Europeaan van de week: Myrthe Hilkens

Myrthe Hilkens geïnstalleerd als Tweede Kamerlid

Bron: Partij van de Arbeid

In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Myrthe Hilkens, tijdelijk lid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer.

Waarom bent u woordvoerder Europese Zaken geworden?

Daar zit in mijn geval – helaas – geen romantisch, bevlogen motief achter. Ik vervang het PvdA-Kamerlid Nebahat Albayrak tijdens haar zwangerschapsverlof en zij is onze Europese woordvoerder. Ik heb dus tijdelijk haar portefeuille overgenomen. Wat ik overigens wel met grote zekerheid durf vast te stellen, is dat mijn liefde voor Europa, mijn interesse in de Unie en al haar lidstaten, alsook mijn overtuiging dat de publieke discussies veel vaker – ook als er geen eurocrisis dreigt – over Europa zouden moeten gaan, sinds het begin van mijn Kamerlidmaatschap enorm is toegenomen.

Waarom zijn Europese Zaken zo belangrijk voor de Tweede Kamer?

Europese Zaken zijn belangrijk voor de Tweede Kamer, maar ook voor onze samenleving in het algemeen. Natuurlijk en in de eerste plaats omdat Brussel beleid ontwikkelt dat alle lidstaten, en dus ook Nederland, aangaat. Het is belangrijk dat de Tweede Kamer wakker blijft; wat vinden wij van de Brusselse ideeën en voornemens, hoe gaan die mogelijk Nederland raken en willen we dat?

Ter illustratie: mijn partij, de Partij van de Arbeid, vindt dat Brussel in reactie op de financiële misère in Griekenland wel degelijk waakzaam moet zijn in de toekomst. Hoe staat de boekhouding van de andere lidstaten ervoor? Dreigen er ergens opnieuw gigantische begrotingstekorten? Zo ja, dan mag Brussel zo’n lidstaat daarop aanspreken. Tegelijkertijd zeggen wij heel duidelijk: als een lidstaat niet aan het noodinfuus ligt, mag Brussel zo’n land vervolgens niet voorschrijven hoe die boekhouding weer op orde te krijgen. Dat is aan de lidstaat zelf.

Maar laat ik hier niet alleen inzoomen op probleemscenario’s. De Europese Unie is een uniek en zeer waardevol project dat we – ook nu het stormt, piept en kraakt – moeten koesteren. Niet alleen om de financieel-economische voordelen die het de lidstaten oplevert, maar vooral om het ideaal dat ‘Europa’ ooit was en wat mij betreft nog steeds moet zijn: een samenwerking tussen of integratie van verschillende landen die in de toekomst moest leiden tot vrede, stabiliteit en welvaart op het –daarvoor- door oorlogen geplaagde continent. Een samenwerking waarbinnen de rechtsstaat en de democratie gewaarborgd worden. Zelfs de grootse euroscepticus zou dat uitgangspunt met liefde en overtuiging moeten omarmen.

Wat hoopt u de komende te bereiken?

In acht genomen dat ik maar weinig tijd heb: ik onderhoud goede contacten met een Nederlandse journaliste in Griekenland, die daar al dertig jaar op en af woont. Via haar hoorde ik onlangs over de schrijnende omstandigheden waarin veel van de vluchtelingen in Griekenland op dit moment moeten leven. Volgens deze journaliste, Ingeborg Beugel, is het bovendien zo dat de groeiende volkswoede in Athene - de Grieken zijn boos over de reeds doorgevoerde en nieuw aangekondigde bezuinigingsmaatregelen - de positie van de vluchtelingen daar niet ten goede komt.

Nog maar enkele weken geleden werd in Athene een vluchteling uit Bangladesh door een groep uitzinnige Grieken op straat vermoord. En, dat onderstreept nog maar eens de ernst van de situatie waarin minderheden zich daar klaarblijkelijk bevinden, het Europese Hof heeft besloten dat lidstaten voorlopig geen vluchtelingen die via Griekenland Europa zijn binnengekomen, naar Griekenland terug mogen sturen. Ik vind het heel belangrijk dat we, de Europese gemeenschap, door het verhitte debat over staatsschulden en –leningen heen, oog blijven houden voor de humanitaire kwesties op ons continent. Om dat te benadrukken heb ik staatssecretaris Ben Knapen onlangs over deze ontwikkelingen bevraagd en ik ben voornemens dat te blijven doen. Dit moet een belangrijk agendapunt zijn en blijven.

Wat deed u hiervoor?

In de afgelopen tien jaar was ik werkzaam in de journalistiek. Ik schreef onder anderen voor Dagblad De Pers, werkte bij verschillende radio- en tv-programma’s, was columniste van het Feministische opinieblad Opzij en in 2008 verscheen mijn eerste boek, McSex, over de invloed van pornografie op de moderne cultuur. In het kader van dat boek heb ik veel gesproken op congressen, zowel hier in Nederland, als in Oostenrijk en Duitsland, waar mijn boek in vertaling is verschenen. Momenteel schrijf ik een boek over goed en slecht bestuur aan de hand van de gelijknamige fresco van de Italiaanse kunstenaar Ambrogio Lorenzetti en werk ik aan mijn debuutroman.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?

De EU moet in de komende jaren efficiënter, effectiever en transparanter worden, met meer democratische controle op het Europees bestuur. Ik hoop dat de EU zich over 25 jaar heeft ontwikkeld als serieuze speler in de wereld. Zowel economisch, als politiek. Ik hoop dat we adequaat kunnen reageren op crises en weer meedoen op het wereldtoneel.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar en wat ziet u als de grootste bedreiging?

Ach, zoals dat een sociaaldemocraat betaamt droom ik van een solidair Europa, een Europa waarbinnen de sterkste en meest welvarende lidstaten de anderen helpen bij hun klim omhoog; een klim richting meer welvaart, weg van eventuele restjes corruptie en goede sociale voorzieningen voor iedereen. Een Europa ook, dat zich financieel-economisch van een solide positie verzekerd weet dankzij innovatief, groen, duurzaam en eerlijk ondernemerschap.

Ik vind het zelf een prettig idee dat we tegen die tijd geen discussies meer hoeven te voeren over perverse bonussen, simpelweg omdat een nieuwe generatie leidinggevenden zelf wars is van dat type zelfverrijking. Over 25 jaar hoop ik in een veelkleurig Europa te wonen waar we de blik niet voortdurend op onze eigen navel richten, maar op de ander. Een zelfverzekerd Europa, kortom, dat ook voor een nieuwe generatie kinderen een belofte zal blijken.

Het schuurt en het wringt en het doet misschien zelfs wel een beetje pijn, Europa anno 2011. En die pijn is wat dat gedroomde Europa op dit moment bedreigt, althans, in mijn bescheiden opinie. En hoewel ik die pijn begrijp – hoezo moet de Nederlandse of Duitse belastingbetaler opdraaien voor de schuldenlast van de Grieken? – hoop ik dat politici de moed blijven opbrengen om dat ideaal waaruit de Unie ooit geboren is, te blijven verdedigen: een welvarend, stabiel continent waar de mensen in vrede met elkaar leven. Met dat ideaal in ons achterhoofd moeten we ons nu even door de pijn heen bijten. Aan politici de eervolle taak om ook het mooie gezicht van Europa vaker aan haar burgers te tonen. Met eenzelfde inzet, bevlogenheid en passie waarmee ze (terecht) de eurocrisis bediscussiëren, zouden ze voortaan ook Europa’s glimlach moeten presenteren.    

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week