Europeaan van de week: Tineke Strik

Strik, Mr.Drs. M.H.A.

In deze rubriek krijgt iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week: Tineke Strik, voorzitter van de Eerste Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) en plaatsvervangend lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa.

Waarom hebt u voor de parlementaire commissie Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) van de Eerste Kamer gekozen?

Omdat ik erg geïnteresseerd ben in de Europese Unie en de Raad van Europa, en het nationale parlement mede verantwoordelijk is voor de standpunten die de regering inneemt op Europees niveau. De besluiten van de Europese Unie raken de Nederlandse wetgeving en de samenleving op bijna alle terreinen. Het parlement is dé plek om de Nederlandse positie te bepalen ten opzichte van deze besluiten. Als we burgers willen betrekken en zo het draagvlak voor Europese samenwerking willen versterken, moeten we het debat ook in Den Haag voeren, en niet alleen in Brussel.

Ik ben lid van de Nederlandse delegatie voor de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, en via de commissie ESO kan ik de activiteiten van deze vergadering onder de aandacht brengen van de Kamer. De resoluties en aanbevelingen van de Raad van Europa gaan pas echt leven als nationale parlementen ze betrekken in hun dagelijkse werk.

Wat deed u hiervoor?

Naast de Eerste Kamer ben ik universitair docent aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit. Mijn proefschrift behandelde de totstandkoming van de Europese gezinsherenigingsrichtlijn en de procedurerichtlijn en hun effecten op nationaal niveau. Nu deze regering meent de richtlijnen op dit terrein gemakkelijk te kunnen wijzigen, komt deze kennis goed van pas. Naast onderzoek maken wij via onderwijs de rechtspraktijk meer vertrouwd met de gevolgen van het Europese migratierecht. Daarvoor was ik onder andere wethouder van Wageningen, beleidscoördinator internationale zaken bij het ministerie van Justitie en beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks.

Waarom zijn Europese Zaken zo belangrijk voor de Eerste Kamer?

Als medewetgever behandelt de Eerste Kamer veel implementatiewetgeving van Europese richtlijnen of andere instrumenten. Als wij onze medewetgevende taak vorm willen geven, dan zullen we bij het voorbereidingstraject van deze Europese wetgeving actief betrokken moeten zijn. Achteraf kun je namelijk niet anders dan instemmen, omdat Nederland (anders dan bij verdragen) zich in Brussel al gebonden heeft. Waar de Eerste Kamer bij een Nederlandse wet in formele zin altijd pas aan zet is wanneer het wetgevingstraject in de Tweede Kamer is afgerond, is deze volgorde niet mogelijk bij Europese wetgeving. De Senaat houdt zich daarom tegelijkertijd met de Tweede Kamer bezig met de Europese onderhandelingen over wetgeving. Wel legt de Eerste Kamer andere, minder politiek gemotiveerde, accenten dan de Tweede Kamer, zoals de toets aan verdragen, onze grondwet en Unierecht en de inpasbaarheid van een richtlijn in ons hele wetgevingssysteem.

Verder past het ook bij de Eerste Kamer om betrokken te zijn bij de institutionele ontwikkelingen van de Europese Unie en de hoofdlijnen van bijvoorbeeld het economische en monetaire en het buitenlandse beleid. Omdat het Europese beleid zoveel beleidsterreinen raakt, volgt elke vakcommissie actief wat er op haar gebied in Brussel wordt besproken.

Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?

Dat de Europese politiek nog meer beschouwd en behandeld wordt als een binnenlandse aangelegenheid, en dat daardoor een brug kan worden geslagen naar burgers in Nederland. Pas als duidelijk is welke keuzes er te maken zijn in Europa, en als daarover levendig wordt gediscussieerd in de parlementen en de media, kan Europa de harten raken van burgers. Met een betere democratische inbedding van de Europese Unie kunnen we eraan bijdragen dat mensen minder onverschillig of verongelijkt staan tegenover Europa.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar? Wat ziet u als de grootste bedreiging?

Ik hoop dat de Europese Unie dan de nodige verdieping en integratie heeft bereikt om écht slagvaardig en samenhangend op te treden. Dat we daarvoor voldoende bevoegdheden hebben overgedragen en ook het Europees Parlement aanzienlijk is versterkt. Dat de kandidaat-lidstaten inmiddels tot de Unie behoren en de lidstaten gelijkwaardig en als democratische rechtsstaten functioneren. Dat we op het internationale podium een factor van belang zijn, zowel in economische als in politieke zin, met een gidsfunctie als het gaat om duurzaamheid en mensenrechten. Dat ook Europeanen ervaren dat hun grondrechten beschermd worden door de Unie, en dat zij invloed kunnen uitoefenen op de Europese koers. De laatste factor is tevens de risicofactor: voor draagvlak voor verdere ontwikkeling van de Unie is betrokkenheid van burgers van groot belang. Dat lukt alleen als politici open en eerlijk zijn en Europa niet als een boeman wegzetten, ook niet als dat electoraal gezien beter uitkomt.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week