In maart 2011 kondigde de Portugese minderheidsregering strenge bezuinigingsmaatregelen aan. Het begrotingstekort, en daarmee de staatsschuld, zou anders teveel oplopen. Het wordt in zo'n situatie voor een land steeds moeilijker om geld te lenen omdat het een steeds hogere rente moet betalen. Bovendien is een te hoog begrotingstekort tegen de afspraken van het groei- en stabiliteitspact, dat is bedoeld om overheidsfinanciën van de lidstaten van de EU binnen de perken te houden.
De oppositie vond de plannen te ver gaan. Jose Socrates, premier van de minderheidsregering, diende het ontslag van zijn regering in toen de bezuinigingsmaatregelen werden weggestemd. De financiële markten werden in de daaropvolgende weken langzaam steeds onzekerder over Portugal, en de rente voor Portugese staatsleningen steeg verder. Begin april 2011 kondigde de minister van financiën aan dat zijn land steun wilde van andere Europese landen.
Op 8 april 2011 ontving de Europese Commissie officieel de Portugese steunaanvraag. Op 16 mei gingen de ministers van Financiën van de eurolanden akkoord met een noodlening van 78 miljard euro. In juni 2011 is een nieuwe regering gekozen die nieuwe bezuinigingsplannen presenteerde. Door deze nieuwe bezuinigingen zijn de voorwaarden waaronder Portugal leent, in juli 2011 versoepeld.
Al eerder verzochten Griekenland (april 2010) en Ierland (november 2010) de EU om hulp. De economische crisis had ook in die landen geleid tot oplopende begrotingstekorten.
Portugal heeft al enkele jaren groeicijfers onder het Europees gemiddelde. De werkloosheid ligt iets boven het Europees gemiddelde. En van alle landen met de euro heeft het, op Slowakije en Malta na, het laagste inkomen per hoofd van bevolking.
De bezuinigen hingen van twee zaken af. Ten eerste de uitslag van de verkiezingen die op 5 juni 2011 werden gehouden. Ten tweede van de voorwaarden die aan de financiële hulp gesteld werden.
In april 2011 werd duidelijk dat het overheidstekort van Portugal groter was dan tot dan toe werd aangenomen. In plaats van 8,6 procent zou het begrotingstekort 9,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen. De Portugese minister van Economische Zaken Jose Vieira da Silva stelde meteen dat het verschil te wijten was aan een andere statistische werkwijze, en dat er "geen verborgen tekorten in de Portugese overheidsfinanciën" zouden zitten.
Portugal heeft al tien jaar lang de laagste economische groei van de eurozone. Volgens de toenmalige IMF-topman Dominique Strauss-Kahn zou de financiële steun helpen de overheidsfinanciën op orde te krijgen, de concurrentiepositie van Portugal te verbeteren en de financiële sector te stabiliseren.
Op 5 mei 2011 maakte eurocommissaris Olli Rehn (economische en monetaire zaken) bekend dat de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) Portugal financieel zullen steunen met 78 miljard euro. Het bedrag wordt tegen een gemiddelde rente van 5,1 procent aan Portugal uitgeleend. Omdat Portugal in deze constructie veel minder rente over staatsleningen hoeft te betalen dan op de financiële markten, krijgt de Portugese overheid wat meer ademruimte.
Op 16 mei gingen de ministers van Financiën van de eurolanden akkoord met de noodlening. Hierbij werd afgesproken dat het begrotingstekort van Portugal in 2013 op 3 procent van het bruto binnenlands product moet uitkomen. Ook moet het land voor meer economische groei en banen zorgen door onder meer het socialezekerheidsstelsel te hervormen. De Europese Commissie en het IMF zullen erop toezien dat Portugal aan deze eisen zal voldoen. Pas wanneer Portugal stappen onderneemt om dit te bereiken mag het land gebruik maken van het noodfonds.
Na de verkiezingen van 5 juni maakte de nieuwe premier Pedro Passos Coelho de bezuinigingen bekend. Zo werd onder andere de belasting op elektriciteit en gas verhoogd en werd er een streep gezet door plannen om een hoge snelheidslijn aan te leggen naar Spanje. Na het bekend maken van deze bezuinigingen kreeg Portugal groen licht van het IMF, de ECB en de Europese Commissie om gebruik te maken van het noodpakket.
Kredietbeoordelaar Moody's verlaagde de kredietwaardigheid van Portugal op 6 juli met vier stappen tot 'junkstatus'. Volgens de analisten van Moody's zou de kans dat Portugal opnieuw steun van de EU nodig zou hebben groot zijn. De Europese Commissie bekritiseerde de nieuwe beoordeling van Portugal en stelde zich te bezinnen op nieuwe regels voor kredietbeoordelaars. Met de slechtere beoordeling zal het voor Portugal moeilijker worden om op de kapitaalmarkt geld aan te trekken.
In reactie hierop heeft de Europese Centrale Bank de eisen die worden gesteld aan het Portugees staatspapier voorlopig versoepeld. Dit betekent dat ook bij verdere afwaardering door kredietbeoordelaars, de Portugese staatsleningen nog steeds als onderpand voor leningen bij de ECB gebruikt mogen worden. Normaal zou dit bij een lage waardering niet het geval zijn.
Op de Eurotop van 21 juli 2011 is besloten dat de voorwaarden waaronder landen geld lenen uit het noodfonds worden aangepast. De looptijd van de leningen aan Portugal zijn verlengd, en de rente is verlaagd.
Het IMF en de EU concludeerden op 2 september 2011 dat Portugal voldoet aan de voorwaarde voor nieuwe financiële steun. Het gaat hierbij om een bedrag van 11,5 miljard euro, wat onderdeel is van de eerder toegekende noodlening van 78 miljard euro.
Op 5 juni 2011 hield Portugal vervroegde verkiezingen. In twee weken werd er een nieuwe regering gevormd die de crisis het hoofd moest gaan bieden. De door de regering ingezette en geplande hervormingen zijn vervolgens door de Europese Commissie, de ECB en het IMF bestudeerd. Zij waren tevreden over de plannen, en Portugal heeft nu toestemming om het noodfonds ook echt te mogen gebruiken.
Met deze goede berichten leek Portugal ook wat vertrouwen bij de kredietbeoordelaars te hebben herwonnen. Op 13 januari 2012 verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor's de kredietwaardigheid van Portugal echter met twee niveaus.
In december 2011 bleek dat het Portugese begrotingstekort over 2011 uitkwam op 4,5 procent van het bruto binnenlands product. De doelstelling was dat deze vermindering van het tekort pas in 2012 bereikt zou worden. Hiermee zitten de Portugezen dan ook ruimschoots onder de eis die het IMF en de EU stelden na het toekennen van de noodlening.
Portugal kreeg in 2011 6 miljard euro aan tegoeden van pensioenfondsen van de banken bijgeschreven, en was daardoor zo snel in staat het begrotingstekort terug te dringen. Het land werd door inspecteurs van de EU en het IMF geprezen om de bezuinigingen die het doorgevoerd had, maar zij benadrukten wel dat maatregelen die het begrotingstekort structureel omlaag brengen nadrukkelijk aandacht verdienen.
In januari 2012 haalde de Europese Unie via obligatieleningen met een lange looptijd van 30 jaar 3 miljard euro aan steun op voor het noodfonds voor de eurolanden. Hiermee wordt de looptijd van de lengingen aan Portugal langer, wat zou moeten helpen in het afbouwen van de schulden die Portugal heeft. In april 2012 haalde de Europese Unie nog eens 1,8 miljard euro aan obligatieleningen op ten behoeve van Portugal, ditmaal met een looptijd van 26 jaar.
Portugal is het eerste land dat heeft ingestemd met het nieuwe Europess pact voor striktere begrotingsdiscipline. Als minstens twaalf eurolanden het verdrag hebben geratificeerd, treedt het in werking.
- Eurocrisis door begrotingstekort en staatsschuld eurolanden
- Begrotingstekort en staatsschuld Griekenland
- Begrotingstekort en staatsschuld Ierland
- Begrotingstekort Spanje
- Staatsschuld Italië
- Europees Monetair Fonds of noodfonds voor eurolanden
- Financieel toezicht
- Beleid coördinatie nationale economieën
