Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne – Resultaat van de eerste lezing in het Europees Parlement (Straatsburg, 17 tot en met 20 mei 2010)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Brussel, 27 mei 2010 (03.06) (OR. en)

Interinstitutioneel dossier: 2009/0162 (COD)

9297/10

CODEC 385 ECOFIN 236 RELEX 383 COEST 129 NIS 51

NOTA

van: aan:

Betreft:

het secretariaat-generaal van de Raad

het Comité van permanente vertegenwoordigers / de Raad

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning

van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne

– Resultaat van de eerste lezing in het Europees Parlement

(Straatsburg, 17 tot en met 20 mei 2010)

I.

INLEIDING

Overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het VWEU en de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de nieuwe medebeslissingsprocedure1 hebben er informele contacten plaatsgevonden tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, teneinde in eerste lezing een akkoord over het in hoofde genoemde voorstel te bereiken en zodoende een tweede lezing en de bemiddelingsprocedure te vermijden.

PB C 145 van 30.6.2007, blz. 5.

9297/10

nes/VAN/dm

DQPG

1

NL

In dit verband heeft de rapporteur, de heer Vital MOREIRA (S&D -PT) namens de Commissie internationale handel (INTA) één compromisamendement (amendement 2) ingediend op het voorstel voor een besluit. Tijdens bovengenoemde informele contacten is over dit amendement overeenstemming bereikt.

II. STEMMING

De plenaire vergadering heeft het enige compromisamendement op het voorstel voor een besluit aangenomen. Het andere ingediende amendement is verworpen. Het aangenomen amendement stemt overeen met hetgeen de drie instellingen waren overeengekomen en zou derhalve voor de Raad aanvaardbaar moeten zijn. Na bijwerking van de tekst door de juristen-vertalers1 zou de Raad het wetgevingsbesluit dan ook moeten kunnen aannemen.

In de wetgevingsresolutie van het Parlement staat de door de amendementen gewijzigde tekst van het Commissievoorstel. De tekst van de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement staat in de bijlage bij deze nota.

1 De delegaties kunnen eventuele juridisch-taalkundige opmerkingen tot en met 10 juni 2010 toezenden aan het secretariaat van de dienst juristen-vertalers van de Raad (secretariat.jl-codecision@consilium.europa.eu) ten behoeve van een betere voorbereiding van de vergadering van de juristen-vertalers met de nationale deskundigen.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             2

DQPG                                        NL

BIJLAGE (18.05.2010)

Macrofinanciële bijstand aan Oekraïne ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 18 mei 2010 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (COM(2009)0580 – C7-0277/2009 – 2009/0162(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0580),

– gelet op artikel 308 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0101/2009),

– gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "Gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures" (COM(2009)0665),

– gelet op artikel 294, lid 3, en artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 17 mei 2010, om het standpunt van het Parlement goed te keuren overeenkomstig artikel 294, lid 4 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

– gezien artikel 55 van zijn Reglement,

– gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A7-0058/2010),

  • 1. 
    keurt zijn onderstaand standpunt in eerste lezing goed;
  • 2. 
    verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
  • 3. 
    verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             3

BIJLAGE                                   DQPG                                        NL

P7_TC1-COD(2009)0162

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 18 mei 2010 met het oog op de aanneming van Besluit nr. 2010/…/EU van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)    De betrekkingen tussen Oekraïne en de Europese Unie ontwikkelen zich in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid. In 2005 hebben de Gemeenschap en Oekraïne overeenstemming bereikt over een ENB-actieplan waarin prioriteiten op middellange termijn voor de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne werden vastgesteld en waarvoor in november 2009 de Associatieagenda EU–Oekraïne in de plaats is gekomen. Sinds 2007 onderhandelen de Gemeenschap en Oekraïne over een associatieovereenkomst, die naar verwachting in de plaats zal komen van de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. Het kader van de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne wordt verder versterkt door het recente oostelijk partnerschap.

(2)    De economie van Oekraïne wordt steeds harder getroffen door de internationale financiële crisis: de productie laat een dramatische daling zien, de begrotingssituatie verslechtert en de externe financieringsbehoefte neemt toe.

(3)    Oekraïnes economische stabilisatie en herstel worden ondersteund door de financiële bijstand van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De stand-by-overeenkomst (SBO) van het IMF ten behoeve van Oekraïne is in november 2008 goedgekeurd.

(4)    Na een verdere verslechtering van de budgettaire situatie zijn een groot deel van de tweede tranche uit hoofde van de SBO van het IMF en het volledige bedrag van de derde tranche naar de begroting gegaan.

(5)    In het licht van de versomberende economische situatie en vooruitzichten heeft Oekraïne de Unie om macrofinanciële bijstand verzocht.

(6)    Aangezien er in 2009-2010 sprake is van een resterend financieringstekort op de betalingsbalans, wordt de toekenning van macrofinanciële bijstand aangemerkt als een passende reactie op het verzoek van Oekraïne om parallel met het lopende IMF-programma de economische stabilisatie te ondersteunen. Tevens wordt verwacht dat de onderhavige

1

Standpunt van het Europees Parlement van 18 mei 2010.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             4

BIJLAGE                                   DQPG                                        NL

financiële bijstand de externe financieringsbehoefte van de overheidsbegroting zal verminderen.

(7)    De macrofinanciële steun van de Unie kan uitsluitend bijdragen tot economische stabilisering als de belangrijkste politieke krachten in Oekraïne zorgen voor politieke stabiliteit en brede consensus tot stand brengen over strikte tenuitvoerlegging van de noodzakelijke structurele hervormingen.

(8)    De macrofinanciële bijstand aan Oekraïne komt bovenop de leningsfaciliteit die is toegestaan op grond van Besluit 2002/639/EG van de Raad van 12 juli 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne1.

(9)    De macrofinanciële bijstand van de Unie is niet alleen bedoeld als aanvulling op de programma's en middelen van het IMF en de Wereldbank, maar moet ook de toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Europese Unie waarborgen.

(10)   De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie juridisch en materieel verenigbaar is met het extern optreden en het relevante beleid van de Unie op andere terreinen.

(11)   Specifieke doelstellingen van de bijstand moeten de doelmatigheid, transparantie en de verantwoordingsplicht versterken. Deze doelstellingen moeten regelmatig door de Commissie worden gecontroleerd.

(12)   In de voorwaarden voor het verlenen van macrofinanciële steun moeten de hoofdbeginselen en –doelen van het EU-beleid ten aanzien van Oekraïne doorklinken.

(13)   Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Unie in het kader van deze financiële bijstand moet Oekraïne passende maatregelen nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot de bijstand en moet er eveneens worden gezorgd voor controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer.

(14)   De uitbetaling van de financiële bijstand van de Unie laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet.

(15)   De bijstand moet door de Commissie worden beheerd. Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en het Economisch en Financieel Comité de tenuitvoerlegging van dit besluit kunnen volgen, licht de Commissie hen regelmatig in over de ontwikkelingen betreffende de bijstand en verstrekt daarbij de relevante documenten.

(16)   Volgens artikel 291 van het Verdrag worden de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren, vooraf vastgelegd bij een verordening die wordt vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure. In afwachting van de vaststelling van die nieuwe verordening blijft Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de

1

PB L 209 van 6.8.2002, blz. 22.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             5

BIJLAGE                                   DQPG                                        NL

Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden1 van toepassing, met uitzondering van de regelgevingsprocedure met toetsing, die niet van toepassing is,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    De Unie stelt Oekraïne macrofinanciële bijstand beschikbaar in de vorm van een leningsfaciliteit met een hoofdsom van ten hoogste 500 miljoen EUR en een maximale gemiddelde looptijd van 15 jaar om de economische stabilisatie van Oekraïne te ondersteunen en de in het kader van het lopende IMF-programma vastgestelde budgettaire en betalingsbalansbehoefte te lenigen.
  • 2. 
    Hiertoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Unie de nodige middelen op te nemen.
  • 3. 
    De uitbetaling van de financiële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beheerd op een wijze die verenigbaar is met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Oekraïne en met de hoofdbeginselen en –doelen van economische hervorming zoals die worden uiteengezet in de Associatieagenda EU–Oekraïne. De Commissie licht het Europees Parlement en het Economisch en Financieel Comité regelmatig in over de ontwikkelingen in het beheer van de bijstand en verstrekt daarbij de relevante documenten.
  • 4. 
    De financiële bijstand van de Unie wordt voor twee en een half jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming als bedoeld in artikel 2, lid 1. ▌

Artikel 2

  • 1. 
    De Commissie wordt gemachtigd om volgens de raadplegingsprocedure van artikel 5 bis, lid 2, met de autoriteiten van Oekraïne overeenstemming te bereiken over de aan de macrofinanciële bijstand van de Unie te verbinden economische beleidsvoorwaarden, die in een memorandum van overeenstemming moeten worden vastgelegd dat een tijdschema omvat voor verwezenlijking ervan. Deze voorwaarden stroken met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Oekraïne en met de hoofdbeginselen en –doelen van economische hervorming zoals die worden uiteengezet in de Associatieagenda EU– Oekraïne. Deze beginselen en doelen beogen de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de bijstand te versterken, waaronder met name de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën in Oekraïne. De vooruitgang behaald bij het verwezenlijken van deze doelen wordt regelmatig door de Commissie gecontroleerd. De gedetailleerde financiële voorwaarden van de bijstand worden vastgelegd in een tussen de Commissie en de autoriteiten van Oekraïne te sluiten leningsovereenkomst.
  • 2. 
    Tijdens de tenuitvoerlegging van de financiële bijstand van de Unie controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor deze bijstand relevante financiële en administratieve

1

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             6

BIJLAGE                                   DQPG                                        NL

procedures, ▌de interne en externe controlemechanismen van Oekraïne en de naleving van het overeengekomen tijdschema.

  • 3. 
    De Commissie onderzoekt periodiek of het economische beleid van Oekraïne verenigbaar is met de doelstellingen van de bijstand van de Unie en of op bevredigende wijze aan de daaraan verbonden economische beleidsvoorwaarden wordt voldaan. De Commissie werkt daarbij nauw samen met het IMF en de Wereldbank en, wanneer nodig, met het Economisch en Financieel Comité.

Artikel 3

  • 1. 
    De financiële bijstand van de Unie wordt door de Commissie aan Oekraïne beschikbaar gesteld in twee leningstranches, mits aan de voorwaarden van lid 2 is voldaan. De omvang van elke tranche wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd.
  • 2. 
    De Commissie besluit tot de uitbetaling van de tranches bij een bevredigende naleving van de economische beleidsvoorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen. De tweede tranche wordt niet eerder dan drie maanden na de eerste tranche uitbetaald.
  • 3. 
    De middelen van de Unie worden betaald aan de centrale bank van Oekraïne. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenstemming vast te leggen bepalingen, onder andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoefte, kunnen de middelen aan de Schatkist van Oekraïne als eindbegunstigde worden overgemaakt.

Artikel 4

  • 1. 
    De in dit besluit bedoelde transacties tot het opnemen en verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro, worden met dezelfde valutadatum afgesloten en mogen voor de Unie geen looptijdtransformatie, valuta- of renterisico, of enig ander commercieel risico met zich brengen.
  • 2. 
    Indien Oekraïne daarom verzoekt, neemt de Commissie de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in de leningsvoorwaarden een clausule inzake vervroegde aflossing is opgenomen en dat in de voorwaarden verbonden aan de opgenomen leningen een overeenkomstige clausule voorkomt.
  • 3. 
    De Commissie kan, op verzoek van Oekraïne en indien de omstandigheden een gunstigere rente op de lening mogelijk maken, haar oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken leningen en evenmin tot een verhoging van het op de dag van deze herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande bedrag.
  • 4. 
    Alle kosten die de Unie bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van Oekraïne.
  • 5. 
    Het Europees Parlement en het Economisch en Financieel Comité worden in kennis gesteld van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             7

BIJLAGE                                   DQPG                                        NL

Artikel 5

De financiële bijstand van de Unie wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen1 en de uitvoeringsvoorschriften daarvan2. In het bijzonder worden in het memorandum van overeenstemming en in de leningsovereenkomst die met de autoriteiten van Oekraïne moeten worden gesloten, specifieke maatregelen vastgesteld die Oekraïne moet uitvoeren met het oog op de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de bijstand. Om een grotere transparantie bij het beheer en de uitbetaling van deze middelen te verzekeren, wordt tevens bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding, het recht heeft controles ter plaatse te verrichten en dat de Rekenkamer het recht heeft om, eventueel ter plaatse, audits uit te voeren.

Artikel 6

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
  • 2. 
    In gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 7

Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen, waarin een evaluatie van de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar is opgenomen. In dit verslag wordt het verband gespecificeerd tussen de in een krachtens artikel 2, lid 1, te sluiten memorandum van overeenstemming vastgelegde beleidsvoorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Oekraïne en de besluiten van de Commissie om de bijstandstranches uit te betalen.

Uiterlijk twee jaar na het aflopen van de beschikbaarheidsperiode als genoemd in artikel 1, lid 4, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex post-evaluatieverslag in.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Voor het Europees Parlement                                  Voor de Raad

De Voorzitter                                                         De Voorzitter

1       PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

2       Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie, PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

9297/10                                                                                                   nes/VAN/dm             8

BIJLAGE                                   DQPG                                        NL

 
 

2.

Meer informatie