Europees semester

Het Europese semester is het kader voor de afstemming van het economisch beleid van de lidstaten van de Europese Unie. Onevenwichtigheden in de economische ontwikkelingen van landen én problemen met de overheidsfinanciën van landen moeten door gebruik van het semester op tijd worden gesignaleerd. Vervolgens wordt er op Europees niveau gekeken naar hoe een land die problemen het best kan aanpakken. Het semester bestaat uit een aantal stappen die jaarlijks worden doorlopen.

De lidstaten van de EU, de Raad van Ministers, de Europese Raad en de Europese Commissie zijn bij het semester betrokken. Kern van de cyclus is landen te helpen bij een stabiele economische ontwikkeling. De Europese instanties kunnen geen economisch beleid aan een land opleggen. Dat blijft voorbehouden aan de lidstaten zelf. Wel kan het niet uitvoeren van een Commissie-aanbeveling leiden tot sancties. Dit kan het geval zijn als de begrotingsregels worden overschreden, of wanneer een land te weinig doet om langdurige werkloosheid aan te pakken.

Stappen binnen het semester:

  • 1. 
    De Europese Commissie publiceert de Jaarlijkse Groeiraming waarin een overzicht gegeven wordt van de economische situatie in ieder land, alsmede enkele aanbevelingen.
  • 2. 
    De Europese Raad bespreekt de grote economische uitdagingen waar de EU voor staat, en wat de lange termijn strategie moet zijn. De Jaarlijkse Groeiraming is een belangrijke bron voor de besprekingen.
  • 3. 
    De lidstaten stellen, aan de hand van de richtsnoeren van de Europese Raad, een plan op voor hun economische ontwikkeling op de middellange termijn. Dit bestaat uit een een beleidsmatige hervormingsagenda en een raming van de overheidsbegroting.
  • 4. 
    De Raad doet, op voorstel van Europese Commissie, aanbevelingen aan ieder land. 
  • 5. 
    De Europese Raad en de Raad van Ministers geven beleidsadviezen af aan ieder land voor ze hun jaarlijkse begroting vaststellen. Het is dan aan de lidstaten zelf om hun begroting op te stellen, al dan niet de adviezen in acht nemend.

Deze cyclus begint in januari en wordt in juli afgerond.

In het semester wordt de economie van een lidstaat in de volle breedte bekeken, in tegenstelling tot het in 1997 afgesproken stabiliteits- en groeipact. Dat richt zich specifiek op de overheidsfinanciën.

Het semester is in 2011 ingesteld, ingegeven door de eurocrisis en de instelling van een Europees monetair noodfonds om overheden te helpen staatsleningen te krijgen. Het idee achter het semester is dat de EU de economische ontwikkelingen in iedere lidstaat scherper in de gaten kan houden om dergelijke problemen in de toekomst te voorkomen.

Verloop eerste Europees semester in 2011

In juni 2011 presenteerde de Europese Commissie voor het eerst haar land-specifieke aanbevelingen. In totaal werden 28 sets aanbevelingen uitgegeven: een pakket voor elke lidstaat en één voor de hele eurozone. De Europese Raad van 24 juni sloot het Europees semester van 2011 af. Op 28 juni liet de Europese Raad bij monde van voorzitter Van Rompuy weten de aanbevelingen van de Commissie te steunen. Hiermee zijn de eerste twee stappen van bovengenoemd stappenplan gezet. Het is nu aan de lidstaten om met plannen voor economische ontwikkeling op de middellange termijn te komen.

Verloop tweede Europees semester in 2012

Op 23 november 2011 publiceerde de Europese Commissie haar Annual Growth Survey (AGS) 2012. Daarmee ging het tweede Europese semester van start. De AGS roept de EU en haar lidstaten op zich te focussen op het verbeteren van de overheidsfinanciën, het versterken van de groei en concurrentiekracht en het aanpakken van werkloosheid.

1.

Meer informatie