RAAD VANBrussel, 13 april 2011 (19.04)
(OR. en) DE EUROPESE UNIE
8606/11 ADD 1 REV 1
AGRI 271 AGRIORG 81 AGRILEG 46 NOTA I/A-PUNT - HERZIEN ADDENDUM
van: het voorzitterschap
aan: het Coreper / de Raad
nr. vorig doc.: 17608/10
Betreft: Conclusies van de Raad over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de gezondheid van honingbijen
-
-Aanneming
CONCLUSIES VAN DE RAAD OVER DE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD OVER DE GEZONDHEID VAN
HONINGBIJEN
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE:
-
1.is zeer verheugd over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de
Raad over de gezondheid van honingbijen (hierna "de mededeling"), die ingaat op de
bezorgdheden van de lidstaten en het Europees Parlement, tot uiting gebracht in zijn resoluties
hierover. De Raad waardeert het werk dat de Commissie aan de opstelling van de mededeling
heeft gespendeerd, gezien de belangrijke economische rol die de bijenteeltsector vervult en
zijn cruciale rol in het vergroten van de biodiversiteit, met name door zijn essentiële bijdrage
op het gebied van bestuiving. Hij is eveneens verheugd over de maatregelen die de
Commissie reeds heeft genomen, zoals de verhoogde bijdrage van de EU voor de periode
2011-2013 voor nationale bijenteeltprogramma's.
-
2.onderkent dat de mededeling een alomvattende benadering van de bijengezondheid bevat en
een goed inzicht geeft in de manier waarop de verschillende factoren die meespelen bij de
gezondheid van bijen, georganiseerd zijn en op elkaar inwerken.
-
3.benadrukt dat, aangezien het door de verschillen in surveillancesystemen en het gebrek aan
representatieve en vergelijkbare gegevens moeilijk is adequate wetenschappelijke kennis over
de bijengezondheid te verwerven, de omvang en de mogelijke oorzaken van het verlies van
bijenkolonies moeten worden bestudeerd en bepaald, zodat toekomstige maatregelen op een
solide en objectieve wetenschappelijke basis kunnen worden gepland. Totdat er meer accurate
kennis is verworven, moeten alle redelijke stappen worden ondernomen om de bijen-
gezondheid te bevorderen en de door verschillende factoren veroorzaakte risico's te beperken,
onder meer door het ontwikkelen van gezamenlijke initiatieven op het niveau van de Europese
Unie.
-
4.benadrukt dat het belangrijk is aandacht aan de bijengezondheid te besteden, aangezien deze
gevoelige dieren vroegtijdige indicatoren zijn van de nadelige effecten van biodiversiteits-
verlies en verontreiniging. In dit verband herinnert hij aan het algemene beginsel van de
algemene strategie voor diergezondheid 2007-2013, namelijk dat "voorkomen beter is dan
genezen".
-
5.benadrukt dat:
-
-de bijengezondheid op holistische en gecoördineerde wijze moet worden aangepakt. Hoewel
de door de Commissie voorgestelde maatregelen nuttig zijn of kunnen zijn, een grondige
follow-up en uitvoering in de komende jaren van cruciaal belang zijn.
-
-moet worden overwogen de onderzoeks- en agrofinanciële activiteiten na 2013 voort te
zetten;
-
-kweekprogramma's die toegespitst zijn op resistentie tegen ziekten en schadelijke
organismen (vooral tegen varroase) moeten worden gesteund;
-
-het bevorderen van goed grondbeheer (in het bijzonder landbouwactiviteiten ter stimulering
van bloemen- en pollenrijke graslanden en akkerranden) en andere agromilieudoelstellingen
van cruciaal belang is voor het vergroten van de biodiversiteit (zoals voorgesteld in de
biodiversiteitsdoelstellingen voor 2020), met inbegrip van de biodiversiteit in de landbouw
en de biodiversiteit van bossen, alsmede voor het behoud van de natuurlijke habitats van
honingbijen, wilde bijen en hommels, gezien hun belangrijke rol in de bestuiving;
-
-Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op
de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en Richtlijn 2009/128/EG van het
Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter
verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden, zodra zij in werking treden een
nieuw kader zullen scheppen voor de toelating en het gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen in de EU.
-
6.Onderstreept dat:
-
-bijenhouders zelf in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de gezondheid van hun
bijen, vooral door de toepassing van goede praktijken voor de bijenteelt en de naleving van
de toepasselijke voorschriften; het is dan ook van essentieel belang dat wordt voorzien in
kwaliteitsvolle opleidingsprogramma's voor bijenhouders in alle lidstaten en dat zij worden
gestimuleerd om daaraan deel te nemen. Nationale deskundigen op het gebied van bijen-
gezondheid zouden deze opleidingsprogramma's kunnen ondersteunen;
-
-de belanghebbenden moeten worden aangemoedigd richtsnoeren betreffende goede
praktijken voor de bijenteelt te ontwikkelen en bij de ontwikkeling van bijenteelt-
programma's en wetgeving ter zake organisaties van bijenhouders te raadplegen;
-
-de ondersteunende activiteiten van nationale deskundigen op het gebied van bijengezond-
heid de plaatselijke bijenhouders mede bewuster kunnen maken van hun verantwoordelijk-
heden en van bijenziekten, en een nuttige bijdrage kunnen vormen voor de veterinaire
autoriteiten;
-
-het opleiden van ambtenaren van de bevoegde autoriteiten van essentieel belang is om de
introductie van exotische bedreigingen voor bijen te voorkomen. Voorts is het belangrijk
dat de lidstaten in bewaking van exotische schadelijke organismen voorzien, zodat deze in
een vroeg stadium kunnen worden ontdekt en onderschept;
-
-wanneer gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen die mogelijk schadelijk
zijn voor bijen, het nuttig zou zijn dat de plaatselijke bijenhouders en landbouwers nauw
samenwerken.
-
7.Verzoekt de Commissie:
-
-het resultaat van het proefprogramma voor bijensurveillance, dat door het onlangs
aangewezen referentielaboratorium van de Europese Unie voor bijengezondheid wordt
gecoördineerd, beschikbaar te stellen aan alle betrokken partijen;
-
-te blijven voorzien in opleiding ten behoeve van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn
voor bijengezondheid;
-
-indien nodig niet-wetgevende instrumenten te ontwikkelen, zoals EU-richtsnoeren inzake
algemene beginselen voor de bestrijding van bepaalde zieken en voor behandelings-
praktijken voor bijen (voornamelijk tegen varroase);
-
-de mogelijkheid te onderzoeken om de farmaceutische sector verdere stimulansen te bieden
zodat de keuze groter wordt en er meer toegelaten geneesmiddelen voor diergeneeskundig
gebruik voor bijen beschikbaar worden;
-
-bij het bestuderen en voorstellen, indien verantwoord, van vereenvoudigde toelatingseisen
voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, rekening te houden met bijen en
andere kleine diersoorten;
-
-de noodzaak van aanvullende voorschriften inzake controles op residuen van verschillende
pesticiden en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in honing te evalueren en de
maatregelen voor te stellen die nodig worden geacht;
-
-de actualisering van de risicobeoordelingsregeling voor gewasbeschermingsmiddelen voort
te zetten, en mogelijke lacunes in de risicobeoordelingsmethode op te sporen en weg te
nemen indien zulks wetenschappelijke significant of relevant voor de gezondheid van bijen
is;
-
-een evaluatie te maken van de behoefte aan financiële steun en financiering van diepgaand
onderzoek naar de bijengezondheid en naar de oorzaken van het toenemende verlies van
bijen, met inbegrip van de ontwikkeling van alternatieve methoden om de belangrijkste
bijenziekten en schadelijke organismen (vooral varroase) te bestrijden;
-
-de behoefte aan financiële steun voor nationale bijenteeltprogramma's voor de periode
na 2013 in overweging te nemen;
-
-bij de herziening van Besluit 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende
bepaalde uitgaven op veterinair gebied rekening te houden met ernstige bijenziekten en
voor bijen schadelijke organismen, teneinde eventueel de financiering van nationale
programma's voor de uitroeiing, bestrijding en bewaking van dergelijke ziekten te dekken.
_______________________

