RAAD VANBrussel, 16 februari 2011 (22.02)
(OR. en) DE EUROPESE UNIE 14216/10 ADD 1 PV/CONS 46 ONTWERP-NOTULEN - ADDENDUM Betreft: 3032e zitting van de Raad van de Europese Unie (ALGEMENE ZAKEN), gehouden te Brussel op 13 september 2010
OPENBARE BERAADSLAGING
[[note: 1]]
Bladzijde
A-Punten (lijst: doc. 13262/10 PTS A 73) Punt 1. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2010 - Staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling - Afdeling III - Commissie
-
-Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument .................................. 4 Punt 2. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 bij de algemene begroting 2010 - algemene staat van ontvangsten...................................................................................................... 4 Punt 3. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6 bij de algemene begroting 2010 - Staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling -Afdeling II - Europese Raad en Raad - Afdeling III - Commissie - Afdeling X - Europese Dienst voor Extern Optreden......... 4 Punt 4. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7 bij de algemene begroting voor 2010 - Algemene staat van ontvangsten en staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling - Afdeling III - Commissie................................................................................................ 5 Punt 5. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende textielbenamingen en de desbetreffende etikettering van textielproducten ................... 5 Punt 6. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten6 Punt 7. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg .... 9 [[note: 1]]
Beraadslagingen over wetgevingshandelingen van de Unie (artikel 16, lid 8, van het Verdrag betreffende de Europese Unie), andere openbare beraadslagingen en openbare debatten (artikel 8 van het reglement van orde van de Raad).
Punt 8. Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees programma voor aardobservatie (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011 2013) (Voor de EER relevante tekst) ................................................................ 11 Punt 9. Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 683/2008 ..................................... 12 Punt 10. Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer. ..................................................................... 13
°
° °
WETGEVINGSBERAADSLAGINGEN (openbare beraadslaging overeenkomstig artikel 16, lid 8, van het Verdrag betreffende de Europese Unie)
-
1.Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2010 - Staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling - Afdeling III - Commissie
-
-Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument 12643/10 FIN 341
De Raad heeft zijn standpunt vastgesteld over ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2010. Ontwerp-verklaring over OGB nr. 3/2010 "De Raad verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk extra herschikkingen binnen rubriek 4 voor te stellen voor de financiering van het resterende deel van 18,3 miljoen euro ten behoeve van de begeleidende maatregelen in de bananensector."
2.
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 bij de algemene begroting 2010 - algemene staat van ontvangsten 12644/10 FIN 342
De Raad heeft zijn standpunt vastgesteld over ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 bij de algemene begroting 2010.
3.
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6 bij de algemene begroting 2010 - Staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling -Afdeling II - Europese Raad en Raad - Afdeling III - Commissie - Afdeling X - Europese Dienst voor Extern Optreden 12224/10 FIN 319
De Raad heeft zijn standpunt vastgesteld over ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6 bij de algemene begroting 2010. Ontwerp-verklaring over het OGB nr. 6/2010 "Op begrotingsneutraliteit gerichte kosteneffectiviteit moet het beginsel zijn dat aan de oprichting van de EDEO ten grondslag ligt. Hiertoe zal gebruik moeten worden gemaakt van overgangsregelingen en geleidelijke capaciteitsopbouw. Onnodig dupliceren van taken, functies en middelen met andere instanties moet worden vermeden. Alle mogelijkheden om te rationaliseren moeten worden benut. Om in de EDEO een adequate aanwezigheid van personeelsleden uit de lidstaten te garanderen, zouden naast de bestaande ambten uit de Commissie en het SGR ambten gecreëerd kunnen worden door transformatie van tijdelijke posten bij de Commissie en het SGR, en door het invullen van ambten die door pensionering of anderszins zijn opengevallen. Voorts zal er behoefte zijn aan een beperkt aantal ambten voor tijdelijk personeel uit de lidstaten, die in het kader van de lopende financiële vooruitzichten zullen moeten worden gefinancierd.
De Raad verzoekt de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid om bij de volgende jaarlijkse begrotingsprocedures met begrotingsvoorstellen te komen die aan deze doelstelling beantwoorden."
4.
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7 bij de algemene begroting voor 2010 - Algemene staat van ontvangsten en staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling - Afdeling III - Commissie 12645/10 FIN 343
De Raad heeft zijn standpunt vastgesteld over ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7 bij de algemene begroting 2010.
5.
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende textielbenamingen en de desbetreffende etikettering van textielproducten
-
-Politiek akkoord 12225/10 TEXT 6 MI 252 ENT 85 CHIMIE 20 ECO 62 CONSOM 71 CODEC 697 + ADD 1 11162/1/10 REV 1 TEXT 4 MI 210 ENT 69 CHIMIE 16 ECO 46 CONSOM 61 CODEC 582
De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een politiek akkoord over de ontwerp-verordening bereikt. Verklaring van Italië "Italië stemt tegen het voorstel voor een verordening betreffende textielbenamingen en de desbetreffende etikettering van textielproducten omdat de Raadstekst geen bepaling bevat betreffende de verplichte vermelding van het land van oorsprong. Italië wenst dat deze bepaling tijdens het vervolg van de gewone wetgevingsprocedure wordt ingevoegd, conform het standpunt van een grote meerderheid van het Europees Parlement, dat in de politieke en technische gremia door de Europese Commissie ondersteund werd."
-
6.Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten
-
-Aanneming
-
a)van het standpunt van de Raad
-
b)van de motivering van de Raad 10753/10 MI 198 ENT 65 COMPET 192 CODEC 530 + COR 1 (pl) + REV 1 (fi) + REV 2 (mt) + REV 2 COR 1 (mt) + ADD 1 + ADD1 REV 1 (fi) 12978/10 CODEC 749 MI 280 ENT 101 COMPET 231 + COR 1 + ADD 1
De Raad heeft zijn standpunt in eerste lezing vastgesteld, conform artikel 294, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; de Bulgaarse en de Poolse delegatie stemden tegen (rechtsgrondslag: artikel 114 van het VWEU). Verklaring van de Europese Commissie over betere regelgeving "Ter wille van een compromis steunt de Commissie het standpunt van de Raad in eerste lezing betreffende het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten.
De Commissie herinnert er evenwel aan dat dit voorstel onderdeel is van haar vereenvoudigingsstrategie en betreurt daarom dat de tekst waarover de Raad het uiteindelijk eens is geworden, en met name de artikelen 3 tot en met 7, op het gebied van administratie en tests een onnodige last kan leggen op bedrijven, zoals reeds was vastgesteld in de effectbeoordeling bij het oorspronkelijk voorstel. Het zou derhalve niet in overeenstemming zijn met de beginselen van betere regelgeving noch met de tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in maart 2007 onderschreven brede doelstelling om administratieve lasten ingevolge EU-wetgeving terug te dringen.
De Commissie is voornemens om met name op dit aspect van de verordening toe te zien, en zal haar conclusies neerleggen in het verslag dat zij vijf jaar na de inwerkintreding van deze verordening aan het Europees Parlement en de Raad zal voorleggen."
Verklaring van de Europese Commissie over markttoezicht "De Commissie is van oordeel dat, in het licht van overweging 37 en conform de strekking van artikel 6, lid 3 en artikel 8, lid 4, de autoriteiten van een lidstaat, indien nodig, passende maatregelen mogen nemen voor een product dat op hun markt wordt geïntroduceerd of aangeboden, indien in de prestatieverklaring geen prestaties zijn vermeld met betrekking tot de essentiële kenmerken waarvoor ten aanzien van het product en zijn aangegeven beoogde gebruik voorschriften gelden, of indien de aangegeven prestaties in de betrokken lidstaat of op een deel van zijn grondgebied, niet aan die voorschriften voldoen.
De maatregelen moeten in verhouding staan tot het betrokken risico en mogen niet leiden tot een versnippering van de interne markt." Gezamenlijke verklaring van Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Portugal "Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Portugal scharen zich achter het standpunt van de Raad in eerste lezing dat na twee jaar besprekingen in de Raad is bereikt. Zij wijzen er evenwel op dat de huidige lijst van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, en met name de gedelegeerde handelingen bedoeld in de artikel 60, onder a), b), f), g) en h), in de tweede lezing samen met het Europees Parlement opnieuw moeten worden bezien." Gezamenlijke verklaring van Zweden en Oostenrijk over gevaarlijke stoffen "Overeenkomstig overweging 24 dient de voorlichting aan gebruikers over gevaarlijke stoffen die bouwmaterialen kunnen bevatten verder te worden verbeterd. Dit is van bijzonder belang omdat de meeste bouwproducten worden beschouwd als "voorwerpen" in de zin van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), en derhalve op grond van die verordening aan zeer beperkte voorlichtingsvoorschriften zijn onderworpen.
Om de kansen voor duurzame bouwwerken te vergroten en de ontwikkeling van groene producten te faciliteren en de doelstellingen van de Unie inzake recycling van bouwproducten te halen, dient de prestatieverklaring informatie te bevatten over aanwezige gevaarlijke stoffen."
Verklaring van Polen "Polen kan geen steun verlenen aan het standpunt van de Raad in eerste lezing betreffende het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten. Van in den beginnen heeft Polen zijn bezwaren bij de formulering van artikel 4, lid 1, van het voorstel consequent onderbouwd. Het standpunt van Polen is ingegeven door het feit dat bij gebrek aan een definitie voor "een onder een geharmoniseerde norm vallend product", artikel 4, lid 1, de facto het verplicht gebruik van een Europese geharmoniseerde norm invoert. Dit is niet in overeenstemming met onder meer Richtlijn 98/34/EG. Voorts heeft de vrijwillige opstelling van een prestatieverklaring door de fabrikant in de zin van artikel 4, bis, alleen betrekking op een kleine groep specifieke bouwproducten. Polen is tijdens de gehele raadplegingsperiode in het kader van de werkgroep voorstander geweest van de vrijwillige opstelling van een prestatieverklaring, en in een recent compromisvoorstel betreffende artikel 4, lid 1 bis, stelde Polen voor de opstelling van een verklaring alleen te verplichten indien nationale bepalingen van de lidstaten dit voorschrijven. Het voorzitterschap heeft dit voorstel jammer genoeg verworpen. Polen benadrukt dat het door het voorzitterschap voorgestelde artikel 4, lid 1, het fragmenteringsproces van de markt van bouwproducten in de Europese Unie kan beïnvloeden en de prijzen van bouwproducten op de Europese markt kan opvoeren. Tegelijk uit Polen zijn waardering voor de aanzienlijke inspanningen die het voorzitterschap zich met betrekking tot dit voorstel heeft getroost." Verklaring van Finland "Tijdens de onderhandelingen over de bouwproductenverordening heeft Finland zich zorgen gemaakt over de gevolgen voor micro-ondernemingen en de onnodige financiële en administratieve lasten voor die bedrijven. Een verplichte CE-markering zonder nationale parameters betreffende fundamentele eisen voor bouwwerken op de plaats waar het product op de markt wordt geïntroduceerd, en derhalve zonder handelsbelemmeringen, vormt een probleem. Deze situatie zal wellicht tot onnodige administratieve kosten leiden, met name voor micro-ondernemingen. Daarom is Finland van oordeel dat het gemeenschappelijk standpunt niet geheel in overeenstemming is met de beginselen van betere regelgeving. Het ware beter geweest indien in het gemeenschappelijk standpunt de leidraad "denk eerst klein"
was gevolgd."
-
7.Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg
-
-Aanneming
-
a)van het standpunt van de Raad
-
b)van de motivering van de Raad 11038/10 SAN 138 SOC 417 MI 208 CODEC 563 + REV 1 (lt) + ADD 1 + ADD 1 REV 1 (fi) 12979/1/10 REV 1 CODEC 750 SAN 164 SOC 489 MI 281 + ADD 1
De Raad heeft zijn standpunt in eerste lezing vastgesteld, conform artikel 294, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; de Poolse, de Portugese en de Slowaakse delegatie stemden tegen en de Roemeense delegatie onthielden zich (rechtsgrondslag: artikelen 114 en 168 VWEU). Verklaring van de Europese Commissie "Bij wijze van compromis zal de Commissie zich niet verzetten tegen een gekwalificeerde meerderheid ten voordele van het standpunt van de Raad in eerste lezing, hoewel dit standpunt nog wat helderder mocht zijn geweest. De Commissie is met name van oordeel dat de reikwijdte van de regeling van voorafgaande toestemming duidelijk moet worden bepaald
en gemotiveerd.
De Commissie is ervan overtuigd dat een patiënt die zich in een andere lidstaat wil laten behandelen, zijn rechten moet kunnen uitoefenen zoals bevestigd in de vaste rechtspraak van het Hof, zonder afbreuk te doen aan de rechten uit hoofde van Verordening 883/2004. De Commissie heeft de maatregelen voorgesteld die nodig zijn om de patiënt rechtszekerheid te bieden bij de uitoefening van die rechten, met inachtneming van de bevoegdheid van de lidstaten om gezondheidszorg te organiseren en te verstrekken.
De Commissie brengt in herinnering dat de voorwaarden voor toegang tot en uitoefening van beroepen in de gezondheidszorg zijn geharmoniseerd door de richtlijn beroepskwalificaties. Wat e-gezondheid betreft, acht de Commissie het nodig dat op het niveau van de Unie wordt bijgedragen tot het creëren van de voorwaarden voor continuïteit van de zorg en veiligheid van de patiënt, en wel door grensoverschrijdend gebruik van medische informatie mogelijk te maken, met verzekering van het hoogste niveau van beveiliging en bescherming van persoonsgegevens. Aangezien het standpunt van het Europees Parlement inzake voorafgaande toestemming en e- gezondheid gunstiger is voor de patiënt en nauwer aanleunt bij het Commissievoorstel en haar interpretatie van de bestaande rechtspraak, behoudt de Commissie zich het recht voor de desbetreffende amendementen van het Europees Parlement in tweede lezing te ondersteunen, en zal zij met beide instellingen nauw blijven samenwerken om de tekst nog verder te verbeteren."
Gezamenlijke verklaring van Polen, Portugal en Slowakije "Polen, Portugal en Slowakije betreuren het dat de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg patiënten die zich in het buitenland willen laten behandelen, niet voldoende garanties voor een hoog niveau van kwaliteit en veiligheid biedt en onvoldoende rekening houdt met de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de lidstaten in verband met de organisatie en planning van nationale gezondheidsstelsels." Verklaring van de Oostenrijkse delegatie "Oostenrijk juicht het ten zeerste toe dat het element van de prijsbepaling door de zorgaanbieder is opgenomen in artikel 4, lid 4, van de richtlijn. Oostenrijk is van oordeel dat de richtlijn ter vergroting van de rechtszekerheid nog verder moet worden verduidelijkt op een aantal punten; dat hoeft niet persé in het corpus te zijn, maar in ieder geval in de overwegingen. Met betrekking tot artikel 4, lid 3, eerste volzin, en lid 4, gaat Oostenrijk ervan uit dat zorgaanbieders in geval van klinische en poliklinische behandeling de onderzoeks- en behandelingskosten kunnen verrekenen die het gezondheidsstelsel van de lidstaat van behandeling voor patiënten uit eigen land betaalt voor een vergelijkbare behandeling, en dat zorgaanbieders van patiënten uit andere lidstaten een voorschot kunnen verlangen. Oostenrijk heeft vooralsnog niet om bovengenoemde verduidelijkingen verzocht, omdat het verdere besprekingen niet in de weg wil staan; Oostenrijk behoudt zich wel het recht voor in het kader van de verdere besprekingen op deze kwestie terug te komen." Verklaring van de Italiaanse delegatie "Hoewel Italië van oordeel is dat de compromistekst geen adequaat niveau van kwaliteit en veiligheid met betrekking tot de voorafgaande toestemming biedt, spreekt het op twee voorwaarden zijn steun uit voor de voorgelegde tekst:
·
dat de Commissie onmiddellijk van start gaat met de werkzaamheden om de normen en richtsnoeren als bedoeld in artikel 8, lid 5, onder e), vast te stellen;
· dat tijdens de wetgevingsprocedure met het Europees Parlement een standpunt wordt verdedigd dat erop gericht is het vrije verkeer van patiënten zo goed mogelijk te harmoniseren."
-
8.Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees programma voor aardmonitoring (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011 2013) (voor de EER relevante tekst) PE-CONS 22/1/10 REV 1 RECH 210 COMPET 183 IND 78 TRANS 142 POLARM 18 ECOFIN 320 TELECOM 61 ENER 175 CODEC 485
De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het amendement in het standpunt in eerste lezing van het Europees Parlement en nam het aldus gewijzigde voorstel voor een handeling aan overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. (Rechtsgrondslag: artikel 189 van het VWEU) Gezamenlijke verklaring van de Europese Commissie en de Raad voor de Raadsnotulen met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees programma voor aardobservatie (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011-2013) "De Commissie zal de exploitatiefase van GMES voorbereiden en zal, te gelegener tijd, regelingen voor het programmatische, financiële en governancekader van GMES voorstellen, zowel voor GMES als geheel als voor zijn afzonderlijke componenten als genoemd in artikel 2 van de verordening inzake het Europees programma voor aardobservatie (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011-2013) (de "verordening"), in het kader van de vaststelling van het volgende meerjarig financieel kader van de EU.
In dat verband erkennen de Raad en de Commissie dat de governance van het GMES- programma als één geheel moet worden beschouwd en alle noodzakelijke structuren en procedures moet omvatten, waaronder: de relaties tussen en de verantwoordelijkheden van elk van de ondersteunende organen en fora; de mechanismen die dienstvereisten zullen verzamelen, definiëren en naar prioriteit indelen; de procedures voor toezicht op en implementatie van diensten en infrastructuur; het gegevens- en informatiebeleid; het beveiligingsbeleid; het eigendomsbeleid en de plannings-, selectie- en aanbestedingsprocedures voor aardobservatie- en in-situ-gegevens.
De Commissie herinnert aan haar desbetreffende voorstellen die zijn beschreven in haar mededelingen over GMES uit 2008 en 2009 met als titel "Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): voor een veiliger planeet" [[note: 1]]
, resp. "Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): Uitdagingen en volgende stappen voor de ruimtecomponent"
[[note: 2]]
.
De Raad neemt er nota van dat de Commissie zal nagaan hoe de gehele governancestructuur kan worden voltooid, middels de presentatie, in de loop van 2011, van een nieuw wetgevingsvoorstel betreffende het GMES-programma dat zijn initiële operationele diensten overstijgt."
[[note: 1]]
COM(2008)748 van 12.11.2008
[[note: 2]]
COM(2009)589 van 28.10.2009
-
9.Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 683/2008 PE-CONS 24/1/10 REV 1 TRANS 154 MAR 47 AVIATION 76 CAB 8 RECH 221 CODEC 532
De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het amendement in het standpunt in eerste lezing van het Europees Parlement en nam het aldus gewijzigde voorstel voor een handeling aan overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. (Rechtsgrondslag: artikel 172 van het VWEU) Verklaring van de Raad, de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, en de Europese Commissie over de instelling door de raad voor de veiligheidsaccreditatie van een panel en een instantie voor de distributie van versleuteling "De raad voor de veiligheidsaccreditatie moet snel en doeltreffend kunnen werken en moet voor continuïteit kunnen zorgen, en dus zullen de vertegenwoordigers van de lidstaten en de vertegenwoordiger van de Commissie in de raad voor de veiligheidsaccreditatie voor Europese GNSS-systemen zodanig handelen dat de noodzakelijke maatregelen tijdens de eerste bijeenkomst van de raad worden getroffen, volgens onderstaand schema:
(1) Het in artikel 11, lid 11, van de verordening bedoelde panel:
-
-wordt ingesteld en het reglement van orde van de instantie wordt vastgesteld;
-
-bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie, alsook uit een vertegenwoordiger van de HV en een vertegenwoordiger van het ESA, die worden gekozen uit erkende veiligheidsaccreditatiedeskundigen. Het panel wordt voorgezeten door een personeelslid van het Agentschap;
-
-Aangezien de activiteiten van het panel in het verlengde van de reeds ondernomen accreditatieactiviteiten liggen, worden de vertegenwoordigers van de lidstaten die bij de inwerkingtreding van deze verordening daarvoor reeds ingezet worden voor het Agentschap, lid van bovengenoemd panel, tenzij de lidstaten die zij vertegenwoordigen anders besluiten.
(2) De in artikel 11, lid 11, van de verordening bedoelde instantie voor de distributie van versleuteling (IDV):
-
-wordt ingesteld en het reglement van orde van de instantie wordt vastgesteld;
-
-wordt belast met het beheer van en de verantwoording voor Europees GNSS- versleutelingsmateriaal, voor de naleving van passende procedures en de instelling van kanalen voor verslaglegging over en veilige verwerking, opslag en verspreiding van al het Europees GNSS-versleutelingsmateriaal, alsmede voor de overdracht van Europees GNSS-versleutelingsmateriaal aan of van personen of diensten die er gebruik van maken;
-
-is samengesteld uit daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door een personeelslid van het Agentschap;
-
-voor het beheer van operationele vluchtsleutelcodes wordt binnen de IDV en onder haar gezag voorzien in een cel voor vluchtsleutelcodes (CVS) die bij elke lanceringscampagne in werking wordt gesteld. De CVS bestaat uit personeel van het Agentschap, daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordigers van de lidstaten die rechtstreeks zijn betrokken bij het beheer van vluchtsleutelcodes en de lanceringen, en waarnemers van andere lidstaten." Verklaring van de Raad "De Raad aanvaardt de benoeming door het EP van een vertegenwoordiger zonder stemrecht in de raad van bestuur van het Agentschap, maar benadrukt dat dit besluit geen precedent vormt." Verklaring van de Europese Commissie over de deelname van haar vertegenwoordigers aan de raad van bestuur van het Europees GNSS-Agentschap "In de raad van bestuur van het Europees GNSS-Agentschap zullen vijf vertegenwoordigers van de Commissie zetelen.
De Commissie wijst erop dat deze vijf leden, om redenen die duidelijk zijn, over het algemeen niet allemaal aanwezig zullen zijn bij vergaderingen van de raad van bestuur van het agentschap. Daarom is de Commissie voornemens een permanent procuratiesysteem op te zetten waarmee de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers die een vergadering van de raad van bestuur niet kan of kunnen bijwonen, een machtiging geeft of geven aan de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers die wel aanwezig zal of zullen zijn, om in zijn of hun plaats en namens hem of hen een standpunt in te nemen, in het bijzonder wanneer er wordt gestemd."
-
10.Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer. PE-CONS 28/10 TRANS 174 CODEC 607 + REV 2 (se) + REV 3 (hu)
De Raad heeft het amendement van het Europees Parlement op het standpunt van de Raad goedgekeurd. De Deense delegatie heeft tegengestemd en de Poolse delegatie heeft zich onthouden. Overeenkomstig artikel 294, lid 8, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de verordening geacht te zijn aangenomen in de vorm van het aldus geamendeerde standpunt van de Raad in eerste lezing. (Rechtsgrondslag: artikel 91 van het VWEU).
Verklaring van de Commissie "De Commissie benadrukt dat het enig loket een gezamenlijk orgaan is dat door de raad van beheer van elke corridor wordt opgericht of aangewezen; het vervult de functie van coördinatie-instrument. Dit kan een technisch orgaan binnen de beheersstructuur van de corridor of een van de betrokken infrastructuurbeheerders zijn." Verklaring van Zweden "Zweden is van oordeel dat het langeafstandsgoederenvervoer per spoor absoluut efficiënter moet worden. Zweden onderschrijft dan ook het gemeenschappelijk standpunt van de Raad betreffende het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer. Uit een oogpunt van efficiëntie en duurzame spoorwegveiligheid is evenwel helderheid in de juridische interpretatie van artikel 13 geboden. Zweden huldigt het standpunt dat dit artikel zo moet worden uitgelegd dat de autoriteit van het enig loket om als coördinatie-instrument capaciteit toe te wijzen, louter het recht betreft om met een spoorwegondernemer of een gemachtigde aanvrager een contract betreffende het overdragen van een treinpad te sluiten, wanneer het enig loket daartoe opdracht heeft gekregen van de infrastructuurbeheerder die het treinpad heeft gepland." Verklaring van Polen "Polen apprecieert de pogingen van het Spaanse voorzitterschap in het voorjaar van 2010 om tot een compromis te komen met het Europees Parlement en in tweede lezing tot een akkoord te komen over de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer. Polen steunt de algemene doelstelling van de verordening, die het spoorgoederenvervoer in de Europese Unie concurrerender en effectiever moet maken. Polen is van mening dat - ondanks de problemen die zich bij de tenuitvoerlegging van sommige verordeningsbepalingen kunnen voordien - de aanneming ervan bevorderlijk zal zijn voor deze transportbranche. Polen houdt voor ogen dat een compromis moet worden gevonden, en onthoudt zich derhalve van stemming en stemt niet tegen het ontwerp-dossier van de wetgeving." Verklaring van Denemarken "Denemarken stemt op principiële gronden tegen het voorstel omdat het impliceert dat het toewijzen van railcapaciteit voor nieuwe vrachtcorridors geen soeverein nationaal besluit meer is en dat andere firma's dan toegestane spoorwegondernemingen spoorwegcapaciteit kunnen reserveren. Met de mogelijkheid van "enig loket" kan een bestuursorgaan capaciteit reserveren en dat kan een aanzienlijke invloed hebben op het totale verkeer op het netwerk." =================
- 28 okt '09COM(2009)589 - Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): Uitdagingen en volgende stappen voor de ruimtecomponent
- 12 nov '08COM(2008)748 - Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): voor een veiliger planeet
- 29 okt '03COM(2003)644 - Registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Chemicaliënagentschap en tot wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en Verordening (EG)
- 31 jul '03COM(2003)471 - Beheersstructuren van het Europees programma voor radionavigatie per satelliet
- 21 dec '98COM(1998)779; - Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
- 13 dec '96COM(1996)642 - Informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften -

