Europeaan van de week: Kees van der Staaij

Staaij, Mr. C.G. van der

In deze rubriek krijg iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer.

Waarom bent u woordvoerder Europese Zaken geworden?

De SGP heeft een heel uitgesproken visie op de EU. Ik vind het van belang om dit met kracht uit te dragen. De Europese integratie heeft de laatste decennia een heel hoge vlucht genomen en er is nauwelijks een onderwerp te noemen of Brussel houdt zich ermee bezig.

Aan de ene kant biedt de EU oplossingen voor problemen die grensoverschrijdend zijn. De SGP erkent de waarde daarvan en denkt constructief mee. Aan de andere kant streven veel politici een alsmaar voortgaande Europeanisering na. Daartegen verzetten wij ons. De EU is geen doel op zich. Het blijkt dat steeds meer burgers dat ook zo zien. Denk slechts aan de enorme winst van eurosceptische politici in Finland. Ook in Nederland groeit dit gevoelen. Zie bijvoorbeeld de uitslag van het referendum over de Europese grondwet. Het SGP-geluid, dat vroeger als tegendraads of zelfs achterhaald werd gezien, vindt steeds breder weerklank, zowel bij burgers als bij politici.

Waarom zijn Europese Zaken zo belangrijk voor de Tweede Kamer?

De EU kan een grote hoeveelheid bindende regels opleggen aan Nederland over allerlei onderwerpen. En dat doet ze ook dagelijks. Een groot deel van nieuwe wetgeving is verplichte nationale omzetting van Brusselse regels. De economische crisis zal dit proces alleen maar versterken. Daarom is het van groot belang dat de Tweede Kamer hier bovenop zit en bijvoorbeeld voorkomt dat nationale bevoegdheden sluipenderwijs worden uitgehold.

Wat hoopt u het komende jaar te bereiken?

De enorme doorwerking van de Europese verdragen in onze rechtsorde vormt voldoende reden om een hogere drempel in te voeren voor de goedkeuring van Europese verdragen. Er ligt in de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel van mijn hand waarin dat wordt geregeld. Het is een grote onevenwichtigheid, dat zonder enige extra waarborg de helft-plus-een kan besluiten tot vergaande overdracht van bevoegdheden, die de nationale soevereiniteit uitholt. Het hanteren van een gekwalificeerde meerderheid kan deze weeffout herstellen. Dit impliceert dat de Grondwet zo gewijzigd moet worden dat voor goedkeuring van verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest voortaan een tweederde meerderheid is vereist. Deze regel zou dan onder meer ook gelden voor de toetreding van eventuele nieuwe lidstaten, bijvoorbeeld Turkije.

Deze verhoogde drempel zal de regering stimuleren om bij de onderhandelingen over een nieuw verdrag het onderste uit de kan te halen voor Nederland. En het zal de volksvertegenwoordiging doen beseffen dat instemming met Europese verdragen geen vanzelfsprekendheid is, maar op een weloverwogen keus moet berusten.

Wat deed u hiervoor? 

Vanaf 1998 ben ik Kamerlid voor de SGP. Daarvoor werkte ik als jurist bij de Raad van State.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar? Wat ziet u als de grootste bedreiging?

In de afgelopen twintig jaar heeft de SGP vaak ‘nee’ gezegd tegen nieuwe Europese verdragen. Meestal omdat de EU te hard van stapel liep en om te voorkomen dat de Nederlandse regering op allerlei zaken de controle uit handen zou geven. Het gaat ons om een Europa dat zijn grenzen kent en zich tot kerntaken beperkt. Op veel terreinen is de Brusselse bemoeienis veel te ver doorgeschoten.

Maar grensoverschrijdende problemen zoals aanpak van de economische crisis, de achteruitgang van het milieu, internationale criminaliteit, terrorisme en de toestroom van asielzoekers en illegale migranten vragen wél om Europese oplossingen. Nationale oplossingen zijn daarvoor niet toereikend. De SGP bepleit een praktische benadering van Europese integratie: oplossingen vinden voor daadwerkelijke problemen. In die lijn willen we meedenken: nationaal beleid waar mogelijk, Europees beleid waar dat geboden is. Burgers zullen zich immers het beste in ‘Europa’ herkennen als het bijdraagt aan de oplossing van concrete problemen.

Bovenaan ons wensenlijstje voor de EU staat een beleid dat strookt met Gods heilzame geboden. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa waait momenteel een gure seculiere wind. Wil de EU zich ontwikkelen tot een duurzaam samenwerkingsverband, dan dient zij niet alleen een economische maar ook een geestelijke samenhang te hebben: een gedeeld waardenbesef. Ik hoop van harte dat de EU de betekenis van christelijke waarden voor het Europa van de toekomst zal onderstrepen.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week