Ontwerp-verordening (EU) nr. …/… van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VANBrussel, 17 maart 2011 (22.03)

(OR. en) DE EUROPESE UNIE

7848/11

Interinstitutioneel dossier: 2010/0276 (CNS)

ECOFIN 150 UEM 52 NOTA

van: het secretariaat-generaal van de Raad

aan: de delegaties

Betreft: Ontwerp-verordening (EU) nr. .../... van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

Ontwerp-verordening (EU) nr. .../... van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97

van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij

buitensporige tekorten.

________________________

Bijlage:

BIJLAGE

ONTWERP-

VERORDENING (EU) Nr. .../... VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en

verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 14,

tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het voorstel voor een wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement ,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (ECB),

Handelend volgens de bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De coördinatie van het economische beleid van de lidstaten binnen de Unie zoals voor-

geschreven door het Verdrag impliceert de naleving van de volgende grondbeginselen:

stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een houdbare

betalingsbalans.

(2) Het stabiliteits- en groeipact bestond aanvankelijk uit Verordening (EG) nr. 1466/97 van de

Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht

op en de coördinatie van het economisch beleid , Verordening (EG) nr. 1467/97 van de

Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van

de procedure bij buitensporige tekorten en de resolutie van de Europese Raad van

17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en groeipact . De Verordeningen (EG) nr. 1466/97

en (EG) nr. 1467/97 zijn in 2005 gewijzigd bij respectievelijk Verordening (EG)

nr. 1055/2005 en Verordening (EG) nr. 1056/2005. Daarnaast is het verslag van de Raad van

20 maart 2005 met als titel "De uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren"

goedgekeurd.

(3) Het stabiliteits- en groeipact gaat uit van gezonde overheidsfinanciën als middel ter

versterking van de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die

berust op financiële stabiliteit en bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid.

(4) Het gemeenschappelijk kader voor economische governance dient te worden versterkt,

onder meer wat het begrotingstoezicht betreft, in overeenstemming met de hoge mate van

integratie die de economieën van de lidstaten binnen de Europese Unie, en met name in de

eurozone, hebben bereikt.

(5) De regels voor de begrotingsdiscipline dienen te worden aangescherpt, met name door een

prominentere rol in te ruimen voor het niveau en de ontwikkeling van de schuld en de

algemene houdbaarheid.

(6) De toepassing van de bestaande procedure bij buitensporige tekorten op basis van zowel het

tekortcriterium als het schuldcriterium vereist de bepaling van een cijfermatige graadmeter

om te beoordelen of de verhouding tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands

product in voldoende mate afneemt en de referentiewaarde in een bevredigend tempo

benadert.

(7) De niet-inachtneming van de cijfermatige graadmeter voor de schuldvermindering volstaat

niet om vast te stellen dat er een buitensporig tekort bestaat; het volledige scala van

relevante factoren die de Commissie in haar verslag krachtens artikel 126, lid 3, van het

Verdrag heeft behandeld, moet in aanmerking worden genomen. Meer bepaald kan de

beoordeling van de invloed van de conjunctuur en de samenstelling van de "omvang-

stroomaanpassing" (stock-flow adjustment) op de schuldontwikkeling volstaan om de

vaststelling van een buitensporig tekort op basis van het schuldcriterium uit te sluiten.

(8) Indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands product de

referentiewaarde niet overschrijdt, dient bij de vaststelling van het bestaan van een

buitensporig tekort op grond van het tekortcriterium en in de daaraan voorafgaande stappen

het volledige scala van relevante factoren in aanmerking te worden genomen die in het

verslag van de Commissie krachtens artikel 126, lid 3, van het Verdrag worden behandeld.

(9) Bij het in aanmerking nemen van hervormingen van de pensioenstelsels als een van de

relevante factoren is het doorslaggevende criterium de vraag of deze hervormingen de

langetermijnhoudbaarheid van het gehele pensioenstelsel ten goede komen zonder de risico's

voor de begrotingssituatie op middellange termijn te vergroten.

(10) In het verslag van de Commissie krachtens artikel 126, lid 3, van het Verdrag dient de

kwaliteit van het nationale begrotingskader op passende wijze in aanmerking te worden

genomen, aangezien dit kader cruciaal is als fundering van de begrotingsconsolidatie en van

houdbare overheidsfinanciën. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de

minimumvoorschriften van Richtlijn [...] van de Raad tot vaststelling van voorschriften

voor de begrotingskaders van de lidstaten, alsook met andere overeengekomen wenselijke

nalevingsaspecten van de begrotingsdiscipline.

(11) Het is nodig dat in de aanbevelingen en aanmaningen van de Raad om de buitensporig-

tekortsituaties te verhelpen, jaarlijkse begrotingsdoelstellingen worden vermeld die stroken

met de vereiste verbetering van de conjunctuurgezuiverde begroting, ongerekend eenmalige

en tijdelijke maatregelen, en op grond waarvan kan worden nagegaan of aan die

aanbevelingen en aanmaningen gevolg wordt gegeven. Het benchmark "jaarlijkse

verbetering van ten minste 0,5% van het bbp" moet in dat verband worden opgevat als een

gemiddelde op jaarbasis.

(12) Of er effectief gevolg is gegeven aan aanbevelingen kan beter worden beoordeeld indien

wordt uitgegaan van de mate waarin de doelstellingen voor de overheidsuitgaven worden

gehaald in combinatie met de mate waarin de geplande specifieke maatregelen aan de

ontvangstenzijde worden uitgevoerd.

(13) Om te beoordelen of de termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort kan worden

verlengd, dient speciale aandacht te worden besteed aan ernstige economische neergang

voor de eurozone of voor de EU als geheel, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de

begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.

(14) De financiële sancties waarin artikel 126, lid 11, van het Verdrag voorziet, moeten in

sterkere mate worden toegepast, zodat deze er werkelijk toe aanzetten gevolg te geven aan

de aanmaningen krachtens artikel 126, lid 9.

(15) Om te waarborgen dat het kader voor begrotingstoezicht van de Unie door de deelnemende

lidstaten in acht wordt genomen, dienen er op grond van artikel 136 van het Verdrag op

regels gebaseerde sancties te worden bepaald die billijke, tijdige en doeltreffende

mechanismen voor de naleving van de regels van het stabiliteits- en groeipact garanderen.

(16) De verwijzingen in Verordening (EG) nr. 1467/97 moeten worden aangepast aan de nieuwe

artikelnummering van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met de

vervanging van Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad door Verordening (EG)

nr. 479/2009 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de toepassing van het aan het

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de

procedure bij buitensporige tekorten .

(17) Verordening (EG) nr. 1467/97 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    Artikel 1 wordt vervangen door:

"Artikel 1

  • 1. 
    Deze verordening bevat bepalingen voor het bespoedigen en verduidelijken van de

procedure bij buitensporige tekorten. Die procedure heeft tot doel buitensporige overheids-

tekorten te ontmoedigen en, indien dergelijke tekorten ontstaan, deze spoedig te doen

corrigeren, waarbij de inachtneming van de begrotingsdiscipline wordt beoordeeld op basis

van de criteria voor het overheidstekort en de overheidsschuld.

  • 2. 
    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "deelnemende lidstaten" verstaan

de lidstaten die de euro als munt hebben.".

  • 2. 
    Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

"1. Wanneer een overheidstekort de referentiewaarde overschrijdt, wordt dit tekort

overeenkomstig artikel 126, lid 2, onder a), tweede streepje, van het Verdrag geacht

van uitzonderlijke aard te zijn, indien de overschrijding wordt veroorzaakt door een

ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een

aanzienlijk effect heeft op de financiële positie van de overheid, of indien zij wordt

veroorzaakt door een ernstige economische neergang.";

  • b) 
    het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Wanneer de verhouding tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands

product (bbp) de referentiewaarde overschrijdt, wordt deze verhouding in overeen-

stemming met artikel 126, lid 2, onder b), van het Verdrag geacht in voldoende mate

af te nemen en de referentiewaarde in een bevredigend tempo te benaderen indien het

verschil ten opzichte van de referentiewaarde in de voorafgaande drie jaren met

ongeveer een twintigste per jaar is verminderd. Het schuldcriterium wordt ook geacht

te zijn vervuld indien de budgettaire prognoses van de Commissie erop wijzen dat de

vereiste vermindering van het verschil ten opzichte van de referentiewaarde zich zal

voordoen in de periode van drie jaar waartoe de twee jaren behoren die volgen op het

laatste jaar waarvoor de gegevens beschikbaar zijn. Voor een lidstaat waartegen op

[in te voegen - datum van vaststelling van deze verordening] een buitensporig-

tekortprocedure loopt en gedurende een periode van drie jaar vanaf de correctie van

het buitensporige tekort, wordt het schuldcriterium geacht te zijn vervuld wanneer de

betrokken lidstaat, naar het oordeel van de Raad in zijn adviezen betreffende het

stabiliteits- of het convergentieprogramma van die lidstaat, voldoende vooruitgang in

de richting van inachtneming maakt.";

  • c) 
    lid 3 wordt vervangen door:

"3. Bij de opstelling van een verslag krachtens artikel 126, lid 3, van het Verdrag

neemt de Commissie alle relevante factoren in aanmerking, zoals gesteld in dat

artikel. Het verslag geeft een deugdelijke afspiegeling van de middellangetermijn-

ontwikkelingen in de economische situatie (met name potentiële groei, heersende

conjunctuuromstandigheden, uitvoering van beleidsmaatregelen in het kader van de

preventie en correctie van de macro-economische onevenwichtigheden) en van de

middellangetermijnontwikkelingen in de begrotingssituatie (met name de

inspanningen voor begrotingsconsolidatie in "goede tijden", overheidsinvesteringen,

de uitvoering van beleid in het kader van de gemeenschappelijke groeistrategie voor

de Unie en de algehele kwaliteit van de overheidsfinanciën, in het bijzonder de

doeltreffendheid van de nationale begrotingskaders. In het verslag wordt ook een

analyse gemaakt van de dynamiek en de houdbaarheid van de overheidsschuld (in

het bijzonder van risicofactoren, zoals onder meer de looptijdstructuur en valuta-

samenstelling van de schuld, de "omvang-stroomaanpassing" (stock-flow

adjustment) en de samenstelling daarvan, de opgebouwde reserves en andere

financiële activa; garanties, met name die welke met de financiële sector verband

houden; impliciete verplichtingen die met vergrijzing en de particuliere schuld

verband houden, voor zover deze een latente impliciete verplichting voor de overheid

vormen). Bovendien worden alle andere factoren die volgens de betrokken lidstaat

relevant zijn voor een uitvoerige kwalitatieve beoordeling van de overschrijding van

de referentiewaarde, en die deze lidstaat aan de Commissie en de Raad kenbaar heeft

gemaakt, naar behoren door de Commissie in aanmerking genomen. In dat verband

moet bijzondere aandacht gaan naar financiële bijdragen ter bevordering van de

internationale solidariteit en ter verwezenlijking van EU-beleidsdoelen, waaronder in

het bijzonder schuld in de vorm van bilaterale en multilaterale steun tussen lidstaten

in het kader van het waarborgen van de financiële stabiliteit.";

  • d) 
    lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Commissie en de Raad verrichten een evenwichtige algehele beoordeling van

alle relevante factoren, en met name van de mate waarin die factoren, als

verzwarende of verzachtende omstandigheden, van invloed zijn op de beoordeling of

het tekortcriterium en/of het schuldcriterium in acht worden genomen. Indien de

verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp de referentiewaarde overschrijdt,

wordt bij de nalevingsbeoordeling op basis van het tekortcriterium in de in

artikel 126, leden 4, 5, en 6, van het Verdrag bedoelde stappen die leiden naar het

besluit over het bestaan van een buitensporig tekort, alleen rekening met deze

factoren gehouden indien volledig is voldaan aan de tweeledige voorwaarde van het

overkoepelende principe, namelijk dat het overheidstekort dicht bij de

referentiewaarde blijft en de overschrijding van de referentiewaarde slechts van

tijdelijke aard is.

Bij de nalevingsbeoordeling op basis van het schuldcriterium wordt in de stappen die

leiden tot het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort echter wel rekening

gehouden met deze factoren.";

  • e) 
    lid 5 wordt vervangen door:

"5. Bij het beoordelen van de naleving van het tekort- en het schuldcriterium en bij

alle daaropvolgende stappen van de buitensporigtekortprocedure houden de

Commissie en de Raad naar behoren rekening met de toepassing van pensioen-

hervormingen waarbij een meerpijlersysteem wordt ingevoerd dat een verplichte

pijler met volledige kapitaaldekking en de nettokosten van de openbaar beheerde

pijler omvat. Er wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de kenmerken van

het algehele pensioenstelsel zoals dat er na de hervorming uitziet, en met name aan

de vraag of het bevorderlijk is voor de houdbaarheid op lange termijn zonder de

risico's voor de begrotingssituatie op middellange termijn te vergroten.";

  • f) 
    lid 7 wordt vervangen door:

"7. In het geval van lidstaten waarvan het tekort de referentiewaarde overschrijdt als

gevolg van de toepassing van een pensioenhervorming waarbij een meerpijlerstelsel

is ingevoerd dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat, nemen de

Commissie en de Raad bij hun beoordeling van ontwikkelingen in de tekortcijfers in

de buitensporigtekortprocedure ook de kosten van de hervorming van de openbaar

beheerde pijler in aanmerking, zolang het tekort niet aanzienlijk boven een niveau

komt dat als dicht bij de referentiewaarde kan worden beschouwd, en de schuldquote

de referentiewaarde niet overschrijdt, op voorwaarde dat de algehele houdbaarheid

van de begroting gehandhaafd blijft. Deze nettokosten worden ook in aanmerking

genomen in het door de Raad krachtens artikel 126, lid 12, van het Verdrag, te

nemen besluit tot intrekking van sommige of alle van de in artikel 126, leden 6 tot en

met 9 en lid 11, van het Verdrag, bedoelde besluiten, indien het tekort in aanzienlijke

mate en voortdurend is afgenomen en een niveau heeft bereikt dat de referentie-

waarde benadert.".

  • 3. 
    Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    lid 2 wordt vervangen door:

"2. Indien de Commissie, ten volle rekening houdend met het in lid 1 bedoelde

advies, van mening is dat er een buitensporig tekort bestaat, richt zij een advies en

een voorstel voor een besluit tot de Raad overeenkomstig artikel 126, leden 5 en 6,

van het Verdrag.";

  • b) 
    in lid 3 wordt de verwijzing naar "artikel 4, leden 2 en 3, van Verordening (EG)

nr. 3605/93" vervangen door een verwijzing naar "artikel 3, leden 2 en 3, van

Verordening (EG) nr. 479/2009";

  • c) 
    lid 4 wordt vervangen door:

"4. In de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 7, van het Verdrag

wordt een termijn van ten hoogste zes maanden bepaald waarbinnen de betrokken

lidstaat daaraan effectief gevolg moet geven. Indien de situatie zulks wettigt, kan de

termijn waarbinnen de betrokken lidstaat daaraan effectief gevolg moet geven,

worden ingekort tot drie maanden. In de aanbeveling van de Raad wordt tevens een

termijn bepaald voor het corrigeren van het buitensporige tekort, dat, behoudens

bijzondere omstandigheden, binnen het jaar nadat het is geconstateerd, verholpen

moet zijn. In de aanbeveling verzoekt de Raad de lidstaat dat hij jaarlijkse

begrotingsdoelstellingen realiseert die op grond van de prognoses die aan de

aanbeveling ten grondslag liggen, stroken met een minimale jaarlijkse verbetering

van ten minste 0,5% van het bbp als benchmark in zijn conjunctuurgezuiverde

begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen, teneinde het

buitensporige tekort binnen de in de aanbeveling vastgestelde termijn te corrigeren."

  • d) 
    het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

"4 bis. De betrokken lidstaat brengt binnen de in lid 4 bedoelde termijn verslag uit

aan de Commissie en de Raad over het aan de aanbeveling van de Raad krachtens

artikel 126, lid 7, van het Verdrag gegeven gevolg. Het verslag bevat de doel-

stellingen voor de overheidsuitgaven en voor de discretionaire maatregelen aan de

ontvangstenzijde welke stroken met de aanbeveling van de Raad krachtens

artikel 126, lid 7, van het Verdrag, alsook informatie over de genomen maatregelen

en over de aard van de voorgenomen maatregelen om de doelstellingen te bereiken.

Het verslag wordt gepubliceerd.";

  • e) 
    lid 5 wordt vervangen door:

"5. Indien effectief gevolg is gegeven aan een aanbeveling krachtens artikel 126,

lid 7, van het Verdrag, en indien zich na de goedkeuring van de aanbeveling

onverwachte ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve

weerslag op de openbare financiën voordoen, kan de Raad, op aanbeveling van de

Commissie, een herziene aanbeveling krachtens artikel 126, lid 7, van het Verdrag

vaststellen. Bij de herziene aanbeveling, waarin rekening wordt gehouden met de in

artikel 2, lid 3, van deze verordening genoemde relevante factoren, kan met name de

termijn die is bepaald voor het corrigeren van het buitensporige tekort worden

verlengd, in de regel met een jaar. De Raad beoordeelt op basis van de in zijn

aanbeveling vervatte economische prognoses of er sprake is van onverwachte

ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de

openbare financiën. In geval van een ernstige economische neergang van de

eurozone of de EU als geheel kan de Raad ook besluiten om op basis van een

aanbeveling van de Commissie een herziene aanbeveling krachtens artikel 126, lid 7,

van het Verdrag vast te stellen, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting

op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.".

  • 4. 
    In artikel 4 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Bij de beoordeling of aan zijn aanbevelingen overeenkomstig artikel 126, lid 7,

van het Verdrag, effectief gevolg is gegeven, baseert de Raad zich bij zijn besluit op

het verslag dat de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 3, lid 4 bis, van deze

verordening heeft ingediend en op de tenuitvoerlegging daarvan, alsook op eventuele

andere publiekelijk aangekondigde besluiten van de regering van de betrokken

lidstaat.

Wanneer de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, vaststelt dat de betrokken

lidstaat geen effectief gevolg aan zijn aanbevelingen heeft gegeven, brengt hij

verslag uit aan de Europese Raad.

De Europese Commissie kan door middel van een missie controles ter plaatse

verrichten. Voor de deelnemende lidstaten en de lidstaten die aan het WKM2

deelnemen, worden deze missies in samenwerking met de ECB verricht. De

Commissie brengt aan de Raad verslag uit over het resultaat van de missie en kan

besluiten haar bevindingen bekend te maken.".

  • 5. 
    Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    lid 1 wordt vervangen door:

"1. Een besluit van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 9, van het Verdrag, om

de betrokken deelnemende lidstaat aan te manen maatregelen te treffen om het tekort

te verminderen, wordt genomen binnen twee maanden nadat de Raad overeen-

komstig artikel 126, lid 8, van het Verdrag heeft vastgesteld dat geen effectief gevolg

aan zijn aanbevelingen is gegeven. In de aanmaning verlangt de Raad dat de lidstaat

jaarlijkse begrotingsdoelstellingen realiseert die op grond van de aan de aanmaning

ten grondslag liggende prognoses stroken met een minimale jaarlijkse verbetering

van ten minste 0,5% van het bbp als benchmark in zijn conjunctuurgezuiverde

begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen, teneinde het

buitensporige tekort binnen de in de aanmaning vastgestelde termijn te corrigeren.

De Raad reikt ook maatregelen aan die bevorderlijk zijn voor het bereiken van deze

doelstellingen.";

  • b) 
    het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Na de aanmaning van de Raad krachtens artikel 126, lid 9, van het Verdrag

brengt de betrokken lidstaat verslag uit aan de Commissie en de Raad over het

gevolg dat aan de aanmaning van de Raad is gegeven. Het verslag bevat de doel-

stellingen voor de overheidsuitgaven en voor de discretionaire maatregelen aan de

ontvangstenzijde, alsook informatie over het aan specifieke aanbevelingen van de

Raad gegeven gevolg, teneinde de Raad in staat te stellen, indien nodig, het besluit

overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening te nemen. Het verslag wordt

gepubliceerd.";

  • c) 
    lid 2 wordt vervangen door:

"2. Indien effectief gevolg is gegeven aan een aanmaning krachtens artikel 126, lid 9,

van het Verdrag en indien er zich na de vaststelling van die aanmaning onverwachte

ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de

openbare financiën voordoen, kan de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een

herziene aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, van het Verdrag vaststellen. Bij de

herziene aanmaning, waarin rekening wordt gehouden met de in artikel 2, lid 3, van

deze verordening genoemde relevante factoren, kan met name de termijn die is

bepaald voor het corrigeren van het buitensporige tekort worden verlengd, in de regel

met een jaar. De Raad beoordeelt op basis van de in zijn aanmaning vervatte

economische prognoses of er sprake is van onverwachte ongunstige economische

gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën. In

geval van een ernstige economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel

kan de Raad ook op basis van een aanbeveling van de Commissie besluiten om een

herziene aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, van het Verdrag vast te stellen, op

voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor

niet in gevaar komt.".

  • 6. 
    Artikel 6 wordt vervangen door:

"Artikel 6

  • 1. 
    Bij de beoordeling of aan zijn aanmaning overeenkomstig artikel 126, lid 9, van het

Verdrag, effectief gevolg is gegeven, baseert de Raad zich bij zijn besluit op het verslag

dat de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 5, lid 1 bis, van deze verordening heeft

ingediend en op de tenuitvoerlegging daarvan, alsook op eventuele andere publiekelijk

aangekondigde besluiten van de regering van de betrokken lidstaat.

  • 2. 
    Wanneer aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 126, lid 11, van het

Verdrag is voldaan, legt de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 11, sancties op. Een

besluit daartoe wordt genomen uiterlijk vier maanden na het besluit van de Raad om

overeenkomstig artikel 126, lid 9, de betrokken deelnemende lidstaat aan te manen

maatregelen te nemen.".

  • 7. 
    In artikel 7 wordt de verwijzing naar "artikel 4, leden 2 en 3, van Verordening

(EG) nr. 3605/93" vervangen door een verwijzing naar "artikel 3, leden 2 en 3, van

Verordening (EG) nr. 479/2009".

  • 8. 
    Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Een besluit van de Raad om overeenkomstig artikel 126, lid 11, van het Verdrag de

sancties aan te scherpen, wordt genomen uiterlijk twee maanden na de in Verordening

(EG) nr. 479/2009 vastgestelde termijnen voor het verstrekken van gegevens. Een besluit

van de Raad om al zijn besluiten of sommige daarvan overeenkomstig artikel 126, lid 12,

van het Verdrag in te trekken, wordt zo spoedig mogelijk genomen en in ieder geval

uiterlijk twee maanden na de in Verordening (EG) nr. 479/2009 vastgestelde termijnen

voor het verstrekken van gegevens.".

  • 9. 
    In artikel 9, lid 3, wordt de verwijzing naar "artikel 6" vervangen door een verwijzing naar

"artikel 6, lid 2".

  • 10. 
    Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    in lid 1 wordt de aanhef van de eerste alinea vervangen door:

"1. De Commissie en de Raad controleren regelmatig de tenuitvoerlegging van de

maatregelen:";

verwijzing naar "Verordening (EG) nr. 479/2009".

  • 11. 
    Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Telkens wanneer de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 11, van het Verdrag besluit

sancties aan een deelnemende lidstaat op te leggen, wordt in de regel een boete verlangd.

De Raad kan besluiten om naast deze boete de andere maatregelen toe te passen waarin

wordt voorzien bij artikel 126, lid 11, van het Verdrag.".

  • 12. 
    Artikel 12 wordt vervangen door:

"Artikel 12

  • 1. 
    Het bedrag van de boete bestaat uit een vast bestanddeel, gelijk aan 0,2% van het bbp,

en een variabel bestanddeel. Het variabele bestanddeel bedraagt een tiende van het verschil

tussen het als percentage van het bbp uitgedrukte tekort in het voorgaande jaar en hetzij de

referentiewaarde van het overheidstekort, hetzij, indien ook uit hoofde van het schuld-

criterium niet aan de begrotingsdiscipline is voldaan, het overheidssaldo als percentage van

het bbp dat overeenkomstig de aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, van het Verdrag in

hetzelfde jaar zou moeten zijn verwezenlijkt.

  • 2. 
    Elk daaropvolgend jaar, totdat het besluit omtrent het bestaan van een buitensporig

tekort wordt ingetrokken, beoordeelt de Raad of de betrokken deelnemende lidstaat

effectief gevolg heeft gegeven aan de aanmaning van de Raad overeenkomstig artikel 126,

lid 9, van het Verdrag. In deze jaarlijkse beoordeling besluit de Raad overeenkomstig

artikel 126, lid 11, van het Verdrag de sancties aan te scherpen, tenzij de betrokken

deelnemende lidstaat de aanmaning van de Raad in acht heeft genomen. Indien tot een

aanvullende boete wordt besloten, wordt deze op dezelfde wijze berekend als het variabele

bestanddeel van de in lid 1 omschreven boete.

  • 3. 
    Een boete als bedoeld in de leden 1 en 2 mag in geen geval meer bedragen dan 0,5% van

het bbp.".

  • 13. 
    Artikel 13 wordt ingetrokken en de verwijzing naar dat artikel in artikel 15 wordt

vervangen door een verwijzing naar "artikel 12".

  • 14. 
    Artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16

De in artikel 12 van deze verordening bedoelde boeten vormen andere ontvangsten, als

bedoeld in artikel 311 van het Verdrag, en worden toegewezen aan de Europese Faciliteit

voor financiële stabiliteit. Zodra door de lidstaten die de euro als munt hebben, een ander

stabilisatiemechanisme voor de verlening van financiële steun wordt ingesteld teneinde de

stabiliteit van de eurozone in haar geheel te waarborgen, worden de boeten aan laatst-

bedoeld mechanisme toegewezen.".

  • 15. 
    Alle verwijzingen naar "artikel 104" worden in de gehele verordening vervangen door

verwijzingen naar "artikel 126 van het Verdrag".

  • 16. 
    In punt 2 van de bijlage worden de verwijzingen in kolom I naar "artikel 4, leden 2 en 3,

van Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad" vervangen door verwijzingen naar "artikel

3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te,

Voor de Raad

De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie