EUROPESE U IE
HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD
-
-
Brussel, 14 oktober 2011
(OR. en)
2010/0204 (COD) PE-CO S 18/11
EF 66 MI 245 COMPET 178 ECOFI 248
E FOPOL 133 CODEC 776
WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE
Betreft: VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone
VERORDE I G (EU) r. .../...
VA HET EUROPEES PARLEME T E DE RAAD
van
betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten
over de weg tussen lidstaten van de eurozone
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 133,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank
1
,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure
2
,
1
PB C 278 van 15.10.2010, blz. 1.
2
Standpunt van het Europees Parlement van 27 september 2011 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van ...
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De invoering van de euro heeft geleid tot een aanzienlijke toename in de behoefte aan
grensoverschrijdend transport van contanten over de weg. Binnen de eurozone moeten
banken, grote detailhandelaren en andere professionele geldverwerkers een contract
kunnen sluiten met het geldtransportbedrijf dat de beste prijs en/of service biedt en gebruik
kunnen maken van de cashdiensten van het dichtstbijzijnde filiaal van de nationale centrale
bank of het cashcentrum van het geldtransportbedrijf, zelfs als dit in een andere lidstaat is
gevestigd. Bovendien laat een groot aantal lidstaten dat de euro als munt heeft (hierna
"deelnemende lidstaten"), bankbiljetten en muntstukken in het buitenland produceren, of
wil dat in de toekomst laten doen. Het beginsel zelf van een gemeenschappelijke munt
impliceert de vrijheid om contanten tussen deelnemende lidstaten te vervoeren.
(2) Door de uitgesproken verschillen tussen het nationale recht van de lidstaten is het over het
algemeen zeer moeilijk om professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten
over de weg uit te voeren tussen deelnemende lidstaten. Deze situatie is in strijd met het
beginsel van het vrije verkeer van de euro en ondergraaft het beginsel van het vrij
verrichten van diensten; beide beginselen behoren tot de fundamentele beginselen van de
Europese Unie.
(3) Deze verordening geeft een invulling aan de mogelijkheid tot indiening van harmonisatie-
besluiten voor het transport van contanten, zoals opgenomen in artikel 38, onder b), van
Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006
betreffende diensten op de interne markt
1
.
(4) Ter verbetering van de beveiligingsvoorwaarden voor het geldtransport, zowel voor het
bewakingspersoneel van geldtransporten als het grote publiek, moet het gebruik van het
intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten (IBNS) worden aangemoedigd
en moet het IBNS, na een grondige effectbeoordeling door de Commissie, op
geharmoniseerde wijze in de deelnemende lidstaten kunnen worden ontwikkeld,
onverminderd de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake toepasselijke
vervoersregelingen.
(5) Gezien de specifieke gevaren die het transport van contanten met zich meebrengt voor de
gezondheid en het leven van zowel het bewakingspersoneel van geldtransporten als het
grote publiek, is het passend dat grensoverschrijdend transport van eurocontanten
afhankelijk is van het bezit van een specifieke vergunning voor grensoverschrijdend
geldtransport. Zulke vergunning dient te worden verkregen in aanvulling op de nationale
geldtransportvergunning die in de meeste deelnemende lidstaten is vereist; de vorm van
deze laatste wordt door deze verordening niet geharmoniseerd. Het is bovendien passend
dat geldtransportbedrijven die zijn gevestigd in die lidstaten die, naast hun algemene
voorschriften voor de beveiligings- of de transportsector, geen specifieke erkennings-
procedure voor zulke bedrijven hebben, dienen aan te tonen dat zij over minimaal
24 maanden ervaring in het regelmatig vervoeren van contanten in hun lidstaat van
vestiging beschikken zonder dat zij het nationale recht hebben overtreden, voordat aan hen
een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport door die lidstaat mag worden
verleend. Een dergelijke benadering zou het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten
vergroten.
1
PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.
(6) Teneinde te voorkomen dat een overlap van verplichtingen wordt gecreëerd en een
onnodig omslachtige procedure wordt opgezet, is het ook passend te bepalen dat de houder
van een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport niet in het bezit hoeft te zijn
van een communautaire vergunning voor het internationale goederenvervoer over de weg
krachtens Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van
21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt
voor internationaal goederenvervoer over de weg
1
.
(7) Professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen
deelnemende lidstaten moet volledig in overeenstemming zijn met deze verordening of met
het recht van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van ontvangst en, indien van toepassing,
de lidstaat van doorvoer.
(8) Deze verordening is bedoeld om professioneel grensoverschrijdend transport van euro-
contanten over de weg tussen deelnemende lidstaten mogelijk te maken onder
omstandigheden die de beveiliging van de transactie, de veiligheid van het betrokken
bewakingspersoneel van geldtransporten en van het publiek, en het vrije verkeer van
eurocontanten waarborgen. Overeenkomstig de normale gang van zaken in de sector is het
ook passend toe te staan dat niet-eurocontanten met een beperkte waarde in hetzelfde
geldtransportvoertuig worden vervoerd.
1
PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72.
(9) Gezien de specifieke eisen die aan het personeel van grensoverschrijdende geldtransport-
bedrijven worden gesteld, is het passend dat dit personeel een specifieke opleidingsmodule
voor grensoverschrijdende geldtransporten volgt, zoals nader uiteengezet in bijlage VI.
Teneinde te voorkomen dat een onnodige overlap wordt gecreëerd, dient de opleidings-
module voor grensoverschrijdende geldtransporten geen elementen te omvatten die reeds
onderdeel uitmaken van de verplichte opleiding voor het verrichten van binnenlandse
geldtransportactiviteiten.
(10) Door de specifieke omstandigheden in de geldtransportsector is het moeilijk om veilige
geldleveringen die meerdere dagen in beslag nemen, te organiseren. Het is daarom passend
dat een geldtransportvoertuig dat professioneel grensoverschrijdend transport van
eurocontanten over de weg uitvoert, op dezelfde dag naar de lidstaat van herkomst
terugkeert.
(11) De Commissie dient een voorstel in te dienen om de definitie van "overdag" en/of de
minimaal vereiste duur van een specifieke initiatieopleiding in deze verordening te
wijzigen indien de sociale partners op het niveau van de Unie het onderling eens worden
dat een andere definitie passender is.
(12) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1072/2009 is het aantal ritten dat aansluitend op
internationaal transport uit een andere lidstaat in de lidstaat van ontvangst mag worden
uitgevoerd, beperkt tot drie cabotageritten binnen zeven dagen. Door de specifieke
kenmerken van de geldtransportsector is het echter de normale gang van zaken dat een
geldtransportvoertuig een veel groter aantal leveringen/ophalingen van eurocontanten per
dag uitvoert. Het is daarom passend op dit punt af te wijken van Verordening (EG)
nr. 1072/2009 door geen plafond vast te stellen voor het aantal leveringen/ophalingen van
eurocontanten dat een geldtransportvoertuig gedurende één dag in een lidstaat van
ontvangst mag verrichten.
(13) De nationale regels inzake de handelwijze van het bewakingspersoneel van geldtransporten
buiten het geldtransportvoertuig en inzake de veiligheid van de locaties waar euro-
contanten worden geleverd of opgehaald, mogen niet betrekking hebben op het mogelijke
gebruik van systemen voor de neutralisatie van bankbiljetten in combinatie met het
transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is
uitgerust met een IBNS.
(14) Artikel 1, lid 3, onder a), van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog
op het verrichten van diensten
1
is van toepassing op detacheringsituaties waarbij een
onderneming transnationale diensten voor eigen rekening en in eigen regie verricht in het
kader van een overeenkomst tussen haarzelf en de partij voor wie de diensten zijn bestemd.
(15) Gezien de specifieke aard van geldtransportdiensten moet voorzien worden in de
overeenkomstige toepassing van Richtlijn 96/71/EG op alle grensoverschrijdende
eurocontantentransportdiensten, teneinde de exploitanten rechtszekerheid te bieden en de
praktische toepasbaarheid van de richtlijn in die sector te garanderen.
1
PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.
(16) Door de specifieke aard van de betreffende transportactiviteiten en het incidentele karakter
van sommige van die activiteiten dient de overeenkomstige toepassing van de minimale
beschermingsregels van Richtlijn 96/71/EG beperkt te worden tot de minimumlonen,
inclusief vergoedingen voor overwerk, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder c), van die
richtlijn, en deze moeten voor de duur van de volledige werkdag gewaarborgd worden om
de exploitanten geen onnodige administratieve lasten op te leggen. Zoals aangegeven in
Richtlijn 96/71/EG, en binnen de door de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de
Europese Unie vastgelegde grenzen, wordt het begrip "minimumlonen" bepaald door het
nationale recht of de nationale praktijk van de lidstaat waar de werknemer is gedetacheerd.
Als uit contracten, bestuursrechtelijke bepalingen of praktische regelingen volgt dat de
werknemer van een geldtransportbedrijf gedurende meer dan 100 werkdagen per kalender-
jaar grensoverschrijdende transporten in een andere lidstaat zal verrichten, is het passend
dat de minimale beschermingsregels van Richtlijn 96/71/EG, op overeenkomstige wijze
van toepassing zijn op een dergelijke werknemer.
(17) De toepassing van minimale beschermingsregels in de lidstaat van ontvangst mag geen
afbreuk doen aan de toepassing van voor de werknemer gunstiger arbeidsvoorwaarden die
gelden krachtens de wet, de collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidscontract in de
lidstaat van herkomst van de werknemer.
(18) Met het oog op het vaststellen van de relevante minimale beschermingsregels is het
passend dat de bepalingen betreffende samenwerking inzake informatie van artikel 4 van
Richtlijn 96/71/EG op overeenkomstige wijze worden toegepast. In dit verband moeten de
lidstaten een beroep kunnen doen op de administratieve samenwerking en inlichtingen-
uitwisseling waarin Richtlijn 96/71/EG voorziet.
(19) Deze verordening laat de toepassing van Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het
Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide
middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten
1
onverlet.
(20) Teneinde rekening te houden met de technologische vooruitgang en met mogelijke nieuwe
Europese normen, dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig
artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te
worden overgedragen aan de Commissie met betrekking tot de wijziging van de technische
voorschriften en normen voor het IBNS, de bepantsering van geldtransportvoertuigen,
kogelwerende vesten en brandkasten voor wapens. Het is van bijzonder belang dat de
Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt,
ook op deskundigenniveau en met de sociale partners. De Commissie moet bij de voor-
bereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgen voor gelijktijdige, snelle en
adequate toezending van de desbetreffende documenten aan het Europees Parlement en
de Raad.
(21) Overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel, zoals bedoeld in artikel 5 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie, gaat deze verordening niet verder dan hetgeen noodzakelijk
is voor het verwezenlijken van zijn doelstelling, namelijk professioneel grens-
overschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone
mogelijk maken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
1
PB L 309 van 25.11.2005, blz. 9.
AFDELI G
1
GEMEE SCHAPPELIJKE
REGELS
VOOR
ALLE
GRE SOVERSCHRIJDE DE
TRA SPORTE
VA
EUROCO TA TE
OVER
DE
WEG
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
-
a)
"Deelnemende lidstaten": de lidstaten die de euro als munt hebben;
-
b)
"Grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg": professioneel transport
per geldtransportvoertuig over de weg, tegen vergoeding ten behoeve van derden dan wel
intern binnen een geldtransportbedrijf, van eurobankbiljetten of euromuntstukken van een
deelnemende lidstaat met het oog op de levering van eurobankbiljetten of euromuntstukken
aan, of het ophalen ervan bij, een of meer locaties in een of meer andere deelnemende
lidsta(a)t(en) en in de lidstaat van herkomst, onverminderd het transport van niet-
eurocontanten tot ten hoogste 20% van de totale waarde van de contanten die in hetzelfde
geldtransportvoertuig vervoerd worden; voorts moet het merendeel van de leveringen/op-
halingen van eurocontanten door een geldtransportvoertuig gedurende dezelfde dag op het
grondgebied van de lidstaat van ontvangst worden uitgevoerd, en in het geval van
transporten van punt naar punt moet het transport plaatsvinden tussen twee verschillende
deelnemende lidstaten;
-
c)
"Vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport": een vergunning die wordt verstrekt
door de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst en de houder ervan
machtigt om grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen
deelnemende lidstaten uit te voeren overeenkomstig de in deze verordening bepaalde
voorwaarden;
-
d)
"Vergunningverlenende autoriteit": de autoriteit in de lidstaat van herkomst die de
vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport verstrekt;
-
e)
"Lidstaat van herkomst": de deelnemende lidstaat op wiens grondgebied het geldtransport-
bedrijf is gevestigd. Het geldtransportbedrijf wordt als gevestigd beschouwd indien het
daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent overeenkomstig artikel 49 van het
VWEU, voor onbepaalde duur, door middel van een duurzame infrastructuur van waaruit
de dienstverlening feitelijk plaatsvindt;
-
f)
"Lidstaat van ontvangst": een of meerdere deelnemende lidstaten waarin een geldtransport-
bedrijf de dienst, bestaande in het leveren en/of ophalen van eurocontanten in een andere
dan zijn lidstaat van herkomst, verleent;
-
g)
"Lidstaat van doorvoer": een of meerdere deelnemende lidstaten dan de lidstaat van
herkomst van het bedrijf waardoor het geldtransportvoertuig moet passeren om de
lidsta(a)t(en) van ontvangst te bereiken of om terug te keren naar de lidstaat van herkomst;
-
h)
"Overdag": wanneer naar transport wordt verwezen, transport dat wordt uitgevoerd tussen
6 uur en 22 uur;
-
i)
"Bewakingspersoneel van geldtransporten": de werknemers die zijn belast met het besturen
van het geldtransportvoertuig waarin de eurocontanten worden vervoerd, of met de
bescherming van de inhoud van dat voertuig;
-
j)
"Geldtransportvoertuig": een voertuig dat voor het professioneel transport van
eurocontanten over de weg gebruikt wordt;
-
k)
"Anoniem voertuig": een geldtransportvoertuig dat er normaal uitziet en dat geen uiterlijke
tekenen draagt dat het eigendom is van een geldtransportbedrijf of dat het voor het
transport van eurocontanten gebruikt wordt;
-
l)
"Transport van punt naar punt": transport van een beveiligde locatie naar een andere
beveiligde locatie, zonder tussenstops;
-
m)
"Beveiligde zone": een aflever- of ophaalpunt voor eurocontanten dat zich binnen een
gebouw bevindt en beveiligd is tegen ongeoorloofde toegang, zowel door middel van
apparatuur (anti-inbraaksystemen) als door middel van toegangsprocedures voor personen;
-
n)
"Beveiligde locatie": een locatie binnen een beveiligde zone, die toegankelijk is voor
geldtransportvoertuigen en waar geldtransportvoertuigen op een veilige manier geladen en
gelost kunnen worden;
-
o)
"Neutraliseren": wanneer naar bankbiljetten wordt verwezen, het aantasten of beschadigen
ervan door inktvlekken of op andere wijze, zoals nader omschreven in bijlage II;
-
p)
"Intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten" of "IBNS": een systeem dat
aan de volgende voorwaarden voldoet:
-
i)
de container voor bankbiljetten biedt permanente bescherming van de bankbiljetten
via een neutralisatiesysteem voor eurocontanten, vanaf een beveiligde zone tot het
afleverpunt van eurocontanten of vanaf het ophaalpunt van eurocontanten tot een
beveiligde zone;
-
ii)
het bewakingspersoneel van geldtransporten is niet in staat om de container te
openen buiten de voorgeprogrammeerde periodes en/of locaties, noch om de
voorgeprogrammeerde periodes en/of locaties waarop de container geopend kan
worden, te wijzigen nadat het transport van eurocontanten is gestart;
-
iii)
de container is uitgerust met een mechanisme voor de definitieve neutralisatie van de
bankbiljetten in geval van een ongeoorloofde poging om de container te openen; en
-
iv)
er wordt voldaan aan de vereisten van bijlage II;
-
q)
"End-to-end IBNS": een IBNS dat toegerust is voor gebruik over het gehele transport-
traject, dat wil zeggen dat de bankbiljetten te allen tijde ontoegankelijk blijven voor het
bewakingspersoneel van geldtransporten en permanent beschermd worden door het IBNS
vanaf de ene beveiligde zone tot de andere of, voor cassettes van geldverdeelautomaten of
andere soorten geldautomaten, vanaf een beveiligde zone tot de binnenkant van de
geldverdeelautomaten of de andere soorten geldautomaten;
-
r)
"A1" en "B1": wanneer naar taalvaardigheidsniveaus wordt verwezen, de taalniveaus als
vastgesteld bij het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen van de Raad van
Europa als bedoeld in bijlage VII;
-
s)
"Officiële EU-talen": de talen zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening nr. 1 tot
regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap
1
.
Artikel 2
Uitsluitingen
-
1.
Het transport van eurobankbiljetten en -muntstukken valt buiten het toepassingsgebied van
deze verordening wanneer het:
-
a)
uitgevoerd wordt voor rekening van en tussen nationale centrale banken, of tussen
bankbiljettendrukkerijen en/of munthuizen van deelnemende lidstaten en de
betreffende nationale centrale banken; en
-
b)
begeleid wordt door het leger of de politie.
1
PB 17 van 6.10.1958, blz. 385.
-
2.
Het transport van uitsluitend euromuntstukken valt buiten het toepassingsgebied van deze
verordening wanneer het:
-
a)
uitgevoerd wordt voor rekening van en tussen nationale centrale banken, of tussen
munthuizen van deelnemende lidstaten en de betreffende nationale centrale banken;
en
-
b)
begeleid wordt door het leger of de politie of door particulier beveiligingspersoneel
in aparte voertuigen.
Artikel 3
Plaats van vertrek, maximale duur en
aantal afleveringen/ophalingen van eurocontanten
-
1.
Grensoverschrijdend transport van eurocontanten dat overeenkomstig deze verordening
wordt verricht, geschiedt overdag.
-
2.
Een geldtransportvoertuig dat grensoverschrijdend transport van eurocontanten uitvoert,
vertrekt vanuit zijn lidstaat van herkomst en keert daarnaar terug op dezelfde dag.
-
3.
In afwijking van de leden 1 en 2 mag transport van punt naar punt worden uitgevoerd
binnen een periode van 24 uur, op voorwaarde dat nachtelijk geldtransport toegelaten is bij
de nationale regelgeving van de lidstaat van herkomst, van de lidstaat van doorvoer en van
de lidstaat van ontvangst.
-
4.
In afwijking van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt geen plafond vastgesteld voor het
aantal afleveringen/ophalingen van eurocontanten dat een geldtransportvoertuig gedurende
dezelfde dag in een lidstaat van ontvangst mag verrichten.
Artikel 4
Vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport
-
1.
Een onderneming die grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg wenst
uit te voeren, vraagt een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport aan bij de
vergunningverlenende autoriteit in haar lidstaat van herkomst.
-
2.
De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport wordt door de nationale
vergunningverlenende autoriteit verleend voor een periode van vijf jaar, mits de
aanvragende onderneming aan de volgende voorwaarden voldoet:
-
a)
de onderneming heeft de erkenning verkregen om in haar lidstaat van herkomst
geldtransport uit te voeren, of indien in die lidstaat geen specifieke erkennings-
procedure voor geldtransportbedrijven bestaat die verder gaat dan de algemene regels
voor de beveiligings- of transportsector, kan bewijsmateriaal verstrekken waaruit
blijkt dat zij, voorafgaand aan de aanvraag, gedurende ten minste 24 maanden
regelmatig geldtransporten in haar lidstaat van herkomst heeft uitgevoerd zonder
daarbij het op die activiteiten toepasselijke nationale recht van die lidstaat te hebben
overtreden;
-
b)
de leidinggevenden en de leden van de raad van bestuur hebben geen relevante
vermeldingen op een strafblad staan en beschikken over een goede reputatie en
integriteit, naar bijvoorbeeld blijkt uit desbetreffende politiegegevens;
-
c)
de onderneming heeft een geldige wettelijke aansprakelijkheidsverzekering die in
ieder geval de schade aan de persoon en de goederen van derden dekt, ongeacht of de
vervoerde contanten door deze verzekering zijn gedekt;
-
d)
de aanvragende onderneming, haar bewakingspersoneel van geldtransporten, de door
haar gebruikte voertuigen en de door haar gebruikte of toegepaste beveiligings-
procedures voor het grensoverschrijdende transport van eurocontanten voldoen aan
deze verordening of, indien daar in deze verordening uitdrukkelijk naar wordt
verwezen, aan het nationale recht dat specifiek op transporten van contanten van
toepassing is.
-
3.
De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport wordt opgesteld overeenkomstig
het model en de fysieke kenmerken omschreven in bijlage I. Bewakingspersoneel van
geldtransporten in geldtransportvoertuigen dat bij professioneel grensoverschrijdend
transport van eurocontanten over de weg wordt ingezet, moet te allen tijde het origineel of
een gecertificeerd exemplaar van een geldige vergunning voor grensoverschrijdend
geldtransport aan de controle-instanties kunnen overleggen.
-
4.
De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport machtigt de onderneming om
grensoverschrijdend transport van eurocontanten uit te voeren onder de voorwaarden van
deze verordening. In afwijking van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt van de houder
van een dergelijke vergunning niet vereist dat hij in het bezit is van een communautaire
vergunning voor het internationale goederenvervoer over de weg.
Artikel 5
Bewakingspersoneel van geldtransporten
-
1.
Alle leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten voldoen aan de volgende
eisen:
-
a)
zij hebben geen relevante vermeldingen op een strafblad staan en beschikken over
een goede reputatie en integriteit, naar bijvoorbeeld blijkt uit desbetreffende
politiegegevens;
-
b)
zij beschikken over een medisch attest waaruit blijkt dat zij lichamelijk en geestelijk
geschikt zijn om hun taak te vervullen;
-
c)
zij hebben met succes een specifieke initiatieopleiding van ten minste 200 uren
gevolgd; opleidingen voor het gebruik van vuurwapens zijn daar niet inbegrepen.
De minimumeisen voor de onder punt c) bedoelde specifieke initiatieopleiding worden
omschreven in bijlage VI. Het bewakingspersoneel van geldtransporten volgt ook, ten
minste om de drie jaar, opleidingsactiviteiten op de gebieden bedoeld in punt 3 van
bijlage VI.
-
2.
Ten minste één lid van het in het geldtransportvoertuig aanwezige bewakingspersoneel van
geldtransporten beheerst op ten minste A1-niveau de talen die door de lokale autoriteiten
en de bevolking worden gebruikt in de relevant gebieden van de lidstaat van doorvoer en
de lidstaat van ontvangst. Het geldtransportvoertuig staat voorts via het controlecentrum
van het geldtransportbedrijf in permanente radioverbinding met iemand die de talen die
door de lokale autoriteiten en de bevolking worden gebruikt in de relevant gebieden van de
lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst, op ten minste B1-niveau beheerst, zodat
effectieve communicatie met de nationale autoriteiten te allen tijde mogelijk is.
Artikel 6
Het dragen van wapens
-
1.
Het bewakingspersoneel van geldtransporten houdt zich aan het recht in de lidstaat van
herkomst, de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst op het gebied van het
dragen van wapens en het maximaal toegelaten kaliber.
-
2.
Bij het betreden van het grondgebied van een lidstaat waarvan de wetgeving niet toestaat
dat bewakingspersoneel van geldtransporten gewapend is, worden wapens in het bezit van
het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord opgeborgen in een brandkast voor
wapens die voldoet aan de Europese norm EN 1143-1. De wapens moeten tijdens het
gehele transport over het grondgebied van die lidstaat ontoegankelijk blijven voor het
bewakingspersoneel van geldtransporten. Zij mogen uit de brandkast voor wapens
verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat
waarvan het recht wel toestaat dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt
en zij moeten daaruit verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt
van een lidstaat waarvan het recht vereist dat bewakingspersoneel van geldtransporten
wapens draagt. De brandkast voor wapens mag enkel geopend kunnen worden door een
interventie op afstand van het controlecentrum van het geldtransportvoertuig en pas nadat
het controlecentrum de exacte geografische locatie van het voertuig heeft gecontroleerd.
De in de eerste alinea vastgelegde vereisten gelden ook indien het type of het kaliber van
het wapen krachtens de wetgeving van de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst
niet is toegestaan.
-
3.
Wanneer een geldtransportvoertuig van een lidstaat van herkomst waar het dragen van
wapens niet is toegestaan, het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat waar bewakings-
personeel van geldtransporten volgens de wet verplicht is wapens te dragen, zorgt het
geldtransportbedrijf ervoor dat het bewakingspersoneel voor geldtransporten aan boord van
het voertuig van de vereiste wapens voorzien wordt en dat zij de vereiste minimale
opleiding van de lidstaat van ontvangst heeft gekregen.
-
4.
Gewapend bewakingspersoneel van geldtransporten of bewakingspersoneel van geld-
transporten dat zich verplaatst in een geldtransportvoertuig met wapens aan boord, is in het
bezit van een professionele wapenvergunning of een toelating die is afgegeven door de
nationale autoriteiten van de lidstaat van doorvoer en/of de lidstaat van ontvangst, indien
deze lidstaten toelaten dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt, en
voldoet aan alle nationale eisen voor deze professionele wapenvergunning of toelating
voldoen. Voor dat doel kunnen de lidstaten de professionele wapenvergunning of toelating
van de andere lidstaat erkennen.
-
5.
De lidstaten stellen één centraal nationaal contactpunt in waar geldtransportbedrijven die in
andere lidstaten zijn gevestigd hun aanvraag voor een professionele wapenvergunning of
toelating voor hun bewakingspersoneel van geldtransporten kunnen indienen. Federale
lidstaten kunnen op deelstaatniveau contactpunten instellen. De lidstaten informeren de
aanvrager binnen drie maanden na de indiening van een volledig aanvraagdossier over de
toekenning of afwijzing van de aanvraag.
-
6.
Om bewakingspersoneel van geldtransporten dat in dienst is van een in een andere lidstaat
gevestigde onderneming gemakkelijker in staat te stellen aan de nationale eisen te voldoen
om een professionele wapenvergunning of toelating te verkrijgen, voorzien de lidstaten in
de validatie van gelijkwaardige professionele wapenopleidingen die gevolgd zijn in de
lidstaat waar de werkgever van de aanvrager is gevestigd. Indien dit niet mogelijk is,
zorgen lidstaten ervoor dat op hun eigen grondgebied in de noodzakelijke professionele
wapenopleiding wordt voorzien in een officiële EU-taal die een officiële taal is van de
lidstaat waar de werkgever van de aanvrager is gevestigd.
Artikel 7
Geldtransportvoertuiguitrusting
-
1.
De geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met een wereldwijd satellietnavigatiesysteem.
Het controlecentrum van het geldtransportbedrijf dient zijn voertuigen voortdurend en
nauwkeurig te kunnen lokaliseren.
-
2.
De geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met passende communicatie-instrumenten om te
allen tijde contact te kunnen opnemen met het controlecentrum van de onderneming die de
voertuigen beheert, en met de bevoegde nationale instanties. De noodnummers om contact
op te nemen met de politiediensten in de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van herkomst,
zijn in de geldtransportvoertuigen aanwezig.
-
3.
De geldtransportvoertuigen zijn zodanig uitgerust dat de tijd en locatie van alle
afleveringen/ophalingen van eurocontanten geregistreerd kunnen worden zodat het aandeel
afleveringen/ophalingen van eurocontanten zoals bedoeld in artikel 1, onder b), te allen
tijde gecontroleerd kan worden.
-
4.
Bij geldtransportvoertuigen die zijn uitgerust met een IBNS, voldoet het gebruikte IBNS
aan bijlage II en is het in een deelnemende lidstaat gehomologeerd. Ondernemingen die
grensoverschrijdend transport van eurocontanten uitvoeren in geldtransportvoertuigen die
gebruik maken van een IBNS, verstrekken binnen 48 uur schriftelijk bewijs dat het
gebruikte model van het IBNS is goedgekeurd, na een controleverzoek daartoe van de
autoriteiten van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van ontvangst of de lidstaat van
doorvoer.
Artikel 8
Rol van de nationale politiediensten
Deze verordening laat de toepassing onverlet van nationale regels die voorschrijven dat:
-
a)
geldtransporten van tevoren aan de politie worden gemeld;
-
b)
geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met apparatuur waardoor deze op afstand door de
politie gevolgd kunnen worden;
-
c)
transporten van grote bedragen van punt naar punt begeleid worden door de politie.
Artikel 9
Regels ter waarborging van de beveiliging van de locaties in de lidstaat van ontvangst
waar de contanten worden geleverd of opgehaald
Deze verordening laat de toepassing onverlet van nationale regels inzake de handelwijze van het
bewakingspersoneel van geldtransport buiten een geldtransportvoertuig en inzake de beveiliging
van de locaties waar contanten worden geleverd of opgehaald in de betrokken lidstaat.
Artikel 10
Uit omloop nemen van geneutraliseerde bankbiljetten
Geldtransportbedrijven die hun activiteiten krachtens deze verordening uitoefenen, nemen alle
mogelijk geneutraliseerde bankbiljetten uit omloop, die zij tijdens de uitoefening van hun
activiteiten tegenkomen. Zij overhandigen die bankbiljetten aan het geschikte filiaal van de
nationale centrale bank van hun lidstaat van herkomst en leggen een schriftelijke verklaring af over
de oorzaak en de aard van de neutralisatie. Indien de geneutraliseerde bankbiljetten in een lidstaat
van ontvangst worden opgehaald, wordt de centrale bank van de lidstaat van ontvangst op de hoogte
gesteld door de centrale bank van de lidstaat van herkomst.
Artikel 11
Wederzijdse informatieverstrekking
-
1.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in de artikelen 8 en 9 bedoelde regels
alsmede van de door hen gehomologeerde IBNS en brengen haar onmiddellijk op de
hoogte van alle wijzigingen met betrekking tot die regels en homologaties. De Commissie
zorgt ervoor dat die regels en een lijst van de goedgekeurde IBNS via de passende kanalen
worden bekendgemaakt in alle officiële EU-talen die officiële talen zijn van de relevante
deelnemende lidstaten, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken
partijen snel op de hoogte worden gebracht.
-
2.
De lidstaten houden een register bij van alle ondernemingen waaraan zij een vergunning
voor grensoverschrijdende geldtransport hebben verleend en brengen de Commissie op de
hoogte van de inhoud daarvan. Zij passen het register aan , zoals in verband met een besluit
tot opschorting of intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 22, en brengen de
Commissie onmiddellijk op de hoogte van die aanpassing. Teneinde de uitwisseling van
informatie te bevorderen, creëert de Commissie een centrale beveiligde databank die
gegevens bevat over de verstrekte, opgeschorte of ingetrokken vergunningen, waar de
betreffende autoriteiten van de deelnemende lidstaten toegang toe hebben.
-
3.
Bij de tenuitvoerlegging van artikel 5, lid 1, onder a), houdt de lidstaat van herkomst
terdege rekening met door de lidstaat van ontvangst verstrekte informatie omtrent het
strafblad, de reputatie en de integriteit van het bewakingspersoneel van geldtransporten.
-
4.
De lidstaten informeren de Commissie over hun specifieke opleidingsvereisten voor
bewakingspersoneel van geldtransporten met het oog op de in artikel 5, lid 1, onder c),
bedoelde specifieke initiatieopleiding. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via
de passende kanalen bekend wordt gemaakt in alle officiële EU-talen die officiële talen
zijn van de relevante deelnemende lidstaten, zodat alle bij grensoverschrijdende geld-
transporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.
-
5.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de adressen en andere contactgegevens
van de in artikel 6, lid 5, bedoelde nationale contactpunten alsook van de relevante
nationale wetgeving. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via de passende
kanalen bekend wordt gemaakt, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten
betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.
-
6.
Wanneer een lidstaat een professionele wapenvergunning of toelating intrekt, die hij heeft
verleend aan een lid van het bewakingspersoneel van geldtransporten van een in een
andere lidstaat gevestigd bedrijf, stelt hij de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat
van herkomst daarvan in kennis.
-
7.
De lidstaten delen de Commissie de adressen en andere contactgegevens van de in
artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten mee. De Commissie zorgt ervoor dat deze
informatie via de passende kanalen bekend wordt gemaakt, zodat alle bij grens-
overschrijdende geldtransporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.
Artikel 12
Informatieverstrekking voorafgaand aan het grensoverschrijdend transport
-
1.
Een onderneming die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikt
of die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, informeert de vergunningverlenende
autoriteit ten minste twee maanden voor aanvang van haar grensoverschrijdende
activiteiten over de lidstaten waarin zij grensoverschrijdend transport zal uitvoeren. De
lidstaat van herkomst stelt de betrokken lidstaten vervolgens onverwijld in kennis van de
aanvang van de grensoverschrijdende transportactiviteit.
-
2.
Een onderneming die voornemens is grensoverschrijdend transport van contanten uit te
voeren, voorziet de door de lidstaat van ontvangst aangewezen relevante autoriteit of
autoriteiten van tevoren van informatie over het type of de types van transport die zij gaat
gebruiken, de namen van de personen die dergelijk transport kunnen uitvoeren en het type
van gedragen wapens.
AFDELI G
2
SPECIFIEKE
REGELS
VOOR
ELK
TYPE
VA
TRA SPORT
Artikel 13
Toepasselijke vervoersregelingen
-
1.
Met betrekking tot het grensoverschrijdende transport van eurobankbiljetten over de weg
op zijn grondgebied, laat elke lidstaat de volgende opties toe:
-
a)
ten minste een van de in de artikelen 14, 15, 16, 17 of 18 omschreven opties; en
-
b)
de in de artikelen 14, 15, 16, 17 of 18 omschreven opties die vergelijkbaar zijn met
de voor het transport van nationale geldtransporten toegestane vervoersregelingen.
Wat betreft de transporten van punt naar punt is artikel 17 van toepassing op alle lidstaten.
-
2.
Met betrekking tot het grensoverschrijdende transport van euromuntstukken over de weg
op zijn grondgebied laat elke lidstaat de volgende opties toe:
-
a)
ten minste een van de in de artikelen 19 of 20 omschreven opties; en
-
b)
de in de artikelen 19 en 20 omschreven opties die vergelijkbaar zijn met de voor het
transport van nationale geldtransporten toegestane vervoersregelingen.
