VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

 

EUROPESE U IE

HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD

  • Brussel, 14 oktober 2011

(OR. en)

2010/0204 (COD) PE-CO S 18/11

EF 66 MI 245 COMPET 178 ECOFI 248

E FOPOL 133 CODEC 776

WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE

Betreft: VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone

 

VERORDE I G (EU) r. .../...

VA HET EUROPEES PARLEME T E DE RAAD

van

betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten

over de weg tussen lidstaten van de eurozone

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 133,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank

1

,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure

2

,

1

PB C 278 van 15.10.2010, blz. 1.

2

Standpunt van het Europees Parlement van 27 september 2011 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van ...

 

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De invoering van de euro heeft geleid tot een aanzienlijke toename in de behoefte aan

grensoverschrijdend transport van contanten over de weg. Binnen de eurozone moeten

banken, grote detailhandelaren en andere professionele geldverwerkers een contract

kunnen sluiten met het geldtransportbedrijf dat de beste prijs en/of service biedt en gebruik

kunnen maken van de cashdiensten van het dichtstbijzijnde filiaal van de nationale centrale

bank of het cashcentrum van het geldtransportbedrijf, zelfs als dit in een andere lidstaat is

gevestigd. Bovendien laat een groot aantal lidstaten dat de euro als munt heeft (hierna

"deelnemende lidstaten"), bankbiljetten en muntstukken in het buitenland produceren, of

wil dat in de toekomst laten doen. Het beginsel zelf van een gemeenschappelijke munt

impliceert de vrijheid om contanten tussen deelnemende lidstaten te vervoeren.

(2) Door de uitgesproken verschillen tussen het nationale recht van de lidstaten is het over het

algemeen zeer moeilijk om professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten

over de weg uit te voeren tussen deelnemende lidstaten. Deze situatie is in strijd met het

beginsel van het vrije verkeer van de euro en ondergraaft het beginsel van het vrij

verrichten van diensten; beide beginselen behoren tot de fundamentele beginselen van de

Europese Unie.

 

(3) Deze verordening geeft een invulling aan de mogelijkheid tot indiening van harmonisatie-

besluiten voor het transport van contanten, zoals opgenomen in artikel 38, onder b), van

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006

betreffende diensten op de interne markt

1

.

(4) Ter verbetering van de beveiligingsvoorwaarden voor het geldtransport, zowel voor het

bewakingspersoneel van geldtransporten als het grote publiek, moet het gebruik van het

intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten (IBNS) worden aangemoedigd

en moet het IBNS, na een grondige effectbeoordeling door de Commissie, op

geharmoniseerde wijze in de deelnemende lidstaten kunnen worden ontwikkeld,

onverminderd de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake toepasselijke

vervoersregelingen.

(5) Gezien de specifieke gevaren die het transport van contanten met zich meebrengt voor de

gezondheid en het leven van zowel het bewakingspersoneel van geldtransporten als het

grote publiek, is het passend dat grensoverschrijdend transport van eurocontanten

afhankelijk is van het bezit van een specifieke vergunning voor grensoverschrijdend

geldtransport. Zulke vergunning dient te worden verkregen in aanvulling op de nationale

geldtransportvergunning die in de meeste deelnemende lidstaten is vereist; de vorm van

deze laatste wordt door deze verordening niet geharmoniseerd. Het is bovendien passend

dat geldtransportbedrijven die zijn gevestigd in die lidstaten die, naast hun algemene

voorschriften voor de beveiligings- of de transportsector, geen specifieke erkennings-

procedure voor zulke bedrijven hebben, dienen aan te tonen dat zij over minimaal

24 maanden ervaring in het regelmatig vervoeren van contanten in hun lidstaat van

vestiging beschikken zonder dat zij het nationale recht hebben overtreden, voordat aan hen

een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport door die lidstaat mag worden

verleend. Een dergelijke benadering zou het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten

vergroten.

1

PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

 

(6) Teneinde te voorkomen dat een overlap van verplichtingen wordt gecreëerd en een

onnodig omslachtige procedure wordt opgezet, is het ook passend te bepalen dat de houder

van een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport niet in het bezit hoeft te zijn

van een communautaire vergunning voor het internationale goederenvervoer over de weg

krachtens Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van

21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt

voor internationaal goederenvervoer over de weg

1

.

(7) Professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen

deelnemende lidstaten moet volledig in overeenstemming zijn met deze verordening of met

het recht van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van ontvangst en, indien van toepassing,

de lidstaat van doorvoer.

(8) Deze verordening is bedoeld om professioneel grensoverschrijdend transport van euro-

contanten over de weg tussen deelnemende lidstaten mogelijk te maken onder

omstandigheden die de beveiliging van de transactie, de veiligheid van het betrokken

bewakingspersoneel van geldtransporten en van het publiek, en het vrije verkeer van

eurocontanten waarborgen. Overeenkomstig de normale gang van zaken in de sector is het

ook passend toe te staan dat niet-eurocontanten met een beperkte waarde in hetzelfde

geldtransportvoertuig worden vervoerd.

1

PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72.

 

(9) Gezien de specifieke eisen die aan het personeel van grensoverschrijdende geldtransport-

bedrijven worden gesteld, is het passend dat dit personeel een specifieke opleidingsmodule

voor grensoverschrijdende geldtransporten volgt, zoals nader uiteengezet in bijlage VI.

Teneinde te voorkomen dat een onnodige overlap wordt gecreëerd, dient de opleidings-

module voor grensoverschrijdende geldtransporten geen elementen te omvatten die reeds

onderdeel uitmaken van de verplichte opleiding voor het verrichten van binnenlandse

geldtransportactiviteiten.

(10) Door de specifieke omstandigheden in de geldtransportsector is het moeilijk om veilige

geldleveringen die meerdere dagen in beslag nemen, te organiseren. Het is daarom passend

dat een geldtransportvoertuig dat professioneel grensoverschrijdend transport van

eurocontanten over de weg uitvoert, op dezelfde dag naar de lidstaat van herkomst

terugkeert.

(11) De Commissie dient een voorstel in te dienen om de definitie van "overdag" en/of de

minimaal vereiste duur van een specifieke initiatieopleiding in deze verordening te

wijzigen indien de sociale partners op het niveau van de Unie het onderling eens worden

dat een andere definitie passender is.

(12) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1072/2009 is het aantal ritten dat aansluitend op

internationaal transport uit een andere lidstaat in de lidstaat van ontvangst mag worden

uitgevoerd, beperkt tot drie cabotageritten binnen zeven dagen. Door de specifieke

kenmerken van de geldtransportsector is het echter de normale gang van zaken dat een

geldtransportvoertuig een veel groter aantal leveringen/ophalingen van eurocontanten per

dag uitvoert. Het is daarom passend op dit punt af te wijken van Verordening (EG)

nr. 1072/2009 door geen plafond vast te stellen voor het aantal leveringen/ophalingen van

eurocontanten dat een geldtransportvoertuig gedurende één dag in een lidstaat van

ontvangst mag verrichten.

 

(13) De nationale regels inzake de handelwijze van het bewakingspersoneel van geldtransporten

buiten het geldtransportvoertuig en inzake de veiligheid van de locaties waar euro-

contanten worden geleverd of opgehaald, mogen niet betrekking hebben op het mogelijke

gebruik van systemen voor de neutralisatie van bankbiljetten in combinatie met het

transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is

uitgerust met een IBNS.

(14) Artikel 1, lid 3, onder a), van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad

van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog

op het verrichten van diensten

1

is van toepassing op detacheringsituaties waarbij een

onderneming transnationale diensten voor eigen rekening en in eigen regie verricht in het

kader van een overeenkomst tussen haarzelf en de partij voor wie de diensten zijn bestemd.

(15) Gezien de specifieke aard van geldtransportdiensten moet voorzien worden in de

overeenkomstige toepassing van Richtlijn 96/71/EG op alle grensoverschrijdende

eurocontantentransportdiensten, teneinde de exploitanten rechtszekerheid te bieden en de

praktische toepasbaarheid van de richtlijn in die sector te garanderen.

1

PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.

 

(16) Door de specifieke aard van de betreffende transportactiviteiten en het incidentele karakter

van sommige van die activiteiten dient de overeenkomstige toepassing van de minimale

beschermingsregels van Richtlijn 96/71/EG beperkt te worden tot de minimumlonen,

inclusief vergoedingen voor overwerk, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder c), van die

richtlijn, en deze moeten voor de duur van de volledige werkdag gewaarborgd worden om

de exploitanten geen onnodige administratieve lasten op te leggen. Zoals aangegeven in

Richtlijn 96/71/EG, en binnen de door de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de

Europese Unie vastgelegde grenzen, wordt het begrip "minimumlonen" bepaald door het

nationale recht of de nationale praktijk van de lidstaat waar de werknemer is gedetacheerd.

