In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Leon Frissen, tot voor kort gouverneur van Limburg.
Wat deed u hiervoor?
Hiervoor was ik achtereenvolgens lid van de Tweede Kamer, burgemeester van Arcen en Velden en ten slotte burgemeester van Horst aan de Maas.
Vindt u dat de Nederlandse provincies voldoende inbreng hebben op de vorming van beleid in Brussel?
Den Haag ligt voor ons vanuit Maastricht verder weg dan Brussel. Het ligt dus voor de hand dat wij geregeld in Brussel te vinden zijn om onze belangen te behartigen. Daarnaast ben ik lid van het Comité van de Regio's. Dat Comité werd ingesteld door het Verdrag van Maastricht en is binnen de Europese Unie de spreekbuis van de lokale en regionale overheden. Veel van de EU-wetgeving wordt op decentraal niveau uitgevoerd en via het Comité worden vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden bij de totstandkoming van nieuwe communautaire wetgeving betrokken.
In welk opzicht is de Europese Unie van belang voor de Nederlandse provincies?
Wat mij betreft is de blik onverminderd gericht op de buitenwereld. Verstoppen achter de eigen heuvels en dijken is geen optie. Ook in Nederland, net als in Limburg, zijn de mensen sneller geneigd om lokaler te gaan denken, te handelen en te praten. Intussen is er sprake van een verdergaande internationalisering en globalisering, een beweging die je moet volgen en in de gaten moet houden. Natuurlijk is het moeilijk om een balans te vinden tussen het ene, het lokale, en het andere, het internationale en het Europese, maar wie Europa en de internationalisering blijft ontkennen, ontkent dat de zon 's ochtends opkomt.
Nederland en Limburg kunnen niet kunnen doen alsof Europa er niet toe doet. Een paar voorbeelden: het aantal niet-Nederlandse studenten aan de Universiteit van Maastricht is in de meerderheid. De academische ziekenzorg internationaliseert zo snel dat om bij te blijven het academisch ziekenhuis in Maastricht op onderdelen moet fuseren met het Klinikum in Aken (Duitsland). De ontwikkeling in Roermond van het midden- en kleinbedrijf is enorm, maar wordt vooral gevoed vanuit het Duitse achterland. De ondertunneling van de A2 hier in Maastricht heeft te maken met de internationale ligging van Zuid-Limburg. Het bedrijfsleven, zeker de grote actoren, zijn internationaal georiënteerd.
Tegen deze achtergrond kijk ik met verwondering naar het politiek-bestuurlijke debat in Den Haag en naar het optreden van de Rijksoverheid. Europa is voor 60 tot 70 procent bepalend voor de Limburgse economie. De driehoek Leuven (België)-Eindhoven-Aken is als Brainport een van de belangrijkste innovatieve economische gebieden van de wereld. In onze internationale presentatie en uitstraling moeten we het niet alleen hebben over Rotterdam Seaport en Schiphol Airport maar ook over Brainport.
Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?
Ik zou graag een andere houding zien van Den Haag. Waarom wordt er door de Rijksoverheid zo weinig geïnvesteerd in de zorg? Er komt steeds meer marktwerking in de zorg, dat is een gegeven. Er zijn al tienduizend patiënten die voor zorg naar België gaan, niet omdat het daar per se goedkoper is en sneller gaat maar vanwege kwaliteit en de persoonlijke behandeling. Ziekenhuizen hier klagen daarover omdat ze vanuit Den Haag te weinig middelen krijgen om daar wat aan te doen. In de Randstad en de IJsselmeerziekenhuizen hebben ze van die concurrentie geen last, maar de Rijksoverheid wil dat niet zien. In het onderwijs zijn er 21.000 studenten en leerlingen uit Brabant en Limburg die naar België gaan. Vanuit Duitsland komen studenten hier naar toe. Waarom moet je in Nijmegen studeren terwijl je ook in Leuven goed terecht kan?
Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?
Het belangrijkste is natuurlijk dat we, en daar is Europa prima in geslaagd, vrede en veiligheid behouden. De komende tijd zouden de grenzen echt moeten wegvallen, ze zijn feitelijk en symbolisch weg maar in de praktijk van alledag zijn ze nog storend voor een normale grensoverschrijdende samenwerking met onze directe buren.
Wat ziet u als grootste bedreiging?
De Rijksoverheid moet openstaan voor een verdergaande Europeanisering en globalisering. Ik denk dat ze het bedreigend vinden. De nationale overheid stimuleert dat niet. Dat heeft te maken met lijfsbehoud. De nationale overheid staat op een kruispunt om zelf middenbestuur te worden. Departementen voelen dat, ministers voelen dat ook en dus proberen ze op terreinen als onderwijs en zorg, die nog niet onder Europa vallen, greep te houden.
- Ahmed Aboutaleb
- Bas Belder
- Max van den Berg
- Thijs Berman
- Hans Bienfait
- Anne Bliek
- Harry van Bommel
- Louis Bontes
- Emine Bozkurt
- Bruno Braakhuis
- Jan-Paul Brouwer
- Wim van de Camp
- Clemens Cornielje
- Bas Eickhout
- Peter van Dalen
- Hans Engels
- Derk Jan Eppink
- Chris Fonteijn
- Jan Franssen
- Leon Frissen
- Gerben Jan Gerbrandy
- Hinne Groot
- Lucas Hartong
- Myrthe Hilkens
- Jaap Hoeksma
- Peter Hustinx
- Arie IJzerman
- Alexander Italianer
- Hans Janssen
- Dennis de Jong
- Aginus Kalis
- Klaas Knot
- Henk Kool
- Neelie Kroes
- Jan van Laarhoven
- Cor Lamers
- Esther de Lange
- René van der Linden
- Kartika Liotard
- Barry Madlener
- Hester Maij
- Steven Maijoor
- Toine Manders
- Judith Merkies
- Piet de Vey Mestdagh
- Jan Mulder
- Lambert van Nistelrooij
- Karla Peijs
- Wim Ploeg
- Sacha Prechal
- Alexander Rinnooy Kan
- Roel Robbertsen
- Ton Rombouts
- Herman van Rompuy
- Jan Willem Sap
- Judith Sargentini
- Gerard Schouw
- Martin Schuurmans
- Laurence Stassen
- Kees van der Staaij
- Tineke Strik
- Daniël van der Stoep
- Marien Valstar
- Sophie in’t Veld
- Leen Verbeek
- Gerda Verburg
- Bas Verkerk
- Robert Visser
- Ralph de Vries
- Bernard Wientjes
- Corien Wortmann-Kool
- Marc van der Woude
- Auke Zijlstra
- ZKH Prins Constantijn der Nederlanden