-
3.
Voor transporten waarbij zowel eurobankbiljetten als euromuntstukken worden vervoerd,
gelden de voorwaarden voor het grensoverschrijdende transport van eurobankbiljetten.
-
4.
Ten aanzien van de toepassing van de artikelen 14, 15, 16 en 18 kan een lidstaat beslissen
dat uitsluitend end-to-end IBNS op zijn grondgebied mogen worden gebruikt voor het
bedienen van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten, buiten bank-
gebouwen, op voorwaarde dat voor binnenlandse geldtransporten dezelfde regels gelden.
-
5.
De deelnemende lidstaten stellen de Commissie in kennis van de overeenkomstig dit
artikel toepasselijke vervoersregelingen. De Commissie publiceert een desbetreffende
kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toepasselijke vervoers-
regelingen worden één maand na de bekendmaking van deze kennisgeving van kracht.
De deelnemende lidstaten gebruiken dezelfde procedure wanneer nieuwe vervoers-
regelingen overeenkomstig dit artikel van kracht worden.
-
6.
Indien een lidstaat van ontvangst of een lidstaat van doorvoer vaststelt dat een intelligent
systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten ernstige tekortkomingen vertoont ten
aanzien van de normaal vereiste technische kenmerken, dat wil zeggen dat de contanten
toegankelijk zijn zonder dat het neutralisatiemechanisme in gang wordt gezet of dat het
systeem na de homologatie op zodanige wijze is gewijzigd dat het niet langer aan de
criteria voor homologatie voldoet, stelt deze lidstaat de Commissie en de lidstaat die de
homologatie heeft verleend, hiervan in kennis en kan hij verzoeken dat dit systeem
opnieuw wordt getest. In afwachting van het resultaat van deze nieuwe tests kunnen de
lidstaten het gebruik van dat systeem op hun grondgebied tijdelijk verbieden. Zij stellen de
Commissie en de andere deelnemende lidstaten daarvan onverwijld in kennis.
Artikel 14
Transport van bankbiljetten in een ongepantserd anoniem geldtransportvoertuig
en uitgerust is met een IB S
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een
ongepantserd geldtransportvoertuig dat is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
-
a)
het voertuig is anoniem;
-
b)
het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee
personen;
-
c)
niemand van dit personeel draagt een uniform.
Artikel 15
Transport van bankbiljetten in een ongepantserd geldtransportvoertuig met uiterlijke tekenen
dat het uitgerust is met een IB S
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een
ongepantserd geldtransportvoertuig dat is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
-
a)
het voertuig en de container voor bankbiljetten dragen zeer duidelijke tekenen dat ze
uitgerust zijn met een IBNS en die tekenen komen overeen met de pictogrammen die zijn
afgebeeld in bijlage III;
-
b)
het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee
personen.
Artikel 16
Transport van bankbiljetten in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is,
dat uitgerust is met een IB S
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een
geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is, dat uitgerust is met een IBNS, mits
aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
a)
de cabine van het voertuig is dusdanig gepantserd dat ze ten minste in staat is om schoten
van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;
-
b)
het voertuig en de container voor bankbiljetten dragen zeer duidelijke tekenen dat ze
uitgerust zijn met een IBNS en die tekenen komen overeen met de pictogrammen die zijn
afgebeeld in bijlage III;
-
c)
de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk van de leden van
het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord, dat ten minste voldoet aan de norm
VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;
-
d)
het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee
personen.
Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt c) bedoelde kogelwerende vesten
tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer de wetgeving van de lidstaat waar zij zich
bevinden dit voorschrijft.
Artikel 17
Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig
dat niet is uitgerust met een IB S
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een
volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
-
a)
de delen van het voertuig waarin het bewakingspersoneel van geldtransporten zich bevindt,
zijn ten minste gepantserd om schoten van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de
specificaties van bijlage V;
-
b)
de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk lid van het
bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord dat ten minste voldoet aan de norm
VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;
-
c)
het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste drie
personen.
Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt b) bedoelde kogelwerende vesten
tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer de wetgeving van de lidstaat waar zij zich
bevinden dit voorschrijft.
Artikel 18
Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig
dat uitgerust is met een IB S
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een
volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat uitgerust is met een IBNS, overeenkomstig artikel 16,
onder b), en artikel 17, onder a) en b).
Het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen.
Artikel 19
Transport van muntstukken in een ongepantserd geldtransportvoertuig
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een
ongepantserd geldtransportvoertuig dat uitsluitend muntstukken vervoert, mits aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
-
a)
het voertuig is anoniem;
-
b)
het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee
personen;
-
c)
niemand van dit personeel draagt een uniform.
Artikel 20
Transport van muntstukken in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is
Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,
mogen grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een
geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is en dat uitsluitend muntstukken
vervoert, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
a)
de cabine van het voertuig is dusdanig gepantserd dat ze ten minste in staat is om schoten
van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;
-
b)
het voertuig draagt zeer duidelijke tekenen dat het alleen muntstukken vervoert en die
tekenen komen overeen met het pictogram dat is afgebeeld in bijlage IV;
-
c)
de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk van de leden van
het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord, dat ten minste voldoet aan de norm
VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;
-
d)
Het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee
personen.
Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt c) bedoelde kogelwerende vesten
tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer de wetgeving van de lidstaat waar het zich
bevindt dit voorschrijft.
AFDELI G3
SLOTBEPALI GE
Artikel 21
Naleving van deze verordening
Tijdens de geldigheidsduur van een vergunning voor grensoverschrijdende geldtransporten zorgen
de lidstaten van herkomst ervoor dat de in deze verordening vastgestelde regels worden nageleefd,
onder meer via willekeurige controles zonder voorafgaande kennisgeving aan de onderneming.
Dergelijke controles mogen ook door de lidstaten van ontvangst worden verricht.
Artikel 22
Sancties
-
1.
Indien de bevoegde nationale instanties een inbreuk vaststellen op een van de voorwaarden
waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport is verleend, kan de
vergunningverlenende autoriteit de betrokken onderneming een waarschuwing geven, een
boete opleggen, de vergunning opschorten voor een periode van twee weken tot twee
maanden of de vergunning volledig intrekken, naargelang de aard of de ernst van de
inbreuk. De vergunningverlenende autoriteit kan de betrokken onderneming ook voor een
periode van maximaal vijf jaar verbieden een nieuwe vergunning aan te vragen.
-
2.
De lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst brengt de bevoegde nationale
instanties van de lidstaat van herkomst op de hoogte van alle inbreuken op deze
verordening, met inbegrip van inbreuken op de nationale regels zoals bedoeld in de
artikelen 8 en 9, waarna deze beslissen over een passende sanctie. Daarnaast kan de lidstaat
van doorvoer of de lidstaat van ontvangst een boete opleggen in het geval van een inbreuk
op de nationale regels zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, of van de toepasselijke
vervoersregelingen zoals bedoeld in artikel 13.Zij kan ook verbieden dat leden van het
bewakingspersoneel van geldtransporten die zich aan dergelijke inbreuken schuldig hebben
gemaakt, grensoverschrijdend transport van contanten op hun grondgebied uitvoeren als de
inbreuk hun toegerekend kan worden.
-
3.
In de onderstaande gevallen kan de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst het
recht van een geldtransportbedrijf om transport van eurocontanten over de weg op zijn
grondgebied te verrichten voor een maximumperiode van twee maanden opschorten, in
afwachting van een beslissing van de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van
herkomst die binnen diezelfde periode haar besluit neemt:
-
a)
het geldtransportbedrijf heeft de bepalingen van deze verordening betreffende het
minimumaantal bewakingspersoneel van geldtransporten per geldtransportvoertuig
of betreffende het dragen van wapens niet nageleefd;
-
b)
het geldtransportbedrijf verricht zijn transportactiviteiten op een wijze die gevaar
oplevert voor de openbare orde; of
-
c)
het geldtransportbedrijf heeft herhaalde inbreuken op deze verordening gepleegd.
-
4.
De lidstaat die de professionele wapenvergunning of toelating heeft verstrekt, kan het
bewakingspersoneel van geldtransporten sancties opleggen overeenkomstig zijn nationale
regels in het geval van overtreding van zijn nationale wapenwetgeving.
-
5.
De sancties zijn evenredig aan de ernst van de inbreuk.
Artikel 23
Veiligheidsmaatregelen in noodsituaties
-
1.
Een lidstaat kan, in geval van een dringend probleem dat de veiligheid van geldtransporten
aanzienlijk in het gedrang brengt, beslissen tijdelijke beveiligingsmaatregelen in te voeren
die verder gaan dan die waarin deze verordening voorziet. Die tijdelijke maatregelen zijn
van toepassing op alle geldtransporten, op het gehele nationale grondgebied of een deel
daarvan, gelden voor een maximumperiode van vier weken en worden onmiddellijk aan de
Commissie gemeld. De Commissie draagt zorg voor een spoedige openbaarmaking ervan
via de passende kanalen.
