RAAD VAN Brussel, 26 november 2010 (OR. en) DE EUROPESE UNIE
15674/10
Interinstitutioneel dossier:
2010/0196 (NLE) AELE 63 CH 46 AGRILEG 140 VETER 37 AGRI 434 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat door de Europese Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Veterinair Comité ten aanzien van de wijziging van de aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouw- producten BESLUIT Nr. .../2010/EU VAN DE RAAD
van
betreffende het standpunt dat door de Europese Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Veterinair Comité ten aanzien van de wijziging van de aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat betreft de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat bepaalt dat het standpunt van de Unie in het Gemengd Veterinair Comité wordt vastgesteld door de Raad, op voorstel van de Commissie.
(2) De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de landbouwovereenkomst" genoemd) werd op 21 juni 1999 ondertekend en is op 1 juni 2002 in werking getreden.
(3) Bij artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt een Gemengd Veterinair Comité opgericht, dat de behandeling van elke kwestie die betrekking heeft op genoemde bijlage en op de uitvoering daarvan en alle taken in verband met deze bijlage op zich neemt. Overeenkomstig lid 3 van dat artikel kan het Gemengd Veterinair Comité besluiten de aanhangsels van bijlage 11 te wijzigen, met name met de bedoeling deze aan te passen en bij te werken.
(4) De Unie dient het standpunt vast te stellen dat in het Gemengd Veterinair Comité moet worden ingenomen betreffende de vaststelling van de noodzakelijke wijzigingen van de aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat de Unie in het Gemengd Veterinair Comité moet innemen over de wijziging van de aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Veterinair Comité.
Artikel 2
Het besluit van het Gemengd Veterinair Comité wordt na vaststelling bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te ...
Voor de Raad De voorzitter
Ontwerp BESLUIT Nr. 1/2010 VAN HET GEMENGD VETERINAIR COMITÉ OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUCTEN
van ...
tot wijziging van de aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de overeenkomst HET GEMENGD VETERINAIR COMITÉ,
Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de landbouwovereenkomst" genoemd), en met name artikel 19, lid 3, van bijlage 11,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De landbouwovereenkomst is op 1 juni 2002 in werking getreden.
(2) Overeenkomstig artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst neemt het Gemengd Veterinair Comité in voor elke kwestie die betrekking heeft op genoemde bijlage en op de uitvoering daarvan en voor alle taken in verband met deze bijlage op zich.
Overeenkomstig lid 3 van dat artikel kan het Gemengd Veterinair Comité besluiten de aanhangsels van bijlage 11 te wijzigen, met name met de bedoeling die aan te passen en bij te werken.
(3) De aanhangsels van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst zijn voor de eerste keer gewijzigd bij Besluit nr. 2/2003 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité van 25 november 2003 tot wijziging van de aanhangsels 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 11 van bijlage 11 bij de overeenkomst.
(4) De aanhangsels van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst zijn voor de laatste keer gewijzigd bij Besluit nr. 1/2008 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité van 23 december 2008 tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11.
(5) De Zwitserse Bondsstaat heeft verzocht om verlenging van de eerder toegekende afwijking voor het onderzoek op de aanwezigheid van Trichinella in karkassen en vlees van gedomesticeerde mest- en slachtvarkens in slachthuizen met een geringe capaciteit.
Overwegende dat bovengenoemde karkassen en vlees van gedomesticeerde varkens en de daarvan afgeleide vleesbereidingen, vleesproducten en verwerkte vleesproducten niet mogen worden verhandeld met de lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig artikel 9, onder a), van de Zwitserse verordening van het Federale Ministerie van Binnen- landse Zaken inzake levensmiddelen van dierlijke oorsprong (RS 817.022.108), kan een dergelijk verzoek worden ingewilligd. De betrokken afwijking dient derhalve tot en met 31 december 2014 van toepassing te zijn.
(6) Sinds de laatste wijziging van de aanhangsels van bijlage 11 bij de landbouwovereen- komst, zijn de wetgevende bepalingen van de aanhangsels 1, 2, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij die overeenkomst ook gewijzigd. De in aanhangsel 11 van bijlage 11 vermelde contact- punten moeten worden bijgewerkt.
(7) De aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst moeten bijgevolg worden gewijzigd, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De aanhangsels 1, 2, 5, 6, 10 en 11 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst worden gewijzigd overeenkomstig de bijlagen I tot en met VI bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit, opgesteld in twee exemplaren, wordt ondertekend door de medevoorzitters of andere personen die gemachtigd zijn namens de partijen op te treden.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop de beide partijen het ondertekend hebben.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Ondertekend te ..., ... Ondertekend te ..., ...
Voor de Zwitserse Bondsstaat Voor de Europese Unie Hoofd van de delegatie Hoofd van de delegatie BIJLAGE I
I. Hoofdstuk "V. Aviaire influenza" van aanhangsel 1 van bijlage 11 bij de landbouw- overeenkomst wordt vervangen door:
"V. AVIAIRE INFLUENZA
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een handeling geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar de desbetreffende handeling, als gewijzigd vóór 1 september 2009.
Europese Unie Zwitserland
Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16) 1. Wet van 1 juli 1966 inzake epizoötieën (LFE; RS 916.40), met name de artikelen 1, 1a en 9a (maatregelen tegen zeer besmettelijke epizoötieën, doel- stellingen van de bestrijding) en 57 (technische uitvoeringsbepalingen, inter- nationale samenwerking).
-
2.Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE; RS 916.401), en met name de artikelen 2 (zeer besmettelijke epizoötieën), 49 (het omgaan met voor het dier pathogene micro-organismen), 73 en 74 (reiniging en ontsmetting), 77 tot en met 98 (gemeenschappelijke bepalingen inzake zeer besmettelijke epizoötieën), 122 tot en met 125 (specifieke maatregelen betreffende aviaire influenza).
-
3.Verordening van 14 juni 1999 betreffende de organisatie van het Federale Ministerie van Economische Zaken (Org DFE; RS 172.216.1), met name artikel 8 (referentielaboratorium).
B. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.Het referentielaboratorium van de Europese Unie voor aviaire influenza is Central Veterinary Laboratory, New Haw, Weybridge, Surrey KT15 3NB, Verenigd Koninkrijk. Zwitserland betaalt de kosten waarvoor het verantwoordelijk is, voor de werkzaamheden die door het laboratorium in die hoedanigheid worden uitgevoerd.
De bevoegdheden en taken van dit laboratorium zijn vastgesteld in bijlage VII, punt 2, bij Richtlijn 2005/94/EG.
-
2.Overeenkomstig artikel 97 van de Verordening inzake epizoötieën beschikt Zwitserland over een noodplan, dat op de website van het Federaal Veterinair Bureau gepubliceerd is.
-
3.Controles ter plaatse worden onder de verantwoordelijkheid van het Gemengd Veterinaire Comité op grond van met name artikel 60 van Richtlijn 2005/94/EG en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën uitgevoerd.". II. Hoofdstuk "VII. Ziekten bij vissen en weekdieren" van aanhangsel 1 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"VII. ZIEKTEN BIJ VISSEN EN WEEKDIEREN
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een handeling geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar de desbetreffende handeling, als gewijzigd vóór 1 september 2009.
Europese Unie Zwitserland
Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinair- rechtelijke voorschriften voor aqua- cultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 14). 1. Wet van 1 juli 1966 inzake epizoötieën (LFE; RS 916.40), met name de artikelen 1, 1a en 10 (maatregelen tegen epizoötieën) en 57 (technische uitvoeringsbepalingen, internationale samenwerking).
-
2.Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE; RS 916.401), en met name de artikelen 3 en 4 (de bedoelde epizoötieën), 18a (registratie van kweekeenheden voor vissen), 61 (verplichtingen van de pachters van visrechten en van de met het toezicht op de visserij belaste instellingen), 62 tot en met 76 (algemene bestrijdings- maatregelen) en 275 tot en met 290 (specifieke maatregelen met betrekking tot visziekten, diagnoselaboratorium).
B. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.Momenteel worden in Zwitserland geen platte oesters gekweekt. Het Federaal Veterinair Bureau verbindt zich ertoe om, indien zich bonamiose of marteiliose voordoet, de in de wetgeving van de Europese Unie vastgestelde noodmaatregelen te treffen op grond van artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën.
-
2.Met het oog op de bestrijding van ziekten bij vissen en weekdieren past Zwitserland de verordening inzake epizoötieën toe, met name de artikelen 61 (verplichtingen van de pachters van visrechten en van de met het toezicht op de visserij belaste instellingen), 62 tot en met 76 (algemene bestrijdingsmaatregelen) en 275 tot en met 290 (specifieke maatregelen met betrekking tot visziekten, diagnose- laboratorium) en 291 (te bewaken epizoötieën)
-
3.Het referentielaboratorium van de Europese Unie voor ziekten bij schaaldieren is het Centre for Environment, Fisheries & Aquaculture Science (CEFAS), Weymouth Laboratory, Verenigd Koninkrijk. Het referentielaboratorium van de Europese Unie voor visziekten is het National Veterinary Institute, Technical University of Denmark, Hangøvej 2, 8200 Århus, Denemarken. Het referentielaboratorium van de Europese Unie voor ziekten bij weekdieren is het Laboratoire IFREMER, BP 133, 17390 La Tremblade, Frankrijk. Zwitserland betaalt de kosten waarvoor het verant- woordelijk is, voor de werkzaamheden die door de laboratoria in de bovengenoemde hoedanigheid worden uitgevoerd. De bevoegdheden en taken van deze laboratoria zijn vastgesteld in bijlage VI, deel I, bij Richtlijn 2006/88/EG.
-
4.Controles ter plaatse worden onder de verantwoordelijkheid van het Gemengd Veterinair Comité op grond van met name artikel 58 van Richtlijn 2006/88/EG en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën uitgevoerd.". BIJLAGE II
I. Punt 7, onder d), van deel "B. Bijzondere uitvoeringsbepalingen" van hoofdstuk "I. Runderen en varkens" van aanhangsel 2 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"d) de inbeslagneming wordt ingetrokken indien, nadat alle besmette dieren uit het beslag zijn verwijderd, twee serologische tests bij alle fokdieren en bij een representatief aantal mestdieren, uitgevoerd met een tussenpoos van ten minste 21 dagen, een negatief resultaat hebben opgeleverd.
Wegens de erkenning van de status van Zwitserland zijn de bepalingen van Beschikking 2008/185/EG (PB L 59 van 4.3.2008, blz. 19), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2009/248/EG (PB L 73 van 19.3.2009, blz. 22), van overeenkomstige toepassing.". II. Punt 11 van deel "B. Bijzondere uitvoeringsbepalingen" van hoofdstuk "I. Runderen en varkens" van aanhangsel 2 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"11. In het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie en Zwitserland moeten runderen en varkens vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat volgens een van de in bijlage F bij Richtlijn 64/432/EEG vastgestelde modellen. De volgende aanpassingen moeten daarbij worden aangebracht:
voor model 1, afdeling C, worden de certificeringen als volgt aangepast:
in punt 4, inzake de aanvullende garanties, worden de streepjes als volgt aangevuld:
"ziekte: infectieuze boviene rhinotracheïtis;
conform Beschikking 2004/558/EG van de Commissie, die van overeenkomstige toepassing is;";
voor model 2, afdeling C, worden de certificeringen als volgt aangepast:
in punt 4, inzake de aanvullende garanties, worden de streepjes als volgt aangevuld:
"ziekte: ziekte van Aujeszky;
conform Beschikking 2008/185/EG van de Commissie, die van overeenkomstige toepassing is.". III. Punt 4 van deel "B. Bijzondere uitvoeringsbepalingen" van hoofdstuk "IV. Pluimvee en broedeieren" van aanhangsel 2 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"4. De Zwitserse autoriteiten verbinden zich ertoe om bij verzending van broedeieren naar de Europese Unie de bij Verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG)
nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor broedeieren en kuikens van pluimvee (PB L 168 van 28.6.2008, blz. 5) vastgestelde regels voor het merken van eieren na te leven.". IV. Hoofdstuk "V. Aquacultuurdieren en -producten" van aanhangsel 2 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"V. AQUACULTUURDIEREN EN -PRODUCTEN
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een handeling geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar de desbetreffende handeling, als gewijzigd vóór 1 september 2009.
Europese Unie Zwitserland
Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinair- rechtelijke voorschriften voor aqua- cultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 14). 1. Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE; RS 916.401), en met name de artikelen 3 en 4 (de bedoelde epizoötieën), 18a (registratie van kweek- eenheden voor vissen), 61 (verplichtingen van de pachters van visrechten en van de met het toezicht op de visserij belaste instellingen), 62 tot en met 76 (algemene bestrijdingsmaatregelen) en 275 tot en met 290 (specifieke maatregelen met betrekking tot visziekten, diagnose- laboratorium)
-
2.Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE; RS 916.443.10).
-
3.Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dieren van oorsprong uit derde landen (OITA; RS 916.443.12).
B. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.Voor de uitvoering van deze bijlage wordt erkend dat Zwitserland officieel vrij is van infectieuze anemie bij de zalm en besmettingen met Marteilia refringens en Bonamia ostreae.
-
2.Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor het nemen van besluiten betreffende de eventuele toepassing van de artikelen 29, 40, 41, 43, 44 en 50 van Richtlijn 2006/88/EG.
-
3.De veterinairrechtelijke voorwaarden voor het in de handel brengen van sierwaterdieren, aquacultuurdieren bestemd voor de kweek, inclusief in heruitzettingsgebieden, put-en-take- visbedrijven en open siervisvoorzieningen, alsook voor uitzetting, en van aquacultuur- dieren en dierlijke producten, bestemd voor menselijke consumptie, zijn vastgesteld in de artikelen 4 tot en met 9 van Verordening (EG) nr. 1251/2008 van de Commissie van 12 december 2008 ter uitvoering van Richtlijn 2006/88/EG van de Raad wat betreft de voorwaarden en certificeringsvoorschriften voor het in de handel brengen en de invoer in de Gemeenschap van aquacultuurdieren en producten daarvan en tot vaststelling van een lijst van vectorsoorten (PB L 337 van 16.12.2008, blz. 41).
-
4.Controles ter plaatse worden onder de verantwoordelijkheid van het Gemengd Veterinaire Comité op grond van met name artikel 58 van Richtlijn 2006/88/EG en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën uitgevoerd.". BIJLAGE III
Deel "A. Identificatie van de dieren" van hoofdstuk V van aanhangsel 5 van bijlage 11 bij de land- bouwovereenkomst wordt vervangen door:
"A. IDENTIFICATIE VAN VEE
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een handeling geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar de desbetreffende handeling, als gewijzigd vóór 1 september 2009.
Europese Unie Zwitserland
-
1.Richtlijn 2008/71/EG van de Raad van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en de registratie van varkens (PB L 213 van 8.8.2008, blz. 31). 1. Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE; RS 916.401), met name de artikelen 7 tot en met 20 (registratie en identificatie).
-
2.Verordening van 23 november 2005 betreffende de databank over de verplaatsing van dieren (Verordening inzake BDTA; RS 916.404).
-
2.Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG)
nr. 820/97 van de Raad (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1).
B. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
-
a.De toepassing van artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2008/71/EG valt onder de bevoegdheid van het Gemengd Veterinair Comité.
-
b.Controles ter plaatse worden onder de verantwoordelijkheid van het Gemengd Veterinair Comité op grond van met name artikel 22 van Verordening nr. 1760/2000 en artikel 57 van de wet inzake epizoötieën, alsook artikel 1 van de Verordening van 14 november 2007 inzake de coördinatie van de inspecties in landbouwbedrijven (OCI, RS 910.15)
uitgevoerd.". BIJLAGE IV
I. Punt 6 van afdeling "Bijzondere voorwaarden" van hoofdstuk I van aanhangsel 6 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt als volgt gewijzigd:
"(6) Voor karkassen en vlees van gedomesticeerde mest- en slachtvarkens in slachthuizen met een geringe capaciteit mogen de Zwitserse bevoegde autoriteiten afwijken van de bepalingen betreffende het onderzoek op de aanwezigheid van Trichinella.
Deze bepaling is van toepassing tot en met 31 december 2014.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 8, lid 3, van de verordening van het DFE van 23 november 2005 inzake de hygiëne bij het slachten van vee (OHyAb); RS 817.190.1) en artikel 9, lid 8, van de verordening van het DFI van 23 november 2005 inzake levensmiddelen van dierlijke oorsprong (RS 817.022.108)
zijn deze karkassen en dit vlees van gedomesticeerde mest- en slachtvarkens alsook de daarvan afgeleide vleesbereidingen, vleesproducten en verwerkte vleesproducten voorzien van een gezondheidsmerk dat beantwoordt aan het model vastgesteld in bijlage 9, laatste alinea, bij de verordening van het DFE van 23 november 2005 inzake de hygiëne bij het slachten van dieren (OhyAb; RS 817.190.1).
Overeenkomstig artikel 9a van de Verordening van het DFI van 23 november 2005 inzake levensmiddelen van dierlijke oorsprong (RS 817.022.108) mogen deze producten niet in het handelsverkeer met de lidstaten van de Europese Unie worden gebracht.". II. Punt 11 van afdeling "Bijzondere voorwaarden" van hoofdstuk I van aanhangsel 6 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"1. Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1);
-
2.Richtlijn 95/45/EG van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 226 van 22.9.1995, blz. 1);
-
3.Verordening (EG) Nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad van 28 oktober 1996 tot vaststelling van een communautaire procedure voor in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken aromastoffen (PB L 299 van 23.11.1996, blz. 1);
-
4.Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3);
-
5.Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10);
-
6.Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16);
-
7.Richtlijn 1999/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake de vaststelling van een communautaire lijst van voedsel en voedselingrediënten die mogen worden behandeld met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 24);
-
8.Beschikking 1999/217/EG van de Commissie van 23 februari 1999 tot vaststelling van een repertorium van in levensmiddelen gebruikte aromastoffen, dat is samen- gesteld in toepassing van Verordening (EG) nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 84 van 27.3.1999, blz. 1);
-
9.Beschikking 2002/840/EG van de Commissie van 23 oktober 2002 tot goedkeuring van de lijst van erkende installaties in derde landen voor de doorstraling van levens- middelen (PB L 287 van 25.10.2002, blz. 40);
-
10.Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's (PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1);
-
11.Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levens- middelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5);
-
12.Verordening (EG) nr. 884/2007 van de Commissie van 26 juli 2007 inzake nood- maatregelen tot opschorting van het gebruik van E 128 Rood 2G als levensmiddelen- kleurstof (PB L 195 van 27.7.2007, blz. 8);
-
13.Verordening (EG) nr. 1332/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake voedingsenzymen en tot wijziging van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad, Richtlijn 2000/13/EG, Richtlijn 2001/112/EG van de Raad en Verordening (EG) nr. 258/97 (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 7);
-
14.Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16);
-
15.Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake aroma's en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 34);
-
16.Richtlijn 2009/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (PB L 141 van 6.6.2009, blz. 3);
-
17.Richtlijn 2008/60/EG van de Commissie van 17 juni 2008 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 158 van 18.6.2008, blz. 17);
-
18.Richtlijn 2008/84/EG van de Commissie van 27 augustus 2008 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 253 van 20.9.2008, blz. 1);
-
19.Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grens- waarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11).". BIJLAGE V
Hoofdstuk V van aanhangsel 10 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt als volgt gewijzigd:
-
1.De punten 3, 6, 7, 8, 9 en 14 van deel 1.A worden geschrapt.
-
2.De volgende punten worden toegevoegd aan deel 1.A:
"31. Richtlijn 2008/60/EG van de Commissie van 17 juni 2008 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 158 van 18.6.2008, blz. 17).
-
32.Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).
-
33.Richtlijn 2008/84/EG van de Commissie van 27 augustus 2008 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 253 van 20.9.2008, blz. 1).". BIJLAGE VI
Aanhangsel 11 van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt vervangen door:
"CONTACTPUNTEN
I. Voor de Europese Unie:
De directeur Diergezondheid en -welzijn Directoraat-generaal Gezondheid en consumenten Europese Commissie, B-1049 Brussel II. Voor Zwitserland:
De directeur Office Vétérinaire Fédéral CH-3003 Bern Ander belangrijk contactpunt:
Afdelingshoofd Office fédéral de la Santé Publique Division sécurité alimentaire CH-3003 Bern".
- 27 mrt '08COM(2008)154 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan
- 20 dec '07COM(2007)829 - Identificatie en de registratie van varkens
- 17 okt '07COM(2007)613 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 648/2004 teneinde deze aan te passen aan Verordening (EG) nr. … betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging van richtlijn 67/548/EEG Verordening (EG) nr. 1907/2006
- 17 apr '07COM(2007)194 - Gemeenschappelijke procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90
- 28 jul '06COM(2006)425 - Voedingsenzymen en tot wijziging van richtlijn 83/417/EEG, Verordening 1493/1999, richtlijn 2000/13/EG en richtlijn 2001/112/EG
- 28 jul '06COM(2006)427 - Aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in of op levensmiddelen en tot wijziging van Verordening 1576/89, Verordening 1601/91, Verordening (EG) nr. 2232/96 en richtlijn 2000/13/EG
- 15 dec '05COM(2005)125 - Definitie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken
- 23 aug '05COM(2005)362 - Veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren
- 28 apr '05COM(2005)171 - Gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza
- 15 jul '02COM(2002)400 - In of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's

