De Europese regeringsleiders hebben op 16 december 2010 besloten het Verdrag van Lissabon te wijzigen. Hoewel dit Verdrag pas één jaar in werking is zijn deze aanpassingen nodig om het tijdelijke noodfonds voor de stabiliteit van de euro permanent te kunnen maken.
De Europese Raad wil dat het permanente noodfonds, het European Stability Mechanism, er zo snel mogelijk komt. Daarom moest er een formulering komen waarmee de Europese verdragen met een versimpelde en snellere procedure gewijzigd kunnen worden, in plaats van de normale, zware procedure. Zo hopen de regeringsleiders ook dat er geen referenda gehouden hoeven te worden in de lidstaten, met alle risico's dat de voorgestelde wijziging zou worden weggestemd.
Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie presenteerde het voorstel voor de Verdragswijziging in februari 2011 in het Europees Parlement. Op 8 maart heeft de commissie voor Constitutionele Zaken van het Europees Parlement ingestemd met het voorstel. De commissie vindt wel dat het noodfonds een EU-instrument zou moeten zijn in plaats van een zaak van de lidstaten onderling. Op 23 maart stemde het Europees Parlement in met de voorgestelde wijziging van het Verdrag van Lissabon.
De laatste stap is dat de lidstaten nu officieel een wijzigingsverdrag moeten ondertekenen. Vervolgens moeten de afzonderlijke lidstaten de verdragswijziging goedkeuren. De EU wil het ESM medio 2012 in werking laten treden.
De huidige regeling van het tijdelijke noodfonds geeft vooral in Duitsland juridische problemen. Want voor een permanent noodfonds, dat directe wederzijdse financiële ondersteuning inhoudt, bestaat in het verdrag geen juridische basis.
In het verdrag staat nu alleen dat de landen die de euro hebben kunnen besluiten hun economisch beleid en de begrotingsdiscipline nog beter op elkaar af te stemmen en in de gaten te houden.
Daarom wil men aan artikel 136 van het Verdrag betreffende de werking voor de Europese Unie de volgende twee zinnen toevoegen: ,,De lidstaten die de euro als munt hebben, stellen een stabiliteitsmechanisme in dat moet worden geactiveerd indien dat onontbeerlijk is om de stabiliteit van de eurozone in haar geheel te waarborgen. De verlening van financiële steun, indien vereist, uit hoofde van het mechanisme zal aan stringente voorwaarden gebonden zijn"
Door het op deze manier te formuleren krijgt de Europese Unie geen nieuwe bevoegdheden. De lidstaten zelf bepalen de voorwaarden waaronder hulp gegeven wordt. En de lidstaten zelf bepalen wanneer steun 'onontbeerlijk' is. Daarom kan volstaan worden met een vereenvoudigde herzieningsprocedure van de verdragen.
Al is het noodfonds vooral een zaak van de lidstaten, de Europese Commissie is wel betrokken bij het uitwerken van hoe het noodfonds er uit komt te zien. In grote lijnen komt het overeen met het bestaande tijdelijke noodfonds.
De Europese Commissie stemde op 15 februari 2011 met de wijziging in.
Het fonds zou voor 500 miljard euro aan leningen moeten kunnen verstrekken. Het fonds bestaat voornamelijk uit garanties van lidstaten die het geld aan het fonds lenen wanneer er een beroep op wordt gedaan door één van de lidstaten.
Eerder, op de Europese Top van 28 en 29 oktober 2010 hebben de regeringsleiders al afspraken gemaakt over de veranderingen in het Stabiliteits- en groeipact. Een overzicht van die afspraken:
-
-de eurozone krijgt een permanente controle op de stabiliteit van de euro
-
-mogelijk hoeven belastingbetalers minder bij te dragen aan de controle omdat banken en beleggers mee kunnen betalen; dit moet echter nog uitgewerkt worden
-
-er komen strengere regels voor de zestien eurolanden die hun begrotingstekort te ver op hebben laten lopen
Op deze manier zou het noodplan op juridisch gebied sterker in het Verdrag verankerd worden.
De wens van Duitsland en Frankrijk om bij grove overtreding van de Europese begrotingsregels lidstaten het stemrecht af te nemen, haalde de eindstreep niet. Wel moeten de geplande strengere regels ervoor zorgen dat lidstaten sneller boetes krijgen en dat het begrotingsbeleid van de lidstaten intensiever gevolgd zal worden.
Inzet Tweede Kamer
De Tweede Kamer wil dat Rutte inzet op automatische sancties, wanneer landen zich niet houden aan de afspraken van het Stabiliteits- en groeipact.
Op 2 november 2010 liet de PVV weten dat wanneer de nieuwe Verdragstekst niet aan hun eisen voldoet, zij op een referendum over het verdrag aan zal sturen. De SP wil sowieso een referendum houden als het Verdrag van Lissabon wordt aangepast. In maart 2011 werd echter duidelijk dat een meerderheid van de Kamer niets in een referendum ziet.
Reactie Rutte
Minister-president Rutte benadrukte in een eerste reactie op het akkoord van de regeringsleiders dat financiële hulp niet zomaar gegeven wordt. Bovendien zijn de voorwaarden voor die hulp heel streng; landen die hulp krijgen zullen stevig moeten bezuinigen.
Op de top van de regeringsleiders van de lidstaten met de euro van 26 op 27 oktober 2011 zijn een aantal extra financieringsmogelijkheden voor het tijdelijke noodfonds opgesteld. Al die wijzigingen worden zo opgesteld dat ze binnen de afspraken vallen die al over dat fonds gemaakt waren; het gaat om de manier waarop de middelen uit het fonds worden aangewend en de wijze waarop de afspraken worden uitgevoerd.
Deze maatregelen zullen naar alle waarschijnlijkheid ook voor het permanente noodfonds (ESM) van toepassing zijn.
Op een top in december 2011 is afgesproken dat het permanente noodfonds eerder operationeel moet worden. Er wordt gemikt op juli 2012.
Tevens is besloten de stemregels voor het ESM te wijzigen. In principe nemen besluiten in het EMS met unanimiteit, maar in bijzondere noodgevallen geldt er een gekwalificeerde meerderheid van 85 procent. Zo moet worden voorkomen dat één klein land de besluitvorming kan vertragen.
