De Engelse term 'hedge fund' verwijst naar het afschermen van risico ('hedge' is Engels voor afscheiding). Hedgefondsen zijn niet-beursgenoteerde speculatieve, meestal korte-termijn-beleggers, die gebruik maken van toppen en dalen op de markt: ze kopen als de aandelenkoersen van een bedrijf laag staan en verkopen weer als de koersen zijn gestegen.
Net als bij gewone beleggingsfondsen wordt de inleg van verschillende investeerders samengebracht in een fonds en beheerd door een fondsenbeheerder. Het verschil is dat hedgefondsen altijd streven naar een positief rendement onder alle marktomstandigheden en niet, zoals de traditionele fondsen, ten opzichte van benchmarks. Om deze absolute rendementen te generen maken ze gebruik van meer en verschillende financiële instrumenten. Daarnaast staan ze nauwelijks onder controle van toezichthouders, zoals de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten.
Het gevaar van hedgefondsen schuilt in het gebrek aan controle en de risico's die de financiële instrumenten met zich meebrengen. Door het hanteren van een grote 'leverage' (beleggen met extra geleend geld bovenop de inleg van de beleggers) kan het risico en dus mogelijke verliezen erg groot worden. De rendementen kunnen echter ook extra hoog zijn, al moet er doorgaans veel aan beheerkosten betaald worden aan de fondsenbeheerder.
