COM(2004)490 - Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 20 september 2005 heeft de Raad het voorstel aangenomen en is het voorstel goedgekeurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een verordening van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council Regulation on support for rural development by the European Agricultural Fund for Rural Development (EAFRD)
 
COM-nummer COM(2004)490
extra com nummer COM(2004)490;SEC(2004)931
raadsdocument 2004/95
interinstitutioneel nummer 2004/0161(CNS)

3.

Oorspronkelijk voorstel



1. Na de fundamentele hervorming van de eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in 2003 en 2004 zal in de nieuwe financiële periode plattelandsontwikkeling het belangrijkste aandachtspunt zijn wat de hervorming van dat beleid betreft.


2. Van de bevolking van de EU-25 woont meer dan de helft in de plattelandsgebieden, die 90% van het grondgebied beslaan. Plattelandsontwikkeling is dan ook een belangrijk beleidsterrein. De land- en bosbouw blijven van overheersende betekenis voor het grondgebruik en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen in de plattelandsgebieden van de EU. Ook zijn zij belangrijk als basis voor economische diversificatie in de plattelandsgemeenschappen.


3. De 'problemen' en uitdagingen waaraan het beleid inzake plattelandsontwikkeling het hoofd moet bieden, kunnen als volgt worden samengevat:


- Op economisch gebied: in plattelandsgebieden is het inkomen veel lager dan gemiddeld, vergrijst de beroepsbevolking en is de afhankelijkheid van de primaire sector groter.


- Op sociaal-maatschappelijk gebied: in plattelandsgebieden is er duidelijk meer werkloosheid. Ook de geringe bevolkingsdichtheid en de ontvolking in sommige gebieden kunnen het gevaar vergroten dat problemen worden ondervonden zoals een slechte toegankelijkheid van basisvoorzieningen, sociale uitsluiting en minder keuzemogelijkheden op de arbeidsmarkt.


- Op milieugebied: de noodzaak ervoor te zorgen dat de land- en bosbouw een positieve bijdrage leveren aan de natuur en het milieu in ruimere zin, vergt een zorgvuldige evenwichtsoefening.


4. Agenda 2000 heeft het beleid inzake plattelandsontwikkeling gemaakt tot de tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid om de verdere hervorming van het marktbeleid op het hele Europese grondgebied te begeleiden. Het beleid inzake plattelandsontwikkeling kan daarom niet worden losgemaakt van zijn rol als tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met de nadruk op 'gemeenschappelijk', de kwalificatie die aangeeft dat ervoor is gekozen de landbouwsector op EU-niveau te organiseren. Dit is van bijzonder belang waar het erom gaat ten aanzien van de instrumenten en de beleidsdoelstellingen te zorgen voor de nodige coherentie tussen de twee pijlers.


5. Het beleid inzake plattelandsontwikkeling van de EU strookt met de algemene richtsnoeren voor duurzame ontwikkeling die voortvloeien uit de conclusies van de Europese Raad tijdens zijn vergaderingen in Lissabon (maart 2000) en in Göteborg (juni 2001). Terwijl in de conclusies van Lissabon als doel is gesteld om tegen 2010 van de Europese Unie de meest concurrerende kenniseconomie te maken, is in de conclusies van Göteborg een nieuw accent gelegd op milieubescherming en de verwezenlijking van een duurzamer ontwikkelingspatroon. In de laatstgenoemde conclusies is er ook op gewezen dat dankzij Agenda 2000 het Europese landbouwbeleid 'zich ... meer georiënteerd (heeft) op de toenemende eisen van het publiek inzake voedselveiligheid, voedselkwaliteit, productdiversificatie, dierenwelzijn, kwaliteit van het milieu en het behoud van natuur en landschap'.
(...)


lees meer

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

In algemene zin kan Nederland de ingezette koers onderschrijven. Neder-

land onderschrijft de doelstellingen van het beleid en de herstructurering

van de maatregelen aan de hand van de genoemde prioritaire assen,

hoewel de economische onderbouwing gemist wordt. Het voorstel van de

Commissie om dit nader te concretiseren in de vorm van een Europees

strategiedocument wordt op zichzelf eveneens ondersteund. Zo'n stra-

tegie kan de toegevoegde waarde van een communautair plattelands-

beleid invulling geven. Wel is Nederland van mening dat het plattelands-

beleid meer rekening moet houden met de specifieke situaties van

plattelandsgebieden gelegen nabij stedelijke gebieden (urbane-rurale

gebieden) zoals bijvoorbeeld de Veenweide-gebieden, en dat er voldoen-

de ruimte moet blijven voor nationale invulling van het plattelandsbeleid.

De integratie van het programma Leader-plus in de verordening wordt

eveneens ondersteund door Nederland. Het biedt een goede mogelijkheid

om binnen het geheel van de implementatie van het Europese plattelands-

beleid gebruik te maken van de kennis en ervaringen met de bottom-up

benadering van Leader en deze aanpak steviger daarin te verankeren.

Integratie van het uit te werken Actieplan biologische landbouw dient,

gezien de evidente samenhang met plattelandsontwikkeling, ingebed te

worden in de verdere uitwerking van de verordening.

De voorstellen van de Commissie om voor de verschillende prioriteiten te

komen tot een verplichte minimale besteding van middelen acht Neder-

land bezwaarlijk. Nederland heeft begrip voor het standpunt van de

Commissie dat een evenwichtige programmering gewenst is, maar naar

Nederlands oordeel zijn er andere methoden denkbaar om daar desge-

wenst in te sturen. Het verplicht vastleggen van percentages druist te zeer

in tegen de wens om voldoende rekening te houden met de diversiteit aan

problemen in de Europese plattelandsregio's, beperkt te veel de mogelijk-

heden van lidstaten van een flexibele invulling van het plattelandsbeleid

en staat op gespannen voet met het subsidiariteitsbeginsel.

Het streven van de Commissie om te komen tot een vereenvoudiging en

verbetering van het beheer en de controle van het plattelandsbeleid door

instelling van een speciaal kader voor de financiering, controle en beheer

van plattelandsmaatregelen wordt eveneens positief beoordeeld. Dit kan

een waardevolle bijdrage leveren aan de vermindering van administra-

tieve lasten, een punt waarop Nederland de voorstellen in hun geheel zal

toetsen. De voorstellen van de Commissie m.b.t. de toepassing van cross

compliance (voldoen aan maatschappelijke randvoorwaarden als

subsidievoorwaarde) bij de landbouwmilieumaatregelen en de ogen-

schijnlijke veelheid aan momenten van rapportages en evaluaties zullen

op dat punt nauwlettend worden bestudeerd.

Voor wat betreft het door de Commissie voorgestelde plafond voor het

plattelandsfonds vindt Nederland dat dit aanzienlijk in neerwaartse rich-

ting moet worden bijgesteld. Nederland is van mening dat dit plafond

vastgesteld moet worden op maximaal 70 miljard voor de periode

2007­2013 (EU-27). Nederland is van mening dat de uitgaven voor

plattelandsontwikkeling alleen mogen stijgen door middel van modulatie,

dat wil zeggen een overheveling van middelen van de huidige categorie

1a (markt- en prijsbeleid) naar categorie 1b (plattelandsontwikkeling). Dit

laat onverlet dat versterking van het plattelandsbeleid in het GLB Neder-

landse prioriteit is en dat er een betrouwbaar langetermijnperspectief

voor het landschaps- en natuurbeleid dient te zijn. Het voorstel voor de

nieuwe verordening zou een dergelijk perspectief mogelijk kunnen maken.

Met betrekking tot de voorstellen voor monitoring en evaluatie van de

programma's is het van belang dat er zoveel mogelijk wordt aangesloten

bij de thans beschikbare statistische informatie. De kans is aanwezig dat

er nieuwe statistieken moeten worden ontwikkeld en daarbij is het van

essentieel belang ervoor te zorgen dat het statistisch bureau van de Unie

(Eurostat) en de nationale statistische bureaus hierbij nauw betrokken

worden.

 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Verordening is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 36, artikel 37 en artikel 299 lid 2. Artikel 37 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Landbouw' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling van verordeningen, richtlijnen en beschikkingen, en gemeenschappelijke ordening der markten.

6.

Procedure

besluitvormingsprocedure Raadplegingsprocedure (CNS)
stemwijze Raad Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
datum online publicatie 14-07-2004
datum besluit 20-09-2005

7.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: duurzame ontwikkeling, economische en sociale samenhang, fondsen EG, gemeenschappelijk landbouwbeleid, ontwikkeling van het platteland.

8.

Betrokkenen

9.

Relevante documenten

(552 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

10.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.