In juni 2006 maakte de New York Times bekend dat de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst, de CIA, sinds 2001 inzage had in de gegevens van het bedrijf SWIFT (Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication), een internationaal betalingsnetwerk dat dagelijks miljoenen transacties afhandelt en de gegevens van 8.000 financiële instellingen wereldwijd beheert.e bekendmaking zorgde echter voor opschudding in Europa, want er zou geen rekening zijn gehouden met Europese regels op het terrein van gegevensbescherming en privacy.
Om ervoor te zorgen dat de Verenigde Staten zorgvuldig om zouden gaan met de vertrouwelijke informatie van de Europeanen, sloten de EU-regeringen in juni 2007 een akkoord met de VS. Behalve zorgvuldigheid beloofden de VS in dit akkoord dat de gegevens alleen gebruikt zouden worden in de strijd tegen terreur en maximaal 5 jaar bewaard zouden worden.
In datzelfde jaar kondigde het bedrijf SWIFT echter aan dat het zijn databank zou verplaatsen van de VS naar Europa. De databank van SWIFT staat nu in Nederland (ook is er een databank in Zwitserland, dat geen EU-lid is), terwijl het Europees hoofdkantoor in België is gevestigd. Vanaf 1 januari 2010 zou de informatie over de betalingen dan alleen nog bewaard worden op Europees grondgebied. Hierdoor zou er geen juridische basis meer zijn voor SWIFT om de bankgegevens aan de Amerikanen door te geven.
Toenmalig Eurocommissaris van Justitie Jacques Barrot pleitte ervoor zo snel mogelijk een tijdelijk akkoord te sluiten met de Verenigde Staten. Later zou er een definitief akkoord moeten komen, wanneer het Verdrag van Lissabon van kracht geworden was. Op 27 juli 2009 besloten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken unaniem dat de Europese Commissie namens de Europese Unie afspraken mag maken met de VS over de toegankelijkheid van bankgegevens van Europeanen.
Op 30 november 2009 werd deze nieuwe SWIFT-overeenkomst goedgekeurd door de Europese ministers van Justitie. Doordat het akkoord nog vóór de inwerkingtreding van Het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 werd gesloten, werd het Europees Parlement buiten spel gezet. Het akkoord zou van tijdelijke aard zijn om te voorkomen dat de overdracht van gegevens aan de VS door de verhuizing van SWIFT stilgelegd zou moeten worden. Half 2010 zou er een definitief akkoord komen, ditmaal wel met inbreng van het Europees Parlement.
Veel Europarlementariërs hadden al veel eerder bij het overleg met de Amerikanen betrokken willen worden. Toen in juni 2006 bekend werd dat de CIA inzage had in de Europese bankgegevens, vroeg het Europees Parlement in een breed gesteunde resolutie aan de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en de regeringen in Europa om bekend te maken wat zij wisten over de inzage van particuliere bankgegevens door de Amerikaanse inlichtingendienst. Het Parlement was bang dat de privacy van de burgers geschonden werd en riep de lidstaten op een evenwicht te vinden tussen veiligheidsmaatregelen en bescherming van de grondrechten en fundamentele vrijheden. "Het is onaanvaardbaar dat de CIA in het geheim bankrekeningen raadpleegt zonder dat de Europese burgers daarvan op de hoogte zijn", zei Europarlementariër Sophie in 't Veld (D66).
Toen in juli 2009 door de Europese ministers van Buitenlandse Zaken besloten was dat de Europese Commissie met de VS mocht onderhandelen over het verlenen van toegang tot bankgegevens van Europese burgers, eiste het Europarlement een transparanter besluitvormingsproces en noemde de gang van zaken ondemocratisch. Volgens Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) kon de rechtmatigheid van het akkoord in twijfel getrokken worden aangezien het Europees Parlement en de nationale parlementen op geen enkele manier bij de besluitvorming betrokken waren. Sophie in ’t Veld benadrukte dat nationale parlementen zelden weten wat er op Europees niveau speelt. Vanuit een democratisch oogpunt bekritiseerde zij dat "via een achterdeur wel een soort Europese aanklager geïntroduceerd (wordt) in de vorm van een speciaal agentschap voor de uitwisseling van gevoelige data."
Overigens is het SWIFT-akkoord niet het eerste verdrag dat de EU-landen hebben gesloten met de Amerikanen over de uitwisseling van privégegevens met terrorismebestrijding als doel. Eerder werd al informatie uitgewisseld over vliegtuigpassagiers die naar de VS reizen.
Op 17 september 2009 nam het Europees Parlement wederom een resolutie aan waarin de parlementariërs eisten dat het akkoord de privacyrechten van de EU-burgers volledig moest respecteren. De gegevens mochten alleen verzameld worden ter bestrijding van terrorisme met daarbij een juist evenwicht tussen veiligheidsmaatregelen en de bescherming van burgerlijke vrijheden
De kwestie ligt extra gevoelig in het Europees Parlement omdat het akkoord slechts enkele uren voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon gesloten werd. Het Parlement is altijd zeer kritisch geweest waar het de bescherming van privacy betreft, maar had daar vroeger niets over te zeggen. Het Verdrag van Lissabon heeft daar verandering in gebracht. Het Europarlement mag nu meebeslissen over bijna alle justitiële onderwerpen en moet instemming geven voor het sluiten van internationale akkoorden. Veel Europarlementariërs hadden dan ook het gevoel dat de ministers van Justitie van de lidstaten het akkoord snel doorvoerden uit angst dat het parlement dwars zou gaan liggen.
Minister Hirsch Ballin (CDA) gaf te kennen dat hij met zijn collega's nog een glaasje port op de overeenkomst had gedronken. Hij vond het "vervelend dat de indruk ontstaat dat we het Europees Parlement te snel af willen zijn", maar gaf aan dat vanwege het terrorisme er niet kon worden gewacht tot het nieuwe Europese verdrag van kracht was. Sophie in 't Veld noemde de houding van de lidstaten "gruwelijk arrogant" en voorspelde dat de landen het probleem "straks op hun brood krijgen." Toen het SWIFT-akkoord nog niet helemaal afgerond bleek te zijn, kreeg de D66-politica gelijk: het Europees Parlement kreeg alsnog instemmingsrecht en kon van de kwestie een test maken van de nieuwe krachtsverhoudingen binnen de EU.
Op 4 februari 2010 verwierp de EP-Commissie burgerlijke vrijheden i (justitie en binnenlandse zaken) het tijdelijk akkoord dat de Europese ministers van Justitie met de Verenigde Staten gesloten hadden met 29 stemmen tegen, 23 voor en één onthouding.
De Nederlandse rapporteur Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD, toen nog lid van het Europees Parlement), had het standpunt van de commissie voorbereid. Ze stelde dat de veiligheid van Europese burgers hoe dan ook voorop gesteld moest worden. De gerichte uitwisseling van financiële gegevens was in de strijd tegen het terrorisme mogelijk, maar dan wel op basis van andere juridische instrumenten. Het akkoord was volgens haar "gewoon een slecht akkoord" en stond haaks op de basisbeginselen als proportionaliteit en noodzakelijkheid. Ook hoefden de Amerikaanse autoriteiten onder het akkoord onvoldoende aan te tonen waar ze de bankdata concreet voor zouden gebruiken. SWIFT zou niet in staat zijn om specifieke technische gegevens over te dragen, maar alleen informatie op grote schaal. Op deze wijze zouden de Amerikanen dan ook beschikken over veel meer informatie dan noodzakelijk, en de parlementscommissie vond dit onwenselijk. Daarnaast was het een bezwaar dat er sprake was van eenrichtingsverkeer; niet van wederzijdse uitwisseling van informatie met de Amerikaanse inlichtingendiensten.
Europarlementariër Emine Bozkurt (PvdA) noemde het akkoord "echt buiten alle proporties". Haar collega Judith Sargentini (GroenLinks) zei er geen behoefte aan te hebben "dat in onze rekeningen gesnuffeld wordt door de Verenigde Staten zonder dat wij daar weet van hebben en zonder dat wij daar controle op kunnen uitoefenen".
Een week na de stemming in de parlementaire commissie weigerden ook de overige leden van het Parlement om toestemming te geven aan de overdacht van de bankgegevens. In de plenaire vergadering werd de voorlopige overeenkomst met de VS met 378 stemmen tegen, 196 voor en 31 onthoudingen verworpen. Hierdoor is de overeenkomst die de ministers van de 27 lidstaten met de VS ondertekenden ongeldig verklaard.
De steun voor het akkoord kwam vooral uit de conservatieve hoek van de Europese Volkspartij met uitzondering van het Duitse CDU-CSU. Wim van de Camp, die namens het CDA tot deze Europese fractie behoort, zei dat het verdrag niet perfect is, maar dat de onvolkomenheden later konden worden opgelost. Het uitwisselen van bankgegevens zag Van de Camp als "essentieel om terroristische activiteiten op te sporen en te voorkomen". Zijn collega Peter van Dalen (ChristenUnie) noemde het stopzetten van het akkoord een "achteruitgang", omdat Amerikaans-Europese samenwerking weer zou vervallen in verdragen met de afzonderlijke EU-landen, waarbij Europese coördinatie onmogelijk wordt. De PVV stemde ook voor het akkoord. "De bescherming van de burger weegt zwaarder dan de machtspolitiek van bepaalde partijen", aldus Louis Bontes
Met deze stemming maakte het Europarlement voor de eerste keer gebruik van haar nieuwe machtspositie onder het Lissabonverdrag. Dit werd door Sophie in 't Veld dan ook als een "keerpunt in de geschiedenis van Europa" aangeduid. De voorzitter van het Europees Parlement, Jerzy Buzek, zei dat de regeringen van de lidstaten moeten accepteren dat het Europarlement dit vetorecht zou gebruiken op een wijze die strookt met de belangen van Europa's burgers. Dat door de tussenkomst van het Europees Parlement inzake SWIFT de machtsverhouding in de Europese politiek is gewijzigd, wordt ook duidelijk uit andere zaken. Zo werd direct gevreesd voor een "SWIFT-scenario" in een handelsovereenkomst met Zuid-Korea en het ACTA-verdrag over namaakproducten, intellectuele eigendomsrechten en internetpiraterij.
Bovendien heeft het Europarlement met het torpederen van de SWIFT-overeenkomst ook de kans benut om meer greep te krijgen op andere landen, in dit geval de VS. Europarlementariërs bleken standvastig ondanks de druk die er door verscheidene hooggeplaatste Amerikaanse bestuurders op hen werd uitgeoefend. Zo ontving rapporteur Hennis-Plasschaert een brief van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton. Ook vicepresident Joe Biden trachtte tevergeefs om een meerderheid van de Europarlementariërs voor de overeenkomst te winnen. De Amerikaanse vertegenwoordiging bij de EU noemde het parlementsbesluit een "tegenslag voor de Europees-Amerikaanse samenwerking bij terrorismebestrijding" en benadrukte dat het antiterrorismeprogramma ook de Europese autoriteiten veel waardevolle informatie heeft opgeleverd.
Vanaf mei 2010 onderhandelde de EU met de Verenigde Staten over een nieuw SWIFT-akkoord. Bij de nieuwe besprekingen moest rekening worden gehouden met de eisen van het Europees Parlement. Het langetermijnakkoord moest voldoen aan het Verdrag van Lissabon en het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Eurocommissaris voor Justitie Cecilia Malmström noemde een snel nieuw akkoord essentieel voor de veiligheid van zowel Amerikaanse als Europese burgers. Zij wilde in dat nieuwe akkoord inzetten op "ambitieuze waarborgen" op het gebied van privacy.
Vooruitlopend op de onderhandelingen nam het Europees Parlement begin mei 2010 een resolutie aan waarin de onderhandelingsruimte voor de Raad en de Commissie werd aangegeven. Volgens het parlement is de overdracht van 'bulkgegevens' (grote hoeveelheden gegevens; niet over specifieke personen) in strijd met EU-wetgeving. Het Parlement wilde o.a. inzage in de documenten waaruit zou blijken dat de regeling noodzakelijk is.
Op 14 juni 2010 bereikte de Europese Commissie een nieuw akkoord met de Amerikaanse regering over Amerikaanse inzage in Europese bankgegevens. Eurocommissaris Malmström gaf aan dat de EU op veel terreinen betere bescherming van persoonsgegevens van EU-burgers had weten af te dwingen. Op 28 juni 2010 werd het akkoord ondertekend door de EU en de VS.
Het akkoord moet nog worden goedgekeurd door de lidstaten en door het Europees Parlement. Op 8 juli heeft het Europees Parlement ingestemd met het aangepaste SWIFT-akkoord, met 484 stemmen voor en 109 stemmen tegen. Het akkoord met de VS is op 1 augustus 2010 in werking getreden.
In het akkoord ligt vast dat de Commissie een data-analysesysteem door de EU gaat ontwerpen, waardoor de overdracht van bulkdata naar de VS niet meer nodig is. Daar kan wel enige tijd overheen gaan. Het probleem is niet langer de Amerikanen, maar de Europeanen. Europa moet zelf het systeem ontwerpen, waarlangs beperkte dataoverdracht mogelijk is.
Ondertussen worden een aantal garanties en controlemechanismen ingebouwd. Europol zal datatransfers gaan controleren. Ook wordt ter plaatse in de VS mede door een Europeaan gecontroleerd of de gegevens slechts gebruikt worden waar ze voor verzameld zijn Gegevens moeten worden vernietigd nadat de procedure waar ze voor verzameld zijn afgerond is.
Ten slotte krijgen Europese burgers – zoals het Europees Parlement gevraagd had – in de VS dezelfde rechten als Amerikaanse als blijkt dat er misbruik van de gegevens is gemaakt.
