RAAD VAN Brussel, 24 februari 2011 (25.02)
(OR. en) DE EUROPESE UNIE 6985/11 Interinstitutioneel dossier: 2008/0028 (COD) DENLEG 33 SAN 36 CONSOM 10 CODEC 306 AGRI 168 INGEKOMEN DOCUMENT van:
de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie ingekomen: 22 februari 2011 aan: de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie Betreft: MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake het standpunt van de Raad in eerste lezing over de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan de consumenten Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2011) 77 definitief Bijlage: COM(2011) 77 definitief
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 22.2.2011 COM(2011) 77 definitief 2008/0028 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake het standpunt van de Raad in eerste lezing over de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan de consumenten
2008/0028 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake het standpunt van de Raad in eerste lezing over de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan
de consumenten
-
1.ACHTERGROND Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2008) 40 definitief 2008/0028(COD)): 1 februari 2008 Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: 18 september 2008 Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: 16 juni 2010 Toezending van het gewijzigde voorstel: [*] Politiek akkoord: 7 december 2010 Vaststelling van het standpunt van de Raad: 21 februari 2011 * Rekening houdend met de ontwikkelingen in de Raad na de eerste lezing in het Europees Parlement stelde de Commissie geen gewijzigd voorstel op maar maakte haar standpunt over de amendementen van het Parlement bekend in een mededeling van de Commissie over het gevolg dat is gegeven aan de adviezen en resoluties die het Europees Parlement heeft uitgebracht en aangenomen in de vergadering van juni 2010 (document SP(2010) 6136) dat op 29 september 2010 naar het Europees Parlement is gestuurd).
-
2.DOEL VAN HET VOORSTEL VAN
DE COMMISSIE Het voorstel consolideert en actualiseert twee belangrijke gebieden van de etiketteringswetgeving, namelijk de algemene voedsel- en de voedingswaarde- etikettering, die respectievelijk worden bestreken door de Richtlijnen 2000/13/EG
en 90/496/EEG
. Het voorstel herschikt ook zes andere richtlijnen betreffende de etikettering van bepaalde categorieën levensmiddelen. De doelstellingen van dit voorstel zijn:
de vereenvoudiging van de levensmiddelenetiketteringswetgeving door het creëren van een enkel instrument voor beginselen en vereisten voor horizontale etiketteringsvoorschriften met betrekking tot
de algemene en de
voedingswaarde-etikettering;
de opname van specifieke bepalingen inzake de verantwoordelijkheden in de gehele voedselketen ten aanzien van de aanwezigheid en de nauwkeurigheid van voedselinformatie;
de vaststelling van meetbare criteria voor bepaalde aspecten van de leesbaarheid van de levensmiddelenetikettering; de verduidelijking van de regels die van toepassing zijn op de vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst op het etiket;
de invoering van de verplichte voedingswaarde-etikettering in het hoofdgezichtsveld voor de meeste verwerkte levensmiddelen;
de vaststelling van een governancesysteem voor bepaalde aspecten van de vrijwillige levensmiddelenetikettering via bekrachtiging door de lidstaten.
-
3.OPMERKINGEN OVER HET STANDPUNT VAN
DE RAAD
3.1. Algemene opmerkingen Het Europees Parlement (EP) heeft zijn standpunt in eerste lezing op 16 juni 2010 vastgesteld. De Commissie heeft 113 van de 247 in eerste lezing aangenomen amendementen volledig, gedeeltelijk of in beginsel aanvaard omdat zij van mening was dat deze amendementen het voorstel van de Commissie verhelderden of verbeterden en in overeenstemming waren met het algemene doel van het voorstel. Hoewel het standpunt van de Raad dat op 21 februari 2011 in eerste lezing is vastgesteld, grotendeels overeenkomt met het doel van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, wijkt het er op sommige punten van af. De Commissie heeft zich niet verzet tegen het politieke akkoord over de tekst om het mogelijk te maken dat het wetgevingsproces verder vordert. De Commissie heeft in de bijgevoegde verklaring aan de Raad echter te kennen gegeven dat de amendementen van het EP waarvan zij had aangegeven dat zij deze kon aanvaarden, niet in de tekst van het voorzitterschap zijn opgenomen, met name het voorschrift om bepaalde voedingswaarde-informatie op de voorkant van de verpakking aan te brengen.
