RAAD VANBrussel, 10 juni 2011 (15.06)
(OR. en) DE EUROPESE UNIE
11077/11
Interinstitutioneel dossier: 2010/0380 (COD)
SOC 459 CODEC 970
VOORTGANGSVERSLAG
van: het voorzitterschap
aan: de Raad (EPSCO)
nr. Comv.: 5063/11 SOC 7 CODEC 8
Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004
-
-Voortgangsverslag
I. INLEIDING
-
1.De Commissie heeft dit voorstel, dat beoogt Verordening (EG) nr. 883/2004 en
Verordening (EG) nr. 987/2009 aan te passen aan de wijzigingen in de nationale
socialezekerheidswetgeving van de lidstaten, en de veranderingen in de sociale
werkelijkheid die van invloed zijn op de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels te
blijven volgen, op 20 december 2010 ingediend. Het omvat voorts voorstellen van de
Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, om
het acquis inzake sociale zekerheid te verbeteren en te moderniseren, in overeen-
stemming met artikel 72, onder f), van Verordening (EG) nr. 883/2004.
-
2.Het voorstel is gebaseerd op artikel 48 VWEU (gekwalificeerde meerderheid en gewone
wetgevingsprocedure).
-
3.Het Europees Parlement heeft nog geen advies uitgebracht.
-
4.De voorgestelde handeling is van belang voor de Europese Economische Ruimte en
Zwitserland en moet derhalve ook voor de Europese Economische Ruimte en
Zwitserland gelden.
-
5.Op initiatief van het Hongaarse voorzitterschap is de Groep Sociale Zaken in
januari 2011 begonnen met de bespreking van het voorstel. Afgezien van een aantal
knelpunten heeft de Groep sociale vraagstukken op 6 juni 2011 een ruime mate van
overeenstemming bereikt over de tekst van de ontwerp-verordening.
-
6.De Groep accepteerde enkele aanpassingen in de bijlagen aan de gewijzigde nationale
wetten en werd het eens over enkele technische ingrepen en verduidelijkingen die nodig
bleken na aanneming van de verordeningen. Van de kleine technische ingrepen is artikel
13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van belang: het onderzoek naar de
substantiële werkzaamheid in de lidstaat van de woonplaats wordt uitgebreid naar het
uitoefenen van werkzaamheden in twee of meer lidstaten voor verschillende onder-
nemingen of werkgevers. De Groep stemde in met deze wijziging, die de structuur van
het artikel duidelijker maakt. Een andere belangrijke wijziging betreft artikel 14, lid 5,
en het nieuwe artikel, lid 5 ter over "marginale werkzaamheden", waar het schrappen
van het verschil tussen "gelijktijdige" en "afwisselende" werkzaamheden en enige
verduidelijking eventueel misbruik van de toepasselijke wetgeving kan helpen
voorkomen.
-
7.Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft op 9 juni de knelpunten
besproken op basis van het verslag van de Groep sociale vraagstukken (doc. 10641/11).
Het resultaat daarvan staat in punt II.
-
8.FR, DK, MT, SI en UK handhaven een parlementair behandelvoorbehoud en DK een
algemeen studievoorbehoud.
-
9.De Commissie hield haar standpunt, in afwachting van het advies van het Europees
Parlement, nog in beraad, maar was over het algemeen positief over de door het
voorzitterschap voorgelegde ontwerp-verordening.
-
10.Alle delegaties handhaven taalvoorbehouden zolang zij niet beschikken over de tekst in
hun taal.
II. KNELPUNTEN
-
11.Bijzondere bepalingen voor volledig werkloze zelfstandigen (artikel 1, lid 8, van
het voorstel, tot wijziging van artikel 65, lid 5, van Verordening 883/2004):
-
a)Doel van het Commissievoorstel:
Krachtens artikel 65 van Verordening (EG) nr. 883/2004 krijgen volledig
werklozen een werkloosheidsuitkering van de lidstaat van de woonplaats op grond
de wetgeving van die lidstaat indien zij in die lidstaat woonden, zijn blijven
wonen of ernaar terugkeren.
Volgens deze bepalingen krijgen zelfstandigen met een werkloosheidsverzekering
in een lidstaat die werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent, wanneer zij
in een lidstaat wonen die geen werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent,
geen werkloosheidsuitkering indíen zij volledig werkloos worden. Geen toegang
geven tot werkloosheidsuitkeringen zou een beperking van het recht van vrij
verkeer betekenen die in strijd is met de basisbeginselen van het sociale
zekerheidsrecht en niet strookt met de jurisprudentie van het Europees Hof voor
In dit verband wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 65 van Verordening
883/2004 bepaald dat wanneer de lidstaat van de woonplaats geen
werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen kent, de lidstaat waar de betrokkene
het laatst werkzaamheden heeft verricht een werkloosheidsuitkering moet
verstrekken, terwijl hij in de eerste plaats ingeschreven en beschikbaar moeten
zijn in de lidstaat van de woonplaats.
De redenering achter dit wijzigingsvoorstel is dat aangezien werkloze
zelfstandigen de meeste kans hebben te re-integreren in de arbeidsmarkt van de
lidstaat van de woonplaats, vanwege hun nauwe banden aldaar, hun recht op
sociale uitkeringen niet [mag] worden ingeperkt, met name niet wanneer deze
uitkeringen de tegenprestatie vormen voor door hen betaalde bijdragen.
-
b)Voorstel van het voorzitterschap
In het licht van de resultaten van de besprekingen, heeft het voorzitterschap als
algemeen compromis voorgesteld dat een nieuw artikel 65 bis en een bijbehorende
overweging nr. 6 worden ingevoegd in Verordening 883/2004, en dat voorts
enkele noodzakelijke technische wijzigingen in daarmee verband houdende
artikelen worden aangebracht, om erin te voorzien dat zelfstandigen die in een
andere lidstaat dan de bevoegde staat wonen en in die lidstaat blijven wonen, of
terugkeren naar die lidstaat, een uitkering krijgen indien zij in de bevoegde staat
verzekerd zijn tegen werkloosheid, en indien de lidstaat van de woonplaats geen
verzekering tegen dat risico voor zelfstandigen kent.
Volgens het voorstel zou aan die groep personen een werkloosheidsuitkering
worden toegekend op grond van de wetgeving van de lidstaat aan welks
wetgeving de betrokkene het laatst onderworpen was. Hij moet zich inschrijven en
beschikbaar stellen bij de arbeidsvoorzieningdiensten van die lidstaat, en voldoen
aan de voorwaarden die in de wetgeving van die lidstaat zijn vastgesteld, en moet
zich eventueel ook inschrijven in de lidstaat van de woonplaats. Indien hij niet
beschikbaar wil zijn of blijven bij de arbeidsvoorzieningsdiensten van die lidstaat
en werk wil zoeken in de lidstaat van de woonplaats, kan hij de uitkering krijgen
voor een periode van 3 maanden, die door de bevoegde autoriteit kan worden
verlengd tot de volledige periode waarin hij gerechtigd is.
De meerderheid van delegaties zou het compromisvoorstel van het voorzitterschap
kunnen steunen, zodat een oplossing wordt gevonden voor de situatie van een
kleine groep mensen die wel bijdragen betalen maar geen uitkeringen ontvangen.
De meerderheid van de lidstaten waar die verzekeringsvoorzieningen en die
berekeningsmethoden niet bestaan zijn sterk gekant tegen iedere oplossing die hen
ertoe zou nopen die uitkeringen te verstrekken en te berekenen, aangezien die
oplossing meer zou inhouden dan alleen maar coördinatiewerk.
DE, DK, FI, LU, SE en SK handhaven inhoudelijke voorbehouden bij het
algemeen compromisvoorstel van het voorzitterschap. Deze delegaties
benadrukken dat de coördinatieregels van de Verordening zouden worden
gebruikt ter compensatie van het ontbreken van nationale wettelijke regelingen
inzake werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen, en dat is niet het doel van
deze verordening. Zij vinden ook dat het voorstel een grotere last betekent voor
lidstaten waar wel een werkloosheidsverzekering voor zelfstandigen bestaat.
Deze delegaties, samen met NL, SK en UK, zijn van mening dat het
wijzigingsvoorstel een vrij ingrijpende verandering inhoudt, en dus zorgvuldig
In de vergadering van het Comité van permanente vertegenwoordigers op 9 juni
zeiden FR, MT en SI wel wat te voelen voor het standpunt van de Deense
delegatie.
-
12.Gebruik van het "thuisbasis"-criterium voor het bepalen van de wetgeving die
toepasselijk is op "bemanningsleden van luchtvaartuigen" (artikel 2, lid 3, van het
voorstel, dat ertoe strekt een nieuwe lid 5 bis toe te voegen aan artikel 14 van
-
a)Doel van het Commissievoorstel:
Doel van het wijzigingsvoorstel is het begrip "zetel of domicilie" als "thuisbasis"
voor het vliegend personeel te verduidelijken. Het begrip "thuisbasis" wordt
gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 3922/91 inzake de harmonisatie van
technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de
burgerluchtvaart. De thuisbasis is de plaats van waaruit het bemanningslid van
luchtvaartuigen ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid
verricht. Naar de mening van de Commissie sluit dit nauwer aan bij de eigenlijke
werkplek van de betrokkene en is het geschikter om te bepalen welke wetgeving
van toepassing is dan de "zetel of het domicilie" van de werkgever of de
onderneming.
-
b)Voorstel van het voorzitterschap over de "thuisbasis"
In het licht van de resultaten van de besprekingen, achtten de delegaties het nodig
om verder te gaan dan het Commissievoorstel en het concept thuisbasis te
hanteren als basisconcept voor het bepalen van de toepasselijke wetgeving voor
bemanningsleden van luchtvaartuigen die diensten met betrekking tot lucht-
passagiers of luchtvrachtvervoer verrichten.
Het voorzitterschap heeft, rekening houdend met het verzoek van de lidstaten, op
basis van een voorstel van de Franse delegatie, een aanpak voorgesteld die de
steun van de delegaties geniet.
Het voorstel van het voorzitterschap strekt ertoe aan artikel 11 een lid 5 toe te
voegen dat als hoofdregel stelt dat onder werkzaamheden van bemanningsleden
van luchtvaartuigen wordt verstaan werkzaamheden verricht in de lidstaat waar de
"thuisbasis" in de zin van bijlage III van Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de
Raad gelegen is. In uitzonderlijke gevallen, waar er sprake is van twee of meer
thuisbasissen, kunnen de regels van artikel 13 van overeenkomstige toepassing
zijn, en kan daarnaast verduidelijking worden verstrekt via een nieuw artikel 14,
lid 5 bis, in Verordening 987/2009, inhoudende dat voor de toepassing van artikel
13, lid 1, op bemanningsleden van luchtvaart de "zetel of het domicilie" als
thuisbasis beschouwd wordt. Ook zou een nieuwe overweging worden ingevoegd
in artikel 18 ter van Verordening 883/2004, waarin deze wijziging wordt
gemotiveerd.
Twee delegaties (DK en IE) handhaven een inhoudelijk voorbehoud bij de tekst
van het voorzitterschap en zijn van mening dat een effectbeoordeling van het
wijzigingsvoorstel nodig is. DK is van mening dat het hier om ingrijpende
wijzigingen gaat die gevolgen zouden hebben voor heel wat mensen en dus hoge
kosten zouden meebrengen. IE vindt ook dat er sprake is van ingrijpende
wijzigingen, omdat het gebruik van het "thuisbasis"- criterium om te bepalen
welke wetgeving van toepassing is, tot veelvuldige wijzigingen van de toepasse-
lijke wetgeving zou leiden. Luchtpersoneel is immers zeer mobiel en dat zou tot
sterk versnipperde socialezekerheidsdossiers leiden en dus de zaken bemoeilijken
wanneer iemand een uitkering aanvraagt.
FR en UK handhaven een studievoorbehoud. FR handhaaft een studievoorbehoud
FR deed in de vergadering van het Comité van permanente vertegenwoordigers
een voorstel voor het tweede streepje in artikel 14, lid 5 bis, van Verordening
(EG) nr. 987/2009. BE, CY, DE, EL, IT, LU, LV, MT, NL, PT, SE, SK and UK
kunnen daarmee instemmen. AT, CZ en LT maakten een studievoorbehoud.
-
13.Overgangsbepalingen (artikel 1, lid 9 bis van het voorstel, nieuw artikel 87 bis voor
Op verzoek van een aantal delegaties zijn er, om de verworven rechten van burgers
veilig te stellen, overgangsbepalingen toegevoegd aangaande de in het kader van de
ontwerp-verordening toepasselijke wetgeving. Voor wie volgens de nieuwe regels onder
een andere wetgeving valt, blijven de huidige regels van kracht als de situatie
ongewijzigd blijft, in elk geval voor ten hoogste tien jaar, tenzij hij anders wenst.
Verreweg de meeste delegaties kunnen zich vinden in de wijzigingen voor de tekst van
het nieuwe artikel 87 bis van Verordening 883/2004 die de Oostenrijkse delegatie op
9 juni aan het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft voorgelegd.
-
14.Rechtsgrondslag
De voorgestelde rechtsgrondslag is artikel 48 VWEU dat de Raad in staat stelt
socialezekerheidsmaatregelen te nemen die noodzakelijk zijn voor het vrije verkeer van
personen die al dan niet in loondienst werken.
Op advies van de Juridische dienst van de Raad (doc. 6143/11) kan de overgrote
meerderheid van delegaties de voorgestelde rechtsgrondslag aanvaarden. NL handhaaft
echter een inhoudelijk voorbehoud, omdat zij van mening is dat er nog een binnen de
personele werkingssfeer van Verordening 883/2004 vallende categorie personen
overblijft die niet onder artikel 48 VWEU valt en dat kan worden aangevoerd dat een
beroep op artikel 21, lid 3, noodzakelijk zou zijn. IE, MT en UK handhaven een
studievoorbehoud.
-
15.Stemprocedure van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de
socialezekerheidsstelsels (voorstel tot wijziging van artikel 71, lid 2, van
Het voorstel beoogt artikel 71, lid 2, van Verordening 883/2004 te wijzigen om de
stemprocedure van de Administratieve Commissie te verduidelijken in het licht van de
nieuwe ontwikkelingen ingevolge het Verdrag van Lissabon, met name artikel 48
VWEU.
Op het advies van de Juridische dienst van de Raad (doc. 6143/11), kunnen de meeste
delegaties de voorgestelde wijziging aanvaarden. BG en MT handhaven evenwel een
inhoudelijk studievoorbehoud. IE, NL en UK handhaven een studievoorbehoud.
Verreweg de meeste delegaties kunnen instemmen met de volgende verklaring voor de
Raadsnotulen, die is voorgesteld door de Italiaanse delegatie, en op 9 juni is gewijzigd
"De Raad is van oordeel dat er een consensus moet worden bereikt in de
Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, met
name voor maatregelen die de uniforme toepassing van het recht van de Europese Unie
moeten vergemakkelijken."
DK, IE en PT maakten een studievoorbehoud bij de ontwerp-verklaring.
III. CONCLUSIE
Hoewel er onder het Hongaarse voorzitterschap flinke stappen vooruit zijn gezet en het
algehele compromisvoorstel van het voorzitterschap brede steun geniet, is het, gelet op het
resultaat van de besprekingen in het Comité van permanente vertegenwoordigers, van mening
dat er verder gewerkt moet worden aan de knelpunten, die van belang zijn voor enkele
delegaties die het compromisvoorstel van het voorzitterschap niet kunnen steunen. Met dit
voortgangsverslag wil het voorzitterschap blijk geven van zijn streven naar de consensus die
de coördinatie van de sociale zekerheid altijd heeft gekenmerkt.
In het addendum bij dit verslag (doc. 11077/11 ADD 1) gaat voor de delegaties het algehele
compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap dat een redelijke oplossing voor alle
knelpunten bevat, op basis van de regels en beginselen voor de coördinatie van de sociale
zekerheid, als leidraad voor de komende voorzitterschappen.
_____________________
- 31 jan '06COM(2006)16 - Wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
- 21 dec '98COM(1998)779; - Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
- 27 sep '90COM(1990)442 - Harmonisatie van voor burgerluchtvaartuigen geldende technische voorschriften en procedures