Als uit contracten, bestuursrechtelijke bepalingen of praktische regelingen volgt dat de

werknemer van een geldtransportbedrijf gedurende meer dan 100 werkdagen per kalender-

jaar grensoverschrijdende transporten in een andere lidstaat zal verrichten, is het passend

dat de minimale beschermingsregels van Richtlijn 96/71/EG, op overeenkomstige wijze

van toepassing zijn op een dergelijke werknemer.

(17) De toepassing van minimale beschermingsregels in de lidstaat van ontvangst mag geen

afbreuk doen aan de toepassing van voor de werknemer gunstiger arbeidsvoorwaarden die

gelden krachtens de wet, de collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidscontract in de

lidstaat van herkomst van de werknemer.

(18) Met het oog op het vaststellen van de relevante minimale beschermingsregels is het

passend dat de bepalingen betreffende samenwerking inzake informatie van artikel 4 van

Richtlijn 96/71/EG op overeenkomstige wijze worden toegepast. In dit verband moeten de

lidstaten een beroep kunnen doen op de administratieve samenwerking en inlichtingen-

uitwisseling waarin Richtlijn 96/71/EG voorziet.

 

(19) Deze verordening laat de toepassing van Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het

Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide

middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten

1

onverlet.

(20) Teneinde rekening te houden met de technologische vooruitgang en met mogelijke nieuwe

Europese normen, dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig

artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te

worden overgedragen aan de Commissie met betrekking tot de wijziging van de technische

voorschriften en normen voor het IBNS, de bepantsering van geldtransportvoertuigen,

kogelwerende vesten en brandkasten voor wapens. Het is van bijzonder belang dat de

Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt,

ook op deskundigenniveau en met de sociale partners. De Commissie moet bij de voor-

bereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgen voor gelijktijdige, snelle en

adequate toezending van de desbetreffende documenten aan het Europees Parlement en

de Raad.

(21) Overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel, zoals bedoeld in artikel 5 van het Verdrag

betreffende de Europese Unie, gaat deze verordening niet verder dan hetgeen noodzakelijk

is voor het verwezenlijken van zijn doelstelling, namelijk professioneel grens-

overschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone

mogelijk maken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

1

PB L 309 van 25.11.2005, blz. 9.

 

AFDELI G

1

GEMEE SCHAPPELIJKE

REGELS

VOOR

ALLE

GRE SOVERSCHRIJDE DE

TRA SPORTE

VA

EUROCO TA TE

OVER

DE

WEG

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

  • a) 

    "Deelnemende lidstaten": de lidstaten die de euro als munt hebben;

  • b) 

    "Grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg": professioneel transport

per geldtransportvoertuig over de weg, tegen vergoeding ten behoeve van derden dan wel

intern binnen een geldtransportbedrijf, van eurobankbiljetten of euromuntstukken van een

deelnemende lidstaat met het oog op de levering van eurobankbiljetten of euromuntstukken

aan, of het ophalen ervan bij, een of meer locaties in een of meer andere deelnemende

lidsta(a)t(en) en in de lidstaat van herkomst, onverminderd het transport van niet-

eurocontanten tot ten hoogste 20% van de totale waarde van de contanten die in hetzelfde

geldtransportvoertuig vervoerd worden; voorts moet het merendeel van de leveringen/op-

halingen van eurocontanten door een geldtransportvoertuig gedurende dezelfde dag op het

grondgebied van de lidstaat van ontvangst worden uitgevoerd, en in het geval van

transporten van punt naar punt moet het transport plaatsvinden tussen twee verschillende

deelnemende lidstaten;

 

  • c) 

    "Vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport": een vergunning die wordt verstrekt

door de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van herkomst en de houder ervan

machtigt om grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen

deelnemende lidstaten uit te voeren overeenkomstig de in deze verordening bepaalde

voorwaarden;

  • d) 

    "Vergunningverlenende autoriteit": de autoriteit in de lidstaat van herkomst die de

vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport verstrekt;

  • e) 

    "Lidstaat van herkomst": de deelnemende lidstaat op wiens grondgebied het geldtransport-

bedrijf is gevestigd. Het geldtransportbedrijf wordt als gevestigd beschouwd indien het

daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent overeenkomstig artikel 49 van het

VWEU, voor onbepaalde duur, door middel van een duurzame infrastructuur van waaruit

de dienstverlening feitelijk plaatsvindt;

  • f) 

    "Lidstaat van ontvangst": een of meerdere deelnemende lidstaten waarin een geldtransport-

bedrijf de dienst, bestaande in het leveren en/of ophalen van eurocontanten in een andere

dan zijn lidstaat van herkomst, verleent;

  • g) 

    "Lidstaat van doorvoer": een of meerdere deelnemende lidstaten dan de lidstaat van

herkomst van het bedrijf waardoor het geldtransportvoertuig moet passeren om de

lidsta(a)t(en) van ontvangst te bereiken of om terug te keren naar de lidstaat van herkomst;

 

  • h) 

    "Overdag": wanneer naar transport wordt verwezen, transport dat wordt uitgevoerd tussen

6 uur en 22 uur;

  • i) 

    "Bewakingspersoneel van geldtransporten": de werknemers die zijn belast met het besturen

van het geldtransportvoertuig waarin de eurocontanten worden vervoerd, of met de

bescherming van de inhoud van dat voertuig;

  • j) 

    "Geldtransportvoertuig": een voertuig dat voor het professioneel transport van

eurocontanten over de weg gebruikt wordt;

  • k) 

    "Anoniem voertuig": een geldtransportvoertuig dat er normaal uitziet en dat geen uiterlijke

tekenen draagt dat het eigendom is van een geldtransportbedrijf of dat het voor het

transport van eurocontanten gebruikt wordt;

  • l) 

    "Transport van punt naar punt": transport van een beveiligde locatie naar een andere

beveiligde locatie, zonder tussenstops;

  • m) 

    "Beveiligde zone": een aflever- of ophaalpunt voor eurocontanten dat zich binnen een

gebouw bevindt en beveiligd is tegen ongeoorloofde toegang, zowel door middel van

apparatuur (anti-inbraaksystemen) als door middel van toegangsprocedures voor personen;

  • n) 

    "Beveiligde locatie": een locatie binnen een beveiligde zone, die toegankelijk is voor

geldtransportvoertuigen en waar geldtransportvoertuigen op een veilige manier geladen en

gelost kunnen worden;

  • o) 

    "Neutraliseren": wanneer naar bankbiljetten wordt verwezen, het aantasten of beschadigen

ervan door inktvlekken of op andere wijze, zoals nader omschreven in bijlage II;

 

  • p) 

    "Intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten" of "IBNS": een systeem dat

aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • i) 

    de container voor bankbiljetten biedt permanente bescherming van de bankbiljetten

via een neutralisatiesysteem voor eurocontanten, vanaf een beveiligde zone tot het

afleverpunt van eurocontanten of vanaf het ophaalpunt van eurocontanten tot een

beveiligde zone;

  • ii) 

    het bewakingspersoneel van geldtransporten is niet in staat om de container te

openen buiten de voorgeprogrammeerde periodes en/of locaties, noch om de

voorgeprogrammeerde periodes en/of locaties waarop de container geopend kan

worden, te wijzigen nadat het transport van eurocontanten is gestart;

  • iii) 

    de container is uitgerust met een mechanisme voor de definitieve neutralisatie van de

bankbiljetten in geval van een ongeoorloofde poging om de container te openen; en

  • iv) 

    er wordt voldaan aan de vereisten van bijlage II;

  • q) 

    "End-to-end IBNS": een IBNS dat toegerust is voor gebruik over het gehele transport-

traject, dat wil zeggen dat de bankbiljetten te allen tijde ontoegankelijk blijven voor het

bewakingspersoneel van geldtransporten en permanent beschermd worden door het IBNS

vanaf de ene beveiligde zone tot de andere of, voor cassettes van geldverdeelautomaten of

andere soorten geldautomaten, vanaf een beveiligde zone tot de binnenkant van de

geldverdeelautomaten of de andere soorten geldautomaten;

 

  • r) 

    "A1" en "B1": wanneer naar taalvaardigheidsniveaus wordt verwezen, de taalniveaus als

vastgesteld bij het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen van de Raad van

Europa als bedoeld in bijlage VII;

  • s) 

    "Officiële EU-talen": de talen zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening nr. 1 tot

regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap

1

.

Artikel 2

Uitsluitingen

  • 1. 

    Het transport van eurobankbiljetten en -muntstukken valt buiten het toepassingsgebied van

deze verordening wanneer het:

  • a) 

    uitgevoerd wordt voor rekening van en tussen nationale centrale banken, of tussen

bankbiljettendrukkerijen en/of munthuizen van deelnemende lidstaten en de

betreffende nationale centrale banken; en

  • b) 

    begeleid wordt door het leger of de politie.

1

PB 17 van 6.10.1958, blz. 385.

 

  • 2. 

