Voorbereiding van de zitting van de Raad (Vervoer, Telecommunicatie en Energie) op 11-12 maart 2010 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake heffingen voor de beveiliging van de luchtvaart - Voortgangsverslag

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Interinstitutioneel dossier: 2009/0063 (COD)

Brussel, 17 februari 2010 (22.02) (OR.en)

6439/1

LIMITE

AVIATION 15 CODEC 113

VOORTGANGSVERSLAG

van: aan:

het voorzitterschap het Coreper / de Raad

nr. vorig doc.: nr. Comv.: Betreft :

5795/10 AVIATION 8 CODEC 67 9864/09 AVIATION 74 CODEC 722

Voorbereiding van de zitting van de Raad (Vervoer, Telecommunicatie en

Energie) op 11-12 maart 2010

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake

heffingen voor de beveiliging van de luchtvaart

  • Voortgangsverslag

Inleiding

  • 1. 
    De Commissie heeft op 14 mei 2009 het bovengenoemde voorstel ingediend. Doel ervan is ervoor te zorgen dat de heffingen voor beveiliging van de luchtvaart worden vastgesteld en geïnd op een wijze die non-discriminatie en transparantie waarborgt, voldoende mogelijkheid biedt voor overleg met betrekking tot het niveau van de beveiligingsheffingen en garandeert dat deze heffingen rechtstreeks verband houden met de kosten van beveiliging van de luchtvaart. Om ervoor te zorgen dat de richtlijn correct wordt toegepast, is daarin voorts de oprichting van een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit in elke lidstaat voorzien.

6439/10 BIJLAGE

DG C III

oms/LEP/mv                       1

LIMITE NL

Besprekingen in de Raadsinstanties

  • 2. 
    Het punt van de financiering van beveiliging van de luchtvaart is tijdens eerdere onderhandelingen over de Kaderverordening (EG) nr. 300/2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart een bron van meningsverschillen tussen het Europees Parlement en de Raad geweest. Tijdens de slotonderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement betreffende deze verordening heeft het Europees Parlement de Commissie verzocht te gelegener tijd een voorstel over heffingen voor de beveiliging van de luchtvaart in te dienen. In het licht van de recente aanneming van Richtlijn 2009/12/EG inzake luchthavengelden hebben verscheidene lidstaten evenwel hun twijfels uitgesproken over de noodzaak van een specifiek voorstel over heffingen voor de beveiliging van de luchtvaart.
  • 3. 
    De Groep luchtvaart heeft in juli 2009, onder het Zweedse voorzitterschap, een begin gemaakt met de bespreking van genoemd voorstel. De bespreking, die vanaf het begin tamelijk moeizaam is verlopen, heeft de verschillende standpunten onder de lidstaten over de voornaamste aspecten van het voorstel aan het licht gebracht. Enkele lidstaten spraken hun twijfels uit over het nut van dit voorstel, met name gezien de recente aanneming van Richtlijn 2009/12/EG over luchthavengelden, terwijl andere benadrukten dat het van belang is dat hun nationale systemen met betrekking tot heffingen voor de beveiliging van de luchtvaart gehandhaafd kunnen blijven. Andere delegaties konden een specifiek voorstel betreffende beveiligingsheffingen aanvaarden, maar zouden er de voorkeur aan geven de tekst van deze richtlijn grotendeels af te stemmen op Richtlijn 2009/12/EG inzake luchthavengelden.
  • 4. 
    Het Zweedse voorzitterschap heeft op 17 december 2009 aan de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie een voortgangsverslag voorgelegd, waarin de belangrijkste bezwaren van de delegaties met betrekking tot het Commissievoorstel in detail worden uiteengezet.

6439/10                                                                                         oms/LEP/mv                       2

BIJLAGE                                  DG C III                      LIMITE NL

  • 5. 
    Het Spaanse voorzitterschap heeft op 22 januari 2010 de bespreking van dit voorstel in de

Groep luchtvaart voortgezet. Het presenteerde verdere compromisvoorstellen, in het bijzonder met betrekking tot de werkingssfeer van de richtlijn, waarvoor werd voorgesteld te voorzien in een drempel van twee miljoen passagiersbewegingen in plaats van vijf miljoen (artikel 1, lid 2). Desondanks konden de belangrijkste openstaande vraagstukken niet worden opgelost. Uit deze bespreking bleek duidelijk dat een meerderheid van de delegaties het compromisvoorstel van het voorzitterschap niet kon steunen. Het Spaanse voorzitterschap heeft derhalve besloten te wachten op de stemming in eerste lezing van het Europees Parlement, die in april 2010 is gepland, en een voortgangsverslag voor te leggen aan de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie op 11/12 maart 2010.

Voornaamste openstaande vraagstukken

  • • 
    Werkingssfeer (artikel 1)

De Commissie heeft aanvankelijk voorgesteld dat de richtlijn moet gelden voor elke luchthaven die op het grondgebied van de EU-lidstaten is gevestigd. Verscheidene lidstaten uitten evenwel bepaalde bezwaren betreffende de door de Commissie voorgestelde werkingssfeer en bekritiseerden met name het feit dat deze te ruim is en een zware administratieve last voor de lidstaten zou opleveren, vooral wat de kleinere luchthavens betreft.

Het Zweedse voorzitterschap had derhalve een compromisoplossing voorgesteld die de werkingssfeer zou beperken tot uitsluitend de luchthavens die open staan voor commercieel verkeer en die jaarlijks meer dan vijf miljoen passagiersbewegingen laten optekenen. Deze compromisoplossing kreeg de steun van een duidelijke meerderheid van de delegaties. Enkele lidstaten geven echter de voorkeur aan de ruimere werkingssfeer die de Commissie heeft voorgesteld, d.w.z. alle commerciële luchthavens zonder enige beperking wat betreft het aantal passagiersbewegingen. Daarnaast hebben enkele lidstaten te kennen gegeven dat zij zich flexibel opstellen ten aanzien van een eventuele lagere drempel. Voorts heeft de Commissie groot bezwaar tegen bovengenoemde compromisoplossing die volgens haar te restrictief is en geen meerwaarde oplevert. De Commissie bepleitte een ruimere werkingssfeer waardoor een gelijk speelveld beter zou worden gewaarborgd en meer luchthavens in de lidstaten eronder zouden vallen.

6439/10                                                                                         oms/LEP/mv                       3

BIJLAGE                                  DG C III                      LIMITE NL

Gezien het bovenstaande heeft het Spaanse voorzitterschap, de bespreking van het richtlijnvoorstel voortgezet en op basis van de overeengekomen oplossing voor Richtlijn 96/67/EG van de Raad betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap, een compromisoplossing voorgesteld waarbij de drempel op twee miljoen passagiersbewegingen wordt vastgesteld. De meeste delegaties konden de nieuwe drempel echter niet aanvaarden. Zij gaven te kennen dat zij de drempel van vijf miljoen passagiersbewegingen wensen te handhaven.

Tot slot wilden enkele delegaties, door aan dit artikel een lid toe te voegen, er ook voor zorgen dat de voorgestelde richtlijn niet geldt voor de heffingen die worden geïnd voor de financiering van beveiligingsmaatregelen als deel van luchthavengelden, waarin Richtlijn 2009/12/EG reeds voorziet.

Effectbeoordeling (artikel 6)

Het Commissievoorstel bevat een verplichting voor de lidstaten om, alvorens strengere maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 300/2008, een beoordeling te verrichten van de effecten daarvan op het niveau van de beveiligingsheffingen. Voorts zouden de lidstaten verplicht zijn de Commissie in kennis te stellen van het resultaat van de effectbeoordelingen en de luchthavengebruikers daarover te raadplegen.

In de door de Groep luchtvaart besproken compromistekst wordt het Commissievoorstel enigszins gewijzigd door te bepalen dat de lidstaten, voor elke wijziging van de structuur of het niveau van de beveiligingsheffingen in het kader van strengere maatregelen overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 300/2008, ervoor zorgen dat er een beoordeling wordt verricht van de effecten van de kosten van die strengere maatregelen op het niveau van de beveiligingsheffingen. Daarnaast oordeelde men dat het volstaat dat de luchthavengebruikers in kennis worden gesteld van het resultaat van de effectbeoordelingen, in plaats van te worden geraadpleegd.

6439/10                                                                                         oms/LEP/mv                       4

BIJLAGE                                  DG C III                      LIMITE NL

Ondanks de langdurige discussie over dit artikel had een aantal delegaties bezwaren omdat er volgens hen hierdoor ambiguïteit zou ontstaan met betrekking tot de toepassing van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 300/2008. Tevens werd aangevoerd dat het punt van effect– beoordeling al aan bod komt in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 300/2008, dat bepaalt dat de lidstaten een risicobeoordeling moeten verrichten indien zij strengere maatregelen invoeren. De Commissie is evenwel van oordeel dat de effectbeoordeling in artikel 6 van de onderhavige richtlijn is toegespitst op de effecten van de kosten van die strengere beveiligingsmaatregelen en derhalve niet raakt aan Verordening (EG) nr.300/2008.

Kostengerelateerdheid van beveiligingsheffingen (artikel 7)

Volgens het Commissievoorstel worden de beveiligingsheffingen alleen gebruikt om de beveiligingskosten te dekken. Hieraan zijn nu enkele criteria toegevoegd waar de lidstaten rekening mee moeten houden bij het vaststellen van de luchtvaartbeveiligingskosten.

In aansluiting op de bespreking in de Groep luchtvaart werd voorgesteld in de tekst ook te bepalen dat bij de berekening van de beveiligingsheffingen objectieve criteria - uit de desbetreffende ICAO-documenten - worden gehanteerd, zoals het aantal passagiers en/of het gewicht van het vliegtuig, of andere relevante factoren. Voorts schrijft de compromistekst voor dat de totale inkomsten uit beveiligingsheffingen op een luchthaven, in een luchthavennetwerk of een groep luchthavens de totale luchtvaartbeveiligingskosten voor die luchthaven, dat netwerk of die groep niet mogen overschrijden. Deze kosten worden bepaald overeenkomstig de in elk van de lidstaten algemeen erkende relevante beginselen inzake boekhouding en evaluatie. Het Spaanse voorzitterschap stelde voor hieraan "…en op basis van verifieerbare empirische gegevens." toe te voegen. De overgrote meerderheid van de delegaties kon hiermee instemmen.

6439/10                                                                                         oms/LEP/mv                       5

BIJLAGE                                  DG C III                      LIMITE NL

Sommige delegaties zijn echter van mening dat dit artikel zich in het algemeen niet verdraagt met de toepassing van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 300/2008. Zij zouden er alleen mee kunnen instemmen dat artikel 5 van Verordening (EG) nr. 300/2008 letterlijk wordt overgenomen, en dat naar de ICAO-beginselen wordt verwezen in een overweging. Zo niet, aldus deze delegaties, dan moet artikel 7 worden geschrapt.

Andere delegaties verlangen dat de lijst van criteria die de lidstaten zullen moeten hanteren bij het vaststellen van de luchtvaartbeveiligingskosten wordt verduidelijkt, door daaraan elementen uit de aanbevelingen van de ICAO toe te voegen.

Onafhankelijke toezichthoudende autoriteit (artikel 8)

De Commissie heeft voorgesteld dat de lidstaten een onafhankelijk orgaan als nationale onafhankelijke toezichthoudende autoriteit aanstellen of oprichten, teneinde ervoor te zorgen dat de maatregelen die worden genomen om aan deze richtlijn te voldoen, correct worden toegepast. Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat, met betrekking tot geschillen over beveiligingsheffingen, maatregelen worden getroffen om:

  • een procedure in te stellen voor het beslechten van geschillen tussen de luchthavenbeheerder en de luchthavengebruikers;
  • vast te stellen onder welke voorwaarden een geschil kan worden voorgelegd aan de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit, en met name om de autoriteit in staat te stellen onvoldoende gemotiveerde of gedocumenteerde klachten te verwerpen; en
  • de criteria vast te stellen voor de beoordeling van geschillen met het oog op hun beslechting.

6439/10                                                                                         oms/LEP/mv                       6

BIJLAGE                                  DG C III                      LIMITE NL

Deze procedures, voorwaarden en criteria moeten niet-discriminerend, transparant en objectief zijn.

Aangezien sommige lidstaten de structuur en het niveau van de beveiligingsheffingen krachtens hun nationaal recht volgens andere procedures vaststellen en goedkeuren, werd voorgesteld aan artikel 8 een zesde lid toe te voegen, waarin wordt bepaald dat de lidstaten kunnen besluiten de bepalingen van dit artikel niet toe te passen. Voorwaarde is echter dat ten aanzien van de besluiten over de vaststelling van beveiligingsheffingen een niet-discriminerende, transparante en objectieve beroepsmogelijkheid geldt, zonder afbreuk te doen aan de parlementaire bevoegdheden, en dat de betrokken lidstaat de overige onderdelen van de richtlijn toepast.

De bovengenoemde vrijstelling stuit op bezwaren van enkele delegaties, die van oordeel zijn dat zij zal leiden tot verschillen in regelgeving tussen de lidstaten en bijgevolg tot een ongelijk speelveld. Daarnaast zijn er enkele delegaties die de tekst van artikel 8 grotendeels afgestemd willen zien op Richtlijn 2009/12/EG. Sommige delegaties wensten tevens dat dit artikel minder dwingend wordt geformuleerd.

Conclusie

In het licht van het bovenstaande wordt het Coreper verzocht nota te nemen van dit voortgangsverslag en de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie te verzoeken zich hierop tijdens de zitting van 11/12 maart 2010 te beraden en in voorkomend geval verdere sturing te geven aan de werkzaamheden van de voorbereidende Raadsinstanties.

6439/10                                                                                         oms/LEP/mv                       7

BIJLAGE                                  DG C III                      LIMITE NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie