COM(2005)673 - Toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en verbruikte splijtstof

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 20 november 2006 heeft de Raad het voorstel aangenomen en is het voorstel goedgekeurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en verbruikte splijtstof

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council Directive on the supervision and control of shipments of radioactive waste and nuclear spent fuel
 
COM-nummer COM(2005)673
extra com nummer COM(2005)673
raadsdocument 2006/58
interinstitutioneel nummer 2005/0272(CNS)

3.

Oorspronkelijk voorstel

VERANTWOORDING VAN HET VOORSTEL

In het kader van de vijfde fase van het SLIM-initiatief (Simpler Legislation for Internal Market - SLIM V) werd in 2001 met het oog op de gebruikersvriendelijkheid en transparantie een begin gemaakt met de herziening van Richtlijn 92/3/Euratom van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap. Zie in dat verband het verslag van de Commissie betreffende de resultaten van de vijfde fase van SLIM.

Er zijn vier redenen om in de bepalingen van Richtlijn 92/3 wijzigingen aan te brengen:

- overeenstemming met de recentste Euratomrichtlijnen , namelijk Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren en Richtlijn 2003/122/Euratom van de Raad van 22 december 2003 inzake de controle op hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen, in het bijzonder wat de formulering betreft van de bepalingen betreffende de terugzending van radioactieve ingekapselde bronnen;

- overeenstemming met internationale verdragen en overeenkomsten , met name met het oog op de geplande toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot het Gezamenlijk Verdrag van de IAEA inzake de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (hierna het 'Gezamenlijk Verdrag' genoemd);

- verduidelijking van de procedure in de praktijk en verbetering van de structuur van de richtlijn;

- uitbreiding van het toepassingsgebied tot verbruikte splijtstof. Volgens Richtlijn 92/3 wordt verbruikte (bestraalde) splijtstof die niet voor verder gebruik bestemd is, beschouwd als 'radioactief afval' en overbrenging van dergelijk materiaal is onderworpen aan de uniforme controleprocedure van de richtlijn. Daarentegen is overbrenging van verbruikte splijtstof voor opwerking niet aan die procedure onderworpen. Dit brengt mee dat hetzelfde materiaal, naar gelang van het beoogde gebruik, nu eens wel dan weer niet aan de controleprocedure onderworpen is.

In het SLIM-verslag wordt erkend dat 'het voorbeeld van het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval erop wijst dat het toepassingsgebied van de richtlijn moet worden uitgebreid tot verbruikte splijtstof die voor opwerking is bestemd'. Er werd evenwel geen directe aanbeveling gedaan, omdat dit naar de mening van het SLIM-team 'buiten de opdracht in het kader van het SLIM V-initiatief viel'.

(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Nederland is positief over het Commissievoorstel. Het is in het belang van Nederland om te voorkómen dat ongecontroleerde afvalstromen binnen de EU bestaan, alsook tussen de EU en derde landen. Met richtlijn 92/3 is een controlesysteem opgezet waarmee dit doel wordt bereikt. Het onderhavige voorstel dient ter verbetering hiervan.

De Commissie stelt in het (herziene) voorstel voor om bestraalde splijtstof die bestemd is om te worden opgewerkt en volgens de definitie van de richtlijn geen radioactief afval is, toch onder de werking van de richtlijn te brengen. Als argument wordt genoemd dat het vreemd is dat bestraalde splijtstof die bestemd is te worden opgewerkt niet als radioactief afval moet worden aangemerkt terwijl hetzelfde materiaal wel radioactief afval is indien geen verder gebruik ervan is voorzien.

Hiertegen kan als Nederlands standpunt worden ingebracht dat volgens de definitie de fysische, chemische en radiologische eigenschappen van het materiaal niet bepalend zijn of sprake is van radioactief afval, maar dat de bestemming van het materiaal, namelijk dat geen verder gebruik is voorzien, doorslaggevend is. Voor bestraalde splijtstof die wordt opgewerkt is juist wel verder gebruik voorzien en dat gebeurt ook. Indien in een richtlijn over radioactief afval geen onderscheid wordt gemaakt tussen radioactief afval en bestraalde splijtstof die wordt opgewerkt (en volgens de definitie van de richtlijn geen afval is), wordt de schijn gewekt dat bestraalde splijtstof waarvoor hergebruik wordt voorzien op grond van de richtlijn radioactief afval zou zijn. Aangezien voor dergelijke transporten op grond van het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal internationaal al een vergunningplicht geldt, is het om die reden onwenselijk om nog een extra vergunningplicht te stellen.

Ter voorkoming van dubbele vergunningen en procedures zal Nederland zich er voor inzetten om dit aspect buiten de werkingssfeer van de richtlijn te houden.

Een tweede punt betreft de automatische goedkeuringsprocedure. Dit betekent dat de lidstaat van bestemming of een lidstaat van doorvoer van radioactieve afvalstoffen die een verzoek daartoe van een andere lidstaat heeft ontvangen geacht wordt met de overbrenging te hebben ingestemd indien deze lidstaat van bestemming of doorvoer binnen drie maanden (of na verlenging vier maanden) niet heeft gereageerd op het betreffende verzoek.

In het Commissievoorstel is nu toegevoegd dat van deze automatische goedkeuring alleen gebruik kan worden gemaakt indien van de lidstaat van bestemming of van doorvoer binnen een maand na het verzoek een ontvangstbericht is ontvangen. Door deze toevoeging wordt voorkomen dat een betrokken lidstaat die niet op de hoogte is van een verzoek en derhalve niet reageert, geconfronteerd wordt met een ongeclausuleerde acceptatieplicht van de gevraagde overbrenging van de radioactieve afvalstoffen. De toevoeging dat van de automatische goedkeuring alleen gebruik kan worden gemaakt indien van de betrokken lidstaten een ontvangstbericht van het verzoek om overbrenging is ontvangen, voorkomt deze ongewenste situatie en is voor Nederland noodzakelijk.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Richtlijn is gebaseerd op EURATOM-Verdrag artikel 31 alinea 2 en artikel 32.

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Raadplegingsprocedure (CNS)
stemwijze Raad Raad besluit met eenparigheid van stemmen
datum online publicatie 21-12-2005
datum besluit 20-11-2006

7.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: exportcontrole, gevaren voor de gezondheid, grensoverschrijdend vervoer, radioactief afval, stralingsbrandstof, uitvoer van afvalstoffen, vervoer van gevaarlijke stoffen.

8.

Betrokkenen

9.

Relevante documenten

(60 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

10.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.