Burgeroorlog in Syrië

Bashar Al Assad

Na kleinschalige protesten vanaf eind januari werden sinds het midden van maart 2011 in Syrië grootschalige demonstraties georganiseerd. De belangrijkste eisen van de demonstranten waren de vrijlating van duizenden politieke gevangenen en een einde aan de wijdverbreide corruptie in het land. Als gevolg van een toenemende repressie door de regering werd op den duur ook het aftreden van president Bashar al-Assad geëist.

De EU steunt de eisen van de oppositie, verlangt stopzetting van het geweld van het regime tegen de eigen bevolking en wil een vreedzame overgang naar een ander bestuur in Syrië. Er zijn inmiddels door de EU diverse sancties opgelegd om de druk op te voeren, zowel tegen het land als tegen de president en diens familie.

Het Rode Kruis bestempelde het conflict in Syrië in juli 2012 tot burgeroorlog. Zowel regering als rebellen maken zich schuldig aan schendingen van de mensenrechten. Het aanhoudende geweld leidde ertoe dat de speciale gezant en voormalig hoofd van de VN Kofi Annan opstapte. In november 2013 passeerde het aantal doden de grens van 120.000; sindsdien kunnen de Verenigde Naties geen cijfers meer geven over het aantal slachtoffers.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Verloop van protesten

Op 17 maart 2011, de 'Dag van de Waardigheid', demonstreerden honderden burgers in de grote steden van Syrië. Twee dagen later gingen ook burgers in de hoofdstad Damascus de straat op, waarna het regime van president Bashar al-Assad actie ondernam. Politieagenten schoten met scherp op burgers. Hierbij vielen tientallen doden.

Gedurende heel 2011 en 2012 bleef het zeer onrustig in het land. Protesten en demonstraties liepen uit de hand en het leger van president al-Assad bleef hard optreden. Er vielen tienduizenden burgerdoden en nog veel meer inwoners vluchtten naar buurlanden Turkije en Jordanië. De president beloofde enkele keren verbetering, maar dat liep telkens op niets uit. De internationale gemeenschap keurt het geweld ten zeerste af.

Een bombardement op 21 augustus 2013 op de voorsteden van Damascus waarbij chemische wapens waren gebruikt en waarbij honderden doden en duizenden gewonden vielen, leek een kentering in het conflict te worden. Zowel vanuit de VN-Veiligheidsraad als vanuit de VS klonk de roep om ingrijpen. Alvorens echter tot de aanval over te gaan liet president Obama laten weten dit alleen te doen met goedkeuring van het Amerikaanse Congres. Die kwam er niet.

Eind 2013 veroverden het Syrische leger en de rebellen om beurten dorpen op elkaar. In december heeft het regeringsleger zogenaamde 'barrel bombs' op Aleppo gegooid; dit is in strijd met het internationaal humanitair recht.

2.

Aard van het conflict

In tegenstelling tot de andere Arabische opstanden, heeft die van Syrië een sterk sektarisch karakter. Waar de overheid en het leger voornamelijk bestaan uit sjiitische alevieten, zijn de opstandelingen voornamelijk soennitische moslims. Daarom worden de opstandelingen gesteund door de soennitische regimes in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, en wordt het regime gesteund door het sjiitische Iran. Ook zijn er nog diverse etnische minderheden, zoals de Koerden, Druzen, Maronieten, christenen en Armeniërs, en zijn moedjahedien naar Syrië getrokken.

Verder zijn beide partijen ook ernstig versplinterd. Het Vrije Syrische Leger en de Syrische Nationale Raad zijn slechts twee van de vele groeperingen die beweren het Syrische volk te vertegenwoordigen. Onderlinge coördinatie is er nauwelijks, wat het onmogelijk maakt om effectief met de opstandelingen te onderhandelen.

Op 13 december 2012 hebben de Verenigde Staten de Syrische Nationale Coalitie erkend als legitieme vertegenwoordiging van het volk. Een aantal Europese landen, waaronder Nederland, hebben deze coalitie ook erkend. Eerder in december 2012 werd de Syrische Nationale Coalitie in Doha opgericht met als doel te strijden tegen het bewind van president Bashar al-Assad.

3.

Reactie EU

Al vanaf het begin van het conflict heeft Hoge Vertegenwoordiger Ashton namens de Europese Unie meerdere malen haar bezorgdheid over de toestand in Syrië uitgesproken. Zij veroordeelt het geweld tegen burgers en heeft de regering opgeroepen hiermee te stoppen. Ook riep zij president al-Assad op af te treden.

Sindsdien heeft de EU verschillende sancties ingesteld tegen Syrië, om de druk op de president te verhogen. Zo gold er tot 1 juni 2013 een strikt wapenembargo, en hebben meer dan 150 personen en ruim 50 instanties een inreisverbod naar de EU gekregen, waaronder de president. Daarnaast zijn alle tegoeden die zij bij Europese banken gestald hadden, bevroren. De andere sancties zijn vooral gericht tegen de financiële sector, de gas- en olie-industrie en handel.

In februari 2013 besloten de 27 ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel het wapenembargo aan te passen. De ministers schrapten het niet-dodelijke defensiemateriaal. Kogelvrije vesten, helmen en nachtkijkers mcohten toen wel naar Syrië worden getransporteerd, om ze aan de oppositie te leveren.

Veel EU-landen hebben de Syrische ambassadeur uitgezet en de Syrische Nationale Coalitie erkend als vertegenwoordiger van de Syrische bevolking. Het regime van president Assad heeft vooralsnog een ambassadeur in Brussel die er echter alleen nog maar voor de Europese Unie zit. De Benelux-landen hebben in mei 2012 de Syrische ambassadeur 'persona non grata' - niet gewenst - verklaard. Per 1 juni 2013 is het wapenembargo vervallen. Andere maatregelen blijven overeind.

De Europese Unie biedt humanitaire hulp aan de Syrische bevolking. De Europese Commissie stelde in januari 2014 165 miljoen euro extra beschikbaar ten behoeve van humanitaire hulp en lokale initiatieven. Dit kwam bovenop de 147 miljoen euro aan steun die reeds samen met de VN was toegekend in december 2013. 

Ook het EU-besluit van eind juli 2013 om de militaire tak van de Libanese Hezbollah op de terreurlijst te zetten, betreft een maatregel tegen één van de steunpilaren van de Syrische machthebbers.

De gifgasaanval in augustus 2013 werd direct door de EU veroordeeld, maar er was grote verdeeldheid onder de lidstaten over de steun voor een gezamenlijke aanval. Het Britse parlement stemde tegen steun voor militair ingrijpen, de Franse president Hollande voorstander, ondanks de roep om een stemming in het Frans parlement.

De Europese landen zijn inmiddels begonnen met het opnemen van Syrische vluchtelingen. In vergelijking met de in totaal meer dan 6 miljoen ontheemden, gaat het om kleine aantallen.

4.

De Verenigde Naties

Eind maart 2012 wist VN-onderhandelaar en speciaal gezant Kofi Annan president Assad ervan te overtuigen om in te stemmen met een zespuntenplan om het geweld te beteugelen. In eerste instantie moesten de strijdende partijen dagelijks een pauze inlassen in de gevechten om zo humanitaire hulpverleners toegang te geven tot de getroffen gebieden. Ook beloofde Assad dat het Syrische leger geen zwaar materieel meer in zou zetten tegen de eigen burgerbevolking. Uiteindelijk moest het plan voorzien in het stoppen van al het geweld, moesten de Syriërs zelf een proces van politieke verandering inzetten, kwamen alle politieke gevangenen vrij, en moest een aantal burgerlijke vrijheden, zoals het recht op demonstreren, gewaarborgd worden.

Het plan trad in werking op 12 april 2012, maar beide partijen trokken zich weinig aan van de wapenstilstand en zijn doorgegaan met beschietingen. Door tegenwerking van China en Rusland door middel van het uitoefenen van hun vetorecht bij drie resoluties voor het veroordelen van Assad en het opleggen van sancties tegen zijn regering, heeft de VN Veiligheidsraad tot op heden nog geen vredesplan kunnen vaststellen in dit conflict. Beide landen vrezen dat een sterke opstelling van de raad tegen Syrië zal resulteren in een militaire interventie.

In augustus 2012 stapte Annan op als VN-gezant voor Syrië. Hij voelde zich te weinig gesteund door de VN-Veiligheidsraad. Zijn opvolger is voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Algerije Lakhdar Brahimi. Brahimi was eerder VN-gezant in Afghanistan en Irak.

De gifgasaanval in augustus 2013 zorgde voor verdeeldheid in de Veiligheidsraad. Er werd een klacht ingediend bij het Syrische regime, maar Rusland en China eisten harde bewijzen alvorens de dader aan te wijzen.

Aanvankelijk stonden de VS en Rusland lijnrecht tegenover elkaar. In september 2013 wisten zij, met dank aan Russische diplomatieke inspanningen, samen met Syrië tot een akkoord te komen. Op basis van dit akkoord is er eind september een resolutie in de VN-Veiligheidsraad aangenomen. De Syrische overheid moet meewerken aan de inspectie van de wapendepots en de ontmanteling van het arsenaal aan chemische wapens. Het plan hiervoor is opgesteld door de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). 

Vredesbesprekingen tussen de Syrische regering en oppositie onder leiding van diplomaten in Genève, leverden tot nog toe weinig op. Volgens de Britse minister Hague van Buitenlandse Zaken ligt de verantwoordelijkheid hiervoor volledig bij het regime van Assad. Die blokkeerde alle vooruitgang.

Een speciale VN-groep is opgericht om te zorgen dat er meer hulp bij de Syrische burgers komt. Vooral de stad Homs wordt al lange tijd omsingeld door Syrische militairen; hulpverleners proberen voedsel de stad in te brengen en burgers te evacueren. Op 22 februari 2014 werd een resolutie aangenomen die moet leiden tot betere hulpverlening in Syrië. Alle partijen wordt gevraagd burgers te beschermen en hulporganisaties toe te laten. Grootschalige bombardementen worden verboden, net als vatbommen. Als de resolutie wordt geschonden, worde 'verdere stappen' ondernomen.

5.

Reacties van anderen

Naast de VN-Veiligheidsraad veroordeelden de Gulf Cooperation Council, de Arabische Liga en zelfs de regering van Iran (die het regime relatief gunstig gezind is) de reactie op de protesten.

De Arabische Liga besloot in november 2011 Syrië als lid te schorsen, en deed een oproep aan de lidstaten om hun ambassadeurs terug te trekken uit Damascus. Eind november stemden 19 van de 22 leden van de Liga voor verscherpte economische sancties. De gehele Liga, met uitzondering van Irak, Libanon en het geschorste Syrië zelf, zette per direct alle zaken met de centrale bank van Syrië stil. Ook de handel met het land werd met onmiddellijke ingang stilgelegd, met uitzondering van voedsel of elementaire basisbehoeften. Topfiguren uit het Syrische regime zijn niet meer welkom in de lidstaten van de Liga en hun tegoeden zijn bevroren.

In een speciale bijeenkomst op 1 september 2013 riep ook de Arabische Liga de VN en de internationale gemeenschap op tot actie tegen het Syrische regime.

6.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven