De economische crisis heeft Spanje hard geraakt. De eens bloeiende vastgoedmarkt is ingestort en er heerst een hoge werkloosheid. Verschillende Spaanse banken zijn in de problemen gekomen en hebben extra kapitaalinjecties nodig.
De situatie zorgde voor politieke instabiliteit en ernstige twijfels over de Spaanse economie op de financiële markten. Daardoor werd het voor de Spaanse regering moeilijker om geld te lenen, juist terwijl dit in tijden van crisis extra nodig is.
In 2012 spraken de ministers van Financiën van de eurolanden af dat Spanje maximaal 100 miljard euro kan krijgen uit de Europese noodfondsen. Op 5 december 2012 ontvangt Spanje 39,5 miljard euro uit het Europese noodfonds ESM om vier genationaliseerde banken te kunnen herkapitaliseren. De steun gaat niet naar de Spaanse overheid, maar naar een fonds voor de Spaanse banken. Dat verdeelt de financiële middelen over de noodlijdende banken. De Spaanse regering is echter wel volledig verantwoordelijk voor de financiële steun.
Op 20 december 2012 stemde het Spaanse parlement in met een impopulair bezuinigingspakket van 39 miljard euro voor 2013.
In mei 2013 kreeg Spanje van de Europese Commissie uitstel tot 2016 om het begrotingstekort terug te dringen tot minder dan drie procent van het bruto binnenlands product. Het land moet onder meer de groeiende tekorten in de sociale voorzieningen aanpakken en de economie drastisch hervormen.
Schuldenplafond
Eind augustus 2011 bereikte de toenmalige regering overeenstemming met de oppositiepartij Partido Popular over het in de grondwet verankeren van een schuldenplafond. Dit gebeurde kort na een oproep van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy aan alle eurolanden. In september 2011 ging de Spaanse senaat akkoord met de wet: vanaf 2020 mag het Spaanse begrotingstekort niet meer dan 0,4 procent van het BNP bedragen.
Belasting voor rijken
Naast de aangekondigde bezuinigingen en het schuldenplafond heeft de Spaanse minister van Economische Zaken Elena Salgado op 15 september 2011 laten weten dat de Spaanse overheid opnieuw een belastingheffing voor rijke mensen zal invoeren. Deze maatregel moet helpen de economische malaise in het land te beëindigen.
Steun aan Spaanse banken
Verschillende Spaanse banken zijn in de problemen gekomen door het uiteenspatten van de Spaanse vastgoedbubbel. Daardoor moest de Spaanse overheid banken nationaliseren en herkapitaliseren. De Europese Commissie heeft in september 2011 ingestemd met de staatssteun voor deze banken.
Bezuinigingspakket
Eind maart 2012 besloot de toenmalige Spaanse regering in 2012 ruim 27 miljard euro te gaan bezuinigen, in een poging het begrotingstekort terug te dringen en de internationale kapitaalmarkt gerust te stellen. Op 20 december 2012 stemt het Spaanse parlement in met een bezuinigingspakket van 39 miljard euro voor 2013.
Begrotingstekort en staatsschuld
Spanje heeft de afgelopen jaren omvangrijke bezuinigingen en belastingverhogingen doorgevoerd in een poging de overheidsfinanciën op orde te krijgen. Door de aanhoudende recessie nemen de belastinginkomsten echter af, waardoor het steeds lastiger wordt de omvang van de schuld terug te dringen.
In 2012 is de staatsschuld van Spanje met 20% gestegen tot 884,4 miljard euro, wat overeenkomt met 84,1% van het bbp. Het is de verwachting van de Spaanse regering dat de staatsschuld in 2013 nog verder zal toenemen naar 90,5%. De Europese regels stellen een limiet van 60% van het bbp. Minister Cristóbal Montoro van Financiën gaf aan dat de stijging van het begrotingstekort wordt veroorzaakt door de staatssteun aan noodlijdende Spaanse banken.
Het Spaanse begrotingstekort is in 2012 gedaald naar 6,7% van het bbp. In 2011 kwam het begrotingstekort nog uit op 8,9% en in 2010 bedroeg dit 9,2% van het bbp.
De Europese Commissie stelde begin juli 2012 voor dat Spanje een jaar extra krijgt om het begrotingstekort terug te dringen tot onder de 3 procent van het bbp. Volgens de Commissie kan Spanje er zelf niet veel aan doen dat de economische situatie nog steeds verslechtert. De Spaanse overheid mag er nu tot 2014 over doen om het begrotingstekort terug te dringen tot de Europese begrotingsnorm.
Echter, volgens plannen die de Spaanse regering 26 april 2013 heeft goedgekeurd, komt het tekort in 2014 uit op 5,5 procent, in 2015 op 4,1 procent en in 2016 op 2,7 procent. Voor dit jaar gaat Madrid uit van een begrotingstekort van 6,3 procent.
Regionaal noodfonds
In juli 2012 werd bekend dat de Spaanse regering een noodfonds van 18 miljard euro voor noodlijdende autonome regio's wil oprichten. Door middel van een lening financiert de Spaanse nationale loterij 6 miljard euro van het fonds, de rest van het bedrag moet uit de staatskas komen. Spanje heeft 17 autonome regio's. Om steun te kunnen ontvangen moet een regio aan strenge eisen voldoen en tekorten verminderen. Verschillende regio's hebben aangeklopt bij het noodfonds van de centrale regering in Madrid.
Hoewel de Spaanse aanpak van de economische crisis van 2008/2009 aanvankelijk succesvol leek, leidde een zwakke economische groei ertoe dat veel bezuinigingen strenger uitpakten dan bedoeld. De werkloosheid groeide hierdoor tot ongeveer 20 procent van de beroepsbevolking, wat grote ontevredenheid tot gevolg had. In de zomer van 2011 kwam het tot protesten op de straten van Madrid en andere Spaanse steden.
De toenmalige premier Zapatero van PSOE (socialistische arbeiderspartij) zag zich gedwongen nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven voor november 2011. PSOE bleef daarbij steken op 29 procent van de stemmen, het slechtste resultaat in de geschiedenis van de partij. Het liberaal-conservatieve/christen-democratische Partido Popular (PP) was met 44 procent van de stemmen de grote winnaar. Vanaf 20 december 2011 heeft Spanje een centrumrechts kabinet geleid door premier Mariano Rajoy Brey.
Eind maart 2012 was het werkloosheidspercentage opgelopen tot 24,4 procent. Op woensdag 23 mei 2012, tijdens de informele Europese top in Brussel, luidde premier Rajoy de noodklok over de hoge rente die het land moet betalen over de staatsleningen. Deze rentebetalingen staan sanering van de overheidsfinanciën en economische groei in de weg. Op het moment dat Rajoy zijn uitspraak deed bedroeg de Spaanse 10-jaars rente 6,5 procent. Een half procent boven het kritieke niveau van 6 procent: een renteniveau boven de 6 procent wordt namelijk door veel economen gezien als onhoudbaar op de lange termijn.
In maart 2013 wordt bekend dat de Spaanse economie in 2013 net zo sterk zal krimpen als in 2012. Het bruto binnenlands product gaat met 1,5% achteruit, terwijl wordt voorspeld dat de werkloosheid zal oplopen tot 27,1%.
Economische indicatoren
Indicator |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begrotingstekort/-overschot overheid |
+1,3% |
+2,4% |
+1,9% |
-4,5% |
-11,2% |
-9,7% |
-9,4% |
-10,6% |
Hoogte staatsschuld als % van bbp |
43,2% |
39,7% |
36,3% |
40,2% |
53,9% |
61,5% |
69,3% |
84,2% |
Gemiddelde werkloosheid |
9,2% |
8,5% |
8,3% |
11,3% |
18% |
20,1% |
21,7% |
25,0% |
Bron: Eurostat
Op 25 juni 2012 vroeg Spanje formeel noodhulp aan om de problemen met de banken op te lossen. De ministers van Financiën van de eurolanden stelden na een informeel verzoek begin juni een bedrag van maximaal 100 miljard euro beschikbaar. De Spaanse overheid wil met dit geld de genationaliseerde banken Bankia, Catalunya Banc, NCG Banco en Banco de Valencia herkapitaliseren. Hiervan is in december de eerste 39,5 miljard ontvangen uit het Europees noodfonds EMS. 2,5 miljard van dit bedrag wordt gebruikt voor het opzetten van een 'bad bank' om slechte leningen in onder te brengen.
Finland heeft als enige land een onderpand bedongen in ruil voor deelname aan de steun. Het gaat om een onderpand van 770 miljoen euro, wat neerkomt op 40 procent van het Finse aandeel in de leningen aan Spanje. In ruil daarvoor betaalt Finland zijn aandeel, in tegenstelling tot andere landen uit de eurozone, in één keer in plaats van in vijf termijnen.
