Verdrag van Maastricht

Dit Europese verdrag vormde in 1992 de Europese Gemeenschap om tot Europese Unie. Het Verdrag (formeel: Verdrag betreffende de Europese Unie) legde verder de basis voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) en van de invoering van een gemeenschappelijke munt (de euro).

Door dit verdrag behoorden ook andere terreinen dan economische aangelegenheden en kernenergie tot het gemeenschappelijke Europese beleid. De bestaande EG-Verdragen werden uitgebreid met bepalingen over buitenlands en veiligheidsbeleid, sociaal beleid en onderdelen van de beleidsterreinen van justitie en binnenlandse zaken.

In het Verdrag van Maastricht was het subsidiariteitsbeginsel, dat in de Europese Akte voor het milieubeleid gold, als algemeen principe verankerd.

In het verdrag werden de bestaande communautaire samenwerkingsvormen gecombineerd met puur intergouvernementele vormen van samenwerking. Het Unieverdrag was daardoor een compromis tussen de aanhangers van een 'federaal' Europa en de lidstaten die niet verder wilden gaan dan een 'Europa der Vaderlanden'. Er kwamen drie pijlers:

  • de Europese Gemeenschappen

    De communautaire (eerste) pijler van het Unie- verdrag werd gevormd door de oude en ten dele aangepaste EG-Verdragen  en de nieuwe bepalingen over de vorming van een Economische en Monetaire Unie (EMU).

  • het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB)
  • politiële en juridische samenwerking (JBZ)

De EMU-paragraaf voorzag in:

  • een gemeenschappelijke financiële markt, waarin alle binnengrenzen verdwenen zijn
  • een convergentiebeleid waarin de lidstaten hun economisch en monetair beleid steeds meer op elkaar afstemmen om hun economieën geleidelijk op één lijn te krijgen
  • de oprichting van een Europees Monetair Instituut (EMI) op 1 januari 1994 dat dit proces controleert en begeleidt. Het EMI vormde bovendien de basis voor de medio 1998 opgerichte Europese Centrale Bank (ECB);
  • de vorming van een Monetaire Unie met één Europese munt in 1999.

Het sociaal beleid werd ten dele ondergebracht in een Sociaal Protocol dat bij het Unieverdrag was gevoegd. In het protocol spraken de lidstaten af het sociaal beleid verder vorm te geven, gebruikmakend van de instellingen en procedures van de EG.

Doelstellingen van het Verdrag waren verder:

  • versterking van de democratische legitimiteit van de instellingen
  • verbetering van de doelmatigheid van de instellingen

Het Verdrag van Maastricht is op 7 februari 1992 getekend door de toen nog twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap. Het is op 1 november 1993 in werking getreden. Met ingang van 1 december 2009 is het in Maastricht tot stand gekomen Verdrag ingrijpend gewijzigd door het Verdrag van Lissabon.

Over het Verdrag is op 9 december 1991 in Maastricht onderhandeld tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Gemeenschap.

meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven