Ratko Mladic (1942) is een Bosnisch-Servische generaal die tijdens de strijd in Bosnië in 1992-1995 het leger van de Republiek Srpska leidde. Hij wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en tegen hem liep sinds 1996 een internationaal opsporingsverzoek. Hij is op 26 mei 2011 gearresteerd en op 31 mei overgedragen aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag, waar hij terecht zal staan.
Mladic werd geboren in het Servische dorp Bozanovici. Zijn vader was militair leider van de Bosnische Serviërs en sneuvelde in 1945 als partizaan. Ratko Mladic werd in 1965 officier in het Joegoslavische leger en werd later hoofd van de militaire-onderwijsafdeling in het district Skopje. In 1991 werd hij luitenant-kolonel. Hij leidde vervolgens vanaf 1994 vier jaar de blokkade en belegering van Sarajevo. In 1992 was hij tevens chef-staf en bevelvoerder in de Republiek Srpska, met als rang kolonel-generaal.
Onder zijn aanvoering nam het leger van Srpska in juli 1995 de door de VN tot beschermde gebieden verklaarde enclaves Srebrenica en Zepa in. Ruim 8000 moslims werden daarbij vermoord. Nadat in augustus 1995 twee steden door Kroatische troepen waren ingenomen, werd Mladic gedegradeerd tot 'adviseur'. In november 1996 volgde zijn ontslag en pensionering.
Het Joegoslavië-Tribunaal klaagde hem in juli 1995 aan voor genocide, mensenrechtenschendingen en voor diverse oorlogsmisdaden. In november 1995 werd de aanklacht uitgebreid met misdaden tegen de menselijkheid. Mladic was daarna jarenlang voortvluchtig. Diverse (vermeende) pogingen om hem aan te houden, mislukten. Vooral de EU voerde de druk op Servië op om hem op te sporen. Zijn populariteit onder de bevolking van Srpska was daarbij een obstakel. Op 26 mei 2011 maakte de Servische president Tadic de arrestatie van Mladic bekend; enkele dagen later werd hij overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen.
