- -
RAAD VA Brussel, 13 juli 2011 (OR. en)
PUBLIC
DE EUROPESE U IE
12352/11
LIMITE
ECOFI 486 UEM 234
WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE
Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (Herschikking)
BESLUIT VA DE RAAD
van
gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het
begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het
tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht
om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen
(Herschikking)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name
artikel 126, lid 9, en artikel 136,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Besluit 2010/320/EU van de Raad van 10 mei 2010 gericht tot Griekenland met het oog op
de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland
om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht
om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen is diverse malen ingrijpend gewijzigd.
Aangezien verdere wijzigingen nodig zijn, moet het duidelijkheidshalve worden herschikt.
(2) Artikel 136, lid 1, onder a), VWEU voorziet in de mogelijkheid specifieke maatregelen ter
versterking van de coördinatie en de bewaking van de begrotingsdiscipline vast te stellen
voor de lidstaten die de euro als munt hebben.
(3) Overeenkomstig artikel 126 VWEU dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te
vermijden. Daartoe is in datzelfde artikel een buitensporigtekortprocedure vastgelegd. Het
stabiliteits- en groeipact, waarvan het correctieve deel bestaat in de tenuitvoerlegging van
de buitensporigtekortprocedure, verschaft een kader dat, met inachtneming van de
economische situatie, het overheidsstreven naar een spoedige terugkeer naar solide
begrotingssituaties ondersteunt.
(4) Op 27 april 2009 heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) besloten dat er in Griekenland een
buitensporig tekort bestaat en krachtens artikel 104, lid 7, VEG en artikel 3, lid 4, van
Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en
verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
aanbevelingen gedaan om het buitensporige tekort uiterlijk in 2010 te corrigeren. De Raad
heeft voorts 27 oktober 2009 vastgesteld als uiterste datum waarop Griekenland
doeltreffende actie moest ondernemen. Op 30 november 2009 heeft de Raad overeen-
komstig artikel 126, lid 8, VWEU vastgesteld dat Griekenland geen effectief gevolg aan
zijn aanbevelingen had gegeven; bijgevolg heeft de Raad op 16 februari 2010 overeen-
komstig artikel 126, lid 9, VWEU Griekenland aangemaand maatregelen te treffen om het
buitensporige tekort uiterlijk in 2012 te corrigeren(hierna "het krachtens artikel 126, lid 9,
vastgestelde besluit" te noemen). De Raad heeft voorts 15 mei 2010 vastgesteld als uiterste
datum waarop doeltreffende actie moest worden ondernomen.
(5) Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1467/97 kan de Raad, indien in
overeenstemming met artikel 126, lid 9, VWEU doeltreffende actie is ondernomen en
indien zich na de vaststelling van de aanmaning onverwachte ongunstige economische
gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën voordoen, op
aanbeveling van de Commissie, besluiten een herziene aanmaning overeenkomstig
artikel 126, lid 9, VWEU vast te stellen.
(6) In de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie, die als uitgangspunt
fungeerden voor de eerste aanmaning aan Griekenland, werd voorspeld dat het bbp in 2010
met ¼% zou krimpen; vanaf 2011 zou er een herstel optreden: verwacht werd dat de
economie met 0,7% zou groeien. In 2010 heeft evenwel een sterkere krimp van het reële
bbp plaatsgevonden en verwacht wordt dat deze krimp in 2011 zal aanhouden. Daarna
wordt een geleidelijk groeiherstel verwacht. Tegenover deze sterke versombering van het
economische scenario staat een even scherpe verslechtering van de vooruitzichten voor de
overheidsfinanciën indien het beleid ongewijzigd blijft. Daarbij komt nog dat het feitelijke
overheidstekort voor 2009 opwaarts is herzien (van naar schatting 12,7% van het bbp ten
tijde van het krachtens artikel 126, lid 9, vastgestelde besluit tot 13,6% van het bbp volgens
de budgettaire kennisgeving die Griekenland op 1 april 2010 heeft ingediend) tot 15,4%
van het bbp) na de afronding van het onderzoek dat Eurostat samen met de Griekse
statistische diensten heeft uitgevoerd. Ten slotte heeft de op de markten heersende
bezorgdheid omtrent de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën tot een forse stijging
van de risicopremies op overheidsschulden geleid, waardoor het nog moeilijker is
geworden om het overheidstekort en de overheidsschuld onder controle te houden.
(7) Eind 2009 bedroeg de bruto overheidsschuld 127,1% van het bbp. Dit is de hoogste
schuldquote in de Europese Unie en aanzienlijk meer dan de in het Verdrag vastgelegde
referentiewaarde van 60% van het bbp. Teneinde het noodzakelijke en in het licht van de
omstandigheden haalbare traject voor de vermindering van het tekort te realiseren, moet de
stijgende tendens van de schuld vanaf 2013 worden omgebogen. Naast de blijvend hoge
overheidstekorten hebben ook sommige financiële transacties verdertot de stijging van de
schuld bijgedragen. Deze factoren hebben het vertrouwen van de markten in het vermogen
van de Griekse overheid om de schuldendienst te blijven verzekeren, verder ondermijnd.
Griekenland moet dan ook dringend en op een nooit eerder geziene schaal doortastende
actie tegen het tekort en andere schuldverhogende factoren ondernemen om de stijgende
tendens van de schuldquote om te buigen en zo spoedig mogelijk weer een beroep op
marktfinanciering te kunnen doen.
(8) De zeer ernstige verslechtering van de financiële situatie van de overheid heeft de overige
lidstaten van het eurogebied ertoe doen besluiten Griekenland stabiliteitssteun toe te
kennen met de bedoeling de financiële stabiliteit in het eurogebied als geheel te vrijwaren;
deze steun wordt gecombineerd met multilaterale bijstand van het Internationaal Monetair
Fonds. De steun van de lidstaten van het eurogebied neemt de vorm aan van een
samenbundeling van bilaterale leningen die door de Commissie worden gecoördineerd.
De leninggevers hebben besloten hun steun afhankelijk te stellen van de naleving door
Griekenland van dit besluit. Van Griekenland wordt met name verwacht dat het land de in
dit besluit gespecificeerde maatregelen uitvoert volgens de kalender die hierin is
(9) In juni 2011 werd duidelijk dat, bij ongewijzigd beleid, de tekortdoelstelling voor 2011
gezien de budgettaire ontsporing in 2010 en gezien de uitvoering van de begroting tot mei
fors zou worden overschreden, waardoor de algehele geloofwaardigheid van het
prorgramma in gevaar zou komen. Daarom moesten bepaalde begrotingsmaatregelen
worden geactualiseerd zodat Griekenland de in Besluit 2010/320/EU vastgestelde
tekortlimieten voor 2011 en de jaren daarna alsnog zou kunnen halen. Deze maatregelen
zijn uitvoerig besproken met de Griekse regering en gezamenlijk goedgekeurd door de
Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds.
(10) In het licht van het bovenstaande blijkt het wenselijk om Besluit 2010/320/EU op een
aantal punten te herzien, met behoud van de uiterste termijn voor de correctie van het
buitensporige tekort,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
-
1.Griekenland maakt zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2014 een einde aan de huidige
buitensporigtekortsituatie.
-
2.Met het aanpassingstraject in de richting van de correctie van het buitensporige tekort
wordt de verwezenlijking beoogd van een overheidstekort van niet meer dan
18 508 miljoen EUR (8,0% van het bbp) in 2010, 17 065 miljoen EUR (7,6% van het bbp)
in 2011, 14 916 miljoen EUR (6,5% van het bbp) in 2012, 11 399 miljoen EUR (4,8% van
het bbp) in 2013 en 6 385 miljoen EUR (2,6% van het bbp) in 2014. Om dat doel te
bereiken, zal over de periode 2009-2014 een verbetering van het structurele saldo met ten
minste 10% van het bbp moeten worden gerealiseerd.
-
3.Het in lid 2 bedoelde aanpassingstraject vereist dat de jaarlijkse verandering in de
geconsolideerde bruto overheidsschuld niet groter is dan 34 058 miljoen EUR in 2010,
17 365 miljoen EUR in 2011, 15 016 miljoen EUR in 2012, 11 599 miljoen EUR in 2013
en 7 885 miljoen EUR in 2014. Afgaande op de bbp-prognoses van mei 2011 ziet het
overeenkomstige traject van de schuldquote er als volgt uit: een schuldquote van niet meer
dan 143% in 2010, 154% in 2011, 158% in 2012, 159% in 2013 en 157% in 2014.
Artikel 2
-
1.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind juni 2010:
-
a)een wet die een progressieve belastingschaal voor alle inkomstenbronnen en een
horizontale uniforme behandeling van het inkomen uit arbeid en kapitaal invoert;
-
b)een wet die alle in het belastingstelsel voorkomende vrijstellingen en bepalingen
inzake autonome belastingbevoegdheden afschaft, met inbegrip van die betreffende
inkomsten uit hoofde van aan ambtenaren betaalde bijzondere vergoedingen;
-
c)de annulering van de begrotingskredieten in de reserve voor onvoorziene uitgaven
met de bedoeling een besparing van 700 miljoen EUR te realiseren;
-
d)de afschaffing van de meeste begrotingskredieten voor de solidariteitstoelage (met
uitzondering van een deel ervan dat voor armoedebestrijding is bestemd) met de
bedoeling een besparing van 400 miljoen EUR te realiseren;
-
e)een verlaging van de hoogste pensioenen met de bedoeling een besparing van
500 miljoen EUR over een volledig jaar te realiseren (350 miljoen EUR in 2010);
-
f)een verlaging van de aan ambtenaren betaalde paas-, zomer- en kerstbonussen en
toelagen met de bedoeling een besparing van 1 500 miljoen EUR over een volledig
jaar te realiseren (1 100 miljoen EUR in 2010);
-
g)de afschaffing van de aan gepensioneerden betaalde paas-, zomer- en kerstbonussen
(met dien verstande dat degenen die een laag pensioen genieten, worden beschermd)
met de bedoeling een besparing van 1 900 miljoen EUR over een volledig jaar te
realiseren (1 500 miljoen EUR in 2010);
-
h)een verhoging van het btw-tarief, met een opbrengst van ten minste 1 800 miljoen
EUR voor een volledig jaar (800 miljoen EUR in 2010);
-
i)een verhoging van de accijnsrechten op brandstof, tabak en alcohol, met een
opbrengst van ten minste 1 050 miljoen EUR voor een volledig jaar (450 miljoen
EUR in 2010);
-
j)wetgeving tot omzetting van de dienstenrichtlijn;
-
k)een wet tot hervorming en vereenvoudiging van de overheidsdiensten op lokaal
niveau met de bedoeling de operationele kosten te reduceren;
-
l)de oprichting van een task force met de bedoeling het absorptiepercentage van de
structuur- en cohesiefondsen te verbeteren;
-
n)een vermindering van de overheidsinvesteringen met 500 miljoen EUR ten opzichte
van de plannen;
-
o)het overhevelen van de begrotingskredieten voor de medefinanciering van structurele
en cohesiefondsen naar een speciale centrale rekening die voor geen enkel ander doel
kan worden aangewend;
-
p)de oprichting van een onafhankelijk financiële stabiliteitsfonds dat eventuele
kapitaalstekorten kan opvangen en de gezondheid van de financiële sector kan
vrijwaren door het verstrekken van kapitaalsteun aan de banken, waar dit nodig
blijkt;
-
q)het versterkt toezicht op de banken, met meer menselijke middelen, frequentere
rapportering en driemaandelijkse stresstests.
-
2.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind september 2010:
-
a)voorbereiding van budgettaire consolidatiemaatregelen ter grootte van ten minste
3,2% van het bbp (4,3% van het bbp indien ook met overloopeffecten van in 2010
doorgevoerde maatregelen rekening wordt gehouden), op te nemen in de ontwerp-
begroting voor 2011: een vermindering van het intermediaire verbruik van de
overheid met ten minste 300 miljoen EUR in vergelijking met 2010 (bovenop de
bezuinigingen als gevolg van de hervorming van de overheidsdiensten en van de
lokale overheid als bedoeld in dit lid); een bevriezing van de indexering van de
pensioenen (met de bedoeling een besparing van 100 miljoen EUR te realiseren); een
tijdelijke crisisheffing op zeer winstgevende bedrijven (die in 2011, 2012 en 2013
per jaar ten minste 600 miljoen EUR aan extra inkomsten moet opleveren); het
forfaitair belasten van zelfstandigen (met een opbrengst van ten minste 400 miljoen
EUR in 2011 en met ten minste 100 miljoen EUR per jaar toenemende opbrengsten
in 2012 en 2013); een verbreding van de btw-grondslag door bepaalde, thans
vrijgestelde diensten te belasten en door op 30% van de goederen en diensten het
gewone tarief in plaats van het verminderde tarief te heffen (met een opbrengst van
1 miljard EUR); een geleidelijke invoering van een groene belasting op CO2-uitstoot
(met een opbrengst van ten minste 300 miljoen EUR in 2011); de tenuitvoerlegging
door de regering van de wetgeving tot hervorming van de overheidsdiensten en
reorganisatie van de lokale overheid (met de bedoeling de kosten te verminderen met
ten minste 500 miljoen EUR in 2011 en met nog eens 500 miljoen EUR per jaar in
een vermindering van de binnenlands gefinancierde investeringen (met ten minste
500 miljoen EUR) door prioriteit te geven aan met EU-structuurfondsen
gefinancierde investeringsprojecten, het stimuleren van de regularisering van
inbreuken op de ruimtelijke ordening (met een opbrengst van ten minste 1 500
miljoen EUR tussen 2011 en 2013, waarvan ten minste 500 miljoen EUR in 2011);
de inning van ontvangsten uit hoofde van vergunningen voor kansspelen (ten minste
500 miljoen EUR uit hoofde van toekenningen van vergunningen en 200 miljoen
EUR in de vorm van jaarlijkse royalty's); een verbreding van de grondslag van de
onroerendgoedbelasting door de waarde van de onroerende goederen te actualiseren
(die ten minste 400 miljoen EUR aan extra inkomsten moet opleveren); een hogere
belastingheffing op loon in natura, onder meer door betalingen van autolease-
contracten te belasten (met een extra opbrengst van ten minste 150 miljoen EUR);
een hogere belastingheffing op luxegoederen (met een extra opbrengst van ten minste
100 miljoen EUR); een speciale belasting op ongeoorloofde vestigingen (met een
opbrengst van ten minste 800 miljoen EUR per jaar) en een vervanging van slechts
20% van de op pensioen gaande werknemers in de overheidssector (centrale
overheid, lokale overheden, sociale-verzekeringsinstellingen, overheidsbedrijven,
overheidsagentschappen en andere overheidsinstellingen). Maatregelen die
vergelijkbare budgettaire besparingen opleveren kunnen na overleg met de
Commissie worden overwogen;
-
b)een versterking van de rol en middelen van het General Accounting Office en de
invoering van waarborgen tegen mogelijke politieke inmenging bij de gegevens-
verwerking en het bijhouden van de overheidsrekeningen;
-
c)een voorstel tot hervorming van de loonwetgeving in de overheidssector, met onder
meer de oprichting van centrale betalingsinstantie voor de uitbetaling van salarissen,
de invoering van eenvormige beginselen en een tijdschema voor de vaststelling van
een gestroomlijnde en uniforme salaristabel voor ambtenaren welke geldt voor de
nationale overheid, de lokale overheden en andere agentschappen;
-
d)wetgeving ter verbetering van de efficiëntie van de belastingdiensten en de
belastingcontrole;
-
e)de start van onafhankelijke evaluaties van centrale overheidsdiensten en van
bestaande sociale programma's;
-
f)de bekendmaking van maandelijkse statistieken (op kasbasis) over ontvangsten,
uitgaven, financiering en uitgavenachterstanden van de "beschikbare centrale
overheid" en haar subentiteiten;
-
g)een actieplan met het oog op een betere vergaring en verwerking van gegevens over
de overheidssector, met name door de controlemechanismen van de statistische
diensten en het General Accounting Office te versterken en door een daadwerkelijke
persoonlijke verantwoordelijkheid voor rapportagefouten in te voeren, teneinde de
snelle verstrekking van overheidsgegevens van hoge kwaliteit te waarborgen, zoals
wordt voorgeschreven bij de Verordeningen (EG) nr. 2223/96, (EG) nr. 264/2000,
(EG) nr. 1221/2002, (EG) nr. 501/2004, (EG) nr. 1222/2004, (EG) nr. 1161/2005,
(EG) nr. 223/2009 en (EG) nr. 479/2009;
-
h)de regelmatige bekendmaking van informatie over de financiële situatie van
overheidsbedrijven en andere overheidsentiteiten die niet deel uitmaken van de
overheid (met inbegrip van gedetailleerde resultatenrekeningen, balansen en
gegevens over de werkgelegenheid en de loonkosten);
-
i)de oprichting van een uitgebreid centraal register voor overheidsbedrijven;
-
j)een actieplan met een tijdschema voor concrete acties die tot de oprichting van een
centrale instantie voor overheidsopdrachten moeten leiden;
-
k)een wet tot vaststelling van een bovengrens van 50 miljoen EUR voor de jaarlijkse
overheidsbijdrage uit hoofde van de openbaredienstverplichting aan spoorweg-
exploitanten voor de periode 2011-2013 en ter invoering van het beginsel dat de staat
geen extra expliciete of impliciete steun aan spoorwegexploitanten verleent;
-
l)een ondernemingsplan voor de Griekse spoorwegen. In het ondernemingsplan wordt
gespecificeerd hoe operationele activiteiten winstgevend zullen worden gemaakt, met
inbegrip van dekking van de kosten wegens waardevermindering vanaf 2011 door
onder meer sluiting van verlieslijdende lijnen, verhoging van tarieven, vermindering
van lonen en inkrimping van het personeelsbestand; het ondernemingsplan bevat
voorts een gedetailleerde gevoeligheidsanalyse betreffende de implicatie voor de
loonkosten van verschillende scenario's wat het resultaat van een collectieve
overeenkomst betreft; het verschaft informatie aangaande verschillende opties met
betrekking tot het personeel; en het voorziet in de herstructurering van de holding via
onder meer de verkoop van grond en andere activa;
-
m)een wet tot hervorming van het systeem voor het voeren van loononderhandelingen
in de particuliere sector; de wet dient te voorzien in een vermindering van de
loontoeslagen voor overwerk en een grotere flexibiliteit bij het beheer van de
arbeidstijd, en het tevens mogelijk te maken lokale territoriale overeenkomsten te
sluiten waarin een lagere loonstijging wordt afgesproken dan in de sectorale
overeenkomsten;
-
n)een hervorming van de wetgeving op het gebied van de bescherming van werk-
gelegenheid om de periode op proef voor nieuwe banen te verlengen tot één jaar, en
om een verhoogd gebruik van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en deeltijdarbeid te
bevorderen;
-
o)een wijziging van de regelgeving met betrekking tot het systeem van scheids-
gerechten om iedere partij de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van een
scheidsgerecht als zij het niet eens is met het voorstel van de bemiddelaar;
-
p)een hervorming van de scheidsrechterlijke procedure om ervoor te zorgen dat de
procedure in overeenstemming met transparante objectieve criteria verloopt, met een
onafhankelijk college van scheidsrechters dat bevoegd is een besluit te nemen zonder
overheidsinmenging.
-
3.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind december 2010:
-
b)de tenuitvoerlegging van een wet tot versterking van het begrotingskader. Deze wet
dient met name in het volgende te voorzien: de totstandbrenging van een begrotings-
kader voor de middellange termijn, de opneming in de begroting van een verplichte
reserve voor onvoorziene uitgaven ter grootte van 5% van de totale begrotings-
kredieten van de ministeries, met uitzondering van de lonen, de pensioenen en de
intrestbetalingen, de invoering van sterkere mechanismen voor de controle op de
uitgaven en de oprichting van een begrotingsdienst die van het parlement afhangt;
-
c)een forse verbetering van het absorptiepercentage van de structuur- en cohesie-
fondsen;
-
d)wetgeving tot vereenvoudiging en versnelling van het proces voor vergunning-
verlening aan ondernemingen en zelfstandigen en voor de uitoefening van industriële
activiteiten;
-
e)een wijziging van het institutionele kader van de Griekse mededingingsautoriteit
teneinde de onafhankelijkheid ervan te vergroten, redelijke termijnen voor het
verrichten van onderzoeken en het uitvaardigen van besluiten vast te stellen, en de
autoriteit de bevoegdheid te verlenen klachten te verwerpen;
-
f)maatregelen waarmee wordt beoogd bestaande beperkingen op het vrij verrichten
van diensten op te heffen;
-
g)een decreet dat lokale overheden tot ten minste 2014 verbiedt tekorten te boeken; een
vermindering van de overdrachten aan de lokale overheid conform de geplande
besparingen en bevoegdheidsoverdrachten;
-
h)bekendmaking van tussentijdse langetermijnprognoses van pensioenuitgaven tot
2060 zoals vastgelegd in de wetgevingshervorming van juli 2010 waaronder de
voornaamste pensioenregelingen vallen (IKA, met inbegrip van het pensioenstelsel
voor ambtenaren, OGA en OAEE);
-
i)invoering van een uniform elektronisch receptensysteem; bekendmaking van de
volledige prijslijst van de op de markt beschikbare geneesmiddelen; toepassing van
de lijst van niet-vergoede geneesmiddelen en van de lijst van receptvrije genees-
middelen; bekendmaking van de nieuwe lijst van vergoede geneesmiddelen met
gebruikmaking van het nieuwe systeem van referentieprijzen; gebruikmaking van de
via elektronische recepten en scanning beschikbaar gekomen informatie voor de
inning van kortingen van farmaceutische bedrijven; invoering van een bewakings-
mechanisme dat een maandelijkse toetsing van de uitgaven voor geneesmiddelen
mogelijk maakt; opleggen van eigen bijdragen van 5 EUR voor standaard poli-
klinische diensten en uitbreiding van eigen bijdragen tot onrechtmatig beroep op
spoeddiensten; bekendmaking van gecontroleerde rekeningen van ziekenhuizen en
gezondheidscentra; en instelling van een onafhankelijke taskforce van deskundigen
op het gebied van het gezondheidszorgbeleid die tot taak heeft tegen eind mei 2011
een gedetailleerd verslag op te stellen met het oog op een algemene hervorming van
het gezondheidszorgstelsel teneinde dit stelsel efficiënter en doeltreffender te maken;
-
j)verdere vermindering van de beleidsuitgaven met ten minste 5%, wat besparingen ter
waarde van ten minste 100 miljoen EUR oplevert;
-
k)verdere reductie van de overdrachten, wat voor de overheid als geheel in besparingen
ter waarde van ten minste 100 miljoen EUR resulteert. De begunstigde overheids-
entiteiten gaan over tot een dienovereenkomstige vermindering van de uitgaven,
zodat er geen accumulatie van betalingsachterstanden ontstaat;
-
l)invoering vanaf januari 2011 van inkomensafhankelijke gezinsuitkeringen, wat
besparingen ter waarde van ten minste 150 miljoen EUR (ongerekend de
desbetreffende administratieve kosten) oplevert;
-
m)vermindering van de aankoop van militaire uitrusting (leveringen) met ten minste
500 miljoen EUR in vergelijking met het feitelijke niveau van 2010;
-
n)reductie van de uitgaven voor geneesmiddelen met 900 miljoen EUR door de
socialeverzekeringsinstellingen als gevolg van een bijkomende verlaging van de
geneesmiddelenprijzen en nieuwe aankoopprocedures, en met ten minste 350 miljoen
EUR door ziekenhuizen (met inbegrip van uitgaven voor apparatuur);
-
o)aanbrengen van wijzigingen in het beheer, de prijszetting en de lonen van overheids-
bedrijven, wat besparingen ter waarde van ten minste 800 miljoen EUR oplevert;
-
p)verhoging van de verlaagde btw-tarieven van 5,5 tot 6,5% en van 11 tot 13%, wat ten
minste 880 miljoen EUR oplevert en verlaging van het btw-tarief voor genees-
middelen en hotelaccommodatie van 11 tot 6,5%, waarvan de kosten niet hoger
mogen oplopen dan 250 miljoen EUR, ongerekend de uit het lagere btw-tarief voor
geneesmiddelen voortvloeiende besparingen voor socialeverzekeringsinstellingen en
ziekenhuizen;
-
r)verhoging van de kosten van procesvoering (ten minste 100 miljoen EUR);
-
s)tenuitvoerlegging van een actieplan voor een versnelde inning van achterstallige
belastingen (ten minste 200 miljoen EUR);
-
t)snellere inning van fiscale boeten (ten minste 400 miljoen EUR);
-
u)inning van inkomsten die uit het nieuwe kader voor fiscale geschillen en processen
voortvloeien (ten minste 300 miljoen EUR);
-
v)inkomsten uit hoofde van de verlenging van vervallende telecommunicatie-
vergunningen (ten minste 350 miljoen EUR);
-
w)inkomsten uit concessieovereenkomsten (ten minste 250 miljoen EUR);
-
x)een herstructureringsplan voor het Atheense vervoersnetwerk (OASA). Doel van
het plan is de exploitatieverliezen van het vervoersbedrijf te reduceren en het
economisch levensvatbaar te maken. Het plan voorziet onder meer in bezuinigingen
op de exploitatiekosten van het bedrijf en tariefverhogingen. Uiterlijk in maart 2011
worden de vereiste maatregelen getroffen;
-
y)een wet die de indienstnemingen in de hele overheidssector beperkt tot niet meer dan
één indienstneming voor vijf pensioneringen of ontslagen, zonder sectorale
uitzonderingen en met inbegrip van het personeel dat van overheidsbedrijven in
herstructurering naar overheidsentiteiten wordt overgeheveld;
-
z)wetten die de arbeidsmarktsinstelling versterken en die bepalen dat: overeenkomsten
op ondernemingsniveau prevaleren boven sectorale en beroepsovereenkomsten
zonder ongerechtvaardigde beperkingen; collectieve arbeidsovereenkomsten op
bedrijfsniveau niet beperkt worden door eisen in verband met de minimumgrootte
van ondernemingen; de uitbreiding van sectorale en beroepsovereenkomsten tot
partijen die niet bij de onderhandelingen betrokken waren, wordt afgeschaft; de
proefperiode voor nieuwe arbeidsplaatsen wordt verlengd; tijdsbeperkingen bij
gebruikmaking van uitzendkantoren worden verlengd; belemmeringen bij grotere
gebruikmaking van overeenkomsten voor bepaalde duur worden weggenomen; de
bepaling die in een hoger uurloon voor deeltijdwerkers voorziet, wordt ingetrokken;
en een flexibeler arbeidstijdsbeheer, met inbegrip van deeltijdse ploegenarbeid,
wordt toegelaten.
-
4.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2011:
-
a)bekendmaking van uitgebreide langetermijnprognoses van pensioenuitgaven tot 2060
zoals vastgelegd bij de wetgevingshervorming van juli 2010. De prognoses omvatten
de aanvullende stelsels en zijn gebaseerd op een uitvoerige reeks gegevens die door
de nationale actuariële autoriteit worden verzameld en opgesteld. De prognoses
worden door het EU-Comité voor de economische politiek getoetst en gevalideerd;
-
b)de regering vereffent de achterstallige betalingen die in 2010 zijn geaccumuleerd en
brengt die van de vorige jaren terug;
-
c)een plan tot bestrijding van belastingontwijking met kwantitatieve prestatie-
indicatoren om belastinginningsdiensten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken;
wetgeving tot stroomlijning van de procedures voor de beslechting van
administratieve belastinggeschillen en van de gerechtelijke beroepsprocedures,
alsook de nodige wetten en procedures om ernstige beroepsfouten, corruptie en
slecht presteren van belastingambtenaren beter te kunnen aanpakken, onder meer
door vervolging in gevallen van plichtsverzuim; publicatie van maandelijkse
verslagen van de vijf taskforces ter bestrijding van belastingontwijking, waarin onder
meer een reeks voortgangsindicatoren is opgenomen;
-
d)een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering
van de vereenvoudigde beloningsregeling; opstelling van een personeelsplan voor de
middellange termijn voor de periode tot en met 2013 dat in overeenstemming is met
de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen, waarin ook plannen worden
gespecificeerd voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten behoeve van
prioritaire terreinen; bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeels-
verloop (indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van
de diverse overheidsafdelingen;
-
e)doorvoering van de grondige hervorming van het gezondheidszorgstelsel waarmee in
2010 een aanvang is gemaakt, met de bedoeling de overheidsuitgaven voor
gezondheidszorg op of onder de 6% van het bbp te handhaven; maatregelen die
besparingen op de uitgaven voor geneesmiddelen ter waarde van ten minste 2 miljard
EUR opleveren ten opzichte van het niveau van 2010, waarvan ten minste 1 miljard
EUR in 2011 wordt gerealiseerd; verbetering van de boekhoudings- en facturerings-
systemen van ziekenhuizen door: voltooiing van de invoering in alle ziekenhuizen
van dubbele boekhoudsystemen op transactiebasis; gebruikmaking van het uniforme
codeersysteem en van een gemeenschappelijk register voor medische benodigd-
heden; berekening van de voorraden en stromen van medische benodigdheden in alle
ziekenhuizen met behulp van het uniforme codeerstelsel voor medische benodigd-
heden; inning van eigen bijdragen van patiënten in alle voorzieningen van de
nationale gezondheidsdienst; en de tijdige facturering van behandelingskosten (niet
later dan twee maanden) aan Griekse socialeverzekeringsinstellingen, andere
lidstaten en particuliere zorgverzekeraars; en ervoor zorgen dat ten minste 50% van
de hoeveelheid geneesmiddelen die eind 2011 door openbare ziekenhuizen is
gebruikt, uit generieke geneesmiddelen en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust,
bestaat door alle openbare ziekenhuizen ertoe te verplichten farmaceutische
producten per werkzame stof aan te kopen;
-
f)met het oogmerk om verspilling en wanbeleid in staatsbedrijven tegen te gaan en ten
minste 800 miljoen EUR fiscaal te besparen, vaststelling van een besluit dat:
primaire beloningen in de publieke sector op bedrijfsniveau met ten minste 10%
verlaagt; secundaire beloningen beperkt tot 10% van de primaire beloningen; een
maximum van 4 000 EUR per maand voor bruto inkomsten vaststelt (12 betalingen
per jaar); de tarieven voor stadsvervoer met minstens 30% verhoogt; acties opstelt
die de werkingskosten in de publieke sector met 15 tot 25% verlagen; en vaststelling
van een besluit voor de herstructurering van de OASA;
-
g)een nieuw regelgevingskader om de sluiting van concessieovereenkomsten voor
regionale luchthavens te faciliteren;
-
h)instelling van een onafhankelijke taskforce voor onderwijsbeleid om tot een
efficiënter openbaar onderwijs (lager, middelbaar en hoger onderwijs) en een
efficiënter gebruik van de middelen te komen;
-
i)vaststelling van een wet waarbij overeenkomstig het actieplan een centrale autoriteit
voor overheidsopdrachten wordt ingesteld; en ontwikkeling van een IT-platform voor
elektronische aanbestedingen en vaststelling van onder meer de volgende tussentijdse
ijkpunten in overeenstemming met het actieplan: test van een proefversie,
beschikbaarheid van alle functies voor alle opdrachten en geleidelijke invoering van
de verplichting om van het elektronisch aanbestedingssysteem gebruik te maken voor
het plaatsen van opdrachten voor leveringen, diensten en werken;
-
5.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind juli 2011:
-
a)het voorleggen aan het parlement van een gestroomlijnde en uniforme salaristabel
voor ambtenaren welke geldt voor de nationale overheid, de lokale overheden en
andere agentschappen, die ingevoerd wordt over een periode van drie jaar, en waarbij
de salarissen in overeenstemming zijn met de productiviteit en de vervulde taken;
-
b)een personeelsplan voor de middellange termijn tot en met 2015 dat in
overeenstemming is met de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen
(1 voor 10 in 2011). In het plan worden de regels voor tijdelijk personeel, voor de
annulering van vacatures en voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten
behoeve van prioritaire terreinen aangescherpt en wordt rekening gehouden met de
verlenging van de werkweek in de publieke sector;
-
c)een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering
van de vereenvoudigde beloningsregeling, dat aansluit bij de lonen in de particuliere
sector en leidt tot een verlaging van de totale loonkosten. Het plan berust op de
uitkomsten van het verslag van het ministerie van Financiën en van de centrale
betalingsinstantie. De wetgeving voor een vereenvoudigde beloningsregeling wordt
geleidelijk over een periode van drie jaar ingevoerd. De lonen van de werknemers
van de staatsbedrijven stroken met de nieuwe salaristabel voor de publieke sector;
-
d)een versterking van de arbeidsinspectie, die over het nodige gekwalificeerde
personeel moet beschikken en waarvoor kwantitatieve doelstellingen moeten gelden
wat het aantal uit te voeren controles betreft;
-
e)een wet ter herziening van de belangrijkste parameters van het pensioenstelsel, om de
toename van de overheidsuitgaven inzake pensioenen over de periode 2009-2060 te
beperken tot minder dan 2,5% van het bbp, indien langetermijnprognoses aantonen
dat de verwachte toename van de pensioenuitgaven van de overheid dit bedrag zou
overstijgen. De nationale actuariële autoriteit gaat door met de indiening van
langetermijnprognoses van de pensioenuitgaven tot 2060 in het kader van de
vastgestelde hervorming. De prognoses omvatten de belangrijkste aanvullende
stelsels (ETEAM, TEADY, MTPY), en berusten op uitvoerige gegevens die de
nationale actuariële autoriteit heeft verzameld en opgesteld;
-
f)een herziening van de lijst van zware beroepen ter vermindering van de dekking
ervan tot maximaal 10% van de tewerkstelling; de nieuwe lijst van zware en
ongezonde beroepen is met ingang van 1 augustus 2011 op alle huidige en
toekomstige werknemers van toepassing;
-
g)wetgeving tot instelling van een centrale autoriteit voor overheidsopdrachten met de
opdracht, de doelstellingen, de bevoegdheden en het tijdschema voor de inwerking-
treding, zoals aangegeven in het actieplan;
-
h)aanvullende maatregelen ter bevordering van het gebruik van generieke genees-
middelen door: elektronische recepten per werkzame stof verplicht te stellen en van
minder dure generieke geneesmiddelen wanneer deze beschikbaar zijn; toewijzing
van een lager kostendelingspercentage aan generieke geneesmiddelen met een
duidelijk lagere prijs dan de referentieprijs (minder dan 60% van de prijs van
merkproducten) op basis van de ervaring van andere EU-lidstaten; vaststelling van de
maximumprijs van generieke geneesmiddelen op 60% van de merkgeneesmiddelen
met een soortgelijke werkzame stof;
-
i)publicatie van een inventaris van overheidsactiva, waarin onder meer een overzicht
van de belangen in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde ondernemingen en van
commercieel interessante onroerende goederen en terreinen wordt gegeven; een
algemeen secretariaat voor de ontwikkeling van onroerend goed wordt opgericht met
de bedoeling onroerend goed beter te beheren, dit vrij te maken van bezwaringen en
gereed te maken voor privatisering;
-
j)de budgettaire middellangetermijnstrategie (hierna BMTS genoemd) tot en met 2015,
zoals beschreven in bijlage I bij het onderhavige besluit, en de desbetreffende
uitvoeringswetten. De BMTS bevat een beschrijving van de permanente budgettaire
consolidatiemaatregelen die ervoor zorgen dat de tekortlimieten voor 2011-2015
zoals vastgelegd in het besluit van de Raad, niet worden overschreden en dat de
schuldquote een duurzame neerwaartse tendens gaat vertonen;
-
k)privatisering van activa ter waarde van ten minste 390 miljoen EUR; vaststelling van
een privatiseringsprogramma dat in 2012 ten minste 15 miljard EUR, in 2013 ten
minste 22 miljard EUR, in 2014 ten minste 35 miljard EUR en in 2015 ten minste
50 miljard EUR moet opleveren; de opbrengsten uit de privatisering van activa
(onroerend goed, concessies en financiële activa) worden aangewend om schulden af
te lossen en gaan niet ten koste van de budgettaire consolidatie-inspanningen om te
voldoen aan de in artikel 1, lid 2, vastgelegde tekortlimieten;
-
l)oprichting van een solide beheerd privatiseringsfonds dat het privatiseringsproces
moet versnellen en moet waarborgen dat dit proces onomkeerbaar zal zijn en in
goede banen wordt geleid. Het fonds verwerft het juridische eigendomsrecht van de
activa die geprivatiseerd moeten worden. Het fonds kan zijn activa niet in pand
geven op een manier die het bereiken van zijn doel, namelijk het privatiseren van de
activa, in de weg zou staan;
-
m)dient wetsvoorstellen in die ertoe strekken om niet-levensvatbare entiteiten te sluiten,
samen te voegen of af te slanken;
-
n)maatregelen om de uitgaven beter in de hand te houden: een besluit waarin de
kwalificaties en verantwoordelijkheden worden gespecificeerd van de reken-
plichtigen die in alle vakministeries moeten worden aangesteld en verantwoordelijk
zullen zijn voor de uitoefening van een deugdelijke financiële controle;
-
o)nieuwe criteria en voorwaarden op basis waarvan socialezekerheidsfondsen
contracten sluiten met alle zorgverleners teneinde de beoogde verlaging van de
uitgaven te realiseren; geeft de aanzet tot een gezamenlijke inkoop van medische
diensten en goederen om middels prijs-volumeafspraken een forse verlaging van de
uitgaven met ten minste 25% ten opzichte van 2010 te realiseren;
-
p)bekendmaking van bindende voorschrijfregels voor artsen die zijn vastgesteld op
basis van internationale voorschrijfregels, ten behoeve van een kosteneffectief
gebruik van geneesmiddelen; bekendmaking en continue bijwerking van de positieve
lijst van vergoede geneesmiddelen;
-
q)opstelling van een plan voor de reorganisatie en herstructurering van ziekenhuizen op
de korte en middellange termijn teneinde bestaande inefficiënties terug te dringen,
gebruik te maken van schaal- en toepassingsvoordelen en de kwaliteit van de
patiëntenzorg te verbeteren. De ziekenhuiskosten moeten aldus in 2011 met ten
minste 10% worden verminderd en in 2012 met nog eens 5%.
-
6.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind september 2011:
-
a)een begroting voor 2012 die in overeenstemming is met de BMTS en met het doel de
in artikel 1, lid 2, vastgelegde tekortlimieten te halen;
-
b)een vermindering van de belastingbelemmeringen voor fusies en overnamen;
-
c)een vereenvoudiging van het douaneafhandelingsproces voor uitvoer en invoer;
-
d)een verdere verbetering van het absorptiepercentage van de structuur- en
cohesiefondsen;
-
e)de volledige tenuitvoerlegging van de agenda voor betere regelgeving teneinde de
administratieve lasten met 20% te verminderen (ten opzichte van 2008);
-
f)wetgeving die ertoe strekt om niet-levensvatbare entiteiten te sluiten, samen te
-
g)maatregelen ter beperking van aankoop- en derdenkosten bij overheidsbedrijven,
actualisering van prijzen, uitbreiding van de activiteiten, en vermindering van
personeelskosten door de opstelling en uitvoering van een afvloeiingsplan. Overtollig
personeel dat niet kan afvloeien volgens de regel van 1 indienstneming voor
5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011), wordt gedwongen te vertrekken of wordt op
non-actief gesteld (arbeidsreserve). Deze regel geldt zonder uitzondering voor alle
sectoren; hij is ook van toepassing op de overplaatsing van personeel van overheids-
bedrijven naar andere overheidsorganen na een onderzoek van de beroeps-
kwalificaties van de betrokkenen door ASEP aan de hand van de gebruikelijke
evaluatiecriteria. Personeel dat in de arbeidsreserve wordt geplaatst, ontvangt 60%
van het salaris gedurende maximaal twaalf maanden, waarna ontslag volgt;
-
h)een juridisch kader dat een snelle toewijzing van grondgebruik mogelijk maakt en de
eigendomsregistratie van overheidsgrond bespoedigt;
-
i)een wet ter bevordering van investeringen in de toeristische sector (vakantieresorts
en vakantiehuizen) om in combinatie met de wet op het landgebruik een versnelde
privatisering mogelijk te maken van grondpercelen die bij het Griekse bureau voor
toeristisch onroerend goed (ETA) in beheer zijn;
-
j)voltooiing van de functionele evaluatie van bestaande sociale programma's;
beoordeling door de regering van de resultaten van de tweede en laatste fase van de
onafhankelijke functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten; wetten en
maatregelen om uitvoering te geven aan de praktische aanbevelingen van de eerste
fase van de functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten en van de
volledige evaluatie van bestaande sociale programma's;
-
k)een grondige herziening van het functioneren van secundaire/aanvullende openbare
pensioenfondsen, inclusief welzijnsfondsen en regelingen waarbij een uitkering
ineens wordt betaald. De herziening strekt ertoe de pensioenuitgaven te stabiliseren,
de budgettaire neutraliteit van deze regelingen te garanderen en de houdbaarheid van
het stelsel op de middellange en lange termijn te handhaven. De herziening
bewerkstelligt: een verdere vermindering van het aantal bestaande fondsen; het
wegwerken van onevenwichtigheden in de fondsen met tekorten; de stabilisatie van
de lopende uitgaven op een houdbaar niveau door middel van passende correcties die
vanaf 1 januari 2012 moeten worden doorgevoerd; de houdbaarheid op de lange
termijn van aanvullende regelingen dankzij een nauw verband tussen bijdragen en
uitkeringen;
-
l)inventarisatie van de regelingen waarbij de uitkeringen ineens bij pensionering niet
in overeenstemming zijn met de betaalde bijdragen, teneinde de uitkeringen uiterlijk
eind december 2011 aan te passen;
-
m)verdere maatregelen om het systeem van elektronische geneesmiddelenrecepten,
diagnosticering en artsenverwijzingen op kosteneffectieve wijze uit te breiden tot alle
socialezekerheidsfondsen, gezondheidszorgcentra en ziekenhuizen. In overeen-
stemming met de EU-voorschriften voor overheidsopdrachten schrijft de regering de
nodige aanbestedingsprocedures uit om een alomvattend en uniform informatie-
systeem voor de gezondheidszorg (e-gezondheidszorgsysteem) ten uitvoer te leggen;
-
n)verdere maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 30% van de hoeveelheid
geneesmiddelen die door openbare ziekenhuizen wordt gebruikt, bestaat uit
generieke geneesmiddelen waarvan de prijs lager ligt dan vergelijkbare merk-
producten, en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, met name door alle
openbare ziekenhuizen te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof
-
o)besluiten om posten voor het personeel van de centrale autoriteit voor overheids-
opdrachten te creëren en vast te stellen en om het personeel en de diensten van de
autoriteit te organiseren in overeenstemming met de bepalingen van de wet tot
instelling van de autoriteit; om de leden van de centrale autoriteit voor overheids-
opdrachten te benoemen;
-
p)bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeelsverloop
(indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van de
diverse overheidsafdelingen.
-
7.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind december 2011:
-
a)de definitieve vaststelling van de begroting voor 2012;
-
b)een versterking van de beheerscapaciteit van alle bemiddelende en beheersinstanties
van operationele programma's in het raam van het nationale strategische referentie-
kader 2007-2013 en de certificering ervan (ISO 9001:2008 - Kwaliteitsbeheer);
-
c)invoering vanaf 2013 van een voor budgetteringsdoeleinden te gebruiken systeem
voor de berekening per geval van de ziekenhuiskosten;
-
d)wetten om uitvoering te geven aan de praktische aanbevelingen van de eerste fase
van de functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten en van de volledige
evaluatie van bestaande sociale programma's; beoordeling van de resultaten van de
tweede en laatste fase van de onafhankelijke functionele evaluatie van de centrale
-
e)aanvang van de werkzaamheden van de centrale autoriteit voor overheidsopdrachten,
die kan beschikken over de middelen die voor haar in het actieplan omschreven
opdracht, doelstellingen en bevoegdheden zijn vereist;
-
f)evaluatie van de vergoedingen voor medische diensten die zijn uitbesteed aan
particuliere dienstverleners teneinde de desbetreffende kosten in 2011 met ten minste
15% te doen dalen en in 2012 met nog eens 15%;
-
g)maatregelen om het belastingstelsel te vereenvoudigen, de grondslagen te verbreden
en de belastingtarieven op begrotingsneutrale wijze te verlagen, zulks met betrekking
tot de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de btw;
-
h)verdere maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 50% van de hoeveelheid
geneesmiddelen die door openbare ziekenhuizen wordt gebruikt, bestaat uit
generieke geneesmiddelen waarvan de prijs lager ligt dan vergelijkbare merk-
producten, en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, met name door alle
openbare ziekenhuizen te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof
-
8.Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2012:
-
a)een hervorming van de secundaire/aanvullende pensioenregelingen door fondsen te
fuseren en door een aanvang te maken met de berekening van uitkeringen op basis
van de nieuwe theoretische toegezegdebijdragenregeling; bevriezing van de
nominale aanvullende pensioenen en vermindering van de vervangingsratio's voor
opgebouwde rechten in fondsen met tekorten op basis van een actuariële studie van
de nationale autoriteit voor het actuariaat. Ingeval de actuariële studie niet klaar is,
worden de vervangingsratio's met ingang van 1 januari 2012 verminderd om tekorten
te vermijden;
-
b)berekening van de winstmarges van apotheken als een forfaitair bedrag of een
forfaitaire vergoeding in combinatie met een kleine winstmarge, teneinde de totale
winstmarge te beperken tot maximaal 15%, inclusief voor de duurste genees-
middelen.
Artikel 3
Griekenland verleent zijn volledige medewerking aan de Commissie en verschaft deze onverwijld
op gemotiveerd verzoek harerzijds alle gegevens of documenten die nodig zijn voor het toezicht op
Artikel 4
-
1.Griekenland dient om de drie maanden bij de Raad en de Commissie een verslag in waarin
een beschrijving wordt gegeven van de beleidsmaatregelen die zijn genomen om aan dit
besluit gevolg te geven.
-
2.De krachtens lid 1 in te dienen verslagen bevatten gedetailleerde informatie over het
volgende:
-
a)de concrete maatregelen die op de verslagdatum zijn uitgevoerd om aan dit besluit
gevolg te geven, waaronder ook de gekwantificeerde impact op de begroting;
-
b)de concrete maatregelen die na de verslagdatum zijn gepland om aan dit besluit
gevolg te geven, alsook het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van deze
maatregelen en een inschatting van de impact op de begroting;
-
c)de maandelijkse uitvoering van de overheidsbegroting;
-
d)gegevens voor perioden korter dan een jaar over de begrotingsuitvoering door de
sociale zekerheid, de lokale overheid en niet op de begroting opgevoerde fondsen;
-
e)de uitgifte en terugbetaling van schuldpapier door de overheid;
-
f)informatie over de ontwikkelingen in de permanente en tijdelijke werkgelegenheid in
-
g)nog te betalen overheidsuitgaven, met vermelding van die uitgaven waarvoor de
betalingstermijn is verstreken;
-
h)de financiële situatie van overheidsbedrijven en andere overheidsentiteiten.
-
3.De Commissie en de Raad gaan aan de hand van de verslagen na of Griekenland aan dit
besluit gevolg heeft gegeven. In het kader van deze evaluatie kan de Commissie
maatregelen aangeven die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat het in dit besluit
vastgestelde aanpassingstraject voor de correctie van het buitensporige begrotingstekort
wordt gevolgd.
Artikel 5
Besluit 2010/320/EU wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar het ingetrokken besluit gelden als verwijzingen naar het onderhavige besluit en
worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan.
Artikel 7
Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.
Gedaan te -
Voor de Raad -
BIJLAGE I
Budgettaire middellangetermijnstrategie
(als bedoeld in artikel 2, lid 5, van het onderhavige besluit)
De budgettaire middellangetermijnstrategie (BMTS) tot en met 2015 zal het volgende omvatten:
Verlaging van de loonkosten met ten minste 770 miljoen EUR in 2011, en nog eens
600 miljoen EUR in 2012, 448 miljoen EUR in 2013, 306 miljoen EUR in 2014 en
71 miljoen EUR in 2015 door de invoering van natuurlijk verloop dat verder gaat dan de regel
van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011); verlenging van de werkweek
voor werknemers in de publieke sector van 37,5 naar 40 uur en vermindering van de vergoedingen
voor overwerk; vermindering van het aantal commissies en raden waarvoor een vergoeding wordt
betaald; beperking van de regelingen voor andere aanvullende compensaties, toeslagen en
bonussen; vermindering van het aantal contractanten (50% in 2011 en nog eens 10% vanaf 2012);
tijdelijke bevriezing van de automatische periodieke loonsverhoging; de invoering van een nieuwe
salaristabel; de invoering van deeltijdwerk in de publieke sector en van onbetaald verlof; een
beperking in het aantal toelatingen tot de militaire en de politieacademie; de overheveling van
overtollig personeel naar een arbeidsreserve, waarin het gedurende maximaal twaalf maanden
gemiddeld 60% van het salaris ontvangt, en een verlaging van de vergoeding voor productiviteit
Verlaging van de operationele uitgaven van de centrale overheid met ten minste
190 miljoen EUR in 2011, nog eens 92 miljoen EUR in 2012, 161 miljoen EUR in 2013,
323 miljoen EUR in 2014 en 370 miljoen EUR in 2015, door de invoering van elektronische
aanbestedingen van alle overheidsopdrachten; rationeler energieverbruik door overheidsdiensten;
verlaging van de huurkosten door efficiënter gebruik te maken van overheidsgebouwen; verlaging
van alle telecommunicatiekosten; afschaffing van de gratis distributie van kranten; verlaging van de
operationele uitgaven in de gewone begroting over de gehele linie; invoering van benchmarks in de
overheidsuitgaven nadat het MIS voor de overheidsuitgaven één jaar heeft gewerkt.
Verlaging van de kosten van niet op de begroting opgevoerde fondsen en overdrachten aan
andere entiteiten met ten minste 540 miljoen EUR in 2011, en nog eens 150 miljoen EUR in
2012, 200 miljoen EUR in 2013, 200 miljoen EUR in 2014 en 150 miljoen EUR in 2015, door
een beoordeling van het mandaat, de levensvatbaarheid en de kosten van alle door de publieke
sector gesubsidieerde entiteiten alsook door fusie en sluiting van deze entiteiten; fusie/sluiting van
en verlaging van subsidies aan onderwijsinstellingen (scholen en instellingen voor hoger
onderwijs); verlaging van subsidies aan entiteiten buiten de overheidssector en een actieplan om
entiteiten te sluiten, samen te voegen en af te slanken.
Besparingen op staatsbedrijven voor ten minste 414 miljoen EUR in 2012 en nog eens
329 miljoen EUR in 2013, 297 miljoen EUR in 2014 en 274 miljoen EUR in 2015 door een
verhoging van de ontvangsten van de Griekse Spoorwegen (OSE), het busvervoer (OASA) en
andere bedrijven, de tenuitvoerlegging van herstructureringsplannen en privatisering bij Hellenic
Defence Systems, Hellenic Aeronautical Industry en Hellenic Horse Racing Corporation; verkoop
van bedrijfsactiva die verband houden met niet-kernactiviteiten; verlaging van personeelskosten;
verlaging van de operationele kosten en fusie en sluiting van bedrijven.
Verlaging van de operationele defensie-uitgaven met ten minste 133 miljoen EUR in 2013 en
nog eens 133 miljoen EUR in 2014 en 134 miljoen EUR in 2015, bovenop de verlaging van het
bedrag dat gemoeid is met de aankoop van militaire uitrusting (leveringen) met 830 miljoen EUR
van 2010 tot en met 2015.
Verlaging van de uitgaven aan gezondheidszorg en geneesmiddelen met ten minste
310 miljoen EUR in 2011, en nog eens 697 miljoen EUR in 2012, 349 miljoen EUR in 2013,
303 miljoen EUR in 2014 en 463 miljoen EUR in 2015, door de invoering van een nieuwe
"gezondheidskaart" en een daarmee gepaard gaande verlaging van de ziekenhuiskosten; een
herevaluatie van het mandaat en de kosten van de niet-ziekenhuisentiteiten waarop het ministerie
van Volksgezondheid toezicht houdt; invoering van een centraal aanbestedingssysteem; verlaging
van de gemiddelde kosten per behandeling via behandelcombinaties; beperking van de dienst-
verlening aan niet-verzekerden (poortwachtersfunctie); in rekening brengen van de kosten van
dienstverlening aan buitenlanders; operationalisering van een nationale organisatie voor eerstelijns-
gezondheidszorg (EOPI); scanning door IKA van met de hand geschreven recepten; uitbreiding van
de lijst van geneesmiddelen waarvoor geen recept nodig is; nieuwe prijzen van geneesmiddelen;
vaststelling van verzekeringsprijzen per socialezekerheidssector en onverkorte invoering van
Verlaging van de sociale uitkeringen met ten 1 188 miljoen EUR in 2011, en nog eens
1 230 miljoen EUR in 2012, 1 025 miljoen EUR in 2013, 1 010 miljoen EUR in 2014 en
700 miljoen EUR in 2015 door een aanpassing van de aanvullende pensioenregelingen en daarna
een bevriezing tot en met 2015; bevriezing van de basispensioenen; hervorming van het
invaliditeitspensioenstelsel; telling van de gepensioneerden en kruiscontroles van persoonsgegevens
bij de onverkorte invoering van het socialezekerheidsnummer, en invoering van een bovengrens
voor de pensioenen; stroomlijning van de criteria voor gepensioneerden (EKAS); stroomlijning van
de uitkeringen en de begunstigden van OEE-OEK en OAED; verlaging van de uitkeringen ineens
bij pensionering; kruiscontroles van persoonsgegevens bij de invoering van bovengrenzen voor
werknemers die mogen toetreden tot OAED-regelingen; verlaging van het OGA-ouderdoms-
pensioen en van de lagere pensioendrempels van andere socialezekerheidsfondsen en aanscherping
van de criteria op basis van de vaste woonplaats; verlaging van de kosten van sociale uitkeringen
door een kruiscontrole van de gegevens; gelijktrekken van de regels voor verstrekkingen in verband
met de gezondheid deze worden voor alle socialezekerheidsfondsen hetzelfde; uniforme
contracten met particuliere ziekenhuizen en medische centra; herziening van sociale uitkeringen in
natura of in geld, die leidt tot de afschaffing van de minst effectieve; verhoging van de bijzondere
pensioenbijdrage (Wet 3863/2010) voor gepensioneerden met een pensioen van meer dan
1 700 EUR per maand; verhoging van de bijzondere sociale bijdrage die wordt afgedragen door
gepensioneerden die jonger zijn dan zestig jaar en die per maand een pensioen van meer dan
1 700 EUR ontvangen; invoering van een bijzondere gedifferentieerde bijdrage voor aanvullende
pensioenen van meer dan 300 EUR per maand en verlaging van de overdrachten naar NAT
(pensioenregeling van zeevarenden) en de pensioenregeling van OTE en de bijbehorende verlaging
van de pensioenen of verhoging van de bijdragen van de begunstigden.
Verlaging van de overdrachten van de centrale overheid aan de decentrale overheden met ten
minste 150 miljoen EUR in 2011 en nog eens 355 miljoen EUR in 2012, 345 miljoen EUR in
2013, 350 miljoen EUR in 2014 en 305 miljoen EUR in 2015. Deze verlaging zal in de eerste
plaats tot stand komen door bezuinigingen van de decentrale overheden ter grootte van ten minste
150 miljoen EUR in 2011 en nog eens 250 miljoen EUR in 2012, 175 miljoen EUR in 2013,
170 miljoen EUR in 2014 en 160 miljoen EUR in 2015. Daarnaast zullen de decentrale overheden
hun eigen inkomsten opvoeren met ten minste 105 miljoen EUR in 2012 en nog eens 170 miljoen
EUR in 2013, 130 miljoen EUR in 2014 en 145 miljoen EUR in 2015, door een verhoging van de
ontvangsten uit tol, vergoedingen, rechten en andere inkomstenstromen na de samenvoeging van
decentrale instanties en door ervoor te zorgen dat de lokalebelastingplicht beter in acht wordt
genomen na de invoering van een verplicht lokalebelastingcertificaat.
Verlaging van de uitgaven uit de begroting voor publieke investeringen (binnenlands
gefinancierde publieke investeringen, investeringsbijdragen) en van administratieve kosten
met 950 miljoen EUR in 2011, waarvan 350 miljoen EUR structureel, en nog eens 154 miljoen
EUR (administratieve kosten) in 2012.
Verhoging van de belastingen met ten minste 2 017 miljoen EUR in 2011, en nog eens
3 678 miljoen EUR in 2012, 156 miljoen EUR in 2013 en 685 miljoen EUR in 2014, door
verhoging van de btw voor restaurants en bars van 13 naar 23% vanaf september 2011; verhoging
van de belasting op onroerend goed; verlaging van de belastingvrijstelling voor de
inkomstenbelasting tot 8 000 EUR en vaststelling van een progressieve solidariteitsbijdrage;
verhoging van de voorheffingen en de heffingen bij zelfstandigen; verlaging van belasting-
vrijstellingen/-uitgaven; wijzigingen in de belastingregeling voor tabaksproducten, met een
versnelde afdracht van de accijnzen, en in de belastingstructuur; accijnzen op frisdranken; accijnzen
op aardgas en vloeibaar gas; afschaffing van het belastingvoordeel voor stookolie (voor bedrijven
vanaf oktober 2011 en progressief voor huishoudens vanaf oktober 2011 tot oktober 2013);
verhoging van de voertuigenbelasting; een crisisbijdrage voor voertuigen, motorfietsen en
zwembaden; verhoging van de boetes op illegale bouwwerken en regularisatie van illegale
bouwwerken; heffing van belasting op particuliere boten en jachten; een bijzondere heffing op
onroerend goed met een hoge waarde; een speciale heffing op rookruimtes.
Verbetering van de inachtneming van de belastingplicht, hetgeen in 2013 ten minste
878 miljoen EUR, en in 2014 en 2015 nog eens 975 miljoen EUR en 1 147 miljoen EUR moet
opleveren.
Verhoging van de sociale bijdragen met ten minste 629 miljoen EUR in 2011 en nog eens
259 miljoen EUR in 2012, 714 miljoen EUR in 2013, 1 139 miljoen EUR in 2014 en
504 miljoen EUR in 2015, door de onverkorte invoering van een enkel formulier voor de betaling
van lonen en de afdracht van verzekeringsbijdragen; verhoging van de bijdragen voor begunstigden
van OGA en ETAA; oprichting van een solidariteitsfonds voor OAEE-begunstigden; aanpassing
van de werkloosheidsbijdrage voor werknemers in de particuliere sector; invoering van een
werkloosheidsbijdrage voor zelfstandigen; een bijdrage voor werklozen, betaald door de
werknemers in de publieke sector, inclusief de staatsbedrijven, decentrale overheden en andere
BIJLAGE II
Ingetrokken besluit met een overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan
Besluit van de Raad van 10 mei 2010 (2010/320/EU) PB L 145 van 11.6.2010, blz. 6
Besluit van de Raad van 7 september 2010 (2010/486/EU) PB L 241 van 14.9.2010, blz. 12
Besluit van de Raad van 20 december 2010 (2011/57/EU) PB L 26 van 29.1.2011, blz. 15
Besluit van de Raad van 7 maart 2011 (2011/257/EU) PB L 110 van 29.4.2011, blz. 26
BIJLAGE III
Concordantietabel
Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit
Artikel 1 Artikel 1
Artikel 2, lid 1 Artikel 2, lid 1
Artikel 2, lid 2, inleidende zin Artikel 2, lid 2, inleidende zin
Artikel 2, lid 2, onder a) Artikel 2, lid 2, onder a)
Artikel 2, lid 2, onder c) Artikel 2, lid 2, onder b)
Artikel 2, lid 2, onder d) Artikel 2, lid 2, onder c)
Artikel 2, lid 2, onder e) Artikel 2, lid 2, onder d)
Artikel 2, lid 2, onder f) Artikel 2, lid 2, onder e)
Artikel 2, lid 2, onder g) Artikel 2, lid 2, onder f)
Artikel 2, lid 2, onder h) Artikel 2, lid 2, onder g)
Artikel 2, lid 2, onder i) Artikel 2, lid 2, onder h)
Artikel 2, lid 2, onder j) Artikel 2, lid 2, onder i)
Artikel 2, lid 2, onder k) Artikel 2, lid 2, onder j)
Artikel 2, lid 2, onder l) Artikel 2, lid 2, onder k)
Artikel 2, lid 2, onder m) Artikel 2, lid 2, onder l)
Artikel 2, lid 2, onder n) Artikel 2, lid 2, onder m)
Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit
Artikel 2, lid 2, onder o) Artikel 2, lid 2, onder n)
Artikel 2, lid 2, onder p) Artikel 2, lid 2, onder o)
Artikel 2, lid 2, onder q) Artikel 2, lid 2, onder p)
Artikel 2, lid 3, inleidende zin Artikel 2, lid 3, inleidende zin
Artikel 2, lid 3, onder a) Artikel 2, lid 3, onder a)
Artikel 2, lid 3, onder b) Artikel 2, lid 3, onder b)
Artikel 2, lid 3, onder f) Artikel 2, lid 3, onder c)
Artikel 2, lid 3, onder i) Artikel 2, lid 3, onder d)
Artikel 2, lid 3, onder j) Artikel 2, lid 3, onder e)
Artikel 2, lid 3, onder k) -
Artikel 2, lid 3, onder l) Artikel 2, lid 3, onder f)
Artikel 2, lid 3, onder m) Artikel 2, lid 3, onder g)
Artikel 2, lid 3, onder n) Artikel 2, lid 3, onder h)
Artikel 2, lid 3, onder o) Artikel 2, lid 3, onder i)
Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit
Artikel 2, lid 3, onder q) Artikel 2, lid 3, onder j)
Artikel 2, lid 3, onder r) Artikel 2, lid 3, onder k)
Artikel 2, lid 3, onder s) Artikel 2, lid 3, onder l)
Artikel 2, lid 3, onder t) Artikel 2, lid 3, onder m)
Artikel 2, lid 3, onder u) Artikel 2, lid 3, onder n)
Artikel 2, lid 3, onder v) Artikel 2, lid 3, onder o)
Artikel 2, lid 3, onder w) -
Artikel 2, lid 3, onder x) Artikel 2, lid 3, onder p)
Artikel 2, lid 3, onder y Artikel 2, lid 3, onder q)
Artikel 2, lid 3, onder z) Artikel 2, lid 3, onder r)
Artikel 2, lid 3, onder aa) Artikel 2, lid 3, onder s)
Artikel 2, lid 3, onder bb) Artikel 2, lid 3, onder t)
Artikel 2, lid 3, onder cc) Artikel 2, lid 3, onder u)
Artikel 2, lid 3, onder dd) Artikel 2, lid 3, onder v)
Artikel 2, lid 3, onder ee) Artikel 2, lid 3, onder w)
Artikel 2, lid 3, onder ff) Artikel 2, lid 3, onder x)
Artikel 2, lid 3, onder gg) Artikel 2, lid 3, onder y
Artikel 2, lid 3, onder hh) Artikel 2, lid 3, onder z)
Artikel 2, lid 4, inleidende zin Artikel 2, lid 4, inleidende zin
Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit
Artikel 2, lid 4, onder b) Artikel 2, lid 4, onder a)
Artikel 2, lid 4, onder c) Artikel 2, lid 4, onder b)
Artikel 2, lid 4, onder d) -
Artikel 2, lid 4, onder e) Artikel 2, lid 4, onder c)
Artikel 2, lid 4, onder f) Artikel 2, lid 4, onder d)
Artikel 2, lid 4, onder g) Artikel 2, lid 4, onder e)
Artikel 2, lid 4, onder h) Artikel 2, lid 4, onder f)
Artikel 2, lid 4, onder i) Artikel 2, lid 4, onder g)
Artikel 2, lid 4, onder j) Artikel 2, lid 4, onder h)
Artikel 2, lid 4, onder k) Artikel 2, lid 4, onder i)
Artikel 2, lid 4, onder l) -
Artikel 2, lid 5, inleidende zin Artikel 2, lid 5, inleidende zin
Artikel 2, lid 5, onder a) Artikel 2, lid 5, onder a)
Artikel 2, lid 5, onder b) -
-
-Artikel 2, lid 5, onder b) en c)
Artikel 2, lid 5, onder c) Artikel 2, lid 5, onder d)
Artikel 2, lid 5, onder d) Artikel 2, lid 5, onder e)
Artikel 2, lid 5, onder e) -
Artikel 2, lid 5, onder f) Artikel 2, lid 5, onder f)
Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit
-
-Artikel 2, lid 5, onder g)
Artikel 2, lid 5, onder h) Artikel 2, lid 5, onder h)
Artikel 2, lid 5, onder i) Artikel 2, lid 5, onder i)
-
-Artikel 2, lid 5, onder j) tot en met q)
Artikel 2, lid 6, inleidende zin Artikel 2, lid 6, inleidende zin
Artikel 2, lid 6, onder a) Artikel 2, lid 6, onder a)
Artikel 2, lid 6, onder b) Artikel 2, lid 6, onder b)
Artikel 2, lid 6, onder c) Artikel 2, lid 6, onder c)
Artikel 2, lid 6, onder d) Artikel 2, lid 6, onder d)
Artikel 2, lid 6, onder e) Artikel 2, lid 6, onder e)
Artikel 2, lid 6, onder f) -
-
-Artikel 2, lid 6, onder f) tot en met p)
Artikel 2, lid 7, inleidende zin Artikel 2, lid 7, inleidende zin
Artikel 2, lid 7, onder a) Artikel 2, lid 7, onder a)
Artikel 2, lid 7, onder b) Artikel 2, lid 7, onder b)
Artikel 2, lid 7, onder d) Artikel 2, lid 7, onder c)
Artikel 2, lid 7, onder e) Artikel 2, lid 7, onder d)
Artikel 2, lid 7, onder f) Artikel 2, lid 7, onder e)
Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit
-
-Artikel 2, lid 7, onder f) tot en met h)
Artikel 2, lid 8, inleidende zin Artikel 2, lid 8, inleidende zin
Artikel 2, lid 8, onder a) Artikel 2, lid 8, onder a)
-
-Artikel 2, lid 8, onder b)
Artikel 3 Artikel 3
Artikel 4 Artikel 4
-
-Artikel 5
Artikel 5 Artikel 6
Artikel 6 Artikel 7
-
-Bijlagen I, II en III
- 13 feb '08COM(2008)73 - Toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de EG gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten
- 13 jan '04COM(2004)2 - Diensten op de interne markt [SEC(2004) 21]
- 16 dec '03COM(2003)789 - Opstelling van niet-financiële kwartaalrekeningen per institutionele sector
- 9 dec '03COM(2003)761 - Berekening en indiening van gegevens over de driemaandelijkse overheidsschuld
- 8 mei '03COM(2003)242 - Financiële kwartaalrekeningen voor de overheid
- 21 feb '01COM(2001)100 - Niet-financiële kwartaalrekeningen van de overheid
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 dec '94COM(1994)593 - Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen in de EG
- 10 mrt '94COM(1994)78 - Maatregelen van de gemeenschap op het gebied van de statistiek
- 5 dec '88COM(1988)696 - Comité statistisch programma van de EG

