Eurocrisis door begrotingstekort en staatsschuld eurolanden

Eurocrisis

Bron: euobserver.com

Er komt een nieuw verdrag waarmee de EU de voortwoedende eurocrisis wil beteugelen. Dat is afgesproken tijdens de eurotop van 8-9 december 2011. In het verdrag, ook wel het 'begrotingspact' genoemd, worden regels vastgelegd die begrotingsdiscipline bij de lidstaten moeten afdwingen. Alle eurolanden en de meeste andere lidstaten van de Europese Unie zullen het verdrag ondertekenen. Zeker is echter dat het Verenigd Koninkrijk het verdrag niet zal ondertekenen.

De begrotingsregels moeten een eind maken aan de groeiende staatsschulden en forse overheidstekorten waar veel eurolanden mee kampen. Verwacht wordt dat daarmee het vertrouwen van de financiële markten in de euro zal herstellen.

Op opeenvolgende Europese toppen hebben de regeringsleiders van de eurozone en de andere EU-lidstaten afspraken gemaakt over het noodfonds voor landen die acuut hulp nodig hebben, extra hulp aan Griekenland, maatregelen om de banken te versterken en strenger toezicht op het begrotingsbeleid van de lidstaten van de eurozone.

Tijdens een eurotop op 30 januari 2012 werd de Europese Raad het eens over het nieuwe begrotingsverdrag. Het nieuwe verdrag is voor alle landen die de euro als munteenheid voeren verplicht. De andere Europese landen kunnen ervoor kiezen om zich aan het verdrag te binden. Groot-Brittannië en Tsjechië hebben al aangegeven niet mee te doen. Het nieuwe verdrag zal op 1 en 2 maart ondertekend worden tijdens een bijeenkomst van de Europese Raad. Na ratificatie van minstens 12 eurolanden treedt het verdrag in werking.

In grote lijnen zal het verdrag de volgende punten bevatten:

  • overheidsbegrotingen moeten in balans of positief zijn. Een lidstaat voldoet aan die eis wanneer een lidstaat kan aantonen dat het structurele overheidstekort over meerdere jaren niet boven de 0,5% van het BBP komt.
  • Het begrotingstekort van eurolanden mag niet groter zijn dan 3 procent, de staatsschuld mag maximaal 60 procent van het bruto binnenlands product bedragen.
  • Binnen een jaar moeten de landen de nieuwe regels opgenomen hebben in de nationale wetgeving en, indien noodzakelijlk de grondwet.
  • Landen moeten bekend maken hoe zij de nieuwe regelgeving willen gaan handhaven, en wat zij zullen doen als overtreding van de regels dreigt te ontstaan.
  • Mochten landen afwijken van deze regelgeving, dan treedt automatisch een correctiemechanisme in werking. Dit begint als de Commissie aanbevelingen en oplossingen geeft aan landen die hun begroting niet op orde hebben. Dit kan teruggedraaid worden als een meerderheid van eurolanden hiertoe besluit.
  • Indien een land na deze maatregelen zijn begroting nog steeds niet op orde heeft gebracht, gaat de zaak naar het Europees Hof van Justitie. Het Hof kan een boete opleggen tot 0,1 procent van het bruto binnenlands product. Deze boete wordt gestort in het permanente noodfonds. Boetes van niet-eurolanden komen ten goede aan het algemene budget van de EU.
  • In uitzonderlijke omstandigheden zijn landen gevrijwaard van de begrotingsregels. De Europese Commissie toetst of er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.
  • Er zal minstens 2 keer per jaar een eurotop plaatsvinden.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

De eurocrisis 

Door de economische recessie hebben veel EU-landen hun overheidstekorten de laatste jaren sterk zien groeien, tot ver boven de grenzen die in de Europese begrotingsregels zijn afgesproken. Vooral landen in Zuid-Europa, zoals Griekenland, Spanje, Portugal en Italië, maar ook Ierland, hebben een enorm begrotingstekort en een flinke staatsschuld. Sinds het bekend worden van grote financiële problemen in Griekenland, in oktober 2009, daalde de waarde van de euro, en steeg de rente die landen moesten betalen op hun leningen.

De lagere waardering van de euro werd veroorzaakt door een afnemend vertrouwen in de euromunt op de financiële markten. Beleggen in staatsobligaties van landen in financiële problemen werd minder aantrekkelijk, omdat in ogen van de beleggers de kans toenam dat deze landen hun leningen niet meer zouden kunnen terugbetalen. Een belangrijke graadmeter voor de kredietwaardigheid van eurolanden zijn de waarderingen van de drie grote kredietbeoordelaars.

De problemen hielden in 2010 en 2011 aan, en in sommige gevallen verergerden de problemen zelfs. Het vertrouwen in landen als Griekenland, en in mindere mate in Ierland, Portugal, Spanje en Italië, daalde nog verder. De andere eurolanden moesten te hulp schieten. Hiertoe werd een tijdelijk noodfonds opgericht om eurolanden in financiële problemen bij te staan en de stabiliteit van de euro te waarborgen. Desondanks werd de kredietwaardigheid van een groot aantal eurolanden, waaronder Spanje, Frankrijk en Portugal, op 13 januari 2012 verlaagd door kredietbeoordelaar Standard & Poor's.

Eerder genomen maatregelen en bezuinigingen hebben inmiddels geleid tot protesten in sommige Europese landen. Burgers gaan er soms flink op achteruit, terwijl de meesten al getroffen waren door de gevolgen van de economische crisis.

2.

De 'probleemlanden'

Griekenland

Sinds eind 2009 is het crisis in Griekenland. Het land kampt met een extreem begrotingstekort en een enorme staatsschuld. Dat bleek in oktober 2009 toen een nieuwe regering aantrad. De cijfers die voorgaande regeringen gepubliceerd hadden, bleken vals. Door middel van zware bezuinigingen en hervormingen moeten de Grieken orde op zaken stellen, onder zware druk van andere Europese landen en het IMF.

Ierland

Na Griekenland was Ierland het tweede Europese land dat te maken kreeg met een forse staatsschuld en een begrotingstekort. Ierland had in 2010 een begrotingstekort van ruim 30 procent, dat was ongeveer tien keer zoveel als toegestaan volgens de Europese regels van het Stabiliteits- en groeipact. Dit tekort werd mede veroorzaakt doordat de Ierse regering zich in 2009 en 2010 genoodzaakt zag een aantal banken van de ondergang te redden. Hiermee was een bedrag gemoeid van ongeveer 50 miljard euro.

Portugal

In maart 2011 kondigde de Portugese minderheidsregering strenge bezuinigingsmaatregelen aan. Het begrotingstekort, en daarmee de staatsschuld, zou anders teveel oplopen. Het wordt in zo'n situatie voor een land steeds moeilijker om geld te lenen omdat het een steeds hogere rente moet betalen. Bovendien is een te hoog begrotingstekort tegen de afspraken van het groei- en stabiliteitspact, dat is bedoeld om overheidsfinanciën van de lidstaten van de EU binnen de perken te houden.

Italië

Italië lijkt, na Portugal, Ierland en Griekenland, het vierde Europese land te zijn dat in de problemen komt door een te grote staatsschuld. Van alle landen in de eurozone heeft alleen Griekenland een grotere staatsschuld dan Italië. Omdat beleggers er weinig vertrouwen in hadden dat de regering van voormalig premier Silvio Berlusconi de benodigde hervormingen zou doorvoeren, werd het voor Italië moeilijk om kapitaal aan te trekken op de internationale geldmarkt. Inmiddels lijkt de situatie iets verbeterd. De nieuwe regering van premier Mario Monti kan rekenen op brede nationale en internationale steun en lijkt in staat de noodzakelijke maatregelen te nemen om het land uit de crisis te loodsen.

Spanje

De economische crisis heeft Spanje hard geraakt. De eens bloeiende vastgoedmarkt is ingestort en er heerst een hoge werkloosheid. Verschillende Spaanse banken slaagden niet voor de Europese stresstest en hadden extra kapitaalinjecties nodig. 

3.

Aanpak eurocrisis

Bezuinigingen door lidstaten

Om hun staatsfinanciën op orde te brengen, hebben de regeringen van verschillende eurolanden forse bezuinigingen aangekondigd om het vertrouwen in de euro te herstellen. Italië, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Spanje, Griekenland, Portugal en Ierland kondigden aan flink te snijden in de overheidsuitgaven. Griekenland en Ierland waren in respectievelijk mei en november 2010 niet meer in staat leningen aan te gaan op de kapitaalmarkt. Het IMF en de overige eurolanden moesten toen te hulp schieten. Overigens ontkomen ook landen die hun overheidsfinanciën wel redelijk op orde hebben, zoals Duitsland en Nederland, er niet aan fors te bezuinigen.

De aankondigingen van bezuinigingsmaatregelen door nationale regeringen roepen in de lidstaten van de EU weerstand op. Vakbonden komen in actie en organiseren demonstraties. De bezuinigingsmaatregelen treffen de gewone burger, terwijl de vakbonden de overheden en banken verantwoordelijk houden voor het uitbreken van de economische crisis en de huidige eurocrisis. Ook brengen bezuinigingen het gevaar met zich mee dat ze het economisch herstel vertragen. Door te korten op de overheidsbestedingen en salarissen van ambtenaren, krijgt het bedrijfsleven minder opdrachten van overheden en daalt de koopkracht van gezinnen.

Oprichting tijdelijk noodfonds en permanent noodfonds

Er is een tijdelijk noodfonds opgericht waar landen die acuut hulp nodig hebben, een beroep op kunnen doen. Deze European Financial Stability Facility (EFSF) trad in mei 2010 in werking om eurolanden met financiële problemen bij te staan en de stabiliteit van de euro te waarborgen. Een half jaar later zijn de mogelijkheden om gebruik te kunnen maken van het EFSF uitgebreid, hebben de leningen een langere looptijd gekregen, en is de rente op die leningen verlaagd. EFSF-gelden kunnen, op basis van analyses van de ECB, worden gebruikt om staatsleningen op te kopen wanneer omstandigheden op de financiële markten tot onaanvaardbare risico's leiden (zoals een dreigend faillissement van een lidstaat). Dit tijdelijke fonds loopt tot 2013. In januari 2012 haalde de Europese Unie via obligatieleningen met een lange looptijd van 30 jaar, 3 miljard aan steun op voor het noodfonds aan de eurolanden. Hiermee wordt de looptijd van de lengingen aan Portugal en Ierland langer, wat zou moeten helpen in het afbouwen van de schulden die Portugal en Ierland hebben.  

Omdat het EFSF eigenlijk in strijd is met het Verdrag van Lissabon, is tijdens de EU-top van december 2010 besloten het verdrag aan te passen zodat de eurolanden een permanent noodfonds voor de euro kunnen instellen: het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Het permanente noodfonds moet vanaf medio 2012, samen met het EFSF, voorkomen dat landen met financiële problemen de euro verzwakken. De hulp kan volgens de nieuwe afspraken alleen worden toegepast als dat onmisbaar is voor de stabiliteit van de hele eurozone. Alle vereiste hulp wordt verbonden aan strikte voorwaarden.

Vooral in de landen die garant staan voor de leningen aan 'probleemlanden' groeit de tegenstand tegen het verstrekken van miljarden voor deze steunmaatregelen. Tegenstanders zijn bang dat de landen die leningen, ondanks strenge voorwaarden, niet terug kunnen betalen. Dat zou belastingbetalers in hun eigen land veel geld kosten. Ook hebben een aantal economen zich uitgesproken tegen de steun aan 'zwakke' landen, vooral tegen steun aan Griekenland. Zij zijn van mening dat als een land failliet gaat, het land uit de euro zou moeten stappen, of dat de schulden van dat land moeten worden kwijtgescholden. De tegenstanders hebben na de top van 26 en 27 oktober 2011 gedeeltelijk gelijk gekregen; een deel van de Griekse schulden zal worden kwijtgescholden. Landen uit de euro zetten, is voor de EU echter onbespreekbaar.

Steunaankopen obligaties door Europese Centrale Bank

Begin augustus 2011 stegen de rentes waartegen Italië en Spanje geld moesten lenen op de financiële markten, nog verder. Dat had nadelige effecten op hun begrotingstekorten, wat hun problemen alleen maar zou verergeren. Om die landen te ondersteunen, kocht de ECB voor miljarden euro's aan staatsobligaties op. Hierdoor ging de rente die Spanje en Italië op hun staatsleningen moeten betalen weer omlaag. De ECB loopt alleen risico dat geld te verliezen als die landen hun staatsschuld niet zouden kunnen afbetalen, maar daar wordt niet vanuit gegaan.

Euro Plus Pact

Op de eurotop van 24 en 25 maart 2011 werd door de landen van de eurozone een pakket maatregelen aangenomen voor een betere coördinatie van de nationale economieën van de eurolanden. Dit zou moeten leiden tot een sterkere gemeenschappelijke munt en een betere concurrentiepositie voor de Europese economie. Omdat ook een aantal niet-eurolanden zich bij het pact aansloten, werd het plan Euro Plus Pact gedoopt. Het pact heeft de volgende doelstellingen:

  • verbeteren van het concurrentievermogen
  • stimuleren van de werkgelegenheid
  • verder bijdragen aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën
  • versterken van de financiële stabiliteit.

De eurolanden hebben in aansluiting op het Euro Plus pact op de top van 26 op 27 oktober onder meer afgesproken dat zij de eisen uit het Stabiliteits- en Groeipact  i opnemen in hun nationale constitutionele wetgeving.

Six Pack en aanvullende maatregelen uit eurotop 26 en 27 oktober 2011

In september 2011 werd een akkoord op hoofdlijnen bereikt over het zogenaamde 'Six pack', een zestal wetgevingsvoorstellen die het Stabiliteits- en groeipact moeten versterken. Een belangrijk element hierin was het streng toezicht houden op en het bestraffen van lidstaten die de begrotingsregels overtreden. Het Six Pack bevat uiteindelijk een akkoord over automatische sancties tegen lidstaten die zich niet aan de afgesproken begrotingsregels houden.

Uitbreiding steunmaatregelen

Onder grote druk van de financiële markten en de rest van de wereld moesten de Europese leiders de steunmaatregelen uitbreiden en met een structurele oplossing voor Griekenland komen. Ook op langere termijn moest de EU aantonen dat het de schuldenproblematiek niet uit de hand zou laten lopen.

Hiervoor zijn de regeringsleiders van de landen in de eurozone met een pakket van maatregelen gekomen. Op hoofdlijnen ziet het pakket er als volgt uit: 

  • Een deel van de Griekse schulden wordt kwijtgescholden, de banken zullen miljarden moeten afschrijven. Griekenland zal ook extra geld kunnen lenen.  
  • Het noodfonds krijgt twee nieuwe mogelijkheden om geld aan te trekken. In beide gevallen gaat het om het ondersteunen en het afdekken van risico's voor partijen die geld willen lenen aan landen met financiële problemen. Op die manier hoeven de lidstaten niet voor meer dan voor de huidige 440 miljard garant te staan, maar kan het fonds toch enkele honderden miljarden extra binnenhalen.
  • Het toezicht op de overheidsfinanciën wordt aangescherpt. Er is echter nog niets besloten over de mogelijkheden om straffen op leggen aan landen die zich niet aan de afspraken houden.
  • De banken moeten meer geld in kas houden. Dat maakt de banken beter bestand tegen nieuwe tegenvallers en crises. 

Om de slagkracht van het EFSF te vergroten, en versneld het ESM op te richten, besloten de ministers van financiën van de eurozone op 29 november 2011 het IMF in te schakelen. Bedoeling is dat de leden van het IMF extra geld in het IMF steken zodat landen met schuldproblemen daarmee kunnen worden geholpen. Grote niet-Europese IMF-leden zoals China en India hebben zich al bereid verklaard om extra geld in het IMF te steken, op voorwaarde dat de eurolanden ook een extra bijdrage leveren. Op 19 december maakten de ministers van financiën van de eurozone definitieve afspraken over de hoogte van de leningen. De eurolanden zullen 150 miljard euro aan leningen aan het IMF geven. Ook Denemarken, Zweden en Polen, landen die niet tot de eurozone behoren, zullen een bijdrage leveren. Dit bedrag komt bovenop de 150 miljard euro van de eurolanden.

Aanvullende voorstellen Commissie

Eind november 2011 kwam de Europese Commissie met een aanvullend pakket maatregelen om de economie nieuw leven in te blazen. Dit pakket bestaat uit vier onderdelen: een jaarlijkse groeianalyse 2012, twee verordeningen om het economisch en budgettair toezicht te verscherpen en een Groenboek over staatsobligaties.

  • In de jaarlijkse groeianalyse 2012 zet de Commissie uiteen wat volgens haar de prioriteiten zijn voor het komende jaar op het gebied van begrotingsbeleid en structurele hervormingen. Nationale hervormingsprogramma's moeten in overeenstemming zijn met de prioriteiten die de Commissie heeft gesteld.
  • De twee voorgestelde verordeningen bouwen voort op het 'Six-Pack' van wetgevende maatregelen dat half december in werking zal treden. De eerste verordening schrijft voor dat lidstaten van de eurozone hun ontwerpbegroting ieder jaar op hetzelfde tijdstip moeten presenteren en geeft de Commissie het recht ze te beoordelen en zo nodig advies uit te brengen. Ook zou de Commissie een herziening mogen aanvragen als de begroting het Stabiliteits- en groeipact niet naleeft.
  • De tweede verordening moet garanderen dat het toezicht op lidstaten die onder een programma van financiële steun vallen, of het risico op financiële instabiliteit lopen, streng is. Het zal ook volgens duidelijke procedures verlopen en in het EU-recht verankerd zijn. De Commissie mag een lidstaat onderverscherpt toezicht stellen als het ernstige moeilijkheden heeft met financiële stabiliteit.
  • In het Groenboek over staatsobligaties worden de voor- en nadelen van het uitgeven van schuldpapier in de eurozone onderzocht.

Begrotingspact

In dit verdrag, waarover de eurolanden en de meeste andere EU-lidstaten het tijdens de eurotop van 8 en 9 december 2011 eens zijn geworden, ligt de nadruk op het afdwingen van de regels voor begrotingsdiscipline die de overheidstekorten moeten beteugelen en de financiële markten zekerheid moeten bieden. Het verdrag zal de volgende elementen bevatten:

  • Overheidsbegrotingen moeten in balans of positief zijn. Een lidstaat voldoet aan die eis wanneer een lidstaat kan aantonen dat het structurele overheidstekort over meerdere jaren niet boven de 0,5% van het BBP komt. De Europese Commissie zal erop toezien dat deze regel door iedere lidstaat wordt vastgelegd, en wanneer dat niet gebeurt kan de Commissie een lidstaat voor het Europese Hof van Justitie dagen.
  • De Commissie mag automatisch sancties opleggen aan lidstaten met een buitensporig tekort - een tekort van meer dan 3% van het BBP. De eurolanden kunnen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen die sancties terugdraaien.
  • Er komen nadere regels voor lidstaten met een staatsschuld die hoger is dan 60% van het BBP. Zij zullen die staatsschuld jaarlijks moeten terugdringen
  • Lidstaten met buitensporige tekorten komen onder strenger toezicht te staan; ze moeten plannen voor economische hervormingen door de Commissie en de Raad laten goedkeuren.
  • De Commissie zal advies uitbrengen over de begrotingen van lidstaten. Voor lidstaten met buitensporige tekorten zullen strengere controles worden uitgewerkt.

Er komt een apart verdrag, omdat het Verenigd Koninkrijk aanpassingen in de huidige verdragen blokkeert. Zweden en Tsjechië hebben nog niet toegezegd zich bij het verdrag aan te zullen sluiten; zij willen eerst hun parlement raadplegen.

De eurolanden hebben tevens afgesproken om nauwer samen te werken bij het opstellen van economisch beleid. Wanneer een lidstaat met de euro ingrijpende economische hervormingen wil doorvoeren, zal dat met alle eurolanden worden besproken. Doel hiervan is om best practices te verzamelen.

4.

Meer informatie