    Het transport van uitsluitend euromuntstukken valt buiten het toepassingsgebied van deze

verordening wanneer het:

  • a) 

    uitgevoerd wordt voor rekening van en tussen nationale centrale banken, of tussen

munthuizen van deelnemende lidstaten en de betreffende nationale centrale banken;

en

  • b) 

    begeleid wordt door het leger of de politie of door particulier beveiligingspersoneel

in aparte voertuigen.

Artikel 3

Plaats van vertrek, maximale duur en

aantal afleveringen/ophalingen van eurocontanten

  • 1. 

    Grensoverschrijdend transport van eurocontanten dat overeenkomstig deze verordening

wordt verricht, geschiedt overdag.

  • 2. 

    Een geldtransportvoertuig dat grensoverschrijdend transport van eurocontanten uitvoert,

vertrekt vanuit zijn lidstaat van herkomst en keert daarnaar terug op dezelfde dag.

  • 3. 

    In afwijking van de leden 1 en 2 mag transport van punt naar punt worden uitgevoerd

binnen een periode van 24 uur, op voorwaarde dat nachtelijk geldtransport toegelaten is bij

de nationale regelgeving van de lidstaat van herkomst, van de lidstaat van doorvoer en van

de lidstaat van ontvangst.

aantal afleveringen/ophalingen van eurocontanten dat een geldtransportvoertuig gedurende

dezelfde dag in een lidstaat van ontvangst mag verrichten.

 

Artikel 4

Vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport

  • 1. 

    Een onderneming die grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg wenst

uit te voeren, vraagt een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport aan bij de

vergunningverlenende autoriteit in haar lidstaat van herkomst.

  • 2. 

    De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport wordt door de nationale

vergunningverlenende autoriteit verleend voor een periode van vijf jaar, mits de

aanvragende onderneming aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a) 

    de onderneming heeft de erkenning verkregen om in haar lidstaat van herkomst

geldtransport uit te voeren, of indien in die lidstaat geen specifieke erkennings-

procedure voor geldtransportbedrijven bestaat die verder gaat dan de algemene regels

voor de beveiligings- of transportsector, kan bewijsmateriaal verstrekken waaruit

blijkt dat zij, voorafgaand aan de aanvraag, gedurende ten minste 24 maanden

regelmatig geldtransporten in haar lidstaat van herkomst heeft uitgevoerd zonder

daarbij het op die activiteiten toepasselijke nationale recht van die lidstaat te hebben

overtreden;

  • b) 

    de leidinggevenden en de leden van de raad van bestuur hebben geen relevante

vermeldingen op een strafblad staan en beschikken over een goede reputatie en

integriteit, naar bijvoorbeeld blijkt uit desbetreffende politiegegevens;

 

  • c) 

    de onderneming heeft een geldige wettelijke aansprakelijkheidsverzekering die in

ieder geval de schade aan de persoon en de goederen van derden dekt, ongeacht of de

vervoerde contanten door deze verzekering zijn gedekt;

  • d) 

    de aanvragende onderneming, haar bewakingspersoneel van geldtransporten, de door

haar gebruikte voertuigen en de door haar gebruikte of toegepaste beveiligings-

procedures voor het grensoverschrijdende transport van eurocontanten voldoen aan

deze verordening of, indien daar in deze verordening uitdrukkelijk naar wordt

verwezen, aan het nationale recht dat specifiek op transporten van contanten van

toepassing is.

  • 3. 

    De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport wordt opgesteld overeenkomstig

het model en de fysieke kenmerken omschreven in bijlage I. Bewakingspersoneel van

geldtransporten in geldtransportvoertuigen dat bij professioneel grensoverschrijdend

transport van eurocontanten over de weg wordt ingezet, moet te allen tijde het origineel of

een gecertificeerd exemplaar van een geldige vergunning voor grensoverschrijdend

geldtransport aan de controle-instanties kunnen overleggen.

  • 4. 

    De vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport machtigt de onderneming om

grensoverschrijdend transport van eurocontanten uit te voeren onder de voorwaarden van

deze verordening. In afwijking van Verordening (EG) nr. 1072/2009 wordt van de houder

van een dergelijke vergunning niet vereist dat hij in het bezit is van een communautaire

vergunning voor het internationale goederenvervoer over de weg.

 

Artikel 5

Bewakingspersoneel van geldtransporten

  • 1. 

    Alle leden van het bewakingspersoneel van geldtransporten voldoen aan de volgende

eisen:

  • a) 

    zij hebben geen relevante vermeldingen op een strafblad staan en beschikken over

een goede reputatie en integriteit, naar bijvoorbeeld blijkt uit desbetreffende

politiegegevens;

  • b) 

    zij beschikken over een medisch attest waaruit blijkt dat zij lichamelijk en geestelijk

geschikt zijn om hun taak te vervullen;

  • c) 

    zij hebben met succes een specifieke initiatieopleiding van ten minste 200 uren

gevolgd; opleidingen voor het gebruik van vuurwapens zijn daar niet inbegrepen.

De minimumeisen voor de onder punt c) bedoelde specifieke initiatieopleiding worden

omschreven in bijlage VI. Het bewakingspersoneel van geldtransporten volgt ook, ten

minste om de drie jaar, opleidingsactiviteiten op de gebieden bedoeld in punt 3 van

bijlage VI.

 

  • 2. 

    Ten minste één lid van het in het geldtransportvoertuig aanwezige bewakingspersoneel van

geldtransporten beheerst op ten minste A1-niveau de talen die door de lokale autoriteiten

en de bevolking worden gebruikt in de relevant gebieden van de lidstaat van doorvoer en

de lidstaat van ontvangst. Het geldtransportvoertuig staat voorts via het controlecentrum

van het geldtransportbedrijf in permanente radioverbinding met iemand die de talen die

door de lokale autoriteiten en de bevolking worden gebruikt in de relevant gebieden van de

lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst, op ten minste B1-niveau beheerst, zodat

effectieve communicatie met de nationale autoriteiten te allen tijde mogelijk is.

Artikel 6

Het dragen van wapens

  • 1. 

    Het bewakingspersoneel van geldtransporten houdt zich aan het recht in de lidstaat van

herkomst, de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst op het gebied van het

dragen van wapens en het maximaal toegelaten kaliber.

 

  • 2. 

    Bij het betreden van het grondgebied van een lidstaat waarvan de wetgeving niet toestaat

dat bewakingspersoneel van geldtransporten gewapend is, worden wapens in het bezit van

het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord opgeborgen in een brandkast voor

wapens die voldoet aan de Europese norm EN 1143-1. De wapens moeten tijdens het

gehele transport over het grondgebied van die lidstaat ontoegankelijk blijven voor het

bewakingspersoneel van geldtransporten. Zij mogen uit de brandkast voor wapens

verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat

waarvan het recht wel toestaat dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt

en zij moeten daaruit verwijderd worden wanneer het voertuig het grondgebied binnenrijdt

van een lidstaat waarvan het recht vereist dat bewakingspersoneel van geldtransporten

wapens draagt. De brandkast voor wapens mag enkel geopend kunnen worden door een

interventie op afstand van het controlecentrum van het geldtransportvoertuig en pas nadat

het controlecentrum de exacte geografische locatie van het voertuig heeft gecontroleerd.

De in de eerste alinea vastgelegde vereisten gelden ook indien het type of het kaliber van

het wapen krachtens de wetgeving van de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst

niet is toegestaan.

  • 3. 

    Wanneer een geldtransportvoertuig van een lidstaat van herkomst waar het dragen van

wapens niet is toegestaan, het grondgebied binnenrijdt van een lidstaat waar bewakings-

personeel van geldtransporten volgens de wet verplicht is wapens te dragen, zorgt het

geldtransportbedrijf ervoor dat het bewakingspersoneel voor geldtransporten aan boord van

het voertuig van de vereiste wapens voorzien wordt en dat zij de vereiste minimale

opleiding van de lidstaat van ontvangst heeft gekregen.

 

  • 4. 

    Gewapend bewakingspersoneel van geldtransporten of bewakingspersoneel van geld-

transporten dat zich verplaatst in een geldtransportvoertuig met wapens aan boord, is in het

bezit van een professionele wapenvergunning of een toelating die is afgegeven door de

nationale autoriteiten van de lidstaat van doorvoer en/of de lidstaat van ontvangst, indien

deze lidstaten toelaten dat bewakingspersoneel van geldtransporten wapens draagt, en

voldoet aan alle nationale eisen voor deze professionele wapenvergunning of toelating

voldoen. Voor dat doel kunnen de lidstaten de professionele wapenvergunning of toelating

van de andere lidstaat erkennen.

  • 5. 

    De lidstaten stellen één centraal nationaal contactpunt in waar geldtransportbedrijven die in

andere lidstaten zijn gevestigd hun aanvraag voor een professionele wapenvergunning of

toelating voor hun bewakingspersoneel van geldtransporten kunnen indienen. Federale

lidstaten kunnen op deelstaatniveau contactpunten instellen. De lidstaten informeren de

aanvrager binnen drie maanden na de indiening van een volledig aanvraagdossier over de

toekenning of afwijzing van de aanvraag.

  • 6. 

    Om bewakingspersoneel van geldtransporten dat in dienst is van een in een andere lidstaat

gevestigde onderneming gemakkelijker in staat te stellen aan de nationale eisen te voldoen

om een professionele wapenvergunning of toelating te verkrijgen, voorzien de lidstaten in

de validatie van gelijkwaardige professionele wapenopleidingen die gevolgd zijn in de

lidstaat waar de werkgever van de aanvrager is gevestigd. Indien dit niet mogelijk is,

zorgen lidstaten ervoor dat op hun eigen grondgebied in de noodzakelijke professionele

wapenopleiding wordt voorzien in een officiële EU-taal die een officiële taal is van de

lidstaat waar de werkgever van de aanvrager is gevestigd.

 

Artikel 7

Geldtransportvoertuiguitrusting

  • 1. 

    De geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met een wereldwijd satellietnavigatiesysteem.

Het controlecentrum van het geldtransportbedrijf dient zijn voertuigen voortdurend en

nauwkeurig te kunnen lokaliseren.

  • 2. 

    De geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met passende communicatie-instrumenten om te

allen tijde contact te kunnen opnemen met het controlecentrum van de onderneming die de

voertuigen beheert, en met de bevoegde nationale instanties. De noodnummers om contact

op te nemen met de politiediensten in de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van herkomst,

zijn in de geldtransportvoertuigen aanwezig.

  • 3. 

    De geldtransportvoertuigen zijn zodanig uitgerust dat de tijd en locatie van alle

afleveringen/ophalingen van eurocontanten geregistreerd kunnen worden zodat het aandeel

afleveringen/ophalingen van eurocontanten zoals bedoeld in artikel 1, onder b), te allen

tijde gecontroleerd kan worden.

  • 4. 

    Bij geldtransportvoertuigen die zijn uitgerust met een IBNS, voldoet het gebruikte IBNS

aan bijlage II en is het in een deelnemende lidstaat gehomologeerd. Ondernemingen die

grensoverschrijdend transport van eurocontanten uitvoeren in geldtransportvoertuigen die

gebruik maken van een IBNS, verstrekken binnen 48 uur schriftelijk bewijs dat het

gebruikte model van het IBNS is goedgekeurd, na een controleverzoek daartoe van de

autoriteiten van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van ontvangst of de lidstaat van

doorvoer.

 

Artikel 8

Rol van de nationale politiediensten

Deze verordening laat de toepassing onverlet van nationale regels die voorschrijven dat:

  • a) 

    geldtransporten van tevoren aan de politie worden gemeld;

  • b) 

    geldtransportvoertuigen zijn uitgerust met apparatuur waardoor deze op afstand door de

politie gevolgd kunnen worden;

  • c) 

    transporten van grote bedragen van punt naar punt begeleid worden door de politie.

Artikel 9

Regels ter waarborging van de beveiliging van de locaties in de lidstaat van ontvangst

waar de contanten worden geleverd of opgehaald

Deze verordening laat de toepassing onverlet van nationale regels inzake de handelwijze van het

bewakingspersoneel van geldtransport buiten een geldtransportvoertuig en inzake de beveiliging

van de locaties waar contanten worden geleverd of opgehaald in de betrokken lidstaat.

 

Artikel 10

Uit omloop nemen van geneutraliseerde bankbiljetten

Geldtransportbedrijven die hun activiteiten krachtens deze verordening uitoefenen, nemen alle

mogelijk geneutraliseerde bankbiljetten uit omloop, die zij tijdens de uitoefening van hun

activiteiten tegenkomen. Zij overhandigen die bankbiljetten aan het geschikte filiaal van de

nationale centrale bank van hun lidstaat van herkomst en leggen een schriftelijke verklaring af over

de oorzaak en de aard van de neutralisatie. Indien de geneutraliseerde bankbiljetten in een lidstaat

van ontvangst worden opgehaald, wordt de centrale bank van de lidstaat van ontvangst op de hoogte

gesteld door de centrale bank van de lidstaat van herkomst.

Artikel 11

Wederzijdse informatieverstrekking

  • 1. 

    De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in de artikelen 8 en 9 bedoelde regels

alsmede van de door hen gehomologeerde IBNS en brengen haar onmiddellijk op de

hoogte van alle wijzigingen met betrekking tot die regels en homologaties. De Commissie

zorgt ervoor dat die regels en een lijst van de goedgekeurde IBNS via de passende kanalen

worden bekendgemaakt in alle officiële EU-talen die officiële talen zijn van de relevante

deelnemende lidstaten, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten betrokken

partijen snel op de hoogte worden gebracht.

 

  • 2. 

    De lidstaten houden een register bij van alle ondernemingen waaraan zij een vergunning

voor grensoverschrijdende geldtransport hebben verleend en brengen de Commissie op de

hoogte van de inhoud daarvan. Zij passen het register aan , zoals in verband met een besluit

tot opschorting of intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 22, en brengen de

Commissie onmiddellijk op de hoogte van die aanpassing. Teneinde de uitwisseling van

informatie te bevorderen, creëert de Commissie een centrale beveiligde databank die

gegevens bevat over de verstrekte, opgeschorte of ingetrokken vergunningen, waar de

betreffende autoriteiten van de deelnemende lidstaten toegang toe hebben.

  • 3. 

    Bij de tenuitvoerlegging van artikel 5, lid 1, onder a), houdt de lidstaat van herkomst

terdege rekening met door de lidstaat van ontvangst verstrekte informatie omtrent het

strafblad, de reputatie en de integriteit van het bewakingspersoneel van geldtransporten.

  • 4. 

    De lidstaten informeren de Commissie over hun specifieke opleidingsvereisten voor

bewakingspersoneel van geldtransporten met het oog op de in artikel 5, lid 1, onder c),

bedoelde specifieke initiatieopleiding. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via

de passende kanalen bekend wordt gemaakt in alle officiële EU-talen die officiële talen

zijn van de relevante deelnemende lidstaten, zodat alle bij grensoverschrijdende geld-

transporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.

 

  • 5. 

    De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de adressen en andere contactgegevens

van de in artikel 6, lid 5, bedoelde nationale contactpunten alsook van de relevante

nationale wetgeving. De Commissie zorgt ervoor dat deze informatie via de passende

kanalen bekend wordt gemaakt, zodat alle bij grensoverschrijdende geldtransporten

betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.

  • 6. 

    Wanneer een lidstaat een professionele wapenvergunning of toelating intrekt, die hij heeft

verleend aan een lid van het bewakingspersoneel van geldtransporten van een in een

andere lidstaat gevestigd bedrijf, stelt hij de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat

van herkomst daarvan in kennis.

  • 7. 

    De lidstaten delen de Commissie de adressen en andere contactgegevens van de in

artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten mee. De Commissie zorgt ervoor dat deze

informatie via de passende kanalen bekend wordt gemaakt, zodat alle bij grens-

overschrijdende geldtransporten betrokken partijen op de hoogte worden gebracht.

 

Artikel 12

Informatieverstrekking voorafgaand aan het grensoverschrijdend transport

  • 1. 

    Een onderneming die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikt

of die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, informeert de vergunningverlenende

autoriteit ten minste twee maanden voor aanvang van haar grensoverschrijdende

activiteiten over de lidstaten waarin zij grensoverschrijdend transport zal uitvoeren. De

lidstaat van herkomst stelt de betrokken lidstaten vervolgens onverwijld in kennis van de

aanvang van de grensoverschrijdende transportactiviteit.

  • 2. 

    Een onderneming die voornemens is grensoverschrijdend transport van contanten uit te

voeren, voorziet de door de lidstaat van ontvangst aangewezen relevante autoriteit of

autoriteiten van tevoren van informatie over het type of de types van transport die zij gaat

gebruiken, de namen van de personen die dergelijk transport kunnen uitvoeren en het type

van gedragen wapens.

 

AFDELI G

2

SPECIFIEKE

REGELS

VOOR

ELK

TYPE

VA

TRA SPORT

Artikel 13

Toepasselijke vervoersregelingen

  • 1. 

    Met betrekking tot het grensoverschrijdende transport van eurobankbiljetten over de weg

op zijn grondgebied, laat elke lidstaat de volgende opties toe:

  • a) 

    ten minste een van de in de artikelen 14, 15, 16, 17 of 18 omschreven opties; en

  • b) 

    de in de artikelen 14, 15, 16, 17 of 18 omschreven opties die vergelijkbaar zijn met

de voor het transport van nationale geldtransporten toegestane vervoersregelingen.

Wat betreft de transporten van punt naar punt is artikel 17 van toepassing op alle lidstaten.

  • 2. 

    Met betrekking tot het grensoverschrijdende transport van euromuntstukken over de weg

op zijn grondgebied laat elke lidstaat de volgende opties toe:

  • a) 

    ten minste een van de in de artikelen 19 of 20 omschreven opties; en

  • b) 

    de in de artikelen 19 en 20 omschreven opties die vergelijkbaar zijn met de voor het

transport van nationale geldtransporten toegestane vervoersregelingen.

