Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2011 van Roemenië en met een advies van de Raad over het geactualiseerde convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2011-2014

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN Brussel, 10 juni 2011 (15.06)

(OR. en) DE EUROPESE UNIE

11189/11

UEM 124 ECOFIN 339 SOC 489 COMPET 252 ENV 461 EDUC 133 RECH 168 ENER 169 INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 10 juni 2011

aan: de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie

Nr. Comdoc.: SEC(2011) 825 definitief

Betreft: Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2011 van Roemenië en met een advies van de Raad over het geactualiseerde convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2011-2014

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2011) 825 definitief

Bijlage: SEC(2011) 825 definitief

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 7.6.2011 SEC(2011) 825 definitief

Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

over het nationale hervormingsprogramma 2011 van Roemenië

en met een advies van de Raad

over het geactualiseerde convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2011- 2014

{SEC(2011) 731 definitief}

Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

over het nationale hervormingsprogramma 2011 van Roemenië

en met een advies van de Raad

over het geactualiseerde convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2011- 2014

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid , en met name artikel 9, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie ,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 6 mei 2009 heeft de Raad een beschikking vastgesteld (Beschikking 2009/459/EG) waarbij Roemenië voor een periode van drie jaar financiële middellangetermijnbijstand is verleend op grond van artikel 143 van het Verdrag. Het bijbehorende memorandum van overeenstemming is op 23 juni 2009 ondertekend en in de opeenvolgende aanvullingen daarbij zijn de economische beleidsvoorwaarden vastgelegd op basis waarvan de financiële bijstand werd uitgekeerd. Op 16 maart 2010 werd de beschikking van de Raad gewijzigd bij Besluit 2010/183/EU. Na de succesvolle tenuitvoerlegging van het programma door Roemenië en gezien een gedeeltelijke aanpassing van de lopende rekening als gevolg van overblijvende structurele zwakke punten op de Roemeense product- en arbeidsmarkt die het land kwetsbaar maken voor internationale prijsschokken, heeft de Raad op 12 mei 2011 een besluit vastgesteld (Besluit 2011/288/EU) om Roemenië voor een periode van drie jaar

anticiperende financiële middellangetermijnbijstand te verlenen op grond van artikel 143 van het Verdrag. Het bijbehorende memorandum van overeenkomst wordt in [juni 2011] ondertekend.

(2) Op 26 maart 2010 hechtte de Europese Raad zijn goedkeuring aan het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidstrategie. Deze Europa 2020-strategie moet voor betere coördinatie van het economisch beleid zorgen en zich toespitsen op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(3) De Raad heeft op 13 juli 2010 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie (2010-2014) en op 21 oktober 2010 een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten aangenomen, die samen de "geïntegreerde richtsnoeren" vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(4) Op 12 januari 2011 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan de eerste jaarlijkse groeianalyse en gaf daarmee de aanzet tot een nieuwe cyclus van economische governance in de EU en het eerste Europees Semester van voorafgaande en geïntegreerde beleidscoördinatie, dat op de Europa 2020-strategie berust.

(5) Op 25 maart 2011 heeft de Europese Raad de prioriteiten inzake begrotingsconsolidatie en structurele hervorming goedgekeurd (overeenkomstig de conclusies van de Raad van 15 februari en 7 maart 2011 en ten vervolge op de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie). Hij benadrukte dat voorrang moet worden gegeven aan het weer gezond en houdbaar maken van begrotingen, het terugdringen van de werkloosheid door hervormingen van de arbeidsmarkt en nieuwe inspanningen om de groei te stimuleren. Hij verzocht alle lidstaten deze prioriteiten in concrete maatregelen om te zetten die in hun stabiliteits- of convergentieprogramma's en in hun nationale hervormingsprogramma's worden opgenomen.

(6) Op 25 maart 2011 verzocht de Europese Raad voorts de lidstaten die aan het Euro Plus-pact deelnemen hun toezeggingen tijdig te presenteren om te kunnen worden opgenomen in de stabiliteits- of convergentieprogramma's en de nationale hervormingsprogramma's.

(7) Op 2 mei 2011 heeft Roemenië zijn geactualiseerde convergentieprogramma voor de periode 2011-2014 en zijn nationale hervormingsprogramma 2011 ingediend. De beide programma's zijn terzelfder tijd beoordeeld.

(8) Tussen 2002 en 2008 is de Roemeense economie sterk gegroeid, met een reële bbp- groei van gemiddeld 6,3%, die duidelijk boven het potentiële groeiniveau lag. De economische groei werd in hoofdzaak aangejaagd door de binnenlandse vraag, doordat sterke krediet- en loonontwikkelingen de particuliere consumptie en investeringen stimuleerden. Deze hausse, die ook werd aangedreven door de instroom van buitenlands kapitaal, leidde tot oververhitting en onhoudbare externe en budgettaire onevenwichtigheden. In 2007 bereikte het tekort op de lopende rekening een

hoogtepunt van 13,6% van het bbp, waarna het in 2008 slechts licht terugliep tot 11,4% van het bbp. De hoge kredietopneming in het buitenland werd tevens in de hand gewerkt door een procyclisch begrotingsbeleid, waardoor het nominale tekort opliep van 1,2% van het bbp in 2005 tot 5,7% van het bbp in 2008 als gevolg van aanhoudende budgettaire ontsporing, met name wat betreft de lopende uitgaven. De financiële crisis en de daaropvolgende wereldwijde economische neergang deden de risicoaversie bij investeerders toenemen, hetgeen resulteerde in een scherpe daling van de kapitaalstromen naar Roemenië. De arbeidsparticipatie nam niet toe, ondanks de gunstige economische omstandigheden, met een werkgelegenheidsgraad die zeer weinig veranderde tijdens de haussejaren. De participatiegraad daalde vervolgens tot 63,3% in 2010, terwijl de werkloosheid steeg van 5,8% in 2008 tot 7,3% in 2010 als gevolg van de economische neergang. De werkloosheid blijft opvallend hoog onder de Roma-bevolking.

Tegen deze achtergrond en geconfronteerd met acute financieringsbehoeften hebben de Roemeense autoriteiten in mei 2009 internationaal en bij de EU om financiële bijstand verzocht.

(9) Na de geslaagde tenuitvoerlegging van het EU-IMF-aanpassingsprogramma, en met het oog op de consolidatie van de bereikte positieve resultaten, hebben de autoriteiten met de EU en het IMF een anticiperend programma voor 2011-2013 afgesloten. Het nieuwe programma gaat door met de begrotingsconsolidatie, de hervorming van het begrotingsbeheer en het behoud van de financiële stabiliteit waarmee in het kader van het programma voor 2009-2011 een aanvang was gemaakt. Daarnaast legt het programma ook sterk de nadruk op de structurele hervormingen van de productmarkten (energie en transport) en de arbeidsmarkt welke nodig zijn om het groeipotentieel van Roemenië te ontsluiten, het creëren van banen te stimuleren en de absorptie van EU-middelen te verbeteren. Roemenië blijft op koers voor het behalen van de doelstelling van een kastekort van 4,4% van het bbp in 2011 (minder dan 5% van het bbp in ESR-termen). Dit kan ook een afdoende basis bieden voor het behalen van de doelstelling van een tekort van minder dan 3% van het bbp in 2012, ook al zouden, volgens de voorjaarsprognoses 2011 van de diensten van de Commissie, verdere maatregelen moeten worden genomen. De autoriteiten hebben ook stappen gezet om de doelstellingen inzake structurele hervormingen van het nieuwe programma te bereiken en de financiële stabiliteit te blijven handhaven.

(10) Op basis van de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad verrichte evaluatie van het geactualiseerde convergentieprogramma komt de Raad tot de conclusie dat de aan de prognoses van het programma ten grondslag liggende macro- economische aannames aannemelijk lijken. Het convergentieprogramma wil het buitensporige tekort corrigeren tegen 2012, de termijn die de Raad in zijn aanbeveling van 16 februari 2010 had vastgesteld. Doelstelling van het progamma is een nominaal tekort van 2,6% van het bbp in 2013 en van 2,1% van het bbp in 2014, waarbij de voorgenomen consolidatie grotendeels aan de uitgavenzijde plaatsvindt. Volgens het structurele saldo dat de diensten van de Commissie hebben herberekend, wordt de middellangetermijndoelstelling (MTD) niet binnen de programmaperiode bereikt. Het zwaartepunt van de consolidatiestrategie lijkt te liggen bij de structurele verbeteringen die in 2011 en 2012 geconcentreerd zijn. Daarentegen valt er geen verbetering te merken in het structurele saldo voor 2013 en 2014. Het verwachte tekorttraject is passend in 2011 en 2012, maar niet in 2013 en 2014. De belangrijkste risico's voor de begrotingsdoelstellingen

zijn uitvoeringsrisico's, het bestaan van betalingsachterstanden bij overheidsbedrijven die een belangrijke voorwaardelijke

verplichting voor de begroting vertegenwoordigen, en het voorbehoud dat de Commissie (Eurostat) heeft gemaakt bij de Roemeense kennisgeving in het kader van de buitensporig tekortprocedure.

(11) Roemenië heeft zijn toezeggingen in het kader van het Euro Plus-pact gedaan in zijn nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma, die op 2 mei 2011 zijn ingediend. Deze meeste van deze toezeggingen zijn al uitgevoerd of zijn in uitvoering als onderdeel van het programma voor financiële middellangetermijnbijstand en zijn in het algemeen adequaat om de bestaande uitdagingen aan te gaan in het kader van het pact.

(12) De Commissie heeft het convergentieprogramma en het nationale hervormingsprogramma, daaronder begrepen de in het kader van het Euro Plus-pact gedane toezeggingen, onderzocht. Daarbij heeft zij gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Roemenië, maar ook of zij overeenstemmen met de EU-regels en -richtsnoeren, gezien de noodzaak de algemene economische governance van de Europese Unie te versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige nationale besluiten.

(13) In het licht van deze beoordeling, en rekening houdende met de aanbeveling van de Raad van 16 februari 2010 op grond van artikel 126, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft de Raad de actualisering 2011 van het convergentieprogramma van Roemenië onderzocht. Zijn advies daarover is in de onderstaande aanbevelingen weergegeven. Rekening houdende met de conclusies van de Europese Raad van 25 maart 2011 heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma van Roemenië onderzocht,

BEVEELT AAN dat Roemenië:

de maatregelen die zijn vastgesteld in Beschikking 2009/459/EG van de Raad, gewijzigd bij Besluit 2010/183/EU van de Raad, tezamen met de maatregelen die zijn vastgesteld in Besluit 2011/288/EU van de Raad en verder zijn gespecificeerd in het memorandum van overeenstemming van 23 juni 2009 en de aanvullingen daarbij, en het memorandum van overeenstemming van [juni 2011] en de aanvullingen daarbij, ten uitvoer legt.

Gedaan te Brussel, ...

Voor de Raad

De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie