RAAD VAN Brussel, 5 mei 2011
(OR. en) DE EUROPESE UNIE
8900/11
Interinstitutioneel dossier: 2010/0245 (NLE)
EEE 14 SOC 334 MI 197
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD over het door de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt inzake een wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) en protocol 37 bij de EER-Overeenkomst
BESLUIT VAN DE RAAD
van
over het door de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER
in te nemen standpunt
inzake een wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid)
en protocol 37 bij de EER-Overeenkomst
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 48, in
samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde
wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte , en met
name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bijlage VI bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ("de EER-
Overeenkomst") bevat specifieke bepalingen en regelingen met betrekking tot sociale
zekerheid en protocol 37 bevat een lijst van comités waaraan EER-EVA-staten deelnemen.
(2) Het is wenselijk Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad
van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels,
Verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de Raad van
16 september 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de
coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van de
bijbehorende bijlagen en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en
de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van
Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheids-
stelsels in de EER-Overeenkomst op te nemen. Daarnaast is het wenselijk om een aantal
besluiten en aanbevelingen van de Administratieve Commissie in de EER-Overeenkomst
op te nemen. De lijst van comités van protocol 37 moet worden uitgebreid met de bij
Verordening (EG) nr. 883/2004 opgerichte Administratieve Commissie voor de coördinatie
van de socialezekerheidsstelsels.
(3) Bijlage VI en protocol 37 moeten bijgevolg dienovereenkomstig gewijzigd worden,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
Het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de
voorgenomen wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) en protocol 37 bij de EER-Overeen-
komst wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comite van de EER dat aan dit
besluit is gehecht.
Gedaan te
Voor de Raad
Ontwerp
BESLUIT Nr. .../2011 VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
van
tot wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid)
en protocol 37 bij de EER-Overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het
Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en
met name op de artikelen 98 en 101,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bijlage VI bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd
bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte ("de Overeenkomst"), werd gewijzigd bij Besluit nr. .../... van het
Gemengd Comité van de EER van ....
(2) Protocol 37 bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. .../... van het Gemengd
Comité van de EER van ....
(3) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, moet in de Overeenkomst
worden opgenomen.
(4) Verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de Raad van
16 september 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de
coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van de
bijbehorende bijlagen moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(5) Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van
16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG)
nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels moet in de
Overeenkomst worden opgenomen.
(6) Besluit nr. A1 van 12 juni 2009 betreffende de instelling van een dialoog- en bemidde-
lingsprocedure met betrekking tot de geldigheid van documenten, het bepalen van de
toepasselijke wetgeving en het verlenen van prestaties uit hoofde van Verordening (EG)
nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad moet in de Overeenkomst worden
opgenomen.
(7) Besluit nr. A2 van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van artikel 12 van Verordening
(EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake de wetgeving die van
toepassing is op gedetacheerde werknemers en zelfstandigen die tijdelijk buiten de
bevoegde lidstaat werken moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(8) Besluit nr. E1 van 12 juni 2009 betreffende de praktische regelingen voor de overgangs-
periode voor de elektronische uitwisseling van gegevens als bedoeld in artikel 4 van
Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad moet in de
Overeenkomst worden opgenomen.
(9) Besluit nr. F1 van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van artikel 68 van Verordening
(EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot priori-
teitsregels bij samenloop van gezinsuitkeringen moet in de Overeenkomst worden
(10) Besluit nr. H1 van 12 juni 2009 betreffende het kader voor de overgang van de
Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad naar de
Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de
Raad en de toepassing van besluiten en aanbevelingen van de Administratieve Commissie
voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels moet in de Overeenkomst worden
opgenomen.
(11) Besluit nr. H2 van 12 juni 2009 betreffende de werkmethodes en de samenstelling van de
Technische Commissie voor gegevensverwerking van de Administratieve Commissie voor
de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels moet in de Overeenkomst worden
opgenomen.
(12) Besluit nr. P1 van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van artikel 50, lid 4, artikel 58,
en artikel 87, lid 5, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de
Raad voor de toekenning van invaliditeitsuitkeringen en ouderdoms- en nabestaanden-
pensioenen moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(13) Besluit nr. S1 van 12 juni 2009 betreffende de Europese ziekteverzekeringskaart moet in
de Overeenkomst worden opgenomen.
(14) Besluit nr. S2 van 12 juni 2009 betreffende de technische specificaties voor de Europese
ziekteverzekeringskaart moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(15) Besluit nr. S3 van 12 juni 2009 tot vaststelling van de verstrekkingen die onder artikel 19,
lid 1, en artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement
en de Raad en artikel 25, onder A) 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees
Parlement en de Raad vallen moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(16) Besluit nr. U1 van 12 juni 2009 betreffende artikel 54, lid 3, van Verordening (EG)
nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verhoging van
werkloosheidsuitkeringen wegens gezinsleden ten laste moet in de Overeenkomst worden
opgenomen.
(17) Besluit nr. U2 van 12 juni 2009 betreffende de werkingssfeer van artikel 65, lid 2, van
Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake het recht
op werkloosheidsuitkeringen van volledig werklozen die geen grensarbeiders zijn en die
tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, op het
grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat woonden moet in de Overeenkomst
worden opgenomen.
(18) Besluit nr. U3 van 12 juni 2009 betreffende de draagwijdte van het begrip gedeeltelijke
werkloosheid zoals dat van toepassing is op de in artikel 65, lid 1, van Verordening (EG)
nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werklozen moet in de
Overeenkomst worden opgenomen.
(19) Aanbeveling nr. P1 van 12 juni 2009 betreffende de toepassing van de jurisprudentie in de
zaak-Gottardo, volgens welke de voordelen van een bilaterale overeenkomst inzake sociale
zekerheid tussen een lidstaat en een derde staat die voor de nationale werknemers bedoeld
is, ook moeten worden toegekend aan de werknemers die onderdaan zijn van andere
lidstaten moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(20) Aanbeveling nr. U1 van 12 juni 2009 betreffende de wetgeving welke van toepassing is
op werklozen die in deeltijd beroeps- of handelsactiviteiten verrichten op het grondgebied
van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen moet in de
Overeenkomst worden opgenomen.
(21) Aanbeveling nr. U2 van 12 juni 2009 betreffende de toepassing van artikel 64, lid 1,
onder a), van Verordening (EG) nr. 883/2004 op werklozen die hun echtgeno(o)t(e) of
partner vergezellen die een beroepswerkzaamheid uitoefent in een andere dan de bevoegde
staat moet in de Overeenkomst worden opgenomen.
(22) Voor de goede werking van de Overeenkomst moet protocol 37 daarbij worden uitgebreid
met de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels,
opgericht bij Verordening (EG) nr. 883/2004, en moeten in bijlage VI de procedures voor
associatie met deze commissie en de daaraan verbonden organen worden vastgesteld.
(23) De in de Overeenkomst opgenomen Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad wordt
bij Verordening (EG) nr. 883/2004 ingetrokken en moet derhalve uit de Overeenkomst
(24) De in de Overeenkomst opgenomen Verordening (EEG) nr. 574/72 wordt met ingang van
1 mei 2010 bij Verordening (EG) nr. 987/2009 ingetrokken en moet daarom uit de
Overeenkomst worden geschrapt.
(25) Alle besluiten onder "Besluiten waarvan de overeenkomstsluitende partijen goede nota
nemen" en "Besluiten waarvan de overeenkomstsluitende partijen nota nemen" zijn
achterhaald en moeten daarom uit de Overeenkomst worden geschrapt,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage VI bij de Overeenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
De tekst van punt 5 (Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende
werknemers) van protocol 37 (met de in artikel 101 bedoelde lijst) bij de Overeenkomst wordt
vervangen door:
"Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (Verordening
(EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad).".
Artikel 3
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten
van Verordeningen (EG) nr. 883/2004, nr. 987/2009 en nr. 988/2009, de Besluiten nrs. A1, A2, E1,
F1, H1, H2, P1, S1, S2, S3, U1, U2 en U3 en de Aanbevelingen nrs. P1, U1 en U2, in de IJslandse
en de Noorse taal zijn authentiek.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de laatste kennisgeving aan het
Gemengd Comité van de EER zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst .
Artikel 5
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen van
van het Gemengd Comité van de EER
[Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
BIJLAGE
bij Besluit nr. [...] van het Gemengd Comité van de EER
De tekst van bijlage VI bij de Overeenkomst komt als volgt te luiden:
"INLEIDING
Wanneer de in deze bijlage genoemde besluiten begrippen bevatten of betrekking hebben op
procedures die specifiek zijn voor de rechtsorde van de Unie, zoals:
-
-preambules;
-
-degenen tot wie de communautaire besluiten zijn gericht;
-
-verwijzingen naar gebieden of talen van de Unie;
-
-verwijzingen naar rechten en verplichtingen van de lidstaten, hun overheidsorganen,
ondernemingen of personen in relatie tot elkaar; en
-
-verwijzingen naar informatie- en kennisgevingsprocedures;
is protocol 1 betreffende horizontale aanpassingen van toepassing, tenzij in deze bijlage anders is
SECTORALE AANPASSINGEN
I. In deze bijlage en onverminderd de bepalingen van protocol 1, omvat de in de genoemde
besluiten voorkomende term "lidsta(a)t(en)", behalve betekenis die deze term heeft in de
toepasselijke besluiten van de Unie, tevens IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
II. Bij de toepassing van de bepalingen van de in deze bijlage genoemde besluiten met het oog
op deze Overeenkomst worden de rechten en plichten verleend aan de Administratieve
Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels bij de Europese
Commissie en de rechten en plichten verleend aan de Rekencommissie bij genoemde
Administratieve Commissie overeenkomstig het bepaalde in deel VII van de Overeen-
komst uitgeoefend door het Gemengd Comité van de EER.
I. ALGEMENE COÖRDINATIE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID
VERMELDE BESLUITEN
-
1.32004 R 0883: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad
van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166
van 30.4.2004, blz. 1) gewijzigd bij:
-
-32009 R 0988: Verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de
Raad van 16 september 2009 (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 43).
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van Verordening (EG)
nr. 883/2004 als volgt aangepast:
-
a)Aan artikel 87, lid 10, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Voor Liechtenstein gelden de bepalingen van artikel 65, lid 2, tweede zin, en
artikel 65, lid 3, tweede zin, uiterlijk vanaf 1 mei 2012.";
-
b)Aan bijlage I, sectie I, wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
Voorschotten op de onderhoudsverplichtingen krachtens socialezekerheidswet
nr. 100/2007.
LIECHTENSTEIN
Voorschotten op onderhoudsverplichtingen krachtens de wet van 21 juni 1989 inzake
de toekenning van voorschotten op onderhoudsverplichtingen, als gewijzigd.
NOORWEGEN
Voorschotten op kinderbijslag krachtens wet nr. 2 van 17 februari 1989 inzake de
voorschotten op kinderbijslag";
-
c)Aan bijlage I, sectie II, wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
Eenmalige uitkeringen in verband met de kosten van internationale adoptie,
krachtens wet nr. 152/2006 inzake uitkeringen bij adoptie.
NOORWEGEN
Eenmalige uitkeringen bij geboorte krachtens de nationale wet op de sociale
verzekering.
Eenmalige uitkeringen bij adoptie krachtens de nationale wet op de sociale
verzekering.";
-
d)Aan bijlage II wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND - DENEMARKEN
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.
IJSLAND - FINLAND
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.
IJSLAND - ZWEDEN
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.
IJSLAND - NOORWEGEN
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.
NOORWEGEN - DENEMARKEN
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.
NOORWEGEN - FINLAND
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.
NOORWEGEN - ZWEDEN
Artikel 7 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003, betreffende dekking van bijkomende reiskosten in het geval van
ziekte tijdens een verblijf in een ander Noords land waardoor de terugreis naar het
land van de woonplaats duurder wordt.";
-
e)Aan bijlage III wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
NOORWEGEN";
-
f)Aan bijlage IV wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
LIECHTENSTEIN";
-
g)Aan bijlage VIII, deel 1, wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
Alle aanvragen voor het basisstelsel voor ouderdomspensioenen en de gedefinieerde
uitkeringsregeling voor overheidspersoneel.
LIECHTENSTEIN
Alle aanvragen voor pensioenen van de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeits-
verzekeringen alsook voor de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen
van het stelsel voor werknemers voor zover de voorschriften van de respectieve
pensioenfondsen niet in een vermindering voorzien.
NOORWEGEN
Alle aanvragen voor ouderdomspensioenen, met uitzondering van de in bijlage IX
vermelde pensioenen.";
-
h)Aan bijlage VIII, deel 2, wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
Bedrijfspensioenstelsel voor ouderdomspensioenen.
LIECHTENSTEIN
Ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het bedrijfspensioen-
stelsel.";
-
i)Aan bijlage IX, sectie I, wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
Wezenpensioenen overeenkomstig socialezekerheidswet nr. 100/2007 en wezen-
pensioenen overeenkomstig wet nr. 129/1997 inzake verplichte pensioen-
verzekeringen en de activiteiten van pensioenfondsen.";
-
j)Aan bijlage IX, sectie II, wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
Invaliditeitspensioenen in de vorm van een basispensioen, pensioenaanvulling en
leeftijdsgerelateerde aanvulling overeenkomstig socialezekerheidswet nr. 100/2007.
Invaliditeitspensioenen overeenkomstig wet nr. 129/1997 inzake verplichte pensioen-
verzekeringen en de activiteiten van pensioenfondsen.
NOORWEGEN
De Noorse invaliditeitspensioenen, ook wanneer deze bij het bereiken van de
pensioengerechtigde leeftijd zijn omgezet in een ouderdomspensioen, en alle
pensioenen (nabestaanden- en ouderdomspensioenen) die zijn gebaseerd op de
opgebouwde pensioenrechten van een overledene.";
-
k)Aan bijlage X wordt het volgende toegevoegd:
"LIECHTENSTEIN
-
a)Uitkeringen voor blinden (Wet van 17 december 1970 inzake de toekenning
van uitkeringen voor blinden, zoals gewijzigd);
-
b)Moederschapsuitkeringen (Wet van 25 november 1981 inzake de toekenning
van moederschapsuitkeringen, zoals gewijzigd);
-
c)Aanvullende prestaties op de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeits-
verzekering (Wet van 10 december 1965 inzake aanvullende prestaties op
ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering, zoals gewijzigd).
NOORWEGEN
-
a)Gegarandeerd minimum aanvullend pensioen voor personen met een
aangeboren afwijking of personen die vanaf jonge leeftijd gehandicapt zijn,
krachtens de nationale wet op de sociale verzekering;
-
b)Bijzondere uitkeringen overeenkomstig wet nr. 21 van 29 april 2005 inzake
aanvullende uitkeringen aan personen die gedurende korte perioden in
Noorwegen woonachtig zijn.";
-
l)Aan bijlage XI wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND
-
1.a) Onverminderd artikel 6 hebben personen die geen betaald werk hebben
verricht in een of meer EU-lidstaten of EVA-staten alleen recht op een
IJslands sociaal pensioen als zij ten minste drie jaar permanent in IJsland
wonen of hebben gewoond, met inachtneming van de in de IJslandse
wetgeving bepaalde leeftijdsgrenzen.
-
b)Bovengenoemde bepalingen zijn niet van toepassing op het recht op een
IJslands sociaal pensioen, verworven door gezinsleden van personen die
in IJsland betaald werk verrichten of verricht hebben, of door studenten
-
2.Indien het werk in loondienst of als zelfstandige in IJsland is beëindigd en de
gebeurtenis intreedt tijdens werk in loondienst of als zelfstandige in een andere
staat waarop deze verordening van toepassing is, en indien het invaliditeits-
pensioen van zowel de sociale zekerheid als de aanvullende pensioen-
regelingen (pensioenfondsen) in IJsland niet langer het tijdvak omvat tussen de
gebeurtenis en de pensioengerechtigde leeftijd (toekomstige tijdvakken),
worden de tijdvakken van verzekering die zijn vervuld krachtens de wetgeving
van een andere staat waarop deze verordening van toepassing is, in aanmerking
genomen voor de voorwaarde inzake de toekomstige tijdvakken alsof het
tijdvakken van verzekering in IJsland gold.
LIECHTENSTEIN
-
1.Verplichte verzekering bij de Liechtensteinse ziektekostenverzekering voor
verstrekkingen ("Krankenpflegeversicherung") en vrijstellingsmogelijkheden:
-
a)De Liechtensteinse wettelijke bepalingen betreffende de verplichte
ziektekostenverzekering voor verstrekkingen zijn van toepassing op de
volgende personen die niet in Liechtenstein woonachtig zijn:
-
i)personen die uit hoofde van titel II van de verordening aan de
Liechtensteinse wettelijke bepalingen onderworpen zijn;
-
ii)personen voor wie Liechtenstein overeenkomstig de artikelen 24,
25 en 26 van de verordening de kosten draagt;
-
iii)personen die een Liechtensteinse werkloosheidsuitkering
ontvangen;
-
iv)de gezinsleden van de onder i) en iii) bedoelde personen van een
werknemer of zelfstandige die in Liechtenstein woonachtig en bij
de Liechtensteinse ziektekostenverzekering is aangesloten;
-
v)de gezinsleden van de onder ii) bedoelde personen of van een
gepensioneerde die in Liechtenstein woonachtig en bij de
Liechtensteinse ziektekostenverzekering aangesloten.
"Gezinsleden" zijn personen die als gezinsleden worden beschouwd door
de wetgeving van de staat waar de betrokkene woont.
-
b)Op verzoek kunnen de onder a) bedoelde personen worden vrijgesteld
van de verplichte verzekering voor verstrekkingen indien en zolang zij in
Oostenrijk wonen en kunnen aantonen dat zij daar tegen ziektekosten
verzekerd zijn via een verplichte of gelijkaardige ziektekosten-
verzekering. De vrijstelling kan alleen worden opgeheven bij verandering
Dit verzoek
-
i)moet worden ingediend binnen drie maanden na ingang van de
verzekeringsplicht in Liechtenstein; wordt het verzoek in een
gerechtvaardigd geval na deze termijn ingediend, dan gaat de
vrijstelling in vanaf het begin van de verzekeringsplicht. Personen
die al in Oostenrijk verzekerd zijn op de datum dat de verordening
in de EER in werking treedt, zijn vrijgesteld van de Liechtensteinse
verplichte verzekering voor verstrekkingen;
-
ii)is van toepassing op alle gezinsleden die in dezelfde staat wonen.
-
2.Op de personen die in Liechtenstein werken, maar er niet wonen en die op
grond van punt 1, onder b), aangesloten zijn bij de wettelijke ziektekosten-
verzekering van hun woonland, alsmede op hun gezinsleden, is tijdens hun
verblijf in Liechtenstein artikel 19 van de verordening van toepassing.
-
3.Voor de toepassing van de artikelen 18, 19, 20 en 27 van de verordening in
Liechtenstein draagt de bevoegde verzekeraar alle gefactureerde kosten.
-
4.Wanneer een persoon op wie uit hoofde van titel II van de verordening de
Liechtensteinse wettelijke bepalingen van toepassing zijn, uit hoofde van
punt 1, onder b), bij de ziektekostenverzekering aangesloten is van een andere
staat waarop deze overeenkomst van toepassing is, dan worden de kosten van
verstrekkingen bij niet-arbeidsongevallen gelijkelijk verdeeld tussen het orgaan
van de Liechtensteinse verzekering voor arbeidsongevallen, niet-arbeids-
gebonden ongevallen en beroepsziekten, en het bevoegde orgaan van de ziekte-
kostenverzekering van de andere staat, als er aanspraak kan worden gemaakt
op verstrekkingen van beide organen. Wanneer er bij een arbeidsongeval, een
ongeval op weg van of naar het werk, of bij een beroepsziekte, ook recht zou
bestaan op prestaties van het orgaan van de ziektekostenverzekering van het
woonland, dan worden deze kosten niettemin betaald door de Liechtensteinse
verzekeraar tegen (arbeids)ongevallen en beroepsziekten.
NOORWEGEN
-
1.De overgangsbepalingen van de Noorse wetgeving die leiden tot verkorting
van het tijdvak van verzekering dat vereist wordt voor een volledig aanvullend
pensioen voor personen die voor 1937 geboren zijn, zijn van toepassing op
personen die onder de verordening vallen, mits zij na hun zestiende verjaardag
en voor 1 januari 1967 gedurende het vereiste aantal jaren in Noorwegen
hebben gewoond of daar in loondienst of als zelfstandige hebben gewerkt.
Voor elk jaar dat de betrokkene vóór 1937 geboren is, dient dit één jaar te zijn.
-
2.Een persoon die krachtens de nationale wet op de sociale verzekering
verzekerd is en verzekerde hulpbehoevende bejaarden, invaliden of zieken
verzorgt, krijgt volgens bepaalde voorwaarden pensioenpunten voor dergelijke
tijdvakken. Evenzo en onverminderd artikel 44 van Verordening (EG)
nr. 987/2009 krijgt een persoon die kleine kinderen verzorgt pensioenpunten
wanneer hij verblijft in een andere staat waarop deze verordening van toepas-
sing is, mits de belanghebbende onder de Noorse arbeidswet ouderschapsverlof
geniet.
-
3.a) Onverminderd artikel 6 hebben personen die geen betaald werk hebben
verricht in een of meer lidstaten of EVA-staten alleen recht op een Noors
sociaal pensioen als zij ten minste drie jaar permanent in Noorwegen
wonen of hebben gewoond, met inachtneming van de in de Noorse
wetgeving bepaalde leeftijdsgrenzen.
-
b)Bovengenoemde bepalingen zijn niet van toepassing op het recht op een
Noors sociaal pensioen, verworven door gezinsleden van personen die in
Noorwegen betaald werk verrichten of verricht hebben, of door studenten
VOORWAARDEN VOOR DE DEELNAME VAN EVA-STATEN AAN DE
ADMINISTRATIEVE COMMISSIE VOOR DE COÖRDINATIE VAN DE
SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS EN AAN DE TECHNISCHE COMMISSIE VOOR
GEGEVENSVERWERKING EN DE REKENCOMMISSIE BIJ GENOEMDE
ADMINISTRATIEVE COMMISSIE, OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 101 VAN DE
OVEREENKOMST:
IJsland, Liechtenstein en Noorwegen mogen elk een vertegenwoordiger met een
adviserende stem (waarnemer) afvaardigen naar de vergaderingen van de Administratieve
Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels bij de Europese
Commissie en naar vergaderingen van de Technische Commissie voor gegevens-
verwerking en de Rekencommissie bij genoemde Administratieve Commissie.
-
2.32009 R 0987: Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad
van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG)
nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van
30.10.2009, blz. 1).
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van Verordening (EG)
nr. 987/2009 als volgt aangepast:
-
a)Aan bijlage 1 wordt het volgende toegevoegd:
"IJSLAND - DENEMARKEN
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen wegens ziekte, moederschap, arbeids-
ongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105 van
Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische controle).
IJSLAND - LUXEMBURG
Regeling van 30 november 2001 betreffende de terugbetaling van kosten van de
sociale zekerheid.
IJSLAND - FINLAND
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen in verband met ziekte, moederschap,
arbeidsongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en
artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische
IJSLAND - ZWEDEN
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen in verband met ziekte, moederschap,
arbeidsongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en
artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische
controle).
IJSLAND - NOORWEGEN
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen in verband met ziekte, moederschap,
arbeidsongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en
artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische
controle).
NOORWEGEN - DENEMARKEN
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen in verband met ziekte, moederschap,
arbeidsongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en
artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische
NOORWEGEN - LUXEMBURG
Artikelen 2 tot en met 4 van de Regeling van 19 maart 1998 inzake de terugbetaling
van kosten op het gebied van de sociale zekerheid.
NOORWEGEN - NEDERLAND
Overeenkomst van 23 januari 2007 inzake de vergoeding van kosten voor verstrek-
kingen op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72.
NOORWEGEN - PORTUGAL
Regeling van 24 november 2000 krachtens artikel 36, lid 3, en artikel 63, lid 3, van
Verordening (EEG) nr. 1408/71 en artikel 105, lid 2, van Verordening (EEG)
nr. 574/72 inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling van kosten voor verstrek-
kingen in verband met ziekte, moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en
de kosten voor de in deze verordeningen bedoelde administratieve en medische
controles.
NOORWEGEN - FINLAND
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen in verband met ziekte, moederschap,
arbeidsongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en
artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische
NOORWEGEN - ZWEDEN
Artikel 15 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van
18 augustus 2003: Overeenkomst inzake het wederzijdse afzien van terugbetaling
van kosten en uitgaven in de zin van de artikelen 36, 63 en 70 van Verordening
(EEG) nr. 1408/71 (voor verstrekkingen in verband met ziekte, moederschap,
arbeidsongevallen of beroepsziekten, en voor werkloosheidsuitkeringen) en
artikel 105 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (voor administratieve en medische
controle).
NOORWEGEN - VERENIGD KONINKRIJK
Briefwisseling van 20 maart 1997 en 3 april 1997 inzake artikel 36, lid 3, en
artikel 63, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (vergoeding of het afzien van
vergoeding van de kosten van verstrekkingen) en van artikel 105 van Verordening
(EEG) nr. 574/72 (het afzien van vergoeding van de kosten van administratieve en
medische controle).";
-
b)Aan bijlage 3 wordt het volgende toegevoegd:
"NOORWEGEN";
-
c)Aan bijlage 5 wordt het volgende toegevoegd:
"LIECHTENSTEIN
BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN GOEDE NOTA
NEMEN
3.1 32010 D 0424(01): Besluit nr. A1 van 12 juni 2009 betreffende de instelling van een
dialoog- en bemiddelingsprocedure met betrekking tot de geldigheid van documenten, het
bepalen van de toepasselijke wetgeving en het verlenen van prestaties uit hoofde van
Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB C 106 van
24.4.2010, blz. 1).
3.2 32010 D 0424(02): Besluit nr. A2 van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van
artikel 12 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad
inzake de wetgeving die van toepassing is op gedetacheerde werknemers en zelfstandigen
die tijdelijk buiten de bevoegde lidstaat werken (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 5).
4.1 32010 D 0424(03): Besluit nr. E1 van 12 juni 2009 betreffende de praktische regelingen
voor de overgangsperiode voor de elektronische uitwisseling van gegevens als bedoeld in
artikel 4 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad
(PB C 106 van 24.4.2010, blz. 9).
5.1 32010 D 0424(04): Besluit nr. F1 van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van
artikel 68 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad met
betrekking tot prioriteitsregels bij samenloop van gezinsuitkeringen (PB C 106 van
6.1 32010 D 0424(05): Besluit nr. H1 van 12 juni 2009 betreffende het kader voor de overgang
van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad naar de
Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de
Raad en de toepassing van besluiten en aanbevelingen van de Administratieve Commissie
voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 13).
6.2 32010 D 0424(06): Besluit nr. H2 van 12 juni 2009 betreffende de werkmethodes en
de samenstelling van de Technische Commissie voor gegevensverwerking van de
Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
(PB C 106 van 24.4.2010, blz. 17).
7.1 32010 D 0424(07): Besluit nr. P1 van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van
artikel 50, lid 4, artikel 58, en artikel 87, lid 5, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van
het Europees Parlement en de Raad voor de toekenning van invaliditeitsuitkeringen en
ouderdoms- en nabestaandenpensioenen (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 21).
8.1 32010 D 0424(08): Besluit nr. S1 van 12 juni 2009 betreffende de Europese ziekte-
verzekeringskaart (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 23).
8.2 32010 D 0424(09): Besluit nr. S2 van 12 juni 2009 betreffende de technische specificaties
voor de Europese ziekteverzekeringskaart (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 26).
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van Besluit nr. S2 als
volgt gelezen:
Onverminderd punt 3.3.2 van de bijlage bij het besluit mogen de EVA-staten de Europese
sterren afbeelden aan de door hen afgegeven Europese ziekteverzekeringskaart.
8.3 32010 D 0424(10): Besluit nr. S3 van 12 juni 2009 tot vaststelling van de verstrekkingen
die onder artikel 19, lid 1, en artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het
Europees Parlement en de Raad en artikel 25, onder A) 3, van Verordening (EG)
nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad vallen (PB C 106 van 24.4.2010,
blz. 40).
9.1 32010 D 0424(11): Besluit nr. U1 van 12 juni 2009 betreffende artikel 54, lid 3, van
Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot
verhoging van werkloosheidsuitkeringen wegens gezinsleden ten laste (PB C 106 van
24.4.2010, blz. 42).
9.2 32010 D 0424(12): Besluit nr. U2 van 12 juni 2009 betreffende de werkingssfeer van
artikel 65, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de
Raad inzake het recht op werkloosheidsuitkeringen van volledig werklozen die geen
grensarbeiders zijn en die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden, al dan niet
in loondienst, op het grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat woonden
(PB C 106 van 24.4.2010, blz. 43).
9.3 32010 D 0424(13): Besluit nr. U3 van 12 juni 2009 betreffende de draagwijdte van het
begrip gedeeltelijke werkloosheid zoals dat van toepassing is op de in artikel 65, lid 1,
van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde
werklozen (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 45).
BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN
10.1 32010 H 0424(01): Aanbeveling nr. P1 van 12 juni 2009 betreffende de toepassing van de
jurisprudentie in de zaak-Gottardo, volgens welke de voordelen van een bilaterale
overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen een lidstaat en een derde staat die voor de
nationale werknemers bedoeld is, ook moeten worden toegekend aan de werknemers die
onderdaan zijn van andere lidstaten (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 47).
11.1 32010 H 0424(02): Aanbeveling nr. U1 van 12 juni 2009 betreffende de wetgeving welke
van toepassing is op werklozen die in deeltijd beroeps- of handelsactiviteiten verrichten op
het grondgebied van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen
(PB C 106 van 24.4.2010, blz. 49).
11.2 32010 H 0424(03): Aanbeveling nr. U2 van 12 juni 2009 betreffende de toepassing van
artikel 64, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 883/2004 op werklozen die hun
echtgeno(o)t(e) of partner vergezellen die een beroepswerkzaamheid uitoefent in een
andere dan de bevoegde staat (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 51).
II. BESCHERMING VAN DE RECHTEN OP AANVULLEND PENSIOEN
VERMELDE BESLUITEN
-
12.398 L 0049: Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 aangaande de bescherming
van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen
de Gemeenschap verplaatsen (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46)."
- 31 jan '06COM(2006)16 - Wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
- 24 jan '06COM(2006)7 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI
- 21 dec '98COM(1998)779; - Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
- 8 okt '97COM(1997)486; - Bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de EU verplaatsen
- 27 nov '92COM(1992)495 - Wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de EER