-
2.
Een verlenging van de in lid 1 bedoelde tijdelijke maatregelen na de periode van vier
weken is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring door de Commissie.
De Commissie beslist binnen 72 uur na ontvangst van een verzoek of zij dergelijke
voorafgaande goedkeuring verleent.
Artikel 24
Verloning van bewakingspersoneel van geldtransporten
dat grensoverschrijdend transport verricht
Aan bewakingspersoneel van geldtransporten dat grensoverschrijdend transport verricht
overeenkomstig deze verordening, worden de relevante minimumlonen, inclusief vergoedingen
voor overwerk, in de lidstaat van ontvangst gegarandeerd, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder c),
van Richtlijn 96/71/EG. Indien de relevante minimumlonen in de lidstaat van ontvangst hoger zijn
dan het loon dat aan de werknemer in de lidstaat van herkomst wordt betaald, gelden de relevante
minimumlonen van de lidstaat van ontvangst, inclusief vergoedingen voor overwerk, voor de
volledige werkdag. Indien het transport gedurende dezelfde dag in meer dan één lidstaat van
ontvangst wordt verricht en meer dan één van die lidstaten hogere relevante minimumlonen heeft
dan het loon dat van toepassing is in de lidstaat van herkomst, dan geldt het hoogste van deze
minimumlonen, inclusief vergoedingen voor overwerk, voor de volledige werkdag.
Als echter uit contracten, regelgeving, bestuursrechtelijke bepalingen of praktische regelingen volgt
dat een werknemer van een geldtransportbedrijf in een kalenderjaar gedurende meer dan
100 werkdagen, of delen daarvan, grensoverschrijdend transport in een andere lidstaat verricht, zijn
de arbeidsvoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 96/71/EG volledig van toepassing voor alle
werkdagen die in dat kalenderjaar volledig of gedeeltelijk in deze lidstaat van ontvangst zijn
doorgebracht.
Met het oog op het vaststellen van de relevante arbeidsvoorwaarden is artikel 4 van Richt-
lijn 96/71/EG van overeenkomstige toepassing.
Artikel 25
Comité voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten
-
1.
Er wordt een comité voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten opgericht. Dit
wordt voorgezeten door de Commissie en is samengesteld uit twee vertegenwoordigers per
deelnemende lidstaat, alsook uit twee vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank.
-
2.
Het comité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen om standpunten uit te wisselen over de
tenuitvoerlegging van deze verordening. Met het oog hierop zal het de belanghebbenden in
de sector, met inbegrip van de sociale partners, raadplegen en hun standpunten waar
passend in aanmerking nemen. Het comité zal geraadpleegd worden bij de voorbereiding
van de in artikel 26 bedoelde evaluatie.
Artikel 26
Evaluatie
De Commissie brengt bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging
van deze verordening uiterlijk ... en vervolgens om de vijf jaar. Hiertoe zal zij in overleg treden
met de belanghebbenden in de sector, met inbegrip van de sociale partners, en vervolgens met de
lidstaten. In het verslag wordt in het bijzonder de mogelijkheid onderzocht om gemeenschappelijke
opleidingsvereisten vast te stellen voor het dragen van wapens door bewakingspersoneel van
geldtransport en om artikel 24 in het licht van Richtlijn 96/71/EG te wijzigen, wordt terdege
rekening gehouden met technologische vooruitgang op het gebied van intelligente systemen voor de
neutralisatie van bankbiljetten, wordt bekeken wat de potentiële toegevoegde waarde is van het op
groepsbasis toekennen van uniale vergunningen voor grensoverschrijdende geldtransporten en
wordt nagegaan of deze verordening dienovereenkomstig moet worden herzien.
Artikel 27
Wijzigingen van technische voorschriften
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 28 gedelegeerde handelingen vast te stellen met
betrekking tot wijzigingen van bijlage II en van de technische voorschriften betreffende de normen
voor de bepantsering van geldtransportvoertuigen en voor de kogelwerende vesten bedoeld in de
artikelen 16, 17, 18 en 20, en de brandkasten voor wapens bedoeld in artikel 6, lid 2, teneinde deze
aan te passen aan de technologische vooruitgang en mogelijke nieuwe Europese normen.
PB: gelieve de datum in te voegen : 4 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 28
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
-
1.
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie
verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
-
2.
De in artikel 27 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor
onbepaalde tijd met ingang van ...
*
.
-
3.
De in artikel 27 verleende bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees
Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan
de delegatie van de bevoegdheid die in het besluit wordt vermeld. Het besluit wordt van
kracht op de dag volgend op de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese
Unie of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van
kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
-
4.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement
en de Raad daarvan tegelijk in kennis.
-
5.
Een gedelegeerde handeling die in overeenstemming met artikel 27 is vastgesteld, treedt
pas in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie
maanden na de kennisgeving ervan aan het Europees Parlement en de Raad geen bezwaar
heeft gemaakt of indien het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van deze
termijn de Commissie ervan in kennis hebben gesteld dat zij geen bezwaar wensen te
maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze periode met drie
maanden verlengd.
*
PB: datum van inwerkingtreding van deze verordening invullen.
Artikel 29
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking twaalf maanden na de bekendmaking ervan in het
Publicatieblad van de Europese Unie .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten
overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
BIJLAGE I
MODEL VOOR EEN VERGUNNING VOOR GRENSOVERSCHRIJDEND GELDTRANSPORT
EUROPESE UNIE Pantone roze 176, formaat DIN A4-cellulosepapier, 100g/m2 of meer) (Eerste blad van de vergunning)
(Tekst in (een van) de officiële EU-ta(a)l(en) die een officiële taal/officiële talen is/zijn van de lidstaat die de vergunning afgeeft)
Kenteken (1) van de lidstaat die de Naam van de vergunningverlenende vergunning afgeeft autoriteit
VERGUNNING Nr. ...
(of) GEWAARMERKT AFSCHRIFT Nr. ... voor professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg
Deze vergunning machtigt (2) ................................................................................................................................................ ................................................................................................................................................ tot het verrichten van professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg, voor reizen of gedeelten van reizen op het grondgebied van de Unie, als omschreven in Verordening (EU) nr. .../2011
van het Europees Parlement en de Raad van ...
betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone
[[note: (3)]]
en in Verordening (EU) nr. .../2011 van de Raad van ...
betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. .../2011* van het Europees Parlement en
de Raad
(4) , en in overeenstemming met de algemene bepalingen van deze vergunning. Bijzondere opmerkingen: .......................................................................................................................................... Deze vergunning is geldig voor een periode van vijf jaar, van ... tot ... Afgegeven te ..., op ... ................................................ (5)
__________
[[note: (1) De kentekens van de lidstaten zijn: (BE) België, (BG) Bulgarije, (CZ) Tsjechië, (DK) Denemarken, (DE) Duitsland, (EE) Estland, (IE) Ierland, (EL) Griekenland, (ES) Spanje, (FR) Frankrijk, (IT) Italië, (CY) Cyprus, (LV) Letland, (LT) Litouwen, (LU) Luxemburg, (HU) Hongarije, (MT) Malta, (NL) Nederland, (AT) Oostenrijk, (PL) Polen, (PT) Portugal, (RO) Roemenië, (SI) Slovenië, (SK) Slowakije, (FI) Finland, (SE) Zweden, (UK) Verenigd Koninkrijk.]]
[[note: (2) Naam of handelsnaam en volledig adres van het geldtransportbedrijf.]]
[[note: (3) PB ...]]
[[note: (4) PB ...]]
[[note: (5) Handtekening en stempel van de vergunningverlenende autoriteit.]]
-
PB: gelieve het nummer van deze verordening in te voegen.
-
PB: gelieve de datum van deze verordening in te voegen.
-
PB: gelieve de referentie van de bekendmaking van deze verordening in te voegen.
-
PB: gelieve het nummer en de datum van de verordening vervat in doc. 17787/10 in te voegen.
PB: gelieve de referentie van de bekendmaking van de verordening vervat in doc. 17787/10 in te voegen.
(Tweede blad van de vergunning)
(Tekst in (een van) de officiële EU-ta(a)l(en) die een officiële taal/officiële talen is/zijn
van de lidstaat die de vergunning afgeeft)
ALGEMENE BEPALINGEN
Deze vergunning wordt afgegeven uit hoofde van Verordening (EU) nr. .../2011
.
Deze vergunning machtigt de houder ervan tot het verrichten van professioneel grensoverschrijdend
transport van eurocontanten over de weg zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. .../2011*, voor
reizen of gedeelten van reizen op het grondgebied van de lidstaten die onder Verordening (EU)
nr. .../2011* vallen, onder de in deze vergunning gestelde voorwaarden.
Deze vergunning is alleen geldig voor de houder ervan en niet overdraagbaar.
Het origineel van deze vergunning moet door het geldtransportbedrijf bewaard worden.
Een gecertificeerd exemplaar van deze vergunning moet zich in het geldtransportvoertuig bevinden.
Het origineel of een gecertificeerd exemplaar van deze vergunning moet op verzoek van iedere met
de controle belaste persoon worden getoond.
Onverminderd de bepalingen van Verordening (EU) nr. .../2011* is de houder verplicht de op het
grondgebied van elke lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, met name op
het gebied van transport en verkeer, in acht te nemen.
PB: gelieve het nummer van deze verordening in te voegen.
BIJLAGE II
INTELLIGENT SYSTEEM VOOR DE NEUTRALISATIE VAN BANKBILJETTEN (IBNS)
I. Definities en algemene bepalingen
Een IBNS kan ofwel bankbiljetten bevatten (verpakt of onverpakt), ofwel een of meerdere cassettes
van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten.
Een IBNS moet in een deelnemende lidstaat zijn gehomologeerd om voor grensoverschrijdend
transport van eurocontanten krachtens deze verordening te kunnen worden gebruikt. De
homologatie vindt plaats overeenkomstig een bestaande Europese specifieke norm. Zolang een
dergelijke norm nog niet bestaat, vindt de homologatie overeenkomstig deze bijlage plaats.
II. Goedkeuringsprocedure voor IBNS
-
a)
Om te worden gehomologeerd, dient het IBNS verschillende tests te hebben doorstaan in
een door een deelnemende lidstaat goedgekeurd of erkend testlaboratorium. Het dient
daarnaast vergezeld te gaan van gebruiksinstructies met de procedures en de modaliteiten
voor de werking ervan die waarborgen dat de bankbiljetten worden vernietigd of
geneutraliseerd.
Deze tests moeten het mogelijk maken om vast te stellen dat de volgende technische
kenmerken van het intelligente systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten toereikend
zijn:
-
i)
Belangrijkste vereiste functies van het monitoringsysteem
-
-
voortdurende bewaking en registratie van de instructies met betrekking tot de
voorwaarden voor toegang tot, en gebruik van, het IBNS;
-
-
voordurende controle op de naleving van deze instructies en detectie van
afwijkende situaties;
-
-
automatische en onmiddellijke neutralisatie van de bankbiljetten in het geval
van niet-naleving van de instructies, detectie van afwijkende situaties of het
openen van de container buiten de voorgeprogrammeerde periodes en/of
locaties.
-
ii)
Locatie waar het monitoringsysteem geprogrammeerd mag worden en invloed van
veiligheidspersoneel op de werking van het IBNS
Een IBNS mag alleen in een beveiligde zone geprogrammeerd worden. Een
end-to-end IBNS mag alleen in een beveiligde locatie geprogrammeerd worden.
Het bewakingspersoneel van geldtransporten mag op geen enkele manier in staat zijn
de werking van het intelligente neutralisatiesysteem buiten de voorgeprogrammeerde
periodes en/of locaties te beïnvloeden. Indien er echter een tijdvertragingsysteem
voor het in gang zetten van de neutralisatie aanwezig is, mag het bewakingspersoneel
van geldtransporten de tijdvertraging eenmaal opnieuw in werking stellen.
-
iii)
Locatie waar het IBNS geopend mag worden (voor end-to-end IBNS)
Een IBNS mag alleen in de voorgeprogrammeerde bestemmingen geopend worden.
-
b)
Het IBNS wordt om de vijf jaar opnieuw getest, zelfs indien de nationale goedkeuring voor
een onbeperkte periode is verleend. Indien de resultaten van de nieuwe tests niet
overtuigend zijn, komt de homologatie voor grensoverschrijdend transport krachtens deze
verordening te vervallen.
-
c)
Om de tests te doorstaan, moet bij de uitvoering van de tests een van de volgende
resultaten worden bereikt:
-
-
het was niet mogelijk toegang tot de bankbiljetten te verkrijgen en er was geen
schade aan het IBNS, waarvan het mechanisme bleef functioneren; of
-
-
het IBNS werd beschadigd, maar het was niet mogelijk toegang tot de bankbiljetten
te verkrijgen zonder het neutralisatiemechanisme in werking te doen treden.
III. Testprocedures
De methode die gebruikt wordt om de tests uit te voeren en de normen die bepalen welke resultaten
de geteste systemen moeten bereiken, zijn in deze bijlage vastgesteld. Er mogen echter op nationaal
niveau wijzigingen worden aangebracht om de methode en normen aan te passen aan bestaande
testprotocollen die door de laboratoria in elk van de lidstaten worden gevolgd. Met het oog op de
homologatie van het IBNS moet de producent van het IBNS ervoor zorgen dat de resultaten van de
testprocedures in deze bijlage aan de goedkeurende autoriteiten worden overgelegd.
-
a)
Test om de bestendigheid van het IBNS tegen verschillende overvalscenario's te meten
Van de verschillende tests die overvalscenario's simuleren, moeten de lidstaten er zes uitvoeren; de
andere mogen ook worden uitgevoerd, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels.
Het IBNS moet elk van de uitgevoerde tests doorstaan in de zin van punt II, onder c).
-
-
verplichte tests:
1 onderbreken van de stroomtoevoer;
2 de container openbreken;
3 de container met verwoestende middelen openen (bv. moker);
4 snel snijden ("planosnijden");
5 onderdompeling in vloeistof;
6 geleidelijke en onmiddellijke blootstelling aan extreme (hoge en lage) temperaturen:
bv. koelen in vloeibare stikstof en verhitten in een voorverwarmde oven.
-
-
aanbevolen tests die eveneens uitgevoerd kunnen worden:
7 weerstand tegen vuurwapens (bv. met kaliber 12 patronen);
8 gebruik van chemicaliën;
9 vrije val;
10 blootstelling aan substantiële elektromagnetische pieken;
11 blootstelling aan substantiële elektrostatische pieken.
-
b)
Doeltreffendheid van de neutralisatie van bankbiljetten
Bij het neutralisatieproces wordt momenteel gebruik gemaakt van beschadiging door inktvlekken,
chemische vernietiging en pyrotechnische vernietiging. Aangezien zich technologische
ontwikkelingen kunnen voordoen, is de lijst van gebruikte processen niet uitputtend en uitsluitend
indicatief.
Na iedere ongeoorloofde poging om via de verschillende methoden toegang tot de bankbiljetten te
krijgen, moeten de bankbiljetten ofwel vernietigd worden ofwel bevlekt worden met inkt. Er dienen
minimaal drie tests te worden uitgevoerd.
100% van de bankbiljetten moet definitief geneutraliseerd zijn. Bovendien moet het voor iedere
houder van de bankbiljetten duidelijk zijn dat zij geneutraliseerd zijn.
Minimaal 10% van de oppervlakte aan beide zijden van ieder bankbiljet moet bevlekt zijn indien de
bankbiljetten zich in veiligheidszakken bevinden. Indien de bankbiljetten zich niet in
veiligheidszakken bevinden, moet minimaal 20% van de oppervlakte aan beide zijden van ieder
bankbiljet bevlekt zijn. Voor vernietigingssystemen, moet in beide gevallen minimaal 20% van de
oppervlakte van ieder bankbiljet vernietigd zijn.
-
c)
Inhoud van de tests om de bestendigheid van de bankbiljetten tegen reiniging te meten
voor IBNS die gebruik maken van inkt
Voor een dergelijke "reiniging" moet gebruik worden gemaakt van verschillende producten of
combinaties van producten. Er moet voor verschillende scenario's worden gezorgd zodat de
temperatuur en duur van de reiniging gevarieerd wordt. Er moeten twee procedures voor deze
reinigingstests worden gevolgd:
-
-
de reiniging dient onmiddellijk nadat de bankbiljetten bevlekt zijn, uitgevoerd te worden;
en
-
-
de reiniging dient 24 uur nadat de bankbiljetten bevlekt zijn, uitgevoerd te worden.
Deze tests dienen te worden uitgevoerd op een representatieve steekproef van echte bankbiljetten
die in de eurozone worden gebruikt.
Eén van de volgende resultaten moet aan het eind van deze tests worden bereikt:
-
-
de reiniging leidt tot de vernietiging van de bankbiljetten;
-
-
na de reiniging is er op ten minste 10% van de oppervlakte van ieder bankbiljet nog inkt
zichtbaar (dichtheidstest van de gebruikte inkt);
-
-
de reiniging resulteert in aantasting van zowel de originele kleuren van de bankbiljetten,
als van de echtheidskenmerken van de bankbiljetten.
IV. Veiligheidsgaranties voor de gebruikte systemen
Chemische stoffen die vrijkomen uit IBNS om de bankbiljetten te neutraliseren, kunnen onder-
worpen zijn aan Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van
18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten
aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor
chemische stoffen
1
. Die verordening ziet op risico's voor de gezondheid van de mens en het milieu
van stoffen die als zodanig, in een mengsel of in een voorwerp worden vervaardigd, ingevoerd of
gebruikt.
1
PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.
Om homologatie voor het IBNS te verkrijgen, dient de fabrikant na te gaan of er stoffen in zijn
producten zijn verwerkt die hij dient te registreren of te melden en of hij zijn klanten dient te
informeren over veilig gebruik. De fabrikant kan ook wettelijke verplichtingen hebben die
voortvloeien uit het feit dat deze stoffen op de kandidaatslijst van zeer zorgwekkende stoffen zijn
geplaatst of op de lijst van vergunningsplichtige stoffen in Verordening (EG) nr. 1907/2006. Deze
verplichtingen hebben niet alleen betrekking op de vermelde stoffen als zodanig of in mengsels,
maar ook op de verwerking ervan in voorwerpen.
De fabrikant van het IBNS moet aan de goedkeurende autoriteit van de lidstaat een certificaat
verstrekken dat de resultaten van deze controle en een lijst van de stoffen of bestanddelen die
gebruikt worden voor de vernietiging of neutralisatie van de bankbiljetten bevat en attesteert dat zij
geen ernstig risico voor de gezondheid vormen in het geval van inademing door of contact met de
huid van het bewakingspersoneel van geldtransporten of het personeel van de nationale centrale
banken. Het certificaat bevat daarnaast eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen. De goedkeurende
autoriteit doet het certificaat toekomen aan de nationale centrale banken van de deelnemende
lidstaten met betrekking tot het door haar gehomologeerde IBNS.
Hiertoe kan het certificaat een analyse bevatten van de risico's van blootstelling aan de chemicaliën,
dat wil zeggen de maximaal toegestane duur van de blootstelling voor een te bepalen hoeveelheid
chemicaliën.
BIJLAGE III
PICTOGRAMMEN VOOR INTELLIGENTE SYSTEMEN VOOR DE NEUTRALISATIE VAN
BANKBILJETTEN
Pictogram voor geldtransportvoertuigen uitgerust met een IBNS
Pictogram voor containers voor bankbiljetten die zijn uitgerust met een IBNS
BIJLAGE IV
PICTOGRAM VOOR GELDTRANSPORTVOERTUIGEN DIE ALLEEN MUNTSTUKKEN
VERVOEREN
BIJLAGE V
BEPANTSERINGSSPECIFICATIES
De minimumbepantseringsvereiste bedoeld in afdeling 2 van deze verordening houdt in dat de
bepantsering van het geldtransportvoertuig in staat is te weerstaan aan schoten van een vuurwapen
type Kalashnikov, kaliber 7,62 mm x 39 mm afgevuurd met munitie met een stalen huls en een
ijzeren kern, met een massa van 7,97 gram (+/- 0,1 gram) met een snelheid van tenminste
700 meter/seconde vanaf een afstand van 10 meter (+/- 0,5 meter).
BIJLAGE VI
MINIMUMVEREISTEN VOOR DE INITIATIEOPLEIDING VOOR BEWAKINGSPERSONEEL
VAN GELDTRANSPORTEN DAT GRENSOVERSCHRIJDEND TRANSPORT VAN
EUROCONTANTEN VERRICHT
Personeel voor geldtransporten dat deelneemt aan professioneel grensoverschrijdend transport van
eurocontanten over de weg tussen lidstaten in de eurozone, moet:
-
1)
ten minste de passende initiatieopleiding volledig volgen en voltooien, waarin wordt
voorzien door de nationale referentieregelgeving en/of de relevante collectieve
arbeidsovereenkomsten of - bij gebrek daaraan - de opleidingscursussen van de nationale
geldtransport-/beveiligingsorganisatie of de interne opleidingscursussen van het bedrijf;
-
2)
de examens na deze initiatieopleiding of iedere andere procedures met het oog op het
testen van de leerstof, met succes afleggen;
-
3)
de aanvullende en verplichte opleidingsmodule zoals opgenomen in deze bijlage volledig
volgen en voltooien; deze module omvat ten minste:
-
-
procedures voor grensoverschrijdend geldtransport;
-
-
uniaal recht inzake geldtransport;
-
-
het toepasselijke nationale recht inzake geldtransport van de lidstaten van doorvoer
en de lidstaten van ontvangst;
-
-
verkeersregels voor geldtransport in de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van
ontvangst (met inbegrip van het recht van geldtransportvoertuigen om specifieke
rijbanen te gebruiken);
-
-
nationale veiligheidsprotocollen bij overvallen in de lidstaat van doorvoer en de
lidstaat van ontvangst;
-
-
procedures voor de organisatie en het beheer van geldstransport dat beveiligd wordt
door een IBNS van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst;
-
-
toepasselijke nationale beheerprocedures, -voorschriften en -regelgeving van de
lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst;
-
-
nationale noodprotocollen van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst
in geval van pech, een verkeersongeval, of technische of mechanische storing in de
apparatuur of het voertuig voor het geldtransport;
-
-
nationale administratieve procedures en bedrijfsregels binnen de lidstaat van
doorvoer en de lidstaat van ontvangst inzake de communicatie met het controle-
centrum enz. van alle lidstaten van doorvoer en alle lidstaten van ontvangst;
-
-
informatie en training op het gebied van samenwerking en passende protocollen met
nationale, regionale en lokale politiediensten, ook met betrekking tot controles van
geldtransportvoertuigen en bewakingspersoneel van geldtransporten;
-
-
toepasselijk nationaal en uniaal recht en/of toepasselijke collectieve arbeids-
overeenkomsten inzake werktijden, aantal noodzakelijke pauzes, arbeids-
omstandigheden en toepasselijke lonen;
-
-
toepasselijk nationaal en uniaal recht en/of toepasselijke bepalingen van een
collectieve arbeidsovereenkomst inzake rustperiodes voor bewakingspersoneel van
geldtransporten: wanneer noodzakelijk, hoe vaak, duur van iedere pauze, beveiligde
locatie, communicatie met controlecentra enz.;
-
-
toepasselijke veiligheidsvoorschriften voor afleveringen/ophalingen (beveiligde
locatie, stoeprisicobeheer enz.);
-
-
het toepasselijke nationale recht inzake het gebruik en de opslag van wapens;
-
-
offensieve en defensieve rijtechnieken;
-
-
relevante opleiding in het gebruik van gps-, telefoon- en andere technische
apparatuur/systemen die gebruikt worden bij grensoverschrijdend geldtransport;
-
-
nationale regelgeving op het gebied van gezondheid en veiligheid in de lidstaten van
doorvoer en de lidstaten van ontvangst, die relevant is voor werknemers die
waardevolle zaken vervoeren en met grote voertuigen over de weg reizen, en
protocollen in geval van letsel of ziekte van werknemers;
-
-
EHBO-cursus.
De opleiding dient daarnaast de volgende onderdelen te omvatten:
-
-
preventieve en corrigerende maatregelen op het gebied van stressbeheersing en geweld van
derden;
-
-
risicobeoordeling op het werk;
-
-
taaltraining voor zover noodzakelijk om aan de in artikel 5, lid 2, vermelde taalvereisten te
voldoen.
BIJLAGE VII
GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES REFERENTIEKADER VOOR TALEN VAN DE RAAD
VAN EUROPA: NIVEAUS
Gebruiker B1: Kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitgesproken standaardtaal
wordt gesproken over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school, in de
vrije tijd enz. Kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied
waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige samenhangende tekst schrijven over
onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Kan ervaringen en gebeurtenissen,
dromen, verwachtingen en ambities beschrijven en in het kort redenen geven voor meningen en
plannen.
Gebruiker A1: Kan bekende dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen begrijpen en gebruiken die
erop gericht zijn aan behoeften van concrete aard te voldoen. Kan zichzelf en anderen voorstellen
en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke zaken zoals waar hij/zij woont, mensen
die hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit. Kan op een eenvoudige manier communiceren mits de
andere persoon langzaam praat en bereid is te helpen.
- 23 mei '07COM(2007)265 - Gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg
- 13 jan '04COM(2004)2 - Diensten op de interne markt [SEC(2004) 21]
- 29 okt '03COM(2003)644 - Registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Chemicaliënagentschap en tot wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en Verordening (EG)
- 25 jun '02COM(2002)328 - Voorkoming van het witwassen van geld door douanesamenwerking