3.2. Door de Commissie aanvaarde amendementen van het Europees Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het standpunt van de Raad in eerste lezing zijn opgenomen Vermelding van de oorsprong op het etiket Het standpunt van het EP in eerste lezing stelde voor dat de oorsprong verplicht op het etiket moest worden vermeld voor vlees, pluimvee, zuivelproducten, verse groenten en fruit, andere uit een enkel ingrediënt bestaande producten, en vlees en vis wanneer deze als ingrediënt in verwerkte levensmiddelen worden gebruikt (amendement 101). Er bestaat reeds verplichte etiketteringswetgeving voor groenten en fruit, rundvlees, wijn, olijfolie en ingevoerd pluimvee, en onlangs is door de Commissie een voorstel
ingediend dat tot doel heeft een rechtsgrondslag te creëren voor de mogelijke verplichte vermelding van de plaats van het landbouwbedrijf voor alle landbouwsectoren, na de nodige effectbeoordelingen. In haar mededeling over het advies van het EP heeft de Commissie, onder voorbehoud van herformulering, het amendement van het EP aanvaard voor een uitbreiding van het aantal gevallen waarbij de oorsprong verplicht op het etiket moet worden vermeld voor primaire basislevensmiddelen die geen wezenlijke/significante verwerking hebben ondergaan en over het algemeen worden beschouwd als uit een enkel ingrediënt bestaande producten, onder voorbehoud van
de inwerkingtreding van gedelegeerde maatregelen, gebaseerd
op effectbeoordelingen. De Commissie heeft ook aangegeven dat om rekening te houden met de verwachtingen van de consumenten en de praktische problemen in verband met specifieke levensmiddelen, de toepassing van de verplichte vermelding van de oorsprong op het etiket afhankelijk moet worden gesteld van de inwerkingtreding van gedelegeerde maatregelen, gebaseerd op effectbeoordelingen, die met name vaststellen hoe informatie over de herkomst van alle levensmiddelen of specifieke categorieën van levensmiddelen moet worden verstrekt. Het standpunt van de Raad in eerste lezing behelst de verplichte vermelding van de oorsprong op het etiket voor onverwerkt vlees van varkens (varkensvlees), schapen, geiten en pluimvee, afhankelijk van de goedkeuring van uitvoeringsvoorschriften binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening. De Raad stelt ook voor dat de Commissie binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de verordening bij het EP en de Raad een verslag indient over de verplichte vermelding van de oorsprong op het etiket van: melk; als een ingrediënt in zuivelproducten gebruikte melk; als een ingrediënt gebruikt vlees; onverwerkte levensmiddelen; uit een enkel ingrediënt bestaande producten; en ingrediënten die meer dan 50% van een levensmiddel uitmaken. De Commissie kan de verplichte etikettering voor varkens-, pluimvee-, schapen- en geitenvlees aanvaarden. De Commissie meent echter dat in het licht van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) de toepassing van dit voorschrift dient te geschieden via gedelegeerde handelingen, aangezien het hierbij gaat om quasi-wetgevingselementen (bijvoorbeeld de bepaling van het passende geografische niveau). Deze gedelegeerde handelingen moeten worden vastgesteld in het kader van specifieke bepalingen van de Unie die van toepassing zijn op de varkens-, schapen-, geiten- en pluimveevleessectoren. De wetstekst moet in het licht van het VWEU dienovereenkomstig worden aangepast. De maatregelen voor de toepassing van dit voorschrift moeten met name rekening houden met het feit dat moet worden vermeden dat de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de
handhavingsautoriteiten onnodige en excessieve administrative lasten opgelegd krijgen. Dit moet ervoor zorgen dat waardevolle informatie aan de consumenten wordt verstrekt en tegelijkertijd wordt vermeden dat dergelijke maatregelen het concurrentievermogen ondermijnen, het handelsverkeer verstoren en onevenredige kosten voor bedrijven en consumenten veroorzaken. De Commissie is van mening dat het door de Raad voorgestelde verslag over de uitbreiding van de vermelding van de oorsprong op het etiket tot andere levensmiddelen recht doet aan de belangstellling van het EP voor de verplichte vermelding van de oorsprong op het etiket voor andere levensmiddelen en tegelijkertijd een aanpak mogelijk maakt die rekening kan houden met de verwachtingen van de consumenten en de praktische problemen in verband met specifieke levensmiddelen, als aangegeven in het antwoord van de Commissie aan het EP, en compatibel is met de aanpak in het voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wat de vermelding van de oorsprong op het etiket betreft (COM(2010) 738). Hier is de Commissie van mening dat het beginsel aanvaardbaar is, maar dat de tekst uit juridisch oogpunt anders kan worden geformuleerd. Surrogaat-/vervangingslevensmiddelen: het amendement van het EP dat misleidende praktijken betreffende "surrogaatlevensmiddelen" (amendement 78) uitdrukkelijk verbiedt, is door de Commissie als gedeeltelijk aanvaardbaar beschouwd. De aanpak van de Raad in eerste lezing waarbij de algemene bepalingen betreffende misleidende presentatie worden aangescherpt, is in lijn met het standpunt van de Commissie over de amendementen van het EP en kan worden geaccepteerd. Het standpunt van de Raad inzake de opneming in de bijlage van een voorschrift dat bepaalt dat de bestanddelen of ingrediënten ter vervanging van die waarvan een consument verwacht dat zij normaliter worden gebruikt of van nature aanwezig zijn, duidelijk op het etiket (en niet alleen in de ingrediëntenlijst) moeten worden vermeld, kan door de Commissie worden aanvaard om een compromis te bereiken. De Commissie accepteert echter niet dat de naam van het levensmiddel of het ingrediënt wordt omschreven als bijvoorbeeld product ter "vervanging" van kaas of ham, enz. of als "namaakkaas" of "namaakham", als voorgesteld in amendement 230 van het EP. Etikettering van "nano"-ingrediënten: het standpunt van het EP dat met behulp van de nanotechnologie vervaardigde ingrediënten als zodanig moeten worden geëtiketteerd (amendement 130) is in beginsel door de Commissie aanvaard. Het voorstel van de Raad tot opneming van een kruisverwijzing naar de definitie "technisch vervaardigde nanomaterialen" en het voorschrift om in de lijst van ingrediënten te vermelden dat dergelijke ingrediënten aanwezig zijn, is voor de Commissie aanvaardbaar. Het standpunt van de Raad is in lijn met de discussies over
de herziening van Verordening (EG) nr. 258/97 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten. Voorschriften inzake verplichte informatie voor niet-voorverpakte levensmiddelen: het standpunt van het EP in eerste lezing is dat niet-voorverpakte levensmiddelen buiten de werkingsfeer van de verordening vallen (amendement 30). Het standpunt van het EP over de nationale maatregelen voor niet-voorverpakte levensmiddelen (amendement 184) aanvaardt echter het beginsel van de verstrekking van informatie over de aanwezigheid van ingrediënten die stoffen bevatten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken (allergene ingrediënten). De Raad heeft ook zijn instemming betuigd met dit beginsel van de verstrekking van informatie over allergene ingrediënten op niet-voorverpakte levensmiddelen.
De standpunten in eerste lezing van zowel het EP als de Raad houden de verandering van het beginsel in dat aan de basis ligt van de verstrekking van verplichte informatie (andere informatie dan die over allergenen) over niet-voorverpakte levensmiddelen. Het oorspronkelijke voorstel van de Commissie is in lijn met het bestaande rechtskader dat in beginsel bepaalt dat verplichte voedselinformatie beschikbaar moet zijn voor alle levensmiddelen die onder de werkingssfeer van de wetgeving vallen. Maar in het geval van niet-voorverpakte levensmiddelen kunnen de lidstaten besluiten dat bepaalde informatie niet altijd beschikbaar hoeft te zijn, mits de consument voldoende wordt geïnformeerd. De standpunten van zowel het EP (amendement 184) als de Raad houden in dat de aanpak van het voorstel van de Commissie wordt omgedraaid en dat de lidstaten in staat worden gesteld om voor te schrijven dat naast informatie over allergenen ook informatie over de verplichte bijzonderheden, als vastgesteld in de verordening, moet worden verstrekt. Deze voorgestelde verandering is aanvaardbaar, aangezien de verandering van de vorm van de rechtshandeling tot een verordening zou hebben betekend dat, indien een lidstaat geen voorschriften zou hebben vastgesteld, een exploitant van een levensmiddelenbedrijf alle verplichte bijzonderheden zou moeten verstrekken, en niet alleen de informatie over allergenen. Verantwoordelijkheden van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven: het standpunt van de Raad over de verantwoordelijkheden van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven (artikel 8 van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie) is in lijn met de beginselen van het voorstel van de Commissie. Het standpunt van het EP in eerste lezing (amendementen 84, 86, 88, 89 en 326) heeft het voorstel van de Commissie aangepast aan de aanpak in Verordening (EG) nr. 767/2009 betreffende het in de handel brengen en de etikettering van diervoeders. De Commissie heeft de amendementen van het EP aanvaard. Gezien de gevoeligheid van de kwestie en het controversiële debat in de Raad kan de Commissie het standpunt van de Raad in eerste lezing echter accepteren om een compromis te bereiken.
3.3. Door de Commissie verworpen amendementen van het Europees Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het standpunt van de Raad in eerste lezing zijn opgenomen Nationale regelingen: het standpunt van het EP in eerste lezing heeft hoofdstuk VII over de ontwikkeling van nationale regelingen geschrapt (amendement 301). Het standpunt van de Raad omvat hetzelfde voorstel. De Commissie betreurt dat noch het EP, noch de Raad de mening van de Commissie hebben gedeeld dat moet worden gezorgd voor een kader voor de uitwisseling van beste praktijken over vrijwillige etiketteringsregelingen.
De amendementen van het EP (amendementen 155, 156, 298, 299) in eerste lezing die de criteria betreffende aanvullende uitdrukkingsvormen voor voedingswaarde- informatie hebben veranderd en deze hebben gecombineerd met de criteria voor grafische presentatievormen, zijn door de Commissie verworpen. De Raad heeft ook voorgesteld om de criteria voor aanvullende vrijwillige vormen (aanvullende vrijwillige regelingen - AVS) en de presentatie van voedingswaarde-informatie te combineren. Bovendien omvat het standpunt van de Raad de invoering van bepalingen die de lidstaten toestaan om specifieke AVS op hun grondgebied te bevorderen en hen ertoe verplichten om te zorgen voor een passende monitoring van
AVS op hun markt, en wijst het erop dat de Commissie de uitwisseling van informatie en beste praktijken in verband met AVS kan vergemakkelijken. Het standpunt van de Raad verplicht de Commissie om uitvoeringsvoorschriften ten aanzien van de criteria in artikel 34 vast te stellen en binnen 5 jaar na de toepassing van het artikel verslag aan het EP en de Raad uit te brengen over het gebruik van AVS, het effect daarvan en de wenselijkheid van harmonisatie daarvan. De Commissie is van mening dat de voorgestelde aanpak van de Raad de basis kan vormen voor de herziening van de AVS voor de voedingswaarde-etikettering in de toekomst en de Commissie kan het voorstel van de Raad accepteren. Voedingswaarde-informatie: in verband met de voedingswaarde-etikettering heeft de Commissie dat standpunt van het EP voor de uitbreiding van de lijst van verplichte nutriënten verworpen (amendement 144). Het standpunt van de Raad in eerste lezing is dat de verplichte declaratie tot eiwit moet worden uitgebreid. De Commissie is bezorgd over de extra kosten voor de economische actoren, met name kleine en middelgrote ondernemingen, en geeft de voorkeur aan een korte lijst van verplichte bijzonderheden. Aangezien zowel het EP als de Raad hebben voorgesteld om eiwit op te nemen, dat de enige macronutriënt is die niet in het voorstel van de Commissie was opgenomen, kan dit voorstel echter worden aanvaard. Voedingswaarde-informatie per portie: het voorstel van de Commissie heeft de mogelijkheid ingevoerd dat
de voedingswaarde-informatie
in bepaalde omstandigheden alleen per portie kan worden verstrekt. De standpunten van het EP (amendement 313) en de Raad hebben beide deze mogelijkheid geschrapt. De Raad vereist dat de voedingswaarde-informatie altijd op basis van 100 g of 100 ml wordt verstrekt en dat de informatie per portie kan worden verstrekt in de vorm van een aanvullende vrijwillige declaratie. Het EP stelt daarentegen voor dat de informatie altijd moet worden verstrekt op basis van 100 g of 100 ml en per portie. De Commissie is van mening dat het voorstel van het EP niet aanvaardbaar is, aangezien het bedrijfsleven daardoor extra zou worden belast. Wat het standpunt van de Raad betreft, kan de Commissie accepteren dat het verstrekken van de voedingswaarde- informatie op dezelfde basis de consumenten in staat zou stellen om de nutriëntensamenstelling van verschillende levensmiddelen gemakkelijker te vergelijken.
3.4. Door de Commissie als zodanig of in gewijzigde bewoordingen aanvaarde amendementen van het Europees Parlement die niet in het standpunt van de Raad in eerste lezing zijn opgenomen: Een aantal amendementen in het standpunt van het EP in eerste lezing, waarvan sommige van redactionele aard, is in beginsel door de Commissie aanvaard. De kwesties waarover de standpunten van het EP en de Raad in eerste lezing duidelijk verschillen, worden hieronder in detail besproken. Ook vermeld worden sommige veranderingen die op wezenlijke kwesties betrekking hadden en die hebben geleid tot de opneming van nieuwe bepalingen in het standpunt van het EP. Zij zijn in beginsel door de Commissie aanvaard maar zijn niet opgenomen in het standpunt van de Raad
in eerste lezing. Voedingswaardedeclaratie in het hoofdgezichtsveld (voorkant van de verpakking): in de mededeling van de Commissie over het standpunt van het EP heeft de Commissie haar instemming betuigd met de verplichte voedingswaarde-
etikettering op de voorzijde van de verpakking (FOP) voor vijf elementen (energetische waarde, vet, verzadigde vetzuren, suikers en zout) (amendement 313)
en de Commissie was het in beginsel eens met amendement 162 van het EP waarin wordt bepaald dat de toepassing van het FOP-voorschrift op levensmiddelen die vallen onder Richtlijn 2009/39/EG betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen moet worden verduidelijkt. De verklaring van de Commissie (bijgevoegd) wijst er speciaal op dat de Commissie het standpunt van de Raad betreurt om het voorschrift betreffende de verstrekking van sommige voedingswaarde-informatie op de voorkant van de verpakking te schrappen. In verband met deze kwestie blijft de Commissie van mening dat de FOP-etikettering de consumenten in staat stelt snel de voedingswaarde-informatie te zien bij de aankoop van levensmiddelen en de Commissie behoudt zich het recht voor om het standpunt van het EP te ondersteunen dat vijf voedingswaarde-elementen op de FOP moeten worden opgenomen. Naam van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven: het standpunt van het EP (amendement 100) houdt de verplichting in om niet alleen de naam en het adres te vermelden van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf onder wiens naam of handelsnaam het product in de handel wordt gebracht, maar ook de naam, de handelsnaam of het handelsmerk van de producent van het levensmiddel zelf. De Commissie heeft het amendement van het EP aanvaard. Het standpunt van de Raad is echter dat de naam van de exploitant van een levensmiddelenbedrijf die moet zijn welke is geïdentificeerd als verantwoordelijk voor de etikettering, d.w.z. de exploitant onder wiens naam of handelsnaam het levensmiddel in de handel is gebracht of, indien deze niet in de Europese Unie is gevestigd, de importeur op de markt van de Europese Unie. De Commissie blijft het voornemen van het EP steunen, aangezien het zal zorgen voor de nodige transparantie voor de consument wat de producent van het product betreft. Minimale houdbaarheidsdatum: de Commissie heeft haar instemming betuigd met het standpunt van het EP (amendement 61) over de noodzaak om het verschil tussen de uiterste consumptiedatum ("te gebruiken tot") en de datum van minimale houdbaarheid ("ten minste houdbaar tot") te verduidelijken. Uit een recente studie onder leiding van de Europese Commissie
http://ec.europa.eu/environment/eussd/reports.htm.~f3n1~f3o/0309000/c/desttxt.spec~f3y2">
is gebleken dat voedselverspilling zorgt voor een enorme hoeveelheid afval met een gemiddelde van circa 76 kg/persoon/jaar op het niveau van de huishoudens, waarvan 60% zou kunnen worden vermeden. Een gedeelte van deze vermijdbare verspilling is volgens deze studie te wijten aan een slecht begrip van het datumetiketteringsysteem. Werkingssfeer van de verordening: het EP heeft voorgesteld (amendement 39) dat de verordening niet van toepassing is op transportcateringdiensten, zoals voor vliegtuigen en treinen, op routes die niet volledig binnen de EU liggen De Commissie is van mening dat verdere aandacht moet worden besteed aan de toepassing van de verordening op transportcateringdiensten.
In hetzelfde amendement heeft het EP ook voorgesteld om een bepaling in het dispositief van de verordening ter weerspiegeling van overweging 15 van het voorstel van de Commissie op te nemen dat bepaalde activiteiten buiten de
werkingssfeer van de verordening vallen. In dit geval wijst de Commissie erop dat de Raad deze kwestie nauwkeurig heeft onderzocht en heeft besloten om geen bepaling in het dispositief op te nemen. De overweging verstrekt advies over het voorgenomen toepassingsgebied van de verordening en de Commissie heeft zich derhalve niet verzet tegen het standpunt van de Raad in eerste lezing over dit punt. Definitie van ingrediënt: het oorspronkelijke voorstel van de Commissie omvatte een vereenvoudigde aanpak van de definitie van "ingrediënt" in vergelijking met de bestaande wetgeving. Er is sindsdien op gewezen dat de door de Commissie voorgestelde vereenvoudigde aanpak van invloed is op de toepassing van andere wetgevingsteksten die verwijzen naar "ingrediënt" als omschreven in de algemene etiketteringsrichtlijn 2000/13/EG. Daarom is de Commissie van mening dat de definitie van "ingrediënt" uit Richtlijn 2000/13/EG, aangepast om rekening te houden met amendement 49 van het EP, die van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie moet vervangen. De veranderde aanpak zal ook van invloed zijn op de formulering van sommige andere artikelen. Etikettering van vlees dat uit stukjes vlees is samengesteld: het EP heeft in de amendementen 276 en 293 voorgesteld dat, wanneer een levensmiddel uit stukjes vlees samengesteld vlees is, dit op de voorkant van de verpakking of tezamen met de naam van het levensmiddel moet worden aangegeven. De Commissie meent dat dit voorstel ervoor zal zorgen dat de consumenten geïnformeerd worden over de specifieke kenmerken van het levensmiddel dat zij kopen. De Commissie aanvaardt in beginsel het doel van de amendementen maar is van mening dat de formulering van de bepaling moet worden herzien. Etikettering van vlees met toegevoegd eiwit en/of water: de Commissie heeft in beginsel het standpunt van het EP aanvaard dat op het etiket van bepaalde vlees- en visproducten die toegevoegd eiwit en/of water bevatten, de bron van het toegevoegde eiwit en de aanwezigheid van toegevoegd water moeten worden vermeld (amendementen 207 en 226, 227 en 228). De amendementen van het EP voor de vermelding van toegevoegd eiwit op het etiket zijn in lijn met de interpretatie van de huidige wetgeving door de Commissie. Andere amendementen zijn door de Commissie ondersteund, zoals vermelding van de "productiedatum" op het etiket van bevroren producten (amendementen 62, 97, 140 en 141), vrijstelling voor micro-ondernemingen (amendement 104), aanvullende informatie voor de instructies voor gebruik en opslag (amendement 142), invoering van criteria voor de vrijwillige vermelding op het etiket van "vegetarisch en veganistisch" (amendement 175) en worstvellen (amendement 229). Indien deze in de tweede lezing in aanmerking worden genomen, is de Commissie bereid de opneming van relevante bepalingen te overwegen.
3.5. Door de Commissie en de Raad verworpen amendementen van het Europees Parlement die niet in het standpunt van de Raad in eerste lezing zijn opgenomen: Leesbaarheid: het standpunt van het EP over leesbaarheid (amendementen 53, 334, 111, 112 en 113) dat de eis inzake een minimale fontgrootte heeft geschrapt en heeft voorgesteld dat criteria voor de leesbaarheid via richtsnoeren worden vastgesteld, is niet door de Commissie geaccepteerd. Het standpunt van de Raad in eerste lezing
over de leesbaarheid handhaaft een meetbaar criterium in de verordening zelf en helpt deze bepaling te verduidelijken door de opneming van een verwijzing voor de meting van de minimale fontgrootte. De Commissie is van mening dat het standpunt van de Raad over de criteria voor een minimale fontgrootte het originele voorstel verbetert en aanvaardbaar is. Werkingssfeer van de verordening: het standpunt van de Raad in eerste lezing ondersteunt het voorstel van de Commissie dat bepaalt dat de verordening van toepassing is op alle voor de eindconsument bestemde levensmiddelen en het algemene op de consument gerichte doel van de verordening. Het standpunt van het EP in eerste lezing betreffende de beperking van de werkingssfeer van de verordening tot voorverpakte levensmiddelen (amendementen 38 en 39) en de vermindering van de aandacht voor de consument in de verordening (amendement 66) is door de Commissie noch door de Raad aanvaard. Voedingswaarde-informatie: veel nieuwe bepalingen in het standpunt van het EP in eerste lezing die betrekking hebben op bepaalde aspecten van de voedingswaarde- informatie zijn niet door de Commissie aanvaard. Voorbeelden hiervan zijn: de uitbreiding van de verplichte lijst van nutriënten tot eiwit, vezels en transvetten (amendement 144) en de uitbreiding van de lijst van aanvullende vrijwillige nutriënten (amendement 145); de herhaling van de informatie over de energetische waarde in een specifiek formaat op de FOP, die door de Commissie als een doublure van de informatie is beschouwd (amendement 158); het voorschrift inzake de opneming van een verklaring betreffende de basis van de referentie-inname (amendement 151), dat niet nodig is geacht; veel van de voorgestelde uitzonderingen van de verplichte voedingswaarde-etikettering; en de schrapping van de verwijzing naar het internationaal systeem van meeteenheden voor energie (kJ) (amendementen 246, 248 en 319). Het standpunt van de Raad in eerste lezing omvat deze door het EP voorgestelde veranderingen niet. Alcoholhoudende dranken: het standpunt van het EP om alle alcoholhoudende dranken vrij te stellen van de eis met betrekking tot de opstelling van een lijst van ingrediënten en de voedingswaarde-etikettering in afwachting van het verslag van de Commissie (amendementen 145 en 294) was voor de Commissie niet aanvaardbaar. Het standpunt van de Raad stelt voor dat de vrijstellingen van de eis om een lijst van ingrediënten en een voedingswaardedeclaratie op te nemen worden uitgebreid tot alcoholhoudende dranken die concurrerend worden geacht met die welke reeds uit hoofde van het voorstel van de Commissie zijn vrijgesteld. De Commissie kan de aanpak accepteren waarbij concurrerende producten op gelijkwaardige wijze worden behandeld. De Commissie meent echter dat het van essentieel belang is dat drinkklare gemengde alcoholhoudende dranken informatie verstrekken over de ingrediënten en de nutriëntsamenstelling. Vermelding van de oorsprong op het etiket: het voorstel van de Raad over de vermelding van de oorsprong op het etiket handhaaft het beginsel van het voorstel van de Commissie dat, wanneer de oorsprong van een levensmiddel wordt vermeld en het land van oorsprong van de primaire ingrediënt niet de plaats van de laatste wezenlijke verandering van het product in zijn geheel is, de oorsprong van de primaire ingrediënt ook moet worden vermeld. Het standpunt van het EP beoogde deze bepaling te schrappen (amendement 172), wat niet aanvaardbaar is voor de
Commissie, aangezien het de bedoeling is om potentieel misleidende oorsprongaanduidingen te voorkomen.
3.6. Door de Raad ingevoerde nieuwe bepalingen Leesbaarheid: zoals reeds vermeld, handhaaft de tekst van de Raad het voorstel van de Commissie om een minimale fontgrootte in de verordening op te nemen maar bevat hij een belangrijke verduidelijking over de wijze waarop de fontgrootte moet worden vastgesteld. De Commissie is van mening dat het standpunt van de Raad over de criteria voor een minimale fontgrootte het originele voorstel verbetert. Etikettering van stoffen die allergieën of intoleranties veroorzaken: in het artikel betreffende de etikettering van bepaalde stoffen die allergieën of intoleranties veroorzaken, stelt het standpunt van de Raad voor om de tekst te verduidelijken in verband met de aanpak van de etikettering van producten die geen lijst van ingrediënten omvatten. Deze verduidelijking is passend en kan in beginsel worden aanvaard, aangezien het voorstel overeenkomt met de bestaande voorschriften inzake de etikettering van deze stoffen. Zoals reeds vermeld, wil de Commissie echter de aanpak van de definitie van "ingrediënt" veranderen. Nettohoeveelheid: het standpunt van de Raad in eerste lezing voert opnieuw de mogelijkheid in dat de lidstaten vasthouden aan de voorschriften betreffende de uitdrukking van de nettohoeveelheid van nader gespecificeerde levensmiddelen op een andere wijze dan die welke in de verordening is vastgesteld. De Commissie kan dit voorstel aanvaarden dat, bij ontstentenis van gedetailleerde voorschriften van de EU, het behoud van de bestaande aanpak bij de uitdrukking van de nettohoevelheid voor specifieke levensmiddelencategorieën toestaat, met name wanneer de aard van het product kan variëren van vloeibaar tot vast. Etikettering van levensmiddelen die cafeïne bevatten: de uitvoeringsvoorschriften in Richtlijn 2002/67/EG van de Commissie van 18 juli 2002 betreffende de etikettering van levensmiddelen die kinine en levensmiddelen die cafeïne bevatten (vastgesteld uit hoofde van Richtlijn 2000/13/EG) omvatten specifieke voorschriften voor de etikettering van bepaalde dranken die cafeïne bevatten. Het standpunt van de Raad in eerste lezing stelt voor dat de etikettering ook moet aangeven dat de producten niet geschikt zijn voor zwangere vrouwen of jonge kinderen. Het standpunt van de Raad in eerste lezing is dat de verplichting tot specifieke etikettering moet worden uitgebreid tot levensmiddelen waaraan cafeïne is toegevoegd om nutritionele of fysiologische redenen. De Commissie aanvaardt het beginsel van de opneming van speciale vermeldingen op het etiket voor levensmiddelen waaraan om nutritionele of fysiologische redenen cafeïne is toegevoegd, in verband met de consumptie van dergelijke producten door specifieke bevolkingsgroepen waarop het beschikbare wetenschappelijke advies van toepassing is
.
Slotbepalingen en overgangsperioden (artikel 45, overweging 54): Amendement 194 van het EP stelde voor om het voorstel van de Commissie voor een extra
overgangsperiode van twee jaar voor microbedrijven (met minder dan tien werknemers) tijdens welke zij zijn vrijgesteld van de verplichte voedingswaarde- etikettering, uit te breiden tot bedrijven met minder dan honderd werknemers. De Commissie heeft het amendement van het EP niet aanvaard. Wat de toepassingsdatum betreft, stelt de tekst van de Raad, in plaats van de toepassing van de voorschriften inzake voedingswaarde-etikettering in twee fasen, waarbij aan microbedrijven een periode van extra twee jaar wordt toegekend om zich aan te passen, voor dat, wanneer voedingswaarde-informatie wordt verstrekt, deze drie jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de nieuwe voorschriften moet voldoen. De verplichting om voedingswaarde-informatie te verstrekken zou echter pas vijf jaar na de inwerkingtreding van kracht worden. Het standpunt van de Raad omvat een nieuwe bepaling die stelt dat een overgangsperiode voor de toepassing van de nieuwe voorschriften moet worden vastgesteld en dat producten die vóór het einde van de overgangsperiode in de handel worden gebracht, verder mogen worden verkocht totdat de voorraden zijn uitgeput.
Er wordt ook voorgesteld dat de toepassingsdatum 1 april in het betreffende kalenderjaar is, behalve voor urgente maatregelen. De Commissie kan het standpunt van de Raad betreffende de toepassing van de verordening en de overgangsmaatregelen aanvaarden. Uitoefening van de delegatie en delegatie van bevoegdheden in de gehele tekst:
de bepalingen inzake de delegatie van bevoegdheden in het standpunt van de Raad zijn grotendeels in lijn met de aanpak van de Commissie en zijn passend voor het doel van de voorgestelde delegatie van bevoegdheden. Er zijn enkele verschillen in vergelijking met de aanpak van de Commissie in reactie op het standpunt van het EP;
in de context van de tekst van het voorzitterschap zijn de delegaties echter passend
en kunnen worden aanvaard met uitzondering van
de voorgestelde uitvoeringsbevoegdheden in verband met maatregelen met betrekking tot de verplichte vermelding van de oorsprong van vlees op het etiket.
De volgende door de Raad aangebrachte wijzigingen zijn ook aanvaardbaar voor de Commissie:
· optie voor de opneming van een vermelding op het etiket dat de voedingswaardedeclaratie voor zout verwijst naar natuurlijk voorkomend natrium/zout. Deze vrijwillige etikettering zorgt voor meer duidelijkheid;
· hoofdstuk over nationale maatregelen de Raad heeft artikel 37 van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie gewijzigd dat het doel van dit hoofdstuk verduidelijkt;
· bijlage V nieuw voorschrift voor de etikettering "ontdooid";
· bijlage VI B de verplichting om aan te geven of gehydrogeneerde olie of gehydrogeneerd vet volledig of gedeeltelijk gehydrogeneerd is;
· bijlage IX schrapping van de vrijstelling van de vermelding van de "datum van minimale houdbaarheid" voor bepaalde producten;
· bijlage XI wijziging van de referentiehoeveelheid voor de significante hoeveelheid vitaminen en mineralen;
· de voorgestelde vereenvoudiging van de bijlage in verband met de volgorde van de presentatie van de vitaminen en mineralen (bijlage XIII van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie) is aanvaardbaar.
3.7. Belangrijke problemen bij de goedkeuring van het standpunt van de Raad in eerste lezing Het door de Raad in eerste lezing goedgekeurde standpunt bevat elementen die afwijken van het voorstel van de Commissie. Zij betreffen met name, zoals hierboven vermeld, bepaalde aspecten van de voedingswaarde-etikettering, de vermelding van de oorsprong op het etiket, de opneming van de naam van de producent en de definitie van ingrediënt.
-
4.CONCLUSIE
De Commissie is van mening dat het standpunt van de Raad in eerste lezing elementen bevat die afwijken van het voorstel van de Commissie. Hoewel er nog problemen zijn, heeft de Commissie, om het wetgevingsproces niet te vertragen, zich niet verzet tegen het standpunt dat bij gekwalificeerde meerderheid door de Raad is aangenomen.
De Commissie heeft de Raad er in de bijgevoegde verklaring op gewezen dat zij het besluit van de Raad om de voedingswaardedeclaratie op de voorkant van de verpakking te schrappen zeer betreurt.
BIJLAGE Verklaring van de Commissie
Om een compromis te bereiken zal de Commissie zich niet verzetten tegen de goedkeuring van de tekst van het voorzitterschap bij gekwalificeerde meerderheid, hoewel er nog problemen blijven bestaan, aangezien de tekst van het voorzitterschap sommige elementen bevat die afwijken van het voorstel van de Commissie, alsook sommige juridische elementen die moeten worden herzien in lijn met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Bovendien heeft de Raad het standpunt van het EP in eerste lezing niet in overweging genomen en bijgevolg zijn de amendementen van het EP waarvan de Commissie had aangegeven dat zij deze kon aanvaarden, niet in de tekst van het voorzitterschap opgenomen. Met name betreurt de Commissie dat de Raad heeft gekozen voor schrapping van de voedingswaardedeclaratie op de voorkant van de verpakking. De Commissie is van mening dat dit de voordelen van de verplichte voedingswaardedeclaratie voor de consumenten afzwakt en is overtuigd van de voordelen die de etikettering op de voorkant van de verpakking voor de consumenten oplevert doordat zij daardoor snel de voedingswaarde- informatie kunnen zien als zij levensmiddelen kopen.
- 10 dec '10COM(2010)738 - Wijziging van Verordening 1234/2007 wat de handelsnormen betreft
- 3 mrt '08COM(2008)124 - In de handel brengen en het gebruik van diervoeders
- 30 jan '08COM(2008)40 - Verstrekking van voedselinformatie aan de consumenten
- 16 jan '08COM(2008)3 - Voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen
- 18 dec '06COM(2006)822 - Gemeenschappelijke landbouwmarktordening en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten
- 14 apr '99COM(1999)113 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame -
- 7 jul '92COM(1992)295 - Nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten

