Conclusies van de Raad over Europa, toeristische topbestemming in de wereld - een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VANBrussel, 13 oktober 2010 (20.10)

(OR. en) DE EUROPESE UNIE

14944/10 COMPET 293 CULT 90 EDUC 173 ENV 691 MI 383 REGIO 67 SOC 656 TELECOM 106 TOUR 15 TRANS 277 RESULTAAT BESPREKINGEN

van: de Raad Concurrentievermogen (12 oktober 2010)

aan: de delegaties nr. vorig doc.: 13930/10 COMPET 250 CULT 78 EDUC 151 ENV 602 MI 320 REGIO 55 SOC 568 TELECOM 93 TOUR 12 TRANS 242

Betreft: Conclusies van de Raad over Europa, toeristische topbestemming in de wereld een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de conclusies van de Raad over Europa, toeristische topbestemming in de wereld, die de Raad Concurrentievermogen op 12 oktober 2010 heeft aangenomen.

_________________ BIJLAGE CONCLUSIES VAN DE RAAD OVER EUROPA, TOERISTISCHE TOPBESTEMMING IN DE WERELD EEN NIEUW BELEIDSKADER VOOR HET TOERISME IN EUROPA

De Raad:

  • 1. 
    MEMOREERT dat met het Verdrag van Lissabon een rechtsgrond is ingevoerd voor een Europees toerismebeleid, en wel in Titel I, artikel 6, onder d), VWEU, en in Titel XXII, artikel 195, VWEU, waarin, voor het eerst, het Europees Parlement en de Raad de bevoegdheid krijgen om, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de bijzondere maatregelen vast te stellen ter aanvulling van de acties die de lidstaten in de toerismesector ondernemen om onderstaande doelstellingen te verwezenlijken:

a)

het bevorderen van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van bedrijven in de sector toerisme;

b)

het stimuleren van de samenwerking tussen de lidstaten, met name door uitwisseling van goede praktijken;

zonder dat in artikel 195 de bevoegdheid wordt verleend de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten te harmoniseren;

Alle maatregelen moeten stroken met de in het Verdrag omschreven beginselen subsidiariteit en evenredigheid;

  • 2. 
    MEMOREREND dat toerismebeleid, gezien zijn transversale aard, wordt beïnvloed door andere Verdragsbepalingen, vooral op het gebied van vervoer, mededinging, interne markt, belastingheffing, consumentenbescherming, volksgezondheid, milieu, werkgelegenheid en opleiding, maritiem beleid, binnenlandse zaken, externe betrekkingen, cultuur en ontwikkelingsbeleid op regionaal en plattelandsniveau;
  • 3. 
    MEMOREREND dat toerisme in de EU een dynamische sector is en momenteel de derde sector van de economie wat betreft banen en omzet, dat er 9,7 miljoen mensen werken in 1,8 miljoen, vooral kleine en middelgrote, ondernemingen, goed voor meer dan 5 procent van het bbp in de EU, en dat de sector een groot groeipotentieel heeft en talrijke veelbelovende kansen voor ontwikkeling biedt;
  • 4. 
    MEMOREREND dat de toeristische sector te maken heeft met een aantal uitdagingen, zoals klimaatverandering en demografische veranderingen, de druk op de biodiversiteit, de groeiende invloed van informatie- en communicatietechnologieën en grotere wereldwijde concurrentie, en dat de sector daarnaast moet herstellen van de gevolgen van de wereldwijde economische crisis;
  • 5. 
    MEMOREREND dat het mededingingsvermogen van de Europese toeristische sector op de lange termijn afhangt van de duurzame aard van de ontwikkeling van de sector en dat een concurrerende en verantwoordelijke toeristische sector derhalve een essentieel element is van Europa 2020 en van de kerninitiatieven van die strategie, met name het initiatief "Industriebeleid in een tijd van mondialisering";
  • 6. 
    WIJZEND op de verklaring van Madrid, op 15 april 2010 aangenomen tijdens de informele bijeenkomst van de voor toerisme verantwoordelijke Europese ministers, en op de daarin vervatte aanbevelingen inzake concurrerend, duurzaam, modern, maatschappelijk verantwoord en ethisch toerisme, op de noodzakelijke versteviging van het duurzame mededingingsvermogen ervan, en op de nadruk op de aanzienlijke meerwaarde die EU- optreden zou kunnen betekenen als aanvulling op de maatregelen die de lidstaten treffen;
  • 7. 
    PRIJST de Mededeling van de Commissie met als titel "Europa, toeristische topbestemming in de wereld een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa";
  • 8. 
    BENADRUKT dat duurzaamheid, innovatie, een goed functionerende interne markt en de verbetering van de beroepsvaardigheden essentieel zijn voor het mededingingsvermogen van de toeristische sector en BEKLEMTOONT dat opleiding, een leven lang leren en de mobiliteit van personeel in het toerisme, net als in andere sectoren, moeten worden verbeterd;
  • 9. 
    BENADRUKT dat de uitvoering en handhaving van de beginselen van de interne markt in de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en de dienstenrichtlijn de administratieve belasting voor de toerismeoperatoren zouden kunnen verlichten, de bescherming van de klanten zouden kunnen verbeteren en tot meer mededinging en innovatie zouden kunnen leiden;
  • 10. 
    STELT dat het hoofddoel van de Mededeling van de Commissie bestaat in het vergroten van het mededingingsvermogen van een duurzaam, verantwoord en ethisch toerisme in Europa, met aandacht voor sociaal beleid, territoriale samenhang en de bijdrage van de toeristische sector aan de bescherming en de stimulering van Europa's natuurlijke en culturele erfgoed;
  • 11. 
    IS VAN OORDEEL dat toerisme kan bijdragen aan het versterken van een gevoel van Europees burgerschap;
  • 12. 
    VINDT dat acties ter ondersteuning van het toerisme kunnen worden opgezet volgens de vier hoofdlijnen in de Mededeling van de Commissie, te weten:
  • a) 
    het stimuleren van het concurrentievermogen van de toeristische sector in Europa;
  • b) 
    het bevorderen van de ontwikkeling van een duurzaam, verantwoord en kwaliteitsgericht toerisme;
  • c) 
    het versterken van het imago en de bekendheid van de verscheidenheid aan duurzame en kwaliteitsgerichte bestemmingen in Europa;
  • d) 
    het vergroten van het potentieel van het beleid en de bestaande financiële instrumenten van de EU voor de ontwikkeling van het toerisme;
  • 13. 
    BENADRUKT dat er een geïntegreerde benadering moet komen die inhoudt dat toerisme ook op andere beleidsterreinen meeweegt, ook op structurele beleidsterreinen op Europees, nationaal en regionaal niveau; deze aanpak kan bestaan in een aantal maatregelen met een Europese dimensie en een looptijd van meerdere jaren, welke maatregelen op feiten gebaseerd moeten zijn en een duidelijke Europese meerwaarde moeten bieden; ook moeten zij geheel stroken met de in het Verdrag omschreven beginselen van subsidiariteit en evenredigheid;
  • 14. 
    ERKENT het belang van de verscheidenheid aan en de topkwaliteit van duurzame Europese bestemmingen en beklemtoont het belang van verdere succesvolle Commissie-initiatieven op dit gebied;
  • 15. 
    STELT dat het grote aantal kleine en middelgrote bedrijven in de toeristische sector een aanzienlijke meerwaarde biedt vanwege de verscheidenheid van de producten en diensten, en mogelijkerwijs de voordelen kan plukken van goed opgezette acties ter ondersteuning van het toerisme op alle niveaus, met name wat betreft innovatie, netwerken en de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën;
  • 16. 
    ERKENT dat de sociaaleconomische kennisbasis met betrekking tot het toerisme moet worden verbeterd wat elementen betreft als demografische veranderingen en klimaatverandering, tendensen in de ontwikkeling van vraag en aanbod in het toerisme en de invloed van onvoorziene gebeurtenissen en moeilijke situaties op het toerisme, zodat er nuttige informatie kan worden gegeven voor de strategieën van de sector en voor het overheidsbeleid, zonder dat dit een onnodige administratieve belasting met zich meebrengt;
  • 17. 
    BENADRUKT de aanzienlijke economische en maatschappelijke voordelen van passende maatregelen om het toeristenseizoen te verlengen;
  • 18. 
    BENADRUKT dat er op alle niveaus inspanningen moeten worden geleverd om het imago en het profiel van Europa als een verscheidenheid aan duurzame en kwaliteitsgerichte vakantiebestemmingen te versterken;
  • 19. 
    VERZOEKT de Commissie:
  • meer feitenmateriaal te verzamelen, uitgebreid overleg te plegen en een analyse te maken van de Europese en multinationale meerwaarde van de maatregelen en initiatieven die gericht zijn op de eerder genoemde essentiële punten, zoals gedetailleerd uiteengezet in de Commissiemededeling;
  • deze maatregelen verder te bezien in het licht van de aanstaande besprekingen over het programma voor het uitvoeren van de maatregelen met een rol voor de lidstaten en de belanghebbenden van het toerisme in de EU, dat in het kader van het Europese Toerismeforum op 18 en 19 november 2010 wordt besproken, zodat het Europese toerismebeleid een nieuwe impuls krijgt;
  • regelmatig standpunten met de lidstaten en de toeristische sector te blijven uitwisselen, met gebruikmaking van bestaande structuren zonder dat dit een onnodige administratieve belasting met zich meebrengt;
  • aan de Raad verslag uit te brengen over de resultaten van deze maatregelen en initiatieven, en wel voor eind 2013 en in de vorm van een tussentijdse evaluatie;
  • 20. 
    VERZOEKT de lidstaten actief en in een geest van partnerschap mee te doen en op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau op te treden met als doel het mededingingsvermogen van de Europese toeristische sector te verbeteren.

______________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie