Europeaan van de week: Gerard Schouw

Schouw, Dr. A.G.

In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Gerard Schouw, lid van de D66-fractie in de Tweede Kamer.

Waarom bent u woordvoerder Europese Zaken geworden?

D66 zegt volmondig ‘Ja’ tegen de Europese samenwerking. Ik ook. Europese samenwerking biedt al 60 jaar vrede, welvaart en veiligheid. Op bijna alle beleidsterreinen speelt Europa een rol en dat maakt de portefeuille afwisselend. Daarnaast heb ik ervaring op alle bestuursniveaus. Het is van groot belang dat iedere keer een goede afweging gemaakt wordt of de maatregel op Europees niveau niet doeltreffender is dan een maatregel op landelijk, provinciaal of gemeentelijk niveau. Door mijn ervaring op alle niveaus kan ik een goede afweging maken.

Waarom zijn Europese Zaken zo belangrijk voor de Tweede Kamer?

Een groot deel van onze wetgeving komt vanuit Europa. Het is belangrijk dat de Kamer en haar leden nauw betrokken zijn bij de Europese besluitvorming. Sinds het Verdrag van Lissabon zijn de bevoegdheden van de nationale parlementen vergroot. Echter alleen als de Kamerleden bovenop Europa zitten, kan de Tweede Kamer invloed uitoefenen.

Ik hoop de komende jaren dat de Kamer zich actiever met de Europese besluitvorming gaat bezighouden. Betrokkenheid bij supranationale regelgeving bevordert de democratische legitimatie ervan. Samen met het VVD–Kamerlid Han ten Broeke heb ik een rapport geschreven, ‘Bovenop Europa, Evaluatie van de versterkte EU-ondersteuning van de Tweede Kamer 2007-2011’. Dit rapport is unaniem aangenomen en bevat aanbevelingen voor een grotere betrokkenheid. De komende jaren ga ik mijn best doen om de aanbevelingen om te zetten in daadwerkelijke tijdige en intensieve betrokkenheid van de Kamer bij de Europese besluitvorming.

Wat deed u hiervoor?

Hiervoor zat ik voor D66 in de Eerste Kamer, waar ik onder andere voorzitter was van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat. Daarnaast was ik directeur van het Nicis Institute, een adviesorganisatie voor steden in Nederland.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?

De EU moet in de komende jaren efficiënter, effectiever en transparanter worden, met meer democratische controle op het Europees bestuur. Ik hoop dat de EU zich over 25 jaar heeft ontwikkeld als serieuze speler in de wereld. Zowel economisch, als politiek. Ik hoop dat we adequaat kunnen reageren op crises en weer meedoen op het wereldtoneel.

Wat ziet u als de grootste bedreiging?

Op dit moment zie ik het gebrek aan politieke wil van Europese leiders als grootste bedreiging. Veel nationale politici zijn meer bezig met hun herverkiezing in plaats van met het redden van de Europese Unie. In twee voorbeelden zie je dat het ontbreken van politieke wil de oorzaak is van grote onrust. Ten eerste de muntunie. Griekenland is een probleem, maar het is te overzien. De Europese regeringsleiders moeten het alleen willen. Ditzelfde zie je gebeuren met de immigranten uit Noord-Afrika. Het gaat slechts om 25.000 mensen, dat is op een bevolking van 500 miljoen niet veel. Alleen spelen de regeringen in Italië en Frankrijk politieke spelletjes, allemaal om stemmen te winnen bij nationale verkiezingen. De grootste dreiging van de EU komt dus van binnenuit, namelijk van de lidstaten

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week