 

  • 3. 

    Voor transporten waarbij zowel eurobankbiljetten als euromuntstukken worden vervoerd,

gelden de voorwaarden voor het grensoverschrijdende transport van eurobankbiljetten.

  • 4. 

    Ten aanzien van de toepassing van de artikelen 14, 15, 16 en 18 kan een lidstaat beslissen

dat uitsluitend end-to-end IBNS op zijn grondgebied mogen worden gebruikt voor het

bedienen van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten, buiten bank-

gebouwen, op voorwaarde dat voor binnenlandse geldtransporten dezelfde regels gelden.

  • 5. 

    De deelnemende lidstaten stellen de Commissie in kennis van de overeenkomstig dit

artikel toepasselijke vervoersregelingen. De Commissie publiceert een desbetreffende

kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie. De toepasselijke vervoers-

regelingen worden één maand na de bekendmaking van deze kennisgeving van kracht.

De deelnemende lidstaten gebruiken dezelfde procedure wanneer nieuwe vervoers-

regelingen overeenkomstig dit artikel van kracht worden.

 

  • 6. 

    Indien een lidstaat van ontvangst of een lidstaat van doorvoer vaststelt dat een intelligent

systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten ernstige tekortkomingen vertoont ten

aanzien van de normaal vereiste technische kenmerken, dat wil zeggen dat de contanten

toegankelijk zijn zonder dat het neutralisatiemechanisme in gang wordt gezet of dat het

systeem na de homologatie op zodanige wijze is gewijzigd dat het niet langer aan de

criteria voor homologatie voldoet, stelt deze lidstaat de Commissie en de lidstaat die de

homologatie heeft verleend, hiervan in kennis en kan hij verzoeken dat dit systeem

opnieuw wordt getest. In afwachting van het resultaat van deze nieuwe tests kunnen de

lidstaten het gebruik van dat systeem op hun grondgebied tijdelijk verbieden. Zij stellen de

Commissie en de andere deelnemende lidstaten daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 14

Transport van bankbiljetten in een ongepantserd anoniem geldtransportvoertuig

en uitgerust is met een IB S

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een

ongepantserd geldtransportvoertuig dat is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende

voorwaarden is voldaan:

  • a) 

    het voertuig is anoniem;

  • b) 

    het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee

personen;

  • c) 

    niemand van dit personeel draagt een uniform.

 

Artikel 15

Transport van bankbiljetten in een ongepantserd geldtransportvoertuig met uiterlijke tekenen

dat het uitgerust is met een IB S

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een

ongepantserd geldtransportvoertuig dat is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende

voorwaarden is voldaan:

  • a) 

    het voertuig en de container voor bankbiljetten dragen zeer duidelijke tekenen dat ze

uitgerust zijn met een IBNS en die tekenen komen overeen met de pictogrammen die zijn

afgebeeld in bijlage III;

  • b) 

    het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee

personen.

Artikel 16

Transport van bankbiljetten in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is,

dat uitgerust is met een IB S

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een

geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is, dat uitgerust is met een IBNS, mits

aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a) 

    de cabine van het voertuig is dusdanig gepantserd dat ze ten minste in staat is om schoten

van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;

 

  • b) 

    het voertuig en de container voor bankbiljetten dragen zeer duidelijke tekenen dat ze

uitgerust zijn met een IBNS en die tekenen komen overeen met de pictogrammen die zijn

afgebeeld in bijlage III;

  • c) 

    de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk van de leden van

het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord, dat ten minste voldoet aan de norm

VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;

  • d) 

    het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee

personen.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt c) bedoelde kogelwerende vesten

tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer de wetgeving van de lidstaat waar zij zich

bevinden dit voorschrijft.

Artikel 17

Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig

dat niet is uitgerust met een IB S

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een

volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat niet is uitgerust met een IBNS, mits aan de volgende

voorwaarden is voldaan:

  • a) 

    de delen van het voertuig waarin het bewakingspersoneel van geldtransporten zich bevindt,

zijn ten minste gepantserd om schoten van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de

specificaties van bijlage V;

 

  • b) 

    de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk lid van het

bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord dat ten minste voldoet aan de norm

VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;

  • c) 

    het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste drie

personen.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt b) bedoelde kogelwerende vesten

tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer de wetgeving van de lidstaat waar zij zich

bevinden dit voorschrijft.

Artikel 18

Transport van bankbiljetten in een volledig gepantserd geldtransportvoertuig

dat uitgerust is met een IB S

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten over de weg verrichten met een

volledig gepantserd geldtransportvoertuig dat uitgerust is met een IBNS, overeenkomstig artikel 16,

onder b), en artikel 17, onder a) en b).

Het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee personen.

 

Artikel 19

Transport van muntstukken in een ongepantserd geldtransportvoertuig

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een

ongepantserd geldtransportvoertuig dat uitsluitend muntstukken vervoert, mits aan de volgende

voorwaarden is voldaan:

  • a) 

    het voertuig is anoniem;

  • b) 

    het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee

personen;

  • c) 

    niemand van dit personeel draagt een uniform.

Artikel 20

Transport van muntstukken in een geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is

Ondernemingen die over een vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport beschikken,

mogen grensoverschrijdende transporten van euromuntstukken over de weg verrichten met een

geldtransportvoertuig waarbij alleen de cabine gepantserd is en dat uitsluitend muntstukken

vervoert, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a) 

    de cabine van het voertuig is dusdanig gepantserd dat ze ten minste in staat is om schoten

van vuurwapens te weerstaan, overeenkomstig de specificaties van bijlage V;

 

  • b) 

    het voertuig draagt zeer duidelijke tekenen dat het alleen muntstukken vervoert en die

tekenen komen overeen met het pictogram dat is afgebeeld in bijlage IV;

  • c) 

    de cabine van het voertuig is uitgerust met een kogelwerend vest voor elk van de leden van

het bewakingspersoneel van geldtransporten aan boord, dat ten minste voldoet aan de norm

VPAM klasse 5, NIJ IIIA of een gelijkwaardige norm;

  • d) 

    Het bewakingspersoneel van geldtransporten bestaat per voertuig uit tenminste twee

personen.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten kan de onder punt c) bedoelde kogelwerende vesten

tijdens het transport dragen en draagt deze wanneer de wetgeving van de lidstaat waar het zich

bevindt dit voorschrijft.

AFDELI G3

SLOTBEPALI GE

Artikel 21

Naleving van deze verordening

Tijdens de geldigheidsduur van een vergunning voor grensoverschrijdende geldtransporten zorgen

de lidstaten van herkomst ervoor dat de in deze verordening vastgestelde regels worden nageleefd,

onder meer via willekeurige controles zonder voorafgaande kennisgeving aan de onderneming.

Dergelijke controles mogen ook door de lidstaten van ontvangst worden verricht.

 

Artikel 22

Sancties

  • 1. 

    Indien de bevoegde nationale instanties een inbreuk vaststellen op een van de voorwaarden

waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend geldtransport is verleend, kan de

vergunningverlenende autoriteit de betrokken onderneming een waarschuwing geven, een

boete opleggen, de vergunning opschorten voor een periode van twee weken tot twee

maanden of de vergunning volledig intrekken, naargelang de aard of de ernst van de

inbreuk. De vergunningverlenende autoriteit kan de betrokken onderneming ook voor een

periode van maximaal vijf jaar verbieden een nieuwe vergunning aan te vragen.

  • 2. 

    De lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst brengt de bevoegde nationale

instanties van de lidstaat van herkomst op de hoogte van alle inbreuken op deze

verordening, met inbegrip van inbreuken op de nationale regels zoals bedoeld in de

artikelen 8 en 9, waarna deze beslissen over een passende sanctie. Daarnaast kan de lidstaat

van doorvoer of de lidstaat van ontvangst een boete opleggen in het geval van een inbreuk

op de nationale regels zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, of van de toepasselijke

vervoersregelingen zoals bedoeld in artikel 13.Zij kan ook verbieden dat leden van het

bewakingspersoneel van geldtransporten die zich aan dergelijke inbreuken schuldig hebben

gemaakt, grensoverschrijdend transport van contanten op hun grondgebied uitvoeren als de

inbreuk hun toegerekend kan worden.

 

  • 3. 

    In de onderstaande gevallen kan de lidstaat van doorvoer of de lidstaat van ontvangst het

recht van een geldtransportbedrijf om transport van eurocontanten over de weg op zijn

grondgebied te verrichten voor een maximumperiode van twee maanden opschorten, in

afwachting van een beslissing van de vergunningverlenende autoriteit van de lidstaat van

herkomst die binnen diezelfde periode haar besluit neemt:

  • a) 

    het geldtransportbedrijf heeft de bepalingen van deze verordening betreffende het

minimumaantal bewakingspersoneel van geldtransporten per geldtransportvoertuig

of betreffende het dragen van wapens niet nageleefd;

  • b) 

    het geldtransportbedrijf verricht zijn transportactiviteiten op een wijze die gevaar

oplevert voor de openbare orde; of

  • c) 

    het geldtransportbedrijf heeft herhaalde inbreuken op deze verordening gepleegd.

  • 4. 

    De lidstaat die de professionele wapenvergunning of toelating heeft verstrekt, kan het

bewakingspersoneel van geldtransporten sancties opleggen overeenkomstig zijn nationale

regels in het geval van overtreding van zijn nationale wapenwetgeving.

  • 5. 

    De sancties zijn evenredig aan de ernst van de inbreuk.

 

Artikel 23

Veiligheidsmaatregelen in noodsituaties

  • 1. 

    Een lidstaat kan, in geval van een dringend probleem dat de veiligheid van geldtransporten

aanzienlijk in het gedrang brengt, beslissen tijdelijke beveiligingsmaatregelen in te voeren

die verder gaan dan die waarin deze verordening voorziet. Die tijdelijke maatregelen zijn

van toepassing op alle geldtransporten, op het gehele nationale grondgebied of een deel

daarvan, gelden voor een maximumperiode van vier weken en worden onmiddellijk aan de

Commissie gemeld. De Commissie draagt zorg voor een spoedige openbaarmaking ervan

via de passende kanalen.

  • 2. 

    Een verlenging van de in lid 1 bedoelde tijdelijke maatregelen na de periode van vier

weken is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring door de Commissie.

De Commissie beslist binnen 72 uur na ontvangst van een verzoek of zij dergelijke

voorafgaande goedkeuring verleent.

 

Artikel 24

Verloning van bewakingspersoneel van geldtransporten

dat grensoverschrijdend transport verricht

Aan bewakingspersoneel van geldtransporten dat grensoverschrijdend transport verricht

overeenkomstig deze verordening, worden de relevante minimumlonen, inclusief vergoedingen

voor overwerk, in de lidstaat van ontvangst gegarandeerd, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder c),

van Richtlijn 96/71/EG. Indien de relevante minimumlonen in de lidstaat van ontvangst hoger zijn

dan het loon dat aan de werknemer in de lidstaat van herkomst wordt betaald, gelden de relevante

minimumlonen van de lidstaat van ontvangst, inclusief vergoedingen voor overwerk, voor de

volledige werkdag. Indien het transport gedurende dezelfde dag in meer dan één lidstaat van

ontvangst wordt verricht en meer dan één van die lidstaten hogere relevante minimumlonen heeft

dan het loon dat van toepassing is in de lidstaat van herkomst, dan geldt het hoogste van deze

minimumlonen, inclusief vergoedingen voor overwerk, voor de volledige werkdag.

Als echter uit contracten, regelgeving, bestuursrechtelijke bepalingen of praktische regelingen volgt

dat een werknemer van een geldtransportbedrijf in een kalenderjaar gedurende meer dan

100 werkdagen, of delen daarvan, grensoverschrijdend transport in een andere lidstaat verricht, zijn

de arbeidsvoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 96/71/EG volledig van toepassing voor alle

werkdagen die in dat kalenderjaar volledig of gedeeltelijk in deze lidstaat van ontvangst zijn

doorgebracht.

Met het oog op het vaststellen van de relevante arbeidsvoorwaarden is artikel 4 van Richt-

lijn 96/71/EG van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 25

Comité voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten

  • 1. 

    Er wordt een comité voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten opgericht. Dit

wordt voorgezeten door de Commissie en is samengesteld uit twee vertegenwoordigers per

deelnemende lidstaat, alsook uit twee vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank.

  • 2. 

    Het comité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen om standpunten uit te wisselen over de

tenuitvoerlegging van deze verordening. Met het oog hierop zal het de belanghebbenden in

de sector, met inbegrip van de sociale partners, raadplegen en hun standpunten waar

passend in aanmerking nemen. Het comité zal geraadpleegd worden bij de voorbereiding

van de in artikel 26 bedoelde evaluatie.

 

Artikel 26

Evaluatie

De Commissie brengt bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging

van deze verordening uiterlijk ... en vervolgens om de vijf jaar. Hiertoe zal zij in overleg treden

met de belanghebbenden in de sector, met inbegrip van de sociale partners, en vervolgens met de

lidstaten. In het verslag wordt in het bijzonder de mogelijkheid onderzocht om gemeenschappelijke

opleidingsvereisten vast te stellen voor het dragen van wapens door bewakingspersoneel van

geldtransport en om artikel 24 in het licht van Richtlijn 96/71/EG te wijzigen, wordt terdege

rekening gehouden met technologische vooruitgang op het gebied van intelligente systemen voor de

neutralisatie van bankbiljetten, wordt bekeken wat de potentiële toegevoegde waarde is van het op

groepsbasis toekennen van uniale vergunningen voor grensoverschrijdende geldtransporten en

wordt nagegaan of deze verordening dienovereenkomstig moet worden herzien.

Artikel 27

Wijzigingen van technische voorschriften

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 28 gedelegeerde handelingen vast te stellen met

betrekking tot wijzigingen van bijlage II en van de technische voorschriften betreffende de normen

voor de bepantsering van geldtransportvoertuigen en voor de kogelwerende vesten bedoeld in de

artikelen 16, 17, 18 en 20, en de brandkasten voor wapens bedoeld in artikel 6, lid 2, teneinde deze

aan te passen aan de technologische vooruitgang en mogelijke nieuwe Europese normen.

PB: gelieve de datum in te voegen : 4 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.

 

Artikel 28

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

  • 1. 

    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie

verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

  • 2. 

    De in artikel 27 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor

onbepaalde tijd met ingang van ...

*

.

  • 3. 

    De in artikel 27 verleende bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees

Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan

de delegatie van de bevoegdheid die in het besluit wordt vermeld. Het besluit wordt van

kracht op de dag volgend op de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese

Unie of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van

kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

  • 4. 

    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement

en de Raad daarvan tegelijk in kennis.

  • 5. 

    Een gedelegeerde handeling die in overeenstemming met artikel 27 is vastgesteld, treedt

pas in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie

maanden na de kennisgeving ervan aan het Europees Parlement en de Raad geen bezwaar

heeft gemaakt of indien het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van deze

termijn de Commissie ervan in kennis hebben gesteld dat zij geen bezwaar wensen te

maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze periode met drie

maanden verlengd.

*

PB: datum van inwerkingtreding van deze verordening invullen.

 

Artikel 29

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking twaalf maanden na de bekendmaking ervan in het

Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten

overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

 

BIJLAGE I

MODEL VOOR EEN VERGUNNING VOOR GRENSOVERSCHRIJDEND GELDTRANSPORT

EUROPESE UNIE Pantone roze 176, formaat DIN A4-cellulosepapier, 100g/m2 of meer) (Eerste blad van de vergunning)

(Tekst in (een van) de officiële EU-ta(a)l(en) die een officiële taal/officiële talen is/zijn van de lidstaat die de vergunning afgeeft)

Kenteken (1) van de lidstaat die de Naam van de vergunningverlenende vergunning afgeeft autoriteit

VERGUNNING Nr. ...

(of) GEWAARMERKT AFSCHRIFT Nr. ... voor professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg

Deze vergunning machtigt (2) ................................................................................................................................................ ................................................................................................................................................ tot het verrichten van professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg, voor reizen of gedeelten van reizen op het grondgebied van de Unie, als omschreven in Verordening (EU) nr. .../2011

van het Europees Parlement en de Raad van ...

betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone

[[note: (3)]]

en in Verordening (EU) nr. .../2011 van de Raad van ...

betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. .../2011* van het Europees Parlement en

de Raad

(4) , en in overeenstemming met de algemene bepalingen van deze vergunning. Bijzondere opmerkingen: .......................................................................................................................................... Deze vergunning is geldig voor een periode van vijf jaar, van ... tot ... Afgegeven te ..., op ... ................................................ (5)

__________

[[note: (1) De kentekens van de lidstaten zijn: (BE) België, (BG) Bulgarije, (CZ) Tsjechië, (DK) Denemarken, (DE) Duitsland, (EE) Estland, (IE) Ierland, (EL) Griekenland, (ES) Spanje, (FR) Frankrijk, (IT) Italië, (CY) Cyprus, (LV) Letland, (LT) Litouwen, (LU) Luxemburg, (HU) Hongarije, (MT) Malta, (NL) Nederland, (AT) Oostenrijk, (PL) Polen, (PT) Portugal, (RO) Roemenië, (SI) Slovenië, (SK) Slowakije, (FI) Finland, (SE) Zweden, (UK) Verenigd Koninkrijk.]]

[[note: (2) Naam of handelsnaam en volledig adres van het geldtransportbedrijf.]]

[[note: (3) PB ...]]

[[note: (4) PB ...]]

[[note: (5) Handtekening en stempel van de vergunningverlenende autoriteit.]]

-

PB: gelieve het nummer van deze verordening in te voegen.

-

PB: gelieve de datum van deze verordening in te voegen.

-

PB: gelieve de referentie van de bekendmaking van deze verordening in te voegen.

-

PB: gelieve het nummer en de datum van de verordening vervat in doc. 17787/10 in te voegen.

PB: gelieve de referentie van de bekendmaking van de verordening vervat in doc. 17787/10 in te voegen.

(Tweede blad van de vergunning)

(Tekst in (een van) de officiële EU-ta(a)l(en) die een officiële taal/officiële talen is/zijn

van de lidstaat die de vergunning afgeeft)

ALGEMENE BEPALINGEN

Deze vergunning wordt afgegeven uit hoofde van Verordening (EU) nr. .../2011

.

Deze vergunning machtigt de houder ervan tot het verrichten van professioneel grensoverschrijdend

transport van eurocontanten over de weg zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. .../2011*, voor

reizen of gedeelten van reizen op het grondgebied van de lidstaten die onder Verordening (EU)

nr. .../2011* vallen, onder de in deze vergunning gestelde voorwaarden.

Deze vergunning is alleen geldig voor de houder ervan en niet overdraagbaar.

Het origineel van deze vergunning moet door het geldtransportbedrijf bewaard worden.

Een gecertificeerd exemplaar van deze vergunning moet zich in het geldtransportvoertuig bevinden.

Het origineel of een gecertificeerd exemplaar van deze vergunning moet op verzoek van iedere met

de controle belaste persoon worden getoond.

Onverminderd de bepalingen van Verordening (EU) nr. .../2011* is de houder verplicht de op het

grondgebied van elke lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, met name op

het gebied van transport en verkeer, in acht te nemen.

PB: gelieve het nummer van deze verordening in te voegen.

 

BIJLAGE II

INTELLIGENT SYSTEEM VOOR DE NEUTRALISATIE VAN BANKBILJETTEN (IBNS)

I. Definities en algemene bepalingen

Een IBNS kan ofwel bankbiljetten bevatten (verpakt of onverpakt), ofwel een of meerdere cassettes

van geldverdeelautomaten of andere soorten geldautomaten.

Een IBNS moet in een deelnemende lidstaat zijn gehomologeerd om voor grensoverschrijdend

transport van eurocontanten krachtens deze verordening te kunnen worden gebruikt. De

homologatie vindt plaats overeenkomstig een bestaande Europese specifieke norm. Zolang een

dergelijke norm nog niet bestaat, vindt de homologatie overeenkomstig deze bijlage plaats.

 

II. Goedkeuringsprocedure voor IBNS

  • a) 

    Om te worden gehomologeerd, dient het IBNS verschillende tests te hebben doorstaan in

een door een deelnemende lidstaat goedgekeurd of erkend testlaboratorium. Het dient

daarnaast vergezeld te gaan van gebruiksinstructies met de procedures en de modaliteiten

voor de werking ervan die waarborgen dat de bankbiljetten worden vernietigd of

geneutraliseerd.

Deze tests moeten het mogelijk maken om vast te stellen dat de volgende technische

kenmerken van het intelligente systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten toereikend

zijn:

  • i) 

    Belangrijkste vereiste functies van het monitoringsysteem

  • voortdurende bewaking en registratie van de instructies met betrekking tot de

voorwaarden voor toegang tot, en gebruik van, het IBNS;

  • voordurende controle op de naleving van deze instructies en detectie van

afwijkende situaties;

  • automatische en onmiddellijke neutralisatie van de bankbiljetten in het geval

van niet-naleving van de instructies, detectie van afwijkende situaties of het

openen van de container buiten de voorgeprogrammeerde periodes en/of

locaties.

 

  • ii) 

    Locatie waar het monitoringsysteem geprogrammeerd mag worden en invloed van

veiligheidspersoneel op de werking van het IBNS

Een IBNS mag alleen in een beveiligde zone geprogrammeerd worden. Een

end-to-end IBNS mag alleen in een beveiligde locatie geprogrammeerd worden.

Het bewakingspersoneel van geldtransporten mag op geen enkele manier in staat zijn

de werking van het intelligente neutralisatiesysteem buiten de voorgeprogrammeerde

periodes en/of locaties te beïnvloeden. Indien er echter een tijdvertragingsysteem

voor het in gang zetten van de neutralisatie aanwezig is, mag het bewakingspersoneel

van geldtransporten de tijdvertraging eenmaal opnieuw in werking stellen.

  • iii) 

    Locatie waar het IBNS geopend mag worden (voor end-to-end IBNS)

Een IBNS mag alleen in de voorgeprogrammeerde bestemmingen geopend worden.

  • b) 

    Het IBNS wordt om de vijf jaar opnieuw getest, zelfs indien de nationale goedkeuring voor

een onbeperkte periode is verleend. Indien de resultaten van de nieuwe tests niet

overtuigend zijn, komt de homologatie voor grensoverschrijdend transport krachtens deze

verordening te vervallen.

  • c) 

    Om de tests te doorstaan, moet bij de uitvoering van de tests een van de volgende

resultaten worden bereikt:

  • het was niet mogelijk toegang tot de bankbiljetten te verkrijgen en er was geen

schade aan het IBNS, waarvan het mechanisme bleef functioneren; of

  • het IBNS werd beschadigd, maar het was niet mogelijk toegang tot de bankbiljetten

te verkrijgen zonder het neutralisatiemechanisme in werking te doen treden.

 

III. Testprocedures

De methode die gebruikt wordt om de tests uit te voeren en de normen die bepalen welke resultaten

de geteste systemen moeten bereiken, zijn in deze bijlage vastgesteld. Er mogen echter op nationaal

niveau wijzigingen worden aangebracht om de methode en normen aan te passen aan bestaande

testprotocollen die door de laboratoria in elk van de lidstaten worden gevolgd. Met het oog op de

homologatie van het IBNS moet de producent van het IBNS ervoor zorgen dat de resultaten van de

testprocedures in deze bijlage aan de goedkeurende autoriteiten worden overgelegd.

  • a) 

    Test om de bestendigheid van het IBNS tegen verschillende overvalscenario's te meten

Van de verschillende tests die overvalscenario's simuleren, moeten de lidstaten er zes uitvoeren; de

andere mogen ook worden uitgevoerd, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels.

 

Het IBNS moet elk van de uitgevoerde tests doorstaan in de zin van punt II, onder c).

  • verplichte tests:

1 onderbreken van de stroomtoevoer;

2 de container openbreken;

3 de container met verwoestende middelen openen (bv. moker);

4 snel snijden ("planosnijden");

5 onderdompeling in vloeistof;

6 geleidelijke en onmiddellijke blootstelling aan extreme (hoge en lage) temperaturen:

bv. koelen in vloeibare stikstof en verhitten in een voorverwarmde oven.

  • aanbevolen tests die eveneens uitgevoerd kunnen worden:

7 weerstand tegen vuurwapens (bv. met kaliber 12 patronen);

8 gebruik van chemicaliën;

9 vrije val;

10 blootstelling aan substantiële elektromagnetische pieken;

11 blootstelling aan substantiële elektrostatische pieken.

 

  • b) 

    Doeltreffendheid van de neutralisatie van bankbiljetten

Bij het neutralisatieproces wordt momenteel gebruik gemaakt van beschadiging door inktvlekken,

chemische vernietiging en pyrotechnische vernietiging. Aangezien zich technologische

ontwikkelingen kunnen voordoen, is de lijst van gebruikte processen niet uitputtend en uitsluitend

indicatief.

Na iedere ongeoorloofde poging om via de verschillende methoden toegang tot de bankbiljetten te

krijgen, moeten de bankbiljetten ofwel vernietigd worden ofwel bevlekt worden met inkt. Er dienen

minimaal drie tests te worden uitgevoerd.

100% van de bankbiljetten moet definitief geneutraliseerd zijn. Bovendien moet het voor iedere

houder van de bankbiljetten duidelijk zijn dat zij geneutraliseerd zijn.

Minimaal 10% van de oppervlakte aan beide zijden van ieder bankbiljet moet bevlekt zijn indien de

bankbiljetten zich in veiligheidszakken bevinden. Indien de bankbiljetten zich niet in

veiligheidszakken bevinden, moet minimaal 20% van de oppervlakte aan beide zijden van ieder

bankbiljet bevlekt zijn. Voor vernietigingssystemen, moet in beide gevallen minimaal 20% van de

oppervlakte van ieder bankbiljet vernietigd zijn.

  • c) 

    Inhoud van de tests om de bestendigheid van de bankbiljetten tegen reiniging te meten

voor IBNS die gebruik maken van inkt

Voor een dergelijke "reiniging" moet gebruik worden gemaakt van verschillende producten of

combinaties van producten. Er moet voor verschillende scenario's worden gezorgd zodat de

temperatuur en duur van de reiniging gevarieerd wordt. Er moeten twee procedures voor deze

reinigingstests worden gevolgd:

  • de reiniging dient onmiddellijk nadat de bankbiljetten bevlekt zijn, uitgevoerd te worden;

en

  • de reiniging dient 24 uur nadat de bankbiljetten bevlekt zijn, uitgevoerd te worden.

 

Deze tests dienen te worden uitgevoerd op een representatieve steekproef van echte bankbiljetten

die in de eurozone worden gebruikt.

Eén van de volgende resultaten moet aan het eind van deze tests worden bereikt:

  • de reiniging leidt tot de vernietiging van de bankbiljetten;

  • na de reiniging is er op ten minste 10% van de oppervlakte van ieder bankbiljet nog inkt

zichtbaar (dichtheidstest van de gebruikte inkt);

  • de reiniging resulteert in aantasting van zowel de originele kleuren van de bankbiljetten,

als van de echtheidskenmerken van de bankbiljetten.

IV. Veiligheidsgaranties voor de gebruikte systemen

Chemische stoffen die vrijkomen uit IBNS om de bankbiljetten te neutraliseren, kunnen onder-

worpen zijn aan Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van

18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten

aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor

chemische stoffen

1

. Die verordening ziet op risico's voor de gezondheid van de mens en het milieu

van stoffen die als zodanig, in een mengsel of in een voorwerp worden vervaardigd, ingevoerd of

gebruikt.

1

PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

 

Om homologatie voor het IBNS te verkrijgen, dient de fabrikant na te gaan of er stoffen in zijn

producten zijn verwerkt die hij dient te registreren of te melden en of hij zijn klanten dient te

informeren over veilig gebruik. De fabrikant kan ook wettelijke verplichtingen hebben die

voortvloeien uit het feit dat deze stoffen op de kandidaatslijst van zeer zorgwekkende stoffen zijn

geplaatst of op de lijst van vergunningsplichtige stoffen in Verordening (EG) nr. 1907/2006. Deze

verplichtingen hebben niet alleen betrekking op de vermelde stoffen als zodanig of in mengsels,

maar ook op de verwerking ervan in voorwerpen.

De fabrikant van het IBNS moet aan de goedkeurende autoriteit van de lidstaat een certificaat

verstrekken dat de resultaten van deze controle en een lijst van de stoffen of bestanddelen die

gebruikt worden voor de vernietiging of neutralisatie van de bankbiljetten bevat en attesteert dat zij

geen ernstig risico voor de gezondheid vormen in het geval van inademing door of contact met de

huid van het bewakingspersoneel van geldtransporten of het personeel van de nationale centrale

banken. Het certificaat bevat daarnaast eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen. De goedkeurende

autoriteit doet het certificaat toekomen aan de nationale centrale banken van de deelnemende

lidstaten met betrekking tot het door haar gehomologeerde IBNS.

Hiertoe kan het certificaat een analyse bevatten van de risico's van blootstelling aan de chemicaliën,

dat wil zeggen de maximaal toegestane duur van de blootstelling voor een te bepalen hoeveelheid

chemicaliën.

 

BIJLAGE III

PICTOGRAMMEN VOOR INTELLIGENTE SYSTEMEN VOOR DE NEUTRALISATIE VAN

BANKBILJETTEN

Pictogram voor geldtransportvoertuigen uitgerust met een IBNS

Pictogram voor containers voor bankbiljetten die zijn uitgerust met een IBNS

 

BIJLAGE IV

PICTOGRAM VOOR GELDTRANSPORTVOERTUIGEN DIE ALLEEN MUNTSTUKKEN

VERVOEREN

 

BIJLAGE V

BEPANTSERINGSSPECIFICATIES

De minimumbepantseringsvereiste bedoeld in afdeling 2 van deze verordening houdt in dat de

bepantsering van het geldtransportvoertuig in staat is te weerstaan aan schoten van een vuurwapen

type Kalashnikov, kaliber 7,62 mm x 39 mm afgevuurd met munitie met een stalen huls en een

ijzeren kern, met een massa van 7,97 gram (+/- 0,1 gram) met een snelheid van tenminste

700 meter/seconde vanaf een afstand van 10 meter (+/- 0,5 meter).

 

BIJLAGE VI

MINIMUMVEREISTEN VOOR DE INITIATIEOPLEIDING VOOR BEWAKINGSPERSONEEL

VAN GELDTRANSPORTEN DAT GRENSOVERSCHRIJDEND TRANSPORT VAN

EUROCONTANTEN VERRICHT

Personeel voor geldtransporten dat deelneemt aan professioneel grensoverschrijdend transport van

eurocontanten over de weg tussen lidstaten in de eurozone, moet:

  • 1) 

    ten minste de passende initiatieopleiding volledig volgen en voltooien, waarin wordt

voorzien door de nationale referentieregelgeving en/of de relevante collectieve

arbeidsovereenkomsten of - bij gebrek daaraan - de opleidingscursussen van de nationale

geldtransport-/beveiligingsorganisatie of de interne opleidingscursussen van het bedrijf;

  • 2) 

    de examens na deze initiatieopleiding of iedere andere procedures met het oog op het

testen van de leerstof, met succes afleggen;

  • 3) 

    de aanvullende en verplichte opleidingsmodule zoals opgenomen in deze bijlage volledig

volgen en voltooien; deze module omvat ten minste:

  • procedures voor grensoverschrijdend geldtransport;

  • uniaal recht inzake geldtransport;

  • het toepasselijke nationale recht inzake geldtransport van de lidstaten van doorvoer

en de lidstaten van ontvangst;

 

  • verkeersregels voor geldtransport in de lidstaten van doorvoer en de lidstaten van

ontvangst (met inbegrip van het recht van geldtransportvoertuigen om specifieke

rijbanen te gebruiken);

  • nationale veiligheidsprotocollen bij overvallen in de lidstaat van doorvoer en de

lidstaat van ontvangst;

  • procedures voor de organisatie en het beheer van geldstransport dat beveiligd wordt

door een IBNS van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst;

  • toepasselijke nationale beheerprocedures, -voorschriften en -regelgeving van de

lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst;

  • nationale noodprotocollen van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van ontvangst

in geval van pech, een verkeersongeval, of technische of mechanische storing in de

apparatuur of het voertuig voor het geldtransport;

  • nationale administratieve procedures en bedrijfsregels binnen de lidstaat van

doorvoer en de lidstaat van ontvangst inzake de communicatie met het controle-

centrum enz. van alle lidstaten van doorvoer en alle lidstaten van ontvangst;

 

  • informatie en training op het gebied van samenwerking en passende protocollen met

nationale, regionale en lokale politiediensten, ook met betrekking tot controles van

geldtransportvoertuigen en bewakingspersoneel van geldtransporten;

  • toepasselijk nationaal en uniaal recht en/of toepasselijke collectieve arbeids-

overeenkomsten inzake werktijden, aantal noodzakelijke pauzes, arbeids-

omstandigheden en toepasselijke lonen;

  • toepasselijk nationaal en uniaal recht en/of toepasselijke bepalingen van een

collectieve arbeidsovereenkomst inzake rustperiodes voor bewakingspersoneel van

geldtransporten: wanneer noodzakelijk, hoe vaak, duur van iedere pauze, beveiligde

locatie, communicatie met controlecentra enz.;

  • toepasselijke veiligheidsvoorschriften voor afleveringen/ophalingen (beveiligde

locatie, stoeprisicobeheer enz.);

  • het toepasselijke nationale recht inzake het gebruik en de opslag van wapens;

  • offensieve en defensieve rijtechnieken;

  • relevante opleiding in het gebruik van gps-, telefoon- en andere technische

apparatuur/systemen die gebruikt worden bij grensoverschrijdend geldtransport;

 

  • nationale regelgeving op het gebied van gezondheid en veiligheid in de lidstaten van

doorvoer en de lidstaten van ontvangst, die relevant is voor werknemers die

waardevolle zaken vervoeren en met grote voertuigen over de weg reizen, en

protocollen in geval van letsel of ziekte van werknemers;

  • EHBO-cursus.

De opleiding dient daarnaast de volgende onderdelen te omvatten:

  • preventieve en corrigerende maatregelen op het gebied van stressbeheersing en geweld van

derden;

  • risicobeoordeling op het werk;

  • taaltraining voor zover noodzakelijk om aan de in artikel 5, lid 2, vermelde taalvereisten te

voldoen.

 

BIJLAGE VII

GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES REFERENTIEKADER VOOR TALEN VAN DE RAAD

VAN EUROPA: NIVEAUS

Gebruiker B1: Kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitgesproken standaardtaal

wordt gesproken over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school, in de

vrije tijd enz. Kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied

waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige samenhangende tekst schrijven over

onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Kan ervaringen en gebeurtenissen,

dromen, verwachtingen en ambities beschrijven en in het kort redenen geven voor meningen en

plannen.

Gebruiker A1: Kan bekende dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen begrijpen en gebruiken die

erop gericht zijn aan behoeften van concrete aard te voldoen. Kan zichzelf en anderen voorstellen

en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke zaken zoals waar hij/zij woont, mensen

die hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit. Kan op een eenvoudige manier communiceren mits de

andere persoon langzaam praat en bereid is te helpen.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie