Aanbeveling voor een besluit van de Raad gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (Herschikking)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

 

- -

RAAD VA Brussel, 6 juli 2011 (08.07)

(OR. en)

PUBLIC

DE EUROPESE U IE

12353/11

LIMITE

ECOFI 487 UEM 235

I GEKOME DOCUME T

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 5 juli 2011

aan: de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie

Nr. Comdoc.: COM(2011) 433 definitief

Betreft: Aanbeveling voor een besluit van de Raad gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (Herschikking)

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2011) 433 definitief

Bijlage: COM(2011) 433 definitief

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 5.7.2011 COM(2011) 433 definitief

Recommendation for a

BESLUIT VA DE RAAD

gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen

(Herschikking)

2010/320/EU

Recommendation for a

BESLUIT VA DE RAAD

gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen

(Herschikking)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 126, lid 9, en artikel 136,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

nieuw

(1) Besluit van de Raad van 10 mei 2010 gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (2010/320/EU) is diverse malen ingrijpend gewijzigd. Aangezien verdere wijzigingen nodig zijn, moet het duidelijkheidshalve worden herschikt.

2010/320/EU overweging 1

(2) Artikel 136, lid 1, onder a), VWEU voorziet in de mogelijkheid specifieke maatregelen ter versterking van de coördinatie en de bewaking van de begrotingsdiscipline vast te stellen voor de lidstaten die de euro als munt hebben.

2010/320/EU overweging 2

(3) Overeenkomstig artikel 126 VWEU dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden. Daartoe is in datzelfde artikel een buitensporigtekortprocedure vastgelegd. Het stabiliteits- en groeipact, waarvan het correctieve deel bestaat in de tenuitvoerlegging van de buitensporigtekortprocedure,

verschaft een kader dat, met inachtneming van de economische situatie, het overheidsstreven naar een spoedige terugkeer naar solide begrotingssituaties ondersteunt.

2010/320/EU overweging 3

(4) Op 27 april 2009 heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) besloten dat er in Griekenland een buitensporig tekort bestaat en krachtens artikel 104, lid 7, VEG en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten aanbevelingen gedaan om het buitensporige tekort uiterlijk in 2010 te corrigeren. De Raad heeft voorts 27 oktober 2009 vastgesteld als uiterste datum waarop Griekenland doeltreffende actie moest ondernemen. Op 30 november 2009 heeft de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, VWEU vastgesteld dat Griekenland geen effectief gevolg aan zijn aanbevelingen had gegeven; bijgevolg heeft de Raad op 16 februari 2010 overeenkomstig artikel 126, lid 9, VWEU Griekenland aangemaand maatregelen te treffen om het buitensporige tekort uiterlijk in 2012 te corrigeren(hierna ,,het krachtens artikel 126, lid 9, vastgestelde besluit" te noemen). De Raad heeft voorts 15 mei 2010 vastgesteld als uiterste datum waarop doeltreffende actie moest worden ondernomen.

2010/320/EU overweging 4

(5) Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1467/97 kan de Raad, indien in overeenstemming met artikel 126, lid 9, VWEU doeltreffende actie is ondernomen en indien zich na de vaststelling van de aanmaning onverwachte ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën voordoen, op aanbeveling van de Commissie, besluiten een herziene aanmaning overeenkomstig artikel 126, lid 9, VWEU vast te stellen.

2010/320/EU overweging 5 (aangepast) nieuw

(6) In de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie, die als uitgangspunt fungeerden voor de eerste aanmaning aan Griekenland, werd voorspeld dat het bbp in 2010 met ¼ % zou krimpen; vanaf 2011 zou er een herstel optreden: verwacht werd dat de economie met 0,7 % zou groeien. Thans wordt voor In 2010 een scherpe daling heeft evenwel een sterkere krimp van het reële bbp voorspeld, gevolgd door een verdere krimp plaatsgevonden en verwacht wordt dat deze krimp in 2011 zal aanhouden. Daarna wordt een geleidelijk groeiherstel verwacht. Tegenover deze sterke versombering van het economische scenario staat een even scherpe verslechtering van de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën indien het beleid ongewijzigd blijft. Daarbij komt nog dat het feitelijke overheidstekort voor 2009 opwaarts is herzien (van naar schatting 12,7 % van het bbp ten tijde van het krachtens artikel 126, lid 9, vastgestelde besluit tot 13,6 % van het bbp volgens de budgettaire

kennisgeving die Griekenland op 1 april 2010 heeft ingediend), tot 15,4% van het bbp) met het risico dat nog een verdere opwaartse bijstelling volgt (ter grootte van 0,3 à 0,5 % van het bbp) na de afronding van het onderzoek dat Eurostat momenteel samen met de Griekse statistische diensten voert heeft uitgevoerd . Ten slotte heeft de op de markten heersende bezorgdheid omtrent de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën tot een forse stijging van de risicopremies op overheidsschulden geleid, waardoor het nog moeilijker is geworden om het overheidstekort en de overheidsschuld onder controle te houden. Volgens een voorlopige evaluatie die de Commissie in maart 2010 heeft verricht, was Griekenland, zoals gevraagd, bezig de begrotingsmaatregelen uit te voeren die in de verwezenlijking van de geplande tekortdoelstelling voor 2010 moesten resulteren. De plotselinge verandering in het economische scenario betekent evenwel dat die plannen niet langer als geldig kunnen worden aangemerkt en vereist een nog drastischer optreden tijdens het lopende jaar. Tegelijkertijd maakt de omvang van de krimp van de economie die thans mag worden verwacht, het onmogelijk om het initiële traject voor de vermindering van het tekort te realiseren. Bijgevolg kan worden gesteld dat er zich in Griekenland onverwachte ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën hebben voorgedaan, hetgeen inhoudt dat herziene aanbevelingen overeenkomstig artikel 136 en artikel 126, lid 9, VWEU gerechtvaardigd zijn.

2010/320/EU overweging 6 (aangepast)

In het licht van het bovenstaande dient de uiterste termijn die was vastgesteld in het krachtens artikel 126, lid 9, vastgestelde besluit om het buitensporige tekort in Griekenland te corrigeren, met twee jaar te worden verlengd tot 2014.

2010/320/EU overweging 7 (aangepast) nieuw

(7) Eind 2009 bedroeg de bruto overheidsschuld 115,1 % 127,1 % van het bbp. Dit is één van de hoogste schuldquoten in de Europese Unie en aanzienlijk meer dan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp. Bovendien is het niet uitgesloten dat dit percentage als gevolg van het lopende statistische onderzoek verder opwaarts wordt herzien (met 5 à 7 procentpunten). Teneinde het noodzakelijke en in het licht van de omstandigheden haalbare traject voor de vermindering van het tekort te realiseren, moet de stijgende tendens van de schuld vanaf 2014 worden omgebogen. Naast de blijvend hoge overheidstekorten hebben ook de

financiële transacties ,,onder de streep" in belangrijke mate tot de stijging van de schuld bijgedragen. Dat heeft het vertrouwen van de markten in het vermogen van de Griekse overheid om de schuldendienst te blijven verzekeren, verder ondermijnd. Griekenland moet dan ook uiterst dringend en op een nooit eerder geziene schaal doortastende actie tegen het tekort en andere schuldverhogende factoren ondernemen om de stijgende tendens van de schuldquote om te buigen en zo spoedig mogelijk weer een beroep op marktfinanciering te kunnen doen.

2010/320/EU overweging 8 (aangepast)

(8) De zeer ernstige verslechtering van de financiële situatie van de overheid heeft de overige lidstaten van het eurogebied ertoe doen besluiten Griekenland stabiliteitssteun toe te kennen met de bedoeling de financiële stabiliteit in het eurogebied als geheel te vrijwaren; deze steun wordt gecombineerd met multilaterale bijstand van het Internationaal Monetair Fonds. De steun van de lidstaten van het eurogebied neemt de vorm aan van een samenbundeling van bilaterale leningen die door de Commissie worden gecoördineerd. De leninggevers hebben besloten hun steun afhankelijk te stellen van de naleving door Griekenland van dit besluit. Van Griekenland wordt met name verwacht dat het land de in dit besluit gespecificeerde maatregelen uitvoert volgens de kalender die hierin is vastgesteld,.

nieuw

(9) In juni 2011 werd duidelijk dat de tekortdoelstelling voor 2011 gezien de budgettaire ontsporing in 2010 en gezien de uitvoering van de begroting tot mei fors zou worden overschreden, waardoor de algehele geloofwaardigheid van het prorgramma in gevaar zou komen. Mede vanwege het gevaar dat andere lidstaten in het eurogebied zouden worden besmet, moesten bepaalde begrotingsmaatregelen worden geactualiseerd om de in het besluit van de Raad vastgestelde tekortlimieten voor 2011 en de jaren daarna alsnog te kunnen halen. Deze maatregelen zijn uitvoerig besproken met de Griekse regering en gezamenlijk goedgekeurd door de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds.

(10) In het licht van het bovenstaande blijkt het wenselijk om het besluit op een aantal punten te herzien, met behoud van de uiterste termijn voor de correctie van het buitensporige tekort,

2010/320/EU 1 2011/57/EU artikel 1, punt 1) nieuw

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Griekenland maakt zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2014 een einde aan de huidige buitensporigtekortsituatie.
  • 2. 
    Met het aanpassingstraject in de richting van de correctie van het buitensporige tekort wordt de verwezenlijking beoogd van een overheidstekort van niet meer dan 18 508 miljoen EUR (8,0 8,0 % van het bbp) in 2010, 17 065 miljoen EUR (7,6 7,6 % van het bbp) in 2011, 14 916 miljoen EUR (6,5 6,5 % van het bbp) in 2012, 11 399 miljoen EUR (4,9 4,8 % van het bbp) in 2013 en 6 385 miljoen EUR (2,6 2,6 % van het bbp) in 2014. Om dat doel te bereiken, zal over de periode 2009-2014 een verbetering van het structurele saldo met ten minste 10 % van het bbp moeten worden gerealiseerd.
  • 3. 
    Het in lid 2 bedoelde aanpassingstraject vereist dat de jaarlijkse verandering in de geconsolideerde bruto overheidsschuld niet groter is dan 34 058 miljoen EUR in 2010, 17 365 miljoen EUR in 2011, 15 016 miljoen EUR in 2012, 11 599 miljoen EUR in 2013 en 7 885 miljoen EUR in 2014. 1Afgaande op de bbp-prognoses van november 2010 mei 2011 ziet het overeenkomstige traject van de schuldquote er als volgt uit: een schuldquote van niet meer dan 143 143 % in 2010, 153 154 % in 2011, 157 158 % in 2012, 158 159 % in 2013 en 156 157 % in 2014.

Artikel 2

  • 1. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind juni 2010:
  • a) 
    een wet die een progressieve belastingschaal voor alle inkomstenbronnen en een horizontale uniforme behandeling van het inkomen uit arbeid en kapitaal invoert;
  • b) 
    een wet die alle in het belastingstelsel voorkomende vrijstellingen en bepalingen inzake autonome belastingbevoegdheden afschaft, met inbegrip van die betreffende inkomsten uit hoofde van aan ambtenaren betaalde bijzondere vergoedingen;
  • c) 
    de annulering van de begrotingskredieten in de reserve voor onvoorziene uitgaven met de bedoeling een besparing van 700 miljoen EUR te realiseren;
  • d) 
    de afschaffing van de meeste begrotingskredieten voor de solidariteitstoelage (met uitzondering van een deel ervan dat voor armoedebestrijding is bestemd) met de bedoeling een besparing van 400 miljoen EUR te realiseren;
  • e) 
    een verlaging van de hoogste pensioenen met de bedoeling een besparing van 500 miljoen EUR over een volledig jaar te realiseren (350 miljoen EUR in 2010);
  • f) 
    een verlaging van de aan ambtenaren betaalde paas-, zomer- en kerstbonussen en toelagen met de bedoeling een besparing van 1 500 miljoen EUR over een volledig jaar te realiseren (1 100 miljoen EUR in 2010);
  • g) 
    de afschaffing van de aan gepensioneerden betaalde paas-, zomer- en kerstbonussen (met dien verstande dat degenen die een laag pensioen genieten, worden beschermd) met de bedoeling een besparing van 1 900 miljoen EUR over een volledig jaar te realiseren (1 500 miljoen EUR in 2010);
  • h) 
    een verhoging van het btw-tarief, met een opbrengst van ten minste 1 800 miljoen EUR voor een volledig jaar (800 miljoen EUR in 2010);
  • i) 
    een verhoging van de accijnsrechten op brandstof, tabak en alcohol, met een opbrengst van ten minste 1 050 miljoen EUR voor een volledig jaar (450 miljoen EUR in 2010);
  • j) 
    wetgeving tot omzetting van de dienstenrichtlijn;
  • k) 
    een wet tot hervorming en vereenvoudiging van de overheidsdiensten op lokaal niveau met de bedoeling de operationele kosten te reduceren;
  • l) 
    de oprichting van een task force met de bedoeling het absorptiepercentage van de structuur- en cohesiefondsen te verbeteren;
  • m) 
    een wet tot vereenvoudiging van de oprichting van nieuwe ondernemingen;
  • n) 
    een vermindering van de overheidsinvesteringen met 500 miljoen EUR ten opzichte van de plannen;
  • o) 
    het overhevelen van de begrotingskredieten voor de medefinanciering van structurele en cohesiefondsen naar een speciale centrale rekening die voor geen enkel ander doel kan worden aangewend;
  • p) 
    de oprichting van een onafhankelijk financiële stabiliteitsfonds dat eventuele kapitaalstekorten kan opvangen en de gezondheid van de financiële sector kan vrijwaren door het verstrekken van kapitaalsteun aan de banken, waar dit nodig blijkt;
  • q) 
    het versterkt toezicht op de banken, met meer menselijke middelen, frequentere rapportering en driemaandelijkse stresstests.
  • 2. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind september 2010:

2010/486/EU artikel 1, punt 1)

  • a) 
    voorbereiding van budgettaire consolidatiemaatregelen ter grootte van ten minste 3,2 % van het bbp (4,3 % van het bbp indien ook met overloopeffecten van in 2010 doorgevoerde maatregelen rekening wordt gehouden), op te nemen in de ontwerpbegroting voor 2011: een vermindering van het intermediaire verbruik van de overheid met ten minste 300 miljoen EUR in vergelijking met 2010 (bovenop de bezuinigingen als gevolg van de hervorming van de overheidsdiensten en van de lokale overheid als bedoeld in dit lid); een bevriezing van de indexering van de pensioenen (met de bedoeling een besparing van 100 miljoen EUR te realiseren); een tijdelijke crisisheffing op zeer winstgevende bedrijven (die in 2011, 2012 en 2013 per jaar ten minste 600 miljoen EUR aan extra inkomsten moet opleveren); het forfaitair belasten van zelfstandigen (met een opbrengst van ten minste 400 miljoen EUR in 2011 en met ten minste 100 miljoen EUR per jaar toenemende opbrengsten in 2012 en 2013); een verbreding van de btw-grondslag door bepaalde, thans vrijgestelde diensten te belasten en door op 30 % van de goederen en diensten het gewone tarief in plaats van het verminderde tarief te heffen (met een opbrengst van 1 miljard EUR); een geleidelijke invoering van een groene belasting op CO2-uitstoot (met een opbrengst van ten minste 300 miljoen EUR in 2011); de tenuitvoerlegging door de regering van de wetgeving tot hervorming van de overheidsdiensten en reorganisatie van de lokale overheid (met de bedoeling de kosten te verminderen met ten minste 500 miljoen EUR in 2011 en met nog eens 500 miljoen EUR per jaar in 2012 en 2013); een vermindering van de binnenlands gefinancierde investeringen (met ten minste 500 miljoen EUR) door prioriteit te geven aan met EU- structuurfondsen gefinancierde investeringsprojecten, het stimuleren van de regularisering van inbreuken op de ruimtelijke ordening (met een opbrengst van ten

minste 1 500 miljoen EUR tussen 2011 en 2013, waarvan ten minste 500 miljoen EUR in 2011); de inning van ontvangsten uit hoofde van vergunningen voor kansspelen (ten minste 500 miljoen EUR uit hoofde van toekenningen van vergunningen en 200 miljoen EUR in de vorm van jaarlijkse royalty's); een verbreding van de grondslag van de onroerendgoedbelasting door de waarde van de onroerende goederen te actualiseren (die ten minste 400 miljoen EUR aan extra inkomsten moet opleveren); een hogere belastingheffing op loon in natura, onder meer door betalingen van autoleasecontracten te belasten (met een extra opbrengst van ten minste 150 miljoen EUR); een hogere belastingheffing op luxegoederen (met een extra opbrengst van ten minste 100 miljoen EUR); een speciale belasting op ongeoorloofde vestigingen (met een opbrengst van ten minste 800 miljoen EUR per jaar) en een vervanging van slechts 20 % van de op pensioen gaande werknemers in

de

overheidssector (centrale overheid, lokale overheden, sociale- verzekeringsinstellingen, overheidsbedrijven, overheidsagentschappen en andere overheidsinstellingen). Maatregelen die vergelijkbare budgettaire besparingen opleveren kunnen na overleg met de Commissie worden overwogen;

2010/320/EU

cb) een versterking van de rol en middelen van het General Accounting Office en de invoering van waarborgen tegen mogelijke politieke inmenging bij de gegevensverwerking en het bijhouden van de overheidsrekeningen;

dc) een voorstel tot hervorming van de loonwetgeving in de overheidssector, met onder meer de oprichting van één enkele centrale betalingsinstantie voor de uitbetaling van salarissen, de invoering van eenvormige beginselen en een tijdschema voor de vaststelling van een gestroomlijnde en uniforme salaristabel voor ambtenaren welke geldt voor de nationale overheid, de lokale overheden en andere agentschappen;

ed) wetgeving ter verbetering van de efficiëntie van de belastingdiensten en de belastingcontrole;

2010/486/EU artikel 1, punt 3)

fe) de start van onafhankelijke evaluaties van centrale overheidsdiensten en van bestaande sociale programma's;

2010/320/EU

gf) de bekendmaking van maandelijkse statistieken (op kasbasis) over ontvangsten, uitgaven, financiering en uitgavenachterstanden van de ,,beschikbare centrale overheid" en haar subentiteiten;

hg) een actieplan met het oog op een betere vergaring en verwerking van gegevens over de overheidssector, met name door de controlemechanismen van de statistische diensten en het General Accounting Office te versterken en door een daadwerkelijke persoonlijke verantwoordelijkheid voor rapportagefouten in te voeren, teneinde de snelle verstrekking van overheidsgegevens van hoge kwaliteit te waarborgen, zoals

wordt voorgeschreven bij de Verordeningen (EG) nr. 2223/96, (EG) nr. 264/2000, (EG) nr. 1221/2002, (EG) nr. 501/2004, (EG) nr. 1222/2004, (EG)

nr. 1161/2005, (EG) nr. 223/2009 en (EG) nr. 479/2009;

ih) de regelmatige bekendmaking van informatie over de financiële situatie van overheidsbedrijven en andere overheidsentiteiten die niet deel uitmaken van de overheid (met inbegrip van gedetailleerde resultatenrekeningen, balansen en gegevens over de werkgelegenheid en de loonkosten);

2010/486/EU artikel 1, punt 4)

ji) de oprichting van een uitgebreid centraal register voor overheidsbedrijven;

kj) een actieplan met een tijdschema voor concrete acties die tot de oprichting van een centrale instantie voor overheidsopdrachten moeten leiden;

lk) een wet tot vaststelling van een bovengrens van 50 miljoen EUR voor de jaarlijkse overheidsbijdrage uit hoofde van de openbaredienstverplichting aan spoorwegexploitanten voor de periode 2011-2013 en ter invoering van het beginsel dat de staat geen extra expliciete of impliciete steun aan spoorwegexploitanten verleent;

ml) een ondernemingsplan voor de Griekse spoorwegen. In het ondernemingsplan wordt gespecificeerd hoe operationele activiteiten winstgevend zullen worden gemaakt, met inbegrip van dekking van de kosten wegens waardevermindering vanaf 2011 door onder meer sluiting van verlieslijdende lijnen, verhoging van tarieven, vermindering van lonen en inkrimping van het personeelsbestand; het ondernemingsplan bevat voorts een gedetailleerde gevoeligheidsanalyse betreffende de implicatie voor de loonkosten van verschillende scenario's wat het resultaat van een collectieve

-

overeenkomst betreft; het verschaft informatie aangaande verschillende opties met betrekking tot het personeel; en het voorziet in de herstructurering van de holding via onder meer de verkoop van grond en andere activa;

2010/486/EU artikel 1, punt 5)

nm) een wet tot hervorming van het systeem voor het voeren van loononderhandelingen in de particuliere sector; de wet dient te voorzien in een vermindering van de loontoeslagen voor overwerk en een grotere flexibiliteit bij het beheer van de arbeidstijd, en het tevens mogelijk te maken lokale territoriale overeenkomsten te sluiten waarin een lagere loonstijging wordt afgesproken dan in de sectorale overeenkomsten;

2010/486/EU artikel 1, punt 6)

on) een hervorming van de wetgeving op het gebied van de bescherming van werkgelegenheid om de periode op proef voor nieuwe banen te verlengen tot één jaar, en om een verhoogd gebruik van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en deeltijdarbeid te bevorderen;

po) een wijziging van de regelgeving met betrekking tot het systeem van scheidsgerechten om iedere partij de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van een scheidsgerecht als zij het niet eens is met het voorstel van de bemiddelaar;

qp) een hervorming van de scheidsrechterlijke procedure om ervoor te zorgen dat de procedure in overeenstemming met transparante objectieve criteria verloopt, met een onafhankelijk college van scheidsrechters dat bevoegd is een besluit te nemen zonder overheidsinmenging.

2010/320/EU

  • 3. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind december 2010:

2010/486/EU artikel 1, punt 7)

  • a) 
    de definitieve vaststelling van de in lid 2, onder a), genoemde maatregelen;

2011/57/EU artikel 1, punt 2)

  • b) 
    de tenuitvoerlegging van een wet tot versterking van het begrotingskader. Deze wet dient met name in het volgende te voorzien: de totstandbrenging van een begrotingskader voor de middellange termijn, de opneming in de begroting van een verplichte reserve voor onvoorziene uitgaven ter grootte van 5 % van de totale begrotingskredieten van de ministeries, met uitzondering van de lonen, de pensioenen en de intrestbetalingen, de invoering van sterkere mechanismen voor de controle op de uitgaven en de oprichting van een begrotingsdienst die van het parlement afhangt;

2010/320/EU

fc) een forse verbetering van het absorptiepercentage van de structuur- en cohesiefondsen;

2010/320/EU

id) wetgeving tot vereenvoudiging en versnelling van het proces voor vergunningverlening aan ondernemingen en zelfstandigen en voor de uitoefening van industriële activiteiten;

je) een wijziging van het institutionele kader van de Griekse mededingingsautoriteit teneinde de onafhankelijkheid ervan te vergroten, redelijke termijnen voor het verrichten van onderzoeken en het uitvaardigen van besluiten vast te stellen, en de autoriteit de bevoegdheid te verlenen klachten te verwerpen;

2011/57/EU artikel 1, punt 4

  • k) 
    een beter beheer van de overheidsmiddelen met de bedoeling ten minste een opbrengst van 7 miljard EUR te realiseren over de periode 2011-2013 waarvan ten minste 1 miljard EUR in 2011; de opbrengsten van de verkoop van activa (onroerend goed en financiële activa) worden aangewend om schulden af te lossen en niet om de budgettaire consolidatie-inspanningen die nodig zijn om te voldoen aan de in artikel 1, lid 2, vastgelegde maxima voor het overheidstekort te verminderen;

2010/320/EU

lf) maatregelen waarmee wordt beoogd bestaande beperkingen op het vrij verrichten van diensten op te heffen;

2011/57/EU artikel 1, punt 5)

mg) een decreet dat lokale overheden tot ten minste 2014 verbiedt tekorten te boeken; een vermindering van de overdrachten aan de lokale overheid conform de geplande besparingen en bevoegdheidsoverdrachten;

2010/486/EU artikel 1, punt 10)

nh) bekendmaking van tussentijdse langetermijnprognoses van pensioenuitgaven tot 2060 zoals vastgelegd in de wetgevingshervorming van juli 2010 waaronder de voornaamste pensioenregelingen vallen (IKA, met inbegrip van het pensioenstelsel voor ambtenaren, OGA en OAEE);

2011/57/EU artikel 1, punt 6)

oi) invoering van een uniform elektronisch receptensysteem; bekendmaking van de volledige prijslijst van de op de markt beschikbare geneesmiddelen; toepassing van de lijst van niet-vergoede geneesmiddelen en van de lijst van receptvrije

-

geneesmiddelen; bekendmaking van de nieuwe lijst van vergoede geneesmiddelen met gebruikmaking van het nieuwe systeem van referentieprijzen; gebruikmaking van de via elektronische recepten en scanning beschikbaar gekomen informatie voor de inning van kortingen van farmaceutische bedrijven; invoering van een bewakingsmechanisme dat een maandelijkse toetsing van de uitgaven voor geneesmiddelen mogelijk maakt; opleggen van eigen bijdragen van 5 EUR voor standaard poliklinische diensten en uitbreiding van eigen bijdragen tot onrechtmatig beroep op spoeddiensten; bekendmaking van gecontroleerde rekeningen van ziekenhuizen en gezondheidscentra; en instelling van een onafhankelijke taskforce van deskundigen op het gebied van het gezondheidszorgbeleid die tot taak heeft tegen eind mei 2011 een gedetailleerd verslag op te stellen met het oog op een algemene hervorming van het gezondheidszorgstelsel teneinde dit stelsel efficiënter en doeltreffender te maken;

2011/57/EU artikel 1, punt 8)

qj) verdere vermindering van de beleidsuitgaven met ten minste 5 %, wat besparingen ter waarde van ten minste 100 miljoen EUR oplevert;

rk) verdere reductie van de overdrachten, wat voor de overheid als geheel in besparingen ter waarde van ten minste 100 miljoen EUR resulteert. De begunstigde overheidsentiteiten gaan over tot een dienovereenkomstige vermindering van de uitgaven, zodat er geen accumulatie van betalingsachterstanden ontstaat;

sl) invoering vanaf januari 2011 van inkomensafhankelijke gezinsuitkeringen, wat besparingen ter waarde van ten minste 150 miljoen EUR (ongerekend de desbetreffende administratieve kosten) oplevert;

tm) vermindering van de aankoop van militaire uitrusting (leveringen) met ten minste 500 miljoen EUR in vergelijking met het feitelijke niveau van 2010;

un) reductie van de uitgaven voor geneesmiddelen met 900 miljoen EUR door de socialeverzekeringsinstellingen als gevolg van een bijkomende verlaging van de geneesmiddelenprijzen en nieuwe aankoopprocedures, en met ten minste 350 miljoen EUR door ziekenhuizen (met inbegrip van uitgaven voor apparatuur);

vo) aanbrengen van wijzigingen in het beheer, de prijszetting en de lonen van overheidsbedrijven, wat besparingen ter waarde van ten minste 800 miljoen EUR oplevert;

  • w) 
    gelijktrekking van de belastingen op stookolie en diesel na 15 oktober 2011 om fraude tegen te gaan, een maatregel die in 2011 ten minste 400 miljoen EUR opbrengt, ongerekend doelgerichte maatregelen ter bescherming van de minder welvarende bevolkingsgroepen;

xp) verhoging van de verlaagde btw-tarieven van 5,5 tot 6,5 % en van 11 tot 13 %, wat ten minste 880 miljoen EUR oplevert en verlaging van het btw-tarief voor geneesmiddelen en hotelaccommodatie van 11 tot 6,5 %, waarvan de kosten niet hoger mogen oplopen dan 250 miljoen EUR, ongerekend de uit het lagere btw-tarief voor geneesmiddelen voortvloeiende besparingen voor socialeverzekeringsinstellingen en ziekenhuizen;

yq) intensivering van de strijd tegen brandstofsmokkel (ten minste 190 miljoen EUR);

zr) verhoging van de kosten van procesvoering (ten minste 100 miljoen EUR);

aas) tenuitvoerlegging van een actieplan voor een versnelde inning van achterstallige belastingen (ten minste 200 miljoen EUR);

bbt) snellere inning van fiscale boeten (ten minste 400 miljoen EUR);

ccu) inning van inkomsten die uit het nieuwe kader voor fiscale geschillen en processen voortvloeien (ten minste 300 miljoen EUR);

ddv) inkomsten uit hoofde van de verlenging van vervallende telecommunicatievergunningen (ten minste 350 miljoen EUR);

eew) inkomsten uit concessieovereenkomsten (ten minste 250 miljoen EUR);

ffx) een herstructureringsplan voor het Atheense vervoersnetwerk (OASA). Doel van het plan is de exploitatieverliezen van het vervoersbedrijf te reduceren en het economisch levensvatbaar te maken. Het plan voorziet onder meer in bezuinigingen op de exploitatiekosten van het bedrijf en tariefverhogingen. Uiterlijk in maart 2011 worden de vereiste maatregelen getroffen;

ggy) een wet die de indienstnemingen in de hele overheidssector beperkt tot niet meer dan één indienstneming voor vijf pensioneringen of ontslagen, zonder sectorale uitzonderingen en met inbegrip van het personeel dat van overheidsbedrijven in herstructurering naar overheidsentiteiten wordt overgeheveld;

hhz) wetten die de arbeidsmarktsinstelling versterken en die bepalen dat: overeenkomsten op ondernemingsniveau prevaleren boven sectorale en beroepsovereenkomsten zonder ongerechtvaardigde beperkingen; collectieve arbeidsovereenkomsten op bedrijfsniveau niet beperkt worden door eisen in verband met de minimumgrootte van ondernemingen; de uitbreiding van sectorale en beroepsovereenkomsten tot partijen die niet bij de onderhandelingen betrokken waren, wordt afgeschaft; de proefperiode voor nieuwe arbeidsplaatsen wordt verlengd; tijdsbeperkingen bij gebruikmaking van uitzendkantoren worden verlengd; belemmeringen bij grotere gebruikmaking van overeenkomsten voor bepaalde duur worden weggenomen; de bepaling die in een hoger uurloon voor deeltijdwerkers voorziet, wordt ingetrokken;

en een flexibeler arbeidstijdsbeheer, met inbegrip van deeltijdse ploegenarbeid, wordt toegelaten.

2010/320/EU

  • 4. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2011:

2010/486/EU artikel 1, punt 11)

ba) bekendmaking van uitgebreide langetermijnprognoses van pensioenuitgaven tot 2060 zoals vastgelegd bij de wetgevingshervorming van juli 2010. De prognoses omvatten de aanvullende stelsels en zijn gebaseerd op een uitvoerige reeks gegevens die door de nationale instantie voor actuariële zaken nationale actuariële autoriteit worden

-

verzameld en opgesteld. De prognoses worden door het EU-Comité voor de economische politiek getoetst en gevalideerd;

2011/257/EU artikel 1, punt 1)

(cb) de regering vereffent de achterstallige betalingen die in 2010 zijn geaccumuleerd en brengt die van de vorige jaren terug;

2011/257/EU artikel 1, punt 2)

  • d) 
    een strategisch middellangetermijnplan voor de begroting met permanente budgettaire consolidatiemaatregelen ter grootte van ten minste 8 % van het bbp (waarvan er een aantal al in mei 2010 zijn aangegeven), alsook een reserve voor onvoorziene uitgaven om te garanderen dat de tekortdoelstellingen tot en met 2014 worden gehaald en dat de schuldquote een duurzame neerwaartse tendens gaat vertonen. Het strategisch plan wordt vóór eind maart voor publieke raadpleging gepubliceerd. Het strategisch middellangetermijnplan omvat onder meer: prudente macro-economische voorspellingen; basisprognoses voor de ontvangsten en uitgaven van de centrale overheid en van andere overheidsentiteiten; een beschrijving van permanente budgettaire maatregelen en van de timing en omvang ervan; jaarlijkse uitgavenplafonds voor elk ministerie en begrotingsdoelstellingen voor andere overheidsentiteiten tot en met 2014; in overeenstemming met de tekort- en schulddoelstellingen zijnde prognoses voor de overheidsbegroting na uitvoering van de maatregelen; schuldprognoses voor de langere termijn op basis van prudente macro-economische voorspellingen, stabiele primaire overschotten vanaf 2014 en privatiseringsplannen. Het strategisch middellangetermijnplan wordt afgestemd op de aan de gang zijnde hervormingen van de gezondheidszorg en de pensioenen en op specifieke sectorale plannen. De sectorale plannen (de ontwerpplannen moeten uiterlijk eind maart beschikbaar zijn) behelzen met name: hervormingen van het belastingbeleid; staatsbedrijven; niet op de begroting opgevoerde fondsen (juridische entiteiten van de overheidssector en geoormerkte rekeningen); loonkosten van de overheid; het overheidsapparaat; sociale uitgaven; overheidsinvesteringen en militaire uitgaven. Elk sectoraal plan wordt door interministeriële taskforces aangestuurd;

2011/257/EU artikel 1, punt 3)

ec) een plan tot bestrijding van belastingontwijking met kwantitatieve prestatie- indicatoren om belastinginningsdiensten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken;

wetgeving tot stroomlijning van de procedures voor de beslechting van administratieve belastinggeschillen en van de gerechtelijke beroepsprocedures, alsook de nodige wetten en procedures om ernstige beroepsfouten, corruptie en slecht presteren van belastingambtenaren beter te kunnen aanpakken, onder meer door vervolging in gevallen van plichtsverzuim; publicatie van maandelijkse verslagen van de vijf taskforces ter bestrijding van belastingontwijking, waarin onder meer een reeks voortgangsindicatoren is opgenomen;

2011/257/EU artikel 1, punt 4)

fd) een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering van de vereenvoudigde beloningsregeling; opstelling van een personeelsplan voor de middellange termijn voor de periode tot en met 2013 dat in overeenstemming is met de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen, waarin ook plannen worden gespecificeerd voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten behoeve van prioritaire terreinen; bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeelsverloop (indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van de diverse overheidsafdelingen;

2011/257/EU artikel 1, punt 5)

ge) doorvoering van de grondige hervorming van het gezondheidszorgstelsel waarmee in 2010 een aanvang is gemaakt, met de bedoeling de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg op of onder de 6 % van het bbp te handhaven; maatregelen die besparingen op de uitgaven voor geneesmiddelen ter waarde van ten minste 2 miljard EUR opleveren ten opzichte van het niveau van 2010, waarvan ten minste 1 miljard EUR in 2011 wordt gerealiseerd; verbetering van de boekhoudings- en factureringssystemen van ziekenhuizen door: voltooiing van de invoering in alle ziekenhuizen van dubbele boekhoudsystemen op transactiebasis; gebruikmaking van het uniforme codeersysteem en van een gemeenschappelijk register voor medische benodigdheden; berekening van de voorraden en stromen van medische benodigdheden in alle ziekenhuizen met behulp van het uniforme codeerstelsel voor medische benodigdheden; inning van eigen bijdragen van patiënten in alle voorzieningen van de nationale gezondheidsdienst; en de tijdige facturering van behandelingskosten

(niet later dan twee maanden) aan Griekse socialeverzekeringsinstellingen, andere lidstaten en particuliere zorgverzekeraars; en ervoor zorgen dat ten minste 50 % van de hoeveelheid geneesmiddelen die eind 2011 door openbare ziekenhuizen is gebruikt, uit generieke geneesmiddelen en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, bestaat door alle openbare ziekenhuizen ertoe te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof aan te kopen;

2011/257/EU artikel 1, punt 6)

hf) met het oogmerk om verspilling en wanbeleid in staatsbedrijven tegen te gaan en ten minste 800 miljoen EUR fiscaal te besparen, vaststelling van een besluit dat: primaire beloningen in de publieke sector op bedrijfsniveau met ten minste 10 % verlaagt; secundaire beloningen beperkt tot 10 % van de primaire beloningen; een maximum van 4 000 EUR per maand voor bruto inkomsten vaststelt (12 betalingen per jaar); de tarieven voor stadsvervoer met minstens 30 % verhoogt; acties opstelt die de werkingskosten in de publieke sector met 15 tot 25 % verlagen; en vaststelling van een besluit voor de herstructurering van de OASA;

2011/57/EU artikel 1, punt 10)

ig) een nieuw regelgevingskader om de sluiting van concessieovereenkomsten voor regionale luchthavens te faciliteren;

jh) instelling van een onafhankelijke taskforce voor onderwijsbeleid om tot een efficiënter openbaar onderwijs (lager, middelbaar en hoger onderwijs) en een efficiënter gebruik van de middelen te komen;

2011/257/EU artikel 1, punt 7)

ki) vaststelling van een wet waarbij overeenkomstig het actieplan een centrale autoriteit voor overheidsopdrachten wordt ingesteld; en ontwikkeling van een IT-platform voor elektronische aanbestedingen en vaststelling van onder meer de volgende tussentijdse ijkpunten in overeenstemming met het actieplan: test van een proefversie, beschikbaarheid van alle functies voor alle opdrachten en geleidelijke invoering van de verplichting om van het elektronisch aanbestedingssysteem gebruik te maken voor het plaatsen van opdrachten voor leveringen, diensten en werken;

2011/257/EU artikel 1, punt 8)

lj) een wet waarin de kwalificaties en verantwoordelijkheden worden gespecificeerd van de rekenplichtigen die in alle vakministeries en belangrijkste overheidsentiteiten moeten worden aangesteld en verantwoordelijk zullen zijn voor de uitoefening van een deugdelijke financiële controle; benoeming van rekenplichtigen; en versnelling van het proces tot instelling van registers van vastleggingskredieten en registers van beleidskredieten in de hele overheidssector (met uitzondering van de kleinste entiteiten).

2010/320/EU nieuw

  • 5. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind juni juli 2011:
  • a) 
    de vaststelling van een gestroomlijnde en uniforme salaristabel voor ambtenaren welke geldt voor de nationale overheid, de lokale overheden en andere agentschappen, en waarbij de salarissen in overeenstemming zijn met de productiviteit en de vervulde taken;

2011/57/EU artikel 1, punt 11)

  • b) 
    beoordeling van de resultaten van de eerste fase van de onafhankelijke functionele evaluatie van centrale overheidsdiensten, met inbegrip van de praktische beleidsaanbevelingen en voltooiing van de evaluatie van bestaande sociale programma's;

nieuw

  • b) 
    een personeelsplan voor de middellange termijn tot en met 2015 dat in overeenstemming is met de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011). In het plan worden de regels voor tijdelijk personeel, voor de annulering van vacatures en voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten behoeve van prioritaire terreinen aangescherpt en wordt rekening gehouden met de verlenging van de werkweek in de publieke sector;
  • c) 
    een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering van de vereenvoudigde beloningsregeling, dat aansluit bij de lonen in de particuliere sector en leidt tot een verlaging van de totale loonkosten. Het plan berust op de uitkomsten van het verslag van het ministerie van Financiën en van de centrale betalingsinstantie. De wetgeving voor een vereenvoudigde beloningsregeling wordt geleidelijk over een periode van drie jaar ingevoerd. De lonen van de werknemers van de staatsbedrijven stroken met de nieuwe salaristabel voor de publieke sector

;

2010/320/EU

ce) een versterking van de arbeidsinspectie, die over het nodige gekwalificeerde personeel moet beschikken en waarvoor kwantitatieve doelstellingen moeten gelden wat het aantal uit te voeren controles betreft;

2010/486/EU artikel 1, punt 13) (aangepast) nieuw 1 2011/57/EU artikel 1, punt 12)

df) een wet ter herziening van de belangrijkste parameters van het pensioenstelsel, om de toename van de overheidsuitgaven inzake pensioenen over de periode 1 2009- 2060 te beperken tot minder dan 2,5 % van het bbp, indien de krachtens lid 3, onder n), en lid 4, onder b), vereiste langetermijnprognoses aantonen dat de verwachte toename van de pensioenuitgaven van de overheid dit bedrag zou overstijgen.

De nationale actuariële autoriteit gaat door met de indiening van langetermijnprognoses van de pensioenuitgaven tot 2060 in het kader van de vastgestelde hervorming.

De prognoses omvatten de belangrijkste aanvullende stelsels (ETEAM, TEADY, MTPY), en berusten op uitvoerige gegevens die de nationale actuariële autoriteit heeft verzameld en opgesteld;

2010/486/EU artikel 1, punt 13) nieuw

  • e) 
    een herziening van de werking van aanvullende openbare pensioenstelsels met het oog op de stabilisering van de uitgaven en het waarborgen van de budgettaire neutraliteit van deze stelsels;

fg) een herziening van de lijst van zware beroepen ter vermindering van de dekking ervan tot maximaal 10 % van de arbeidskrachten; de nieuwe lijst van zware en ongezonde beroepen is met ingang van 1 juli augustus 2011 op alle huidige en toekomstige werknemers van toepassing;

nieuw

  • h) 
    wetgeving tot instelling van een centrale autoriteit voor overheidsopdrachten met de opdracht, de doelstellingen, de bevoegdheden en het tijdschema voor de inwerkingtreding, zoals aangegeven in het actieplan;

2010/486/EU artikel 1, punt 13)

  • g) 
    uitvoering van de hervorming van het systeem voor het plaatsen van overheidsopdrachten, zoals beschreven in het actieplan;

2011/57/EU artikel 1, punt 13) (aangepast) nieuw

hi) verdere bevordering van aanvullende maatregelen ter bevordering van het gebruik van generieke geneesmiddelen door: elektronische recepten per werkzame stof verplicht te stellen.

en van minder dure generieke geneesmiddelen wanneer deze beschikbaar zijn; toewijzing van een lager kostendelingspercentage aan generieke

  • geneesmiddelen met een duidelijk lagere prijs dan de referentieprijs (minder dan 60 percent van de prijs van merkproducten) op basis van de ervaring van andere EU-lidstaten;
  • vaststelling van de maximumprijs van generieke geneesmiddelen op 60 percent van de merkgeneesmiddelen met een soortgelijke werkzame stof;

2011/257/EU artikel 1, punt 9) (aangepast) nieuw ij) publicatie van een inventaris van overheidsactiva, waarin onder meer een overzicht van de belangen in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde ondernemingen en van commercieel interessante onroerende goederen en terreinen wordt gegeven en een schatting van de waarde van deze activa wordt verstrekt; oprichting van een algemeen secretariaat voor de ontwikkeling van onroerend goed wordt opgericht met de bedoeling onroerend goed beter te beheren, dit vrij te maken van bezwaringen en gereed te maken voor privatisering; dat voor een betere coördinatie en een snellere uitvoering van het programma inzake privatiseringen en patrimoniumbeheer moet zorgen; op basis van genoemde inventaris worden de privatiseringsplannen herzien en versneld doorgevoerd.

nieuw

  • k) 
    de budgettaire middellangetermijnstrategie (hierna BMTS genoemd) tot en met 2015, zoals beschreven in bijlage I bij het onderhavige besluit, en de desbetreffende uitvoeringswetten. De BMTS bevat een beschrijving van de permanente budgettaire consolidatiemaatregelen die ervoor zorgen dat de tekortlimieten voor 2011-2015 zoals vastgelegd in het besluit van de Raad, niet worden overschreden en dat de schuldquote een duurzame neerwaartse tendens gaat vertonen;
  • l) 
    privatisering van activa ter waarde van ten minste 390 miljoen EUR; vaststelling van een privatiseringsprogramma dat in 2012 ten minste 15 miljard EUR, in 2013 ten minste 22 miljard EUR, in 2014 ten minste 35 miljard EUR en in 2015 ten minste 50 miljard EUR moet opleveren; de opbrengsten uit de verkoop van activa (onroerend goed, concessies en financiële activa) worden aangewend om schulden af te lossen en gaan niet ten koste van de budgettaire consolidatie-inspanningen om te voldoen aan de in artikel 1, lid 2, vastgelegde tekortlimieten;
  • m) 
    oprichting van een solide beheerd privatiseringsfonds dat het privatiseringsproces moet versnellen en moet waarborgen dat dit proces onomkeerbaar zal zijn en in goede banen wordt geleid;
  • n) 
    wetgeving die ertoe strekt om niet-levensvatbare entiteiten te sluiten, samen te voegen of af te slanken;
  • o) 
    maatregelen om de uitgaven beter in de hand te houden: een besluit waarin de kwalificaties

en verantwoordelijkheden worden gespecificeerd van de rekenplichtigen die in alle vakministeries moeten worden aangesteld en verantwoordelijk zullen zijn voor de uitoefening van een deugdelijke financiële controle;

  • p) 
    nieuwe criteria en voorwaarden op basis waarvan socialezekerheidsfondsen contracten sluiten met alle zorgverleners teneinde de beoogde verlaging van de uitgaven te realiseren; geeft de aanzet tot een gezamenlijke inkoop van medische diensten en goederen om middels prijs-volumeafspraken een forse verlaging van de uitgaven met ten minste 25 percent ten opzichte van 2010 te realiseren;
  • q) 
    bekendmaking van bindende voorschrijfregels voor artsen die zijn vastgesteld op basis van internationale voorschrijfregels, ten behoeve van een kosteneffectief gebruik van geneesmiddelen; bekendmaking en continue bijwerking van de positieve lijst van vergoede geneesmiddelen;
  • r) 
    opstelling van een plan voor de reorganisatie en herstructurering [van ziekenhuizen]

op de korte en middellange termijn teneinde bestaande inefficiënties terug te dringen, gebruik te maken van schaal- en toepassingsvoordelen en de kwaliteit van de patiëntenzorg te verbeteren. De ziekenhuiskosten moeten aldus in 2011 met ten minste 10 % worden verminderd en in 2012 met nog eens 5 %.

2010/320/EU

  • 6. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind september 2011:

2011/57/EU artikel 1, punt 14)

  • a) 
    de opname van budgettaire consolidatiemaatregelen voor een bedrag van minstens 2,2 % van het bbp in de ontwerpbegroting voor 2012. De begroting omvat met name de volgende maatregelen (of in uitzonderlijke omstandigheden, maatregelen die dezelfde besparingen opleveren): het verbreden van de btw-grondslag door goederen en diensten te verplaatsen van het verminderde tarief naar het normale tarief (met het oog op de inning van minstens 300 miljoen EUR meer); het verminderen van de tewerkstelling bij de overheidssector bovenop de regel volgens dewelke er in de overheidssector slechts één aanwerving plaatsvindt per vijf pensioneringen (met het oog op de besparing van tenminste 600 miljoen EUR); het vaststellen van accijnsrechten op niet-alcoholhoudende dranken (voor een totaal bedrag van minstens 300 miljoen EUR); het uitbreiden van de vastgoedbelasting door het actualiseren van de waarde van de goederen (teneinde minstens 200 miljoen EUR aan extra inkomsten te genereren); het reorganiseren van de gedecentraliseerde overheden (met het oog op de besparing van tenminste 500 miljoen EUR); het

-

invoeren van een nominale bevriezing van de pensioenen; de efficiëntie van de forfaitaire belastingheffing op zelfstandigen te vergroten (met de bedoeling een opbrengst van ten minste 100 miljoen EUR te realiseren); het verminderen van de overdrachten aan overheidsbedrijven (met ten minste 800 miljoen EUR) ingevolge de herstructurering ervan; het afhankelijk stellen van de werkloosheidsuitkeringen van het inkomen (met de bedoeling een besparing van 500 miljoen EUR te realiseren); en het innen van bijkomende ontvangsten uit hoofde van vergunningen voor kansspelen (ten minste 225 miljoen EUR uit hoofde van toekenningen van vergunningen en 400 miljoen EUR in de vorm van royalty's);

nieuw

  • a) 
    een begroting voor 2012 die in overeenstemming is met de BMTS en met het doel de in artikel 1, lid 2, vastgelegde tekortlimieten te halen;

2010/320/EU

  • b) 
    een vermindering van de belastingbelemmeringen voor fusies en overnamen;
  • c) 
    een vereenvoudiging van het douaneafhandelingsproces voor uitvoer en invoer;
  • d) 
    een verdere verbetering van het absorptiepercentage van de structuur- en cohesiefondsen;
  • e) 
    de volledige tenuitvoerlegging van de agenda voor betere regelgeving teneinde de administratieve lasten met 20 % te verminderen (ten opzichte van 2008);

2011/257/EU artikel 1, punt 10)

  • f) 
    waarbij wordt voortgebouwd op de (uiterlijk in juni 2011 te publiceren) inventaris van commercieel interessant onroerend goed in staatseigendom. opstelling van een middellangetermijnplan voor de afstoting van overheidsactiva, herziening van de voor 2011-2013 geplande privatiseringsopbrengsten en verlenging van het plan tot en met 2015,

nieuw

  • f) 
    wetgeving die ertoe strekt om niet-levensvatbare entiteiten te sluiten, samen te voegen of af te slanken;
  • g) 
    maatregelen ter beperking van aankoop- en derdenkosten bij overheidsbedrijven, actualisering van prijzen, uitbreiding van de activiteiten, en vermindering van personeelskosten door de opstelling en uitvoering van een afvloeiingsplan. Overtollig personeel dat niet kan afvloeien volgens de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011), wordt gedwongen te vertrekken of wordt op non-actief gesteld (arbeidsreserve). Deze regel geldt zonder uitzondering voor alle sectoren; hij is ook van toepassing op de overplaatsing van personeel van overheidsbedrijven naar andere overheidsorganen na een onderzoek van de beroepskwalificaties van de betrokkenen door ASEP aan de hand van de gebruikelijke evaluatiecriteria. Personeel dat in de arbeidsreserve wordt geplaatst,

-

ontvangt 60 % van het basissalaris gedurende maximaal twaalf maanden, waarna ontslag volgt;

  • h) 
    een juridisch kader dat een snelle toewijzing van grondgebruik mogelijk maakt en de eigendomsregistratie van overheidsgrond bespoedigt;
  • i) 
    een wet ter bevordering van investeringen in de toeristische sector (vakantieresorts en vakantiehuizen) om in combinatie met de wet op het landgebruik een versnelde privatisering mogelijk te maken van grondpercelen die bij het Griekse bureau voor toeristisch onroerend goed (ETA) in beheer zijn;
  • j) 
    voltooiing van de functionele evaluatie van bestaande sociale programma's; beoordeling door de regering van de resultaten van de tweede en laatste fase van de onafhankelijke functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten;

wetten en

  • maatregelen om uitvoering te geven aan de praktische aanbevelingen van de eerste fase van de functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten en van de volledige evaluatie van bestaande sociale programma's;
  • k) 
    een grondige herziening van het functioneren van secundaire/aanvullende openbare pensioenfondsen, inclusief welzijnsfondsen en regelingen waarbij een uitkering ineens wordt betaald. De herziening strekt ertoe de pensioenuitgaven te stabiliseren, de budgettaire neutraliteit van deze regelingen te garanderen en de houdbaarheid van het stelsel op de middellange en lange termijn te handhaven. De herziening

bewerkstelligt:

een verdere vermindering van het aantal bestaande fondsen; het wegwerken van onevenwichtigheden in de fondsen met tekorten; de stabilisatie van de lopende uitgaven op een houdbaar niveau door middel van passende correcties die vanaf 1 januari 2012 moeten worden doorgevoerd; de houdbaarheid op de lange termijn van aanvullende regelingen dankzij een nauw verband tussen bijdragen en uitkeringen;

  • l) 
    inventarisatie van de regelingen waarbij de uitkeringen ineens bij pensionering niet in overeenstemming zijn met de betaalde bijdragen, teneinde de uitkeringen uiterlijk eind december 2011 aan te passen;
  • m) 
    verdere maatregelen om het systeem van elektronische geneesmiddelenrecepten, diagnosticering en artsenverwijzingen op kosteneffectieve wijze uit te breiden tot alle socialezekerheidsfondsen, gezondheidszorgcentra en ziekenhuizen. In overeenstemming met de EU-voorschriften voor overheidsopdrachten schrijft de regering de nodige aanbestedingsprocedures uit om een alomvattend en uniform informatiesysteem voor de gezondheidszorg (e-gezondheidszorgsysteem) ten uitvoer te leggen;
  • n) 
    verdere maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 30 % van de hoeveelheid geneesmiddelen die door openbare ziekenhuizen wordt gebruikt, bestaat uit generieke geneesmiddelen waarvan de prijs lager ligt dan vergelijkbare merkproducten, en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, met name door alle openbare ziekenhuizen te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof aan te kopen;
  • o) 
    besluiten om posten voor het personeel van de centrale autoriteit voor overheidsopdrachten te creëren en vast te stellen en om het personeel en de diensten van de autoriteit te organiseren in overeenstemming met de bepalingen van de wet tot instelling van de autoriteit;

om de leden van de centrale autoriteit voor overheidsopdrachten te benoemen.

  • p) 
    bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeelsverloop (indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van de diverse overheidsafdelingen.

2010/320/EU nieuw

  • 7. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind december 2011:
  • a) 
    de definitieve vaststelling van de in lid 6, onder a), genoemde maatregelen begroting voor 2012 ;
  • b) 
    een versterking van de beheerscapaciteit van alle bemiddelende en beheersinstanties van operationele programma's in het raam van het nationale strategische referentiekader 2007-2013 en de certificering ervan (ISO 9001:2008 -- Kwaliteitsbeheer);

2011/57/EU artikel 1, punt 16) nieuw

dc) invoering vanaf 2013 van een voor budgetteringsdoeleinden te gebruiken systeem voor de berekening per geval van de ziekenhuiskosten;

ed) wetten om uitvoering te geven aan de praktische aanbevelingen van de eerste fase van de functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten en van de volledige evaluatie van bestaande sociale programma's; beoordeling van de resultaten van de tweede en laatste fase van de onafhankelijke functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten;

2011/57/EU artikel 1, punt 16)

fe) aanvang van de werkzaamheden van de centrale autoriteit voor overheidsopdrachten, die kan beschikken over de middelen die voor haar in het actieplan omschreven opdracht, doelstellingen en bevoegdheden zijn vereist.;

nieuw

  • f) 
    evaluatie van de vergoedingen voor medische diensten die zijn uitbesteed aan particuliere dienstverleners teneinde de desbetreffende kosten in 2011 met ten minste 15 % te doen dalen en in 2012 met nog eens 15 %;
  • g) 
    maatregelen om het belastingstelsel te vereenvoudigen, de grondslagen te verbreden en de belastingtarieven op begrotingsneutrale wijze te verlagen, zulks met betrekking tot de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de btw;
  • h) 
    verdere maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 50 % van de hoeveelheid geneesmiddelen die door openbare ziekenhuizen wordt gebruikt, bestaat uit generieke geneesmiddelen waarvan de prijs lager ligt dan vergelijkbare merkproducten, en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, met name door alle

openbare ziekenhuizen te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof aan te kopen.

2011/257/EU artikel 1, punt 11)

  • 8. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2012:
  • a) 
    een hervorming van de secundaire/aanvullende pensioenregelingen door fondsen te fuseren en door een aanvang te maken met de berekening van uitkeringen op basis van de nieuwe theoretische toegezegdebijdragenregeling; bevriezing van de nominale aanvullende pensioenen en vermindering van de vervangingsratio's voor opgebouwde rechten in fondsen met tekorten op basis van een actuariële studie van de nationale autoriteit voor het actuariaat. Ingeval de actuariële studie niet klaar is, worden de vervangingsratio's met ingang van 1 januari 2012 verminderd om tekorten

te vermijden.;

nieuw

  • b) 
    berekening van de winstmarges van apotheken als een forfaitair bedrag of een forfaitaire vergoeding in combinatie met een kleine winstmarge, teneinde de totale winstmarge te beperken tot maximaal 15 %, inclusief voor de duurste geneesmiddelen.

2010/320/EU

Artikel 3

Griekenland verleent zijn volledige medewerking aan de Commissie en verschaft deze onverwijld op gemotiveerd verzoek harerzijds alle gegevens of documenten die nodig zijn voor het toezicht op de naleving van dit besluit.

Artikel 4

  • 1. 
    Griekenland dient om de drie maanden bij de Raad en de Commissie een verslag in waarin een beschrijving wordt gegeven van de beleidsmaatregelen die zijn genomen om aan dit besluit gevolg te geven.

2010/320/EU 2. De krachtens lid 1 in te dienen verslagen bevatten gedetailleerde informatie over het

volgende:

2010/320/EU

  • a) 
    de concrete maatregelen die op de verslagdatum zijn uitgevoerd om aan dit besluit gevolg te geven, waaronder ook de gekwantificeerde impact op de begroting;
  • b) 
    de concrete maatregelen die na de verslagdatum zijn gepland om aan dit besluit gevolg te geven, alsook het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van deze maatregelen en een inschatting van de impact op de begroting;
  • c) 
    de maandelijkse uitvoering van de overheidsbegroting;
  • d) 
    gegevens voor perioden korter dan een jaar over de begrotingsuitvoering door de sociale zekerheid, de lokale overheid en niet op de begroting opgevoerde fondsen;
  • e) 
    de uitgifte en terugbetaling van schuldpapier door de overheid;
  • f) 
    informatie over de ontwikkelingen in de permanente en tijdelijke werkgelegenheid in

de overheidssector;

2010/486/EU artikel 1, punt 15)

  • g) 
    nog te betalen overheidsuitgaven, met vermelding van die uitgaven waarvoor de betalingstermijn is verstreken;

2010/320/EU

  • h) 
    de financiële situatie van overheidsbedrijven en andere overheidsentiteiten.

2010/320/EU 3. De Commissie en de Raad gaan aan de hand van de verslagen na of Griekenland aan dit besluit gevolg heeft gegeven. In het kader van deze evaluatie kan de Commissie maatregelen aangeven die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat het in dit besluit vastgestelde aanpassingstraject voor de correctie van het buitensporige begrotingstekort wordt gevolgd.

Artikel 5

Besluit 2010/320/EU wordt ingetrokken. Verwijzingen naar het ingetrokken besluit gelden als verwijzingen naar het onderhavige besluit en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

2010/320/EU

Artikel 56

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan.

Artikel 67

Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.

nieuw

BIJLAGE I

Budgettaire middellangetermijnstrategie

(als bedoeld in artikel 2, lid 5, van het onderhavige besluit) _

De budgettaire middellangetermijnstrategie (BMTS) tot en met 2015 zal het volgende omvatten:

Verlaging van de loonkosten met ten minste 770 miljoen EUR in 2011, en nog eens 600 miljoen EUR in 2012, 448 miljoen EUR in 2013, 306 miljoen EUR in 2014 en 71 miljoen EUR in 2015 door de invoering van natuurlijk verloop dat verder gaat dan de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011); verlenging van de werkweek voor werknemers in de publieke sector van 37,5 naar 40 uur en vermindering van de vergoedingen voor overwerk; vermindering van het aantal commissies en raden waarvoor een vergoeding wordt betaald;

beperking van de regelingen voor andere aanvullende compensaties, toeslagen en bonussen;

vermindering van het aantal contractanten (50 percent in 2011 en nog eens 10 percent vanaf 2012);

tijdelijke bevriezing van de automatische periodieke loonsverhoging; de invoering van een nieuwe salaristabel; de invoering van deeltijdwerk in de publieke sector en van onbetaald verlof; een beperking in het aantal toelatingen tot de militaire en de politieacademie; de overheveling van overtollig personeel naar een arbeidsreserve, waarin het gedurende maximaal twaalf maanden gemiddeld 60 percent van het salaris ontvangt, en een verlaging van de vergoeding voor productiviteit met 50 percent.

Verlaging van de operationele uitgaven van de centrale overheid met ten minste 190 miljoen EUR in 2011, nog eens 92 miljoen EUR in 2012, 161 miljoen EUR in 2013, 323 miljoen EUR in 2014 en 370 miljoen EUR in 2015, door de invoering van elektronische aanbestedingen van alle overheidsopdrachten; rationeler energieverbruik door overheidsdiensten; verlaging van de huurkosten door efficiënter gebruik te maken van overheidsgebouwen; verlaging van alle telecommunicatiekosten; afschaffing van de gratis distributie van kranten; verlaging van de operationele uitgaven in de gewone begroting over de gehele linie; invoering van benchmarks in de overheidsuitgaven nadat het MIS voor de overheidsuitgaven één jaar heeft gewerkt.

Verlaging van de kosten van niet op de begroting opgevoerde fondsen en overdrachten aan andere entiteiten met ten minste 540 miljoen EUR in 2011, en nog eens 150 miljoen EUR in 2012, 200 miljoen EUR in 2013, 200 miljoen EUR in 2014 en 150 miljoen EUR in 2015, door een beoordeling van het mandaat, de levensvatbaarheid en de kosten van alle door de publieke sector gesubsidieerde entiteiten alsook door fusie en sluiting van deze entiteiten; fusie/sluiting van en verlaging van subsidies aan onderwijsinstellingen (scholen en instellingen voor hoger onderwijs);

verlaging van subsidies aan entiteiten buiten de overheidssector en een actieplan om entiteiten te sluiten, samen te voegen en af te slanken.

Besparingen op staatsbedrijven voor ten minste 414 miljoen EUR in 2012 en nog eens 329 miljoen EUR in 2013, 297 miljoen EUR in 2014 en 274 miljoen EUR in 2015 door een verhoging van de ontvangsten van de Griekse Spoorwegen (OSE), het busvervoer (OASA) en andere bedrijven, de tenuitvoerlegging van herstructureringsplannen en privatisering bij Hellenic Defence Systems, Hellenic Aeronautical Industry en Hellenic Horse Racing Corporation; verkoop van bedrijfsactiva die verband houden met niet-kernactiviteiten; verlaging van personeelskosten; verlaging van de operationele kosten en fusie en sluiting van bedrijven.

Verlaging van de operationele defensie-uitgaven met ten minste 133 miljoen EUR in 2013 en nog eens 133 miljoen EUR in 2014 en 134 miljoen EUR in 2015, bovenop de verlaging van het bedrag dat gemoeid is met de aankoop van militaire uitrusting (leveringen) met 830 miljoen EUR van 2010 tot en met 2015.

Verlaging van de uitgaven aan gezondheidszorg en geneesmiddelen met ten minste 310 miljoen EUR in 2011, en nog eens 697 miljoen EUR in 2012, 349 miljoen EUR in 2013, 303 miljoen EUR in 2014 en 463 miljoen EUR in 2015, door de invoering van een nieuwe "gezondheidskaart" en een

daarmee gepaard gaande verlaging van de ziekenhuiskosten; een herevaluatie van het mandaat en de kosten van de niet-ziekenhuisentiteiten waarop het ministerie van Volksgezondheid toezicht houdt;

invoering van een centraal aanbestedingssysteem; verlaging van de gemiddelde kosten per behandeling via behandelcombinaties; beperking van de dienstverlening aan niet-verzekerden (poortwachtersfunctie); in rekening brengen van de kosten van dienstverlening aan buitenlanders;

operationalisering van een nationale organisatie voor eerstelijnsgezondheidszorg (EOPI); scanning door IKA van met de hand geschreven recepten; uitbreiding van de lijst van geneesmiddelen waarvoor geen recept nodig is; nieuwe prijzen van geneesmiddelen; vaststelling van verzekeringsprijzen per socialezekerheidssector en onverkorte invoering van elektronische recepten.

Verlaging van de sociale uitkeringen met ten 1 188 miljoen EUR in 2011, en nog eens 1 230 miljoen EUR in 2012, 1 025 miljoen EUR in 2013, 1 010 miljoen EUR in 2014 en 700 miljoen EUR in 2015 door een aanpassing van de aanvullende pensioenregelingen en daarna een bevriezing tot en met 2015; bevriezing van de basispensioenen; hervorming van het invaliditeitspensioenstelsel; telling van de gepensioneerden en kruiscontroles van persoonsgegevens bij de onverkorte invoering van het socialezekerheidsnummer, en invoering van een bovengrens voor de pensioenen; stroomlijning van de criteria voor gepensioneerden (EKAS); stroomlijning van de uitkeringen en de begunstigden van OEE-OEK en OAED; verlaging van de uitkeringen ineens bij pensionering; kruiscontroles van persoonsgegevens bij de invoering van bovengrenzen voor werkgevers die mogen toetreden tot OAED-regelingen; verlaging van het OGA-ouderdomspensioen en van de lagere pensioendrempels van andere socialezekerheidsfondsen en aanscherping van de criteria op basis van de vaste woonplaats; verlaging van de kosten van sociale uitkeringen door een kruiscontrole van de gegevens; gelijktrekken van de regels voor verstrekkingen in verband met de gezondheid deze worden voor alle socialezekerheidsfondsen hetzelfde; uniforme contracten met particuliere ziekenhuizen en medische centra; herziening van sociale uitkeringen in natura of in geld, die leidt tot de afschaffing van de minst effectieve; verhoging van de bijzondere pensioenbijdrage (Wet 3863/2010) voor gepensioneerden met een pensioen van meer dan 1 700 EUR per maand;

verhoging van de bijzondere sociale bijdrage die wordt afgedragen door gepensioneerden die jonger zijn dan zestig jaar en die per maand een pensioen van meer dan 1 700 EUR ontvangen; invoering van een bijzondere gedifferentieerde bijdrage voor aanvullende pensioenen van meer dan 300 EUR per maand en verlaging van de overdrachten naar NAT (pensioenregeling van zeevarenden) en de pensioenregeling van OTE en de bijbehorende verlaging van de pensioenen of verhoging van de bijdragen van de begunstigden.

Verlaging van de overdrachten van de centrale overheid aan de decentrale overheden met ten minste 150 miljoen EUR in 2011 en nog eens 355 miljoen EUR in 2012, 345 miljoen EUR in 2013, 350 miljoen EUR in 2014 en 305 miljoen EUR in 2015. Deze verlaging zal in de eerste plaats tot stand komen door bezuinigingen van de decentrale overheden ter grootte van ten minste 150 miljoen EUR in 2011 en nog eens 250 miljoen EUR in 2012, 175 miljoen EUR in 2013, 170 miljoen EUR in 2014 en 160 miljoen EUR in 2015. Daarnaast zullen de decentrale overheden hun eigen inkomsten opvoeren met ten minste 105 miljoen EUR in 2012 en nog eens 170 miljoen EUR in 2013, 130 miljoen EUR in 2014 en 145 miljoen EUR in 2015, door een verhoging van de ontvangsten uit tol, vergoedingen, rechten en andere inkomstenstromen na de samenvoeging van decentrale instanties en door ervoor te zorgen dat de lokalebelastingplicht beter in acht wordt genomen na de invoering van een verplicht lokalebelastingcertificaat.

Verlaging van de uitgaven uit de begroting voor publieke investeringen (binnenlands gefinancierde publieke investeringen, investeringsbijdragen) en van administratieve kosten met 950 miljoen EUR in 2011, waarvan 350 miljoen EUR structureel, en nog eens 154 miljoen EUR (administratieve kosten) in 2012.

Verhoging van de belastingen met ten minste 2 017 miljoen EUR in 2011, en nog eens 3 678 miljoen EUR in 2012, 156 miljoen EUR in 2013 en 685 miljoen EUR in 2014, door verhoging van de btw voor restaurants en bars van 13 naar 23 percent vanaf september 2011;

verhoging van de belasting op onroerend goed; verlaging van de belastingvrijstelling voor de inkomstenbelasting tot 8 000 EUR en vaststelling van een progressieve solidariteitsbijdrage;

verhoging van de voorheffingen en de heffingen bij zelfstandigen; verlaging van belastingvrijstellingen/-uitgaven; wijzigingen in de belastingregeling voor tabaksproducten, met een versnelde afdracht van de accijnzen, en in de belastingstructuur; accijnzen op frisdranken; accijnzen

op aardgas en vloeibaar gas; afschaffing van het belastingvoordeel voor stookolie (voor bedrijven vanaf oktober 2011 en progressief voor huishoudens vanaf oktober 2011 tot oktober 2013); verhoging van de voertuigenbelasting; een crisisbijdrage voor voertuigen, motorfietsen en zwembaden;

verhoging van de boetes op illegale bouwwerken en regularisatie van illegale bouwwerken; heffing van belasting op particuliere boten en jachten; een bijzondere heffing op onroerend goed met een hoge waarde; een speciale heffing op rookruimtes.

Verbetering van de inachtneming van de belastingplicht, hetgeen in 2013 ten minste 878 miljoen EUR, en in 2014 en 2015 nog eens 975 miljoen EUR en 1 147 miljoen EUR moet opleveren. Verhoging van de sociale bijdragen met ten minste 629 miljoen EUR in 2011 en nog eens 259 miljoen EUR in 2012, 714 miljoen EUR in 2013, 1 139 miljoen EUR in 2014 en 504 miljoen EUR in 2015, door de onverkorte invoering van een enkel formulier voor de betaling van lonen en de afdracht van verzekeringsbijdragen; verhoging van de bijdragen voor begunstigden van OGA en ETAA; oprichting van een solidariteitsfonds voor OAEE-begunstigden; aanpassing van de werkloosheidsbijdrage voor werknemers in de particuliere sector; invoering van een werkloosheidsbijdrage voor zelfstandigen; een bijdrage voor werklozen, betaald door de werknemers in de publieke sector, inclusief de staatsbedrijven, decentrale overheden en andere publieke entiteiten.

BIJLAGE II

Ingetrokken besluit met een overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Besluit van de Raad van 10 mei 2010 (2010/320/EU) PB L 145 van 11.6.2010, blz. 6

Besluit van de Raad van 7 september 2010 (2010/486/EU) PB L 241 van 14.9.2010, blz. 12

Besluit van de Raad van 20 december 2010 (2011/57/EU) PB L 26 van 29.1.2011, blz. 15

Besluit van de Raad van 7 maart 2011 (2011/257/EU) PB L 110 van 29.4.2011, blz. 26

_____________

BIJLAGE III

C

O CORDA TIETABEL

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

Artikel 1 Artikel 1

Artikel 2, lid 1 Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2, inleidende zin Artikel 2, lid 2, inleidende zin

Artikel 2, lid 2, onder a) Artikel 2, lid 2, onder a)

Artikel 2, lid 2, onder c) Artikel 2, lid 2, onder b)

Artikel 2, lid 2, onder d) Artikel 2, lid 2, onder c)

Artikel 2, lid 2, onder e) Artikel 2, lid 2, onder d)

Artikel 2, lid 2, onder f) Artikel 2, lid 2, onder e)

Artikel 2, lid 2, onder g) Artikel 2, lid 2, onder f)

Artikel 2, lid 2, onder h) Artikel 2, lid 2, onder g)

Artikel 2, lid 2, onder i) Artikel 2, lid 2, onder h)

Artikel 2, lid 2, onder j) Artikel 2, lid 2, onder i)

Artikel 2, lid 2, onder k) Artikel 2, lid 2, onder j)

Artikel 2, lid 2, onder l) Artikel 2, lid 2, onder k)

Artikel 2, lid 2, onder m) Artikel 2, lid 2, onder l)

Artikel 2, lid 2, onder n) Artikel 2, lid 2, onder m)

Artikel 2, lid 2, onder o) Artikel 2, lid 2, onder n)

Artikel 2, lid 2, onder p) Artikel 2, lid 2, onder o)

Artikel 2, lid 2, onder q) Artikel 2, lid 2, onder p)

Artikel 2, lid 3, inleidende zin Artikel 2, lid 3, inleidende zin

Artikel 2, lid 3, onder a) Artikel 2, lid 3, onder a)

Artikel 2, lid 3, onder b) Artikel 2, lid 3, onder b)

Artikel 2, lid 3, onder c) Artikel 2, lid 3, onder n)

Artikel 2, lid 3, onder f) Artikel 2, lid 3, onder c)

Artikel 2, lid 3, onder i) Artikel 2, lid 3, onder d)

Artikel 2, lid 3, onder j) Artikel 2, lid 3, onder e)

Artikel 2, lid 3, onder k), vervangen bij -

Besluit 57/2011

Artikel 2, lid 3, onder l) Artikel 2, lid 3, onder f)

Artikel 2, lid 3, onder m) Artikel 2, lid 3, onder g)

Artikel 2, lid 3, onder n) Artikel 2, lid 3, onder h)

Artikel 2, lid 3, onder o) Artikel 2, lid 3, onder i)

Artikel 2, lid 3, onder q) Artikel 2, lid 3, onder j)

Artikel 2, lid 3, onder r) Artikel 2, lid 3, onder k)

Artikel 2, lid 3, onder s) Artikel 2, lid 3, onder l)

Artikel 2, lid 3, onder t) Artikel 2, lid 3, onder m)

Artikel 2, lid 3, onder u) Artikel 2, lid 3, onder n)

Artikel 2, lid 3, onder v) Artikel 2, lid 3, onder o)

Artikel 2, lid 3, onder w) -

Artikel 2, lid 3, onder x) Artikel 2, lid 3, onder p)

Artikel 2, lid 3, onder y Artikel 2, lid 3, onder q)

Artikel 2, lid 3, onder z) Artikel 2, lid 3, onder r)

Artikel 2, lid 3, onder aa) Artikel 2, lid 3, onder s)

Artikel 2, lid 3, onder bb) Artikel 2, lid 3, onder t)

Artikel 2, lid 3, onder cc) Artikel 2, lid 3, onder u)

Artikel 2, lid 3, onder dd) Artikel 2, lid 3, onder v)

Artikel 2, lid 3, onder ee) Artikel 2, lid 3, onder w)

Artikel 2, lid 3, onder ff) Artikel 2, lid 3, onder x)

Artikel 2, lid 3, onder gg) Artikel 2, lid 3, onder y

Artikel 2, lid 3, onder hh) Artikel 2, lid 3, onder z)

Artikel 2, lid 4, inleidende zin Artikel 2, lid 4, inleidende zin

Artikel 2, lid 4, onder b) Artikel 2, lid 4, onder a)

Artikel 2, lid 4, onder c) Artikel 2, lid 4, onder b)

Artikel 2, lid 4, onder d) -

Artikel 2, lid 4, onder e) Artikel 2, lid 4, onder c)

Artikel 2, lid 4, onder f) Artikel 2, lid 4, onder d)

Artikel 2, lid 4, onder g) Artikel 2, lid 4, onder e)

Artikel 2, lid 4, onder h) Artikel 2, lid 4, onder f)

Artikel 2, lid 4, onder i) Artikel 2, lid 4, onder g)

Artikel 2, lid 4, onder j) Artikel 2, lid 4, onder h)

Artikel 2, lid 4, onder k) Artikel 2, lid 4, onder i)

Artikel 2, lid 4, onder l) -

Artikel 2, lid 5, inleidende zin Artikel 2, lid 5, inleidende zin

Artikel 2, lid 5, onder a) Artikel 2, lid 5, onder a)

Artikel 2, lid 5, onder b) Artikel 2, lid 5, onder b), c) en d) - nieuw

Artikel 2, lid 5, onder c) Artikel 2, lid 5, onder e)

Artikel 2, lid 5, onder d) Artikel 2, lid 5, onder f)

Artikel 2, lid 5, onder e) -

Artikel 2, lid 5, onder f) Artikel 2, lid 5, onder g)

Artikel 2, lid 5, onder g) -

  • Artikel 2, lid 5, onder h)

Artikel 2, lid 5, onder h) Artikel 2, lid 5, onder i)

Artikel 2, lid 5, onder i) Artikel 2, lid 5, onder j)

  • Artikel 2, lid 5, onder k) tot en met r)

Artikel 2, lid 6, inleidende zin Artikel 2, lid 6, inleidende zin

Artikel 2, lid 6, onder a) Artikel 2, lid 6, onder a)

Artikel 2, lid 6, onder b) Artikel 2, lid 6, onder b)

Artikel 2, lid 6, onder c) Artikel 2, lid 6, onder c)

Artikel 2, lid 6, onder d) Artikel 2, lid 6, onder d)

Artikel 2, lid 6, onder e) Artikel 2, lid 6, onder e)

Artikel 2, lid 6, onder f) Artikel 2, lid 6, onder f)

  • Artikel 2, lid 6, onder g) tot en met n)

Artikel 2, lid 7, inleidende zin Artikel 2, lid 7, inleidende zin

Artikel 2, lid 7, onder a) Artikel 2, lid 7, onder a)

Artikel 2, lid 7, onder b) Artikel 2, lid 7, onder b)

Artikel 2, lid 7, onder d) Artikel 2, lid 7, onder c)

Artikel 2, lid 7, onder e) Artikel 2, lid 7, onder d)

Artikel 2, lid 7, onder f) Artikel 2, lid 7, onder e)

  • Artikel 2, lid 7, onder f)
  • Artikel 2, lid 7, onder g)

Artikel 2, lid 8, inleidende zin Artikel 2, lid 8, inleidende zin

Artikel 2, lid 8, onder a) Artikel 2, lid 8, onder a)

  • Artikel 2, lid 8, onder b)

Artikel 3 Artikel 3

Artikel 4 Artikel 4

  • Artikel 5

Artikel 5 Artikel 6

Artikel 6 Artikel 7

  • Bijlagen I, II en III

_____________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie