RAAD VANBrussel, 17 maart 2011 (23.03)
(OR. en) DE EUROPESE UNIE
7843/11
Interinstitutioneel dossier: 2010/0280 (COD)
ECOFIN 146 UEM 48 CODEC 442 NOTA
van: het secretariaat-generaal van de Raad
aan: de delegaties
Betreft: Ontwerp-verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotings- situaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid
Ontwerp-verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG)
nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de
coördinatie van het economisch beleid.
________________________
Bijlage:
BIJLAGE
ONTWERP-
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 6,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De coördinatie van het economische beleid van de lidstaten binnen de Unie zoals
voorgeschreven door het Verdrag dient de inachtneming van de volgende grondbeginselen
in te houden: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities en een
(2) Het stabiliteits- en groeipact bestond aanvankelijk uit Verordening (EG) nr. 1466/97 van de
Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht
op en de coördinatie van het economisch beleid , Verordening (EG) nr. 1467/97 van de
Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van
de procedure bij buitensporige tekorten en de resolutie van de Europese Raad van
17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en groeipact . De Verordeningen (EG) nr. 1466/97
en (EG) nr. 1467/97 zijn in 2005 gewijzigd bij respectievelijk Verordening (EG)
nr. 1055/2005 en Verordening (EG) nr. 1056/2005. Daarnaast is het verslag van de Raad van
20 maart 2005 met als titel "De uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren"
goedgekeurd.
(3) Het stabiliteits- en groeipact gaat uit van gezonde overheidsfinanciën als middel ter
versterking van de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die
berust op financiële stabiliteit en bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid.
(4) Het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact vereist dat lidstaten een budgettaire
middellangetermijndoelstelling verwezenlijken en handhaven en daartoe stabiliteits- en
convergentieprogramma's indienen.
(5) De inhoud van de stabiliteits- en convergentieprogramma's, alsook de criteria voor de
toetsing ervan dienen verder te worden aangepast in het licht van de ervaring die met de
tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact is opgedaan.
(5 bis) Het indienen en beoordelen van stabiliteits- en convergentieprogramma's moet plaatsvinden
voordat belangrijke besluiten over de nationale begrotingen voor de daaropvolgende jaren
worden genomen. Daarom moet een aparte termijn worden vastgesteld voor het indienen
van de stabiliteits- en convergentieprogramma's. Gelet op de specifieke kenmerken van het
begrotingsjaar in het Verenigd Koninkrijk moeten bijzondere bepalingen worden vastgesteld
voor de datum waarop de Britse convergentieprogramma's moeten worden ingediend.
(6) Het handhaven van de budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de begrotings-
situaties dient de lidstaten in staat te stellen een veiligheidsmarge ten opzichte van de
referentiewaarde van 3% van het bbp in acht te nemen om snel vooruitgang in de richting
van een houdbare begrotingssituatie te kunnen boeken en om voor budgettaire manoeuvreer-
ruimte te zorgen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoefte aan
overheidsinvesteringen. De budgettaire middellangetermijndoelstelling dient regelmatig te
worden geactualiseerd volgens een gezamenlijk overeengekomen methode waarin naar
behoren rekening wordt gehouden met de risico's van de expliciete en impliciete
verplichtingen voor de overheidsfinanciën, overeenkomstig de doelstellingen van het
stabiliteits- en groeipact.
(7) De verplichting om de budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken en in stand te
houden, moet operationeel worden gemaakt door de beginselen voor het aanpassingstraject
ter verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling nauwkeurig te
omschrijven.
(8) De verplichting tot verwezenlijking en instandhouding van de middellangetermijn-
doelstelling dient zowel voor deelnemende lidstaten als voor lidstaten met een derogatie te
(9) Of met betrekking tot de budgettaire middellangetermijndoelstelling voldoende vooruitgang
is geboekt, wordt beoordeeld in het kader van een algehele evaluatie met het structurele
saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven ongerekend
discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde. In dit verband zou, zolang de
budgettaire middellangetermijndoelstelling niet is verwezenlijkt, het groeipercentage van de
overheidsuitgaven normaliter niet hoger mogen liggen dan een middellangetermijn-
referentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp, waarbij een overschrijding van die
norm wordt opgevangen door discretionaire verhogingen van de overheidsontvangsten, en
discretionaire verminderingen van de ontvangsten worden gecompenseerd door uitgaven-
reducties. Voor het berekenen van het middellangetermijnreferentiepercentage voor de
potentiële groei van het bbp wordt gezamenlijk een methode overeengekomen die door de
lidstaten wordt gevalideerd. Er moet rekening worden gehouden met de potentieel zeer grote
variabiliteit van de investeringsuitgaven, vooral wat de kleine lidstaten betreft.
(9 bis) Een sneller aanpassingstraject ter verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijn-
doelstellingen moet verplicht worden gesteld voor lidstaten die een schuldquote van meer
dan 60% van het bbp hebben of die een duidelijk risico lopen wat de algehele houdbaarheid
van de schuldpositie betreft.
(10) Een tijdelijke afwijking van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de middellange-
termijndoelstelling dient te worden toegestaan wanneer deze het gevolg is van een
ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een aanzienlijk
effect heeft op de financiële positie van de overheid, dan wel in geval van een ernstige
economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel, om het economisch herstel te
bevorderen, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn
daardoor niet in gevaar komt. Bij het toestaan van een tijdelijke afwijking van de
verwezenlijking van de middellangetermijndoelstelling of van het passende aanpassings-
traject daar naartoe moet ook worden bekeken of er grote structurele hervormingen worden
doorgevoerd, op voorwaarde dat er een veiligheidsmarge voor de inachtneming van de
tekortreferentiewaarde wordt aangehouden. Bijzondere aandacht dient in dit verband te
worden besteed aan systemische pensioenhervormingen, waarbij de afwijking de directe
incrementele kosten van het afleiden van de bijdragen van de openbaar beheerde pijler naar
de pijler met volledige kapitaaldekking moet weerspiegelen. Maatregelen waarbij de activa
van de pijler met volledige kapitaaldekking weer naar de openbaar beheerde pijler worden
getransfereerd moeten als eenmalig en tijdelijk worden beschouwd en dienen derhalve niet
te worden meegenomen in het structurele saldo, dat als uitgangspunt dient voor het
beoordelen van de vooruitgang met betrekking tot de budgettaire middellangetermijn-
(11) Wanneer aanzienlijk van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de budgettaire
middellangetermijndoelstelling wordt afgeweken, dient de Commissie een waarschuwing te
richten tot de betrokken lidstaat, waarna de Raad binnen een maand de situatie beoordeelt en
een aanbeveling doet voor het nemen van de nodige aanpassingsmaatregelen. De
aanbeveling dient een termijn vast te stellen van uiterlijk vijf maanden om de afwijking te
verhelpen. De betrokken lidstaat dient bij de Commissie verslag uit te brengen over het aan
de waarschuwing gegeven gevolg. Geeft de betrokken lidstaat geen passend gevolg aan de
waarschuwing binnen de door de Raad vastgestelde termijn, dan dient de Raad een
aanbeveling aan te nemen waarin dit wordt vastgesteld en verslag uit te brengen aan de
Europese Raad. De Commissie kan, in verbinding met de ECB voor de lidstaten van de
eurozone en voor lidstaten die deel uitmaken van WKM2, een controlemissie uitvoeren. De
Commissie zal verslag uitbrengen bij de Raad over het resultaat van de missie en kan
besluiten haar bevindingen openbaar te maken.
(12) Om te waarborgen dat het kader voor begrotingstoezicht van de Unie door de deelnemende
lidstaten in acht wordt genomen, dient op grond van artikel 136 van het Verdrag een
specifiek handhavingsmechanisme te worden ingesteld voor gevallen waarin sprake is van
een aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de budgettaire
middellangetermijndoelstelling.
(13) De verwijzingen in Verordening (EG) nr. 1466/97 moeten worden aangepast aan de nieuwe
artikelnummering van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(14) Verordening (EG) nr. 1466/97 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1466/97 wordt als volgt gewijzigd:
-
1.Artikel 2 wordt vervangen door:
"Artikel 2
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "deelnemende lidstaten" verstaan de
lidstaten die de euro als munt hebben, en onder "lidstaten met een derogatie" de andere
lidstaten dan die welke de euro als munt hebben.".
-
2.Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
a)
-
a)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
-
i)punt a) wordt vervangen door:
"a) de budgettaire middellangetermijndoelstelling en het aanpassingstraject met het
oog op het bereiken van deze doelstelling voor de overschot/tekortquote van de
overheid, de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, het
geplande groeipad van de overheidsuitgaven, waarbij in het bijzonder de in artikel 5,
lid 1, vastgestelde voorwaarden en criteria voor het bepalen van de uitgavengroei
voor ogen worden gehouden, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij
ongewijzigd beleid en een kwantificering van de geplande discretionaire maatregelen
-
ii)punt c) wordt vervangen door:
"c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische
beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgenomen om de doelstellingen van
het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele
hervormingen met rechtstreekse kostenbesparende effecten op de lange termijn,
mede door verhoging van de potentiële groei;"
-
b)lid 3 wordt vervangen door:
"3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de
schuldquote van de overheid, de groei van de overheidsuitgaven, het geplande
groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande
discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de belangrijkste economische
aannames als bedoeld in lid 2, onder a) en b), worden op jaarbasis verstrekt en
hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie
volgende jaren.".
-
3.Artikel 4 wordt vervangen door:
"Artikel 4
-
1.De stabiliteitsprogramma's worden jaarlijks ingediend in april, bij voorkeur medio april
en uiterlijk 30 april.
-
4.Artikel 5 wordt vervangen door:
"Artikel 5
-
1.Op basis van beoordelingen door de Commissie en het Economisch en Financieel
Comité toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121
van het Verdrag de door de betrokken lidstaat gepresenteerde budgettaire middellange-
termijndoelstelling, beoordeelt hij of de economische aannames waarop het programma is
gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting budgettaire middellange-
termijndoelstelling passend is en of de met het oog op de inachtneming van het
aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire
middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen.
Bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijn-
doelstelling onderzoekt de Raad of de betrokken lidstaat de jaarlijkse verbetering van zijn
conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke
maatregelen, die nodig is om zijn budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken,
nastreeft, met 0,5% van het bbp als benchmark. Voor lidstaten die een schuldquote van
meer dan 60% van het bbp hebben of een duidelijk risico lopen wat de algehele
houdbaarheid van de schuldpositie betreft, onderzoekt de Raad of de jaarlijkse verbetering
van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke
maatregelen, groter is dan 0,5% van het bbp. De Raad neemt in aanmerking of in
economisch goede tijden een grotere aanpassing wordt nagestreefd, terwijl in economisch
slechte tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is. Er wordt met name rekening
gehouden met mee- en tegenvallers.
Of met betrekking tot de budgettaire middellangetermijndoelstelling voldoende
vooruitgang is geboekt, wordt beoordeeld in het kader van een algehele evaluatie met het
structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven
ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde. Hiertoe gaat de Raad na of
het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de
genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, voldoet aan de volgende
voorwaarden:
-
a)voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben
verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een middellangetermijn-
referentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp, tenzij de overschrijding
door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;
-
b)voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben
verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een percentage beneden
een middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp,
tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde
wordt gecompenseerd. Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven
en een middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp
wordt op zodanige wijze bepaald dat een passende aanpassing richting budgettaire
middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;
-
c)voor lidstaten die hun budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben
verwezenlijkt, worden discretionaire verminderingen van overheidsontvangsten
gecompenseerd door uitgavenreducties, door discretionaire verhogingen van andere
overheidsontvangsten of door beide.
In de totale uitgaven wordt geen rekening gehouden met de rente-uitgaven, de uitgaven in
het kader van EU-programma's die volledig met inkomsten uit EU-fondsen worden
gefinancierd en niet-discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheids-
uitkeringen.
Een overschrijding van de middellangetermijnreferentie voor de uitgavengroei, wordt niet
als een afwijking van de benchmark aangemerkt indien deze overschrijding volledig wordt
gecompenseerd door bij wet geregelde stijgingen van de inkomsten.
Het middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp wordt
vastgesteld op basis van toekomstgerichte prognoses en van op resultaten uit het verleden
gebaseerde ramingen. De prognoses worden op gezette tijden geactualiseerd.
Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijn-
doelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet hebben bereikt, en bij het toestaan van
een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor lidstaten die de doelstelling wel hebben
bereikt, met dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming
van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn, en dat een terugkeer naar de
budgettaire middellangetermijndoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht,
houdt de Raad rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen die op de
lange termijn rechtstreekse kostenbesparende effecten hebben, mede doordat zij de
potentiële groei verhogen, en bijgevolg een verifieerbare positieve invloed op de
langetermijnhoudbaarheid van de openbare financiën hebben.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan pensioenhervormingen die gepaard gaan met de
invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking
omvat. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het
aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling of van de
doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking het bedrag van de directe
incrementele gevolgen van de hervorming voor de overschot/tekortquote van de overheid
moet weerspiegelen en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de tekort-
referentiewaarde wordt aangehouden.
De Raad onderzoekt voorts of de inhoud van het stabiliteitsprogramma het verwezenlijken
van duurzame convergentie binnen de eurozone en de nauwere coördinatie van het
economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt
met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie.
Tengevolge van een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat
valt en een aanzienlijk effect heeft op de financiële positie van de overheid, dan wel in
perioden van ernstige economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel kan de
lidstaten een tijdelijke afwijking van het in de tweede alinea bedoelde aanpassingstraject
ter verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling worden toegestaan,
op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet
in gevaar komt.
-
2.De toetsing van het stabiliteitsprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten hoogste
drie maanden na indiening van het programma. Op aanbeveling van de Commissie en na
raadpleging van het Economisch en Financieel Comité brengt de Raad indien nodig advies
uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig artikel 121 van het Verdrag van
mening is dat de doelstellingen en de inhoud van het programma moeten worden
aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar het aanpassingstraject ter verwezenlijking
van de middellangetermijndoelstelling, verzoekt de Raad in zijn advies de betrokken
lidstaat zijn programma aan te passen.".
-
5.Artikel 6 wordt vervangen door:
"Artikel 6
-
1.Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, van het
Verdrag, beziet de Raad, op basis van de door de deelnemende lidstaten verstrekte
gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte
evaluatie, de uitvoering van de stabiliteitsprogramma's, met name om vast te stellen of de
feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire
middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject ter verwezenlijking
van die doelstelling.
-
2.Indien er sprake is van een aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject ter
verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling als bedoeld in artikel 5,
lid 1, tweede alinea, en ter voorkoming van het ontstaan van een buitensporig tekort, richt
de Commissie overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag een waarschuwing tot de
betrokken lidstaat.
Binnen een maand na de aanneming van de waarschuwing door de Commissie onderzoekt
de Raad de situatie en neemt hij een aanbeveling voor de nodige aanpassingsmaatregelen
aan op grond van een aanbeveling van de Commissie uit hoofde van artikel 121, lid 4, van
het Verdrag. De aanbeveling stelt een termijn vast van uiterlijk vijf maanden om de
afwijking te verhelpen. De termijn wordt ingekort tot drie maanden wanneer in de
waarschuwing van de Commissie wordt bevonden dat de situatie bijzonder ernstig is en tot
dringende maatregelen noopt.
De betrokken lidstaat brengt binnen de door de Raad in de aanbeveling uit hoofde van
artikel 121, lid 4, vastgestelde termijn verslag uit aan de Raad over het aan die aanbeveling
Indien de betrokken lidstaat binnen de gestelde termijn geen passend gevolg geeft aan de
aanbeveling, neemt de Raad, op basis van een aanbeveling van de Commissie
overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag onmiddellijk een aanbeveling aan
waarin dat wordt vastgesteld en brengt hij verslag uit aan de Europese Raad. Nadat de
aanbeveling is aangenomen kan de Commissie, in samenwerking met de ECB, een
controlemissie uitvoeren. De Commissie brengt verslag uit bij de Raad over het resultaat
van de missie en kan besluiten haar bevindingen openbaar te maken.
-
3.Een afwijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling of van het passende
aanpassingstraject ter verwezenlijking ervan wordt beoordeeld op grond van een algehele
evaluatie met het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de
uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde als omschreven in
artikel 5, lid 1.
Of een afwijking als aanzienlijk moet worden aangemerkt, wordt onder meer beoordeeld
op basis van de volgende criteria.
Wanneer een lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling niet heeft gehaald,
wordt bij de beoordeling van de verandering in het structureel saldo de afwijking als
aanzienlijk aangemerkt wanneer zij ten minste 0,5% van het bbp bedraagt in één jaar of ten
minste gemiddeld 0,25% per jaar in twee opeenvolgende jaren; bij het beoordelen van de
ontwikkelingen in de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de inkomsten-
zijde, wordt de afwijking als aanzienlijk aangemerkt wanneer de totale invloed ervan op
het overheidssaldo ten minste 0,5% van het bbp in één jaar of cumulatief in twee opeen-
volgende jaren bedraagt.
De afwijking in de ontwikkeling van de uitgaven wordt niet als aanzienlijk aangemerkt
indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling heeft
verwezenlijkt of overtroffen, rekening houdend met de mogelijkheid van aanzienlijke
meevallers aan de inkomstenzijde, en indien de begrotingsplannen van het convergentie-
programma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.
Een afwijking kan beschouwd worden als niet aanzienlijk wanneer deze het gevolg is van
een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een
aanzienlijk effect heeft op de financiële positie van de overheid, dan wel in geval van een
ernstige economische neergang van de eurozone of de EU als geheel, op voorwaarde dat de
houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.".
-
6.Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)lid 1 wordt vervangen door:
"1. Elke lidstaat met een derogatie verstrekt aan de Raad en de Commissie met het
oog op het regelmatige multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121 van het
Verdrag de nodige informatie in de vorm van een convergentieprogramma, dat een
essentiële basis verschaft voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die
bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid.";
-
b)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
-
i)punt a) wordt vervangen door:
"a) de budgettaire middellangetermijndoelstelling en het aanpassingstraject ter
verwezenlijking van deze doelstelling voor de overschot/tekortquote van de
overheid, de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, het
geplande groeipad van de overheidsuitgaven, waarbij in het bijzonder de in artikel 9,
lid 1, vastgestelde voorwaarden en criteria voor het bepalen van de uitgavengroei
voor ogen worden gehouden, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij
ongewijzigd beleid en een kwantificering van de geplande discretionaire maatregelen
aan de ontvangstenzijde, de middellangetermijndoelstellingen voor het monetaire
beleid, de relatie tussen deze doelstellingen en de prijs- en wisselkoersstabiliteit en
het verwezenlijken van duurzame convergentie;";
-
ii)punt c) wordt vervangen door:
"c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische
beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgenomen om de doelstellingen van
het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele
hervormingen met rechtstreekse kostenbesparende effecten op de lange termijn,
mede door verhoging van de potentiële groei;";
-
c)lid 3 wordt vervangen door:
'3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de
schuldquote van de overheid, de groei van de overheidsuitgaven, het geplande
groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande
discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de belangrijkste economische
aannames als bedoeld in lid 2, onder a) en b), worden op jaarbasis verstrekt en
hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie
volgende jaren.".
-
7.Artikel 8 wordt vervangen door:
"Artikel 8
-
1.De convergentieprogramma's worden jaarlijks ingediend in april, bij voorkeur vóór
medio april en uiterlijk 30 april.
-
8.Artikel 9 wordt vervangen door:
"Artikel 9
-
1.Op basis van beoordelingen door de Commissie en het Economisch en Financieel
Comité toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121
van het Verdrag de door de betrokken lidstaten gepresenteerde budgettaire middellange-
termijndoelstellingen, beoordeelt hij of de economische aannames waarop het programma
is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting budgettaire middellange-
termijndoelstelling passend is en of de met het oog op de inachtneming van het
aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire
middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen.
Bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijn-
doelstelling neemt de Raad in aanmerking of in economisch goede tijden een grotere
aanpassing wordt nagestreefd, terwijl in economisch slechte tijden een minder zware
inspanning toelaatbaar is. Voor WKM2-lidstaten onderzoekt de Raad of de betrokken
lidstaat de jaarlijkse verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo,
ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, die nodig is om zijn budgettaire
middellangetermijndoelstelling te bereiken, nastreeft, met 0,5% van het bbp als
benchmark. Voor lidstaten die een schuldquote van meer dan 60% van het bbp hebben of
een duidelijk risico lopen wat de algehele houdbaarheid van de schuldpositie betreft,
onderzoekt de Raad of de jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotings-
saldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, groter is dan 0,5% van
het bbp.
Of met betrekking tot de budgettaire middellangetermijndoelstelling voldoende
vooruitgang is geboekt, wordt beoordeeld in het kader van een algehele evaluatie met het
structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven
ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde. Hiertoe gaat de Raad na of
het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de
genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, voldoet aan de volgende
-
a)voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben
verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een middellangetermijn-
referentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp, tenzij de overschrijding
door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;
-
b)voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben
verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een percentage beneden
een middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp,
tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde
wordt gecompenseerd. Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven
en een middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp
wordt op zodanige wijze bepaald dat een passende aanpassing richting budgettaire
middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;
-
c)voor lidstaten die hun budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben
verwezenlijkt, worden discretionaire verminderingen van overheidsontvangsten
gecompenseerd door uitgavenreducties, door discretionaire verhogingen van andere
overheidsontvangsten of door beide.
In de totale uitgaven wordt geen rekening gehouden met de rente-uitgaven, de uitgaven in
het kader van EU-programma's die volledig met inkomsten uit EU-fondsen worden
gefinancierd en niet-discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheids-
uitkeringen.
Een overschrijding van de middellangetermijnreferentie voor de uitgavengroei, wordt niet
als een afwijking van de benchmark aangemerkt indien deze overschrijding volledig wordt
gecompenseerd door bij wet geregelde stijgingen van de inkomsten.
Het middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp wordt
vastgesteld op basis van toekomstgerichte prognoses en van op resultaten uit het verleden
gebaseerde ramingen. De prognoses worden op gezette tijden geactualiseerd.
Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijn-
doelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet hebben bereikt, en bij het toestaan van
een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor lidstaten die de doelstelling wel hebben
bereikt, met dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming
van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn, en dat een terugkeer naar de
budgettaire middellangetermijndoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht,
houdt de Raad rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen die op de
lange termijn rechtstreekse kostenbesparende effecten hebben, mede doordat zij de
potentiële groei verhogen, en bijgevolg een verifieerbare positieve invloed op de
langetermijnhoudbaarheid van de openbare financiën hebben.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan pensioenhervormingen die gepaard gaan met de
invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking
omvat. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het
aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling of van de
doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking het bedrag van de directe
incrementele gevolgen van de hervorming voor de overschot/tekortquote van de overheid
moet weerspiegelen en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de tekort-
referentiewaarde wordt aangehouden.
De Raad onderzoekt voorts of de inhoud van het convergentieprogramma het
verwezenlijken van duurzame convergentie en de nauwere coördinatie van het economisch
beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met de
globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie.
Voorts onderzoekt de Raad voor de WKM2-lidstaten of de inhoud van het convergentie-
programma een probleemloze deelname aan het wisselkoersmechanisme waarborgt.
Tengevolge van een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat
valt en een aanzienlijk effect heeft op de financiële positie van de overheid, dan wel in
perioden van ernstige economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel kan de
lidstaten een tijdelijke afwijking van het in de tweede alinea bedoelde aanpassingstraject
ter verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling worden toegestaan,
op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet
-
2.De toetsing van het convergentieprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten
hoogste drie maanden na de indiening van het programma. Op aanbeveling van de
Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité brengt de Raad
indien nodig advies uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig artikel 121
van het Verdrag van mening is dat de doelstellingen en de inhoud van het programma
moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar het aanpassingstraject ter
verwezenlijking van de middellangetermijndoelstelling, verzoekt de Raad in zijn advies de
betrokken lidstaat zijn programma aan te passen.".
-
9.Artikel 10 wordt vervangen door:
"Artikel 10
-
1.Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, van het
Verdrag, volgt de Raad, op basis van de door de lidstaten met een derogatie verstrekte
gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte
evaluatie, de uitvoering van de convergentieprogramma's, met name om vast te stellen of
de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire
middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject ter verwezenlijking
van die doelstelling.
Tevens beziet de Raad het economisch beleid van de lidstaten met een derogatie tegen de
achtergrond van de doelstellingen van het convergentieprogramma, teneinde zich ervan te
vergewissen dat hun beleid op stabiliteit is gericht, en aldus distorsies in de reële-
wisselkoersverhoudingen en buitensporige schommelingen van de nominale wisselkoersen
te vermijden.
-
2.Indien er een aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van
de budgettaire middellangetermijndoelstelling als bedoeld in artikel 9, lid 1, tweede alinea,
wordt vastgesteld en ter voorkoming van een buitensporig tekort, richt de Commissie
overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag een waarschuwing tot de betrokken
Binnen een maand na de aanneming van de waarschuwing door de Commissie onderzoekt
de Raad de situatie en neemt hij een aanbeveling voor de nodige aanpassingsmaatregelen
aan op grond van een aanbeveling van de Commissie uit hoofde van artikel 121, lid 4, van
het Verdrag. De aanbeveling stelt een termijn vast van uiterlijk vijf maanden om de
afwijking te verhelpen. De termijn wordt ingekort tot drie maanden wanneer in de
waarschuwing van de Commissie wordt bevonden dat de situatie bijzonder ernstig is en tot
dringende maatregelen noopt.
De betrokken lidstaat brengt binnen de door de Raad in de aanbeveling uit hoofde van
artikel 121, lid 4, vastgestelde termijn verslag uit aan de Raad over het aan die aanbeveling
gegeven gevolg.
Indien de betrokken lidstaat binnen de gestelde termijn geen passend gevolg geeft aan de
aanbeveling, neemt de Raad, op basis van een aanbeveling van de Commissie
overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag onmiddellijk een aanbeveling aan
waarin dat wordt vastgesteld en brengt hij verslag uit aan de Europese Raad. Nadat de
aanbeveling is aangenomen kan de Commissie in verbinding met de ECB voor WKM2-
lidstaten, een toezichtsmissie uitvoeren. De Commissie brengt verslag uit bij de Raad over
het resultaat van de missie en kan besluiten haar bevindingen openbaar te maken.
Een afwijking van het passende aanpassingstraject ter verwezenlijking van de budgettaire
middellangetermijndoelstelling wordt beoordeeld op grond van een algehele evaluatie met
het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven
ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde als omschreven in
artikel 9, lid 1.
Of een afwijking als aanzienlijk moet worden aangemerkt, wordt onder meer beoordeeld
op basis van de volgende criteria.
Wanneer een lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling niet heeft gehaald,
wordt bij de beoordeling van de verandering in het structureel saldo de afwijking als
aanzienlijk aangemerkt wanneer zij ten minste 0,5% van het bbp bedraagt in één jaar of ten
minste gemiddeld 0,25% per jaar in twee opeenvolgende jaren; bij het beoordelen van de
ontwikkelingen in de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de inkomsten-
zijde, wordt de afwijking als aanzienlijk aangemerkt wanneer de totale invloed ervan op
het overheidssaldo ten minste 0,5% van het bbp in één jaar of cumulatief in twee opeen-
volgende jaren bedraagt. De afwijking in de ontwikkeling van de uitgaven wordt niet als
aanzienlijk aangemerkt indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijn-
doelstelling heeft verwezenlijkt of overtroffen, rekening houdend met de mogelijkheid van
aanzienlijke meevallers aan de inkomstenzijde, en indien de begrotingsplannen van het
convergentieprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar
brengen.
Een afwijking kan beschouwd worden als niet aanzienlijk wanneer deze het gevolg is van
een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een
aanzienlijk effect heeft op de financiële positie van de overheid, dan wel in geval van een
ernstige economische neergang van de eurozone of de EU als geheel, op voorwaarde dat de
houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.".
-
11.Alle verwijzingen naar "artikel 99" worden in de gehele verordening vervangen door
verwijzingen naar "artikel 121".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van haar bekendmaking in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
__________
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

