Oprichting van Europese monetaire noodfondsen

Het euroteken en het dollarteken op een weegschaal

Sinds 2010 wordt gewerkt aan een vangnet voor eurolanden met financiële problemen. Aanvankelijk werd een een tijdelijk noodfonds opgericht, het EFSF, om eurolanden in financiële problemen bij te staan en de stabiliteit van de euro te waarborgen. Inmiddels is het tijdelijke fonds vervangen door een permanent noodfonds: het ESM

De overeenkomst over die opvolger van het tijdelijke fonds werd in december 2010 bereikt. Het permanente Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) kan volgens de nieuwe afspraken leningen uitschrijven aan eurolanden wanneer dat onontbeerlijk is voor de stabiliteit van de hele eurozone. Alle vereiste hulp wordt verbonden aan strikte voorwaarden.

Het ESM is op 8 oktober 2012 operationeel geworden en is sindsdien geleidelijk opgebouwd. Van oktober 2012 tot juli 2013 kon het EFSF nog nieuwe steunprogramma's aangaan, als de beschikbare capaciteit van het ESM nog niet voldoende was opgebouwd om aan een aanvraag te voldoen. Sinds 1 juli 2013 kunnen nieuwe leningenpakketten alleen nog via het nieuwe permanente noodfonds ESM verlopen. Het tijdelijke noodfonds handelt alleen de reeds gestarte programma's nog af.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Achtergrond

De Europese Commissie lanceerde in maart 2010 plannen om een fonds op te richten voor landen in de eurozone om de stabiliteit te bewaken en landen in financiële problemen te hulp te schieten: een 'Europees Monetair Fonds'. De Commissie kwam met het plan naar aanleiding van de wereldwijde financiële crisis en de financiële problemen in Griekenland

Het begrotingsbeleid van de EMU zou door het fonds beter gecontroleerd en in goede banen geleid kunnen worden. Door financiële problemen van eurolanden, zoals betalingsachterstanden en grote overheidstekorten, was de waarde van de euro gedaald en de samenwerking tussen de eurolanden verstoord. Het Groei- en stabiliteitspact stelde weliswaar eisen aan de overheidsfinanciën van de EU-landen, maar er was geen fonds dat controleerde en kon ingrijpen.

Voor de Commissie en de eurolanden was het van belang dat het fonds niet alleen zou worden opgezet om Griekenland snel uit de problemen te helpen. De Duitse bondskanselier Angela Merkel gaf aan dat het fonds niet de indruk mag wekken dat lidstaten zich niet aan het Stabiliteits- en groeipact hoeven te houden. Met name de noodlijdende eurolanden die (buiten hun schuld) de wereldwijde recessie en financiële problemen niet het hoofd kunnen bieden, zouden bij een Europees monetair fonds terecht moeten kunnen.

2.

Overwegingen voor een Europees Monetair Fonds

De idee voor het EMF was grotendeels gebaseerd op de opzet en werking van het Internationaal Monetair Fonds. Dit fonds, waar 186 landen bij aangesloten zijn, houdt de financiële situatie van lidstaten in de gaten, wijst deze op de risico’s en biedt leningen aan om toekomstige betalingsmoeilijkheden en tekorten tegen te gaan.

Het verschil tussen het IMF en het plan voor een Europees Monetair Fonds was dat de laatste alleen binnen de eurozone actief zou moeten zijn. Op deze manier staat de stabiliteit van de euro centraal.

In de EU bestond grote weerstand tegen het plan om Griekenland steun te laten vragen aan het IMF. Ten eerste wilde de EU niet het signaal afgeven dat het de eigen financiële problemen niet kon oplossen. Daarnaast wilden Europese en nationale leiders geen zeggenschap over overheidsfinanciën en de waarde van de euro overdragen aan het IMF. Als Griekenland een lening zou vragen aan het IMF, zou het fonds namelijk grote zeggenschap over de overheidsfinanciën van het land krijgen. Een eigen monetair fonds was een mogelijke oplossing voor deze nadelen.

3.

Een tijdelijk fonds: European Financial Stability Facility

Op 7 juni 2010 bereikten de ministers van Financiën van de eurolanden een akkoord over de oprichting van een noodfonds voor eurolanden in nood. De eurolanden stonden hiervoor voor 440 miljard euro garant. Het fonds maakte deel uit van een breder vangnet van in totaal 750 miljard euro om de afname van het vertrouwen in de euro te stoppen. Naast het noodfond van de eurolanden zegde het IMF 250 miljard euro toe. De Europese Commissie stelde 60 miljard euro beschikbaar via een European Financial Stabilisation Mechanism.

In 2011 is de capaciteit van het EFSF verder uitgebreid. Via het EFSF is, onder strenge voorwaarden, steun verleend aan Ierland, Portugal en Griekenland. 

4.

Een permanent noodfonds: Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)

De ministers van Financiën van de eurolanden kwamen eind november 2010 overeen een Europees Stabiliteitsmechanisme op te richten. Voor deze oprichting was een wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie nodig. Tijdens de eurotop van december 2010 hebben regeringsleiders besloten om het Verdrag van Lissabon aan te passen zodat er een permanent noodfonds voor de euro kon worden ingesteld. De wijziging van het verdrag moet de onderlinge financiële hulp van lidstaten van de eurozone mogelijk maken.

Het permanente noodfonds bestaat uit direct gestort geld en kredietgaranties. Het IMF heeft 250 miljard euro ter beschikking gesteld. Hulp uit het fonds is aan strikte eisen gebonden: landen die een lening ontvangen moeten op korte termijn hun financiën weer op orde krijgen. Het ESM is op 8 oktober 2012 operationeel geworden.

In de uiteindelijke overeenkomst van juni 2011 is vastgelegd dat het Europees Stabiliteitsmechanisme zeer nauw gaat samenwerken met het IMF, zowel op technisch als op financieel gebied.

Schuldhoudbaarheidsanalyses zullen worden uitgevoerd door de Europese Commissie en het IMF, in samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB). Het ESM heeft, net als het IMF, de status van preferente crediteur, hetgeen inhoudt dat het ESM als schuldeiser voorrang heeft boven overige schuldeisers. Het IMF houdt echter voorrang boven het ESM.

5.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven