Eurocrisis door begrotingstekort en staatsschuld eurolanden

eurobiljetten

Verschillende eurolanden verkeren financieel in zwaar weer. Vooral landen in Zuid-Europa, zoals Cyprus, Griekenland, Spanje, Portugal en Italië hebben een enorm begrotingstekort en/ of een flinke staatsschuld. Daardoor dreigen ze hun financiële verplichtingen niet meer te kunnen nakomen.

Om het tij te keren zijn op opeenvolgende Europese toppen noodmaatregelen genomen om een faillissement van eurolanden te voorkomen en zijn afspraken gemaakt om problemen in de toekomst te vermijden. Zo zijn noodfondsen ingesteld voor landen die acuut hulp nodig hebben en zijn er maatregelen genomen om banken te versterken. Ook is een strenger toezicht op het begrotingsbeleid van eurolanden ingesteld.

Eerder genomen maatregelen en bezuinigingen hebben inmiddels geleid tot felle protesten in sommige Europese landen. Burgers gaan er soms flink op achteruit.

Begin 2014 stelde de Europese Centrale Bank dat de bescheiden groei van de eurozone van eind 2013 zou doorzetten in de komende jaren. De risico's waren echter nog te groot om toen al te kunnen spreken van een zeker en definitief einde van de crisis.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Achtergrond en oorzaken

De financiële en economische posities van landen die deelnemen aan de EMU verschillen onderling sterk van elkaar. Sommige landen hebben een zwakke economie, hoge tekorten en schulden. Bij de invoering van de euro werd ervan uitgegaan dat de landen naar elkaar toe zouden groeien. Aan een nauwere coördinatie van het economische beleid wilden de Europese landen zich toen niet committeren. Daardoor ontbreekt een ‘politiek dak’ op de Europese muntunie.

Door de recessie hebben veel EU-landen hun overheidstekorten de laatste jaren sterk zien toenemen, tot ver boven de grenzen die in de Europese begrotingsregels zijn afgesproken. Beleggers kregen minder vertrouwen in eurolanden met hoge tekorten, omdat de kans groter werd dat deze landen hun leningen niet meer zouden kunnen terugbetalen. Beleggen in staatsobligaties van landen in financiële problemen werd minder aantrekkelijk.

Sinds het bekend worden van grote financiële problemen in Griekenland, in oktober 2009, daalde de waarde van de euro en steeg de rente die landen moesten betalen op hun leningen. Voor landen met te hoge tekorten werd het lastig om nog geld te lenen, waardoor ze niet meer aan hun financiële verplichtingen konden voldoen. Verschillende eurolanden moesten daarom Europese financiële steun aanvragen.

2.

Financiële situatie eurolanden 

Land

Hoogte
staatsschuld 2012
in % van BBP*

Tekort
/overschot 
begroting 2012* 

Europese
steun
aangevraagd?

Meer informatie

België

99,6%

-3,9%

 

meer over staatsschuld en tekort België

Cyprus

85,8%

-6,3%

meer over problemen in en hulp aan Cyprus

Duitsland

81,9%

0,2%

   

Estland

10,1%

-0,3%

   

Finland

53,0%

-1,9%

   

Frankrijk

90,2%

-4,8%

   

Griekenland

156,9%

-10,0%

meer over problemen in en hulp aan Griekenland

Ierland

117,6%

-7,6%

meer over problemen in en hulp aan Ierland

Italië

127%

-3,0%

 

meer over problemen in Italië

Luxemburg

20,8%

-0,8%

   

Malta

72,1%

-3,3%

   

Nederland

71,2%

-4,1%

 

meer over begrotingstekort Nederland

Oostenrijk

73,4%

-2,5%

   

Portugal

123,6%

-6,4%

meer over problemen in en hulp aan Portugal

Slovenië

54,1%

-4,0%

   

Slowakije

52,1%

-4,3%

   

Spanje

84,2%

-10,6%

meer over problemen in en hulp aan Spanje

*Bron: Eurostat

3.

Begrotingsdiscipline en Europese controle

De Europese Unie heeft sinds het uitbreken van de eurocrisis verschillende maatregelen genomen om eurolanden met financiële problemen bij te staan. Ook hebben de lidstaten, onder aanvoering van Duitsland, afspraken gemaakt om de staatsfinanciën op orde te brengen en maatregelen genomen om het vertrouwen van de financiële markten in de eurolanden te herstellen.

4.

Noodfondsen

De eurolanden hebben een noodfonds ingesteld om eurolanden met financiële problemen bij te staan. Steun uit het noodfonds is gebonden aan strikte voorwaarden (bezuinigingen en hervormingen) en strenge controle door de zogenaamde trojka van de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Commissie en het IMF. Aanvankelijk is er een tijdelijk noodfonds, het EFSF, ingesteld, maar dit is later vervangen door een permanent noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme.

5.

Oprichting van een bankenunie

Niet alleen overheden, maar ook banken hebben te lijden onder de crisis. Zij hebben overigens ook bijgedragen aan het ontstaan van de economische problemen. Na de financiële crisis van 2008 was al verscherpt toezicht op banken ingesteld. Momenteel wordt gesproken over het instellen van een Europese bankenunie. Dat moet leiden tot beter toezicht op de banken, een Europees garantiestelsel voor spaartegoeden en een gezamenlijke aanpak van banken die in de problemen komen.

6.

Toezicht op de financiële markten

Om toekomstige crises te voorkomen is het belangrijk dat er meer toezicht komt op de financiële markten. Daarom stelde de Europese Commissie een expertgroep samen om te onderzoeken hoe het toezicht op de markten kan worden verbeterd. Zij kwamen uiteindelijk met een pakket maatregelen, het zogenaamde 'Financial Supervisory Package'. Deze maatregelen moeten leiden tot een beter Europees systeem van toezicht op de financiële markten.

7.

Rol ECB

De Europese Centrale Bank (ECB) speelt een belangrijke rol in de eurocrisis. De bank hield de rente laag en verklaarde zich bereid onder voorwaarden ongelimiteerd staatspapier op te kopen van landen in nood, via het programma Outright Monetary Transactions. De belofte van ECB-president Mario Draghi op 26 juli 2012 om 'alles te doen om de euro te behouden', was een keerpunt in de eurocrisis en bracht rust op de financiële markten.

8.

Economische groei

De aankondigingen van bezuinigingsmaatregelen door nationale regeringen roepen in de lidstaten van de EU weerstand op. Vakbonden komen in actie en organiseren demonstraties. De bezuinigingsmaatregelen treffen de gewone burger, terwijl de vakbonden overheden en banken verantwoordelijk houden voor het uitbreken van de economische crisis en de huidige eurocrisis.

Ook brengen bezuinigingen het gevaar met zich mee dat ze het economisch herstel vertragen. Door te korten op de overheidsbestedingen en salarissen van ambtenaren, krijgt het bedrijfsleven minder opdrachten van overheden en daalt de koopkracht van gezinnen.

Daarom wordt er, naast de aandacht voor een streng begrotingsbeleid voor lidstaten, ook meer aandacht besteed aan het stimuleren van economische groei. Geld uit de structuurfondsen wordt bijvoorbeeld ingezet om economische groei te stimuleren.

9.

Meer informatie

Europa Nu

Andere websites

Delen

enveloppe

Terug naar boven