Slechts tien procent van de directeuren van de grootste bedrijven in de Europese Unie is vrouw en het aantal vrouwen onder CEO's (president-directeuren) ligt nog lager, namelijk drie procent. In het huidige tempo zal het nog zeker vijftig jaar duren voordat de Europese bestuurskamers voor ten minste veertig procent uit vrouwen bestaan.
De commissie Rechten van de vrouw en gendergelijkheid van het Europees Parlement (EP) heeft in een verslag de Europese Commissie opgeroepen om wetgeving voor te stellen om de vertegenwoordiging van vrouwen in besturen van ondernemingen te verhogen tot dertig procent in 2015 en veertig procent in 2020. Dit voorstel is op 6 juli 2011 aangenomen door het Parlement als een niet-wetgevende resolutie.
Aan de ene kant zijn de leden van het Europees parlement dus vóór bindende maatregelen. Aan de andere kant wijst het Europees Parlement erop dat het aannemen van mensen voor bestuursfuncties puur op grond van vaardigheden, kwalificaties en ervaring van de kandidaat moet gebeuren.
Daarnaast zouden de EU-lidstaten volgens het Europees Parlement speciale regelingen moeten introduceren om de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces te stimuleren. Hierbij valt te denken aan voorzieningen als kinderopvang en ouderenzorg of belastingvoordelen voor bedrijven. Ook vindt het Europees Parlement dat lidstaten andere manieren moeten vinden om vrouwen en mannen te helpen om hun familie- en werkverplichtingen beter te kunnen combineren.
Het aantal vrouwelijke ondernemers ligt ook niet erg hoog. In de Europese Unie is slechts één op de tien vrouwen ondernemer, in tegenstelling tot één op de vier mannen. Leden van het EP vinden dat de Europese Commissie en de nationale, regionale en lokale autoriteiten beter gebruik moeten maken van bestaande financieringsmogelijkheden voor vrouwelijke ondernemers, zoals speciale (studie)beurzen en leningen aan startende ondernemers (durfkapitaal) en het toegankelijk maken van sociale zekerheidsvoorzieningen. Een voorbeeld van durfkapitaal is een micro-krediet van 25.000 euro voor kleine ondernemingen en mensen die een eigen bedrijf willen oprichten.
Het Europees Parlement wil verder dat het ’programma ‘Erasmus voor jonge ondernemers’ breder bekend wordt gemaakt. Dit programma biedt startende ondernemers de kans om zes maanden te werken met een ervaren ondernemer in een ander EU-land.
Hieronder staan een aantal argumenten over maatregelen met als doel het aantal vrouwen aan de top te verhogen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.
Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.
Het gebruik van quota is noodzakelijk om het aantal vrouwen in topposities te vergroten.
Alleen wanneer er bindende wetgeving is zoals quota, zullen bedrijven in actie komen om deze streefcijfers ook daadwerkelijk te bereiken. De praktijk zonder quota, zoals nu het geval is, laat zien dat het aantal vrouwen in topposities te langzaam stijgt. Zelfs als het voorstel van het Europees Parlement wordt uitgevoerd, zouden besturen over vijftig jaar nog niet eens voor de helft uit vrouwen bestaan.
Het invoeren van sancties is niet nodig om vrouwen aan de top te krijgen.
Aangezien tegenwoordig meer vrouwen dan mannen afstuderen aan universiteiten, zullen ze vanzelf naar de top doorstromen. Voorwaarde is wel dat werkgevers zich flexibel opstellen met betrekking tot de werk-privé balans van hun mannelijke en vrouwelijke werknemers.
De voorstellen van het Europees Parlement spreken elkaar tegen.
Het Europees Parlement stelt aan de ene kant voor om mensen aan te nemen op grond van hun kwaliteiten, kwalificaties en ervaring. Aan de andere kant stelt het Parlement voor om quota in te voeren. Deze twee voorstellen zouden elkaar in de praktijk kunnen tegenwerken. Mensen moeten worden geselecteerd voor een functie puur op grond van bovenstaande eisen. Het geslacht mag hierbij geen rol spelen.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten wat u van de verschillende argumenten/ stellingen vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen.
