In deze rubriek krijgt iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Deze week René van der Linden, Eerste Kamerlid voor het CDA.
Waarom bent u lid van de parlementaire commissie Europese Samenwerkingsorganisaties van de Eerste Kamer?
In de jaren ´70 was ik Europa- woordvoerder in de Tweede Kamer. Het is voor mij heel natuurlijk om met Europa bezig te zijn. Europa is groter dan de Europese Unie. De Raad van Europa, bestaande uit 47 landen, wordt behoorlijk onderschat in de internationale gemeenschap. Het is belangrijk het subsidiariteitsbeginsel tussen de Europese Unie en de Raad van Europa te onderstrepen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de het Europees Comité ter Voorkoming van Marteling zijn belangrijke instellingen van de Raad van Europa.
Mensen moeten beseffen dat regionale verankering en Europese betrokkenheid hand in hand kunnen gaan. Nederland raakt steeds meer naar binnen gekeerd. De Eerste Kamer heeft een grote naam op het gebied van internationalisering. De Europese Unie benader ik vanuit mijn verstand, ook al is het een fantastische verworvenheid. De EU verdient een positieve maar kritische benadering. De Raad van Europa benader ik echter vanuit mijn hart.
Wat deed u hiervoor?
Ik was staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Tweede Kamerlid, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) van de Eerste Kamer en voorzitter van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Bovendien was ik staflid van het kabinet van Europees commissaris ir. Lardinois en van het kabinet van Europees commissaris ir. H. Vredeling in Brussel. Ook was ik ambtenaar bij de directie Internationale economische aangelegenheden bij het ministerie van Landbouw en Visserij.
Daarnaast was ik vertegenwoordiger namens de Eerste Kamer bij de Europese Conventie voor de vaststelling van een Europese Grondwet, van maart 2002 tot juli 2003. In de slotfase van het proces van de Europese Conventie heb ik als vertegenwoordiger van de nationale parlementen de Conventie door middel van een ´position paper´ door een impasse geholpen. Dat was één van de doorslaggevende momenten voor de voortgang van het proces.
Waarom zijn Europese zaken zo belangrijk voor de Eerste Kamer?
Weinig parlementaire organen in Europa geven zoveel aandacht aan het internationale en Europese aspect. De Eerste Kamer heeft in vergelijking met andere Europese landen altijd vooropgelopen op het gebied van Europa. Een voorbeeld hiervan is ´Europapoort´, de Europese website van de Eerste Kamer. Dit is een standaardvoorbeeld voor andere landen in Europa. Daarnaast hadden wij als Eerste Kamer al vóór de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon een nieuwe werkmethode voor de Europese Unie ingevoerd.
Bovendien vormen internationale parlementaire assemblees een integraal onderdeel van het parlementaire werk voor de leden van de Eerste Kamer en de parlementen in het algemeen.
Parlementaire diplomatie kent een sterke internationale oriëntatie, en de Senaat is meer dan welk ander parlementair orgaan sterk internationaal georiënteerd. Zo neemt de Eerste Kamer vaak het initiatief in Europese zaken. Een voorbeeld hiervan is dat de Eerste Kamer drie jaar geleden de wildgroei van agentschappen op Europees niveau heeft aangekaart. De positie van de Eerste Kamer was dat de toename van het aantal agentschappen overbodig was, veel geld kost en bovendien vaak niet onderhevig was aan parlementaire controle. Dit heeft ook zijn invloed gehad op Europees niveau, want het Europees Parlement heeft dit onderwerp op de agenda gezet.
Ook de goedkeuringsverklaring van de nationale rekenkamers is een voorbeeld van een terrein waar de Eerste Kamer het initiatief genomen heeft. Het is belangrijk dat de nationale rekenkamers het Europese geld dat naar hun lidstaat gaat goedkeuren.
Bovendien blijkt ook uit het feit dat verschillende Eerste Kamerleden belangrijke posities vervullen in internationale assemblees de betrokkenheid van de Eerste Kamer bij Europese zaken.
Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?
Ik wil graag bijdragen aan de bewustwording van het feit dat een sterk Europa bitterhard nodig is in een geglobaliseerde wereld. Het is belangrijk burgers beter te informeren dat het in hun eigenbelang is dat de Europese Unie een grote en sterke rol op het wereldtoneel speelt.
Discussies over soevereiniteit moeten we plaatsen in een context van de vraag of Nederland invloed heeft op terreinen waaraan eigen beslissingen ten grondslag liggen. Soevereiniteit moeten we delen met behoud van de regionale en nationale identiteit. In Europa vormen gedeelde soevereiniteit en regionale/nationale identiteit geen tegenstelling. Het motto van de Europese Unie is niet voor niets ´Eenheid in verscheidenheid´. Mijn persoonlijke credo is ´Be local, act global´. Dit betekent een regionale verankering, maar internationaal denken en handelen.
Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?
Dat is nog veel te ver weg, maar ik kan wel iets zeggen over welke richting de Europese Unie ongeveer op zal gaan de komende jaren. Op een aantal terreinen zal er, door de omstandigheden en ontwikkelingen gedwongen, een versterking zijn van het gemeenschappelijke beleid. Op andere terreinen zullen regio´s en lidstaten weer meer invloed hebben. Het Europees Parlement moet de steun blijven houden van de nationale parlementen. Actieve participatie van nationale parlementen in het Europese proces is onontbeerlijk voor het draagvlak. De ´checks & balances´ tussen de Europese Unie en de lidstaten zijn erg belangrijk. Op het gebied van nationale parlementen en het Europees Parlement valt nog veel te doen. Op dit moment bevinden we ons in het groei- en leerproces na het Verdrag van Lissabon. Dit verdrag biedt een raamwerk voor nationale parlementen waarbij de Eerste en Tweede Kamer gelijkgesteld zijn. De Tweede Kamer is sinds de laatste jaren veel actiever op het gebied van Europa. Dat zie ik als een positieve ontwikkeling.
Wat ziet u als grootste bedreiging?
Het opkomende nationalisme met een afkeer van Europa zie ik als een grote bedreiging. Deze tendens maakt het voor Europa niet gemakkelijk om een gemeenschappelijk antwoord te vinden. Het gevaar bestaat dat Europa zich versplintert. De huidige tendensen moeten we in een historisch perspectief plaatsen.
Het is van groot belang veranderende processen in de wereld op tijd waar te nemen en er op tijd op in te spelen. De Europese Unie en de lidstaten moeten juist met het oog op de toekomst met gemeenschappelijke oplossingen komen. Dat vraagt draagvlak en leiderschap.
Als de ´vox populi´ de leiddraad wordt, zijn we bezig met de politiek van vandaag en morgen, en niet met de politiek van overmorgen. Daar heeft de Eerste Kamer een rol in. Het uitgangspunt moet zijn: samenhang en diepgang. We moeten nationale en internationale vraagstukken niet los van elkaar, maar in verband zien. In de huidige samenleving moet het uitgangspunt de kwaliteit van debat en van de wetgeving zijn. Partijpolitiek die zich richt op de korte termijn moet niet overheersen. Het moet duidelijk zijn wat de vruchten zijn van beleid dat zich richt op de lange termijn. Wanneer de noodzaak van Europese samenwerking vanuit eigen electoraal belang wordt beredeneerd, kan dat het draagvlak voor Europa ondermijnen. De lidstaten zullen dan eerder uit elkaar drijven dan naar elkaar toe bewegen.
Zeer verontrustend is de ongekend hoge jeugdwerkloosheid. Dit zou sociaal- maatschappelijke verbanden in gevaar kunnen brengen.
- Ahmed Aboutaleb
- Bas Belder
- Max van den Berg
- Thijs Berman
- Hans Bienfait
- Anne Bliek
- Harry van Bommel
- Louis Bontes
- Emine Bozkurt
- Bruno Braakhuis
- Jan-Paul Brouwer
- Wim van de Camp
- Clemens Cornielje
- Bas Eickhout
- Peter van Dalen
- Hans Engels
- Derk Jan Eppink
- Chris Fonteijn
- Jan Franssen
- Leon Frissen
- Gerben Jan Gerbrandy
- Hinne Groot
- Lucas Hartong
- Myrthe Hilkens
- Jaap Hoeksma
- Peter Hustinx
- Arie IJzerman
- Alexander Italianer
- Hans Janssen
- Dennis de Jong
- Aginus Kalis
- Klaas Knot
- Henk Kool
- Neelie Kroes
- Jan van Laarhoven
- Cor Lamers
- Esther de Lange
- René van der Linden
- Kartika Liotard
- Barry Madlener
- Hester Maij
- Steven Maijoor
- Toine Manders
- Judith Merkies
- Piet de Vey Mestdagh
- Jan Mulder
- Lambert van Nistelrooij
- Karla Peijs
- Wim Ploeg
- Sacha Prechal
- Alexander Rinnooy Kan
- Roel Robbertsen
- Ton Rombouts
- Herman van Rompuy
- Jan Willem Sap
- Judith Sargentini
- Gerard Schouw
- Martin Schuurmans
- Laurence Stassen
- Kees van der Staaij
- Tineke Strik
- Daniël van der Stoep
- Marien Valstar
- Sophie in’t Veld
- Leen Verbeek
- Gerda Verburg
- Bas Verkerk
- Robert Visser
- Ralph de Vries
- Bernard Wientjes
- Corien Wortmann-Kool
- Marc van der Woude
- Auke Zijlstra
- ZKH Prins Constantijn der Nederlanden
