r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Eurocrisis door begrotingstekort en staatsschuld eurolanden

De eurocrisis brak in 2009 uit.

Vanaf eind 2009 kwamen verschillende eurolanden in financieel zwaar weer. Vooral landen in Zuid-Europa, zoals Cyprus, Griekenland, Spanje, Portugal en Italië kampten met een enorm begrotingstekort en/ of een flinke staatsschuld. Daardoor dreigden ze hun financiële verplichtingen niet meer te kunnen nakomen.

Om het tij te keren zijn bij opeenvolgende Europese toppen noodmaatregelen genomen om een faillissement van eurolanden te voorkomen en zijn er bovendien afspraken gemaakt om problemen in de toekomst te vermijden. Zo zijn noodfondsen ingesteld voor landen die acuut hulp nodig hebben en zijn er maatregelen genomen om de financiële positie van banken te versterken. Ook is een strenger toezicht op het begrotingsbeleid van eurolanden ingesteld. 

Eerder genomen maatregelen en bezuinigingen hebben geleid tot felle protesten in sommige Europese landen. Burgers gingen er soms flink op achteruit en sociale voorzieningen zijn in de hele EU in meer of mindere mate versoberd. In de loop van 2014 hadden Ierland, Portugal en Spanje hun steunprogramma's afgerond, waarmee van een voorlopig einde van de eurocrisis kan worden gesproken. In Griekenland zijn de staatsfinanciën echter nog niet onder controle.

Delen

Inhoud

1.

Achtergrond en oorzaken van de eurocrisis

De financiële en economische posities van landen die deelnemen aan de EMU verschillen onderling sterk van elkaar. Sommige landen hebben een zwakke economie, hoge tekorten en schulden. Bij de invoering van de euro werd ervan uitgegaan dat de landen naar elkaar toe zouden groeien. Aan een nauwere coördinatie van het economische beleid wilden de Europese landen zich toen niet committeren. Daardoor ontbreekt een ‘politiek dak’ op de Europese muntunie.

Door de recessie die volgde op de kredietcrisis hebben veel EU-landen hun overheidstekorten vanaf 2008 sterk zien toenemen, tot ver boven de grenzen die in de Europese begrotingsregels zijn afgesproken. Beleggers kregen minder vertrouwen in eurolanden met hoge tekorten, omdat de kans groter werd dat deze landen hun leningen niet meer zouden kunnen terugbetalen. Beleggen in staatsobligaties van landen in financiële problemen werd minder aantrekkelijk.

Nadat de grote financiële problemen in Griekenland aan het licht kwamen, in oktober 2009, daalde de waarde van de euro en steeg de rente die landen moesten betalen op hun leningen. Voor landen met te hoge tekorten werd het lastig om nog geld te lenen, waardoor ze niet meer aan hun financiële verplichtingen konden voldoen. Verschillende eurolanden moesten daarom Europese financiële steun aanvragen.

2.

Belangrijkste maatregelen

De Europese Unie heeft sinds het uitbreken van de eurocrisis verschillende maatregelen genomen om eurolanden met financiële problemen bij te staan.

Begrotingsdiscipline en Europese controle

De lidstaten hebben, onder aanvoering van Duitsland, afspraken gemaakt om de staatsfinanciën op orde te brengen en maatregelen genomen om het vertrouwen van de financiële markten in de eurolanden te herstellen.

Noodfondsen

De eurolanden hebben een noodfonds ingesteld om eurolanden met financiële problemen bij te staan. Steun uit het noodfonds is gebonden aan strikte voorwaarden (bezuinigingen en hervormingen) en strenge controle door de zogenaamde trojka van de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Commissie en het IMF. Aanvankelijk was er een tijdelijk noodfonds, het EFSF, ingesteld, maar dit is later vervangen door een permanent noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme.

Oprichting van een bankenunie

Niet alleen overheden, maar ook banken hebben te lijden onder de crisis. Zij hebben overigens ook bijgedragen aan het ontstaan van de economische problemen. Na de financiële crisis van 2008 was al verscherpt toezicht op banken ingesteld. Eind 2014 ia er een Europese bankenunie opgericht. Dit moet leiden tot beter toezicht op de banken, een Europees garantiestelsel voor spaartegoeden en een gezamenlijke aanpak van banken die in de problemen komen.

Toezicht op de financiële markten

Om toekomstige crises te voorkomen is het belangrijk dat er meer toezicht komt op de financiële markten. Daarom stelde de Europese Commissie een expertgroep samen om te onderzoeken hoe het toezicht op de markten kan worden verbeterd. Zij kwamen uiteindelijk met een pakket maatregelen, het zogenaamde 'Financial Supervisory Package'. Deze maatregelen moeten leiden tot een beter Europees systeem van toezicht op de financiële markten.

Rol ECB

De Europese Centrale Bank (ECB) speelt een belangrijke rol in de eurocrisis. De bank hield de rente laag en verklaarde zich bereid onder voorwaarden ongelimiteerd staatspapier op te kopen van landen in nood, via het programma Outright Monetary Transactions. De belofte van ECB-president Mario Draghi op 26 juli 2012 om 'alles te doen om de euro te behouden', was een keerpunt in de eurocrisis en bracht rust op de financiële markten. Zelfs de Duitse centrale bank, van oudsher fel tegenstander van het opkopen van staatsobligaties, zette in maart 2014 de deur hiervoor op een kier om deflatie te voorkomen. 

In januari 2015 besloot de ECB voor maximaal 1140 miljard euro aan staatsleningen te gaan opkopen om de economie te stimuleren en de inflatie aan te jagen.

Maatregelen eurocrisis

De Europese instellingen hebben sinds de crisis in 2008 verschillende maatregelen genomen om de eurocrisis tegen te gaan. In onderstaand overzicht zijn alle maatregelen in (omgekeerd) chronologische volgorde opgenomen.

3.

Economische groei

De aankondigingen van bezuinigingsmaatregelen door nationale regeringen roepen in de lidstaten van de EU weerstand op. Vakbonden komen in actie en organiseren demonstraties. De bezuinigingsmaatregelen treffen de gewone burger, terwijl de vakbonden overheden en banken verantwoordelijk houden voor het uitbreken van de economische crisis en de huidige eurocrisis.

Ook brengen bezuinigingen het gevaar met zich mee dat ze het economisch herstel vertragen. Door te korten op de overheidsbestedingen en salarissen van ambtenaren, krijgt het bedrijfsleven minder opdrachten van overheden en daalt de koopkracht van gezinnen. Sinds het aantreden van de Franse president Hollande is de discussie op gang gekomen of het strikte begrotingsbeleid de economie van de eurozone weer kan herstellen, zonder daarnaast aanzienlijk te investeren in economische groei.

Daarom wordt er, naast de aandacht voor een streng begrotingsbeleid voor lidstaten, ook meer aandacht besteed aan het stimuleren van economische groei. Geld uit de structuurfondsen wordt bijvoorbeeld ingezet om economische groei te stimuleren.

4.

Herstel

Begin 2014 stelde de Europese Centrale Bank dat de bescheiden groei van de eurozone van eind 2013 zou doorzetten in de komende jaren. De risico's waren echter nog te groot om toen al te kunnen spreken van een zeker en definitief einde van de crisis. In mei 2014 bleek uit de voorjaarsramingen van de Europese Commissie dat de groei van de eurozone doorzet. Zo is de groei van Spanje en Ierland de hoogste in zeven jaar en heeft de Italiaanse economie er niet meer zo goed voorgestaan sinds 2011. De reële bbp-groei in de hele EU in 2014 kwam uit op 1,4%. Eind 2014 was de verwachting dat de economische groei zou doorzetten naar 1,7% in 2015.

Het voorzichtige economisch herstel vertaalde zich in 2014 in dalende begrotingstekorten van de overheden van de eurozone. De groei in de staatsschulden als percentage van de totale economie van de landen in de eurozone is in de meeste gevallen ook onder controle gebracht. Het niveau ligt nog wel veel hoger dan in 2007, toen de crisis begon.

5.

Financiële situatie eurolanden 

Land 

Hoogte staatsschuld
in % van BBP*

Tekort/overschot 
begroting **

EU-
steun 

Land 

 

2007

2009

2011

2014

2017***

2007

2009

2011

2014

2017***

   

België

86,9%

99,5%

102,2%

106,7%

105,6%

0,1

-5,4

-4,1

-3,1

-2,4

 

België

Cyprus

53,9%

53,9%

65,8%

108,2%

95,0%

3,2

-5,5

-5,7

-8,9

0,4

Cyprus

Duitsland

63,6%

72,5%

78,4%

74,9%

66,8%

0,2

-3,2

-1,0

0,3

0,0

 

Duitsland

Estland

3,7%

7,0%

5,9%

10,4%

9,4%

2,7

-2,2

1,2

0,7

0,1

 

Estland

Finland

34,0%

41,7%

48,5%

59,3%

66,2%

5,1

-2,5

-1,0

-3,3

-2,5

 

Finland

Frankrijk

64,4%

79,0%

85,2%

95,6%

97,1%

-2,5

-7,2

-5,1

-3,9

-3,2

 

Frankrijk

Griekenland

103,1%

126,7%

172,0%

178,6%

181,8%

-6,7

-15,2

-10,2

-3,6

-2,1

Griekenland

Ierland

23,9%

61,8%

109,3%

107,5%

91,5%

0,3

-13,8

-12,5

-3,9

-0,8

Ierland

Italië

99,7%

112,5%

116,4%

132,3%

130,6%

-2,7

-5,3

-3,5

-3,0

-1,5

 

Italië

Letland

8,4%

36,6%

42,8%

40,8%

37,7%

-0,7

-9,1

-3,4

-1,6

-1,0

 

Letland

Litouwen

15,9%

29,0%

32,7%

40,7%

42,3%

-0,8

-9,1

-8,9

-0,7

-0,4

 

Litouwen

Luxemburg

7,2%

15,5%

19,2%

23,0%

22,0%

4,2

-0,5

0,5

1,4

0,5

 

Luxemburg

Malta

62,4%

67,8%

69,8%

68,3%

58,7%

-2,3

-3,3

-2,6

-2,1

-1,0

 

Malta

Nederland

42,4%

56,5%

61,7%

68,2%

65,1%

0,2

-5,4

-4,3

-2,4

-1,5

 

Nederland

Oostenrijk

64,8%

79,7%

82,2%

84,2%

84,0%

-1,3

-5,3

-2,6

-2,7

-1,7

 

Oostenrjk

Portugal

68,4%

83,6%

111,4%

130,2%

127,2%

-3,0

-9,8

-7,4

-7,2

-3,5

Portugal

Slovenië

22,7%

34,5%

46,4%

80,8%

79,5%

-0,1

-5,9

-6,6

-5,0

-1,9

 

Slovenië

Slowakije

29,9%

36,0%

43,3%

53,5%

51,2%

-1,9

-7,9

-4,1

-2,8

-1,7

 

Slowakije

Spanje

35,5%

52,7%

69,5%

99,3%

100,1%

2,0

-11,0

-9,5

-5,9

-2,6

Spanje

Bron: Eurostat

  • rood: staatsschuld boven 60% BBP

** rood: begrotingstekort groter dan 3%

*** Prognoses DG ECFIN (English)

6.

Meer informatie

Europa Nu

Andere websites

Delen

Terug naar boven