Bretton Woods stelsel

Dit was een internationaal monetair stelsel van vaste wisselkoersen ten opzichte van de Amerikaanse dollar, om monetaire stabiliteit op internationaal niveau te garanderen. Dit betekende dat munteenheden uit verschillende landen aan de dollar werden gekoppeld, die op zijn beurt weer gekoppeld was aan de goudstandaard tegen een vaste koers van 35 dollar per ounce. De dollar werd hiermee de reservewaarde van de wereldeconomie. Het systeem bestond vanaf 1945 tot eind 1973.

Deelnemende landen hielden hun officiële internationale reserves grotendeels aan in de vorm van goud of dollartegoeden en hadden het recht om dollars (in ruil voor goud) aan het stelsel van Amerikaanse centrale banken (de Federal Reserve) te verkopen tegen een vastgestelde prijs.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stelde leningen aan landen ter beschikking om periodes met tekorten op de lopende rekening te overbruggen. Die landen hoefden dan niet of minder te bezuinigen.

Het grote zwaktepunt in dit systeem was dat het afhankelijk was van een gedisciplineerd Amerikaans monetair beleid. De Amerikaanse overheid kon immers steeds maar dollars bij blijven drukken. Als hier te veel van zouden worden bijgedrukt zou de stabiliteit van de dollar in gevaar komen. Tijdens de Vietnamoorlog gebeurde dit. Europese regeringen hadden steeds minder vertrouwen in de dollar als reservemunt, waardoor zij hun dollars in gingen ruilen voor goud. De Amerikaanse regering werd hierdoor gedwongen de goudstandaard los te laten. Dit betekende het einde van het Bretton Woods Systeem.

Delen

enveloppe