r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Burgeroorlog in Syrië

Bashar Al Assad

De Syrische president Bashar al-Assad is sinds 2011 met diverse groeperingen verwikkeld in een strijd om de macht. Dit begon doordat grote groepen demonstranten een einde van de corruptie en de vrijlating van duizenden politieke gevangenen eisten. Deze protesten gingen al snel over in gewelddadige conflicten en mondden uiteindelijk uit in een bloedige burgeroorlog die nog altijd voortduurt. 

Het conflict heeft een sektarisch karakter gekregen. Het staatsleger van Assad bestaat grotendeels uit moslims met een sjiitische achtergrond en wordt gesteund door sjiitische organisaties zoals Hezbollah. Ook Iran en Rusland steunen Assad. Soennitische moslims verenigen zich in rebellengroepen, waaronder het Vrije Syrische Leger, Jahbat Al-Nusra en IS. Deze rebellen zijn in tegenstelling tot de sjiitische groepen erg versplinterd en bevechten ook elkaar.

Veel EU-lidstaten hebben te maken met de gevolgen van de strijd in het land. Door het toenemende geweld is er sinds 2013 een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen. Honderdduizenden vluchtelingen zijn naar Europa getrokken om asiel aan te vragen. 

In februari 2016 spraken de meest betrokken landen af dat er een staking van de vijandelijkheden moet plaatsvinden in Syrië. Nadien kunnen de eerder gepauzeerde vredesbesprekingen, op initiatief van de speciale VN-gezant voor Syrië Staffan de Mistura, worden voortgezet. In Genève zal worden gesproken tussen de regering van president Assad en diverse rebellengroepen. 

Delen

Inhoud

1.

Overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen

2011: de uitbraak van protesten

In het jaar 2011 begonnen de eerste protesten tegen de Syrische president Assad. Burgers werden via sociale media in verschillende steden opgeroepen om te gaan demonstreren. Het leger greep hard in. Er vielen in dat jaar meer dan 7500 doden.

In navolging van diverse opstanden in de Arabische wereld tegen nationale regeringen, werd er in februari 2011 via Facebook opgeroepen tot een 'Syrische revolutie'. Enkele duizenden mensen steunden het online initiatief. In maart 2011 ging men voor het eerst ook echt de straat op. Op 'De dag van de Woede' (17 maart) werd in diverse steden gedemonstreerd tegen het regime van Assad.

In april, mei en juni werden deze protesten telkens groter. Via sociale netwerksites en vrijdaggebeden in moskeeën werden mensen opgejut om te demonstreren. De veiligheidstroepen van Assad grepen in met traangas en kogels. Er vielen tientallen doden. In mei zette Assad voor het eerst tanks van het leger in om de demonstraties een halt toe te roepen.

Syrische soldaten die ontevreden waren over het beleid van Assad vormden in juli 2011 een eigen (brede) oppositiebeweging: het Vrije Syrische Leger. Veel soennitische Syriërs sloten zich aan bij dit leger.

Grote protesten en demonstraties liepen aan het einde van 2011 flink uit de hand. Er vielen duizenden burgerdoden en nog veel meer inwoners vluchtten naar buurlanden als Turkije en Jordanië. De president beloofde enkele keren verbetering, maar dat liep telkens op niets uit. De internationale gemeenschap keurde het geweld ten zeerste af. In november van 2011 werd Syrië geschorst door de Arabische Liga. Het land weigerde namelijk in te stemmen met een Arabisch vredesplan.

2012: het ontstaan van een burgeroorlog

Sinds 2012 beginnen steeds meer soennitische en sjiitische rebellen, van gematigd tot extreem-islamitisch, zich te bemoeien met het conflict. Ook bestempelde het Rode Kruis het conflict in Syrië voor het eerst tot een burgeroorlog. Zowel regering als rebellen maken zich schuldig aan schendingen van mensenrechten. Het dodenaantal liep dit jaar op tot 45.000.

In februari begon de Verenigde Naties zich actief te bemoeien met Syrië. Er werden VN-resoluties opgesteld, maar China en Rusland hielden die tegen met een veto. Een maand later kwam VN-gezant Kofi Annan met een nieuw plan waar alle landen in de Veiligheidsraad mee akkoord gingen, maar het had niet veel impact. 

In de maanden maart tot augustus trokken vele legereenheden van de Syrische president de steden in. Er ontstonden talloze gewelddadige conflicten en er vielen duizenden doden. Ook steden die in handen waren gekomen van het Vrije Syrische Leger werden afgesloten van elektriciteit en water of werden belegerd.

Een resolutie van Saudi-Arabië werd in augustus 2012 aangenomen in de Algemene Vergadering van de VN. Er werd opgeroepen dat de eerste stap naar het eind aan het geweld door de Syrische regering moest worden genomen. In een eerdere resolutie stond ook dat Assad de macht moest overdragen aan de oppositie. Dit werd geschrapt.

In dezelfde maand waarschuwde president Barack Obama zijn Syrische ambtgenoot. Als Assad gebruik zou maken van chemische wapens, dan voelde de VS zich genoodzaakt om in te grijpen. Eind december erkenden de Verenigde Staten net als andere landen (waaronder Groot-Brittannië, Frankrijk, Turkije en de Golfstaten) de Syrische oppositie als de 'legitieme vertegenwoordiging'.

2013: de komst van ISIS

Vanaf dit jaar neemt ISIS, destijds een bondgenoot van Al Qaida, deel aan de strijd tegen president Assad. Deze groep kenmerkt zich door het gebruik van een strikte interpretatie van de islam. Tienduizenden jihadisten (vanuit o.a. Europa) beginnen vanaf 2013 via Turkije naar Syrië af te reizen. Eind december 2013 liet het Syrische Observatorium voor Mensenrechten weten dat het dodenaantal was opgelopen tot 130.000.

Begin 2013 nemen Syrische rebellen waaronder het Vrije Syrische Leger steeds meer belangrijke vliegvelden en olieraffinaderijen in bezit. De Syrische president verloor daardoor steeds meer terrein. Het staatsleger van Assad krijgt steeds meer hulp van landen als Irak, Iran en Rusland en organisaties als Hezbollah. Een groot tegenoffensief van de regering vond plaats in mei 2013. Het lukte de regering, met hulp van Hezbollah, om veel plekken te veroveren.

Na een bombardement op 21 augustus 2013 op de voorsteden van Damascus leek een kentering in het conflict op handen. Bij de aanval waren chemische wapens gebruikt en deze hadden voor honderden doden en duizenden gewonden gezorgd. Zowel vanuit de VN-Veiligheidsraad als vanuit de VS klonk de roep om ingrijpen. De enige voorwaarde van president Obama was dat het Amerikaanse Congres akkoord moest gaan met militair ingrijpen. Die goedkeuring kwam er niet.

In december zette Assad ook steeds meer vatenbommen ('barrel bombs') in bij het bombarderen van dichtbevolkte gebieden. Het leverde veel kritiek op van de internationale wereld, aangezien deze bommen zeer onnauwkeurig zijn.

2014: onenigheid tussen soennitische rebellen

Het conflict werd in 2014 gekenmerkt door steeds heftiger confrontaties tussen de soennitische rebellen onderling. Het dodenaantal liep aan het eind van 2014 op tot meer dan 200 duizend.

Begin 2014 werden er vredesonderhandelingen gestart in Genève tussen de verschillende Syrische partijen. Deze gesprekken hadden uiteindelijk weinig resultaat. De Syrische rebellen waren, net zoals de Verenigde Staten en Rusland, te verdeeld. Men kwam er onder andere niet uit of president Assad deel uit mocht blijven maken van de Syrische regering. 

In februari 2014 verbrak de lokale afdeling van Al Qaida (Al Nusra) de banden met IS. Er was onenigheid ontstaan over de strategie. Al Qaida wilde het liefst samenwerken met zoveel mogelijk andere rebellen om terrein te winnen in Syrië. IS zag daarentegen zichzelf als een bestaande staat waar anderen zich juist aan moesten onderwerpen.

Een coördinator van de wapeninspecteurs meldde in april dat een groot deel van de Syrische voorraad chemische wapens (door de Verenigde Staten) was vernietigd. President Assad liet deze inspecteurs in zijn land toe, na grote druk van de internationale gemeenschap.

Halverwege het jaar vonden er ook voor het eerst sinds 2007 Syrische presidentsverkiezingen plaats. Alleen in de door de regering gecontroleerde gebieden konden Syriërs stemmen. Op 3 juni werd 's avonds bekend gemaakt dat president Assad de verkiezingen met bijna 90% van de stemmen had gewonnen. Rebellen verstoorden op zo veel mogelijk manieren de verkiezingen.

Onder leiding van de Verenigde Staten wordt in oktober 2014 een coalitie samengesteld met Arabische en westerse landen die de wapens opnemen tegen IS in zowel Syrië als Irak. Ook Europese lidstaten zoals Nederland doen mee met de strijd. 

Leden van IS sloegen aan het eind van 2014 hard toe in het oosten van Syrië. Naar schatting zijn in de eerste twee weken van augustus zo'n 1000 mensen geëxecuteerd. Ook publiceert IS steeds meer video's waarin mensen op een verschrikkelijke wijze om het leven komen. 

2015: terreinwinst voor Assad

De oorlog dendert in 2015 door. Een wirwar van diverse landen en organisaties is actief in Syrië. Ondertussen lijkt Assad sinds het begin van de oorlog steviger in het zadel te zitten. Er zijn eind 2015, sinds het uitbreken van de protesten, meer dan 250.000 doden gevallen.

President Assad focuste begin 2015 vooral op het veroveren van gebieden die onder leiding staan van het Vrije Syrische leger of andere kleine gebieden. Het zorgde voor veel terreinwinst. Europese en Arabische landen vielen veel militaire installaties aan van IS.

De Romeinse tempel van Bel in de Syrische stad Palmyra werd in de zomer van 2015 verwoest door IS. Dit leidde tot veel verontwaardiging in de wereld. Veel mensen zijn bang dat meer historische bouwwerken vernietigd zullen worden.

In augustus 2015 schaarde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich unaniem achter een plan om (opnieuw) te beginnen met vredesonderhandelingen. Het was voor de eerste keer in twee jaar dat China en Rusland, bondgenoten van Assad, voor het plan stemden.

Een jaar nadat de Verenigde Staten een internationale coalitie vormden tegen IS begon Rusland in september 2015 met het bombarderen van militaire installaties in Syrië. De acties van Rusland worden door de internationale gemeenschap als omstreden gezien. Rusland valt namelijk alle tegenstanders van het regime van Assad aan; ook rebellen die politiek en militair gesteund worden door westerse landen.

Eind november schoot Turkije in het Syrische luchtruim een Russisch gevechtsvliegtuig uit de lucht. Het toestel (een SU-24) vloog een paar minuten daarvoor zo'n 10 seconden boven Turks grondgebied. Het incident waarbij 1 piloot om het leven kwam, zet de spanningen tussen Rusland en de NAVO-lidstaten op scherp.

Begin december kreeg het regime van Assad de Syrische stad Homs weer terug in handen. Deze stad was een van de eerste steden waar in 2011 een opstand uitbrak tegen de president. Voor het eerst sinds 2014 kreeg Homs begin december voedselhulp.

Aan het einde van 2015 spraken onder meer de buurlanden van Syrië, de Verenigde Staten, Rusland en de Europese Unie over Syrië. Het leidde tot een zogeheten 'routekaart naar vrede'. Volgens het plan moet eerst een staakt-het-vuren tot stand komen om later in 2016 'vrije en eerlijke' verkiezingen te houden.

2016: vredesoverleg

Eind januari 2016 is onder leiding van de VN een overleg van start gegaan tussen de Syrische regering en belangrijke rebellengroepen. Snel na de start van de besprekingen werd het vredesoverleg opgeschort wegens gebrek aan vertrouwen tussen de verschillende partijen. 

Later kwamen de landen bijeen van de zogeheten International Syria Support Group, een groep landen die het meest betrokken zijn bij het conflict. Op 12 februari werd afgesproken dat een week later een tijdelijke wapenstilstand in zou gaan in Syrië. Tijdens het staken van de vijandelijkheden zou er ruimte zijn voor humanitaire hulp. Gedurende de tijdelijke wapenstilstand wordt de strijd tegen IS en andere terreurgroepen voortgezet. De vredesbesprekingen in Genève kunnen weer worden hervat; volgens de huidige planning zou het vredesoverleg eind februari verder gaan.

Houding EU

Al vanaf het begin van het conflict heeft toenmalig Hoge Vertegenwoordiger Ashton namens de Europese Unie meerdere malen haar bezorgdheid over de toestand in Syrië uitgesproken. Zij veroordeelde het geweld tegen burgers en heeft de regering opgeroepen hiermee te stoppen. Ook riep zij president Assad op af te treden.

Sancties

De EU ondernam ook actie en stelde verschillende sancties tegen Syrië in, om de druk op de president te verhogen. Zo geldt er een strikt wapenembargo en hebben bijna 200 personen en ruim 50 instanties een inreisverbod naar de EU, waaronder de president. Daarnaast zijn alle tegoeden die zij bij Europese banken hadden, bevroren. De andere sancties zijn vooral gericht tegen de financiële sector, de gas- en olie-industrie en handel.

In februari 2013 besloot de Raad Buitenlandse Zaken het wapenembargo aan te passen. De ministers schrapten het niet-dodelijke defensiemateriaal. Kogelvrije vesten, helmen en nachtkijkers mochten toen wel naar Syrië worden getransporteerd, maar alleen om ze aan de oppositie te leveren.

Veel EU-landen hebben de Syrische ambassadeur uitgewezen en de Syrische Nationale Coalitie erkend als vertegenwoordiger van de Syrische bevolking. Het regime van president Assad heeft vooralsnog een ambassadeur in Brussel die er echter alleen nog maar voor de Europese Unie zit. De Benelux-landen hebben in mei 2012 de Syrische ambassadeur 'persona non grata' - niet gewenst - verklaard.

Ook het EU-besluit van eind juli 2013 om de militaire tak van de Libanese Hezbollah op de terreurlijst te zetten, betreft een maatregel tegen één van de steunpilaren van de Syrische machthebbers.

Een gifgasaanval in augustus 2013 door het regime van Assad werd direct door de EU veroordeeld, maar er was grote verdeeldheid onder de lidstaten over de steun voor een gezamenlijke aanval. Het Britse parlement stemde tegen steun voor militair ingrijpen, de Franse president Hollande was voorstander, ondanks de roep om een stemming in het Franse parlement.

In de zomer van 2014 wist de extremistische beweging Islamitische Staat (IS) delen van Syrië te veroveren. Uit diverse EU-lidstaten trokken jongeren naar Syrië om mee te vechten aan de kant van de extremisten. De EU vreest dat deze zogenaamde 'Syrië-gangers' nog verder zullen radicaliseren en eenmaal terug in Europa aanslagen zullen plegen. De extreem gewelddadige onderdrukking van burgers in door IS gecontroleerde gebieden, de dreiging voor de rest van de regio en de rol van IS in het verspreiden van terrorisme waren reden voor de internationale gemeenschap om in te grijpen. In augustus 2014 besloot de VS om bombardementen op stellingen van IS uit te gaan voeren. 

Aangezien de situatie in Syrië blijft verslechteren, heeft de Raad Buitenlandse Zaken in maart 2015 de sancties tegen sponsors van het Syrische regime verder verscherpt. 

Humanitaire hulp en vluchtelingen

De Europese Unie biedt humanitaire hulp aan de Syrische bevolking. Europa is 's werelds grootste donor met betrekking tot de crisis in Syrië. De EU en de lidstaten hebben miljarden vrijgemaakt voor hulp aan de Syriërs. 

Op 4 januari 2016 werd door op de donorconferentie in Londen in één dag een recordbedrag van 9 miljard euro opgehaald voor de Syrische vluchtelingen. Dit geld is verzameld door de gehele wereldgemeenschap. De Europese Unie droeg hier 3 miljard aan bij. 

De vluchtelingenstroom vanuit Syrië naar Europa neemt steeds verder toe. Veel Syriërs proberen illegaal via Turkije Bulgarije of Griekenland binnen te komen. Ook Italië heeft te maken met een groot aantal Syrische vluchtelingen dat in boten de Italiaanse eilanden probeert te bereiken. In de periode van april 2011 tot en met november 2015 hebben ruim 800.000 Syriërs asiel aangevraagd in Europa.

Iran-onderhandelingen

In de zomer van 2015 was de EU betrokken bij het kernakkoord met Iran. In de aanloop naar dat akkoord gaf EU-buitenlandchef Mogherini aan dat ze hoopte dat Iran als bondgenoot van president Assad een positieve rol zou spelen in een oplossing voor het conflict.

2.

Houding internationale gemeenschap

De VN

De Verenigde Naties hebben actief bemiddeld in het conflict, maar zonder al te veel succes. Verder dan een algemene veroordeling van het geweld en sancties tegen sleutelfiguren in het regime zijn de VN niet gekomen. In de Veiligheidsraad hebben China en Rusland resoluties voor verder ingrijpen vaak tegengehouden.

Wel hebben onderhandelaars het in september 2013 voor elkaar gekregen om toegang te krijgen tot de wapendepots van het Syrische leger, met als doel de chemische wapens te vernietigen. In het voorjaar van 2014 werd bekendgemaakt dat verreweg het grootste deel van de chemische wapens zou zijn vernietigd.

Dankzij de onderhandelingen werd er wel een speciale VN-groep opgericht om te zorgen dat er meer hulp bij de Syrische burgers komt. Op 22 februari 2014 werd een resolutie aangenomen die moet leiden tot betere hulpverlening in Syrië. Alle partijen wordt gevraagd burgers te beschermen en hulporganisaties toe te laten. Grootschalige bombardementen worden verboden. Als de resolutie wordt geschonden, worden 'verdere stappen' ondernomen.

In augustus 2015 schaarde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich unaniem achter een plan om te beginnen met vredeshandelingen voor Syrië. Voor het eerst in twee jaar stemde de bondgenoten van Assad, Rusland en China, voor zo'n plan. Midden december 2015 ging de Veiligheidsraad akkoord met een 'routekaart' voor vrede in Syrië (resolutie 2254). Een breed vredesoverleg is eind januari 2016 van start gegaan.

Internationale coalitie tegen IS

Onder leiding van de Verenigde Staten strijden meerdere partijen (waaronder veel Arabische landen, maar ook Nederland) tegen de aanwezigheid van IS in Irak en Syrië. Er worden voornamelijk luchtaanvallen uitgevoerd. Nederland levert een aantal gevechtsvliegtuigen die aanvallen uitvoeren op Iraaks grondgebied. Eind januari 2016 heeft het Nederlandse kabinet besloten tegemoet te komen aan het Amerikaanse verzoek om de militaire missie uit te breiden naar Syrië.

Rusland

In september 2015 is Rusland begonnen met het bombarderen van gebieden in Syrië. Een aantal van deze gebieden staan niet bekend om de aanwezigheid van IS. Rebellencommandanten van het Vrije Syrische leger (een soennitische groep die strijdt tegen Assad) zeggen dat zij vooral getroffen worden door de aanvallen. Rusland staat bekend als een bondgenoot van Assad. Volgens Rusland zijn alle aanvallen gericht op terroristen. Nadat een bom ontplofte in een Russisch vliegtuig boven de Sinaï voert Rusland de aanvallen op.

Eind november 2015 werd een Russisch gevechtsvliegtuig boven Syrië door Turkije uit de lucht geschoten. Een SU-24 vloog zo'n 10 seconden in het Turkse luchtruim. 

Regionale organisaties

De Arabische Liga en de Gulf Cooperation Council hebben het geweld in Syrië unaniem veroordeeld. Er zijn sancties ingesteld tegen het regime en de handel wordt beperkt tot essentiële basisbehoeften als voedsel en dergelijke.

De Arabische Liga besloot in november 2011 Syrië als lid te schorsen, en deed een oproep aan de lidstaten om hun ambassadeurs terug te trekken uit Damascus. Eind november stemden 19 van de 22 leden van de Liga voor verscherpte economische sancties. De gehele Liga, met uitzondering van Irak, Libanon en het geschorste Syrië zelf, zette per direct alle transacties met de centrale bank van Syrië stil. Ook de handel met het land werd met onmiddellijke ingang stilgelegd, met uitzondering van voedsel of elementaire basisbehoeften. Topfiguren uit het Syrische regime zijn niet meer welkom in de lidstaten van de Liga en hun tegoeden zijn bevroren.

3.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven