BESLUIT VAN DE RAAD gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (Herschikking)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

 

- -

RAAD VA Brussel, 13 juli 2011 (OR. en)

PUBLIC

DE EUROPESE U IE

12352/11

LIMITE

ECOFI 486 UEM 234

WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE

Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (Herschikking)

BESLUIT VA DE RAAD

van

gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het

begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het

tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht

om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen

(Herschikking)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name

artikel 126, lid 9, en artikel 136,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Besluit 2010/320/EU van de Raad van 10 mei 2010 gericht tot Griekenland met het oog op

de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland

om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht

om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen is diverse malen ingrijpend gewijzigd.

Aangezien verdere wijzigingen nodig zijn, moet het duidelijkheidshalve worden herschikt.

(2) Artikel 136, lid 1, onder a), VWEU voorziet in de mogelijkheid specifieke maatregelen ter

versterking van de coördinatie en de bewaking van de begrotingsdiscipline vast te stellen

voor de lidstaten die de euro als munt hebben.

(3) Overeenkomstig artikel 126 VWEU dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te

vermijden. Daartoe is in datzelfde artikel een buitensporigtekortprocedure vastgelegd. Het

stabiliteits- en groeipact, waarvan het correctieve deel bestaat in de tenuitvoerlegging van

de buitensporigtekortprocedure, verschaft een kader dat, met inachtneming van de

economische situatie, het overheidsstreven naar een spoedige terugkeer naar solide

begrotingssituaties ondersteunt.

(4) Op 27 april 2009 heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot

oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) besloten dat er in Griekenland een

buitensporig tekort bestaat en krachtens artikel 104, lid 7, VEG en artikel 3, lid 4, van

Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en

verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

aanbevelingen gedaan om het buitensporige tekort uiterlijk in 2010 te corrigeren. De Raad

heeft voorts 27 oktober 2009 vastgesteld als uiterste datum waarop Griekenland

doeltreffende actie moest ondernemen. Op 30 november 2009 heeft de Raad overeen-

komstig artikel 126, lid 8, VWEU vastgesteld dat Griekenland geen effectief gevolg aan

zijn aanbevelingen had gegeven; bijgevolg heeft de Raad op 16 februari 2010 overeen-

komstig artikel 126, lid 9, VWEU Griekenland aangemaand maatregelen te treffen om het

buitensporige tekort uiterlijk in 2012 te corrigeren(hierna "het krachtens artikel 126, lid 9,

vastgestelde besluit" te noemen). De Raad heeft voorts 15 mei 2010 vastgesteld als uiterste

datum waarop doeltreffende actie moest worden ondernomen.

(5) Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1467/97 kan de Raad, indien in

overeenstemming met artikel 126, lid 9, VWEU doeltreffende actie is ondernomen en

indien zich na de vaststelling van de aanmaning onverwachte ongunstige economische

gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën voordoen, op

aanbeveling van de Commissie, besluiten een herziene aanmaning overeenkomstig

artikel 126, lid 9, VWEU vast te stellen.

(6) In de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie, die als uitgangspunt

fungeerden voor de eerste aanmaning aan Griekenland, werd voorspeld dat het bbp in 2010

met ¼% zou krimpen; vanaf 2011 zou er een herstel optreden: verwacht werd dat de

economie met 0,7% zou groeien. In 2010 heeft evenwel een sterkere krimp van het reële

bbp plaatsgevonden en verwacht wordt dat deze krimp in 2011 zal aanhouden. Daarna

wordt een geleidelijk groeiherstel verwacht. Tegenover deze sterke versombering van het

economische scenario staat een even scherpe verslechtering van de vooruitzichten voor de

overheidsfinanciën indien het beleid ongewijzigd blijft. Daarbij komt nog dat het feitelijke

overheidstekort voor 2009 opwaarts is herzien (van naar schatting 12,7% van het bbp ten

tijde van het krachtens artikel 126, lid 9, vastgestelde besluit tot 13,6% van het bbp volgens

de budgettaire kennisgeving die Griekenland op 1 april 2010 heeft ingediend) tot 15,4%

van het bbp) na de afronding van het onderzoek dat Eurostat samen met de Griekse

statistische diensten heeft uitgevoerd. Ten slotte heeft de op de markten heersende

bezorgdheid omtrent de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën tot een forse stijging

van de risicopremies op overheidsschulden geleid, waardoor het nog moeilijker is

geworden om het overheidstekort en de overheidsschuld onder controle te houden.

(7) Eind 2009 bedroeg de bruto overheidsschuld 127,1% van het bbp. Dit is de hoogste

schuldquote in de Europese Unie en aanzienlijk meer dan de in het Verdrag vastgelegde

referentiewaarde van 60% van het bbp. Teneinde het noodzakelijke en in het licht van de

omstandigheden haalbare traject voor de vermindering van het tekort te realiseren, moet de

stijgende tendens van de schuld vanaf 2013 worden omgebogen. Naast de blijvend hoge

overheidstekorten hebben ook sommige financiële transacties verdertot de stijging van de

schuld bijgedragen. Deze factoren hebben het vertrouwen van de markten in het vermogen

van de Griekse overheid om de schuldendienst te blijven verzekeren, verder ondermijnd.

Griekenland moet dan ook dringend en op een nooit eerder geziene schaal doortastende

actie tegen het tekort en andere schuldverhogende factoren ondernemen om de stijgende

tendens van de schuldquote om te buigen en zo spoedig mogelijk weer een beroep op

marktfinanciering te kunnen doen.

(8) De zeer ernstige verslechtering van de financiële situatie van de overheid heeft de overige

lidstaten van het eurogebied ertoe doen besluiten Griekenland stabiliteitssteun toe te

kennen met de bedoeling de financiële stabiliteit in het eurogebied als geheel te vrijwaren;

deze steun wordt gecombineerd met multilaterale bijstand van het Internationaal Monetair

Fonds. De steun van de lidstaten van het eurogebied neemt de vorm aan van een

samenbundeling van bilaterale leningen die door de Commissie worden gecoördineerd.

De leninggevers hebben besloten hun steun afhankelijk te stellen van de naleving door

Griekenland van dit besluit. Van Griekenland wordt met name verwacht dat het land de in

dit besluit gespecificeerde maatregelen uitvoert volgens de kalender die hierin is

vastgesteld.

(9) In juni 2011 werd duidelijk dat, bij ongewijzigd beleid, de tekortdoelstelling voor 2011

gezien de budgettaire ontsporing in 2010 en gezien de uitvoering van de begroting tot mei

fors zou worden overschreden, waardoor de algehele geloofwaardigheid van het

prorgramma in gevaar zou komen. Daarom moesten bepaalde begrotingsmaatregelen

worden geactualiseerd zodat Griekenland de in Besluit 2010/320/EU vastgestelde

tekortlimieten voor 2011 en de jaren daarna alsnog zou kunnen halen. Deze maatregelen

zijn uitvoerig besproken met de Griekse regering en gezamenlijk goedgekeurd door de

Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds.

(10) In het licht van het bovenstaande blijkt het wenselijk om Besluit 2010/320/EU op een

aantal punten te herzien, met behoud van de uiterste termijn voor de correctie van het

buitensporige tekort,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Griekenland maakt zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2014 een einde aan de huidige

buitensporigtekortsituatie.

  • 2. 
    Met het aanpassingstraject in de richting van de correctie van het buitensporige tekort

wordt de verwezenlijking beoogd van een overheidstekort van niet meer dan

18 508 miljoen EUR (8,0% van het bbp) in 2010, 17 065 miljoen EUR (7,6% van het bbp)

in 2011, 14 916 miljoen EUR (6,5% van het bbp) in 2012, 11 399 miljoen EUR (4,8% van

het bbp) in 2013 en 6 385 miljoen EUR (2,6% van het bbp) in 2014. Om dat doel te

bereiken, zal over de periode 2009-2014 een verbetering van het structurele saldo met ten

minste 10% van het bbp moeten worden gerealiseerd.

  • 3. 
    Het in lid 2 bedoelde aanpassingstraject vereist dat de jaarlijkse verandering in de

geconsolideerde bruto overheidsschuld niet groter is dan 34 058 miljoen EUR in 2010,

17 365 miljoen EUR in 2011, 15 016 miljoen EUR in 2012, 11 599 miljoen EUR in 2013

en 7 885 miljoen EUR in 2014. Afgaande op de bbp-prognoses van mei 2011 ziet het

overeenkomstige traject van de schuldquote er als volgt uit: een schuldquote van niet meer

dan 143% in 2010, 154% in 2011, 158% in 2012, 159% in 2013 en 157% in 2014.

Artikel 2

  • 1. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind juni 2010:
  • a) 
    een wet die een progressieve belastingschaal voor alle inkomstenbronnen en een

horizontale uniforme behandeling van het inkomen uit arbeid en kapitaal invoert;

  • b) 
    een wet die alle in het belastingstelsel voorkomende vrijstellingen en bepalingen

inzake autonome belastingbevoegdheden afschaft, met inbegrip van die betreffende

inkomsten uit hoofde van aan ambtenaren betaalde bijzondere vergoedingen;

  • c) 
    de annulering van de begrotingskredieten in de reserve voor onvoorziene uitgaven

met de bedoeling een besparing van 700 miljoen EUR te realiseren;

  • d) 
    de afschaffing van de meeste begrotingskredieten voor de solidariteitstoelage (met

uitzondering van een deel ervan dat voor armoedebestrijding is bestemd) met de

bedoeling een besparing van 400 miljoen EUR te realiseren;

  • e) 
    een verlaging van de hoogste pensioenen met de bedoeling een besparing van

500 miljoen EUR over een volledig jaar te realiseren (350 miljoen EUR in 2010);

  • f) 
    een verlaging van de aan ambtenaren betaalde paas-, zomer- en kerstbonussen en

toelagen met de bedoeling een besparing van 1 500 miljoen EUR over een volledig

jaar te realiseren (1 100 miljoen EUR in 2010);

  • g) 
    de afschaffing van de aan gepensioneerden betaalde paas-, zomer- en kerstbonussen

(met dien verstande dat degenen die een laag pensioen genieten, worden beschermd)

met de bedoeling een besparing van 1 900 miljoen EUR over een volledig jaar te

realiseren (1 500 miljoen EUR in 2010);

  • h) 
    een verhoging van het btw-tarief, met een opbrengst van ten minste 1 800 miljoen

EUR voor een volledig jaar (800 miljoen EUR in 2010);

  • i) 
    een verhoging van de accijnsrechten op brandstof, tabak en alcohol, met een

opbrengst van ten minste 1 050 miljoen EUR voor een volledig jaar (450 miljoen

EUR in 2010);

  • j) 
    wetgeving tot omzetting van de dienstenrichtlijn;
  • k) 
    een wet tot hervorming en vereenvoudiging van de overheidsdiensten op lokaal

niveau met de bedoeling de operationele kosten te reduceren;

  • l) 
    de oprichting van een task force met de bedoeling het absorptiepercentage van de

structuur- en cohesiefondsen te verbeteren;

  • m) 
    een wet tot vereenvoudiging van de oprichting van nieuwe ondernemingen;
  • n) 
    een vermindering van de overheidsinvesteringen met 500 miljoen EUR ten opzichte

van de plannen;

  • o) 
    het overhevelen van de begrotingskredieten voor de medefinanciering van structurele

en cohesiefondsen naar een speciale centrale rekening die voor geen enkel ander doel

kan worden aangewend;

  • p) 
    de oprichting van een onafhankelijk financiële stabiliteitsfonds dat eventuele

kapitaalstekorten kan opvangen en de gezondheid van de financiële sector kan

vrijwaren door het verstrekken van kapitaalsteun aan de banken, waar dit nodig

blijkt;

  • q) 
    het versterkt toezicht op de banken, met meer menselijke middelen, frequentere

rapportering en driemaandelijkse stresstests.

  • 2. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind september 2010:
  • a) 
    voorbereiding van budgettaire consolidatiemaatregelen ter grootte van ten minste

3,2% van het bbp (4,3% van het bbp indien ook met overloopeffecten van in 2010

doorgevoerde maatregelen rekening wordt gehouden), op te nemen in de ontwerp-

begroting voor 2011: een vermindering van het intermediaire verbruik van de

overheid met ten minste 300 miljoen EUR in vergelijking met 2010 (bovenop de

bezuinigingen als gevolg van de hervorming van de overheidsdiensten en van de

lokale overheid als bedoeld in dit lid); een bevriezing van de indexering van de

pensioenen (met de bedoeling een besparing van 100 miljoen EUR te realiseren); een

tijdelijke crisisheffing op zeer winstgevende bedrijven (die in 2011, 2012 en 2013

per jaar ten minste 600 miljoen EUR aan extra inkomsten moet opleveren); het

forfaitair belasten van zelfstandigen (met een opbrengst van ten minste 400 miljoen

EUR in 2011 en met ten minste 100 miljoen EUR per jaar toenemende opbrengsten

in 2012 en 2013); een verbreding van de btw-grondslag door bepaalde, thans

vrijgestelde diensten te belasten en door op 30% van de goederen en diensten het

gewone tarief in plaats van het verminderde tarief te heffen (met een opbrengst van

1 miljard EUR); een geleidelijke invoering van een groene belasting op CO2-uitstoot

(met een opbrengst van ten minste 300 miljoen EUR in 2011); de tenuitvoerlegging

door de regering van de wetgeving tot hervorming van de overheidsdiensten en

reorganisatie van de lokale overheid (met de bedoeling de kosten te verminderen met

ten minste 500 miljoen EUR in 2011 en met nog eens 500 miljoen EUR per jaar in

2012 en 2013);

een vermindering van de binnenlands gefinancierde investeringen (met ten minste

500 miljoen EUR) door prioriteit te geven aan met EU-structuurfondsen

gefinancierde investeringsprojecten, het stimuleren van de regularisering van

inbreuken op de ruimtelijke ordening (met een opbrengst van ten minste 1 500

miljoen EUR tussen 2011 en 2013, waarvan ten minste 500 miljoen EUR in 2011);

de inning van ontvangsten uit hoofde van vergunningen voor kansspelen (ten minste

500 miljoen EUR uit hoofde van toekenningen van vergunningen en 200 miljoen

EUR in de vorm van jaarlijkse royalty's); een verbreding van de grondslag van de

onroerendgoedbelasting door de waarde van de onroerende goederen te actualiseren

(die ten minste 400 miljoen EUR aan extra inkomsten moet opleveren); een hogere

belastingheffing op loon in natura, onder meer door betalingen van autolease-

contracten te belasten (met een extra opbrengst van ten minste 150 miljoen EUR);

een hogere belastingheffing op luxegoederen (met een extra opbrengst van ten minste

100 miljoen EUR); een speciale belasting op ongeoorloofde vestigingen (met een

opbrengst van ten minste 800 miljoen EUR per jaar) en een vervanging van slechts

20% van de op pensioen gaande werknemers in de overheidssector (centrale

overheid, lokale overheden, sociale-verzekeringsinstellingen, overheidsbedrijven,

overheidsagentschappen en andere overheidsinstellingen). Maatregelen die

vergelijkbare budgettaire besparingen opleveren kunnen na overleg met de

Commissie worden overwogen;

  • b) 
    een versterking van de rol en middelen van het General Accounting Office en de

invoering van waarborgen tegen mogelijke politieke inmenging bij de gegevens-

verwerking en het bijhouden van de overheidsrekeningen;

  • c) 
    een voorstel tot hervorming van de loonwetgeving in de overheidssector, met onder

meer de oprichting van centrale betalingsinstantie voor de uitbetaling van salarissen,

de invoering van eenvormige beginselen en een tijdschema voor de vaststelling van

een gestroomlijnde en uniforme salaristabel voor ambtenaren welke geldt voor de

nationale overheid, de lokale overheden en andere agentschappen;

  • d) 
    wetgeving ter verbetering van de efficiëntie van de belastingdiensten en de

belastingcontrole;

  • e) 
    de start van onafhankelijke evaluaties van centrale overheidsdiensten en van

bestaande sociale programma's;

  • f) 
    de bekendmaking van maandelijkse statistieken (op kasbasis) over ontvangsten,

uitgaven, financiering en uitgavenachterstanden van de "beschikbare centrale

overheid" en haar subentiteiten;

  • g) 
    een actieplan met het oog op een betere vergaring en verwerking van gegevens over

de overheidssector, met name door de controlemechanismen van de statistische

diensten en het General Accounting Office te versterken en door een daadwerkelijke

persoonlijke verantwoordelijkheid voor rapportagefouten in te voeren, teneinde de

snelle verstrekking van overheidsgegevens van hoge kwaliteit te waarborgen, zoals

wordt voorgeschreven bij de Verordeningen (EG) nr. 2223/96, (EG) nr. 264/2000,

(EG) nr. 1221/2002, (EG) nr. 501/2004, (EG) nr. 1222/2004, (EG) nr. 1161/2005,

(EG) nr. 223/2009 en (EG) nr. 479/2009;

  • h) 
    de regelmatige bekendmaking van informatie over de financiële situatie van

overheidsbedrijven en andere overheidsentiteiten die niet deel uitmaken van de

overheid (met inbegrip van gedetailleerde resultatenrekeningen, balansen en

gegevens over de werkgelegenheid en de loonkosten);

  • i) 
    de oprichting van een uitgebreid centraal register voor overheidsbedrijven;
  • j) 
    een actieplan met een tijdschema voor concrete acties die tot de oprichting van een

centrale instantie voor overheidsopdrachten moeten leiden;

  • k) 
    een wet tot vaststelling van een bovengrens van 50 miljoen EUR voor de jaarlijkse

overheidsbijdrage uit hoofde van de openbaredienstverplichting aan spoorweg-

exploitanten voor de periode 2011-2013 en ter invoering van het beginsel dat de staat

geen extra expliciete of impliciete steun aan spoorwegexploitanten verleent;

  • l) 
    een ondernemingsplan voor de Griekse spoorwegen. In het ondernemingsplan wordt

gespecificeerd hoe operationele activiteiten winstgevend zullen worden gemaakt, met

inbegrip van dekking van de kosten wegens waardevermindering vanaf 2011 door

onder meer sluiting van verlieslijdende lijnen, verhoging van tarieven, vermindering

van lonen en inkrimping van het personeelsbestand; het ondernemingsplan bevat

voorts een gedetailleerde gevoeligheidsanalyse betreffende de implicatie voor de

loonkosten van verschillende scenario's wat het resultaat van een collectieve

overeenkomst betreft; het verschaft informatie aangaande verschillende opties met

betrekking tot het personeel; en het voorziet in de herstructurering van de holding via

onder meer de verkoop van grond en andere activa;

  • m) 
    een wet tot hervorming van het systeem voor het voeren van loononderhandelingen

in de particuliere sector; de wet dient te voorzien in een vermindering van de

loontoeslagen voor overwerk en een grotere flexibiliteit bij het beheer van de

arbeidstijd, en het tevens mogelijk te maken lokale territoriale overeenkomsten te

sluiten waarin een lagere loonstijging wordt afgesproken dan in de sectorale

overeenkomsten;

  • n) 
    een hervorming van de wetgeving op het gebied van de bescherming van werk-

gelegenheid om de periode op proef voor nieuwe banen te verlengen tot één jaar, en

om een verhoogd gebruik van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en deeltijdarbeid te

bevorderen;

  • o) 
    een wijziging van de regelgeving met betrekking tot het systeem van scheids-

gerechten om iedere partij de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van een

scheidsgerecht als zij het niet eens is met het voorstel van de bemiddelaar;

  • p) 
    een hervorming van de scheidsrechterlijke procedure om ervoor te zorgen dat de

procedure in overeenstemming met transparante objectieve criteria verloopt, met een

onafhankelijk college van scheidsrechters dat bevoegd is een besluit te nemen zonder

overheidsinmenging.

  • 3. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind december 2010:
  • a) 
    de definitieve vaststelling van de in lid 2, onder a), genoemde maatregelen;
  • b) 
    de tenuitvoerlegging van een wet tot versterking van het begrotingskader. Deze wet

dient met name in het volgende te voorzien: de totstandbrenging van een begrotings-

kader voor de middellange termijn, de opneming in de begroting van een verplichte

reserve voor onvoorziene uitgaven ter grootte van 5% van de totale begrotings-

kredieten van de ministeries, met uitzondering van de lonen, de pensioenen en de

intrestbetalingen, de invoering van sterkere mechanismen voor de controle op de

uitgaven en de oprichting van een begrotingsdienst die van het parlement afhangt;

  • c) 
    een forse verbetering van het absorptiepercentage van de structuur- en cohesie-

fondsen;

  • d) 
    wetgeving tot vereenvoudiging en versnelling van het proces voor vergunning-

verlening aan ondernemingen en zelfstandigen en voor de uitoefening van industriële

activiteiten;

  • e) 
    een wijziging van het institutionele kader van de Griekse mededingingsautoriteit

teneinde de onafhankelijkheid ervan te vergroten, redelijke termijnen voor het

verrichten van onderzoeken en het uitvaardigen van besluiten vast te stellen, en de

autoriteit de bevoegdheid te verlenen klachten te verwerpen;

  • f) 
    maatregelen waarmee wordt beoogd bestaande beperkingen op het vrij verrichten

van diensten op te heffen;

  • g) 
    een decreet dat lokale overheden tot ten minste 2014 verbiedt tekorten te boeken; een

vermindering van de overdrachten aan de lokale overheid conform de geplande

besparingen en bevoegdheidsoverdrachten;

  • h) 
    bekendmaking van tussentijdse langetermijnprognoses van pensioenuitgaven tot

2060 zoals vastgelegd in de wetgevingshervorming van juli 2010 waaronder de

voornaamste pensioenregelingen vallen (IKA, met inbegrip van het pensioenstelsel

voor ambtenaren, OGA en OAEE);

  • i) 
    invoering van een uniform elektronisch receptensysteem; bekendmaking van de

volledige prijslijst van de op de markt beschikbare geneesmiddelen; toepassing van

de lijst van niet-vergoede geneesmiddelen en van de lijst van receptvrije genees-

middelen; bekendmaking van de nieuwe lijst van vergoede geneesmiddelen met

gebruikmaking van het nieuwe systeem van referentieprijzen; gebruikmaking van de

via elektronische recepten en scanning beschikbaar gekomen informatie voor de

inning van kortingen van farmaceutische bedrijven; invoering van een bewakings-

mechanisme dat een maandelijkse toetsing van de uitgaven voor geneesmiddelen

mogelijk maakt; opleggen van eigen bijdragen van 5 EUR voor standaard poli-

klinische diensten en uitbreiding van eigen bijdragen tot onrechtmatig beroep op

spoeddiensten; bekendmaking van gecontroleerde rekeningen van ziekenhuizen en

gezondheidscentra; en instelling van een onafhankelijke taskforce van deskundigen

op het gebied van het gezondheidszorgbeleid die tot taak heeft tegen eind mei 2011

een gedetailleerd verslag op te stellen met het oog op een algemene hervorming van

het gezondheidszorgstelsel teneinde dit stelsel efficiënter en doeltreffender te maken;

  • j) 
    verdere vermindering van de beleidsuitgaven met ten minste 5%, wat besparingen ter

waarde van ten minste 100 miljoen EUR oplevert;

  • k) 
    verdere reductie van de overdrachten, wat voor de overheid als geheel in besparingen

ter waarde van ten minste 100 miljoen EUR resulteert. De begunstigde overheids-

entiteiten gaan over tot een dienovereenkomstige vermindering van de uitgaven,

zodat er geen accumulatie van betalingsachterstanden ontstaat;

  • l) 
    invoering vanaf januari 2011 van inkomensafhankelijke gezinsuitkeringen, wat

besparingen ter waarde van ten minste 150 miljoen EUR (ongerekend de

desbetreffende administratieve kosten) oplevert;

  • m) 
    vermindering van de aankoop van militaire uitrusting (leveringen) met ten minste

500 miljoen EUR in vergelijking met het feitelijke niveau van 2010;

  • n) 
    reductie van de uitgaven voor geneesmiddelen met 900 miljoen EUR door de

socialeverzekeringsinstellingen als gevolg van een bijkomende verlaging van de

geneesmiddelenprijzen en nieuwe aankoopprocedures, en met ten minste 350 miljoen

EUR door ziekenhuizen (met inbegrip van uitgaven voor apparatuur);

  • o) 
    aanbrengen van wijzigingen in het beheer, de prijszetting en de lonen van overheids-

bedrijven, wat besparingen ter waarde van ten minste 800 miljoen EUR oplevert;

  • p) 
    verhoging van de verlaagde btw-tarieven van 5,5 tot 6,5% en van 11 tot 13%, wat ten

minste 880 miljoen EUR oplevert en verlaging van het btw-tarief voor genees-

middelen en hotelaccommodatie van 11 tot 6,5%, waarvan de kosten niet hoger

mogen oplopen dan 250 miljoen EUR, ongerekend de uit het lagere btw-tarief voor

geneesmiddelen voortvloeiende besparingen voor socialeverzekeringsinstellingen en

ziekenhuizen;

  • q) 
    intensivering van de strijd tegen brandstofsmokkel (ten minste 190 miljoen EUR);
  • r) 
    verhoging van de kosten van procesvoering (ten minste 100 miljoen EUR);
  • s) 
    tenuitvoerlegging van een actieplan voor een versnelde inning van achterstallige

belastingen (ten minste 200 miljoen EUR);

  • t) 
    snellere inning van fiscale boeten (ten minste 400 miljoen EUR);
  • u) 
    inning van inkomsten die uit het nieuwe kader voor fiscale geschillen en processen

voortvloeien (ten minste 300 miljoen EUR);

  • v) 
    inkomsten uit hoofde van de verlenging van vervallende telecommunicatie-

vergunningen (ten minste 350 miljoen EUR);

  • w) 
    inkomsten uit concessieovereenkomsten (ten minste 250 miljoen EUR);
  • x) 
    een herstructureringsplan voor het Atheense vervoersnetwerk (OASA). Doel van

het plan is de exploitatieverliezen van het vervoersbedrijf te reduceren en het

economisch levensvatbaar te maken. Het plan voorziet onder meer in bezuinigingen

op de exploitatiekosten van het bedrijf en tariefverhogingen. Uiterlijk in maart 2011

worden de vereiste maatregelen getroffen;

  • y) 
    een wet die de indienstnemingen in de hele overheidssector beperkt tot niet meer dan

één indienstneming voor vijf pensioneringen of ontslagen, zonder sectorale

uitzonderingen en met inbegrip van het personeel dat van overheidsbedrijven in

herstructurering naar overheidsentiteiten wordt overgeheveld;

  • z) 
    wetten die de arbeidsmarktsinstelling versterken en die bepalen dat: overeenkomsten

op ondernemingsniveau prevaleren boven sectorale en beroepsovereenkomsten

zonder ongerechtvaardigde beperkingen; collectieve arbeidsovereenkomsten op

bedrijfsniveau niet beperkt worden door eisen in verband met de minimumgrootte

van ondernemingen; de uitbreiding van sectorale en beroepsovereenkomsten tot

partijen die niet bij de onderhandelingen betrokken waren, wordt afgeschaft; de

proefperiode voor nieuwe arbeidsplaatsen wordt verlengd; tijdsbeperkingen bij

gebruikmaking van uitzendkantoren worden verlengd; belemmeringen bij grotere

gebruikmaking van overeenkomsten voor bepaalde duur worden weggenomen; de

bepaling die in een hoger uurloon voor deeltijdwerkers voorziet, wordt ingetrokken;

en een flexibeler arbeidstijdsbeheer, met inbegrip van deeltijdse ploegenarbeid,

wordt toegelaten.

  • 4. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2011:
  • a) 
    bekendmaking van uitgebreide langetermijnprognoses van pensioenuitgaven tot 2060

zoals vastgelegd bij de wetgevingshervorming van juli 2010. De prognoses omvatten

de aanvullende stelsels en zijn gebaseerd op een uitvoerige reeks gegevens die door

de nationale actuariële autoriteit worden verzameld en opgesteld. De prognoses

worden door het EU-Comité voor de economische politiek getoetst en gevalideerd;

  • b) 
    de regering vereffent de achterstallige betalingen die in 2010 zijn geaccumuleerd en

brengt die van de vorige jaren terug;

  • c) 
    een plan tot bestrijding van belastingontwijking met kwantitatieve prestatie-

indicatoren om belastinginningsdiensten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken;

wetgeving tot stroomlijning van de procedures voor de beslechting van

administratieve belastinggeschillen en van de gerechtelijke beroepsprocedures,

alsook de nodige wetten en procedures om ernstige beroepsfouten, corruptie en

slecht presteren van belastingambtenaren beter te kunnen aanpakken, onder meer

door vervolging in gevallen van plichtsverzuim; publicatie van maandelijkse

verslagen van de vijf taskforces ter bestrijding van belastingontwijking, waarin onder

meer een reeks voortgangsindicatoren is opgenomen;

  • d) 
    een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering

van de vereenvoudigde beloningsregeling; opstelling van een personeelsplan voor de

middellange termijn voor de periode tot en met 2013 dat in overeenstemming is met

de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen, waarin ook plannen worden

gespecificeerd voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten behoeve van

prioritaire terreinen; bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeels-

verloop (indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van

de diverse overheidsafdelingen;

  • e) 
    doorvoering van de grondige hervorming van het gezondheidszorgstelsel waarmee in

2010 een aanvang is gemaakt, met de bedoeling de overheidsuitgaven voor

gezondheidszorg op of onder de 6% van het bbp te handhaven; maatregelen die

besparingen op de uitgaven voor geneesmiddelen ter waarde van ten minste 2 miljard

EUR opleveren ten opzichte van het niveau van 2010, waarvan ten minste 1 miljard

EUR in 2011 wordt gerealiseerd; verbetering van de boekhoudings- en facturerings-

systemen van ziekenhuizen door: voltooiing van de invoering in alle ziekenhuizen

van dubbele boekhoudsystemen op transactiebasis; gebruikmaking van het uniforme

codeersysteem en van een gemeenschappelijk register voor medische benodigd-

heden; berekening van de voorraden en stromen van medische benodigdheden in alle

ziekenhuizen met behulp van het uniforme codeerstelsel voor medische benodigd-

heden; inning van eigen bijdragen van patiënten in alle voorzieningen van de

nationale gezondheidsdienst; en de tijdige facturering van behandelingskosten (niet

later dan twee maanden) aan Griekse socialeverzekeringsinstellingen, andere

lidstaten en particuliere zorgverzekeraars; en ervoor zorgen dat ten minste 50% van

de hoeveelheid geneesmiddelen die eind 2011 door openbare ziekenhuizen is

gebruikt, uit generieke geneesmiddelen en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust,

bestaat door alle openbare ziekenhuizen ertoe te verplichten farmaceutische

producten per werkzame stof aan te kopen;

  • f) 
    met het oogmerk om verspilling en wanbeleid in staatsbedrijven tegen te gaan en ten

minste 800 miljoen EUR fiscaal te besparen, vaststelling van een besluit dat:

primaire beloningen in de publieke sector op bedrijfsniveau met ten minste 10%

verlaagt; secundaire beloningen beperkt tot 10% van de primaire beloningen; een

maximum van 4 000 EUR per maand voor bruto inkomsten vaststelt (12 betalingen

per jaar); de tarieven voor stadsvervoer met minstens 30% verhoogt; acties opstelt

die de werkingskosten in de publieke sector met 15 tot 25% verlagen; en vaststelling

van een besluit voor de herstructurering van de OASA;

  • g) 
    een nieuw regelgevingskader om de sluiting van concessieovereenkomsten voor

regionale luchthavens te faciliteren;

  • h) 
    instelling van een onafhankelijke taskforce voor onderwijsbeleid om tot een

efficiënter openbaar onderwijs (lager, middelbaar en hoger onderwijs) en een

efficiënter gebruik van de middelen te komen;

  • i) 
    vaststelling van een wet waarbij overeenkomstig het actieplan een centrale autoriteit

voor overheidsopdrachten wordt ingesteld; en ontwikkeling van een IT-platform voor

elektronische aanbestedingen en vaststelling van onder meer de volgende tussentijdse

ijkpunten in overeenstemming met het actieplan: test van een proefversie,

beschikbaarheid van alle functies voor alle opdrachten en geleidelijke invoering van

de verplichting om van het elektronisch aanbestedingssysteem gebruik te maken voor

het plaatsen van opdrachten voor leveringen, diensten en werken;

  • 5. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind juli 2011:
  • a) 
    het voorleggen aan het parlement van een gestroomlijnde en uniforme salaristabel

voor ambtenaren welke geldt voor de nationale overheid, de lokale overheden en

andere agentschappen, die ingevoerd wordt over een periode van drie jaar, en waarbij

de salarissen in overeenstemming zijn met de productiviteit en de vervulde taken;

  • b) 
    een personeelsplan voor de middellange termijn tot en met 2015 dat in

overeenstemming is met de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen

(1 voor 10 in 2011). In het plan worden de regels voor tijdelijk personeel, voor de

annulering van vacatures en voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten

behoeve van prioritaire terreinen aangescherpt en wordt rekening gehouden met de

verlenging van de werkweek in de publieke sector;

  • c) 
    een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering

van de vereenvoudigde beloningsregeling, dat aansluit bij de lonen in de particuliere

sector en leidt tot een verlaging van de totale loonkosten. Het plan berust op de

uitkomsten van het verslag van het ministerie van Financiën en van de centrale

betalingsinstantie. De wetgeving voor een vereenvoudigde beloningsregeling wordt

geleidelijk over een periode van drie jaar ingevoerd. De lonen van de werknemers

van de staatsbedrijven stroken met de nieuwe salaristabel voor de publieke sector;

  • d) 
    een versterking van de arbeidsinspectie, die over het nodige gekwalificeerde

personeel moet beschikken en waarvoor kwantitatieve doelstellingen moeten gelden

wat het aantal uit te voeren controles betreft;

  • e) 
    een wet ter herziening van de belangrijkste parameters van het pensioenstelsel, om de

toename van de overheidsuitgaven inzake pensioenen over de periode 2009-2060 te

beperken tot minder dan 2,5% van het bbp, indien langetermijnprognoses aantonen

dat de verwachte toename van de pensioenuitgaven van de overheid dit bedrag zou

overstijgen. De nationale actuariële autoriteit gaat door met de indiening van

langetermijnprognoses van de pensioenuitgaven tot 2060 in het kader van de

vastgestelde hervorming. De prognoses omvatten de belangrijkste aanvullende

stelsels (ETEAM, TEADY, MTPY), en berusten op uitvoerige gegevens die de

nationale actuariële autoriteit heeft verzameld en opgesteld;

  • f) 
    een herziening van de lijst van zware beroepen ter vermindering van de dekking

ervan tot maximaal 10% van de tewerkstelling; de nieuwe lijst van zware en

ongezonde beroepen is met ingang van 1 augustus 2011 op alle huidige en

toekomstige werknemers van toepassing;

  • g) 
    wetgeving tot instelling van een centrale autoriteit voor overheidsopdrachten met de

opdracht, de doelstellingen, de bevoegdheden en het tijdschema voor de inwerking-

treding, zoals aangegeven in het actieplan;

  • h) 
    aanvullende maatregelen ter bevordering van het gebruik van generieke genees-

middelen door: elektronische recepten per werkzame stof verplicht te stellen en van

minder dure generieke geneesmiddelen wanneer deze beschikbaar zijn; toewijzing

van een lager kostendelingspercentage aan generieke geneesmiddelen met een

duidelijk lagere prijs dan de referentieprijs (minder dan 60% van de prijs van

merkproducten) op basis van de ervaring van andere EU-lidstaten; vaststelling van de

maximumprijs van generieke geneesmiddelen op 60% van de merkgeneesmiddelen

met een soortgelijke werkzame stof;

  • i) 
    publicatie van een inventaris van overheidsactiva, waarin onder meer een overzicht

van de belangen in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde ondernemingen en van

commercieel interessante onroerende goederen en terreinen wordt gegeven; een

algemeen secretariaat voor de ontwikkeling van onroerend goed wordt opgericht met

de bedoeling onroerend goed beter te beheren, dit vrij te maken van bezwaringen en

gereed te maken voor privatisering;

  • j) 
    de budgettaire middellangetermijnstrategie (hierna BMTS genoemd) tot en met 2015,

zoals beschreven in bijlage I bij het onderhavige besluit, en de desbetreffende

uitvoeringswetten. De BMTS bevat een beschrijving van de permanente budgettaire

consolidatiemaatregelen die ervoor zorgen dat de tekortlimieten voor 2011-2015

zoals vastgelegd in het besluit van de Raad, niet worden overschreden en dat de

schuldquote een duurzame neerwaartse tendens gaat vertonen;

  • k) 
    privatisering van activa ter waarde van ten minste 390 miljoen EUR; vaststelling van

een privatiseringsprogramma dat in 2012 ten minste 15 miljard EUR, in 2013 ten

minste 22 miljard EUR, in 2014 ten minste 35 miljard EUR en in 2015 ten minste

50 miljard EUR moet opleveren; de opbrengsten uit de privatisering van activa

(onroerend goed, concessies en financiële activa) worden aangewend om schulden af

te lossen en gaan niet ten koste van de budgettaire consolidatie-inspanningen om te

voldoen aan de in artikel 1, lid 2, vastgelegde tekortlimieten;

  • l) 
    oprichting van een solide beheerd privatiseringsfonds dat het privatiseringsproces

moet versnellen en moet waarborgen dat dit proces onomkeerbaar zal zijn en in

goede banen wordt geleid. Het fonds verwerft het juridische eigendomsrecht van de

activa die geprivatiseerd moeten worden. Het fonds kan zijn activa niet in pand

geven op een manier die het bereiken van zijn doel, namelijk het privatiseren van de

activa, in de weg zou staan;

  • m) 
    dient wetsvoorstellen in die ertoe strekken om niet-levensvatbare entiteiten te sluiten,

samen te voegen of af te slanken;

  • n) 
    maatregelen om de uitgaven beter in de hand te houden: een besluit waarin de

kwalificaties en verantwoordelijkheden worden gespecificeerd van de reken-

plichtigen die in alle vakministeries moeten worden aangesteld en verantwoordelijk

zullen zijn voor de uitoefening van een deugdelijke financiële controle;

  • o) 
    nieuwe criteria en voorwaarden op basis waarvan socialezekerheidsfondsen

contracten sluiten met alle zorgverleners teneinde de beoogde verlaging van de

uitgaven te realiseren; geeft de aanzet tot een gezamenlijke inkoop van medische

diensten en goederen om middels prijs-volumeafspraken een forse verlaging van de

uitgaven met ten minste 25% ten opzichte van 2010 te realiseren;

  • p) 
    bekendmaking van bindende voorschrijfregels voor artsen die zijn vastgesteld op

basis van internationale voorschrijfregels, ten behoeve van een kosteneffectief

gebruik van geneesmiddelen; bekendmaking en continue bijwerking van de positieve

lijst van vergoede geneesmiddelen;

  • q) 
    opstelling van een plan voor de reorganisatie en herstructurering van ziekenhuizen op

de korte en middellange termijn teneinde bestaande inefficiënties terug te dringen,

gebruik te maken van schaal- en toepassingsvoordelen en de kwaliteit van de

patiëntenzorg te verbeteren. De ziekenhuiskosten moeten aldus in 2011 met ten

minste 10% worden verminderd en in 2012 met nog eens 5%.

  • 6. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind september 2011:
  • a) 
    een begroting voor 2012 die in overeenstemming is met de BMTS en met het doel de

in artikel 1, lid 2, vastgelegde tekortlimieten te halen;

  • b) 
    een vermindering van de belastingbelemmeringen voor fusies en overnamen;
  • c) 
    een vereenvoudiging van het douaneafhandelingsproces voor uitvoer en invoer;
  • d) 
    een verdere verbetering van het absorptiepercentage van de structuur- en

cohesiefondsen;

  • e) 
    de volledige tenuitvoerlegging van de agenda voor betere regelgeving teneinde de

administratieve lasten met 20% te verminderen (ten opzichte van 2008);

  • f) 
    wetgeving die ertoe strekt om niet-levensvatbare entiteiten te sluiten, samen te

voegen of af te slanken;

  • g) 
    maatregelen ter beperking van aankoop- en derdenkosten bij overheidsbedrijven,

actualisering van prijzen, uitbreiding van de activiteiten, en vermindering van

personeelskosten door de opstelling en uitvoering van een afvloeiingsplan. Overtollig

personeel dat niet kan afvloeien volgens de regel van 1 indienstneming voor

5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011), wordt gedwongen te vertrekken of wordt op

non-actief gesteld (arbeidsreserve). Deze regel geldt zonder uitzondering voor alle

sectoren; hij is ook van toepassing op de overplaatsing van personeel van overheids-

bedrijven naar andere overheidsorganen na een onderzoek van de beroeps-

kwalificaties van de betrokkenen door ASEP aan de hand van de gebruikelijke

evaluatiecriteria. Personeel dat in de arbeidsreserve wordt geplaatst, ontvangt 60%

van het salaris gedurende maximaal twaalf maanden, waarna ontslag volgt;

  • h) 
    een juridisch kader dat een snelle toewijzing van grondgebruik mogelijk maakt en de

eigendomsregistratie van overheidsgrond bespoedigt;

  • i) 
    een wet ter bevordering van investeringen in de toeristische sector (vakantieresorts

en vakantiehuizen) om in combinatie met de wet op het landgebruik een versnelde

privatisering mogelijk te maken van grondpercelen die bij het Griekse bureau voor

toeristisch onroerend goed (ETA) in beheer zijn;

  • j) 
    voltooiing van de functionele evaluatie van bestaande sociale programma's;

beoordeling door de regering van de resultaten van de tweede en laatste fase van de

onafhankelijke functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten; wetten en

maatregelen om uitvoering te geven aan de praktische aanbevelingen van de eerste

fase van de functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten en van de

volledige evaluatie van bestaande sociale programma's;

  • k) 
    een grondige herziening van het functioneren van secundaire/aanvullende openbare

pensioenfondsen, inclusief welzijnsfondsen en regelingen waarbij een uitkering

ineens wordt betaald. De herziening strekt ertoe de pensioenuitgaven te stabiliseren,

de budgettaire neutraliteit van deze regelingen te garanderen en de houdbaarheid van

het stelsel op de middellange en lange termijn te handhaven. De herziening

bewerkstelligt: een verdere vermindering van het aantal bestaande fondsen; het

wegwerken van onevenwichtigheden in de fondsen met tekorten; de stabilisatie van

de lopende uitgaven op een houdbaar niveau door middel van passende correcties die

vanaf 1 januari 2012 moeten worden doorgevoerd; de houdbaarheid op de lange

termijn van aanvullende regelingen dankzij een nauw verband tussen bijdragen en

uitkeringen;

  • l) 
    inventarisatie van de regelingen waarbij de uitkeringen ineens bij pensionering niet

in overeenstemming zijn met de betaalde bijdragen, teneinde de uitkeringen uiterlijk

eind december 2011 aan te passen;

  • m) 
    verdere maatregelen om het systeem van elektronische geneesmiddelenrecepten,

diagnosticering en artsenverwijzingen op kosteneffectieve wijze uit te breiden tot alle

socialezekerheidsfondsen, gezondheidszorgcentra en ziekenhuizen. In overeen-

stemming met de EU-voorschriften voor overheidsopdrachten schrijft de regering de

nodige aanbestedingsprocedures uit om een alomvattend en uniform informatie-

systeem voor de gezondheidszorg (e-gezondheidszorgsysteem) ten uitvoer te leggen;

  • n) 
    verdere maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 30% van de hoeveelheid

geneesmiddelen die door openbare ziekenhuizen wordt gebruikt, bestaat uit

generieke geneesmiddelen waarvan de prijs lager ligt dan vergelijkbare merk-

producten, en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, met name door alle

openbare ziekenhuizen te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof

aan te kopen;

  • o) 
    besluiten om posten voor het personeel van de centrale autoriteit voor overheids-

opdrachten te creëren en vast te stellen en om het personeel en de diensten van de

autoriteit te organiseren in overeenstemming met de bepalingen van de wet tot

instelling van de autoriteit; om de leden van de centrale autoriteit voor overheids-

opdrachten te benoemen;

  • p) 
    bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeelsverloop

(indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van de

diverse overheidsafdelingen.

  • 7. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind december 2011:
  • a) 
    de definitieve vaststelling van de begroting voor 2012;
  • b) 
    een versterking van de beheerscapaciteit van alle bemiddelende en beheersinstanties

van operationele programma's in het raam van het nationale strategische referentie-

kader 2007-2013 en de certificering ervan (ISO 9001:2008 - Kwaliteitsbeheer);

  • c) 
    invoering vanaf 2013 van een voor budgetteringsdoeleinden te gebruiken systeem

voor de berekening per geval van de ziekenhuiskosten;

  • d) 
    wetten om uitvoering te geven aan de praktische aanbevelingen van de eerste fase

van de functionele evaluatie van de centrale overheidsdiensten en van de volledige

evaluatie van bestaande sociale programma's; beoordeling van de resultaten van de

tweede en laatste fase van de onafhankelijke functionele evaluatie van de centrale

overheidsdiensten;

  • e) 
    aanvang van de werkzaamheden van de centrale autoriteit voor overheidsopdrachten,

die kan beschikken over de middelen die voor haar in het actieplan omschreven

opdracht, doelstellingen en bevoegdheden zijn vereist;

  • f) 
    evaluatie van de vergoedingen voor medische diensten die zijn uitbesteed aan

particuliere dienstverleners teneinde de desbetreffende kosten in 2011 met ten minste

15% te doen dalen en in 2012 met nog eens 15%;

  • g) 
    maatregelen om het belastingstelsel te vereenvoudigen, de grondslagen te verbreden

en de belastingtarieven op begrotingsneutrale wijze te verlagen, zulks met betrekking

tot de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de btw;

  • h) 
    verdere maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 50% van de hoeveelheid

geneesmiddelen die door openbare ziekenhuizen wordt gebruikt, bestaat uit

generieke geneesmiddelen waarvan de prijs lager ligt dan vergelijkbare merk-

producten, en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, met name door alle

openbare ziekenhuizen te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof

aan te kopen.

  • 8. 
    Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2012:
  • a) 
    een hervorming van de secundaire/aanvullende pensioenregelingen door fondsen te

fuseren en door een aanvang te maken met de berekening van uitkeringen op basis

van de nieuwe theoretische toegezegdebijdragenregeling; bevriezing van de

nominale aanvullende pensioenen en vermindering van de vervangingsratio's voor

opgebouwde rechten in fondsen met tekorten op basis van een actuariële studie van

de nationale autoriteit voor het actuariaat. Ingeval de actuariële studie niet klaar is,

worden de vervangingsratio's met ingang van 1 januari 2012 verminderd om tekorten

te vermijden;

  • b) 
    berekening van de winstmarges van apotheken als een forfaitair bedrag of een

forfaitaire vergoeding in combinatie met een kleine winstmarge, teneinde de totale

winstmarge te beperken tot maximaal 15%, inclusief voor de duurste genees-

middelen.

Artikel 3

Griekenland verleent zijn volledige medewerking aan de Commissie en verschaft deze onverwijld

op gemotiveerd verzoek harerzijds alle gegevens of documenten die nodig zijn voor het toezicht op

de naleving van dit besluit.

Artikel 4

  • 1. 
    Griekenland dient om de drie maanden bij de Raad en de Commissie een verslag in waarin

een beschrijving wordt gegeven van de beleidsmaatregelen die zijn genomen om aan dit

besluit gevolg te geven.

  • 2. 
    De krachtens lid 1 in te dienen verslagen bevatten gedetailleerde informatie over het

volgende:

  • a) 
    de concrete maatregelen die op de verslagdatum zijn uitgevoerd om aan dit besluit

gevolg te geven, waaronder ook de gekwantificeerde impact op de begroting;

  • b) 
    de concrete maatregelen die na de verslagdatum zijn gepland om aan dit besluit

gevolg te geven, alsook het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van deze

maatregelen en een inschatting van de impact op de begroting;

  • c) 
    de maandelijkse uitvoering van de overheidsbegroting;
  • d) 
    gegevens voor perioden korter dan een jaar over de begrotingsuitvoering door de

sociale zekerheid, de lokale overheid en niet op de begroting opgevoerde fondsen;

  • e) 
    de uitgifte en terugbetaling van schuldpapier door de overheid;
  • f) 
    informatie over de ontwikkelingen in de permanente en tijdelijke werkgelegenheid in

de overheidssector;

  • g) 
    nog te betalen overheidsuitgaven, met vermelding van die uitgaven waarvoor de

betalingstermijn is verstreken;

  • h) 
    de financiële situatie van overheidsbedrijven en andere overheidsentiteiten.
  • 3. 
    De Commissie en de Raad gaan aan de hand van de verslagen na of Griekenland aan dit

besluit gevolg heeft gegeven. In het kader van deze evaluatie kan de Commissie

maatregelen aangeven die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat het in dit besluit

vastgestelde aanpassingstraject voor de correctie van het buitensporige begrotingstekort

wordt gevolgd.

Artikel 5

Besluit 2010/320/EU wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar het ingetrokken besluit gelden als verwijzingen naar het onderhavige besluit en

worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan.

Artikel 7

Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.

Gedaan te -

Voor de Raad -

De voorzitter

BIJLAGE I

Budgettaire middellangetermijnstrategie

(als bedoeld in artikel 2, lid 5, van het onderhavige besluit)

De budgettaire middellangetermijnstrategie (BMTS) tot en met 2015 zal het volgende omvatten:

Verlaging van de loonkosten met ten minste 770 miljoen EUR in 2011, en nog eens

600 miljoen EUR in 2012, 448 miljoen EUR in 2013, 306 miljoen EUR in 2014 en

71 miljoen EUR in 2015 door de invoering van natuurlijk verloop dat verder gaat dan de regel

van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen (1 voor 10 in 2011); verlenging van de werkweek

voor werknemers in de publieke sector van 37,5 naar 40 uur en vermindering van de vergoedingen

voor overwerk; vermindering van het aantal commissies en raden waarvoor een vergoeding wordt

betaald; beperking van de regelingen voor andere aanvullende compensaties, toeslagen en

bonussen; vermindering van het aantal contractanten (50% in 2011 en nog eens 10% vanaf 2012);

tijdelijke bevriezing van de automatische periodieke loonsverhoging; de invoering van een nieuwe

salaristabel; de invoering van deeltijdwerk in de publieke sector en van onbetaald verlof; een

beperking in het aantal toelatingen tot de militaire en de politieacademie; de overheveling van

overtollig personeel naar een arbeidsreserve, waarin het gedurende maximaal twaalf maanden

gemiddeld 60% van het salaris ontvangt, en een verlaging van de vergoeding voor productiviteit

met 50%.

Verlaging van de operationele uitgaven van de centrale overheid met ten minste

190 miljoen EUR in 2011, nog eens 92 miljoen EUR in 2012, 161 miljoen EUR in 2013,

323 miljoen EUR in 2014 en 370 miljoen EUR in 2015, door de invoering van elektronische

aanbestedingen van alle overheidsopdrachten; rationeler energieverbruik door overheidsdiensten;

verlaging van de huurkosten door efficiënter gebruik te maken van overheidsgebouwen; verlaging

van alle telecommunicatiekosten; afschaffing van de gratis distributie van kranten; verlaging van de

operationele uitgaven in de gewone begroting over de gehele linie; invoering van benchmarks in de

overheidsuitgaven nadat het MIS voor de overheidsuitgaven één jaar heeft gewerkt.

Verlaging van de kosten van niet op de begroting opgevoerde fondsen en overdrachten aan

andere entiteiten met ten minste 540 miljoen EUR in 2011, en nog eens 150 miljoen EUR in

2012, 200 miljoen EUR in 2013, 200 miljoen EUR in 2014 en 150 miljoen EUR in 2015, door

een beoordeling van het mandaat, de levensvatbaarheid en de kosten van alle door de publieke

sector gesubsidieerde entiteiten alsook door fusie en sluiting van deze entiteiten; fusie/sluiting van

en verlaging van subsidies aan onderwijsinstellingen (scholen en instellingen voor hoger

onderwijs); verlaging van subsidies aan entiteiten buiten de overheidssector en een actieplan om

entiteiten te sluiten, samen te voegen en af te slanken.

Besparingen op staatsbedrijven voor ten minste 414 miljoen EUR in 2012 en nog eens

329 miljoen EUR in 2013, 297 miljoen EUR in 2014 en 274 miljoen EUR in 2015 door een

verhoging van de ontvangsten van de Griekse Spoorwegen (OSE), het busvervoer (OASA) en

andere bedrijven, de tenuitvoerlegging van herstructureringsplannen en privatisering bij Hellenic

Defence Systems, Hellenic Aeronautical Industry en Hellenic Horse Racing Corporation; verkoop

van bedrijfsactiva die verband houden met niet-kernactiviteiten; verlaging van personeelskosten;

verlaging van de operationele kosten en fusie en sluiting van bedrijven.

Verlaging van de operationele defensie-uitgaven met ten minste 133 miljoen EUR in 2013 en

nog eens 133 miljoen EUR in 2014 en 134 miljoen EUR in 2015, bovenop de verlaging van het

bedrag dat gemoeid is met de aankoop van militaire uitrusting (leveringen) met 830 miljoen EUR

van 2010 tot en met 2015.

Verlaging van de uitgaven aan gezondheidszorg en geneesmiddelen met ten minste

310 miljoen EUR in 2011, en nog eens 697 miljoen EUR in 2012, 349 miljoen EUR in 2013,

303 miljoen EUR in 2014 en 463 miljoen EUR in 2015, door de invoering van een nieuwe

"gezondheidskaart" en een daarmee gepaard gaande verlaging van de ziekenhuiskosten; een

herevaluatie van het mandaat en de kosten van de niet-ziekenhuisentiteiten waarop het ministerie

van Volksgezondheid toezicht houdt; invoering van een centraal aanbestedingssysteem; verlaging

van de gemiddelde kosten per behandeling via behandelcombinaties; beperking van de dienst-

verlening aan niet-verzekerden (poortwachtersfunctie); in rekening brengen van de kosten van

dienstverlening aan buitenlanders; operationalisering van een nationale organisatie voor eerstelijns-

gezondheidszorg (EOPI); scanning door IKA van met de hand geschreven recepten; uitbreiding van

de lijst van geneesmiddelen waarvoor geen recept nodig is; nieuwe prijzen van geneesmiddelen;

vaststelling van verzekeringsprijzen per socialezekerheidssector en onverkorte invoering van

elektronische recepten.

Verlaging van de sociale uitkeringen met ten 1 188 miljoen EUR in 2011, en nog eens

1 230 miljoen EUR in 2012, 1 025 miljoen EUR in 2013, 1 010 miljoen EUR in 2014 en

700 miljoen EUR in 2015 door een aanpassing van de aanvullende pensioenregelingen en daarna

een bevriezing tot en met 2015; bevriezing van de basispensioenen; hervorming van het

invaliditeitspensioenstelsel; telling van de gepensioneerden en kruiscontroles van persoonsgegevens

bij de onverkorte invoering van het socialezekerheidsnummer, en invoering van een bovengrens

voor de pensioenen; stroomlijning van de criteria voor gepensioneerden (EKAS); stroomlijning van

de uitkeringen en de begunstigden van OEE-OEK en OAED; verlaging van de uitkeringen ineens

bij pensionering; kruiscontroles van persoonsgegevens bij de invoering van bovengrenzen voor

werknemers die mogen toetreden tot OAED-regelingen; verlaging van het OGA-ouderdoms-

pensioen en van de lagere pensioendrempels van andere socialezekerheidsfondsen en aanscherping

van de criteria op basis van de vaste woonplaats; verlaging van de kosten van sociale uitkeringen

door een kruiscontrole van de gegevens; gelijktrekken van de regels voor verstrekkingen in verband

met de gezondheid deze worden voor alle socialezekerheidsfondsen hetzelfde; uniforme

contracten met particuliere ziekenhuizen en medische centra; herziening van sociale uitkeringen in

natura of in geld, die leidt tot de afschaffing van de minst effectieve; verhoging van de bijzondere

pensioenbijdrage (Wet 3863/2010) voor gepensioneerden met een pensioen van meer dan

1 700 EUR per maand; verhoging van de bijzondere sociale bijdrage die wordt afgedragen door

gepensioneerden die jonger zijn dan zestig jaar en die per maand een pensioen van meer dan

1 700 EUR ontvangen; invoering van een bijzondere gedifferentieerde bijdrage voor aanvullende

pensioenen van meer dan 300 EUR per maand en verlaging van de overdrachten naar NAT

(pensioenregeling van zeevarenden) en de pensioenregeling van OTE en de bijbehorende verlaging

van de pensioenen of verhoging van de bijdragen van de begunstigden.

Verlaging van de overdrachten van de centrale overheid aan de decentrale overheden met ten

minste 150 miljoen EUR in 2011 en nog eens 355 miljoen EUR in 2012, 345 miljoen EUR in

2013, 350 miljoen EUR in 2014 en 305 miljoen EUR in 2015. Deze verlaging zal in de eerste

plaats tot stand komen door bezuinigingen van de decentrale overheden ter grootte van ten minste

150 miljoen EUR in 2011 en nog eens 250 miljoen EUR in 2012, 175 miljoen EUR in 2013,

170 miljoen EUR in 2014 en 160 miljoen EUR in 2015. Daarnaast zullen de decentrale overheden

hun eigen inkomsten opvoeren met ten minste 105 miljoen EUR in 2012 en nog eens 170 miljoen

EUR in 2013, 130 miljoen EUR in 2014 en 145 miljoen EUR in 2015, door een verhoging van de

ontvangsten uit tol, vergoedingen, rechten en andere inkomstenstromen na de samenvoeging van

decentrale instanties en door ervoor te zorgen dat de lokalebelastingplicht beter in acht wordt

genomen na de invoering van een verplicht lokalebelastingcertificaat.

Verlaging van de uitgaven uit de begroting voor publieke investeringen (binnenlands

gefinancierde publieke investeringen, investeringsbijdragen) en van administratieve kosten

met 950 miljoen EUR in 2011, waarvan 350 miljoen EUR structureel, en nog eens 154 miljoen

EUR (administratieve kosten) in 2012.

Verhoging van de belastingen met ten minste 2 017 miljoen EUR in 2011, en nog eens

3 678 miljoen EUR in 2012, 156 miljoen EUR in 2013 en 685 miljoen EUR in 2014, door

verhoging van de btw voor restaurants en bars van 13 naar 23% vanaf september 2011; verhoging

van de belasting op onroerend goed; verlaging van de belastingvrijstelling voor de

inkomstenbelasting tot 8 000 EUR en vaststelling van een progressieve solidariteitsbijdrage;

verhoging van de voorheffingen en de heffingen bij zelfstandigen; verlaging van belasting-

vrijstellingen/-uitgaven; wijzigingen in de belastingregeling voor tabaksproducten, met een

versnelde afdracht van de accijnzen, en in de belastingstructuur; accijnzen op frisdranken; accijnzen

op aardgas en vloeibaar gas; afschaffing van het belastingvoordeel voor stookolie (voor bedrijven

vanaf oktober 2011 en progressief voor huishoudens vanaf oktober 2011 tot oktober 2013);

verhoging van de voertuigenbelasting; een crisisbijdrage voor voertuigen, motorfietsen en

zwembaden; verhoging van de boetes op illegale bouwwerken en regularisatie van illegale

bouwwerken; heffing van belasting op particuliere boten en jachten; een bijzondere heffing op

onroerend goed met een hoge waarde; een speciale heffing op rookruimtes.

Verbetering van de inachtneming van de belastingplicht, hetgeen in 2013 ten minste

878 miljoen EUR, en in 2014 en 2015 nog eens 975 miljoen EUR en 1 147 miljoen EUR moet

opleveren.

Verhoging van de sociale bijdragen met ten minste 629 miljoen EUR in 2011 en nog eens

259 miljoen EUR in 2012, 714 miljoen EUR in 2013, 1 139 miljoen EUR in 2014 en

504 miljoen EUR in 2015, door de onverkorte invoering van een enkel formulier voor de betaling

van lonen en de afdracht van verzekeringsbijdragen; verhoging van de bijdragen voor begunstigden

van OGA en ETAA; oprichting van een solidariteitsfonds voor OAEE-begunstigden; aanpassing

van de werkloosheidsbijdrage voor werknemers in de particuliere sector; invoering van een

werkloosheidsbijdrage voor zelfstandigen; een bijdrage voor werklozen, betaald door de

werknemers in de publieke sector, inclusief de staatsbedrijven, decentrale overheden en andere

publieke entiteiten.

BIJLAGE II

Ingetrokken besluit met een overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Besluit van de Raad van 10 mei 2010 (2010/320/EU) PB L 145 van 11.6.2010, blz. 6

Besluit van de Raad van 7 september 2010 (2010/486/EU) PB L 241 van 14.9.2010, blz. 12

Besluit van de Raad van 20 december 2010 (2011/57/EU) PB L 26 van 29.1.2011, blz. 15

Besluit van de Raad van 7 maart 2011 (2011/257/EU) PB L 110 van 29.4.2011, blz. 26

BIJLAGE III

Concordantietabel

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

Artikel 1 Artikel 1

Artikel 2, lid 1 Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2, inleidende zin Artikel 2, lid 2, inleidende zin

Artikel 2, lid 2, onder a) Artikel 2, lid 2, onder a)

Artikel 2, lid 2, onder c) Artikel 2, lid 2, onder b)

Artikel 2, lid 2, onder d) Artikel 2, lid 2, onder c)

Artikel 2, lid 2, onder e) Artikel 2, lid 2, onder d)

Artikel 2, lid 2, onder f) Artikel 2, lid 2, onder e)

Artikel 2, lid 2, onder g) Artikel 2, lid 2, onder f)

Artikel 2, lid 2, onder h) Artikel 2, lid 2, onder g)

Artikel 2, lid 2, onder i) Artikel 2, lid 2, onder h)

Artikel 2, lid 2, onder j) Artikel 2, lid 2, onder i)

Artikel 2, lid 2, onder k) Artikel 2, lid 2, onder j)

Artikel 2, lid 2, onder l) Artikel 2, lid 2, onder k)

Artikel 2, lid 2, onder m) Artikel 2, lid 2, onder l)

Artikel 2, lid 2, onder n) Artikel 2, lid 2, onder m)

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

Artikel 2, lid 2, onder o) Artikel 2, lid 2, onder n)

Artikel 2, lid 2, onder p) Artikel 2, lid 2, onder o)

Artikel 2, lid 2, onder q) Artikel 2, lid 2, onder p)

Artikel 2, lid 3, inleidende zin Artikel 2, lid 3, inleidende zin

Artikel 2, lid 3, onder a) Artikel 2, lid 3, onder a)

Artikel 2, lid 3, onder b) Artikel 2, lid 3, onder b)

Artikel 2, lid 3, onder f) Artikel 2, lid 3, onder c)

Artikel 2, lid 3, onder i) Artikel 2, lid 3, onder d)

Artikel 2, lid 3, onder j) Artikel 2, lid 3, onder e)

Artikel 2, lid 3, onder k) -

Artikel 2, lid 3, onder l) Artikel 2, lid 3, onder f)

Artikel 2, lid 3, onder m) Artikel 2, lid 3, onder g)

Artikel 2, lid 3, onder n) Artikel 2, lid 3, onder h)

Artikel 2, lid 3, onder o) Artikel 2, lid 3, onder i)

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

Artikel 2, lid 3, onder q) Artikel 2, lid 3, onder j)

Artikel 2, lid 3, onder r) Artikel 2, lid 3, onder k)

Artikel 2, lid 3, onder s) Artikel 2, lid 3, onder l)

Artikel 2, lid 3, onder t) Artikel 2, lid 3, onder m)

Artikel 2, lid 3, onder u) Artikel 2, lid 3, onder n)

Artikel 2, lid 3, onder v) Artikel 2, lid 3, onder o)

Artikel 2, lid 3, onder w) -

Artikel 2, lid 3, onder x) Artikel 2, lid 3, onder p)

Artikel 2, lid 3, onder y Artikel 2, lid 3, onder q)

Artikel 2, lid 3, onder z) Artikel 2, lid 3, onder r)

Artikel 2, lid 3, onder aa) Artikel 2, lid 3, onder s)

Artikel 2, lid 3, onder bb) Artikel 2, lid 3, onder t)

Artikel 2, lid 3, onder cc) Artikel 2, lid 3, onder u)

Artikel 2, lid 3, onder dd) Artikel 2, lid 3, onder v)

Artikel 2, lid 3, onder ee) Artikel 2, lid 3, onder w)

Artikel 2, lid 3, onder ff) Artikel 2, lid 3, onder x)

Artikel 2, lid 3, onder gg) Artikel 2, lid 3, onder y

Artikel 2, lid 3, onder hh) Artikel 2, lid 3, onder z)

Artikel 2, lid 4, inleidende zin Artikel 2, lid 4, inleidende zin

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

Artikel 2, lid 4, onder b) Artikel 2, lid 4, onder a)

Artikel 2, lid 4, onder c) Artikel 2, lid 4, onder b)

Artikel 2, lid 4, onder d) -

Artikel 2, lid 4, onder e) Artikel 2, lid 4, onder c)

Artikel 2, lid 4, onder f) Artikel 2, lid 4, onder d)

Artikel 2, lid 4, onder g) Artikel 2, lid 4, onder e)

Artikel 2, lid 4, onder h) Artikel 2, lid 4, onder f)

Artikel 2, lid 4, onder i) Artikel 2, lid 4, onder g)

Artikel 2, lid 4, onder j) Artikel 2, lid 4, onder h)

Artikel 2, lid 4, onder k) Artikel 2, lid 4, onder i)

Artikel 2, lid 4, onder l) -

Artikel 2, lid 5, inleidende zin Artikel 2, lid 5, inleidende zin

Artikel 2, lid 5, onder a) Artikel 2, lid 5, onder a)

Artikel 2, lid 5, onder b) -

  • Artikel 2, lid 5, onder b) en c)

Artikel 2, lid 5, onder c) Artikel 2, lid 5, onder d)

Artikel 2, lid 5, onder d) Artikel 2, lid 5, onder e)

Artikel 2, lid 5, onder e) -

Artikel 2, lid 5, onder f) Artikel 2, lid 5, onder f)

Artikel 2, lid 5, onder g) -

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

  • Artikel 2, lid 5, onder g)

Artikel 2, lid 5, onder h) Artikel 2, lid 5, onder h)

Artikel 2, lid 5, onder i) Artikel 2, lid 5, onder i)

  • Artikel 2, lid 5, onder j) tot en met q)

Artikel 2, lid 6, inleidende zin Artikel 2, lid 6, inleidende zin

Artikel 2, lid 6, onder a) Artikel 2, lid 6, onder a)

Artikel 2, lid 6, onder b) Artikel 2, lid 6, onder b)

Artikel 2, lid 6, onder c) Artikel 2, lid 6, onder c)

Artikel 2, lid 6, onder d) Artikel 2, lid 6, onder d)

Artikel 2, lid 6, onder e) Artikel 2, lid 6, onder e)

Artikel 2, lid 6, onder f) -

  • Artikel 2, lid 6, onder f) tot en met p)

Artikel 2, lid 7, inleidende zin Artikel 2, lid 7, inleidende zin

Artikel 2, lid 7, onder a) Artikel 2, lid 7, onder a)

Artikel 2, lid 7, onder b) Artikel 2, lid 7, onder b)

Artikel 2, lid 7, onder d) Artikel 2, lid 7, onder c)

Artikel 2, lid 7, onder e) Artikel 2, lid 7, onder d)

Artikel 2, lid 7, onder f) Artikel 2, lid 7, onder e)

Besluit 2010/320/EU Het onderhavige besluit

  • Artikel 2, lid 7, onder f) tot en met h)

Artikel 2, lid 8, inleidende zin Artikel 2, lid 8, inleidende zin

Artikel 2, lid 8, onder a) Artikel 2, lid 8, onder a)

  • Artikel 2, lid 8, onder b)

Artikel 3 Artikel 3

Artikel 4 Artikel 4

  • Artikel 5

Artikel 5 Artikel 6

Artikel 6 Artikel 7

  • Bijlagen I, II en III

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie