COM(2005)132 - Sneller vorderingen boeken om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bereiken – De bijdrage van de EU

 
Op 1 februari 2007 heeft het Europees Parlement een resolutie ingediend.
 
 

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Inhoud



1. DE NOODZAAK VAN EEN VERSTERKTE EUROPESE BIJDRAGE

Voor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (Millennium Development Goals, MDG) wordt 2005, het ontwikkelingsjaar, een cruciaal jaar. Op de VN-topconferentie van september 2005 komen de staatshoofden en regeringsleiders opnieuw bij elkaar tijdens de Algemene Vergadering van de VN en ze zullen onder meer een de uitvoering van de verklaring en de geboekte vooruitgang op weg naar de MDG grondig evalueren.

De EU heeft concrete stappen gezet om deze doelstellingen vóór 2015 te realiseren en op het moment waarop de hele internationale gemeenschap zich voorbereidt om een eerste balans van de situatie op te maken, is de EU zich ten volle bewust van het belang en de urgentie van deze opgave. In dit verband heeft de Europese Raad bij gelegenheid van zijn vergadering van 22 en 23 maart 2005 de Commissie en de Raad opgeroepen om 'hun werkzaamheden te versnellen, met name ten aanzien van de verschillende onderdelen van het onderwerp 'ontwikkeling", zodat onze standpunten over de verschillende onderwerpen verder kunnen worden bepaald en de Europese Unie een actieve rol kan spelen bij de toekomstige besprekingen".

De EU heeft zich reeds uitgesproken vóór een proces dat moet leiden tot het opmaken van de balans van wat sinds 2000 is bereikt en tot de goedkeuring van richtsnoeren inzake de taken op het gebied van gemeenschappelijke veiligheid. Ook heeft zij zich voorstander betoond van het sluiten van overeenkomsten ter verbetering van de uitvoering van de verbintenissen die in het kader van de Millenniumverklaring en de MDG zijn aangegaan en van het nemen van besluiten over organisatorische hervormingen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken.


lees meer

2.

Initieel standpunt Nederlandse regering

In het algemeen heeft Nederland waardering voor het feit dat de Commissie gevolg heeft gegeven aan de verzoeken van de Raad, in het bijzonder op het gebied van ODA-doelstellingen en coherentie. Duidelijk is wel dat de drie mededelingen in samenhang beoordeeld moeten worden. De onderhavige mededeling heeft weliswaar de titel `De bijdrage van de Europese Unie', maar dit is enigszins misleidend, aangezien het stuk m.n. operationele voorstellen m.b.t. Afrika bevat. De uitgewerkte voorstellen t.a.v. financiering en effectiviteit van de hulp en coherentiebeleid zijn in de beide andere mededelingen opgenomen.

T.a.v. ODA-doelstellingen pr esenteert de Commissie dezelfde voorstelen als in de mededeling over financiering van ontwikkeling, nl. dat de vijftien oude lidstaten (voorzover deze de doelstelling van 0,7% BNP nog niet hebben bereikt) zich individueel voor 2010 op 0,51 % vastleggen, de tien nieuwe lidstaten op 0,17 % en dat het EU-gemiddelde in 2010 op 0,56% uitkomt. De regering zal zich ervoor inzetten dat de EU zich voorafgaand aan de Top minimaal vastlegt op deze interim ODA-doelstellingen. Vanuit overwegingen van duurzaamheid en voorspelbaarheid van ontwikkelingsfinanciering heeft de regering een voorkeur voor een structurele verhoging van nationale ODA-prestaties uit lopende middelen. Nederland steunt dan ook het uitgangspunt van de Commissie dat eventuele innovatieve financieringmechanismen additioneel dienen te zijn aan afspraken over hogere ODA-doelstellingen voor 2010.

Nederland verwelkomt voorts de specifieke aandacht voor Afrika in deze mededeling. De omvang van de problemen in Sub-Sahara Afrika maakt een verhoging van de inspanningen juist daar noodzakelijk. De EU speelt hierbij als grootste donor een belangrijke rol.

Nederland heeft een aantal algemene opmerkingen over het stuk van de Commissie:

  • In de voorliggende mededeling wordt naar het idee van Nederland nog geen coherent

raamwerk geboden voor de rol die de Commissie en lidstaten spelen in de ontwikkeling van Afrika. Een dergelijk raamwerk zou m.n. gericht moeten zijn op de vraag hoe de EU dat wat zij voor Afrika doet beter, intensiever en integraal kan doen. Wellicht zullen de vervolgvoorstellen, die de Commissie later in het jaar zal presenteren, hier wel in voorzien.

  • Verder zou de kernboodschap (`meer en gerichter aandacht voor Afrika') naar het idee van Nederland beter uit de verf kunnen komen. De Commissie verwijst in de laatste voetnoot van de mededeling naar de uitspraak van de G8 in 2002 dat ten minste 50% van de toegezegde additionele ODA aan Afrika ten goede zou moeten komen. De follow-up van deze uitspraak had wat Nederland betreft in de mededeling wat verder uitgewerkt mogen worden.
  • Voorts is onderbelicht dat de problemen in Afrika een integrale benadering vereisen, waarin gebruik moet worden gemaakt van middelen voor ontwikkelingssamenwerking, alsmede van politieke, economische, sociale diplomatieke of veiligheidsinstrumenten. Met name de strategie ten aanzien van post-conflict situaties krijgt onvoldoende aandacht. Een belangrijk uitgangspunt voor Nederland is dat een stabiele situatie van vrede en veiligheid een voorwaarde vormt voor duurzame ontwikkeling. D is het meest duidelijk in landen en it

regio's waar net een gewelddadig conflict is beëindigd. Zonder adequate hulp bestaat er een grote kans dat in deze landen het geweld weer oplaait.

  • De sectie `Trade at the Service of Development' is inhoudelijk onder de maat. Hierin wordt, ondanks de titel, geen concrete invulling aan de relatie handel-ontwikkeling gegeven. Aan de belangrijke rol die de EU voor Afrika kan spelen op het terrein van de internationale handel dient meer aandacht gegeven te worden. Dat geldt zowel voor de onderhandelingen in het kader van de Doha -ronde, als voor de vormgeving van de EPA's. De mededeling legt terecht nadruk op het belang voor Afrika van handelsfacilitatie, capaciteit, gerichte steun in sectoren als katoen, suiker en textiel en het ter beschikking stellen van aanpassingsfinanciering. Dit mag echter niet ten koste gaan van de noodzakelijke, substantiële concessies die de ontwikkelde landen, waaronder de EU, dienen te doen in het kader van de Doha-ronde op het gebied van reductie van binnenlandse steun, afschaffing van exportsubsidies en niet-tariffaire belemmeringen.
  • Nederland vindt dat in de mededeling weinig aandacht wordt besteed aan milieu en duurzame ontwikkeling. De realisatie van milieudoelen is cruciaal voor de verwezenlijking van de MDG's. Duidelijk is dat de ontwrichting van milieu een veiligheidsrisico vormt en daarmee toekomstige ontwikkeling en stabiliteit kan ondermijnen. Door een versterking van de environmental governance en capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden zal bevorderd moeten worden dat er voor cruciale milieuthema's operationele tijdsgebonden doelen geformuleerd worden. Daarnaast is versterkte stroomlijning van milieu in de

beleidsformulerende en operationele activiteiten van de VN noodzakelijk.

  • Nederland zou graag meer informatie ontvangen over het financieel beslag van de voorstellen inzake de focus op Afrika.

T.a.v. de concrete voorstellen van de Commissie zal Nederland de volgende standpunten inbrengen:

  • Het voorstel om op het terrein van conflictpreventie en conflictbeheersing de African Union en de sub-regionale organisaties te ondersteunen, wordt door Nederland van harte gesteund.

Daarbij dient te worden vermeld dat deze ondersteuning onderdeel is van een bredere benadering t.a.v. vrede en veiligheid in Afrika, zoals vastgelegd in de Common Position on Conflict Prevention, Management and Resolution.

  • Het twinning partnership tussen de EU instituties en aanverwante Afrikaanse instituties kan eveneens op steun van Nederland rekenen. De regering steunt het partnerschapprincipe in ontwikkelingssamenwerking. Er dient echter voorkomen te worden dat excessief veel energie en middelen in samenwerkingsverbanden wordt gestoken die slechts in geringe mate aan armoedebestrijding ten goede komen.
  • De aanvulling v de African Peace Facility tot 2007 behoeft naar het idee van Nederland an

inderdaad aandacht. De PF blijkt in een grote behoefte te voorzien en is reeds in Soedan en Centraal Afrika ingezet. Bij de oprichting van de PF is besloten dat de EU zou zoeken naar alternatieve financieringsbronnen. De PF wordt nu nog uit het EOF betaald. In de Commissievoorstellen voor de nieuwe Financiële Perspectieven is financiering van de PF vanuit het Stabiliteitsinstrument voorzien. Nederland is van mening dat er voor de tussenliggende periode ook een oplossing gevonden dient te worden.

  • Het Europa-Afrika partnerschap voor infrastructuur beoogt meer ownership bij de Afrikaanse belanghebbenden te leggen en in een later stadium private investeerders aan te trekken.

Nederland staat hier positief tegenover, maar acht het wel van belang dat de Afrikaanse landen zelf ook zorgdragen voor een stabiel regelgevend kader (bijvoorbeeld op het gebied van telecommunicatie). Daarnaast dienen de milieu-aspecten van ieder project kritisch onder de loep te worden genomen.

 
 

3.

Kerngegevens

COM-nummer COM(2005)132pdf icoon
extra com nummer COM(2005)132;SEC(2005)456;SEC(2005)452
raadsdocument 2005/38
bnc fiche Mededeling inzake MDG's, de Europese bijdrage
BNC-kamerstuknummer 22112, 378, 4
officiële titel Mededeling van de Commissie aan de Raad, het europees Parlement en het europees Economisch en Sociaal Comité - Sneller vorderingen boeken om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bereiken – De bijdrage van de Europese Unie
officiële Engelstalige titel Communication from the Commission to the Council, the European Parliament and the Economic and Social Committee - Speeding up progress towards the Millennium Development Goals - The European Union’s contribution
dossierklasse informatiedossiers
datum online publicatie 12-04-2005
 
 

4.

Relevante documenten

(16 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

5.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: communautair financieel instrument, communautaire hulp, economische samenwerking, industrieland, ontwikkelingshulp, ontwikkelingsland, samenwerkingsbeleid.

6.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen:


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.