Europees financieel kader 2014-2020

Euro

Dit is een akkoord waarin de Europese financiële kaders voor de periode van 2014-2020 zijn vastgesteld. Tijdens de Eurotop van 7 en 8 februari 2013 hebben de Europese regeringsleiders een akkoord over deze meerjarenbegroting bereikt. Het Europees Parlement stemt niet in met dit voorstel. De lidstaten en het Europees Parlement zullen een compromis moeten bereiken.

Het meerjarig financieel kader heeft als doel om zaken als goed financieel beheer en begrotingsdiscipline te vergemakkelijken. Daarnaast wordt via het vaststellen van deze kaders gestreefd naar een verbetering van de jaarlijkse EU-begrotingsprocedure en institutionele samenwerking op budgettair gebied.

Voor de volledige zeven jaar komt de voorgestelde meerjarenbegroting uit op een bedrag van 960 miljard euro. Dat is 1% van het BNP van alle 28 EU-lidstaten bij elkaar (in 2014 zal ook Kroatië tot de EU zijn toegetreden). Voor de periode 2007-2013 was dit nog 994 miljard euro, 1,12% van het BNP van alle lidstaten tezamen.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Onderhandelingen over het meerjarig financieel kader

Aan het vaststellen van een nieuw meerjarig financieel kader gaan jaren aan intensieve en soms grimmige onderhandelingen vooraf. Eind 2010 begonnen de eerste serieuze discussies over de meerjarenbegroting voor de periode 2014-2020. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dienden een gezamenlijk voorstel in tot bevriezing van het EU-budget. Het Europees Parlement daarentegen zette in op een flinke verhoging. 

Eind mei 2013 leidde het Iers voorzitterschap een nieuwe onderhandelingsronde over het meerjarig financieel kader ter hoogte van 960 miljard euro, met vertegenwoordigers van het Europees Parlement en de Europese Commissie. De lidstaten werden hierbij vertegenwoordigd door het Iers voorzitterschap, dat zich ertoe heeft gecommitteerd eind juni 2013 overeenstemming te zullen bereiken over de meerjarenbegroting. De volgende onderhandelingsronde staat gepland voor 4 juni 2013.

Plannen Europese Commissie

De Europese Commissie zette in eerste instantie niet in op een verhoging van de budgetten, maar wilde zich richten op een slimmere en efficiëntere besteding van de begrotingen. Een gelijk bedrag zou wel inhouden dat de EU begroting als totaal van het BNP van de lidstaten zou dalen. Later, tijdens de officiële presentatie van de begrotingsplannen in juni 2011 pleitte de Commissie wel voor een verhoging van de meerjarenbegroting naar 1025 miljard euro, beginnend op 1,08% van het BNP en van 2014 naar 2020 aflopend naar 1,03% van het BNP (nog steeds een daling ten opzichte van 2007-2013).

Volgens de Commissie was dat onvermijdelijk, omdat de EU maatregelen wil en moet nemen om de economische groei te bevorderen en daar geld voor nodig is. Daarnaast is eind 2009 het Verdrag van Lissabon in werking getreden, waarmee de EU meer bevoegdheden heeft gekregen. Als de EU meer moet doen, moet dat ook worden betaald. De nieuwe Europese diplomatieke dienst is daar een goed voorbeeld van.

Raad

Het debat over de meerjarenbegroting blijft vooral een strijd tussen de lidstaten. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, wilde geen structurele verhoging van de Europese begroting. Sinds de zomer van 2012 heeft een aantal van die landen geëist dat er op de Europese begroting bezuinigd wordt. Uit die hoek is al met een veto gedreigd als de voorstellen van de Commissie niet van tafel gaan. Een grote groep van voornamelijk minder rijke EU-landen daarentegen wil niet weten van verlaging van budgetten. Deze landen ontvangen namelijk veel geld uit Europese fondsen.

Op 15 november 2012 stelde de vaste voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, voor om het meerjarenbudget op 950 miljard euro te laten uitkomen. Deze kleinere begroting zou met name gevolgen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid hebben. Frankrijk en de nieuwe lidstaten, die veel ontvangen uit deze begrotingsposten, hebben aangegeven niet met dit voorstel akkoord te zullen gaan.

Na de 'mislukking' van de speciale top van Europese regeringsleiders eind november 2012, meldde Van Rompuy afspraken te maken met de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, om te werken aan een compromis dat de diepe kloof tussen de lidstaten moet overbruggen.

Tijdens de Eurotop van 7/8 februari 2013 stelde de Europese Raad het meerjarenbudget vast op 960 miljard euro. Voor het eerst in de geschiedenis lijkt de begroting te worden verlaagd, het budget voor 2007-2013 bedraagt 994 miljard euro.

Europees Parlement

De reacties op de eerste voorstellen uit de verschillende Nederlandse fracties in het Europees Parlement waren gemengd. CDA, VVD en D66 konden zich in de voorstellen vinden. PvdA, ChristenUnie en PVV vonden dat de stijging van de begroting in tijden van strenge bezuinigingen niet goed zijn uit te leggen.

Op 13 juni 2012 nam het Europees Parlement een resolutie aan met betrekking tot het Europees Financieel kader 2014-2020. Het Parlement was van mening dat het budget flexibel genoeg moet zijn om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe uitdagingen en dat bijdragen van lidstaten moeten worden vervangen door andere manieren van inkomstenwerving. Hier moet volgens het Parlement bijvoorbeeld de bankentaks voor gaan zorgen. De bijdrage van lidstaten zou hiermee met miljarden omlaag kunnen.

De regeringsleiders van de lidstaten bereikten op een top op 7/8 februari 2013 een akkoord over een nieuwe meerjarenbegroting. Het Europees Parlement keurde in een resolutie op 13 maart 2013 het voorstel af. Volgens het EP wordt het geld aan de verkeerde dingen worden besteed, zoals landbouw, en te weinig aan zaken die economische groei bevorderen, zoals innovatie en werkgelegenheid.

Het Europees Parlement heeft een aantal eisen gesteld:

  • de begroting moet flexibeler worden; nu worden er vaste bijdragen aan de verschillende posten binnen de begroting vastgezet. Het Parlement wil dat er geld van één post (bijvoorbeeld landbouw) overgeheveld kan worden naar een andere post. Zo kan men beter inspelen op economische ontwikkelingen
  • in de toekomst zou er met gekwalificeerde meerheid over de meerjarenbegroting gestemd moeten worden in de Raad, en niet met unanimiteit zoals nu. Dat zou betekenen dat niet één land de begroting kan blokkeren (zoals een herziening na de verkiezingen van het EP en de benoeming van een nieuwe Commissie in 2014)
  • een groter deel van de begroting moet met eigen middelen worden gefinancierd, en minder steunen op de bijdrage van de lidstaten. Hiermee gepaard gaat een maximum aan de 'rebates' die lidstaten terugkrijgen als hun bijdrage erg hoog uitvalt
  • niet uitgegeven gelden komen de begroting van de EU ten goede; het resterende geld gaat niet terug naar de lidstaten

Daarnaast eiste het Europees Parlement dat de gaten in de begrotingen van 2012 en 2013 worden gedicht door de lidstaten, en dat tekorten niet worden overgeheveld naar het volgende meerjarig financieel kader. De Raad van Ministers bereikte in mei 2013 een akkoord over extra afdrachten om die tekorten te dekken.

Opvallend is dat het Europees Parlement zich erbij lijkt te hebben neergelegd dat de begroting naar beneden wordt bijgesteld. In eerdere resoluties stelde het EP nog harde eisen over een verruiming van de begroting. Belangrijk punt is dat het EP streeft naar een veel kleiner verschil tussen wat de Europese Unie maximaal mag uitgeven en de daadwerkelijke uitgaven. Netto zou de begroting dan nauwelijks lager uitvallen.

Waar moet het geld naar toe?

Het gaat niet alleen om de hoogte van het meerjarig financieel kader. Ook de prioriteiten binnen de begroting en de manier waarop de EU gefinancierd wordt - de eigen middelen - zijn onderwerp van debat. Vooral de landbouwuitgaven en de structuurfondsen staan ter discussie.

