Europeaan van de week: ZKH Prins Constantijn der Nederlanden

prins constantijn

In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Constantijn van Oranje-Nassau, lid van het kabinet van Europees Commissaris Kroes voor de Digitale Agenda.

Waarom bent u specifiek werkzaam bij het kabinet van  Europees Commissaris Kroes voor de Digitale Agenda?

Allereerst is het een heel boeiende portefeuille. Informatie-  en communicatietechnologie (ICT) is van wezenlijk belang voor onze economie en de maatschappij. Het internet verandert de spelregels, businessmodellen en machtsstructuren. We staan daardoor als publieke sector voor een enorme uitdaging om in een snel veranderende wereld de positieve ontwikkelingen te onderkennen en te bevorderen en de risico’s in te schatten en in te dammen.  Inhoudelijk bouwt het voort op de thema’s waarop ik bij mijn vorige werkgever - RAND Europe – werkzaam was, veelal samen met het directoraat-generaal waarover mevrouw Kroes de scepter zwaait. Die onderzoeken en adviezen kan ik in deze functie helpen uitvoeren. Vanuit deze gedeelde belangstelling in ICT zijn onze wegen bij elkaar gekomen en het is een plezier om met haar te werken.

Waarom is communicatie over de activiteiten met betrekking tot de Digitale Agenda van mevrouw Kroes zo belangrijk?

Voor iedere publieke instelling is communicatie van wezenlijk belang. De mooiste plannen redden het niet als ze niet breed gesteund worden. Daarvoor moet je draagvlak creëren.  Dit geldt ook voor de Digitale Agenda. Zeker in een tijd van bezuinigingen moeten we nog duidelijker maken waarom investeren in ICT, innovatie en onderzoek absolute noodzaak is. Wist u bijvoorbeeld dat 50% van de productiviteitsgroei in Europa toe te schrijven is aan ICT? Om te innoveren in de gezondheidszorg moeten we in ICT investeren, zodat deze beter en betaalbaarder wordt. Een krimpende overheid zal effectief gebruik moeten maken van ICT en als we een slimme en efficiënte energievoorziening willen dan speelt ICT daarin een centrale rol. Allemaal voorbeelden om aan te tonen dat ICT kan helpen om onze effectiviteit, efficiëntie, duurzaamheid en concurrentiekracht te vergroten.

Wat hoopt u het komende jaar te bereiken?

Wij zijn o.a. bezig met het opzetten van een Innovatie Partnerschap, dat tot doel heeft het leven van ouderen drastisch te verbeteren. Het doel is om ICT en innovaties in de zorg sneller te kunnen invoeren door bestaande barrières (regelgevend, technisch, financieel, organisatorisch) te verwijderen. Ik hoop dat het partnerschap operationeel, oplossingsgericht en pragmatisch te werk zal gaan en niet meer bureaucratie zal genereren; dan is er een kans dat we echt een impact zullen maken op de toekomst van de ouderzorg in Europa.

Ik hoop ook samen met mijn collega’s de onderzoeksprogramma’s van de EU drastisch te vereenvoudigen en deze beter te laten inspelen op de behoeften van de maatschappij en de getalenteerde Europese onderzoekers die voor ons het werk moeten doen. Naast verbeteringen in onze inspanning op het gebied van onderzoek en innovatie zou ik willen dat de digitale wereld ook voor gehandicapten ontsloten wordt. Hiervoor moeten overheden de belangen van gehandicapten online echt serieus gaan nemen. We zullen hiervoor met een wetsvoorstel komen, maar het is eigenlijk van de gekke dat overheden - en bedrijven - dit niet al op eigen initiatief doen, gezien het feit dat de standaarden bestaan en de software er is om dit mogelijk te maken.

Ten slotte hoop ik dat Europeanen zich binnen afzienbare tijd vrij door Europa kunnen begeven en overal veilig online toegang krijgen tot dezelfde publieke diensten als in hun thuisland. Hiervoor moeten nationale elektronische identiteitsbewijzen ook in andere landen erkend worden, net als de bankpas die in iedere betaalautomaat wordt geaccepteerd.

Wat deed u hiervoor? 

Ik was hoofd van het Brusselse kantoor van RAND Europe, een beleidsonderzoeksbureau. Thematisch was ik verantwoordelijk voor een team dat zich vooral toelegde op het onderzoek naar economische en maatschappelijke aspecten van ICT en hoe overheden daarmee om zouden moeten gaan.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar? Wat ziet u als de grootste bedreiging?

Ik zie een Europa van de burgers, meer dan van de lidstaten. Ik zie een sterke vervlechting van netwerken in Europa, waarbinnen mensen en organisaties, maar ook steden en regio's elkaar opzoeken, samenwerken en oplossingen vinden voor uitdagingen die grensoverschrijdend zijn. Overal in Europa ontmoet ik jonge getalenteerde ondernemers, kunstenaars, studenten die ambities hebben en verwachten dat Europa met concrete antwoorden komt op hun terechte vragen. Dit Europa biedt mensen een grote toegevoegde waarde. De EU-structuren en instellingen zijn op zich heel belangrijk, maar moeten door hun abstracties en soms moeilijke machtsverhoudingen geen doel op zich worden.

Europa heeft een staat van dienst en reputatie hoog te houden in het vinden van duurzame en vreedzame oplossingen, door openheid, wederzijdse afhankelijkheid en economisch pragmatisme. Ik hoop dat Europa het recept dat dit roerige continent zoveel welvaart en vrede heeft gebracht ook kan uitdragen in andere delen van de wereld en dat we eindelijk in staat blijken met één stem te spreken in ons buitenlands beleid.  

De grootste bedreiging?  Dat zijn we zelf. Een verenigd Europa is geen vanzelfsprekendheid. Het moet iedere dag worden bevochten en uitgelegd. We moeten steeds weer aantonen waar de toegevoegde waarde ligt van een verenigd Europa. Samenwerking tussen 27 landen - en in de toekomst misschien nog meer - is geen sinecure. Maar dit is in mijn ogen wel de enige weg naar duurzame stabiliteit, welvaart en vrede in Europa.

Dat vergt doorzettingsvermogen en moed. Onze grootste bedreiging is cynisme. Het is zo makkelijk en daarom een verleidelijke uitweg voor iedereen die geen verantwoordelijkheid wil of denkt te hoeven nemen voor onze gezamenlijke toekomst.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week