Europeaan van de week: Martin Schuurmans

Martin Schuurmans

In deze rubriek krijgt iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Deze week Martin Schuurmans, voorzitter van het bestuur van het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie.

Waarom bent u voorzitter van het bestuur van het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie?

Omdat ik geloof dat Europa een grote achterstand heeft in vergelijking met landen als de Verenigde Staten en China als het gaat om innovatie. Tegelijkertijd heeft Europa een grote potentie om vanuit een heel sterke kennispositie een belangrijke rol op het hoogste niveau te spelen op het gebied van innovatie.

Ik doe het ook omdat ik geloof dat Europa voor mijn kleinkinderen een ´ik ook’-economie zal worden als we als Europa nu niet ingrijpen. Jammer genoeg sluiten veel landen in Europa nog de ogen voor de geweldige sprongen die elders op het gebied van innovatie gemaakt worden. Het gevolg is, dat als we niet opletten, onze (klein-)kinderen straks de topbanen buiten Europa moeten zoeken.

Wat deed u hiervoor? 

Vanaf 1971 was ik 20 jaar wetenschappelijk actief als natuurkundige bij het Philips Natuurkundig Laboratorium, waarvan zes jaar als deeltijd hoogleraar in Delft. In de daarop volgende 20 jaar werkte ik in New York en mocht ik het Philips Natuurkundig Laboratorium leiden. Bovendien was ik de CEO van het Centrum voor Philips Industriële Technologie en was verantwoordelijk voor innovatie in Philips Health Care. Vanaf 1995 was ik ook heel actief voor Philips in China. In 2004 heb ik voor pensionering van Philips gekozen om daarna nog een Biomedische school in China op te richten en te leiden. In die periode werd ik door belangenorganisaties in Europa gevraagd of ik kandidaat voor het EIT-bestuur wilde zijn.

Waarom speelt het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie volgens u een belangrijke rol in het bevorderen van duurzame groei?

Kennis is overmatig aanwezig in Europa, maar we denken erg eenzijdig als het gaat om het omzetten van die kennis in nieuwe producten en diensten. Een voorbeeld hiervan is het feit dat de helft van de Nobelprijzen in de biomedische wetenschap naar Europa gaat, maar we op het gebied van biomedische innovatie ver achter lopen op Amerika. Naast een lager investeringsniveau in nieuwe bedrijven hangt men in Europa nog erg aan het oude idee van de lineaire innovatieketen. Dit betekent dat er eerst onderzoek gedaan wordt, op de tweede plaats ontwikkeling komt en vervolgens pas de producten. China en Amerika tonen aan dat het heel anders kan en moet.

Voorbeelden hiervan zijn de op sociale websites gebaseerde nieuwe bedrijven. Veel meer dan vroeger kan innovatie niet alleen uit onderzoek maar ook uit educatie en uit ontwikkeling binnen bedrijven komen en gebeurt dat helemaal niet meer via een lineaire keten. Bovendien kent innovatie vandaag de dag vele vormen: kostengedreven, ontwerpgedreven, gebruikergedreven, kopiegedreven, socialenetwerkengedreven en technologiegedreven innovatie om maar enkele voorbeelden te noemen.

Het EIT heeft in Europa zestien innovatiecentra opgezet bestaande uit toonaangevende business-, onderzoeks- en onderwijsinstituten. Wij denken dat binnen enkele jaren één of enkele van die centra kan uitgroeien tot een innovatiecentrum op wereldniveau als Stanford in Amerika of Bangalore in India. Ondernemerschap op het gebied van onderzoek, onderwijs en het bedrijfsleven moet de belangrijkste drijfveer zijn voor innovatie. Vooral het onderwijs zal veel meer nadruk moeten leggen op het opleiden van ondernemers in plaats van werknemers. Dit kan overigens prima in samenhang met bijvoorbeeld een technische opleiding.

Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?

Het opzetten van het EIT is een idee geweest van voorzitter Barroso van de Europese Commissie. Het heeft 4 jaar geduurd voordat er politieke wil was om het EIT op te richten. Daarna heeft het EIT in circa twee jaar tijd drie innovatiegemeenschappen en de daarbij behorende centra in Europa opgezet. Het EIT werkt vooral als katalysator waarbij we gebruik maken van een uitermate bescheiden budget van slechts 309 miljoen euro. Ik hoop dat het EIT in de nieuwe periode van 2014-2020 in de EU nu echt serieus genomen zal worden en een passend budget van enkele miljarden euro's zal krijgen zodat investeringen mogelijk worden die een echte impact hebben. Bovendien hoop ik dat de innovatiegemeenschappen die we opgezet hebben aanzienlijke resultaten op het gebied van innovatie zullen laten zien die kernen worden voor nieuwe banengroei in Europa. Alleen dan kun je van succes spreken!

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar? Wat ziet u als de grootste bedreiging?

Europa dient nu snel een politieke en zakelijke eenheid te worden met zowel één Europees financieel en zakelijk beleid als één markt. Hiervoor heeft Europa maximaal nog tien jaar en zeker geen 25 jaar de tijd. Wanneer dit niet zal lukken, zal zonder enige twijfel Europa door China en Amerika worden ingehaald en een ´ik ook´-economie worden. Als optimist hoop ik van harte dat velen in Europa in de verschillende landen de ogen op tijd open zullen doen. Dit bijvoorbeeld om te ontdekken dat China al vele activiteiten als toegangspoorten in Europese landen opkoopt en innovatie ook in Amerika een ongekende nieuwe vlucht neemt. Facebook en Google zijn hier voorbeelden van. Wat China betreft zou ik er maar niet op wedden dat het daar mis gaat vanwege potentiële sociale onrust, want dit grenst aan zelfgenoegzaamheid. Het gaat er dus niet meer om of een land in Europa zich kan meten met een ander. Het gaat erom dat een verenigd Europa zich blijvend kan meten met de grote economieën die zich blijven ontwikkelen. Onze grootste bedreiging is eigenlijk terug te voeren op de wet van de remmende voorsprong (tot 20 jaar geleden), soms gevoed door kortzichtigheid die ons niet over de grenzen van Europa heen laat kijken!

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week