation Satellite System) om controles ter plaatse van de landbouwpercelen te verrichten.
    • 4. 
      Wanneer niet aan de subsidiabiliteitscriteria is voldaan, is artikel 65 van toepassing.

      Artikel 76 Betalingen aan begunstigden

    • 1. 
      De betalingen in het kader van de in artikel 68, lid 2, bedoelde steunregelingen en -maatregelen worden in de periode van 1 december tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar verricht.

      De betalingen worden in die periode in maximaal twee tranches verricht.

    Wel mogen de lidstaten vóór 1 december, doch niet vóór 16 oktober, voorschotten betalen van maximaal 50 % voor rechtstreekse betalingen en 75 % voor de steun in

    het kader van de plattelandsontwikkeling als bedoeld in artikel 68, lid 2.

    • 2. 
      De in lid 1 bedoelde betalingen worden pas verricht nadat de lidstaten uit hoofde van artikel 75 zijn nagegaan of aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden is voldaan.

      Artikel 77 Gedelegeerde bevoegdheden

    • 1. 
      Om ervoor te zorgen dat het in dit hoofdstuk bedoelde geïntegreerd systeem op een zodanig efficiënte, coherente en niet-discriminerende wijze wordt toegepast dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:
      • a) 
        specifieke definities die nodig zijn voor een geharmoniseerde toepassing van het geïntegreerd systeem;
      • b) 
        verdere maatregelen die de lidstaten moeten nemen met het oog op een juiste toepassing van dit hoofdstuk, alsmede regelingen voor de nodige wederzijdse bijstand tussen de lidstaten.
    • 2. 
      Om ervoor te zorgen dat de middelen die gemoeid zijn met de in artikel 73 bedoelde steunaanvragen, op correcte wijze onder de gerechtigde begunstigden worden verdeeld en om te kunnen nagaan of de landbouwers de desbetreffende verplichtingen nakomen, stelt de Commissie middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 111 het volgende vast:
      • a) 
        voorschriften voor de minimumomvang van de aan te geven landbouwpercelen om de administratieve lasten voor de begunstigden en de instanties te beperken;
      • b) 
        bepalingen die nodig zijn voor een geharmoniseerde omschrijving van de grondslag voor de berekening van steun, waaronder voorschriften voor de wijze waarop wordt omgegaan met bepaalde gevallen waarin subsidiabele arealen landschapskenmerken of bomen bevatten;
      • c) 
        een afwijking van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad [van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op

    termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden] 44 om de rechten van

    begunstigden op betalingen te beschermen wanneer de uiterste datum voor de indiening van aanvragen of wijzigingen op een feestdag, een zaterdag of een

    zondag valt;

    • d) 
      de in geval van een te late aanvraag tot betaling of tot toewijzing van betalingsrechten geldende maximale overschrijding van de uiterste datum en de verlagingen bij een dergelijke overschrijding.
    • 3. 
      Om ervoor te zorgen dat de berekening en toepassing van weigeringen, verlagingen, uitsluitingen en terugvorderingen worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 65 en op een zodanig efficiënte, coherente en niet-discriminerende wijze dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake:

      (a) weigeringen, verlagingen en uitsluitingen in verband met de onjuistheid en onvolledigheid van de informatie in de aanvraag, zoals een te hoge aangifte van arealen of dieren of niet-aangegeven arealen, en in verband met de nietnaleving van de subsidiabiliteitscriteria of de verbintenissen die verbonden zijn aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun;

      (b) een geharmoniseerde en evenredige behandeling van opzettelijke onregelmatigheden, van kleine fouten, van een cumulatie van verlagingen en van een gelijktijdige toepassing van verschillende verlagingen;

      (c) de niet-toepassing van weigeringen, verlagingen en uitsluitingen in bepaalde gevallen, teneinde de evenredigheid bij de toepassing van verlagingen te waarborgen;

      (d) de terugvordering van onverschuldigd betaalde steunbedragen en de intrekking van ten onrechte toegewezen betalingsrechten.

    44 PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1.

    Artikel 78 Uitvoeringsbevoegdheden

    De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen het volgende vast:

    • a) 
      de basiskenmerken, definities en kwaliteitseisen met betrekking tot de in artikel 70 bedoelde geautomatiseerde gegevensbank;
    • b) 
      de basiskenmerken, definities en kwaliteitseisen met betrekking tot het in artikel 71 bedoelde systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen en met betrekking tot het in artikel 74 bedoelde systeem voor de identificatie van begunstigden;
    • c) 
      de basiskenmerken, definities en kwaliteitseisen met betrekking tot het in artikel 72 bedoelde systeem voor de identificatie en de registratie van betalingsrechten;
    • d) 
      voorschriften voor de in artikel 73 bedoelde steunaanvragen en betalingsaanvragen en voor de aanvraag voor betalingsrechten, waaronder de uiterste datum voor de indiening van aanvragen, de eisen ten aanzien van de informatie die in elk geval in de aanvraag moet worden opgenomen, bepalingen inzake de wijziging of de intrekking van steunaanvragen, de vrijstelling van de verplichting om een steunaanvraag in te dienen, en bepalingen die de lidstaten de mogelijkheid bieden om vereenvoudigde procedures toe te passen en kennelijke fouten te corrigeren;
    • e) 
      voorschriften voor de uitvoering van controles op de nakoming van verplichtingen en op de juistheid en volledigheid van de informatie in de steunaanvraag of betalingsaanvraag;
    • f) 
      technische definities die nodig zijn voor een uniforme toepassing van dit hoofdstuk;
    • g) 
      voorschriften voor situaties waarin bedrijven worden overgedragen terwijl ook een nog na te komen verplichting wordt overgedragen die verband houdt met het recht op de steun in kwestie;
    • h) 
      voorschriften voor de betaling van de in artikel 76 bedoelde voorschotten.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, of in het overeenkomstige artikel van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] of Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] bedoelde onderzoeksprocedure.

    Hoofdstuk III

    Controle van verrichtingen

    Artikel 79 Toepassingsgebied en definities

    • 1. 
      In dit hoofdstuk worden specifieke voorschriften vastgesteld voor de controle van de handelsdocumenten van entiteiten die betalingen ontvangen of verrichten die direct of indirect verband houden met het systeem van financiering door het ELGF, dan wel hun vertegenwoordigers, hierna "ondernemingen" genoemd, om na te gaan of de verrichtingen die deel uitmaken van het systeem van financiering door het ELGF, daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en correct zijn uitgevoerd.
    • 2. 
      Dit hoofdstuk is niet van toepassing op maatregelen die onder het in hoofdstuk II van deze titel bedoelde geïntegreerd systeem vallen.
    • 3. 
      In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
      • a) 
        "handelsdocumenten": alle boeken, registers, nota’s en bewijsstukken, de boekhouding, de productie- en kwaliteitsadministraties en de briefwisseling met betrekking tot de handelsactiviteiten van de onderneming, alsmede de commerciële gegevens, in welke vorm dan ook, inclusief elektronisch opgeslagen gegevens, voor zover deze documenten of gegevens direct of indirect betrekking hebben op de in lid 1 bedoelde verrichtingen;
      • b) 
        "derden": alle natuurlijke en rechtspersonen die direct of indirect betrokken zijn bij verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van het ELGF.

        Artikel 80 Controles door de lidstaten

    • 1. 
      De lidstaten verrichten systematische controles van de handelsdocumenten van de ondernemingen, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de te controleren verrichtingen. De lidstaten zorgen ervoor dat de te controleren ondernemingen zo worden gekozen dat de doeltreffendheid van de maatregelen voor preventie en opsporing van onregelmatigheden maximaal gewaarborgd is. Bij de keuze wordt onder meer rekening gehouden met de financiële betekenis van de ondernemingen op dit gebied en met andere risicofactoren.
    • 2. 
      De in lid 1 bedoelde controles worden zo nodig uitgebreid tot natuurlijke personen en rechtspersonen die verbonden zijn met de ondernemingen, en tot elke andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die van belang kan zijn om het artikel 81 beschreven doel van de controles te realiseren.
    • 3. 
      De controles uit hoofde van dit hoofdstuk laten de controles uit hoofde van de artikelen 49 en 50 onverlet.

      Artikel 81 Doel van de controles

    • 1. 
      De juistheid van de belangrijkste gegevens die worden gecontroleerd, wordt geverifieerd aan de hand van een aan het risiconiveau aangepast aantal kruiscontroles, indien nodig ook van handelsdocumenten van derden, die onder meer inhouden:
      • a) 
        vergelijkingen met de handelsdocumenten van leveranciers, klanten, vervoerders en andere derden;
      • b) 
        zo nodig, fysieke controles op de hoeveelheid en de aard van de voorraden; c) vergelijkingen met de gegevens over de financiële transacties die leiden tot of het gevolg zijn van de verrichtingen in het kader van het financieringssysteem van het ELGF; en
      • d) 
        controles van de boekhouding of van stukken inzake financiële transacties waaruit ten tijde van de controle blijkt dat de documenten die door het betaalorgaan worden bewaard als bewijs voor de betaling van steun aan de begunstigde, in orde zijn.
    • 2. 
      In het bijzonder wanneer een onderneming overeenkomstig de nationale of de EU- bepalingen een afzonderlijke voorraadboekhouding moet voeren, wordt deze boekhouding bij de controle in passende gevallen ook vergeleken met de handelsdocumenten en in voorkomend geval met de daadwerkelijke voorraden van de onderneming.
    • 3. 
      Bij de selectie van de te controleren verrichtingen moet ten volle rekening worden gehouden met het risiconiveau.

      Artikel 82 Toegang tot handelsdocumenten

    • 1. 
      Degenen die voor de onderneming verantwoordelijk zijn, of derden, zorgen ervoor dat alle handelsdocumenten en aanvullende informatie aan de met de controle belaste functionarissen of daartoe gemachtigde personen worden verstrekt. Elektronisch opgeslagen gegevens worden via een passende informatiedrager verstrekt.
    • 2. 
      De met de controle belaste functionarissen of daartoe gemachtigde personen kunnen eisen dat hun uittreksels uit of kopieën van de in lid 1 bedoelde documenten worden verstrekt.
    • 3. 
      Wanneer tijdens een controle uit hoofde van dit hoofdstuk de door de onderneming bewaarde handelsdocumenten ongeschikt worden geacht voor controledoeleinden, wordt de onderneming verzocht in het vervolg de documenten te bewaren die volgens de voorschriften van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de controle, moeten worden bewaard, zulks onverminderd de verplichtingen van andere verordeningen voor de betrokken sector.

    De lidstaat bepaalt vanaf welke datum de gegevens beschikbaar moeten zijn.

    Wanneer alle of een deel van de handelsdocumenten die uit hoofde van dit hoofdstuk moeten worden gecontroleerd, zich bij een onderneming bevinden die behoort tot hetzelfde handelsconcern, dezelfde vennootschap of dezelfde vereniging van centraal beheerde ondernemingen als de gecontroleerde onderneming, en die hetzij op hetzij buiten het grondgebied van de EU is gevestigd, maakt de gecontroleerde onderneming deze documenten toegankelijk voor de controlefunctionarissen op een plaats en tijdstip die worden bepaald door de lidstaat die met de uitvoering van de

    controle is belast.

    • 4. 
      De lidstaten zorgen ervoor dat de met de controles belaste functionarissen het recht hebben de handelsdocumenten zelf in beslag te nemen of in beslag te laten nemen. Bij uitoefening van dit recht worden de nationale bepalingen ter zake in acht genomen en wordt geen afbreuk gedaan aan de toepassing van de regelgeving inzake de strafrechtelijke procedure voor het in beslag nemen van documenten.

      Artikel 83 Wederzijdse bijstand

    • 1. 
      De lidstaten verlenen elkaar de nodige bijstand voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bedoelde controles in de volgende gevallen:
      • a) 
        een onderneming of een derde is gevestigd in een andere lidstaat dan die waar het betrokken bedrag betaald of ontvangen is of had moeten worden;
      • b) 
        een onderneming of een derde is gevestigd in een andere lidstaat dan die waar de voor de controle noodzakelijke documenten en informatie zich bevinden.

      De Commissie kan gezamenlijke acties coördineren waarbij twee of meer lidstaten

      elkaar bijstaan.

    • 2. 
      In de eerste drie maanden volgend op het ELGF-begrotingsjaar van betaling verstrekken de lidstaten de Commissie een lijst van in een derde land gevestigde ondernemingen waarvoor het betrokken bedrag in die lidstaat betaald of ontvangen is of had moeten worden.
    • 4. 
      Indien voor een controle van een onderneming die overeenkomstig artikel 80 wordt uitgevoerd, en met name voor de in artikel 81 bedoelde kruiscontroles, nadere informatie vereist is in een andere lidstaat, kan een naar behoren met redenen omkleed verzoek om een specifieke controle worden ingediend. Een overzicht van de specifieke verzoeken van deze aard wordt op kwartaalbasis aan de Commissie toegezonden binnen één maand na afloop van elk kwartaal. De Commissie kan een kopie van individuele verzoeken vragen.

    Binnen zes maanden na ontvangst van het controleverzoek wordt daaraan gevolg gegeven; de resultaten van de controle worden onverwijld aan de aanvragende lidstaat en aan de Commissie meegedeeld. De mededeling aan de Commissie wordt

    op kwartaalbasis verricht binnen één maand na afloop van elk kwartaal.

    Artikel 84 Programmering

    • 1. 
      De lidstaten stellen controleprogramma’s op die in de volgende controleperiode uit hoofde van artikel 80 moeten worden uitgevoerd.
    • 2. 
      Vóór 15 april van elk jaar zenden de lidstaten de Commissie het in lid 1 bedoelde programma toe, met vermelding van:
      • a) 
        het aantal ondernemingen dat zal worden gecontroleerd en hun verdeling per sector, rekening houdend met de daarmee gemoeide bedragen;
    • b) 
      de criteria die zijn aangehouden bij de opstelling van deze programma’s.
    • 3. 
      De lidstaten leggen de door hen opgestelde en aan de Commissie toegezonden programma's ten uitvoer indien de Commissie binnen een termijn van acht weken geen opmerkingen heeft gemaakt.
    • 4. 
      Lid 3 is van overeenkomstige toepassing op de wijzigingen die de lidstaten in het programma aanbrengen;
    • 5. 
      De Commissie kan in om het even welk stadium verzoeken in het programma van een lidstaat een bijzondere categorie ondernemingen op te nemen.
    • 6. 
      Ondernemingen waarbij de som van de ontvangsten of betaalde bedragen lager was dan 40 000 euro, worden alleen overeenkomstig dit hoofdstuk gecontroleerd om bijzondere redenen die de lidstaten moeten vermelden in hun in lid 1 bedoelde jaarlijkse controleprogramma of die de Commissie moet vermelden in een eventueel voorgestelde wijziging van dit programma.

      Artikel 85 Specifieke diensten

    • 1. 
      In elke lidstaat wordt een specifieke dienst belast met de monitoring van de toepassing van dit hoofdstuk. Deze diensten zijn met name belast met:
      • a) 
        hetzij de uitvoering van de in dit hoofdstuk voorgeschreven controles door functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder deze specifieke dienst;
      • b) 
        hetzij de coördinatie van en het algemene toezicht op de controles die door functionarissen van andere diensten worden uitgevoerd.

    De lidstaten kunnen ook bepalen dat de uit hoofde van dit hoofdstuk te verrichten controles gedeeltelijk door de specifieke dienst en gedeeltelijk door andere nationale diensten worden uitgevoerd, mits eerstgenoemde dienst zorg draagt voor de

    coördinatie ervan.

    • 2. 
      De met de toepassing van dit hoofdstuk belaste dienst/diensten staat/staan organisatorisch los van diensten of afdelingen die zijn belast met de betaling van de bedragen of de daaraan voorafgaande controles.
    • 3. 
      Met het oog op een correcte toepassing van dit hoofdstuk neemt de in lid 1 bedoelde specifieke dienst alle nodige maatregelen en verleent de betrokken lidstaat de specifieke dienst alle nodige bevoegdheden om de in dit hoofdstuk genoemde taken te kunnen vervullen.
    • 4. 
      De lidstaten treffen passende maatregelen om natuurlijke personen of rechtspersonen te bestraffen die de in het kader van dit hoofdstuk op hen rustende verplichtingen niet nakomen.

    Artikel 86

    Verslagen

    • 1. 
      Vóór 1 januari volgende op de controleperiode zenden de lidstaten de Commissie een uitvoerig verslag over de toepassing van dit hoofdstuk toe.
    • 2. 
      De lidstaten en de Commissie wisselen regelmatig met elkaar van gedachten over de toepassing van dit hoofdstuk.

      Artikel 87 Toegang tot informatie en controles ter plaatse door de Commissie

    • 1. 
      Overeenkomstig de ter zake geldende nationale wettelijke bepalingen hebben de functionarissen van de Commissie toegang tot alle documenten die zijn opgesteld met het oog op of naar aanleiding van de controles die in het kader van dit hoofdstuk zijn georganiseerd, en tot de verzamelde gegevens, met inbegrip van de gegevens die zijn opgeslagen in de gegevensverwerkingssystemen. Deze gegevens worden, op verzoek, via een passende informatiedrager verstrekt.
    • 2. 
      De in artikel 80 bedoelde controles worden door functionarissen van de lidstaat uitgevoerd. Functionarissen van de Commissie mogen aan deze controles deelnemen. Zij mogen zelf niet de controlebevoegdheden uitoefenen die aan de nationale functionarissen zijn toegekend. Wel hebben zij toegang tot dezelfde locaties en documenten als de functionarissen van de lidstaat.
    • 3. 
      Functionarissen van een aanvragende lidstaat mogen met toestemming van de aangezochte lidstaat aanwezig zijn bij controles op grond van artikel 83 in de aangezochte lidstaat en mogen toegang hebben tot dezelfde locaties en documenten als de functionarissen van laatstgenoemde lidstaat.

    Functionarissen van de aanvragende lidstaat die aanwezig zijn bij controles in de aangezochte lidstaat moeten te allen tijde het bewijs van hun officiële bevoegdheid kunnen leveren. De controles worden te allen tijde door functionarissen van de

    aangezochte lidstaat uitgevoerd.

    • 4. 
      Onverminderd de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1073/99 en Verordening (EG) nr. 2185/1996 nemen, wanneer op grond van de nationale bepalingen inzake strafrechtelijke procedures bepaalde handelingen zijn voorbehouden aan functionarissen die speciaal daarvoor zijn aangewezen bij de nationale wet, noch de functionarissen van de Commissie noch de in lid 3 bedoelde functionarissen van de lidstaat aan deze handelingen deel. Met name nemen zij in geen geval deel aan met name huiszoekingen of een formeel verhoor van personen op grond van het strafrecht van de lidstaat. Wel hebben zij toegang tot de aldus verkregen informatie.

      Artikel 88 Bevoegdheden van de Commissie

    • 1. 
      Om maatregelen die vanwege de aard ervan ongeschikt zijn voor controles achteraf in de vorm van controles van handelsdocumenten, uit te sluiten van de toepassing van dit hoofdstuk, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen tot vaststelling van een lijst van andere maatregelen waarop dit hoofdstuk niet van toepassing is, en tot wijziging van de in artikel 84, lid 6, genoemde drempel van 40 000 euro.
    • 2. 
      De Commissie stelt, indien nodig, middels uitvoeringshandelingen bepalingen vast die gericht zijn op een uniforme toepassing van deze verordening in de Unie en die met name betrekking hebben op:
      • a) 
        de uitvoering van de in artikel 80 bedoelde controles, wat betreft de keuze van de ondernemingen, en het percentage en het tijdschema van de controles;
      • b) 
        het bewaren van handelsdocumenten en de te bewaren handelsdocumenten of vast te leggen gegevens;
      • c) 
        de uitvoering en coördinatie van de in artikel 83, lid 1, bedoelde gezamenlijke acties;
      • d) 
        de bijzonderheden en specificaties inzake de inhoud, vorm en wijze van indiening van verzoeken, de inhoud, vorm en wijze van toezending van meldingen en de indiening en uitwisseling van informatie zoals vereist in het kader van dit hoofdstuk;
      • e) 
        de voorwaarden voor en de wijze van publicatie van de in het kader van deze verordening benodigde informatie of specifieke voorschriften en voorwaarden volgens welke de Commissie deze informatie verspreidt onder of beschikbaar stelt aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;
      • f) 
        de bevoegdheden van de in artikel 85 bedoelde specifieke dienst;
      • g) 
        de inhoud van de in artikel 86 bedoelde verslagen.

      De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen

      overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    Hoofdstuk IV

    Overige bepalingen inzake controles

    Artikel 89 Overige controles inzake marktmaatregelen

    • 1. 
      De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] genoemde producten die niet overeenkomstig die verordening zijn geëtiketteerd, hetzij niet op de markt worden gebracht, hetzij uit de markt worden genomen.
    • 2. 
      Onverminderd eventuele, door de Commissie vast te stellen specifieke bepalingen worden de in de Unie ingevoerde producten als omschreven in artikel 129, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO], onderworpen aan controles op de naleving van de voorwaarden die in lid 1 van dat artikel worden genoemd.
    • 3. 
      De lidstaten verrichten controles op basis van een risicoanalyse om na te gaan of de in bijlage I bij Verordening (EU) xxx/xxx [iGMO] genoemde producten voldoen aan de voorschriften van deel II, titel II, hoofdstuk I, sectie 1, van Verordening (EU) xxx/xxx [iGMO], en passen zo nodig administratieve sancties toe.
    • 4. 
      Om de financiële middelen van de Unie en de identiteit, de herkomst en de kwaliteit van EU-wijn te beschermen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen voor het vaststellen van voorschriften inzake:
      • a) 
        het opzetten van een op door de lidstaten verzamelde monsters gebaseerde analytische databank van isotopische gegevens om fraude te helpen constateren, alsmede inzake de databanken van de lidstaten;
    • b) 
      de controle-instanties en de door hen te verlenen onderlinge bijstand;
      • c) 
        het gemeenschappelijke gebruik van bevindingen van de lidstaten;
    • d) 
      de toepassing van sancties in geval van uitzonderlijke omstandigheden.

      Artikel 90 Controles op het gebied van de oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

    • 1. 
      De lidstaten zetten de nodige stappen om een einde te maken aan het in Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] bedoelde onrechtmatige gebruik van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
    • 2. 
      De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de controles overeenkomstig de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het

    Europees Parlement en de Raad 45 vastgestelde criteria met betrekking tot de

    verplichtingen die in deel II, titel II, hoofdstuk I, sectie 2, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] zijn vastgesteld , en zorgen ervoor dat elke marktdeelnemer die aan

    die verplichtingen voldoet, het recht heeft onder een controlesysteem te vallen.

    • 3. 
      In de Unie wordt de jaarlijkse verificatie inzake de naleving van het productdossier tijdens de productie en tijdens of na de verpakking van de wijn verricht door de in lid 2 bedoelde bevoegde autoriteit of door één of meer controleorganen in de zin van artikel 2, tweede alinea, punt 5, van Verordening (EG) nr. 882/2004, die optreden als certificerende instantie voor het product overeenkomstig de in artikel 5 van die verordening vastgestelde criteria.
    • 4. 
      De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen het volgende vast:
    • a) 
      de door de lidstaten te verrichten kennisgevingen aan de Commissie;

    45 PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

    • b) 
      voorschriften voor de instantie die verantwoordelijk is voor de verificatie inzake de naleving van het productdossier, ook wanneer het geografische gebied in een derde land is gelegen;
    • c) 
      de door de lidstaten te ondernemen actie om het onrechtmatige gebruik van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen te voorkomen;
    • d) 
      de door de lidstaten uit te voeren controles en verificaties, inclusief tests.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, of in het overeenkomstige artikel van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] bedoelde onderzoeksprocedure.

    TITEL VI

    RANDVOORWAARDEN

    Hoofdstuk I

    Toepassingsgebied

    Artikel 91 Algemeen beginsel

    • 1. 
      Wanneer een in artikel 92 bedoelde begunstigde op het bedrijf niet voldoet aan de in artikel 93 vastgelegde randvoorwaarden, wordt op deze begunstigde een sanctie toegepast.
    • 2. 
      De in lid 1 bedoelde sanctie is alleen van toepassing voor zover:
      • a) 
        de niet-naleving het gevolg is van een handelen of nalaten dat rechtstreeks aan de begunstigde kan worden toegeschreven;
      • b) 
        de niet-naleving verband houdt met de landbouwactiviteiten van de begunstigde; en
      • c) 
        het om het areaal van het bedrijf van de begunstigde gaat.

    Deze sanctie geldt echter niet voor bosgebieden, voor zover voor het betrokken gebied geen steun overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder a), artikel 31 en artikel 35

    van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] wordt aangevraagd.

    • 3. 
      Voor de toepassing van deze titel wordt onder "bedrijf" verstaan het geheel van de productie-eenheden en arealen dat door de in artikel 92 bedoelde begunstigde wordt beheerd en zich op het grondgebied van eenzelfde lidstaat bevindt.

      Artikel 92 Betrokken begunstigden

    Artikel 91 is van toepassing op begunstigden die rechtstreekse betalingen op grond van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB], betalingen op grond van de artikelen 44 en 45 van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [iGMO] en de jaarlijkse premies op grond van artikel 22, lid 1, onder a) en b), de artikelen 29 tot en met 32, artikel 34 en artikel 35 van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [PO] ontvangen.

    Artikel 91 is echter niet van toepassing op begunstigden die deelnemen aan de in titel V, van Verordening (EU) nr. xxx/xxx [RB] bedoelde regeling voor kleine landbouwers, noch op de begunstigden die op het gebied van artikel 29, lid 9, van Verordening (EU) nr. PO/xxx steun ontvangen.

    Artikel 93 Randvoorwaarden

    De randvoorwaarden zijn de uit de EU-regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de op nationaal niveau vastgestelde normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond die zijn vermeld in bijlage II en betrekking hebben op:

    • a) 
      het milieu, klimaatverandering en een goede landbouwconditie van grond;
    • b) 
      de volksgezondheid, de diergezondheid en de gezondheid van planten;
    • c) 
      het dierenwelzijn.

    De in bijlage II bedoelde handelingen die betrekking hebben op de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, gelden in de versie waarin zij van kracht zijn en, in het geval van richtlijnen, zoals deze zijn omgezet door de lidstaten.

    Richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid zal worden beschouwd als onderdeel van bijlage II, zodra alle lidstaten deze richtlijn hebben omgezet en de verplichtingen zijn vastgesteld die rechtstreeks op de landbouwers van toepassing zijn. Om rekening te houden met deze elementen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen tot wijziging van bijlage II, en wel binnen twaalf maanden vanaf het moment waarop de laatste lidstaat de omzetting van de richtlijn aan de Commissie heeft gemeld.

    Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden zal worden beschouwd als onderdeel van bijlage II, zodra alle lidstaten deze richtlijn hebben omgezet en de verplichtingen zijn vastgesteld die rechtstreeks op de landbouwers van toepassing zijn. Om rekening te houden met deze elementen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen tot wijziging van bijlage II, en wel binnen twaalf maanden vanaf het moment waarop de laatste lidstaat de omzetting van de richtlijn aan de Commissie heeft gemeld, waaronder de verplichtingen inzake een geïntegreerde gewasbescherming.

    Voorts gelden de randvoorwaarden, wat de jaren 2014 en 2015 betreft, ook voor de instandhouding van blijvend grasland. De lidstaten die op 1 januari 2004 al lid van de EU waren, zorgen ervoor dat grond die op de voor de aanvragen van areaalsteun voor 2003 vastgestelde datum blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden. De lidstaten die in 2004 lid van de EU zijn geworden, zorgen ervoor dat grond die op 1 mei 2004 blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden. Bulgarije en Roemenië zorgen ervoor dat grond die op 1 januari 2007 blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden.

    De voorgaande alinea is niet van toepassing op te bebossen blijvend grasland, indien een dergelijke bebossing verenigbaar is met het milieu en het niet gaat om de aanplant van kerstbomen en snelgroeiende soorten met korte omlooptijd.

    Om rekening te houden met de in de twee voorgaande alinea's genoemde elementen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de instandhouding van blijvend grasland, met name om ervoor te zorgen dat maatregelen worden genomen om blijvend grasland op het niveau van de landbouwers in stand te houden, inclusief individuele verplichtingen die moeten worden nagekomen, zoals de verplichting om arealen weer in blijvend grasland om te zetten wanneer blijkt dat het aandeel blijvend grasland afneemt.

    Voorts stelt de Commissie middels uitvoeringshandelingen vast hoe moet worden bepaald welke verhouding moet worden aangehouden tussen blijvend grasland en de totale oppervlakte landbouwgrond. Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    Artikel 94 Door de lidstaten na te komen verplichtingen op het gebied van een goede landbouw- en

    milieuconditie

    De lidstaten zorgen ervoor dat het gehele landbouwareaal, waaronder de grond die niet meer wordt gebruikt voor productiedoeleinden, in een goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen op nationaal of op regionaal niveau de door de begunstigden na te leven minimumnormen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond vast op basis van bijlage II, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, met inbegrip van de bodem- en de klimaatgesteldheid, de bestaande landbouwsystemen, het grondgebruik, de vruchtwisseling, de landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven. De lidstaten stellen geen minimumeisen vast waarin niet in bijlage II is voorzien.

    Artikel 95 Verstrekking van informatie aan begunstigden

    De lidstaten doen de betrokken begunstigden, zo mogelijk langs elektronische weg, een lijst met en informatie over de na te leven randvoorwaarden toekomen.

    Hoofdstuk II

    Controlesysteem en sancties met betrekking tot de

    randvoorwaarden

    Artikel 96 Controles op de naleving van de randvoorwaarden

    • 1. 
      De lidstaten maken, waar zulks dienstig is, gebruik van het geïntegreerd systeem dat is vastgesteld bij titel V, hoofdstuk II, en met name van de in artikel 69, lid 1, onder a), b), d), e) en f), genoemde elementen.

      De lidstaten kunnen gebruikmaken van hun bestaande administratie- en

      controlesystemen om ervoor te zorgen dat de randvoorwaarden worden nageleefd.

    Deze systemen, en met name het systeem voor de identificatie en de registratie van dieren dat is opgezet overeenkomstig Richtlijn 2008/71/EG van de Raad van

    15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en de registratie van varkens 46 , en

    overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1760/2000 en Verordening (EG) nr. 21/2004, zijn compatibel met het in titel V, hoofdstuk II, van de onderhavige verordening

    bedoelde geïntegreerd systeem.

    • 2. 
      Afhankelijk van de betrokken eisen, normen, besluiten of gebieden van de randvoorwaarden, kunnen de lidstaten besluiten tot de uitvoering van administratieve controles, en met name van die controles waarin reeds is voorzien in het kader van de controlesystemen die voor de eis, de norm, het besluit of het gebied van de randvoorwaarden in kwestie gelden.
    • 3. 
      De lidstaten verrichten controles ter plaatse om na te gaan of een begunstigde de verplichtingen van deze titel nakomt.
    • 4. 
      De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor de uitvoering van controles op de naleving van de verplichtingen van deze titel.

      Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112,

      lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

      Artikel 97 Toepassing van de sanctie

    • 1. 
      De in artikel 91 bedoelde sanctie wordt toegepast wanneer de randvoorwaarden op enig moment in een bepaald kalenderjaar (hierna het "betrokken kalenderjaar" genoemd) niet worden nageleefd en de niet-naleving in kwestie kan worden toegeschreven aan de begunstigde die de steunaanvraag of de betalingsaanvraag in het betrokken kalenderjaar heeft ingediend.

    De eerste alinea is van overeenkomstige toepassing op begunstigden ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat zij niet aan de randvoorwaarden hebben voldaan op enig moment gedurende de drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de eerste betaling in het kader van de steunprogramma's voor herstructurering en omschakeling is toegekend of op enig moment gedurende één jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de betaling in het kader van de steunprogramma's voor groen oogsten is toegekend overeenkomstig

    Verordening (EU) nr. [iGMO] (hierna "de betrokken jaren" genoemd).

    • 2. 
      Ingeval de grond in het betrokken kalenderjaar of in de betrokken jaren wordt overgedragen, is lid 1 ook van toepassing wanneer de betrokken niet-naleving het gevolg is van een handelen of nalaten dat rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de persoon aan wie of door wie de landbouwgrond is overgedragen. Wanneer de persoon aan wie het handelen of nalaten rechtstreeks kan worden toegeschreven, een steunaanvraag of een betalingsaanvraag in het betrokken kalenderjaar of in de betrokken jaren heeft ingediend, wordt de sanctie toegepast op basis van de aan die persoon toegekende of toe te kennen totale bedragen van de in artikel 92 bedoelde betalingen.

    46 PB L 213 van 8.8.2008, blz. 31.

    Voor de toepassing van dit lid wordt onder "overdracht" verstaan enigerlei soort transactie op grond waarvan de cedent de beschikking over de landbouwgrond

    verliest.

    • 3. 
      Onverminderd lid 1 kunnen de lidstaten besluiten om per begunstigde en per kalenderjaar geen sanctie toe te passen wanneer de sanctie op basis van de uit hoofde van artikel 101 vast te stellen voorschriften ten hoogste 100 euro bedraagt.

    Wanneer een lidstaat besluit gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, neemt de bevoegde autoriteit in het daaropvolgende jaar voor een steekproef van begunstigden de nodige maatregelen om na te gaan of de begunstigde

    de geconstateerde niet-naleving heeft gecorrigeerd. De constatering van de nietnaleving en de verplichting om corrigerende actie te ondernemen, worden aan de begunstigde gemeld.

    • 4. 
      De sanctie laat de wettigheid en regelmatigheid van de betalingen waarop de verlaging of uitsluiting van toepassing is, onverlet.

      Artikel 98 Toepassing van de sanctie in Bulgarije en Roemenië

    Voor Bulgarije en Roemenië geldt dat de in artikel 91 bedoelde sancties pas uiterlijk vanaf 1 januari 2016 worden toegepast ten aanzien van de in bijlage II vermelde uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen op het gebied van dierenwelzijn.

    Artikel 99 Berekening van de sanctie

    • 1. 
      De in artikel 91 bedoelde sanctie wordt toegepast in de vorm van een verlaging of uitsluiting van het totale bedrag van de in artikel 92 bedoelde betalingen die voor het betrokken kalenderjaar of de betrokken jaren aan deze begunstigde zijn toegekend of moeten worden toegekend.

    Voor de berekening van deze verlagingen en uitsluitingen wordt rekening gehouden met de ernst, de omvang, het permanente karakter en de herhaling van de

    geconstateerde niet-naleving en met de in de leden 2, 3 en 4 beschreven criteria.

    • 2. 
      Wanneer een niet-naleving te wijten is aan nalatigheid, bedraagt het verlagingspercentage ten hoogste 5 % en bij herhaalde niet-naleving ten hoogste 15 %.

    In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten besluiten dat geen verlaging wordt toegepast wanneer een geval van niet-naleving, gelet op de ernst, de omvang en de duur ervan, als van gering belang moet worden beschouwd. Gevallen van niet-naleving die een rechtstreeks gevaar voor de volksgezondheid of de gezondheid van dieren vormen, mogen echter niet als van gering belang worden beschouwd. De constatering van de niet-naleving en de verplichting corrigerende

    actie te ondernemen worden aan de begunstigde gemeld.

    • 3. 
      In geval van opzettelijke niet-naleving is het verlagingspercentage in principe niet lager dan 20 % en kan de sanctie oplopen tot de volledige uitsluiting van een of meer steunregelingen gedurende één of meer kalenderjaren.
    • 4. 
      Het totale bedrag aan verlagingen en uitsluitingen voor één kalenderjaar mag nooit hoger zijn dan het in lid 1, eerste alinea, bedoelde totale bedrag.

      Artikel 100 Uit de toepassing van de randvoorwaarden voortvloeiende bedragen

    De lidstaten mogen 10 % van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 99 bedoelde verlagingen en uitsluitingen, behouden.

    Artikel 101 Gedelegeerde bevoegdheden

    • 1. 
      Om ervoor te zorgen dat de middelen op correcte wijze onder de gerechtigde begunstigden worden verdeeld, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen tot vaststelling van een geharmoniseerde grondslag voor de berekening van sancties in het kader van de randvoorwaarden, met inachtneming van de verlagingen in het kader van de financiële discipline.
    • 2. 
      Om ervoor te zorgen dat de randvoorwaarden op een efficiënte, coherente en nietdiscriminerende wijze worden toegepast, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de berekening en toepassing van sancties.

    TITEL VII

    GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

    Hoofdstuk I

    Communicatie

    Artikel 102 Verstrekking van informatie

    • 1. 
      Onverminderd het bepaalde in de sectorale verordeningen verstrekken de lidstaten de Commissie de volgende informatie, declaraties, verklaringen en documenten:
      • a) 
        met betrekking tot de erkende betaalorganen en de erkende coördinerende instanties:
        • i) 
          het besluit tot erkenning ervan;
        • ii) 
          hun functie (erkend betaalorgaan of erkende coördinerende instantie);
        • iii) 
          in voorkomend geval, de intrekking van hun erkenning;
      • b) 
        met betrekking tot de certificerende instanties:
        • i) 
          de naam;
        • ii) 
          de contactgegevens;
      • c) 
        met betrekking tot de door het ELGF en het ELFPO gefinancierde verrichtingen:
        • i) 
          de door het erkende betaalorgaan of de erkende coördinerende instantie ondertekende uitgavendeclaraties die tevens gelden als betalingsaanvraag, vergezeld van de nodige informatie;
        • ii) 
          de ramingen van hun financiële behoeften wat het ELGF betreft, en de geactualiseerde ramingen van de uitgavendeclaraties die in de loop van het jaar zullen worden ingediend, alsmede de ramingen van de uitgavendeclaraties voor het volgende begrotingsjaar wat het ELFPO betreft;
        • iii) 
          uiterlijk op 15 februari van het jaar dat volgt op het betrokken begrotingsjaar, en alleen wanneer een lidstaat meer dan één betaalorgaan heeft erkend: een syntheseverslag met een nationaal overzicht van alle beheersverklaringen en de auditoordelen daarover van de certificerende instanties;
    • iv) 
      de beheersverklaring en de jaarrekeningen van de erkende betaalorganen; v) een samenvatting van de resultaten van alle beschikbare audits en controles die zijn verricht overeenkomstig het tijdschema en de nadere

      bepalingen zoals vastgelegd in de sectorspecifieke regelgeving.

      De jaarrekeningen van de erkende betaalorganen betreffende de uitgaven uit het

      ELFPO worden ingediend op het niveau van elk programma.

    • 2. 
      De lidstaten verstrekken de Commissie uitvoerige informatie over de maatregelen die genomen zijn ter uitvoering van de in artikel 94 bedoelde goede landbouw- en milieuconditie, en over het in titel III bedoelde bedrijfsadviseringssysteem.
    • 3. 
      De lidstaten verstrekken de Commissie geregeld informatie over de toepassing van het in titel V, hoofdstuk II, bedoelde geïntegreerd systeem. De Commissie organiseert gedachtewisselingen over dit onderwerp met de lidstaten.

      Artikel 103 Vertrouwelijkheid

    • 1. 
      De lidstaten en de Commissie zetten alle nodige stappen om de vertrouwelijkheid te waarborgen van de informatie die wordt verstrekt of verkregen in het kader van de krachtens deze verordening ten uitvoer gelegde inspectiemaatregelen en maatregelen op het gebied van de goedkeuring van de rekeningen.

    De voorschriften van artikel 8 van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de

    Raad 47 zijn van toepassing op deze informatie.

    • 2. 
      Onverminderd de nationale bepalingen inzake gerechtelijke procedures valt informatie die wordt verzameld in het kader van de controles waarin titel V, hoofdstuk III, voorziet, onder het beroepsgeheim. Deze mag alleen worden verstrekt aan personen die op grond van hun functie in de lidstaten of bij de instellingen van de Unie daarvan beroepshalve kennis moeten nemen.

      Artikel 104 Bevoegdheden van de Commissie

    De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen voorschriften vaststellen voor:

    • a) 
      de vorm, de inhoud, de frequentie, de termijnen en de toezending of terbeschikkingstelling aan de Commissie van:
      • i) 
        de uitgavendeclaraties en de ramingen van de uitgaven alsmede de actualisering ervan, waaronder de bestemmingsontvangsten;
      • ii) 
        de beheersverklaring en de jaarrekeningen van de betaalorganen, alsmede de resultaten van alle beschikbare verrichte audits en controles;
      • iii) 
        de verslagen over de certificering van de rekeningen;

    47 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

    • iv) 
      de identificatiegegevens van de erkende betaalorganen, de erkende coördinerende instanties en de certificerende instanties;
    • v) 
      de boeking en betaling van de door het ELGF en het ELFPO gefinancierde uitgaven;
    • vi) 
      de meldingen van de door de lidstaten verrichte financiële correcties met betrekking tot concrete acties of bij de programma's voor plattelandsontwikkeling, alsmede de samenvattende overzichten van de terugvorderingsprocedures die de lidstaten in verband met onregelmatigheden hebben ingeleid;
    • vii) 
      de informatie over de maatregelen die uit hoofde van artikel 60 zijn genomen;
    • b) 
      de uitwisseling van informatie en documenten tussen de Commissie en de lidstaten en het opzetten van informatiesystemen, waaronder de soort, de vorm en de inhoud van de door deze systemen te verwerken gegevens en de opslag van deze gegevens;
    • c) 
      de toezending door de lidstaten van informatie, documenten, statistieken en verslagen aan de Commissie, alsmede de uiterste data en de wijze waarop deze moeten worden toegezonden.

    De uitvoeringshandelingen waarin de eerste alinea voorziet, worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    HOOFDSTUK II

    Gebruik van de euro

    Artikel 105 Algemene beginselen

    • 1. 
      De bedragen in de besluiten van de Commissie tot vaststelling van de programma's voor plattelandsontwikkeling, de bedragen van de vastleggingen en betalingen door de Commissie, de bedragen van de bekrachtigde of gecertificeerde uitgaven van de lidstaten en de bedragen in hun uitgavendeclaraties worden uitgedrukt en betaald in euro.
    • 2. 
      De prijzen en bedragen die in de sectorale landbouwwetgeving worden vastgesteld, luiden in euro.

      In de lidstaten die de euro hebben ingevoerd, worden zij toegekend en geheven in

      euro en in de niet-eurolidstaten in de nationale munteenheid.

      Artikel 106 Wisselkoersen en ontstaansfeiten

    • 1. 
      De in artikel 105, lid 2, bedoelde prijzen en bedragen worden in de niet-eurolidstaten aan de hand van een wisselkoers omgerekend in de nationale munteenheid.
    • 2. 
      Het ontstaansfeit voor de wisselkoers is:
      • a) 
        voor in het handelsverkeer met derde landen geheven of toegekende bedragen: het vervullen van de douaneformaliteiten bij invoer of uitvoer,
      • b) 
        in alle overige gevallen: de handeling waardoor het economisch doel van de transactie wordt bereikt.
    • 3. 
      Wanneer een rechtstreekse betaling als bedoeld in Verordening (EU) nr. RB/xxx aan een begunstigde wordt gedaan in een andere munteenheid dan de euro, rekenen de lidstaten het bedrag van de in euro uitgedrukte steun om in de nationale munteenheid aan de hand van de meest recente wisselkoers die de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld vóór 1 oktober van het jaar waarvoor de steun wordt toegekend.
    • 4. 
      Wat het ELGF betreft, hanteren de niet-eurolidstaten voor de opstelling van hun uitgavendeclaraties dezelfde wisselkoers als die welke zij overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk bij de betalingen aan de begunstigden en de inning van ontvangsten hebben gebruikt.
    • 5. 
      Met het oog op een nadere bepaling van het in lid 2 bedoelde ontstaansfeit of de vaststelling ervan om redenen die eigen zijn aan de betrokken marktordening of aan het betrokken bedrag, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake deze ontstaansfeiten en de te hanteren wisselkoers. Het specifieke ontstaansfeit wordt bepaald op basis van de volgende criteria:
      • a) 
        de noodzaak wijzigingen in de wisselkoers zo snel mogelijk daadwerkelijk te kunnen toepassen;
      • b) 
        de onderlinge overeenkomst tussen ontstaansfeiten voor analoge transacties in het kader van de marktordening;
      • c) 
        de samenhang tussen de ontstaansfeiten voor de verschillende prijzen en bedragen die de marktordening betreffen;
      • d) 
        de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van controles op de toepassing van adequate wisselkoersen.
    • 6. 
      Om te voorkomen dat de niet-eurolidstaten verschillende wisselkoersen hanteren enerzijds bij de boeking in een andere munteenheid dan de euro van de geïnde ontvangsten of de aan de begunstigden betaalde steun, en anderzijds bij de vaststelling van de uitgavendeclaraties van de betaalorganen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen inzake de wisselkoers die moet worden gehanteerd voor de opstelling van uitgavendeclaraties en voor de registratie van verrichtingen in verband met openbare opslag in de rekeningen van de betaalorganen.

      Artikel 107 Vrijwaringsmaatregelen en afwijkingen

    • 1. 
      De Commissie kan middels uitvoeringshandelingen maatregelen vaststellen om de toepassing van de EU-wetgeving te vrijwaren indien monetaire praktijken van uitzonderlijke aard met betrekking tot een nationale munteenheid deze in gevaar kunnen brengen. Deze maatregelen kunnen zo nodig afwijken van de bestaande regels.

      Deze uitvoeringshandelingen worden aangenomen overeenkomstig de in artikel 112,

      lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

      Het Europees Parlement en de Raad en de lidstaten worden onverwijld in kennis

      gesteld van de in de eerste alinea bedoelde maatregelen.

    • 2. 
      Voor gevallen waarin monetaire praktijken van uitzonderlijke aard met betrekking tot een nationale munteenheid de toepassing van de EU-wetgeving in gevaar kunnen brengen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen tot afwijking van het bepaalde in deze afdeling, en met name in de volgende gevallen:
      • a) 
        een land hanteert abnormale wisselkoersen, zoals meervoudige wisselkoersen, of ruilovereenkomsten,
      • b) 
        de munteenheid van een land wordt niet op de officiële wisselmarkten genoteerd of zou zich zodanig kunnen ontwikkelen dat verstoringen van het handelsverkeer ontstaan.

        Artikel 108 Gebruik van de euro door de niet-eurolidstaten

    • 1. 
      Indien een lidstaat die de euro niet heeft ingevoerd, besluit de uitgaven in verband met de sectorale landbouwwetgeving niet in de nationale munteenheid, maar in euro te doen, neemt deze lidstaat maatregelen om ervoor te zorgen dat het gebruik van de euro geen systematisch voordeel oplevert vergeleken met het gebruik van de nationale munteenheid.
    • 2. 
      De lidstaat meldt de voorgenomen maatregelen aan de Commissie voordat ze van kracht worden. De maatregelen mogen pas ten uitvoer worden gelegd nadat de Commissie ermee heeft ingestemd.

    HOOFDSTUK III

    Rapportage en evaluatie

    Artikel 109 Financieel jaarverslag

    De Commissie stelt uiterlijk eind september van elk jaar een financieel verslag op over het beheer van het ELGF en het ELFPO in het voorgaande begrotingsjaar en doet dit aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

    Artikel 110 Monitoring en evaluatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

    • 1. 
      Er wordt een gemeenschappelijk monitoring- en evaluatiekader voor de meting van de resultaten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opgezet. Het omvat alle instrumenten die verband houden met de monitoring en evaluatie van de maatregelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en met name de monitoring en evaluatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EU) nr. RB/xxx voorziet, van de marktmaatregelen waarin Verordening (EU) nr. GMO/xxx voorziet, van de plattelandsontwikkelingsmaatregelen waarin Verordening (EU) nr. PO/xxx voorziet, en van de toepassing van de randvoorwaarden waarin de onderhavige verordening voorziet.

    Met het oog op een effectieve meting van de resultaten wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen

    inzake de inhoud en opzet van dit kader.

    • 2. 
      Het effect van de in de eerste alinea bedoelde maatregelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt getoetst aan de volgende doelstellingen:
      • a) 
        een rendabele voedselproductie, met het accent op het landbouwinkomen, de landbouwproductiviteit en de prijsstabiliteit;
      • b) 
        een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie, met het accent op de uitstoot van broeikasgassen, op biodiversiteit en op bodem en water;
      • c) 
        een evenwichtige territoriale ontwikkeling, met het accent op plattelandsontwikkeling, groei en armoede in plattelandsgebieden.

    De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen de indicatoren voor de in de eerste alinea genoemde doelstellingen vast. Deze uitvoeringshandelingen worden

    aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    • 3. 
      De lidstaten verstrekken de Commissie alle informatie die nodig is voor de monitoring en evaluatie van de betrokken maatregelen.

    De Commissie houdt rekening met de gegevensbehoeften en de synergieën tussen potentiële gegevensbronnen, en met name met het eventuele gebruik ervan voor

    statistische doeleinden.

    De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen voorschriften vast voor de door de lidstaten te verstrekken informatie en voor de gegevensbehoeften en de synergieën tussen potentiële gegevensbronnen. Deze uitvoeringshandelingen worden

    aangenomen overeenkomstig de in artikel 112, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

    • 4. 
      De Commissie brengt om de vier jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging van dit artikel. Het eerste verslag wordt uiterlijk op 31 december 2017 ingediend.

    TITEL VIII

    SLOTBEPALINGEN

    Artikel 111

    Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

    • 1. 
      De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
    • 2. 
      De bevoegdheid tot vaststelling van de in deze verordening bedoelde gedelegeerde handelingen wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.
    • 3. 
      De in deze verordening bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
    • 4. 
      Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
    • 5. 
      Een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een periode van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar tegen de handeling heeft aangetekend of wanneer het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van die periode beide aan de Commissie hebben meegedeeld geen bezwaar aan te tekenen. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.

      Artikel 112 Comitéprocedure

    • 1. 
      De Commissie wordt bijgestaan door een comité, het zogeheten "Comité voor de landbouwfondsen". Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
    • 2. 
      Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
    • 3. 
      Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

      Artikel 113 Intrekkingen

    • 1. 
    • 2. 
      Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

      Artikel 114 Overgangsmaatregelen

    Om een vlotte overgang van de regelingen die waren ingesteld bij de in artikel 113 genoemde ingetrokken verordeningen, naar die van de onderhavige verordening te waarborgen, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen aan te nemen.

    Artikel 115 Inwerkingtreding en toepassing

    Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

    Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

    De volgende bepalingen zijn evenwel van toepassing met ingang van 16 oktober 2013:

    • a) 
      de artikelen 7, 8 en 9;
    • b) 
      de artikelen 18, 42, 43 en 45 voor de op of na 16 oktober 2013 verrichte uitgaven.

    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

    Gedaan te Brussel,

    Voor het Europees Parlement Voor de Raad

    De voorzitter De voorzitter

    BIJLAGE I

    In artikel 12, lid 2, onder c), bedoeld minimumtakenpakket van het bedrijfsadviseringssysteem op het gebied van de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering, de biodiversiteit, de bescherming van water, de melding van dieren

    plantenziekten, en innovatie

    Eisen of acties en adviezen op het niveau van de begunstigden, zoals vastgesteld door de lidstaten, voor zover van toepassing, in het kader van:

    Matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering

    – Informatie over de verwachte gevolgen van de klimaatverandering in de desbetreffende regio's, van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de desbetreffende landbouwpraktijken en over de bijdrage van de landbouwsector aan de matiging van de klimaatverandering door een verbetering van de (bos)landbouwpraktijken en door de ontwikkeling van duurzame-energieprojecten op het landbouwbedrijf en de verbetering van de energie-efficiëntie op het landbouwbedrijf

    – Investeringen in materiële activa als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Herstel van het agrarisch productiepotentieel en het ondernemen van passende preventieve actie als bedoeld in artikel 19 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Bebossing en de aanleg van beboste oppervlakten als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Invoering van boslandbouwsystemen als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Preventie en herstel van schade die aan bossen wordt toegebracht door bosbranden en natuurrampen als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Investeringen ter verbetering van de veerkracht en de milieuwaarde van bosecosystemen als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Investeringen in nieuwe bosbouwtechnologieën en in de verwerking en de afzet van bosproducten als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Concrete agromilieuacties gericht op de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Biologische landbouw gericht op de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering als bedoeld in artikel 30 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Bosmilieudiensten en bosinstandhouding gericht op de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    Biodiversiteit

    Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake het behoud van de vogelstand

    Richtlijn 92/43/EEG van de Raad inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna

    – Investeringen in materiële activa als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Invoering van boslandbouwsystemen als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Investeringen ter verbetering van de veerkracht en de milieuwaarde van bosecosystemen als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Concrete agromilieuacties gericht op de biodiversiteit als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Biologische landbouw gericht op de biodiversiteit als bedoeld in artikel 30 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Bosmilieudiensten en bosinstandhouding gericht op de biodiversiteit als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    Bescherming van water

    – Artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2000/60/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid

    – Juist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoals bepaald in artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, en met name de naleving van de algemene beginselen van een geïntegreerde gewasbescherming als bedoeld in artikel 14 van Richtlijn 2009/128/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden

    – Investeringen in materiële activa voor het waterbeheer als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Concrete agromilieuacties gericht op het waterbeheer als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Biologische landbouw gericht op het waterbeheer als bedoeld in artikel 30 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    Melding van dier- en plantenziekten

    Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer

    Richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte

    Richtlijn 2000/75/EG van de Raad van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue

    Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen

    Innovatie

    – Informatie over op innovatie gerichte acties

    – Verspreiding van de activiteiten in het kader van het EIP-netwerk (Europees Partnerschap voor innovatie) als bedoeld in artikel 53 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    – Samenwerking als bedoeld in artikel 36 van Verordening (EU) nr. xx/xxx [PO]

    BIJLAGE II

    In artikel 93 bedoelde randvoorwaarden

    RBE: Uit de regelgeving voortvloeiende beheerseis

    GLMC: Norm voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond

    Gebied Aspect Eisen en normen

    Milieu, klimaat Water RBE 1 Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december Artikelen 4 verandering en 1991 inzake de bescherming van water tegen en 5 een goede verontreinigingen door nitraten uit agrarische bronnen landbouw(PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1) conditie van grond

    GLMC 1 Aanleggen van bufferstroken langs waterlopen 48

    GLMC 2 Naleving van vergunningsprocedures wanneer voor het gebruik van water voor bevloeiingsdoeleinden een vergunning nodig is

    GLMC 3 Bescherming van het grondwater tegen verontreiniging: verbod op directe lozingen op grondwater en maatregelen ter voorkoming van een indirecte verontreiniging van grondwater door storting op de grond en infiltratie via de grond van de in de bijlage bij Richtlijn 80/68/EEG vermelde gevaarlijke stoffen

    Voorraden GLMC 4 Minimale bodembedekking koolstof in de

    bodem GLMC 5 Minimaal grondbeheer op basis van de specifieke

    omstandigheden ter plaatse om erosie tegen te gaan

    GLMC 6 Handhaving van organisch bodemmateriaal, inclusief een verbod op de verbranding van stoppels

    GLMC 7 Bescherming van watergebieden en koolstofrijke

    bodems, inclusief een verbod op eerste omploeging 49

    48 De GLMC-bufferstroken moeten zowel binnen als buiten de voor verontreiniging kwetsbare zones die

    zijn aangewezen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Richtlijn 91/676/EEG, ten minste voldoen aan de eisen in verband met de voorwaarden voor het op of in de bodem brengen van meststoffen in de nabijheid van waterlopen, genoemd in punt A.4 van bijlage II bij Richtlijn 91/676/EEG. Deze eisen moeten worden toegepast overeenkomstig de actieprogramma's van de lidstaten die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Richtlijn 91/676/EEG.

    49 De omploeging van watergebieden en koolstofrijke bodems die uiterlijk in 2011 als bouwland in de zin

    van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1120/2009 zijn aangemerkt en die voldoen aan de Gebied Aspect Eisen en normen

    Biodiversiteit RBE 2 Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement Artikel 3, en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud lid 1,

    van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7) artikel 3, lid 2,

    onder b), en artikel 4, leden 1, 2 en 4

    RBE 3 Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 Artikel 6, inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats leden 1 en 2 en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992,

    blz. 7)

    Landschap: GLMC 8 Instandhouding van landschapselementen, inclusief, minimaal in voorkomend geval, heggen, vijvers, greppels, onderhoud bomenrijen, bomengroepen of geïsoleerde bomen, akkerranden en terrassen en inclusief het verbod op het knippen van heggen en het snoeien van bomen in het vogelbroedperiode en mogelijke maatregelen om ziekten en een invasie van soorten te voorkomen

    Volks Voedsel RBE 4 Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Artikelen gezondheid, veiligheid Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot 14 en 15, diergezondheid vaststelling van de algemene beginselen en artikel

    en gezondheid voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot 17, lid 1 50 ,

    van planten oprichting van een Europese Autoriteit voor artikelen voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures 18, 19 en voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 20

    van 1.2.2002, blz. 1)

    RBE 5 Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 Artikel 3, betreffende het verbod op het gebruik, in de onder a), b), veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale d) en e), werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische artikelen 4, werking, alsmede van beta-agonisten (PB L 125 van 5 en 7

    23.5.1996, blz. 3)

    Identificatie en RBE 6 Richtlijn 2008/71/EG van de Raad van 15 juli 2008 Artikelen 3, registratie van met betrekking tot de identificatie en de registratie

    definitie van bouwland in artikel 4, onder f), van Verordening (EU) nr. RB/xxx, geldt niet als eerste omploeging.

    50 Zoals uitgevoerd bij met name:

    Verordening (EEG) nr. 2377/90: artikelen 2, 4 en 5; — Verordening (EG) nr. 852/2004: artikel 4, lid 1, en bijlage I, deel A (II 4 (g, h, j), 5 (f, h), 6; III 8 (a, b, d, e), 9 (a, c)); — Verordening (EG) nr. 853/2004: artikel 3, lid 1, en bijlage III, deel IX, hoofdstuk 1 (I-1 b, c, d, e; I-2 a (i, ii, iii), b (i, ii), c; I-3; I-4; I-5; II-A 1, 2, 3, 4; II-B 1(a, d), 2, 4 (a, b)), bijlage III, deel X, hoofdstuk 1, punt 1); — Verordening (EG) nr. 183/2005: artikel 5, lid 1, en bijlage I, deel A, (I-4 e, g; II-2 a, b, e), artikel 5, lid 5, en bijlage III (1, 2), artikel 5, lid 6; — Verordening (EG) nr. 396/2005: artikel 18.

    Gebied Aspect Eisen en normen

    dieren van varkens (PB L 213 van 8.8.2005, blz. 31) 4 en 5

    RBE 7 Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Artikelen 4 Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling en 7

    van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake etikettering van rundvlees en rundvleesproducten (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1)

    RBE 8 Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van Artikelen 3, 17 december 2003 tot vaststelling van een 4 en 5

    identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 8)

    Dierziekten RBE 9 Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Artikelen 7, Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende 11, 12, 13

    vaststelling van voorschriften inzake preventie, en 15 bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1)

    Gewasbe RBE 10 Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Artikel 55, schermings Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 eerste en middelen betreffende het op de markt brengen van tweede zin gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1)

    Dierenwelzijn Dierenwelzijn RBE 11 Richtlijn 2008/119/EG van de Raad van Artikelen 3 18 december 2008 tot vaststelling van en 4

    minimumnormen ter bescherming van kalveren (PB L 10 van 15.1.2009, blz. 7)

    RBE 12 Richtlijn 2008/120/EG van de Raad van Artikelen 3 18 december 2008 tot vaststelling van en 4

    minimumnormen ter bescherming van varkens (PB L 47 van 18.2.2009, blz. 5)

    RBE 13 Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 tot Artikel 4 vaststelling van minimumnormen voor de

    bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren (PB L 221 van 8.8.1998, blz. 23)

    BIJLAGE III

    CONCORDANTIETABEL

    1. Verordening (EEG) nr. 352/78

    Verordening (EEG) nr. 352/78 Deze verordening

    Artikel 1 Artikel 45, lid 1, onder e)

    Artikel 2 Artikel 45, lid 2

    Artikel 3 Artikel 48, lid 1

    Artikel 4 -

    Artikel 5 -

    Artikel 6 -

    2. Verordening (EG) nr. 2799/98

    Verordening (EG) nr. 2799/98 Deze verordening

    Artikel 1 -

    Artikel 2 Artikel 105, lid 2, en artikel 106

    Artikel 3 Artikel 106

    Artikel 4 -

    Artikel 5 -

    Artikel 6 -

    Artikel 7 Artikel 107

    Artikel 8 Artikel 108

    Artikel 9 -

    Artikel 10 -

    Artikel 11 -

    3. Verordening (EG) nr. 814/2000

    Verordening (EG) nr. 814/2000 Deze verordening

    Artikel 1 Artikel 47, lid 1

    Artikel 2 Artikel 47, lid 2

    Artikel 3 -

    Artikel 4 -

    Artikel 5 -

    Artikel 6 -

    Artikel 7 -

    Artikel 8 Artikel 47, lid 5

    Artikel 9 -

    Artikel 10 Artikel 47, lid 4, en artikel 112

    Artikel 11 -

    4. Verordening (EG) nr. 1290/2005

    Verordening (EG) nr. 1290/2005 Deze verordening

    Artikel 1 Artikel 1

    Artikel 2 Artikel 3

    Artikel 3 Artikel 4

    Artikel 4 Artikel 5

    Artikel 5 Artikel 6

    Artikel 6 Artikel 7

    Artikel 7 Artikel 9

    Artikel 8 Artikel 102

    Artikel 9 Artikel 60

    Artikel 10 Artikel 10

    Artikel 11 Artikel 11

    Artikel 12 Artikel 16

    Artikel 13 Artikel 19

    Artikel 14 Artikel 17

    Artikel 15 Artikel 18

    Artikel 16 Artikel 42

    Artikel 17 Artikel 43, lid 1

    Artikel 17 bis Artikel 43, lid 2

    Artikel 18 Artikel 24

    Artikel 19 Artikel 26

    Artikel 20 Artikel 27

    Artikel 21 Artikel 28

    Artikel 22 Artikel 31

    Artikel 23 Artikel 32

    Artikel 24 Artikel 33

    Artikel 25 Artikel 34

    Artikel 26 Artikel 35

    Artikel 27 Artikel 43, lid 1

    Artikel 27 bis Artikel 43, lid 2

    Artikel 28 Artikel 36

    Artikel 29 Artikel 37

    Artikel 30 Artikel 53

    Artikel 31 Artikel 54

    Artikel 32 Artikelen 56 en 57

    Artikel 33 Artikelen 56 en 58

    Artikel 34 Artikel 45

    Artikel 35 -

    Artikel 36 Artikel 50

    Artikel 37 Artikel 49

    Artikel 38 -

    Artikel 39 -

    Artikel 40 -

    Artikel 41 Artikel 112

    Artikel 42 -

    Artikel 43 Artikel 109

    Artikel 44 Artikel 103

    Artikel 44 bis Artikel 113, lid 1

    Artikel 45 Artikel 105, lid 1, en artikel 106, leden 3 en 4

    Artikel 46 -

    Artikel 47 Artikel 113

    Artikel 48 Artikel 114

    Artikel 49 Artikel 115

    5. Verordening (EG) nr. 485/2008

    Verordening (EG) nr. 485/2008 Deze verordening

    Artikel 1 Artikel 79

    Artikel 2 Artikel 80

    Artikel 3 Artikel 81

    Artikel 4 -

    Artikel 5 Artikel 82, leden 1, 2 en 3

    Artikel 6 Artikel 82, lid 4

    Artikel 7 Artikel 83

    Artikel 8 Artikel 103, lid 2

    Artikel 9 Artikel 86

    Artikel 10 Artikel 84

    Artikel 11 Artikel 85

    Artikel 12 Artikel 106, lid 3

    Artikel 13 -

    Artikel 14 -

    Artikel 15 Artikel 87

    Artikel 16 -

    Artikel 17 -

    FINANCIEEL MEMORANDUM

    1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

    1.1. Benaming van het voorstel/initiatief

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de

      steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

      • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten (Integrale-GMO- verordening);
    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling

      (ELFPO);

      • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009, wat de toepassing van de rechtstreekse betalingen aan

      landbouwers voor 2013 betreft;

      • Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten;
    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de bedrijfstoeslagregeling en de steun voor

      wijnbouwers betreft.

    1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 51

    Beleidsterrein Titel 05 van Rubriek 2

    1.3. Aard van het voorstel/initiatief (Wetgevingskader voor het GLB na 2013)

    X Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

    Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 52

    x Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

    51 ABM: Activity-Based Management (activiteitsgestuurd beheer) – ABB: Activity-Based Budgeting

    (activiteitsgestuurde begroting).

    52 In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

    x Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

    1.4. Doelstellingen

    1.4.1. De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de

    Commissie

    Om het efficiënte gebruik van hulpbronnen te bevorderen en zodoende, overeenkomstig de Europa 2020-strategie, te komen tot een slimme, duurzame en inclusieve groei van de landbouw en de plattelandsgebieden in de EU, zijn voor het GLB de volgende doelstellingen

    vastgelegd:

    • Rendabele voedselproductie
    • Duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie;
    • Evenwichtige territoriale ontwikkeling.

    1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

    Specifieke doelstellingen voor Beleidsterrein 05:

    Specifieke doelstelling nr. 1:

    Het leveren van collectieve goederen in de milieusector

    Specifieke doelstelling nr. 2:

    Het compenseren van problemen bij de productie in gebieden met natuurlijke beperkingen

    Specifieke doelstelling nr. 3:

    Het nemen van maatregelen voor matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering

    Specifieke doelstelling nr. 4:

    Het beheren van de EU-begroting (GLB) met inachtneming van hoge normen inzake

    financieel beheer

    Specifieke doelstelling voor ABB 05 02 – Interventiemaatregelen op de landbouwmarkten:

    Specifieke doelstelling nr. 5:

    Het concurrentievermogen van de landbouwsector verbeteren en het aandeel ervan in de

    productiewaarde van de voedselketen verhogen

    Specifieke doelstelling voor ABB 05 03 – Rechtstreekse steun:

    Specifieke doelstelling nr. 6:

    Bijdragen tot het landbouwinkomen en de variabiliteit ervan beperken

    Specifieke doelstellingen voor ABB 05 04 – Plattelandsontwikkeling:

    Specifieke doelstelling nr. 7

    Groene groei stimuleren door innovatie

    Specifieke doelstelling nr. 8:

    De werkgelegenheid op het platteland stimuleren en het sociale weefsel van de

    plattelandsgebieden in stand houden

    Specifieke doelstelling nr. 9

    De plattelandseconomie verbeteren en diversificatie stimuleren

    Specifieke doelstelling nr. 10

    Gunstige voorwaarden scheppen voor de structurele diversiteit van de landbouwsystemen

    1.4.3. Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

    In dit stadium kunnen nog geen kwantitatieve streefdoelen voor de impactindicatoren worden vastgelegd. Hoewel het beleid wel sturend kan werken, zouden de gemeten economische, ecologische en sociale resultaten uiteindelijk ook afhangen van de impact van diverse externe factoren en het recente verleden heeft geleerd dat deze factoren significant en onvoorspelbaar

    zijn. Ondertussen wordt de analyse voortgezet om klaar te zijn voor de periode na 2013.

    Met betrekking tot de rechtstreekse betalingen krijgen de lidstaten de mogelijkheid om tot op zekere hoogte zelf te beslissen over de tenuitvoerlegging van bepaalde elementen van de

    regelingen voor de rechtstreekse betalingen.

    Met betrekking tot de plattelandsontwikkeling zullen de te verwachten resultaten en effecten afhangen van de plattelandsontwikkelingsprogramma's die de lidstaten bij de Commissie indienen. Aan de lidstaten zal worden gevraagd in hun programma's streefdoelen op te nemen.

    1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren

    De voorstellen voorzien in de opstelling van een gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiekader om de prestaties van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te meten. Dat

    kader omvat alle instrumenten op het gebied van monitoring en evaluatie van GLB- maatregelen, met name rechtstreekse betalingen, marktmaatregelen, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de toepassing van de randvoorwaarden.

    De impact van deze GLB-maatregelen wordt beoordeeld in het licht van de volgende

    doelstellingen:

    • a) 
      rendabele voedselproductie, met de klemtoon op landbouwinkomen, productiviteit van de landbouw en prijsstabiliteit;
    • b) 
      duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie, met de klemtoon op uitstoot van broeikasgassen, biodiversiteit, bodem en water;
    • c) 
      evenwichtige territoriale ontwikkeling, met de klemtoon op werkgelegenheid op het platteland, groei en armoede in plattelandsgebieden.

    De Commissie bepaalt, middels uitvoeringshandelingen, de voor deze doelstellingen en

    gebieden specifieke indicatoren.

    Voor plattelandsontwikkeling wordt bovendien een omvattender gemeenschappelijk monitoring- en evaluatiesysteem voorgesteld. Dat systeem heeft ten doel a) de voortgang en de verwezenlijkingen van het plattelandsontwikkelingsbeleid aan te tonen en de impact, doelmatigheid, doeltreffendheid en relevantie van het plattelandsontwikkelingsbeleid te evalueren, b) bij te dragen tot gerichtere steun voor plattelandsontwikkeling, en c) een gemeenschappelijk leerproces op het gebied van monitoring en evaluatie te stimuleren. De Commissie stelt, middels uitvoeringshandelingen, een lijst vast van aan de beleidsprioriteiten

    gekoppelde gemeenschappelijke indicatoren.

    1.5. Motivering van het voorstel/initiatief

    1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

    Deze voorstellen zijn erop gericht te zorgen voor het wetgevingskader voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode na 2013, met het oog op het bereiken van de meerjarige strategische doelstellingen van het GLB die rechtstreeks zijn gebaseerd op de Europa 2020-strategie voor het Europese platteland, en op de naleving van de ter zake

    relevante voorschriften van het Verdrag.

    1.5.2. Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

    Het toekomstige GLB zal niet alleen een beleid zijn dat is afgestemd op een klein, maar essentieel deel van de EU-economie, maar ook een beleid van strategisch belang voor de voedselzekerheid, het milieu en het territoriale evenwicht. Zo wordt het GLB een werkelijk gemeenschappelijk beleid dat optimaal gebruik maakt van de beperkte begrotingsmiddelen om in de hele EU een duurzame landbouw in stand te houden, belangrijke grensoverschrijdende problemen zoals de klimaatverandering aan te pakken en de solidariteit tussen de lidstaten te

    versterken.

    Het GLB is een werkelijk Europees beleid, zoals ook reeds in de mededeling van de

    Commissie "Een begroting voor Europa 2020" 53 is gezegd. In plaats van in alle 27 een eigen

    53 COM(2011)500 def. van 29 juni 2011.

    landbouwbeleid te voeren en een eigen landbouwbegroting op te stellen, brengen de lidstaten hun middelen samen in een enkel Europees beleid met een enkele Europese begroting. Dit houdt uiteraard in dat het GLB een aanzienlijk deel uitmaakt van de begroting van de EU.

    Toch is deze aanpak efficiënter en economischer dan een ongecoördineerde nationale aanpak.

    1.5.3. uttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

    Op basis van de evaluatie van het huidige beleidskader, van uitvoerig overleg met belanghebbenden en van een analyse van de toekomstige uitdagingen en behoeften is een uitgebreide effectbeoordeling uitgevoerd. Gedetailleerde informatie hierover is te vinden in de

    effectbeoordeling en de toelichting die bij de wetgevingsvoorstellen zijn gevoegd.

    1.5.4. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

    De wetgevingsvoorstellen waarop dit financieel memorandum betrekking heeft, moeten worden gezien in de ruimere context van het voorstel voor een integrale kaderverordening waarbij gemeenschappelijke voorschriften voor de onder het gemeenschappelijk strategisch kader vallende fondsen (ELFPO, EFRO, ESF, Cohesiefonds en EFMV) worden vastgesteld. De kaderverordening zal in aanzienlijke mate bijdragen tot het verminderen van de administratieve lasten, het doelmatig besteden van de EU-middelen en het in praktijk brengen van vereenvoudigingen. Dit alles vormt ook de basis voor de nieuwe concepten van het gemeenschappelijk strategisch kader voor al deze fondsen, en voor de in het vooruitzicht

    gestelde partnerschapsovereenkomsten, die ook betrekking zullen hebben op deze fondsen.

    Met het gemeenschappelijk strategisch kader, zoals het zal worden vastgesteld, worden de doelstellingen en prioriteiten van de Europa 2020-strategie omgezet in prioriteiten voor zowel het ELFPO als het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMV, hetgeen een geïntegreerde aanwending van de fondsen met het oog op het bereiken van gemeenschappelijke

    doelstellingen moet garanderen.

    Het gemeenschappelijk strategisch kader bevat ook mechanismen voor de coördinatie met

    andere ter zake relevante beleidstakken en instrumenten van de Unie.

    Voor het GLB resulteert een en ander bovendien in aanzienlijke synergieën en vereenvoudigingen dankzij de harmonisering en het op elkaar afstemmen van de beheers- en controlevoorschriften voor de eerste (ELGF) en de tweede (ELFPO) pijler van het GLB. De sterke band tussen het ELGF en het ELFPO moet worden behouden en de in de lidstaten

    bestaande structuren moeten worden verstevigd.

    1.6. Duur en financiële gevolgen

    x Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur (voor de ontwerpverordeningen betreffende de regelingen inzake rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkeling en

    overgangsverordeningen)

    – x Voorstel/initiatief van kracht vanaf 1.1.2014 tot en met 31.12.2020 – x Financiële gevolgen voor de periode die wordt bestreken door het volgende meerjarig financieel kader. Voor plattelandsontwikkeling, gevolgen voor de betalingen tot en met 2023

    x Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur (voor de ontwerpverordening

    inzake de integrale GMO en de horizontale verordening)

    – Uitvoering vanaf 2014.

    1.7. Beheersvorm(en) 54

    x Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

    Indirect gecentraliseerd beheer door delegatie van uitvoeringstaken aan:

    – uitvoerende agentschappen

    – door de Unie opgerichte organen 55

    – nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

    – personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

    X Gedeeld beheer met lidstaten

    Gedecentraliseerd beheer met derde landen

    Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke )

    Opmerkingen

    Geen ingrijpende wijziging ten opzichte van de huidige situatie, d.w.z. de uitgaven die verband houden met de wetgevingsvoorstellen inzake de hervorming van het GLB worden grotendeels beheerd in de vorm van gedeeld beheer met de lidstaten. Een zeer gering deel zal evenwel nog steeds onder direct gecentraliseerd beheer door de Commissie vallen.

    54 Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op

    http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html .

    55 In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.

    2. BEHEERSMAATREGELEN

    2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen

    In het kader van de monitoring en evaluatie van het GLB zal de Commissie om de 4 jaar verslag uitbrengen bij het Europees Parlement en de Raad; het eerste verslag moet uiterlijk

    eind 2017 worden ingediend.

    Ter aanvulling worden specifieke voorschriften voor alle sectoren van het GLB vastgesteld, onder meer inzake uitgebreide rapportage- en meldingsvoorschriften die worden opgenomen

    in de uitvoeringsbepalingen.

    Voor de plattelandsontwikkeling wordt eveneens voorzien in monitoringregels op programmaniveau, die worden afgestemd op de andere fondsen en vergezeld gaan van

    evaluaties voor, tijdens en na de uitvoering van het programma.

    2.2. Beheers- en controlesysteem

    2.2.1. Mogelijke risico's

    Het GLB telt meer dan zeven miljoen begunstigden, die steun ontvangen in het kader van een van de vele verschillende steunregelingen, voor elk waarvan gedetailleerde en soms

    ingewikkelde subsidiabiliteitscriteria gelden.

    Het foutenpercentage in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is voortdurend gedaald. Het huidige foutenpercentage van 2% bevestigt de positieve perceptie van de ontwikkelingen in de voorbije jaren. Er wordt naar gestreefd in dezelfde richting verder te

    gaan en het foutenpercentage tot onder de 2% terug te dringen.

    2.2.2. Controlemiddel(en)

    Het wetgevingspakket, en met name het voorstel inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, heeft ten doel de huidige bij Verordening (EG) nr. 1290/2005 vastgestelde regeling te handhaven en te versterken. Het voorstel voorziet in een bindende administratieve structuur op het niveau van de lidstaten, georganiseerd rond geaccrediteerde betaalorganen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de controles bij de uiteindelijke begunstigden overeenkomstig de in punt 2.3 opgenomen principes. Het hoofd van elk betaalorgaan moet jaarlijks een borgingsverklaring indienen die betrekking heeft op de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen, de goede werking van de internecontrolesystemen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties. Een onafhankelijk auditorgaan moet

    advies uitbrengen over deze drie elementen.

    De Commissie zal de landbouwuitgaven blijven controleren middels een op risicoanalyse gebaseerde aanpak om te garanderen dat de controles worden gericht op de gebieden met het grootste risico. Wanneer uit deze controles blijkt dat bij de uitgaven de regels van de Unie zijn overtreden, zal zij de betrokken bedragen aan EU-financiering onttrekken in het kader van de

    conformiteitsgoedkeuring van de rekeningen.

    Bijlage 8 van de effectbeoordeling bij deze wetgevingsvoorstellen bevat een gedetailleerde

    analyse van de aan deze controles verbonden kosten.

    2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

    Het wetgevingspakket, en met name het voorstel voor een verordening inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voorziet in de handhaving en versterking van de huidige gedetailleerde regelingen inzake controle en sancties door de betaalorganen, met gemeenschappelijke basiselementen en op de specifieke kenmerken van elke steunregeling toegesneden speciale voorschriften. De regelingen voorzien meestal in uitputtende administratieve controles van alle steunaanvragen, kruiscontroles met andere databanken voor zover dit passend wordt geacht, en aan de betaling voorafgaande controles ter plaatse van een minimum aantal transacties naargelang van het aan de betrokken regeling verbonden risico. Als bij deze controles ter plaatse een groot aantal onregelmatigheden wordt geconstateerd, moeten aanvullende controles worden verricht. Veruit het belangrijkste systeem in dit verband is het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (GBCS), dat in het begrotingsjaar 2010 is toegepast voor ongeveer 80% van alle uitgaven in het kader van het ELGF en het ELFPO. De Commissie zal worden gemachtigd om, voor lidstaten met goed werkende controlesystemen en lage foutenpercentages, toe te staan dat het

    aantal controles ter plaatse wordt verlaagd.

    In het pakket is voorts bepaald dat de lidstaten onregelmatigheden en fraude moeten voorkomen, opsporen en corrigeren, doeltreffende, ontradende en proportionele straffen moeten opleggen zoals vastgesteld in de uniale of nationale wetgeving, en onregelmatige betalingen met interest moeten terugvorderen. Het bevat ook een automatisch vereffeningsmechanisme voor onregelmatige betalingen, waarin is bepaald dat, wanneer de terugvordering niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het terugbetalingsverzoek of binnen acht jaar ingeval van een rechtsprocedure, de niet-geïnde bedragen ten laste vallen van de betrokken lidstaat. Dit mechanisme zal voor de lidstaten een

    sterke stimulans zijn om onregelmatige betalingen zo snel mogelijk terug te vorderen.

    3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

    De in dit financieel memorandum aangegeven bedragen zijn uitgedrukt in huidige prijzen en

    betreffen vastleggingen.

    Naast de in de onderstaande tabellen opgenomen wijzigingen die voortvloeien uit de wetgevingsvoorstellen, bevatten die voorstellen ook andere wijzigingen die geen financiële

    gevolgen hebben.

    In dit stadium kan niet worden uitgesloten dat, in om het even welk jaar in de periode 2014-2020, financiële discipline moet worden toegepast. Dat hangt evenwel niet af van de hervormingsvoorstellen als zodanig, maar van andere factoren zoals de uitvoering van

    rechtstreekse steun of toekomstige ontwikkelingen op de landbouwmarkten.

    Voor de rechtstreekse steunbedragen liggen de in het voorstel betreffende de overgang vervatte verlengde nettomaxima voor 2014 (kalenderjaar 2013) hoger dan de in de onderstaande tabellen aangegeven bedragen voor rechtstreekse steun. Deze verlenging heeft ten doel de continuïteit van de bestaande wetgeving te garanderen in een scenario waarbij alle andere elementen ongewijzigd blijven, onverminderd de eventuele noodzaak om het

    mechanisme van de financiële discipline toe te passen.

    De hervormingsvoorstellen bevatten bepalingen op grond waarvan de lidstaten enige flexibiliteit wordt geboden bij de toewijzing van de rechtstreekse steun, respectievelijk plattelandsontwikkeling. Indien lidstaten besluiten gebruik te maken van die flexibiliteit, dan heeft dat financiële gevolgen binnen de bestaande financiële bedragen, die in dit stadium niet

    kunnen worden gekwantificeerd.

    Dit financieel memorandum houdt geen rekening met het eventuele gebruik van de crisisreserve. Er zij op gewezen dat voor de bedragen van de marktgerelateerde uitgaven is uitgegaan van een situatie zonder openbare-interventieaankopen en andere crisismaatregelen

    in om het even welke sector.

    3.1. Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

    Tabel 1: Bedragen voor het GLB, inclusief aanvullende bedragen waarin is voorzien in de MFK-voorstellen en in de voorstellen voor de hervorming van het GLB

    In miljoenen EUR (huidige prijzen) 2013

    Begrotingsjaar 2013 aange 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal

    past (1) 2014-2020

    Binnen het MFK

    Rubriek 2

    Rechtstreekse steun en marktgerelateerde uitgaven (2) 44 939 45 304 44 830 45 054 45 299 45 519 45 508 45 497 45 485 317 193

    (3) (4)

    Geraamde bestemmingsontvangsten 672 672 672 672 672 672 672 672 672 4 704 P1 Rechtstreekse steun en marktgerelateerde uitgaven 45 611 45 976 45 502 45 726 45 971 46 191 46 180 46 169 46 157 321 897

    (met bestemmingsontvangsten) P2 Plattelandsontwikkeling (4) 14 817 14 451 14 451 14 451 14 451 14 451 14 451 14 451 14 451 101 157

    Totaal 60 428 60 428 59 953 60 177 60 423 60 642 60 631 60 620 60 608 423 054

    Rubriek 1

    CB Landbouwonderzoek en -innovatie n.v.t. n.v.t. 682 696 710 724 738 753 768 5 072

    Meest hulpbehoevenden n.v.t. n.v.t. 379 387 394 402 410 418 427 2 818

    Totaal n.v.t. n.v.t. 1 061 1 082 1 104 1 126 1 149 1 172 1 195 7 889

    Rubriek 3

    Voedselveiligheid n.v.t. n.v.t. 350 350 350 350 350 350 350 2 450

    Buiten het MFK

    Reserve voor crisissen in de landbouwsector n.v.t. n.v.t. 531 541 552 563 574 586 598 3 945

    Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG)

    Waarvan maximaal beschikbaar voor landbouw (5) n.v.t. n.v.t. 379 387 394 402 410 418 427 2 818

    TOTAAL

    TOTAAL voorstellen Commissie (MFK + buiten het MFK) + 60 428 60 428 62 274 62 537 62 823 63 084 63 114 63 146 63 177 440 156

    bestemmingsontvangsten

    TOTAAL voorstellen MFK (d.i. uitgezonderd reserve en 60 428 60 428 61 364 61 609 61 877 62 119 62 130 62 141 62 153 433 393

    EFG) + bestemmingsontvangsten

    Opmerkingen:

    (1) Met inachtneming van reeds overeengekomen wetgevingswijzigingen, d.w.z. vrijwillige modulatie voor het VK en artikel 136 "niet-uitgegeven bedragen" vervallen eind 2013.

    (2) De bedragen hebben betrekking op het voorgestelde jaarlijkse maximum voor de eerste pijler. Opgemerkt zij evenwel dat wordt voorgesteld negatieve uitgaven van de boekhoudkundige goedkeuring van de rekeningen (momenteel onder begrotingspost 05 07 07 06) over te hevelen naar de bestemmingsontvangsten (onder post 67 03). Voor details, zie de tabel geraamde ontvangsten op de onderstaande bladzijde.

    (3) De cijfers voor 2013 zijn inclusief de bedragen voor veterinaire en fytosanitaire maatregelen en die voor marktmaatregelen in de visserijsector.

    (4) De bedragen in de bovenstaande tabel zijn in overeenstemming met die in de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011)500 definitief van 29 juni 2011). Besloten moet evenwel nog worden of in het MFK rekening wordt gehouden met de voorgestelde overdracht, met ingang van 2014, van de middelen van één lidstaat voor het nationale herstructureringsprogramma voor katoen naar plattelandsontwikkeling; het betreft een aanpassing (4 miljoen EUR per jaar) van de bedragen voor respectievelijk het ELGF-submaximum en de tweede pijler. In de hiernavolgende tabellen zijn de bedragen overgedragen, ongeacht of dat ook zo is voor het MFK.

    (5) Overeenkomstig de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011)500 definitief) komt een totaalbedrag tot 2,5 miljard EUR in prijzen van 2011 beschikbaar voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering om aanvullende steun te verlenen aan landbouwers die te lijden hebben van de effecten van de globalisering. In de bovenstaande tabel is de uitsplitsing per jaar in huidige prijzen slechts indicatief. In het voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (COM(2011)403 definitief van 29 juni 2011) is voor het EFG een algemeen maximumbedrag van 429 miljoen EUR per jaar (in prijzen van 2011) vastgesteld.

    3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven

    3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

    Tabel 2: Geraamde ontvangsten en uitgaven voor Beleidsterrein 05 van Rubriek 2

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    2013

    Begrotingsjaar 2013 aange 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 TOTAAL

    past 2014-2020

    ONTVANGSTEN

    123 – Productieheffing suiker (eigen middelen) 123 123 123 123 246

    67 03 - Bestemmingsontvangsten 672 672 741 741 741 741 741 741 741 5 187

    waarvan: ex 05 07 01 06 – Boekhoudkundige 0 0 69 69 69 69 69 69 69 483 goedkeuring

    Totaal 795 795 864 864 741 741 741 741 741 5 433

    UITGAVEN

    05 02 - Markten (1) 3 311 3 311 2 622 2 641 2 670 2 699 2 722 2 710 2 699 18 764

    05 03 Rechtstreekse steun (vóór plafonnering) (2) 42 170 42 535 42 876 43 081 43 297 43 488 43 454 43 454 43 454 303 105

    05 03 Rechtstreekse steun (na plafonnering) 42 170 42 535 42 876 42 917 43 125 43 303 43 269 43 269 43 269 302 027

    05 04 - Plattelandsontwikkeling (vóór plafonnering) 14 817 14 451 14 455 14 455 14 455 14 455 14 455 14 455 14 455 101 185

    05 04 - Plattelandsontwikkeling (na plafonnering) 14 817 14 451 14 455 14 619 14 627 14 640 14 641 14 641 14 641 102 263

    05 07 01 06 – Boekhoudkundige goedkeuring -69 -69 0 0 0 0 0 0 0 0

    Totaal 60 229 60 229 59 953 60 177 60 423 60 642 60 631 60 620 60 608 423 054

    NETTOBEGROTING na bestemmingsontvangsten 59 212 59 436 59 682 59 901 59 890 59 879 59 867 417 867 Opmerkingen:

    (1) Voor 2013 betreft het een voorlopige raming op basis van de ontwerpbegroting 2012, met inachtneming van de reeds overeengekomen wetgevingsaanpassingen (bijv. wijnmaximum, afschaffing premie voor aardappelzetmeel, gedroogde diervoeders) en van enkele verwachte ontwikkelingen. Voor alle jaren gaan de ramingen ervan uit dat er geen behoefte is aan aanvullende financiering van steunmaatregelen in verband met verstoringen van de markt of crisissituaties.

    (2) Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012.

    Tabel 3: Berekening van de financiële gevolgen, per begrotingshoofdstuk, van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft ontvangsten en GLB-uitgaven

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    2013

    2013 aange Totaal

    Begrotingsjaar past 2014-2020

    2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

    ONTVANGSTEN

    123 – Productieheffing suiker (eigen middelen) 123 123 0 0 0 0 0 0 0 0

    67 03 - Bestemmingsontvangsten 672 672 69 69 69 69 69 69 69 483

    waarvan: ex 05 07 01 06 – Boekhoudkundige 0 0 69 69 69 69 69 69 69 483 goedkeuring

    Totaal 795 795 69 69 69 69 69 69 69 483

    UITGAVEN

    05 02 - Markten (1) 3 311 3 311 -689 -670 -641 -612 -589 -601 -612 -4 413

    05 03 Rechtstreekse steun (vóór plafonnering) (2) 42 170 42 535 -460 -492 -534 -577 -617 -617 -617 -3 913

    05 03 – Rechtstreekse steun - Geraamde opbrengst van de plafonnering, over te dragen naar plattelandsontwikkeling 0 -164 -172 -185 -186 -186 -186 -1 078 05 04 - Plattelandsontwikkeling (vóór plafonnering) 14 817 14 451 4 4 4 4 4 4 4 28

    05 03 – Rechtstreekse steun - Geraamde opbrengst van de plafonnering, over te dragen van de rechtstreekse steun 0 164 172 185 186 186 186 1 078 05 07 01 06 – Boekhoudkundige goedkeuring -69 -69 69 69 69 69 69 69 69 483

    Totaal 60 229 60 229 -1 076 -1 089 -1 102 -1 115 -1 133 -1 144 -1 156 -7 815

    NETTOBEGROTING na bestemmingsontvangsten -1 145 -1 158 -1 171 -1 184 -1 202 -1 213 -1 225 -8 298 Opmerkingen:

    (1) Voor 2013 betreft het een voorlopige raming op basis van de ontwerpbegroting 2012, met inachtneming van de reeds overeengekomen juridische aanpassingen (bijv. wijnmaximum, afschaffing premie voor aardappelzetmeel, gedroogde diervoeders) en van enkele verwachte ontwikkelingen. Voor alle jaren gaat de raming ervan uit dat er geen behoefte is aan aanvullende financiering van steunmaatregelen in verband met verstoringen van de markt of crisissituaties.

    (2) Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012.

    Tabel 4: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft de marktgerelateerde GLB-uitgaven

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    BEGROTINGSJAAR Rechtsgrondslag Geraamde behoeften Wijzigingen t.o.v. 2013

    2013

    (1) 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

    Totaal 2014-2020

    Uitzonderingsmaatregelen gestroomlijnde en art. 154, 155, 156 pm pm pm pm pm pm pm pm pm verruimde werkingssfeer rechtsgrondslag

    Afschaffing interventie voor durumtarwe en sorgho ex art. 10 pm - - - - - - - -

    Voedselprogramma's voor de meest hulpbehoevenden (2) ex art. 27 van Ver. 500,0 -500,0 -500,0 -500,0 -500,0 -500,0 -500,0 -500,0 -3 500,0 1234/2007

    Particuliere opslag (vlasvezels) art. 16 n.v.t. pm pm pm pm pm pm pm pm

    Steun voor katoen - Herstructurering (3) ex art. 5 van Ver. 10,0 -4,0 -4,0 -4,0 -4,0 -4,0 -4,0 -4,0 -28,0 637/2008

    Aanloopsteun voor producentengroeperingen G&F ex. art. 117 30,0 0,0 0,0 0,0 -15,0 -15,0 -30,0 -30,0 -90,0

    Schoolfruitregeling art. 21 90,0 60,0 60,0 60,0 60,0 60,0 60,0 60,0 420,0

    Afschaffing PO hop ex. art. 111 2,3 -2,3 -2,3 -2,3 -2,3 -2,3 -2,3 -2,3 -15,9

    Facultatieve particuliere opslag mageremelkpoeder art. 16 n.v.t. pm pm pm pm pm pm pm pm

    Afschaffing steun voor gebruik ondermelk/MMP voor ex. art. 101, 102 pm - - - - - - - - voederdoeleinden/verwerking tot caseïne en gebruik caseïne

    Facultatieve particuliere opslag boter (4) art. 16 14,0 [-1,0] [-14,0] [-14,0] [-14,0] [-14,0] [-14,0] [-14,0] [-85,0]

    Afschaffing heffing verkoopbevordering melk ex. art. 309 pm - - - - - - - -

    TOTAAL 05 02

    Nettogevolgen van hervormingsvoorstellen (5) -446,3 -446,3 -446,3 -461,3 -461,3 -476,3 -476,3 -3 213,9

    Opmerkingen:

    (1) De behoeften voor 2013 zijn geraamd op basis van de ontwerpbegroting van de Commissie 2012, behalve voor a) de sector groenten en fruit waarvoor de behoeften zijn gebaseerd op het financieel memorandum voor de respectieve hervormingen en b) reeds overeengekomen wetgevingswijzigingen.

    (2) Het bedrag voor 2013 komt overeen met voorstel COM(2010)486 van de Commissie. Vanaf 2014 wordt de maatregel gefinancierd onder Rubriek 1.

    (3) De beschikbare middelen voor het programma voor herstructurering van de katoensector in Griekenland (4 miljoen EUR/jaar) worden vanaf 2014 overgedragen naar plattelandsontwikkeling. De beschikbare middelen voor Spanje (6,1 miljoen EUR/jaar) gaan vanaf 2018 naar de bedrijfstoeslagregeling (reeds besloten).

    (4) Geraamde gevolgen in geval van niet-toepassing van de maatregel.

    (5) Verwacht wordt dat, bovenop de uitgaven in het kader van de hoofdstukken 05 02 en 05 03, de rechtstreekse uitgaven in het kader van de hoofdstukken 05 01, 05 07 en 05 08 zullen worden gefinancierd uit de bestemmingsontvangsten van het ELGF.

    Tabel 5: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft rechtstreekse steun

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    Rechtsgrondslag

    Geraamde behoeften Wijzigingen t.o.v. 2013

    BEGROTINGSJAAR 2013

    2013 (1) Aangepast 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal

    (2) 2014-2020

    Rechtstreekse steun 42 169,9 42 535,4 341,0 381,1 589,6 768,0 733,2 733,2 733,2 4 279,3

    • Reeds goedgekeurde wijzigingen:

      Geleidelijke 875,0 1 133,9 1 392,8 1 651,6 1 651,6 1 651,6 1 651,6 10 008,1 integratie EU-12

      Herstructurering 0,0 0,0 0,0 0,0 6,1 6,1 6,1 18,4 katoen

      Gezondheids-64,3 -64,3 -64,3 -90,0 -90,0 -90,0 -90,0 -552,8 controle

      Vorige -9,9 -32,4 -32,4 -32,4 -32,4 -32,4 -32,4 -204,2 hervormingen

    • Wijzigingen in verband met nieuwe voorstellen -459,8 -656,1 -706,5 -761,3 -802,2 -802,2 -802,2 -4 990,3 GLB-hervorming

      waarvan: 0,0 -164,1 -172,1 -184,7 -185,6 -185,6 -185,6 -1 077,7 plafonnering

    TOTAAL 05 03

    Nettogevolgen van

    hervormingsvoorstellen -459,8 -656,1 -706,5 -761,3 -802,2 -802,2 -802,2 -4 990,3

    TOTAAL UITGAVEN 42 169,9 42 535,4 42 876,4 42 916,5 43 125,0 43 303,4 43 268,7 43 268,7 43 268,7 302 027,3 Opmerkingen:

    (1) Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012.

    (2) Met inachtneming van reeds goedgekeurde wetgevingswijzigingen, d.w.z. vrijwillige modulatie voor het VK en artikel 136 "niet-uitgegeven bedragen" vervalt eind 2013.

    Tabel 6: Componenten van rechtstreekse steun

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    BEGROTINGSJAAR 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal 2014-2020

    Bijlage II 42 407,2 42 623,4 42 814,2 42 780,3 42 780,3 42 780,3 256 185,7

    Betaling voor landbouwpraktijken die gunstig zijn voor klimaat en

    milieu (30%) 12 866,5 12 855,3 12 844,3 12 834,1 12 834,1 12 834,1 77 068,4

    Maximum dat kan worden toegewezen aan betalingen aan jonge

    landbouwers (2%) 857,8 857,0 856,3 855,6 855,6 855,6 5 137,9

    Basistoeslagregeling, toeslag voor gebieden met natuurlijke

    handicaps, facultatieve gekoppelde steun 28 682,9 28 911,1 29 113,6 29 090,6 29 090,6 29 090,6 173 979,4

    Maximum dat van bovenstaande lijnen kan worden weggenomen

    voor de financiering van de regeling kleine landbouwers (10%) 4 288,8 4 285,1 4 281,4 4 278,0 4 278,0 4 278,0 25 689,3

    In bijlage II opgenomen wijnoverdrachten 56 159,9 159,9 159,9 159,9 159,9 159,9 959,1

    Plafonnering -164,1 -172,1 -184,7 -185,6 -185,6 -185,6 -1 077,7

    Katoen 256,0 256,3 256,5 256,6 256,6 256,6 1 538,6

    POSEI/Kleine eilanden in de Egeïsche Zee 417,4 417,4 417,4 417,4 417,4 417,4 2 504,4

    56 Rechtstreekse steun voor de periode 2014-2020 is inclusief een raming van de wijnoverdrachten naar BTR op basis van door de lidstaten voor 2013 te nemen besluiten.

    Tabel 7: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft de overgangsmaatregelen voor het verlenen van rechtstreekse steun in 2014

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    BEGROTINGSJAAR Rechtsgrondslag Geraamde behoeften Wijzigingen t.o.v. 2013

    2013 2013 2014

    (1) aangepast (2)

    Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 73/2009 van de 40 165,0 40 530,5 541,9 Raad

    Geleidelijke integratie EU-12 616,1

    Gezondheidscontrole -64,3

    Vorige hervormingen -9,9

    TOTAAL 05 03

    TOTAAL UITGAVEN 40 165,0 40 530,5 41 072,4

    Opmerkingen:

    (1) Het bedrag voor 2013 is inclusief een raming voor het rooien van wijnstokken 2012.

    (2) De verlengde nettomaxima zijn inclusief een raming van de wijnoverdrachten naar BTR op basis van door de lidstaten voor 2013 te nemen besluiten.

    Tabel 8: Berekening van de financiële gevolgen van de voorstellen voor de hervorming van het GLB wat betreft plattelandsontwikkeling

    In miljoenen EUR (huidige prijzen)

    BEGROTINGSJAAR Rechts

    Toewijzing voor

    grondslag plattelandsontwikke Wijzigingen t.o.v. 2013 ling

    2013

    2013 Aange 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal

    past (1) 2014-2020

    Programma’s voor 14 788,9 14 423,4 plattelandsontwikkeling

    Steun voor katoen - (2) 4,0 4,0 4,0 4,0 4,0 4,0 4,0 28,0

    Herstructurering

    Resultaat plafonnering 164,1 172,1 184,7 185,6 185,6 185,6 1 077,7

    rechtstreekse steun

    Voor PO beschikbare (3) -8,5 -8,5 -8,5 -8,5 -8,5 -8,5 -8,5 -59,4

    middelen exclusief technische

    ondersteuning

    Technische ondersteuning (3) 27,6 27,6 8,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 29,4

    Prijs voor plaatselijke innovatieve (4) n.v.t. n.v.t. 0,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 30,0

    samenwerkingsprojecten

    TOTAAL 05 04

    Nettogevolgen van 4,0 168,1 176,1 188,7 189,6 189,6 189,6 1 105,7

    hervormingsvoorstellen

    TOTAAL UITGAVEN (vóór 14 816,6 14 451,1 14 455,1 14 455,1 14 455,1 14 455,1 14 455,1 14 455,1 14 455,1 101 185,5

    plafonnering)

    TOTAAL UITGAVEN (na 14 816,6 14 451,1 14 455,1 14 619,2 14 627,2 14 639,8 14 640,7 14 640,7

    plafonnering) 14 640,7 102 263,2

    Opmerkingen:

    (1) Aanpassingen overeenkomstig bestaande wetgeving slechts van toepassing tot het einde van het begrotingsjaar 2013.

    (2) De bedragen in tabel 1 (deel 3.1) zijn in overeenstemming met die in de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011)500 definitief). Besloten moet evenwel nog worden of in het MFK rekening wordt gehouden met de voorgestelde overdracht, met ingang van 2014, van de middelen van één lidstaat voor het nationale herstructureringsprogramma voor katoen naar plattelandsontwikkeling; het betreft een aanpassing (4 miljoen EUR per jaar) van de bedragen voor respectievelijk het ELGF-submaximum en de tweede pijler. In de bovenstaande tabel 8 zijn de bedragen overgedragen, ongeacht of dat ook zo is voor het MFK.

    (3) Het bedrag voor 2013 voor technische steun werd vastgesteld op basis van de oorspronkelijke middelen voor plattelandsontwikkeling (overdrachten van eerste pijler niet inbegrepen).

    Technische steun voor 2014-2020 wordt vastgesteld op 0,25% van de totale middelen voor plattelandsontwikkeling.

    (4) Gedekt door het voor technische steun beschikbare bedrag.

    Rubriek van het meerjarig financieel kader 5 "Administratieve uitgaven"

    in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen)

    Opmerking: Verwacht wordt dat de wetgevingsvoorstellen geen gevolgen hebben voor de administratieve kredieten; het is namelijk de bedoeling dat het wetgevingskader ten uitvoer kan worden gelegd met het niveau van de huidige personele middelen en administratieve uitgaven.

    Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar

    2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 TOTAAL

    DG: AGRI

     Personele middelen 136,998 136,998 136,998 136,998 136,998 136,998 136,998 958,986

     Andere administratieve uitgaven 9,704 9,704 9,704 9,704 9,704 9,704 9,704 67,928

    TOTAAL DG AGRI Kredieten 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 1 026,914

    TOTAAL kredieten

    onder RUBRIEK 5 (totaal vastleggingen = totaal betalingen) 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 1 026,914

    van het meerjarig financieel kader

    in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen)

    Jaar Jaar Jaar Jaar … vul zoveel jaren in als nodig

    N 57 N+1 N+2 N+3 is om de duur van de gevolgen TOTAAL weer te geven (zie punt 1.6)

    TOTAAL kredieten Vastleggingen onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5

    van het meerjarig financieel kader Betalingen

    57 Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

    3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

    – Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

    – x Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

    Vastleggingskredieten, in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen)

    Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar

    2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 TOTAAL Vermeld

    doelstellingen

    en outputs OUTPUT

    Soort

    output Gem.

    kosten al s al s al s al s al s al s al s Totaal p ut

    van de Kosten p ut Kosten p ut Kosten aantal Totale

    A ant p ut Kosten p ut Kosten p ut Kosten p ut Kosten A ant

    output out

    A ant out A ant out A ant out out A ant out A ant out outputs kosten

    SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 5:

    Het concurrentievermogen van de landbouwsector verbeteren en het aandeel ervan in de productiewaarde van de voedselketen verhogen

    Groenten en

    fruit: Afzet via Aandeel 830,0 830,0 830,0 830,0 830,0 830,0 830,0 5 810,0 waarde

    producentenvan de

    organisaties via PO's

    (PO's) 58 afgezette productie

    in de waarde van de totale productie

    58 Op basis van uitvoering in het verleden en van ramingen in de ontwerpbegroting 2012. Voor de PO's in de sector groenten en fruit zijn de bedragen in overeenstemming met de hervorming

    van die sector en, zoals reeds is aangegeven in de activiteitenoverzichten van de ontwerpbegroting 2012, zullen de outputs pas eind 2011 bekend zijn.

    • Wijn: Aantal 54 326 475,1 54 326 475,1 54 326 475,1 54 326 475,1 54 326 475,1 54 326 475,1 54 326 475,1 3 326,0

    Nationale hectaren

    middelen – Herstructurering

    58

    • Wijn: 1 147 178,9 1 147 178,9 1 147 178,9 1 147 178,9 1 147 178,9 1 147 178,9 1 147 178,9 1 252,6 Nationale middelen –

    Investeringen58

    • Wijn: Hecto 700 000 98,1 700 000 98,1 700 000 98,1 700 000 98,1 700 000 98,1 700 000 98,1 700 000 98,1 686,4

    Nationale liters

    middelen – Distillatie

    bijproducten58

    • Wijn: Aantal 32 754 14,2 32 754 14,2 32 754 14,2 32 754 14,2 32 754 14,2 32 754 14,2 32 754 14,2 14,2

    Nationale hectaren

    middelen – Drinkalcohol58

    • Wijn: Hecto 9 37,4 9 37,4 9 37,4 9 37,4 9 37,4 9 37,4 9 37,4 261,8

    Nationale liters

    middelen – Gebruik van

    geconcentreerde most58

    • Wijn: 267,9 267,9 267,9 267,9 267,9 267,9 267,9 1 875,3 Nationale middelen –

    Afzetbevordering58

    • Andere 720,2 739,6 768,7 797,7 820,3 808,8 797,1 5 452,3

    Subtotaal voor specifieke doelstelling 2 621.8 2 641,2 2 670,3 2 699,3 2 721,9 2 710,4 2 698,7 18 763,5 nr. 5

    SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 6:

    Bijdragen tot het landbouwinkomen en de variabiliteit ervan beperken

    Rechtstreekse Aantal 161,014 42 876,4 161,014 43 080,6 161,014 43 297,1 161,014 43 488,1 161,014 43 454,3 161,014 43 454,3 161,014 43 454,3 161,014 303 105,0

    inkomenssteun 59 hectaren

    betaald

    (in miljoenen)

    Subtotaal voor specifieke doelstelling 42 876,4 43 080,6 43 297,1 43 488,1 43 454,3 43 454,3 43 454,3 303 105,0 nr. 6

    TOTALE KOSTEN

    Opmerking: Voor de specifieke doelstellingen 1 tot en met 4 en 7 tot en met 10 moeten de outputs nog worden bepaald (zie deel 1.4.2 hierboven).

    59 Op basis van potentieel subsidiabele arealen voor 2009.

    3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

    3.2.3.1. Samenvatting

    – Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

    – x Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

    in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen)

    Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar

    2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 TOTAAL

    RUBRIEK 5 van het meerjarig

    financieel kader

    Personele

    middelen 60 136,998 136,998 136,998 136,998 136,998 136,998 136,998 958,986

    Andere administratieve 9,704 9,704 9,704 9,704 9,704 9,704 9,704 67,928 uitgaven

    Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig

    financieel kader

    Buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader

    Personele middelen

    Andere administratieve uitgaven

    Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader

    TOTAAL 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 146,702 1 026,914

    60 Op basis van gemiddelde kosten van 127 000 EUR voor posten opgenomen in de lijst van het aantal

    ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen).

    3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften

    – Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

    – x Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

    Opmerking: Verwacht wordt dat de wetgevingsvoorstellen geen gevolgen hebben voor de administratieve kredieten; het is namelijk de bedoeling dat het wetgevingskader ten uitvoer kan worden gelegd met het huidige niveau van de personele middelen en administratieve uitgaven. De cijfers voor de periode 2014-2020 zijn gebaseerd op de situatie voor 2011.

    Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)

    Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

    Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

    XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de 1 034 1 034 1 034 1 034 1 034 1 034 1 034 Commissie)

    XX 01 01 02 (delegaties) 3 3 3 3 3 3 3

    XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

    10 01 05 01 (eigen onderzoek)

    Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 61

    XX 01 02 01 (AC, INT, END van de

    "totale financiële middelen") 78 78 78 78 78 78 78

    XX 01 02 02 (AC, INT, JED, AL en END in de delegaties)

    XX 01 04 - zetel jj - delegaties

    XX 01 05 02 (AC, INT, END – onderzoek door derden)

    10 01 05 02 (AC, INT, END - eigen onderzoek)

    Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

    TOTAAL 62 1 115 1 115 1 115 1 115 1 115 1 115 1 115

    XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

    61 AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en

    Délégation (jonge deskundige in delegaties); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige).

    62 Exclusief het subplafond in begrotingsonderdeel 05.010404.

    De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden

    toegewezen.

    Beschrijving van de uit te voeren taken:

    Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

    Extern personeel

    3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

    – x Het voorstel/initiatief is verenigbaar met de VOORSTELLEN VOOR HET meerjarig financieel kader VOOR 2014-2020

    – Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader

    – Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader

    3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

    – Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

    – x Het voorstel/initiatief betreffende plattelandsontwikkeling (ELFPO) voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

    Kredieten in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen)

    Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar

    2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal

    Medefinancieringsbron LS LS LS LS LS LS LS LS

    TOTAAL medegefinancierde Nog te Nog te Nog te Nog te Nog te Nog te Nog te Nog te

    kredieten 63 bepalen bepalen bepalen bepalen bepalen bepalen bepalen bepalen

    63 Dit wordt toegelicht in de door de lidstaten in te dienen plattelandsontwikkelingsprogramma's.

    3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

    – x Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

    – Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

    – x voor de eigen middelen

    – x voor de diverse ontvangsten

    in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen)

    Voor het Gevolgen van het voorstel/initiatief

    64

    Begrotingsonderdeel lopende

    voor ontvangsten: begrotingsjaar beschikbare Jaar Jaar Jaar Jaar … vul zoveel jaren in als nodig is om de

    kredieten N N+1 N+2 N+3 duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

    Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

    Zie de tabellen 2 en 3 in deel 3.2.1.

    64 Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden

    vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

12 okt
'11
COM(2011)628 - Financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
6 okt
'11
COM(2011)615 - Gemeenschappelijke en algemene bepalingen inzake Europese Fondsen
29 jun
'11
COM(2011)500 - Begroting voor Europa 2020
29 jun
'11
COM(2011)403 - Ontwerp van Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer
18 nov
'10
COM(2010)672 - GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten
9 mrt
'10
COM(2010)83 - Voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
20 mrt
'09
COM(2009)129 - Behoud van de vogelstand
20 mei
'08
COM(2008)306 - Gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers
20 dec
'07
COM(2007)829 - Identificatie en de registratie van varkens
19 dec
'06
COM(2006)813 - Door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van het Europees Landbouwgarantiefonds
 
 

Delen

enveloppe

Terug naar boven