Mededeling biodiversiteit

Dit BNC-fiche is door de Nederlandse regering gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van het document COM(2010)4/4 van de Europese Commissie. Het bevat onder andere de eerste algemene standpuntbepaling van de Nederlandse regering.

 

over de mededeling

De Nederlandse inzet ten aanzien van biodiversiteit is vastgelegd in het Beleidsprogramma «Biodiversiteit werkt: voor natuur, voor mensen, voor altijd» (2008). Dit programma betreft de periode tot 2011 maar verwijst in de doelstellingen ook naar de periode na 2011. Nederland staat voor een actieve internationale en Europese rol, waarbij de inzet is om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen en bij te dragen aan het behalen van de Millenium Development Goals (MDG’s). Het betreft de volgende beleidsdoelen:

•Het actief bijdragen aan het afremmen van de snelheid van biodiversiteitsverlies buiten de Europese Unie, zoals internationaal geformuleerd;

Het bijdragen aan het bereiken van MDG1, MDG7 en MDG8: het koppelen van armoedebestrijding aan duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, een beter leefmilieu en duurzame economische groei (handelsketens);

  • • 
    Het integreren van biodiversiteitsaspecten in economische sectoren; Het per 2010 - en daarna - een halt toeroepen van de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland en er voor zorgen dat er in 2020 duurzame condities zijn voor het voortbestaan van alle soorten en populaties die in het recente verleden (1982) van nature in ons land voorkwamen;

Het, ter ondersteuning van deze doelen, bevorderen van participatie en kennis voor biodiversiteit en van communicatie en educatie met aandacht voor functies, waarden en zichtbaarheid van biodiversiteit. •

Deze inzet bouwt voort op eerdere beleidsplannen, mede ter implementatie van de internationale verplichtingen waaraan Nederland zich met de ondertekening van het VN Biodiversiteitsverdrag verbonden heeft.

De in 2008 opnieuw onderschreven ambitie is om per 2010 het verlies aan biodiversiteit te stoppen. De Europese Mededeling beschrijft duidelijk dat deze ambitie niet is gerealiseerd en dat een versterking van de implementatie nodig is. Cruciaal is daarbij om enerzijds vast te houden aan de kabinetsambitie voor biodiversiteit en er anderzijds zorg voor te dragen dat de implementatie wordt versterkt. Hierbij is het noodzakelijk dat de implementatie van het beleid haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet kunnen plaatsvinden, en de benodigde flexibiliteit wordt geboden om ecologische en sociaal-economische doelen in de praktijk goed op elkaar af te stemmen. Nederland is van oordeel dat de Mededeling een goede en actuele analyse van de uitdagingen op biodiversiteitgebied geeft, die als basis kan dienen voor een versterkte inzet op implementatie.

Bij de keuze tussen de vier opties vindt Nederland het van belang om haar ambitieuze opstelling ten aanzien van de Europese en mondiale biodiversiteitsvraagstukken in balans te brengen met de haalbaarheid en betaalbaarheid van mogelijke consequenties en implementatie van het Europese beleid in Nederland. De uitvoeringspraktijk dient (op alle niveaus) voldoende flexibiliteit te bieden om ecologische en sociaal-economische doelen in de praktijk goed op elkaar af te stemmen.

De huidige Kabinetsprioriteiten uit het Beleidsprogramma Biodiversiteit en de Kamerbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling wijzen grotendeels in dezelfde richting als de analyse van de EU. Hierbij kan in het bijzonder de aandacht voor integratie van biodiversiteit in ander (sectoraal) beleid, het verbeteren van het financiële instrumentarium voor biodiversiteit (betalen voor biodiversiteit), en de verbreding naar ecosysteemdiensten worden genoemd. De Nederlandse zorg dat de implementatie van het beleid haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar is en een goede balans verzekert tussen economie en ecologie komt echter in de voorliggende Europese plannen minder expliciet naar voren. Dit komt mede doordat een uitwerkingsslag van de voorstellen nog ontbreekt. De concretisering van maatregelen die nodig zijn om de gekozen optie te realiseren volgt pas eind 2010. Daarbij zal dan ook beoordeeld moeten worden in hoeverre bepaalde voorstellen van de commissie op dat moment in lijn zijn met het Nederlands beleid c.q. standpunten. Ook is het niet duidelijk wat de verhouding is met bestaand beleid, zoals bv. de Vogel en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, Richtlijn Mariene Strategie, herzieningen van het Gemeenschappelijk Visserij Beleid en Gemeenschappelijk Landbouw Beleid en andere instrumenten, zoals de Structuurfondsen. Voorts blijft onderbelicht dat een samenhangende aanpak op regionaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau nodig is om effectief beleid te ontwikkelen. In de aangekondigde nieuwe EU Biodiversiteitsstrategie zullen deze verbindingen helder moeten worden gemaakt en zullen concrete, actiegerichte en meetbare doelen moeten worden geformuleerd teneinde de vragen omtrent subsidiariteit en proportionaliteit voldoende te kunnen beantwoorden.

Nederland is van mening dat de consequenties van de ambities van de gepresenteerde opties nog niet inzichtelijk zijn. Derhalve is Nederland van oordeel dat, voordat een definitieve keuze kan worden gemaakt, inzichtelijk moet zijn wat de consequenties zijn van de nieuwe ambities en wat dit betekent voor de implementatie in Nederland en de EU. Dit houdt in dat het Kabinet zich nader zal beraden op de definitieve Nederlandse positie. Kortom:

Nederland blijft voorstander van een stevige internationale ambitie van de EU voor biodiversiteit, mede in relatie tot de Millenium Development Goals, waarin de inzet van de EU binnen de eigen grenzen (op regionaal, nationaal en EU-niveau) én mondiaal in samenhang wordt uitgewerkt. Dit sluit aan bij de ambities van Nederland zoals deze zijn vastgelegd in het meest recente beleidsdocument ter zake, het Beleidsprogramma Biodiversiteit. Een dergelijke ambitie lijkt het meest aan te sluiten bij de kern van optie 4.

Een hoge ambitie vraagt ook om waarborgen dat deze in de praktijk kan worden gerealiseerd en waargemaakt. De internationale gemeenschap is er niet mee gediend als zo’n belangrijke ambitie als de vigerende 2010-doelstelling op termijn niet gehaald blijkt te zijn. Nederland kan daarom de ambitieuze opties alleen steunen als deze realiseerbaar zijn, als de hiervoor benodigde implementatie in eigen land en daarbuiten haalbaar, betaalbaar en realistisch is en het de uitvoering daarvan flexibel kan oppakken. Om de nodige afweging te kunnen maken moet duidelijk zijn welke maatregelen nodig zijn om de verschillende opties te behalen en wat de financiële en juridische implicaties zijn van deze maatregelen. Omdat hierin tot op heden te weinig inzicht bestaat is er onvoldoende zicht op de haalbaarheid en de beleidsconsequenties van de verschillende opties.

Nederland heeft daarom de behoefte aan een impact assesment t.a.v. deze maatregelen die de financiële en juridische implicaties van de voorgestelde maatregelen inzichtelijk maakt. Nederland zal daarom de Commissie uitnodigen om ter voorbereiding op COP10 van het Biodiversiteitsverdrag in oktober 2010 uit te werken welke maatregelen binnen de EU dienen te worden geïmplementeerd om de vier verschillende ambities te realiseren. Om beter zicht te krijgen op de ruimtelijke (terriotiale) gevolgen van EU regelgeving, kan Nederland aan de Commissie aanbieden om voor deze mededeling samen met de Commissie een territoriale Assesment voor Nederland en enkele andere lidstaten als pilot op te laten stellen, ten einde meer zicht te krijgen op eventuele consequenties.

Tevens is Nederland van oordeel dat de EU flexibiliteit in haar onderhandelingsruimte dient te behouden voor COP10.

1.

Meer informatie