Volgens de voorstellen moet er veel meer geld komen voor groei, concurrentie en innovatie en miljarden voor een nieuw programma ter bestrijding van jeugdwerkloosheid. In september 2012 werd voorgesteld de landbouwuitgaven voor de periode 2014-2020 te bevriezen, en de structuurfondsen moeten alleen voor echt arme regio's worden aangewend. Een deel van het EP en een coalitie van armere EU-landen werd ongerust over mogelijke bezuinigingen op de structuurfondsen. Na onderhandelingen lijkt het erop dat de zuidelijke landen een groter deel uit het Cohesiefonds krijgen. In het akkoord van 7/8 februari 2013 is de korting op budgetten voor landbouw en groei van de budgetten voor werkgelegenheid en innovatie overeind gebleven.

Het Europees Parlement wil zoals gezegd in de jaren 2014-2020 veel meer kunnen schuiven tussen posten.

Financiering begroting

De Commissie en het Europees Parlement willen ook de financiering op een heel andere leest schoeien: de EU moet niet langer afhankelijk zijn van de bijdragen vanuit de lidstaten, en de uitzonderingsposities van lidstaten moeten worden opgeschort. De Commissie stelde een Europese belasting voor, wat op veel kritiek kon rekenen. Later kwam het Europees Parlement met het idee om een deel van de begroting te bekostigen uit een Europese bankenbelasting.

Voor al deze plannen van de Commissie en het Europees Parlement voor een andere financiering van de Europese begroting is geen brede steun. De Europese begrotingen van 2014-2020 zullen op dezelfde manier worden gefinancierd als voorgaande jaren. Dat zijn directe betalingen door de lidstaten, een vast percentage van alle BTW-opbrengsten van de lidstaten en de heffingen op import en export naar landen buiten de EU.

2.

Nederland en meerjarenbegroting

Nederland heeft in 2011 duidelijk gemaakt dat het tegen een stijging van de meerjarenbegroting is. Nederland staat bovendien erg argwanend tegenover aanpassingen aan de financiering van de begroting, en dan met name het afschaffen van uitzonderingsposities voor bepaalde netto-betalers. Nederland krijgt namelijk jaarlijks één miljard euro van de EU-bijdrage terug. Verder steunt Nederland plannen om geld van landbouw- en regionaal beleid te verschuiven naar beleid en projecten die de EU concurrerender maken, zoals innovatie en onderzoek.

In maart 2011 kwam Nederland met een eigen voorstel waarin het pleit voor een hervorming van de Europese begroting. Door de plannen van de Commissie voor te zijn, hoopte het kabinet de onderhandelingen te kunnen beïnvloeden.

In november 2012 berichtten verschillende media dat Nederland haar korting van ruim 1 miljard euro op de EU-afdracht naar waarschijnlijkheid zou behouden. Tijdens de Eurotop van 7/8 februari 2013 heeft premier Rutte deze korting inderdaad weten veilig te stellen. Achteraf blijkt dat de 1 miljard zeer waarschijnlijk lager zal uitvallen, gezien de manier waarop de afdracht berekend wordt. 

Een aantal politici en vooraanstaande economen, veel Nederlandse Europarlementariërs en onze eurocommissaris Kroes zijn ontevreden over het akkoord tussen de regeringsleiders. Reden voor die onvrede is dat de begroting niet gericht is op het stimuleren van groei en innovatie. Zij hadden liever gezien dat het geld voor landbouw aan andere zaken was besteed. Wel is er tevredenheid over het behoud van de korting voor Nederland.

3.

De procedure

Het meerjarig financieel kader wordt formeel vastgesteld door de Raad van Ministers én het Europees Parlement volgens de instemmingsprocedure. In de praktijk komt er alleen een meerjarenbegroting als de Europese regeringsleiders het eens zijn.

Technische aanpassing

Ieder jaar voert de Commissie een technische aanpassing van het financieel kader door. Dit houdt het volgende in:

  • Het doorberekenen van zaken als inflatie en economische groei of krimp binnen de Europese economie.
  • Het herberekenen van de beschikbare financiële ruimte voor de resterende jaren binnen het financiële kader.

Herziening financiële kaders

Een financieel kader kan ook tussentijds herzien worden om op onvoorziene situaties te kunnen inspelen. Het voorstel voor een eventuele herziening moet door de Commissie voor de start van de begrotingsprocedure voor het betreffende jaar ingediend en ook goedgekeurd worden.

4.

Discussies rond herziening

5.

Meer informatie