RAAD VAN |
Brussel, 5 maart 2010 (09.03) |
|
DE EUROPESE UNIE |
(OR. fr, de) 6163/10 |
|
Interinstitutioneel dossier: |
ADD 1 |
|
2008/0002(COD) |
||
CODEC 90 |
||
DENLEG 18 |
||
NOTA I/A-PUNT - ADDENDUM |
||
van: het secretariaat-generaal van |
de Raad |
|
aan: het COREPER/de RAAD |
Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende
nieuwe voedingsmiddelen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1331/2008 en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (eerste lezing) (WH + V)
-
-Aanneming
-
a)van het standpunt van de Raad in eerste lezing
-
b)van de motivering van de Raad
-
-Verklaringen
Verklaring van vierentwintig lidstaten * betreffende alle aspecten van technieken voor het klonen van dieren
Wij nemen nota van de overeenstemming binnen de Raad over het feit dat de technieken voor het klonen van dieren, zoals somatische-celkerntransplantatie ("somatic cell nuclear transfer"-techniek), specifieke kenmerken hebben die inhouden dat de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen niet alle vraagstukken in verband met klonen kan regelen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.
Wij nemen er tevens nota van dat een meerderheid van de lidstaten van oordeel is dat specifieke wetgeving nodig is voor voedingsmiddelen die worden geproduceerd van met een kloontechniek gekloonde dieren en van de nakomelingen ervan. Die voedingsmiddelen moeten bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de verordening nieuwe voedingsmiddelen vallen zodra specifieke wetgeving toepasselijk is. Om leemten in de wetgeving te vermijden, vallen die voedingsmiddelen intussen onder de verordening nieuwe voedingsmiddelen.
In dit verband dient een grondige evaluatie te worden verricht van alle relevante aspecten van de kloontechniek, in het bijzonder diergezondheid, dierenwelzijn, ethische kwesties, voedselveiligheid en handelsgerelateerde aspecten.
In afwachting van het resultaat van die evaluatie nemen wij er nota van dat een meerderheid van de lidstaten de Commissie wil verzoeken om bij de Raad en het Europees Parlement een voorstel voor specifieke wetgeving betreffende alle aspecten van kloontechnieken in te dienen.
Verklaring van het Verenigd Koninkrijk en Nederland
Nederland en het Verenigd Koninkrijk wensen dat wordt genotuleerd waarom zij geen steun kunnen verlenen aan de verklaring van 24 lidstaten, en wensen in het bijzonder te onderstrepen dat moet worden vastgehouden aan het beginsel dat wetgeving gebaseerd moet zijn op resultaten van wetenschappelijk onderzoek, en dat geen beslissingen over wetgevingsmaatregelen mogen worden genomen voordat grondige evaluaties zijn verricht.
In hun verklaring verzoeken de lidstaten de Commissie om bij de Raad en het Europees Parlement een voorstel voor specifieke wetgeving betreffende alle aspecten van kloontechnieken in te dienen. Nederland en het VK erkennen dat misschien specifieke wetgeving nodig is voor voedingsmiddelen die worden geproduceerd van met een kloontechniek gekloonde dieren en van de nakomelingen ervan. De Commissie dient eerst na te gaan of dergelijke wetgeving nodig is en het in artikel 24, lid 2, van het standpunt in eerste lezing bedoelde verslag aan de Raad en het Europees Parlement toe te zenden; in afwachting van het resultaat van het verslag van de Commissie en van een eventuele grondige effectbeoordeling, achten wij het voorbarig aan te dringen op een alomvattende wetgeving.
Verklaring van Griekenland
Griekenland zal zich onthouden bij de stemming over het standpunt van de Raad in eerste lezing ten aanzien van voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1331/2008 en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie.
Volgens Griekenland mogen voedingsmiddelen die afkomstig zijn van door gebruik van een kloon-techniek ontstane dieren en van de nakomelingen van deze dieren, niet binnen het toepassingsgebied van voornoemd voorstel vallen. Wij zijn van oordeel dat voornoemde voedingsmiddelen met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid, de diergezondheid en het dierenwelzijn en de duurzaamheid van het milieu, niet op de interne markt mogen worden gebracht.
Ons standpunt is voorts gebaseerd op het gegeven dat het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast, aangezien op grond van de thans beschikbare wetenschappelijke gegevens niet kan worden uitgesloten dat er mogelijke toekomstige gevaren verbonden zijn aan de toepassing van kloontechnieken op dieren voor de productie van voedingsmiddelen. Wij wijzen er bovendien op dat ons standpunt de vertolking is van de grote gevoeligheid en de afwijzende houding van de gehele Griekse publieke opinie ten aanzien van voedingsmiddelen die afkomstig zijn van gekloonde dieren.
Verklaring van Duitsland voor de Raadsnotulen
Duitsland heeft in het kader van de bespreking over de aanpassing van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) fundamentele bezwaren geuit tegen het voornemen om nieuwe voedingsmiddelen weliswaar binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s en nieuwe voedselingrediënten te brengen, maar een andere goedkeuringsprocedure te hanteren dan voor stoffen die reeds onder die verordening vallen. Deze bezwaren blijven overeind.
Teneinde een compromisoplossing en derhalve de vaststelling van een gemeenschappelijk standpunt niet in de weg te staan, trekt Duitsland zijn bezwaren in en verleent het zijn steun aan het voorstel tot aanpassing van de verordening aan het VWEU.
Duitsland blijft echter bij zijn mening dat het niet gerechtvaardigd is dat Verordening (EG) nr. 1331/2008 door een bijzondere regeling voor nieuwe levensmiddelen op een aantal punten wordt aangepast. Een belangrijk doel van de herziening van Verordening (EG) nr. 258/97 bestaat erin de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 1331/2008 uit te breiden tot nieuwe levensmiddelen en dus ook de goedkeuringsprocedure van die verordening op nieuwe levensmiddelen toe te passen. De nagestreefde uniformering van de goedkeuringsprocedures voor levensmiddelen wordt met het huidige voorstel niet bereikt.
Voorst blijven nog een aantal horizontale vraagstukken open die ook van doorslaggevend belang kunnen zijn voor het voorliggende wetgevingsvoorstel.
- 14 jan '08COM(2007)872 - Nieuwe voedingsmiddelen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. XXX/XXXX [uniforme procedure] [SEC(2008) 12] [SEC(2008) 13]
- 28 jul '06COM(2006)423 - Uniforme toelatingsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s
- 7 jul '92COM(1992)295 - Nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten
-
Nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten
-
Nadere regels voor de openbaarmaking van bepaalde gegevens en de bescherming van ingevolge Verordening 258/97 verstrekte gegevens

