ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK inzake een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft (CON/2011/42)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VANBrussel, 7 juni 2011 DE EUROPESE UNIE

9928/1/11 REV 1 (nl)

Interinstitutioneel dossier: 2009/0143 (COD)

EF 68 ECOFIN 254 SURE 9 CODEC 782 INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank

ingekomen: 11 mei 2011

aan: de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie

Betreft: ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK inzake een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfs- pensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft (CON/2011/42)

Hierbij gaat voor de delegaties advies CON/2011/42 van de ECB van 4 mei 2011.

________________________

Bijlage: CON/2011/42

NL ECB-PUBLIC

ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 4 mei 2011

inzake een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

(CON/2011/42)

Inleiding en rechtsgrondslag

Op 2 maart 2011 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Raad voor een advies inzake een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

(hierna het `richtlijnvoorstel').

De adviesbevoegdheid van de ECB is gebaseerd op artikel 127, lid 4, en artikel 282, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, omdat het richtlijnvoorstel bepalingen bevat betreffende de bijdrage van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) tot een goede beleidsvoering ten aanzien van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel, zoals bedoeld in artikel 127, lid 5 van het Verdrag. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur van de ECB dit advies goedgekeurd.

Algemene overwegingen

  • 1. 
    Voor een effectief functioneren van het onlangs opgerichte Europees Systeem voor financieel toezicht zijn wijzigingen nodig in de wetgeving van de Unie op het werkterrein van de drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en van het Europees Comité voor systeemrisico's

ECB-PUBLIC

(ESRB). In dit opzicht complementeert het richtlijnvoorstel tot wijziging van de wetgeving

betreffende het verzekerings- en effectenbedrijf in wezen Richtlijn 2009/138/EG en in meer

beperkte mate Richtlijn 2003/71/EG het reeds door Richtlijn 2010/78/EU vastgestelde juridisch

kader. Dit advies dient daarom te worden gelezen in samenhang met ECB Advies CON/2010/23.

  • 2. 
    Het advies beoordeelt het richtlijnvoorstel vanuit het perspectief van financiële stabiliteit. De overwegingen en formuleringsvoorstellen in dit advies spitsen zich toe op aspecten die relevant zijn voor hervorming van de toezichtarchitectuur, op de betrokkenheid van de ECB, het ESCB en het ESRB en op regelingen voor samenwerking en het delen van informatie met de ETA's en nationale bevoegde autoriteiten. Het advies besteedt ook bijzondere aandacht aan de noodzaak om, waar van toepassing, te zorgen voor een consistente aanpak voor alle financiële-dienstensectoren met het oog op het verzekeren van gelijkwaardige concurrentievoorwaarden en als een instrument voor toezichtconvergentie.

Specifieke overwegingen

Een gemeenschappelijk Europees wetboek in de financiële sector

  • 3. 
    De ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees wetboek voor alle financiële instellingen in de gemeenschappelijke markt, hetgeen de ECB ten volle ondersteunt, vereist (i) een correcte

identificatie van de relevante gebieden voor gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen,

(ii) adequate betrokkenheid van de ETA's bij de voorbereiding van deze handelingen, rekening houdend met hun technische aard en de noodzaak een beroep te doen op de zeer gespecialiseerde

ECB-PUBLIC

expertise van toezichthoudende autoriteiten; en (iii) een consistente en gecoördineerde aanpak voor alle sectoren bij het vaststellen van deze uitvoeringsmaatregelen.

De adviserende rol van de ECB met betrekking tot ontwerpen van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen

  • 4. 
    Gelet op het belang van de functie die vervuld moet worden door op grond van artikel 290 en 291 van het Verdrag vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen als een wezenlijke component van het gemeenschappelijke wetboek, overweegt de ECB het volgende met betrekking tot de uitoefening van haar eigen adviserende rol op grond van artikel 127, lid 4, en artikel 282, lid 5 van het Verdrag.

In de eerste plaats vallen ontwerpen van de Commissie van gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen onder `voorstellen voor besluiten van de Unie' in de zin van het eerste streepje van artikel 127, lid 4, en artikel 282, lid 5 van het Verdrag. Zowel gedelegeerde handelingen als uitvoeringshandelingen zijn rechtshandelingen van de Unie. Veelbetekenend is dat de meerderheid van de taalversies van artikel 282, lid 5 van het Verdrag verwijst naar `ontwerpen' van rechtshandelingen van de Unie waarover de ECB moet worden geraadpleegd. De reikwijdte

van de plicht om de ECB te raadplegen kan derhalve niet worden beperkt tot alleen die ontwerpen van handelingen die zijn gebaseerd op een Commissievoorstel.

In de tweede plaats heeft het Hof van Justitie, in het OLAF-arrest13, verduidelijkt dat met de verplichting om de ECB te raadplegen `in hoofdzaak wordt beoogd, te verzekeren dat het besluit eerst wordt genomen nadat de instantie is gehoord die door de speciale bevoegdheden waarover zij binnen het communautaire kader op het desbetreffende gebied beschikt, en door haar grote deskundigheid, in het bijzonder in staat is, zinvol bij te dragen aan het wetgevingsproces'.

Tegen deze achtergrond en om de volle voordelen van het uitoefenen door de ECB van haar adviserende rol te benutten, dient de ECB tijdig te worden geraadpleegd over elk ontwerp van handelingen van de Unie, met inbegrip van ontwerpen van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen. Bij het uitoefenen van haar adviserende rol zal de ECB al het mogelijke doen om rekening te houden met de tijdschema's voor het vaststellen van deze handelingen.

Regelingen voor het delen van informatie

  • 5. 
    In de context van de algemene wijzigingen die gemeenschappelijk zijn aan de meeste sectorale wetgeving en noodzakelijk voor het functioneren van de nieuwe autoriteiten, benadrukt de ECB het belang erop toe te zien dat passende kanalen voor de uitwisseling van informatie worden

ECB-PUBLIC

opgenomen in de desbetreffende wetgeving die van toepassing is op de financiële sector. De ECB suggereert daarom Richtlijn 2009/138/EG te wijzigen op een manier die consistent is met de corresponderende bepalingen van Richtlijn 2006/48/EG volgens welke er voor bevoegde

autoriteiten en de EAVB geen belemmering bestaat om informatie toe te zenden aan centrale banken van het ESCB, waaronder de ECB, en in voorkomend geval aan andere nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op betalingssystemen, en aan het ESRB wanneer deze informatie relevant is voor hun respectieve taken. Passende regelingen voor het delen van informatie dienen ook voor noodsituaties te worden opgezet.

Convergentie voor alle financiële-dienstensectoren

  • 6. 
    De ECB erkent de beperkte doelstellingen van het richtlijnvoorstel, maar is niettemin van mening dat het wetgevingskader van de Unie, in voorkomend geval, consistent dient te zijn voor alle financiële-dienstensectoren, met het oog op het vermijden van regelgevingsarbitrage. De ECB suggereert bijvoorbeeld op de volgende gebieden sectoroverschrijdende convergentie te

bevorderen:

6.1 Behandeling van financiële holdings bij het berekenen van hun eigen middelen: bij het bepalen van eigen middelen, is de ECB van mening dat de coherentie bij de behandeling van `deelnemingen' in dezelfde sector en door financiële-dienstensectoren heen zou kunnen worden vergroot om eventuele regelgevingsarbitrage tussen rechtspersonen en/of tussen entiteiten binnen een financieel conglomeraat te voorkomen. De ECB beveelt met name aan de definitie van deelneming in

verzekeringsondernemingen en kredietinstellingen in Richtlijn 2006/48/EG en Richtlijn

2009/138/EG en de op concernniveau te gebruiken methoden om de "double gearing" (meermaals gebruiken van hetzelfde kapitaal) aan te pakken die voortvloeit uit sectoroverschrijdende deelnemingen, verder gelijk te trekken. Het door de ETA-verordeningen ingestelde Subcomité financiële conglomeraten20 zou een zinvolle rol kunnen spelen bij het bevorderen van sectoroverschrijdende convergentie.

6.2 Verbeteren van financiële stabiliteit: eventuele procyclische effecten die het resultaat zijn van de invoering van het Solvabiliteit II-regelgevend kader, en, waar van toepassing, de bijdrage van contracyclische mechanismen aan financiële stabiliteit, ook aangaande de in het richtlijnvoorstel bedoelde illiquiditeitspremie, dienen nader te worden beoordeeld.

6.3 Beloningsbeleid en -regelingen: overeenkomstig de doelstellingen van de aanbeveling van de

ECB-PUBLIC

Commissie, verwelkomt de ECB in het algemeen het voortgaande werk op het gebied van beloningsbeleid en beloningsregelingen in de context van de Solvabiliteit II-uitvoerings- maatregelen; de internationaal overeengekomen beginselen van hoog niveau inzake voor banken ontwikkeld beloningsbeleid en daarmee corresponderende uitvoeringsnormen dienen van toepassing te zijn op de verzekeringssector, waarbij, waar van toepassing, ook rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de sector.

6.4 Kredietbeoordelingen: op grond van het richtlijnvoorstel zullen aan de EAVB bepaalde taken worden toevertrouwd met betrekking tot de (i) beoordeling van de toelaatbaarheid van instellingen voor externe kredietbeoordeling en (ii) het uitzetten van hun kredietbeoordelingen op een objectieve schaal van kredietkwaliteitscategorieën, in verband waarmee de Commissie gedetailleerde criteria zal moeten vaststellen in de vorm van gedelegeerde handelingen. Terwijl de ECB in beginsel ondersteunt dat deze nieuwe taken aan de EAVB worden toevertrouwd en de specifieke kenmerken van elk van de financiële-dienstensectoren erkent, merkt de ECB ook op dat de toelaatbaarheid van instellingen voor externe kredietbeoordeling al aan de orde wordt gesteld in de context van Richtlijn 2006/48/EG en Verordening (EG) nr. 1060/2009. Tegen deze achtergrond en gelet op de sectoroverschrijdende aard van deze aangelegenheden, suggereert de ECB derhalve, alvorens enigerlei actie op wetgevingsgebied wordt ondernomen, een beoordeling uit te voeren waarbij de drie ETA's worden betrokken teneinde consistentie en synergie te verzekeren tussen de desbetreffende sectorale wetgeving van de Unie, met inbegrip van mogelijke uitvoeringsmaatregelen.

6.5 Bepaling van `een uitzonderlijke daling op de financiële markten': indien het solvabiliteitskapitaalvereiste niet wordt nageleefd, verzoekt de toezichthoudende autoriteit een verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen een periode van maximaal negen maanden de noodzakelijke maatregelen te nemen29. In het geval van een uitzonderlijke daling op de financiële markten kan de toezichthoudende autoriteit deze periode met een passende periode verlengen `rekening houdend met alle relevante factoren'30. Ingevolge het richtlijnvoorstel, zou de EAVB een geval van een uitzonderlijke daling op de financiële markten identificeren en vaststellen dat daarvan sprake is, in verband waarmee de Commissie gedelegeerde handelingen zou vaststellen waarin wordt aangegeven welke procedures de EAVB moet volgen wanneer zij bepaalt of van dergelijke gebeurtenissen sprake is en met welke `factoren' rekening moet worden gehouden, met

en

de beloning van ICBE-managers, 14.12.2010, blz.

[[note: 10 december 2010, beschikbaar op: http://eba.europa.eu/cebs/media/Publications/Standards%20and%20Guidelines/2010/Remuneration/Guidelines.pdf.]]

[[note: 26 Zie overweging 18 en artikel 2, lid 21 van het richtlijnvoorstel - nieuw voorgesteld punt n) van artikel 111, lid 1 van Richtlijn 2009/138/EG.]]29

ECB-PUBLIC

inbegrip van de maximale `passende periode'. De ECB ondersteunt de voorgestelde rol voor de EAVB om de consistentie van de benaderingen in de verschillende lidstaten te verzekeren. Om dezelfde reden zou het eveneens aangewezen zijn het ESRB te raadplegen en kwalitatieve en kwantitatieve criteria, methoden en vereisten in te voeren om dergelijke gebeurtenissen te bepalen.

De wisselwerking tussen de verklaringen van de EAVB aangaande een uitzonderlijke daling op de

financiële markten, verklaringen van de Raad inzake noodsituaties in de zin van de ETA-

verordeningen, alsook door toezichthoudende autoriteiten in uitzonderlijke omstandigheden

genomen maatregelen in het geval van een verdere verslechtering van de financiële situatie van de

betrokken onderneming dient verder te worden verhelderd.

Overgangsbepalingen

  • 7. 
    Terwijl de ECB de noodzaak voor overgangsvereisten begrijpt, zou het in sommige gevallen

aangewezen kunnen zijn de maximale periodes van 10 jaar die voorzien zijn voor de vaststelling

van bepaalde overgangsbepalingen, aanzienlijk te verminderen om tijdige toepassing van de

Solvabiliteit II-hervorming op een passende manier te stimuleren35. Als voorbeeld en gelet op het

belang van een consistente aanpak ter verzekering van kwaliteitsrapporten, dienen de in de

waardering van activa en passiva te gebruiken methoden en aannames binnen een redelijk

tijdsbestek te worden toegepast.

Door de ECB aanbevolen wijzigingen van het richtlijnvoorstel gaan in de bijlage vergezeld van specifieke

formuleringsvoorstellen met een uitleg.

Gedaan te Frankfurt am Main, 4 mei 2011.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET

ECB-PUBLIC

Bijlage

Formuleringsvoorstellen

Door de Commissie voorgestelde Door de ECB voorgestelde tekst wijzigingen

1

Wijziging 1

Artikel 2 van het richtlijnvoorstel

Wijziging van Richtlijn 2009/138/EG, artikel 70

[Het voorstel bevat geen wijzigingen]. `Artikel 70

Overdracht van informatie aan centrale banken, en monetaire autoriteiten, toezichthouders van betalingssystemen en het Europees Comité voor systeemrisico's

Onverminderd deze afdeling mag een toezichthoudende autoriteit voor de uitoefening van hun taak dienstige informatie doen toekomen aan de volgende entiteiten:

(1) centrale banken van het Europees Stelsel van centrale banken en andere instanties met een soortgelijke taak in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit indien deze informatie van belang is voor hun respectieve wettelijke taken, waaronder het voeren van monetair beleid en de daarmee samenhangende beschikbaarstelling van liquide middelen, de uitoefening van toezicht op betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen en de waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel;

(2) in voorkomend geval, andere nationale overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de betalingssystemen.; en

(3) het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB), als die informatie van belang is voor zijn taken.

Deze autoriteiten of instanties mogen ook aan de toezichthoudende autoriteiten informatie

ECB-PUBLIC

Door de Commissie voorgestelde Door de ECB voorgestelde tekst wijzigingen

1

toezenden die deze nodig hebben ter uitvoering van artikel 67. De in dit verband ontvangen informatie valt onder het in deze afdeling neergelegde beroepsgeheim.

In een noodsituatie, waaronder een situatie zoals gedefinieerd in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, staan de lidstaten de bevoegde autoriteiten toe dat zij onverwijld gegevens toezenden aan de nationale centrale banken van het Europees stelsel van centrale banken als die gegevens van belang zijn voor hun wettelijke taken, waaronder het voeren van monetair beleid en

de daarmee samenhangende beschikbaarstelling van liquide middelen, de uitoefening van toezicht op betalings-, clearing-

en effectenafwikkelingssystemen en waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel, en aan het ESRB, als die informatie van belang is voor zijn taken.'

Uitleg

De wijziging beoogt de bovengenoemde bepalingen betreffende uitwisseling van informatie in lijn te

brengen met de in andere financiële-sectorrichtlijnen gebruikte terminologie, ook in een

noodsituatie, en te verzekeren dat het ESRB toegang heeft tot informatie van toezichthoudende

autoriteiten (zie ook paragraaf 5 van het advies).

Wijziging 2

Artikel 2, lid 30, onder a) van het richtlijnvoorstel

Wijziging van artikel 138, lid 4 van Richtlijn 2009/138/EG

`Bij een uitzonderlijke daling op de financiële `Bij een uitzonderlijke daling op de financiële

markten kan de toezichthoudende autoriteit, markten kan de toezichthoudende autoriteit, zoals

zoals bepaald door de EAVB overeenkomstig bepaald door de EAVB in overleg met het ESRB

dit lid, de in lid 3, tweede alinea, bedoelde overeenkomstig dit lid, de in lid 3, tweede alinea,

periode verlengen met een passende periode, bedoelde periode verlengen met een passende

rekening houdend met alle relevante factoren'. periode, rekening houdend met alle relevante

factoren'.

ECB-PUBLIC

Door de Commissie voorgestelde Door de ECB voorgestelde tekst wijzigingen

1

Uitleg

Gelet op de mogelijke sectoroverschrijdende systeemeffecten van een dergelijke gebeurtenis, dient het ESRB, in voorkomend geval, te worden geraadpleegd over de vaststelling dat van een uitzonderlijke daling op de financiële markten sprake is (zie paragraaf 6.5 van het advies).

Wijziging 3

Artikel 2, lid 31, van het richtlijnvoorstel

Wijziging van artikel 143 van Richtlijn 2009/138/EG

`1. De Commissie stelt overeenkomstig artikel `1. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis en met inachtneming van de 301 bis en met inachtneming van de voorwaarden van de artikelen 301 ter en voorwaarden van de artikelen 301 ter en 301 301 quater gedelegeerde handelingen vast quater gedelegeerde handelingen vast waarin waarin wordt aangegeven welke procedures wordt aangegeven welke procedures de de EAVB moet volgen wanneer zij bepaalt EAVB moet volgen wanneer zij bepaalt of er of er van een uitzonderlijke daling op de van een uitzonderlijke daling op de financiële financiële markten sprake is en met welke markten sprake is en met welke factoren factoren rekening moet worden gehouden rekening moet worden gehouden met het oog met het oog op de toepassing van artikel op de toepassing van artikel 138, lid 4, met 138, lid 4, met inbegrip van de maximale inbegrip van de methoden, kwalitatieve en passende periode, uitgedrukt in totaal aantal kwantitatieve criteria en vereisten, de maanden, die dezelfde is voor alle maximale passende periode, uitgedrukt in verzekerings- en totaal aantal maanden, die dezelfde is voor herverzekeringsondernemingen als bedoeld alle verzekerings- en in artikel 138, lid 4, eerste alinea'. herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 138, lid 4, eerste alinea'.

Uitleg

Het doel van de wijziging is een objectieve beoordeling te verzekeren van de vaststelling dat sprake

is van een uitzonderlijke daling op de financiële markten (zie paragraaf 6.5 van het advies).

Wijziging 4

Artikel 2, lid 61 van het richtlijnvoorstel

Wijziging van artikel 259 van Richtlijn 2009/138/EG (nieuw lid 4)

Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

`4. Binnen [XXX] jaren na [XXX] stelt de

ECB-PUBLIC

Door de Commissie voorgestelde Door de ECB voorgestelde tekst wijzigingen

1

eventuele procyclische effecten die het

gevolg zijn van de invoering van het

Solvabiliteit II-regelgevend kader, en, waar

van toepassing, de bijdrage van

contracyclische mechanismen tot financiële

stabiliteit, ook aangaande de in artikel 77a

bedoelde illiquiditeitspremie'.

Uitleg

Zie paragraaf 7 van het advies.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie