r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Laatste nieuws: 

Euroscepsis

Nigel Farage
Bron: euobserver.com

Eurocriticus Nigel Farage

Het enthousiasme onder de bevolking voor het Europees project lijkt af te nemen. Er klinken steeds vaker negatieve geluiden over de Europese besluitvorming. Zo is er bijvoorbeeld veel kritiek op de macht die nationale overheden af zouden staan aan Brussel, over het geld dat Zuid-Europese landen krijgen voor hun economisch herstel en over de toestroom van goedkope arbeiders uit Oost-Europese landen.

De overgrote meerderheid van de politieke partijen in Europa is voorstander van de Europese samenwerking, maar de partijen met kritiek op de Europese Unie zijn in opkomst. Burgers voelen zich steeds vaker aangetrokken tot deze partijen. Uit de uitslagen van de Europese Parlementsverkiezingen van 2014 bleek al dat eurosceptische partijen meer draagvlak hebben gekregen in Europa. De Britse partij UKIP en het Franse Front National werden in hun eigen land het grootst. Iets minder dan 30 procent van alle stemmen gingen naar eurosceptici en in het Europees Parlement gingen 143 zetels van de 751 naar eurokritische partijen. Dat was een ruime verdubbeling ten opzichte van 2009.

In tegenstelling tot wat de meeste berichtgeving doet vermoeden, concludeerde de onafhankelijke Amerikaanse denktank Pew Research Centre dat de sympathie voor de Europese Unie onder Europeanen in 2015 juist toenam. Uit het onderzoek kwam naar voren dat vooral jongeren eerder EU-gezind waren dan dat zij eurosceptisch waren.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

De theorieën

Het woord euroscepsis wordt vaak gebruikt voor elke vorm van kritiek die burgers en politici hebben op het Europese project, maar er is onenigheid over wat ‘euroscepsis’ nu eigenlijk precies betekent.

Sommige wetenschappers maken onderscheid tussen twee vormen van euroscepsis:

  • sterke euroscepsis is tegen Europese samenwerking in het algemeen.
  • gematigde euroscepsis is voor Europese samenwerking, maar heeft zorgen over de koers van de Europese Unie.

2.

I want my money back!

Anders dan algemeen aangenomen bestaat er al sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (een voorloper van de EU) kritiek op de Europese samenwerking. Zo moedigde de Britse premier Winston Churchill vergaande Europese samenwerking wel aan, maar met 'Europese' bedoelde hij eigenlijk 'Continentale' samenwerking, want dat het Verenigd Koninkrijk soevereiniteit in zou leveren was uitgesloten. Verder waren er in de jaren vijftig plannen om naast de Europese Economische Gemeenschap ook een Europese Defensiegemeenschap op te richten. Het Franse parlement stak daar echter een stokje voor.

In 1979 kreeg het Verenigd Koninkrijk haar eerste vrouwelijke premier, de conservatieve Margaret Thatcher. Thatcher zag de EG, waar haar land sinds 1973 deel van uitmaakte, vooral als een economisch project. Een veto op verdere Europese politieke integratie was de kern van haar Europese beleid. Ook was het Verenigd Koninkrijk onder haar leiding tegen de invoering van de euro, omdat dit de eerste stap naar een federaal Europa zou zijn. En aangezien het Verenigd Koninkrijk meer betaalde aan de EG dan dat het ontving, wilde Thatcher dat haar land aanzienlijk minder zou gaan betalen, wat leidde tot haar bekende uitspraak: "I want my money back!"

3.

Euroscepsis in Nederland

Euroscepsis is niet nieuw in Nederland. Wel is het de afgelopen jaren sterk toegenomen.

De orthodox-gereformeerde partijen GPV (voorloper van de ChristenUnie) en SGP zijn altijd al eurokritisch geweest. Vanaf de jaren tachtig is er ook bij linkse partijen als SP en GroenLinks kritiek op de Europese samenwerking. In de woorden van GroenLinks was de EG teveel een kapitalistisch project. De laatste jaren staat GroenLinks juist positief tegenover de Europese samenwerking.

Sinds 2004 geeft de PVV ook een stem aan de euroscepsis. Sinds 2012 pleit de PVV voor het inwisselen van het EU-lidmaatschap voor lidmaatschap van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en herinvoering van de gulden. Ook in het verkiezingsprogramma van de PVV voor de verkiezingen in maart 2017, pleit de partij voor uittreden uit de Europese Unie.

In 2005 stemde 62 procent van de Nederlanders tegen de nieuwe Europese Grondwet. Toch bleek in 2009 uit een peiling dat 74 procent van de Nederlanders het een goede zaak vond dat Nederland lid is van de EU. Dezelfde peiling wees uit dat 67 procent van de Nederlanders vond dat ons land voordeel heeft van het EU-lidmaatschap.

In 2014 zag 68 procent van de Nederlanders het EU-lidmaatschap als een goede zaak. In 2015 bleken Nederlanders optimistisch over de Europese Unie. Het percentage Nederlanders dat de toekomst van de Europese Unie rooskleurig inziet, was toen 71 procent.

Op 6 april 2016 stemde Nederland in een referendum over het EU-associatieakkoord met Oekraïne. De opkomst lag op ruim 32 procent. Drijvende kracht achter het referendum was GeenPeil, dat het idee weer overnam van het Burgercomité EU. De oprichters daarvan hebben gezegd dat ze de relatie tussen Nederland en de EU onder spanning willen zetten en dat ze willen dat Nederland uit de EU stapt. Zij en andere eurosceptici stellen dat het 'nee' bij dit referendum een 'nee' tegen het Nederlands lidmaatschap van de EU betekent.

4.

Euroscepsis in andere Europese landen

Verenigd Koninkrijk

In 1993 werd de United Kingdom Independence Party (UKIP) opgericht. Het doel van deze nieuwe partij was de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. De eerste aanhangers waren vooral eurosceptische leden van de Conservative Party. Bij de Europese Parlementsverkiezingen van 1999 wist UKIP zeven procent van de stemmen te halen. Omdat de Britten in 1999 nog werkten met het districtenstelsel leverde dat maar drie zetels op. Bij de Europese Parlementsverkiezingen van 2004 werkten de Britten voor het eerst met proportionele vertegenwoordiging. UKIP ging van drie naar twaalf zetels. Bij de Europese Parlementsverkiezingen in 2014 behaalde UKIP 24 zetels. De partij werd daarmee de grootste Britse partij in het Europees Parlement.

De euroscepsis is de afgelopen jaren flink toegenomen in het Verenigd Koninkrijk. De vluchtelingencrisis en de gezamenlijke Europese aanpak hiervan hebben extra zorgen onder de Britten aangewakkerd. In november 2015 presenteerde premier David Cameron voorstellen om hervormingen door te voeren binnen de EU en over een mogelijke uitzonderingspositie voor zijn land. Op de Europese Raad van februari 2016 werd een akkoord bereikt tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Naar aanleiding is er in juni 2016 een referendum in het Verenigd Koninkrijk geweest, waarbij een (kleine) meerderheid ervoor koos uit de Europese Unie te treden.

Finland

De Finse Partij, voorheen bekend als de Ware Finnen, brak in 2011 door bij de Finse parlementsverkiezingen met meer dan negentien procent van de stemmen. De partij heeft in de aanloop naar deze verkiezingen een sterk anti-Europageluid laten horen. In 2015 verklaarde 47 procent van de Finnen de Europese Unie te associëren met bureaucratie.

In maart 2016 tekenden meer dan 50.000 Finse burgers een petitie om uit de eurozone te stappen.

Frankrijk

In mei 2012 wist Marine le Pen van het Front National meer dan achttien procent van de kiezers achter zich te krijgen bij de Franse presidentsverkiezingen. Ook deze rechtse partij is tegen meer besluitvorming vanuit Brussel. Bij de Europese Parlementsverkiezingen in 2014 behaalde het Front National een kwart van de Franse stemmen.

In het voorjaar van 2017 vinden in Frankrijk presidentsverkiezingen plaats. Le Pen doet het goed in de peilingen.

Griekenland

Uit het onderzoek bleek ook dat er vooral in Griekenland negatief gedacht werd over de Europese Unie. De Grieken associeerden de EU steeds minder met de euro (49 procent in de herfst van 2012, vergeleken met 47 procent in de lente van 2015). De Grieken zagen vaker de relatie tussen de Europese Unie en werkloosheid. Deze associatie nam met 10 procent toe tot 45 procent in 2012. In 2015 zag 19 procent van de ondervraagden de EU als een verspilling van het geld.

De mening onder de Grieken is geen verrassing. Het lukte de eurokritische Syriza-partij om tot twee maal toe de grootste partij te worden onder leiding van Alexis Tsipras.

Oostenrijk en Tsjechië

Ook burgers in Oostenrijk en Tsjechië hadden in het najaar van 2012 weinig vertrouwen in de Europese democratie en de Europese instellingen. Deze landen hebben een lange geschiedenis van euroscepsis. De Tsjechische conservatief-liberale partij ODS en de Oostenrijke Vrijheidspartij FPÖ hebben al jaren veel kritiek op het functioneren van de Europese Unie en zij trekken met deze standpunten ook veel kiezers aan. Tijdens de nationale parlementsverkiezingen in 2013 behaalde de FPÖ 20,5 procent van het totaal aantal stemmen. Dit percentage was sinds de verkiezingen van 1999 niet zo hoog.

Duitsland

In Duitsland heeft de eurosceptische partij Alternatief voor Duitsland (AfD) in augustus 2014 voor het eerst intrek genomen in een Duits deelstaatparlement. De partij is in 2013 opgericht en wil Brusselse bevoegdheden terughalen naar Berlijn. Ook wil het de immigratie terugdringen. Daarnaast ziet de partij de euro als een mislukt project. In mei 2014 debuteerde de AfD in het Europees Parlement, toen het zeven procent van de stemmen behaalde bij de Europese verkiezingen.

In maart 2016 behaalde de AfD grote winst in de Duitse deelstaatverkiezingen, velen zagen daar vooral een afwijzing in van de vluchtelingenpolitiek van bondskanselier Angela Merkel. In september 2017 vinden er in Duitsland verkiezingen voor de Bondsdag plaats.

Euroscepsis volgens de Eurobarometer

Uit de Eurobarometer van 2016 blijkt dat een derde van de Europeanen vertrouwen heeft in de instituties van de Europese Unie.

Het percentage Europeanen met een neutraal beeld van de Europese Unie bleek met 38 procent redelijk hoog, en onveranderd ten opzichte van 2015. Het percentage Europeanen met een positief beeld was met 3 procentpunt gedaald tot 34 procent. Het percentage met een negatief beeld was met 4 procentpunt gestegen naar 27 procent.

5.

Europees Parlement

Bij de Europese Parlementsverkiezingen van 2009 werden UKIP en de Nederlandse anti-Europese partij PVV met respectievelijk zeventien en zestien procent van de stemmen de tweede partij in hun land. Bij de Europese Parlementsverkiezingen van 2014 kreeg UKIP maar liefst 26,6 procent van de Britse stemmen. De PVV verloor ten opzichte van 2009 en kwam uit op ruim 13 procent van de stemmen.

In 2009 werd de EFD-fractie de eerste grote eurosceptische groepering in het Europees Parlement. De grootste partijen in deze fractie zijn de Britse UKIP en de Italiaanse Vijfsterrenbeweging. Andere partijen in de EFD-groep komen onder andere uit Zweden en Polen. Namens Nederland had de SGP'er Bas Belder tot 2014 zitting in de EFD-fractie.

In 2011 maakte de toenmalige leider van de PVV-delegatie in het Europees Parlement, Barry Madlener, bekend na de Europese Parlementsverkiezingen in 2014 toe te willen treden tot de EFD-fractie. Nigel Farage sloot een samenwerking met de PVV echter snel uit, omdat de PVV samenwerkt met het Franse Front National en volgens Farage bovendien inconsistent is in zijn meningen.

De linkse GUE/NGL-fractie vindt de EU op het moment 'neoliberaal' en levert vooral kritiek op het gebrek aan sociaal en groen beleid. Ook ontbreekt het volgens deze groepering in de EU aan democratische controle. Voor Nederland maakt de SP deel uit van deze fractie. De conservatieve ECR-groep onder leiding van de Britse Conservative Party heeft kritiek op het gebrek aan democratische controle en het federale karakter van de EU. De Unie zou zich volgens deze fractie moeten beperken tot economische samenwerking. De leden van deze fractie noemen zichzelf 'eurorealisten'. De Nederlandse ChristenUnie en SGP zijn bij deze fractie aangesloten.

In aanloop naar de Europese verkiezingen van mei 2014 gaven de Nederlandse PVV en het Franse Front National in november 2013 aan samen te willen werken in het Europees Parlement. Zij waren van plan de Europese Alliantie van de Vrijheden te vormen. Direct na de verkiezingen lukte het de PVV en het FN niet om een samenwerkingsverband te sluiten. In juni 2015 lukte het de beide partijen wel om samen met de FPÖ, Lega Nord, Vlaams Belang, twee Poolse en een Britse eurofractie een fractie op te richten. De nieuwe partij heet Europa van Naties en Vrijheid.

6.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over euroscepsis. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger.

Nederland moet soeverein blijven

Mensen voelen zich verbonden met de natiestaat. De geschiedenis, tradities en cultuur van het vaderland geven mensen een identiteit en zelfvertrouwen. Grootschaligheid is anoniem en voedt het wantrouwen van de burger jegens de overheid. Daarom moet de natiestaat soeverein blijven.

De EU is een kapitalistisch project

Europa is er alleen maar voor de grote bedrijven, de Europese Unie is een kapitalistisch project, het gaat alleen maar om economische groei en vrijhandel, er is geen aandacht voor sociale en groene politiek. Europa kan alleen vertrouwen terugwinnen met groene en sociale politiek.

Natiestaten zijn te klein voor 21e eeuw

Nederland en Duitsland stellen met respectievelijk 16 miljoen en 82 miljoen inwoners niets voor in vergelijking met landen als China (1,3 miljard inwoners) en India (1,2 miljard inwoners). Alleen als de Europese landen hun krachten bundelen hebben we in de wereld nog iets te zeggen.

Verdeeldheid in Europa is gevaarlijk

De opkomst van het nationalisme en de onenigheid tussen de Europese landen zijn belangrijke oorzaken geweest van de twee afschuwelijke wereldoorlogen, die vele doden tot gevolg hebben gehad. Dankzij de Europese samenwerking heerst er al bijna zeventig jaar vrede tussen de lidstaten.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven