Laatste nieuws: 

Europees financieel kader 2014-2020

Euro

Dit is het akkoord waarin de Europese financiële kaders voor de periode van 2014-2020 zijn vastgesteld. Na een lange en soms felle strijd bereikten de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement (EP) op 27 juni 2013 overeenstemming. Op 3 juli 2013 stemde het Europees Parlement in met het voorlopige akkoord over de meerjarenbegroting. Op de definitieve teksten van de begroting heeft het EP in november 2013 akkoord gegeven. Op 2 december ging ook de Raad akkoord, waarmee een einde kwam aan tweeëneenhalf jaar onderhandelen.

Het meerjarig financieel kader heeft als doel om zaken als goed financieel beheer en begrotingsdiscipline te vergemakkelijken. Daarnaast wordt via het vaststellen van deze kaders gestreefd naar een verbetering van de jaarlijkse EU-begrotingsprocedure en institutionele samenwerking op budgettair gebied.

Voor de volledige zeven jaar komt de meerjarenbegroting uit op een bedrag van 960 miljard euro. Dat is 1 procent van het BNP van alle EU-lidstaten bij elkaar. Daar komt nog 10 miljard euro bij, in verband met het toetreden van Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013. Voor de periode 2007-2013 was de meerjarenbegroting nog 994 miljard euro, 1,12 procent van het BNP van alle lidstaten tezamen.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Onderhandelingen over het meerjarig financieel kader

Aan het vaststellen van een meerjarig financieel kader gingen jaren aan intensieve en soms grimmige onderhandelingen vooraf. Eind 2010 begonnen de eerste serieuze discussies over de meerjarenbegroting voor de periode 2014-2020. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dienden een gezamenlijk voorstel in tot bevriezing van het EU-budget. Het Europees Parlement daarentegen zette in op een flinke verhoging. 

Eind mei 2013 leidde het Iers voorzitterschap een nieuwe onderhandelingsronde over het meerjarig financieel kader ter hoogte van 960 miljard euro, met vertegenwoordigers van het Europees Parlement en de Europese Commissie. De lidstaten werden hierbij vertegenwoordigd door het Iers voorzitterschap, dat de onderhandelingen succesvol wilde afronden. Op 19 juni liet het Iers voorzitterschap weten dat er een akkoord was bereikt tussen de lidstaten en het Europees Parlement en op 27 juni 2013 maakte de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, bekend dat ook de drie partijen tot overeenstemming waren gekomen.

Het akkoord bevat een clausule over een verplichte tussentijdse evaluatie en mogelijke herziening van het meerjarig financieel kader in 2016. Hier kan de uitslag van de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014 invloed op hebben. Na afloop van de besprekingen over het meerjarig financieel kader gaven meerdere groepen in het Europees Parlement namelijk aan veel moeite te hebben met het bereikte compromis.

Plannen Europese Commissie

In eerste instantie zette de Europese Commissie niet in op een verhoging van de budgetten, maar op een slimmere en efficiëntere besteding van de begrotingen. Een gelijk bedrag zou wel inhouden dat de EU-begroting, als totaal van het BNP van de lidstaten, zou dalen. Later, in juni 2011, tijdens de officiële presentatie van de begrotingsplannen, pleitte de Commissie wel voor een verhoging van de meerjarenbegroting naar 1025 miljard euro, beginnend op 1,08 procent van het BNP in 2014 en aflopend naar 1,03 procent van het BNP in 2020. Dat betekent nog steeds een daling ten opzichte van 2007-2013.

Volgens de Commissie was de verhoging onvermijdelijk, omdat de EU maatregelen wil en moet nemen om de economische groei te bevorderen en daar geld voor nodig is. Daarnaast is eind 2009 het Verdrag van Lissabon in werking getreden, waarmee de EU meer bevoegdheden heeft gekregen. Als de EU meer moet doen, moet dat ook worden betaald. De nieuwe Europese diplomatieke dienst is daar een goed voorbeeld van.

Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden en onderzoek aan te moedigen, stelde de Commissie op 18 september 2013 voor om meer geld beschikbaar te stellen voor verschillende fondsen in Europa. Zo werd voorgesteld om Erasmus+ 130 miljoen euro extra te geven en zullen COSME en Horizon 2020 respectievelijk 30 miljoen en 200 miljoen euro meer ontvangen. Cyprus ontvangt vanaf 2014 200 miljoen euro om te kunnen investeren in energierendement, om kleine en middelgrote bedrijven te kunnen helpen en om banen te kunnen creëren en behouden. Deze voorstellen werden "Amending Letter 1" genoemd.

Raad: onderlinge tegenstellingen

Het debat over de meerjarenbegroting was in eerste instantie vooral een strijd tussen de lidstaten. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, wilde geen structurele verhoging van de Europese begroting. Sinds de zomer van 2012 heeft een aantal landen geëist dat er op de Europese begroting bezuinigd wordt en is door hen met een veto gedreigd als de voorstellen van de Commissie niet van tafel gaan. Daarentegen wilde een grote groep van voornamelijk minder rijke EU-landen niets weten van een verlaging van budgetten. Deze landen ontvangen namelijk veel geld uit Europese fondsen.

Op 15 november 2012 stelde de vaste voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, voor om het meerjarenbudget op 950 miljard euro te laten uitkomen. Deze kleinere begroting zou met name gevolgen hebben voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid. Frankrijk en de nieuwe lidstaten, die veel ontvangen uit deze begrotingsposten, gaven aan niet met dit voorstel akkoord te zullen gaan.

Na de 'mislukking' van de speciale top van Europese regeringsleiders eind november 2012, meldde Van Rompuy afspraken te maken met de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, om te werken aan een compromis dat de diepe kloof tussen de lidstaten moet overbruggen.

Tijdens de Eurotop van 7/8 februari 2013 stelde de Europese Raad het meerjarenbudget vast op 960 miljard euro. Voor het eerst in de geschiedenis leek de begroting te worden verlaagd. Het budget voor 2007-2013 stond immers op 994 miljard euro.

Europees Parlement

De reacties op de eerste voorstellen uit de verschillende Nederlandse fracties in het Europees Parlement waren gemengd. CDA, VVD en D66 konden zich in de voorstellen vinden. PvdA, ChristenUnie en PVV vonden dat de stijging van de begroting in tijden van strenge bezuinigingen niet goed was uit te leggen.

Op 13 juni 2012 nam het Europees Parlement een resolutie aan met betrekking tot het Europees financieel kader 2014-2020. Het Parlement was van mening dat het budget flexibel genoeg moest zijn om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe uitdagingen en dat bijdragen van lidstaten moesten worden vervangen door andere manieren van inkomstenwerving. Hier moest volgens het Parlement bijvoorbeeld de bankentaks voor gaan zorgen. De bijdragen van lidstaten zou hiermee met miljarden omlaag kunnen.

De regeringsleiders van de lidstaten bereikten op een top op 7/8 februari 2013 een akkoord over een nieuwe meerjarenbegroting. Het Europees Parlement keurde in een resolutie op 13 maart 2013 dit voorstel echter af. Volgens het EP werd het geld in het voorstel aan de verkeerde dingen besteed, zoals landbouw, en te weinig aan zaken die economische groei bevorderen, zoals innovatie en werkgelegenheid.

Het Europees Parlement stelde daarom een aantal eisen:

  • de begroting moest flexibeler worden; tot dan toe werden vaste bijdragen vastgesteld voor verschillende posten binnen de begroting. Het Parlement wilde dat er  geld van één post (bijvoorbeeld landbouw) overgeheveld kan worden naar een andere post. Zo zou men beter kunnen inspelen op economische ontwikkelingen
  • in de toekomst moest er met gekwalificeerde meerderheid over de meerjarenbegroting gestemd worden in de Raad, en niet langer met unanimiteit, zoals het geval was. Dat zou betekenen dat niet één land de begroting kan blokkeren (zoals een herziening na de verkiezingen van het EP en de benoeming van een nieuwe Commissie in 2014)
  • een groter deel van de begroting moest met eigen middelen worden gefinancierd, en minder steunen op de bijdrage van de lidstaten. Hiermee gepaard gaat een maximum aan de 'rebates' die lidstaten terugkrijgen als hun bijdrage erg hoog uitvalt
  • niet uitgegeven gelden komen de begroting van de EU ten goede; het resterende geld gaat niet terug naar de lidstaten

Daarnaast eiste het Europees Parlement dat de gaten in de begrotingen van 2012 en 2013 worden gedicht door de lidstaten, en dat tekorten niet worden overgeheveld naar het volgende meerjarig financieel kader. De Raad van Ministers bereikte in mei en oktober 2013 een akkoord over extra afdrachten om die tekorten te dekken.

Opvallend is dat het Europees Parlement zich erbij leek neer te leggen dat de begroting naar beneden werd bijgesteld. In eerdere resoluties stelde het EP nog harde eisen over een verruiming van de begroting. Belangrijk punt is dat het EP streeft naar een veel kleiner verschil tussen wat de Europese Unie maximaal mag uitgeven en de daadwerkelijke uitgaven. Netto zou de begroting dan nauwelijks lager uitvallen.

Voorlopig akkoord 19 juni 2013

In het compromis van 19 juni 2013 haalde het Europees Parlement een belangrijk punt binnen: meer flexibiliteit in de begroting. Dat betekent dat overschotten van het ene jaar mogen worden aangewend in de begroting van het volgende jaar, wat weer betekent dat er indirect tussen begrotingsposten kan worden geschoven. Als het voorziene bedrag binnen een post niet wordt opgemaakt dan kan het in het volgende jaar voor een andere post worden gebruikt. Ook zal in 2016 de discussie over de eigen middelen worden geopend. Deze punten lijken ook in de op 27 juni 2013 aangekondigde begroting te zijn verwerkt.

Op 3 juli 2013 stemde het Europees Parlement in met het in de Europese Raad bereikte akkoord over de meerjarenbegroting. De EP-begrotingscommissie stemde op 5 november 2013 in met de definitieve teksten. Het Europees Parlement keurde op 19 november plenair het meerjarig financieel kader goed.

Waar moet het geld naar toe?

De discussie ging niet alleen om de hoogte van het meerjarig financieel kader. Ook de prioriteiten binnen de begroting en de manier waarop de EU gefinancierd wordt - de eigen middelen - waren onderwerp van debat. Vooral de landbouwuitgaven en de structuurfondsen stonden ter discussie.

Volgens de voorstellen moest er veel meer geld komen voor groei, concurrentie en innovatie en miljarden voor een nieuw programma ter bestrijding van jeugdwerkloosheid. In september 2012 werd voorgesteld de landbouwuitgaven voor de periode 2014-2020 te bevriezen, en de structuurfondsen moesten alleen voor echt arme regio's worden aangewend. Een deel van het EP en een coalitie van armere EU-landen werd ongerust over mogelijke bezuinigingen op de structuurfondsen. Na onderhandelingen lijkt het erop dat de zuidelijke landen een groter deel uit het Cohesiefonds krijgen. In het akkoord van 7/8 februari 2013 is de korting op budgetten voor landbouw en de groei van de budgetten voor werkgelegenheid en innovatie overeind gebleven.

Het Europees Parlement wil zoals gezegd in de jaren 2014-2020 veel meer kunnen schuiven tussen posten, en met het akkoord van 19 juni lijkt dat in elk geval op indirecte wijze en met de nodige armslagen mogelijk.

Ondertussen waren er deelakkoorden - vaak heel technisch van aard - gesloten over specifieke posten binnen de begroting. Op 19 juni kwam daar een belangrijke bij: de benodigde zes miljard euro voor het door de Europese regeringsleiders afgesproken plan ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid zal versneld worden gereserveerd voor 2014 en 2015.

Financiering begroting

De Commissie en het Europees Parlement wilden ook de financiering op een heel andere leest schoeien: de EU moest niet langer afhankelijk zijn van de bijdragen vanuit de lidstaten, en de uitzonderingsposities voor lidstaten moesten worden opgeschort. De Commissie stelde een Europese belasting voor, wat op veel kritiek kon rekenen. Later kwam het Europees Parlement met het idee om een deel van de begroting te bekostigen uit een Europese bankenbelasting.

Voor al deze plannen van de Commissie en het Europees Parlement voor een alternatieve financiering van de Europese begroting is geen brede steun. De Europese begrotingen van 2014-2020 zullen op dezelfde manier worden gefinancierd als voorgaande jaren. Dat zijn directe betalingen door de lidstaten, een vast percentage van alle BTW-opbrengsten van de lidstaten en de heffingen op import van, en export naar, landen buiten de EU.

De brede discussie over eigen middelen is uitgesteld tot 2016.

2.

Nederland en meerjarenbegroting

Nederland heeft in 2011 duidelijk gemaakt dat het tegen een stijging van de meerjarenbegroting is. Nederland staat bovendien erg argwanend tegenover aanpassingen aan de financiering van de begroting, en dan met name het afschaffen van uitzonderingsposities voor bepaalde netto-betalers. Nederland krijgt namelijk jaarlijks één miljard euro van de EU-bijdrage terug. Verder steunt Nederland plannen om geld van landbouw- en regionaal beleid te verschuiven naar beleid en projecten die de EU concurrerender maken, zoals innovatie en onderzoek.

In maart 2011 kwam Nederland met een eigen voorstel waarin het pleit voor een hervorming van de Europese begroting. Door de plannen van de Commissie voor te zijn, hoopte het kabinet de onderhandelingen te kunnen beïnvloeden.

In november 2012 berichtten verschillende media dat Nederland haar korting van ruim 1 miljard euro op de EU-afdracht naar waarschijnlijkheid zou behouden. Tijdens de Eurotop van 7/8 februari 2013 heeft premier Rutte deze korting inderdaad weten veilig te stellen. Achteraf blijkt dat de 1 miljard zeer waarschijnlijk lager zal uitvallen, vanwege de manier waarop de afdracht berekend zal worden. 

Een aantal politici en vooraanstaande economen, sommige Nederlandse Europarlementariërs en de Nederlandse eurocommissaris Kroes zijn ontevreden over het akkoord tussen de regeringsleiders. Reden voor die onvrede is dat de begroting niet gericht is op het stimuleren van groei en innovatie. Zij hadden liever gezien dat het geld voor landbouw aan andere zaken was besteed. Wel is er tevredenheid over het behoud van de korting voor Nederland.

3.

De procedure

Het meerjarig financieel kader wordt formeel vastgesteld door de Raad van Ministers én het Europees Parlement volgens de instemmingsprocedure. In de praktijk komt er alleen een meerjarenbegroting als de Europese regeringsleiders het eens zijn.

Technische aanpassing

Ieder jaar voert de Commissie een technische aanpassing van het financieel kader door. Dit houdt het volgende in:

  • Het doorberekenen van zaken als inflatie en economische groei of krimp binnen de Europese economie.
  • Het herberekenen van de beschikbare financiële ruimte voor de resterende jaren binnen het financiële kader.

Herziening financiële kaders

Een financieel kader kan ook tussentijds herzien worden om op onvoorziene situaties te kunnen inspelen. Het voorstel voor een eventuele herziening moet door de Commissie voor de start van de begrotingsprocedure voor het betreffende jaar ingediend en ook goedgekeurd worden.

4.

Discussies rond herziening

5.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven