Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Brussel, 10 maart 2010 (11.03) (OR. en)

Interinstitutioneel dossier: 2010/0041 (COD)

7359/10

STATIS 13 MAR 17 CODEC 187

VOORSTEL

van: d.d.:

Betreft:

de Commissie 8 maart 2010

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, is toegezonden.

Bijlage: COM(2010) 65 definitief

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 8.3.2010 COM(2010)65 definitief

2010/0041 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

2010/0041 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

(Voor de EER relevante tekst)

TOELICHTING

  • 1. 
    Achtergrond van het voorstel

110 • Motivering en doel van het voorstel

Het doel van dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad is Richtlijn 2009/42/EG te wijzigen om het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer.

Het verzamelen van gegevens naar soort goederen is verplicht voor Europese statistieken van het vervoer over de weg1, per spoor2 en over de binnenwateren3.

Europese statistieken over alle vervoerswijzen in de Gemeenschap moeten volgens gemeenschappelijke concepten en normen worden opgesteld, zodat de verschillende vervoerswijzen zo goed mogelijk met elkaar kunnen worden vergeleken. Meer specifiek zou de beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken naar soort goederen voor alle vervoerswijzen een algemeen kader opleveren dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van de intermodaliteit, d.w.z. de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, en de modernisering van de goederenvervoerslogistiek4.

120 • Algemene context

Er is op Europees niveau een technische analyse van de uit hoofde van de Europese wetgeving verzamelde gegevens over de statistische registratie van het zeevervoer van goederen en personen en van het verspreidingsbeleid uitgevoerd, zodat technische oplossingen kunnen worden aangedragen om de verschillende activiteiten die nodig zijn voor de productie van statistieken waar mogelijk te vereenvoudigen, waarbij de uiteindelijke output afgestemd blijft op de huidige en te verwachten behoeften van de gebruikers.

Bij deze analyse is rekening gehouden met de mogelijkheid om de middelen bedoeld voor de statistische registratie van het zeevervoer van goederen en personen doelmatiger in te zetten door de activiteiten te concentreren in gebieden die de gebruikers belangrijker vonden (goederenstatistieken) dan andere (statistieken over personenvervoer en vaartuigverkeer). Naar aanleiding van deze analyse heeft de Commissie onlangs vereenvoudigingen in de statistieken van zowel personenvervoer in

Verordening (EG) nr. 1172/98 van de Raad van 25 mei 1998 betreffende de statistische registratie van het

goederenvervoer over de weg, PB L 163 van 6.6.1998, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de

statistieken van het spoorvervoer, PB L 14 van 21.1.2003, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 1365/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de

statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren, PB L 264 van 25.9.2006, blz. 1.

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Europa duurzaam in beweging -

Duurzame mobiliteit voor ons continent - Tussentijdse evaluatie van het Witboek Vervoer van 2001 van de

Commissie, COM(2006) 314 definitief van 22.6.2006.

2

3

4

6

7 8 9 10

12 13

de belangrijkste Europese havens als het vaartuigverkeer in de belangrijkste Europese havens goedgekeurd5.

Bij de technische analyse is onder andere gekeken naar de mogelijkheid het verzamelen van gegevens naar soort goederen (gegevensverzameling B1) verplicht te stellen en de voorwaarden waaronder dit zou kunnen gebeuren.

Volgens de tweede alinea van bijlage VIII bij Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen6 worden de voorwaarden voor het bijeenbrengen van gegevensverzameling B1 ("Zeevervoer in de voornaamste Europese havens, naar haven, vrachttype, goederen en traject") door de Raad op voorstel van de Commissie vastgesteld in het licht van de resultaten van het proefonderzoek betreffende de uitvoerbaarheid en de kosten voor de lidstaten en respondenten van het verzamelen van die gegevens, dat is verricht tijdens de overgangsperiode van drie jaar die is vastgelegd in artikel 10 van Richtlijn 95/64/EG van de Raad van 8 december 1995 betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen7.

Volgens het Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake de ervaringen die zijn opgedaan met de werkzaamheden die zijn uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 95/64/EG van de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen8 blijkt het haalbaar dergelijke gedetailleerde gegevens tegen een redelijke prijs te verzamelen voor stortgoed en semistortgoed; de grootste problemen blijken echter voor te komen bij het verzamelen van dergelijke gegevens van vervoer per container en met roro-eenheden; het werd raadzaam geacht de mogelijkheid te onderzoeken om Richtlijn 95/64/EG pas uit te breiden tot andere gegevens die zijn genoemd in artikel 10, lid 2, onder a), als meer ervaring was opgedaan met het verzamelen van de huidige variabelen en als het huidige systeem goed was ingeburgerd; wat het verzamelen van gegevens over goederen betreft, zou rekening moeten worden gehouden met de mogelijke herziening van de NST/R 24-nomenclatuur (uniforme goederennomenclatuur voor de vervoersstatistiek/herzien, 1967).

Het huidige systeem functioneert inmiddels goed, met inbegrip van de toepassing van de wijzigingen die bij Beschikking 2005/366/EG9 van 4 maart 2005 zijn ingevoerd en

Beschikking nr. …/…/EU van de Commissie van … tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees

Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen, PB …

PB L 141 van 6.6.2009, blz. 29.

PB L 320 van 30.12.1995, blz. 25. Richtlijn 95/64/EG is ingetrokken bij Richtlijn 2009/42/EG.

COM(2001) 93 van 20.2.2001.

PB L 123 van 17.5.2005, blz. 1.

Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek

Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek

Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese

Unie is gegrond, PB L 236 van 23.9.2003, blz. 573.

Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Commissie van 23 oktober 2006 tot aanpassing van bepaalde

verordeningen, beschikkingen en besluiten op het gebied van het vrije verkeer van goederen en personen, het

mededingingsbeleid, de landbouw (veterinaire en fytosanitaire wetgeving), de visserij, het vervoersbeleid, de

belastingen, de statistiek, het sociale beleid en de werkgelegenheid, het milieu, de douane-unie en externe

betrekkingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, PB L 362 van 20.12.2006, blz. 53.

Bijlage III bij de Richtlijn.

Verordening (EG) nr. 1304/2007 van de Commissie van 7 november 2007, PB L 290 van 8.11.2007, blz. 14.

5

1

de geografische uitbreiding van het systeem als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie van 200410 en 200711.

Een groot deel van de lidstaten die in het kader van de richtlijn gegevens aan Eurostat doorgeven, hebben Eurostat regelmatig op vrijwillige basis gegevensverzameling B1 verstrekt volgens de NST/R-nomenclatuur.

De voornaamste problemen met het verzamelen van gegevens naar soort goederen volgens de NST/R-nomenclatuur, zoals in bovengenoemd verslag vermeld, zijn opgelost met de invoering van NST 200712 (uniforme goederennomenclatuur voor de vervoersstatistiek, 2007) als de enige nomenclatuur voor vervoer over zee, over de weg, per spoor en over de binnenwateren, die van toepassing is vanaf het referentiejaar 2008 en betrekking heeft op de gegevens van 200813.

Voor de lidstaten die de gegevensverzameling B1 reeds verzamelen, moet voor de opstelling van gegevens volgens NST 2007 de informatie waarover de bevoegde nationale statistische instanties reeds beschikken, worden heringedeeld zonder dat de respondenten extra worden belast, volgens dezelfde aanpak als voor de statistieken van het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren; voor de overige lidstaten moet het mogelijk zijn gegevensverzameling B1 op te stellen door gebruik te maken van informatie waarover de nationale statistische instanties reeds beschikken, met zeer beperkte uitzonderingen. Het opstellen van gegevensverzameling B1 zal in de meeste gevallen geen extra belasting voor de respondenten betekenen.

Tot slot is afgesproken dat de invoering in 2011 van de verplichting om gegevensverzameling B1 aan de Commissie (Eurostat) te verstrekken, de lidstaten voldoende tijd zou geven om een vrijwillige opstelling te gebruiken voor de nodige tests en aanpassingen.

130 • Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Er bestaan al bepalingen in de huidige wetgeving (Richtlijn 2009/42/EG, bijlage VIII, gegevensverzameling B1); de gegevens worden echter op vrijwillige basis verzameld.

  • 2. 
    Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling
  • • 
    Raadpleging van belanghebbende partijen

211 Begin 2006 is de Taskforce Statistiek van het zeevervoer opgericht om een technische analyse van de uit hoofde van de Europese wetgeving verzamelde gegevens over de statistische registratie van het zeevervoer van goederen en personen en van het verspreidingsbeleid uit te voeren.

De taskforce bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende organisaties (gegevensverstrekkers, gebruikers en deskundigen op het gebied van zeevervoer), namelijk:

– de bevoegde nationale statistische instanties (nationale bureaus voor de statistiek, nationale maritieme diensten, ministeries van vervoer);

– diensten van de Commissie;

– het Europees Agentschap voor de veiligheid van de zeevaart;

– het bedrijfsleven (Organisatie van de zeehavens van de Europese Gemeenschap – ESPO, Associatie van Reders van de Europese Gemeenschap – ECSA).

Om het werk van de taskforce voor te bereiden en er input voor aan te leveren, heeft Eurostat in 2006 een specifieke vragenlijst gestuurd aan de belangrijkste gebruikers van statistieken van het zeevervoer binnen de Commissie, namelijk DG TREN, DG COMP, DG ENV, DG FISH (nu DG MARE), DG JLS en DG TAXUD.

De voorstellen van de taskforce zijn vervolgens door de Werkgroep Statistiek van het zeevervoer en het Coördinatiecomité voor vervoersstatistieken besproken in het standaardkader van het Europees statistisch systeem.

Over dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad is intensief onderhandeld door de belanghebbende partijen. Het maakt deel uit van een totaalpakket van wetgevingsinitiatieven dat past in het beleid van de Commissie inzake vereenvoudiging van de wetgeving en betere regelgeving14, en in het bijzonder:

– Verordening (EG) nr. 1304/2007 van de Commissie van 7 november 2007 in verband met de vaststelling van NST 2007 als enige nomenclatuur voor vervoerde goederen in bepaalde vervoerswijzen15;

– Ontwerpbesluit nr. …/…/EU van … tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen, betreffende de vereenvoudiging van de statistiek van het personenvervoer en het vaartuigverkeer;

Wat de bestaande wetgeving betreft, hebben eveneens een herschikking van het basisbesluit16 en codificatie van de uitvoeringsbesluiten17 plaatsgevonden.

  • • 
    Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

225 De deelnemers van de Taskforce Statistiek van het zeevervoer en de Werkgroep Statistiek van het zeevervoer waren allen deskundigen met kennis van de bestaande wetgeving, de nationale systemen voor het verzamelen en opstellen van statistieken van het zeevervoer en de nieuwe ontwikkelingen in het zeevervoer.

230 • Effectbeoordeling

Optie 1: (De huidige wetgeving wordt gehandhaafd) – Het zou niet mogelijk zijn een

14 15 16

17

COM(2006) 689; COM(2006) 693; COM(2007) 23; COM(2008) 35; COM(2009) 28.

PB L 290 van 8.11.2007, blz. 14.

Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009, PB L 141 van 6.6.2009, blz. 29.

Beschikking 2008/861/EG van de Commissie van 29 oktober 2008, PB L 306 van 15.11.2008, blz. 66.

volledige en voortdurende aanlevering van statistische gegevens over het zeevervoer naar soort goederen te garanderen.

Optie 2: (De huidige wetgeving wordt gewijzigd) – Het zou mogelijk zijn een volledige en voortdurende aanlevering van statistische gegevens over het zeevervoer naar soort goederen te garanderen. De beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken naar soort goederen voor alle vervoerswijzen zou een algemeen kader opleveren dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van intermodaliteit, d.w.z. de mogelijkheid om verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, en van de modernisering van de goederenvervoerslogistiek. Meer in het algemeen zou de voorgestelde wijziging, in combinatie met andere wetgevingsinitiatieven, ervoor zorgen dat de statistische output afgestemd is op de huidige en te verwachten behoeften van de gebruikers.

Zoals in deel 1 van deze toelichting wordt uitgelegd, zijn de gevolgen van het voorstel voor de belasting van de respondenten geëvalueerd door de Taskforce Statistiek van het zeevervoer, de Werkgroep Statistiek van het zeevervoer (waarin alle nationale statistische instanties die verantwoordelijk zijn voor deze gegevensverzameling zijn vertegenwoordigd) en het Coördinatiecomité voor vervoersstatistieken: het opstellen van gegevensverzameling B1 zal in de meeste gevallen geen extra belasting voor de respondenten betekenen.

  • 3. 
    Juridische elementen van het voorstel

305 • Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Het doel van de verordening is een volledige en voortdurende aanlevering van statistische gegevens over het zeevervoer naar soort goederen te garanderen, die consistent is en geharmoniseerd is met de reeds beschikbare statistieken voor andere vervoerswijzen.

310 • Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor de Europese statistiek is artikel 338 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het Europees Parlement en de Raad zullen overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure maatregelen voor de opstelling van statistieken aannemen, wanneer dit voor de vervulling van de taken van de Unie nodig is. Als eisen waaraan bij de productie van Europese statistieken moet worden voldaan, noemt dit artikel onpartijdigheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding.

320     • Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie vallen.

321     Het doel van dit voorstel, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor de systematische productie van Europese statistieken van het zeevervoer volgens

de bestaande indeling naar soort goederen voor statistieken van andere vervoerswijzen, kan niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt via het vrijwillig verzamelen van gegevens.

324 Dit doel kan beter worden bereikt door middel van Europese wetgeving, omdat alleen de Commissie de noodzakelijke harmonisering van statistische informatie op Europees niveau kan coördineren, terwijl het verzamelen van gegevens en het opstellen van vergelijkbare statistieken van het zeevervoer door de lidstaten kunnen worden georganiseerd. De Europese Unie kan derhalve maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vervatte subsidiariteitsbeginsel.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

  • • 
    Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel voldoet om de volgende redenen aan het evenredigheidsbeginsel.

331 Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel beperkt de verordening zich tot het minimum dat nodig is om de vastgelegde doelstelling te verwezenlijken en gaat zij daar niet boven uit. Deze verordening schrijft niet voor elke lidstaat de mechanismen voor het verzamelen van gegevens voor, maar de Europese wetgeving stelt slechts de te verschaffen gegevens vast om zo een geharmoniseerde structuur en een geharmoniseerd tijdschema te verzekeren.

  • • 
    Keuze van instrumenten

341 Voorgesteld instrument: een verordening van het Europees Parlement en de Raad.

  • 4. 
    Gevolgen voor de begroting

401 Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Europese Unie.

  • 5. 
    Aanvullende informatie

511 De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de gehele Europese Economische Ruimte.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2009/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 338, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Na toezending van het voorstel aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Volgens de tweede alinea van bijlage VIII bij Richtlijn 2009/42/EG van het Europees

Parlement en de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en

personen18 worden de voorwaarden voor het bijeenbrengen van gegevensverzameling B1

("Zeevervoer in de voornaamste Europese havens, naar haven, vrachttype, goederen en

traject") door de Raad op voorstel van de Commissie vastgesteld in het licht van de

resultaten van het proefonderzoek betreffende de uitvoerbaarheid en de kosten voor de

lidstaten en respondenten van het verzamelen van die gegevens, dat is verricht tijdens de

overgangsperiode van drie jaar die is vastgelegd in artikel 10 van Richtlijn 95/64/EG van de

Raad van 8 december 1995 betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen19.

(2)      Volgens het Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake de ervaringen die zijn opgedaan met de werkzaamheden die zijn uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 95/64/EG20 lijkt het haalbaar dergelijke gedetailleerde gegevens tegen een redelijke kostprijs te verzamelen voor stortgoed en semistortgoed; de grootste problemen komen echter voor bij het verzamelen van dergelijke gegevens van vervoer per container en met roro-eenheden. Het was wenselijk te onderzoeken of het toepassingsgebied van Richtlijn 95/64/EG pas tot andere gegevens die zijn genoemd in artikel 10, lid 2, onder a), kon worden uitgebreid als meer ervaring was opgedaan met het verzamelen van de huidige variabelen en als het huidige systeem goed was ingeburgerd. Wat het verzamelen van gegevens over goederen betreft, moet rekening worden gehouden met de mogelijke

18 19

20

PB L 141 van 6.6.2009, blz. 29.

PB L 320 van 30.12.1995, blz. 25. Richtlijn 95/64/EG is ingetrokken bij Richtlijn 2009/42/EG.

COM(2001) 93 van 20.2.2001.

herzieningen van de NST/R 24-nomenclatuur (uniforme goederennomenclatuur voor de vervoersstatistiek/herzien, 1967).

(3)      Het huidige verzamelingssysteem functioneert inmiddels goed, met inbegrip van de toepassing van de wijzigingen die zijn ingevoerd bij Beschikking 2005/366/EG van de Commissie van 4 maart 2005 tot uitvoering van Richtlijn 95/64/EG van de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen en tot wijziging van de bijlagen21 en de geografische uitbreiding van het systeem als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en 2007.

(4)      Een groot aantal van de lidstaten die in het kader van Richtlijn 95/64/EG gegevens aan Eurostat doorgeven, hebben Eurostat regelmatig op vrijwillige basis gegevensverzameling B1 verstrekt volgens de NST/R-nomenclatuur.

(5)      Bij Verordening (EG) nr. 1304/2007 van de Commissie van 7 november 2007 tot wijziging van Richtlijn 95/64/EG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1172/98 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 91/2003 en (EG) nr. 1365/2006 van het Europees Parlement en de Raad in verband met de vaststelling van NST 2007 als enige nomenclatuur voor vervoerde goederen in bepaalde vervoerswijzen22 werd NST 2007 (uniforme goederennomenclatuur voor de vervoersstatistiek, 2007) ingevoerd als de enige nomenclatuur voor vervoerde goederen in vervoer over zee, over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Deze indeling is van toepassing vanaf het referentiejaar 2008, dat betrekking heeft op de gegevens van 2008. De voornaamste problemen met het verzamelen van gegevens naar soort goederen volgens de NST/R-nomenclatuur, zoals vermeld in het in overweging 2 genoemde verslag, zijn met de invoering van NST 2007 opgelost. Daarom zal het opstellen van gegevensverzameling B1 in de meeste gevallen geen extra belasting voor de respondenten betekenen.

(6)      Het verzamelen van gegevens naar soort goederen is verplicht voor Europese statistieken van het vervoer over de weg23, per spoor24 en over de binnenwateren25, maar is vrijwillig voor zeevervoer. Europese statistieken over alle vervoerswijzen in de Gemeenschap moeten volgens gemeenschappelijke concepten en normen worden opgesteld, zodat de verschillende vervoerswijzen zo goed mogelijk met elkaar kunnen worden vergeleken.

(7)      De invoering in 2011 van de verplichting om gegevensverzameling B1 aan de Commissie (Eurostat) te verstrekken, geeft de lidstaten voldoende tijd om de gegevens vrijwillig op te stellen, zodat de nodige tests en aanpassingen kunnen plaatsvinden.

(8)      Richtlijn 2009/42/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

21

22 23

PB L 123 van 17.5.2005, blz. 1.

PB L 290 van 08.11.2007, blz. 14.

Verordening (EG) nr. 1172/98 van de Raad van 25 mei 1998 betreffende de statistische registratie van het

goederenvervoer over de weg, PB L 163 van 6.6.1998, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de

statistieken van het spoorvervoer, PB L 14 van 21.1.2003, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 1365/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de

statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren, PB L 264 van 25.9.2006, blz. 1.

24

25

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 De tweede alinea van bijlage VIII bij Richtlijn 2009/42/EG wordt geschrapt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het eerste referentiejaar voor de toepassing van deze verordening is 2011 en heeft betrekking op de gegevens van 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                     Voor de Raad

De voorzitter                                             De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie