Laatste nieuws: 

Burgeroorlog in Syrië

Bashar Al Assad

De Syrische president Bashar al-Assad is sinds 2011 met diverse groeperingen verwikkelt in een strijd om de macht in Syrië. In juni 2014 won Assad de verkiezingen met overmacht maar de Europese Unie erkent de uitslag van deze verkiezingen niet omdat de bevolking in rebellerende gebieden niet mocht en kon stemmen. Tegelijkertijd ontbreekt een duidelijk en coherentie oppositie; de Syrische Nationale Coalitie heeft weinig invloed. En dus heeft de EU geen duidelijke partner in Syrië. Het heeft wel veel te maken met de gevolgen van de strijd in het land.

In maart 2011 vonden er grootschalige demonstraties plaats in de meeste grote steden van het land. De belangrijkste eisen van de demonstranten waren de vrijlating van duizenden politieke gevangenen en een einde aan de wijdverbreide corruptie in het land. Als gevolg van een toenemende repressie door de regering werd op den duur ook het aftreden van president Bashar al-Assad geëist. 

De protesten escaleerden en een gewapende strijd volgde. Vooral het Syrische leger van Assad zette zware middelen in. De EU legde sancties op, maar de strijd ging onverminderd door. In november 2013 passeerde het aantal doden volgens de Verenigde Naties de grens van 120.000; sindsdien hebben de VN geen cijfers meer kunnen bijhouden. Er is een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen. Meer dan twee miljoen Syriërs verblijven in buurlanden als Libanon, Jordanië en Turkije. De EU ondersteunt de opvang van de vluchtelingen. Enkele tienduizenden vluchtelingen hebben in Europa asiel gekregen.

In de zomer van 2014 wist de extremistische beweging de Islamitische Staat (IS) grote delen van het noorden van Syrië en Irak te veroveren. Uit diverse EU-lidstaten trokken jongeren naar Syrië om mee te vechten aan de kant van de extremisten. Gevreesd wordt dat zij nog verder radicaliseren en eenmaal terug in Europa aanslagen zullen plegen.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Van protest naar burgeroorlog

Op 17 maart 2011, de 'Dag van de Waardigheid', demonstreerden honderden burgers in diverse steden van Syrië. Twee dagen later gingen ook burgers in de hoofdstad Damascus de straat op, waarna het regime van president Bashar al-Assad actie ondernam. Politieagenten schoten met scherp op de demonstranten. Hierbij vielen tientallen doden.

Gedurende heel 2011 en 2012 bleef het zeer onrustig in het land. Protesten en demonstraties liepen uit de hand en het leger van president al-Assad bleef hard optreden. Er vielen tienduizenden burgerdoden en nog veel meer inwoners vluchtten naar buurlanden Turkije en Jordanië. De president beloofde enkele keren verbetering, maar dat liep telkens op niets uit. De internationale gemeenschap keurt het geweld ten zeerste af.

Een bombardement op 21 augustus 2013 op de voorsteden van Damascus waarbij chemische wapens waren gebruikt en waarbij honderden doden en duizenden gewonden vielen, leek een kentering in het conflict te worden. Zowel vanuit de VN-Veiligheidsraad als vanuit de VS klonk de roep om ingrijpen. Alvorens echter tot de aanval over te gaan liet president Obama laten weten dit alleen te doen met goedkeuring van het Amerikaanse Congres. Die kwam er niet.

Eind 2013 veroverden het Syrische leger en de rebellen om beurten dorpen op elkaar. In december bombardeerde het regeringsleger Aleppo met zogenaamde 'barrel bombs '; dit is in strijd met het internationaal humanitair recht.

In 2014 kwam er een nieuwe dimensie bij; de opmars van IS. De extreem gewelddadige onderdrukking van burgers in door IS gecontroleerde gebieden, de dreiging voor de rest van de regio en de rol van IS in het verspreiden van terrorisme waren reden voor de internationale gemeenschap om in te grijpen. In augustus 2014 voerden de VS bombardementen uit op stellingen van IS. Hulp aan lokale groeperingen van de EU beperkt zich tot steun de Koerden in noord-Irak.

2.

Houding EU

Al vanaf het begin van het conflict heeft Hoge Vertegenwoordiger Ashton namens de Europese Unie meerdere malen haar bezorgdheid over de toestand in Syrië uitgesproken. Zij veroordeelt het geweld tegen burgers en heeft de regering opgeroepen hiermee te stoppen. Ook riep zij president al-Assad op af te treden.

Sancties

Sindsdien heeft de EU verschillende sancties ingesteld tegen Syrië, om de druk op de president te verhogen. Zo geldt er een strikt wapenembargo, en hebben bijna 200 personen en ruim 50 instanties een inreisverbod naar de EU gekregen, waaronder de president. Daarnaast zijn alle tegoeden die zij bij Europese banken gestald hadden, bevroren. De andere sancties zijn vooral gericht tegen de financiële sector, de gas- en olie-industrie en handel.

In februari 2013 besloten de 27 ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel het wapenembargo aan te passen. De ministers schrapten het niet-dodelijke defensiemateriaal. Kogelvrije vesten, helmen en nachtkijkers mochten toen wel naar Syrië worden getransporteerd, om ze aan de oppositie te leveren.

Veel EU-landen hebben de Syrische ambassadeur uitgezet en de Syrische Nationale Coalitie erkend als vertegenwoordiger van de Syrische bevolking. Het regime van president Assad heeft vooralsnog een ambassadeur in Brussel die er echter alleen nog maar voor de Europese Unie zit. De Benelux-landen hebben in mei 2012 de Syrische ambassadeur 'persona non grata' - niet gewenst - verklaard.

Ook het EU-besluit van eind juli 2013 om de militaire tak van de Libanese Hezbollah op de terreurlijst te zetten, betreft een maatregel tegen één van de steunpilaren van de Syrische machthebbers.

Een gifgasaanval in augustus 2013 door het regime van Assad werd direct door de EU veroordeeld, maar er was grote verdeeldheid onder de lidstaten over de steun voor een gezamenlijke aanval. Het Britse parlement stemde tegen steun voor militair ingrijpen, de Franse president Hollande was voorstander, ondanks de roep om een stemming in het Franse parlement.

Humanitaire hulp & vluchtelingen

De Europese Unie biedt humanitaire hulp aan de Syrische bevolking. Europa is 's werelds grootste donor met betrekking tot de crisis in Syrië. De Europese Commissie stelde in januari 2014 165 miljoen euro extra beschikbaar ten behoeve van humanitaire hulp en lokale initiatieven. Dit kwam bovenop de 147 miljoen euro aan steun die reeds samen met de VN was toegekend in december 2013. 

De vluchtelingenstroom vanuit Syrië richting Europa neemt steeds verder toe. Veel Syriërs proberen illegaal via Turkije Bulgarije binnen te komen. Ook Italië heeft te maken met een groot aantal Syrische vluchtelingen dat in boten de Italiaanse eilanden probeert te bereiken. Alle EU-lidstaten tezamen hebben in 2013 meer dan 35.000 Syrische vluchtelingen opgenomen.

3.

Houding internationale gemeenschap

De VN

De Verenigde Naties hebben actief bemiddeld in het conflict, maar zonder al te veel succes. Verder dan een algemene veroordeling van het geweld en sancties tegen sleutelfiguren in het regime is het in de VN niet gekomen. In de Veiligheidsraad hebben China en Rusland resoluties voor verder ingrijpen tegengehouden.

Wel hebben onderhandelaar het voor elkaar gekregen om toegang te krijgen tot de wapendepots van het Syrische leger, met als doel de chemische wapens te vernietigen. In de zomer van 2014 werd bekend gemaakt dat verreweg het grootste deel van de chemische wapens zou zijn vernietigd.

Een ander klein succes is dat de VN meer hulpkonvooien naar de belegerde burgers mag sturen.

Regionale organisaties

De Arabische Liga en de Gulf Cooperation Council hebben het geweld in Syrië unaniem veroordeelt, met inbegrip van het relatief pro-Syrische Iran. Er zijn sancties ingesteld tegen het regime en de handel wordt beperkt tot essentiële basisbehoeften als voedsel en dergelijke.

4.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven